Te veel water drinken tijdens warme weer is ongezond

21 Juli 2010 Geen reacties »

waterflesHet is goed om tijdens de hete dagen veel water te drinken om af te koelen, maar te veel is gevaarlijk. Het lichaam kan dan ontregeld raken, aldus het AD. In het Academisch Ziekenhuis Maastricht zijn de afgelopen weken veel mensen met uitdrogingsverschijnselen binnengekomen, maar daarnaast hebben ze ook een verhoogd aantal mensen met watervergiftiging. De oorzaak van watervergiftiging is dat mensen vergeten zout erbij te eten.

Door veel water te drinken maar weinig zoutrijk voedsel te eten, kan het zoutgehalte in het bloed gevaarlijk laag worden. Cellen gaan steeds meer water opnemen om toch aan zout te komen en zwellen op, waardoor bloedvaten in de knel kunnen komen.

Door hitte 500 extra doden

21 Juli 2010 Geen reacties »

vrouwen strandIn de recente warme periode die op 23 juni begon en met een kleine onderbreking doorliep tot maandag 12 juli zijn naar schatting 500 mensen meer overleden dan normaal. De gemiddelde maximumdagtemperatuur was in deze periode met ongeveer 28 graden ruim 6 graden hoger dan normaal.

Uit eerder CBS-onderzoek is gebleken dat hoge temperaturen een verhoogde sterfte tot gevolg hebben. Elke graad die de gemiddelde temperatuur boven het langjarig gemiddelde ligt, leidt tot een extra sterfte van ruim 30 personen per week.
[CBS]

Online community voor en door jonge mensen met kanker

20 Juli 2010 Geen reacties »

UMC St RadboudHet UMC St Radboud start met de ontwikkeling van AYA4 (All information You’ve Asked For) een unieke online community voor en door jonge mensen met kanker. Het ziekenhuis faciliteert de techniek, maar het zijn de patiënten zelf die de inhoud bepalen en gaan vullen. Met de community hebben de jongeren een digitale plek waar zij en hun naasten elkaar kunnen ontmoeten, essentiële informatie uitwisselen, vragen stellen en kennis en gevoel delen.

AYA4
Jongeren en jongvolwassenen met kanker (18 -35 jaar) vallen vaak tussen wal en schip. Ze zijn te oud voor kinderoncologische zorg en de reguliere oncologische zorg heeft vaak geen antwoord op vragen waar deze groep specifiek mee zit; vragen op het gebied van studie, relaties, werk, zelfstandig wonen en het krijgen van kinderen. Internationaal wordt deze groep wel AYA genoemd: Adolescents and Young Adults. In lijn hiermee is het UMC St Radboud in 2009 gestart met een AYA platform. Onderdeel van dit platform zijn de in april 2009 geopende speciale hangplek voor jongeren met kanker en de AYA poli (herfst 2009). Onder de jongeren en hun naasten blijkt een grote behoefte te bestaan om laagdrempelig in contact te komen met lotgenoten en te praten over voor hen essentiële onderwerpen. Daarom faciliteert het UMC St Radboud hen met de ontwikkeling van AYA4: een online community binnen het AYA platform.

Prof. Winette van der Graaf, medisch oncoloog en initiatiefnemer van het AYA platform: ‘In de kracht van je leven getroffen worden door een kwaadaardige ziekte heeft grote impact op het hier en nu, maar ook op je toekomstdromen. Je komt vaak anders in het leven te staan, en je omgeving kan daar niet altijd in meegaan. Als oncologisch behandelingsteam willen we graag zorg bieden die verder strekt dan de ziekenhuismuren. Zorg die ook geboden kan worden als de fase van actieve behandeling voorbij is. We zien met spanning uit naar AYA4, omdat we denken dat de AYA patiënten zelf het beste weten wat ze nodig hebben en wanneer.’

Voorlichtingsprogramma voor mensen met diabetes type 2 naar de eerstelijnszorg

20 Juli 2010 Geen reacties »

diabetesNovo Nordisk en VUmc werken samen aan PRISMA
Het VU medisch centrum (VUmc) en Novo Nordisk hebben op 10 mei jl. een samenwerkingsovereenkomst getekend om PRISMA (PRo-actieve Interdisciplinaire Self MAnagement educatie) ook via huisartsen en zorggroepen aan te bieden. PRISMA, een educatieprogramma voor mensen met diabetes type 2 gericht op ‘empowerment’, helpt mensen met diabetes type 2 hun kennis over diabetes te vergroten en door zelfmanagement meer grip op hun diabetes te krijgen. Na een pilotperiode in 2006 en 2007 biedt het VUmc het programma aan zijn patiënten aan. Novo Nordisk ondersteunt de training, coaching en implementatie voor huisartsenpraktijken en zorggroepen ter verbetering van diabetesbehandeling en –zorg.

