Je vetpercentage verlagen en meten? Zo doe je dat. Reacties uitgeschakeld voor Je vetpercentage verlagen en meten? Zo doe je dat. 151

vetpercentage meten

Vroeger maakten de weegschaal en het aantal kilo’s de dienst uit als je af wilde vallen. Maar tegenwoordig wordt er vaak gelet op je vetpercentage. Wat is dat precies, je vetpercentage?

De reden dat de gewone weegschaal steeds minder gebruikt wordt, is dat het totale aantal kilo’s nu eenmaal niet zo veel zegt. Iemand van 1.85 kan met een compacte bouw en een flinke spiermassa 100 kilo wegen zonder dat er ergens op het lichaam overtollige vetreserves zitten. Maar iemand anders van dezelfde lengte kan ook 100 kilo wegen en stevig overgewicht hebben.

Het verschil zit ‘m dan dus niet in de kilo’s maar in de verhouding tussen verschillende lichaamsweefsels. Het vetpercentage is hiervoor een uitstekende maat. Het vetpercentage, de naam spreekt voor zich, geeft aan hoeveel procent van je totale lichaamsmassa bestaat uit vet.

Hoe hoog hoort je vetpercentage te zijn?

De ideale vetpercentages verschillen voor mannen en vrouwen. Vrouwen hebben van nature nu eenmaal naar verhouding meer lichaamsvet.

Een normaal, gezond vetpercentage ligt gemiddeld voor vrouwen ongeveer tussen de 18 en 24 procent, en bij mannen tussen de 11 en 17 procent. Deze percentages vormen een goede doelstelling wanneer je bezig bent om af te vallen.

Atleten zitten vaak wat lager wat betreft het vetpercentage maar dit mag ook gewoon als gezond beschouwd worden.

Een vetpercentage dat bij vrouwen onder de 10 tot 13 procent ligt of bij mannen onder de 2 tot 5 procent (de hoeveelheden voor wat we ‘essentieel vet’ noemen), wordt aangemerkt als ongezond. Hoewel sommige sporters hier voor een wedstrijd wel onder gaan zitten, is het geen vetpercentage waarvan aangeraden wordt het lang aan te houden. Bij een dergelijk vetpercentage is eigenlijk sprake van ernstig ondergewicht.

Bij vetpercentages boven de 25 procent bij vrouwen en boven de 18 procent bij mannen is sprake van overgewicht. Van ernstig overgewicht is echter pas sprake bij een vetpercentage boven de 32 procent voor vrouwen en boven de 25 procent voor mannen.

Voordelen van het meten van je vetpercentage

Hoewel lichaamsgewicht bij veel mensen best een aardige indicatie geeft van onder- en overgewicht of een gezond gewicht, is vetpercentage een veel nauwkeurigere maat. Je krijgt er namelijk een goed beeld mee van het gewicht dat je teveel meesjouwt en niet van de kilo’s die gaan zitten in gezonde spiermassa.

Een ander voordeel van het meten van je vetpercentage is ook dat je je voortgang bij het afvallen veel beter in kaart brengt. Ga je meer bewegen en sporten dan zal uiteindelijk ook je spiermassa toenemen (al gaat dat lang niet zo snel). Let je dan alleen op je totale gewicht dan vertekent dat dus behoorlijk wat er nu eigenlijk allemaal gebeurt in je lichaam. Soms kan het totale aantal kilo’s hetzelfde blijven terwijl je wel vet bent kwijtgeraakt en spiermassa of vocht erbij hebt gekregen. Aan de gewone weegschaal heb je dan dus weinig; aan het weten van je vetpercentage des te meer.

Hoe verlaag je je vetpercentage?

Voor het verlagen van je vetpercentage gelden natuurlijk wel dezelfde basisprincipes als altijd voor gezond afvallen. In dat opzicht maakt het dus niet uit of je let op vetpercentage of op kilo’s.

Voedselinname en verbruik met elkaar in balans brengen en meer of gerichter bewegen en sporten blijven de algemene richtlijnen. Toch kunnen we je wel wat tips geven voor wanneer je op je vetpercentage wil gaan letten.

Tips voor het meten van je vetpercentage

Een van de eerste kwesties waar je bij het meten van je vetpercentage mee te maken krijgt, is natuurlijk hoe dit moet gebeuren. Hoe gaat dat meten van het vetpercentage in z’n werk, en wat is de beste methode?

De gemiddelde sportschool heeft tegenwoordig wel een speciale weegschaal staan die je vetpercentage kan meten. Zo’n weegschaal stuurt een stroompje door je lichaam en op basis van de weerstand worden de verschillende lichaamsweefsels in kaart gebracht. Een variatie op deze methode is een apparaat waarbij je twee sensoren vastgrijpt. Deze methode geeft bij de gemiddelde volwassene een aardig beeld van het vetpercentage. Toch is het zeker niet de nauwkeurigste methode en vooral bij mensen die afwijken van de norm, zoals bijvoorbeeld krachtatleten en bodybuilders, is dit type meting zelfs ronduit onbetrouwbaar.

Je zou het misschien niet verwachten maar de nauwkeurigste methode voor het meten van het vetpercentage is ouderwets handwerk. Met een soort knijpertje wordt op een aantal vaste plaatsen op het lichaam een stuk huid met onderhuids vetweefsel vastgepakt. De afstand tussen de uiteinden van de knijper wordt op al die plaatsen opgemeten. Op basis van getallen die daar uit komen, wordt het algehele vetpercentage berekend.

Deze methode is het nauwkeurigst mits ze juist wordt uitgevoerd. Daar is veel kunde en ervaring voor nodig; meer dan de meeste trainers op de sportschool in kunnen brengen. Bij ervaren coaches van wedstrijdatleten en uit de wereld van het bodybuilding hebben ben je doorgaans wel aan het goede adres hiervoor. Zijn dat soort coaches niet op jouw sportschool of club te vinden, dan kun je best eens contact opnemen met een gespecialiseerde gym of krachtsportspeciaalzaken. Daar kun je vaak terecht voor een meting van je vetpercentage.

Een andere tip die we je kunnen geven is om naast de metingen van het vetpercentage ook tussentijds foto’s te maken of te laten maken.
Voor veel mensen zeggen de exacte getallen nu eenmaal niet zoveel. Bovendien geven foto’s, als aanvulling op het meten van je vetpercentage, een goed beeld van de proporties: iets wat je op basis van het vetpercentage alleen niet te weten komt.

Daarnaast nemen we foto’s vaak objectiever waar dan ons eigen spiegelbeeld.

Next Article