PRISMA is bij het VUmc een vast onderdeel van de diabeteszorg. Iedereen die voor het eerst bij de internist komt vanwege diabetes type 2, wordt doorverwezen naar het PRISMA-programma. Medisch psycholoog en bestuurslid van het VUmc Diabetescentrum professor Frank Snoek is projectleider van PRISMA en ziet dat het programma werkt voor mensen met diabetes. Zelfmanagement is het kernbegrip bij PRISMA. Het is een educatieprogramma waarbij mensen met diabetes tijdens groepsbijeenkomsten leren wat diabetes precies is en doet, wat een leven met diabetes voor hen betekent en hoe ze meer grip krijgen op hun diabetes. Aan de hand van een persoonlijk actieplan is de patiënt beter in staat zelf beslissingen te nemen en zorg te dragen voor zijn/haar diabetes. Het programma bestaat uit twee bijeenkomsten.

PRISMA voor huisartsenpraktijken en zorggroepen
Novo Nordisk gaat PRISMA, dat VUmc via zijn Diabetescentrum aanbiedt, nu ook op het niveau van huisartsenpraktijken en zorggroepen introduceren. Daarvoor heeft Novo Nordisk in overleg met het VUmc een breed ondersteuningsprogramma ontwikkeld. Volgens Frank Snoek vergt het voor de zorgpraktijken niet alleen een andere benadering van de diabeteszorg, maar ook een praktische herinrichting. “Daar is hulp bij nodig en die gaan we door het gezamenlijke project met Novo Nordisk nu ook bieden. Er zijn trainingsbijeenkomsten om de diabetesverpleegkundige, diëtist en praktijkondersteuner op te leiden. Verder verzorgt Novo Nordisk logistieke ondersteuning, voorlichtingsmateriaal en daarnaast worden zowel het programma als de PRISMA trainers periodiek ge-audit.” Met de ondertekening van de overeenkomst op 10 mei jl. is het startsein gegeven voor de uitrol van het programma over Nederland.

Met PRISMA wil het farmaceutische bedrijf, dat zich al decennia inspant om de diabeteszorg te verbeteren, het programma voor meer mensen met diabetes type 2 beschikbaar maken. Zorgvernieuwing en educatie zijn belangrijke pijlers van het Changing Diabetes-programma van Novo Nordisk. PRISMA sluit daar naadloos op aan.

Over Changing Diabetes
Novo Nordisk beschouwt het als haar missie om de toekomst van diabetes te veranderen. Om dit vorm te geven, heeft de organisatie het Changing Diabetes-programma ontwikkeld. Dit programma omvat diverse nationale en internationale initiatieven, die zich richten op communicatie met en voorlichting van mensen met diabetes, familie, vrienden, docenten, politici, artsen, zorgverzekeraars en andere betrokkenen. Met Changing Diabetes wil Novo Nordisk bereiken dat de behandeling van de ziekte, de diabeteszorg, de wijze waarop de maatschappij met de ziekte omgaat en de toekomst van diabetes veranderen en verbeteren. Meer informatie op: www.changingdiabetes.nl.

Over Novo Nordisk
Novo Nordisk is een wereldwijd farmaceutisch bedrijf met 87 jaar ervaring op het gebied van diabeteszorg. Het bedrijf heeft een groot aanbod van innovatieve geneesmiddelen, geavanceerde toedieningssystemen en diensten om de zorg en behandeling van mensen met diabetes te optimaliseren. Meer informatie op www.novonordisk.nl

Reumafonds ondersteunt wetenschappelijk reuma onderzoek met recordbedrag

20 Juli 2010 Geen reacties »

ReumaHet Reumafonds besteedt dit jaar 5,5 miljoen euro aan nieuw wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak en behandeling van reuma. Daarmee komt het totaalbedrag voor reuma-onderzoek in 2010 op 8 miljoen euro. Het Reumafonds ondersteunt dit jaar 29 nieuwe onderzoeken. De meeste daarvan gaan over reumatoïde artritis.

Dit jaar zijn er 100 onderzoeksvoorstellen ingediend bij het Reumafonds, die allemaal door de Wetenschappelijke Adviesraad en internationale referenten beoordeeld worden. ‘De kwaliteit van de projectvoorstellen was dit jaar zo hoog, dat we besloten hebben meer geld vrij te maken, zodat er nu 29 onderzoekers aan de slag kunnen’, verklaart drs. Lodewijk Ridderbos, algemeen directeur van het Reumafonds, het recordbedrag.

Nieuwe onderzoeken
De nieuwe onderzoeken gaan over verschillende reumatische ziektes. De lijst nieuwe onderzoeken wordt aangevoerd door onderzoeken naar reumatoïde artritis (11). Daarna komen artrose (8) en de relatief zeldzamere systeemziekten (6) zoals Sjögren, systemische sclerose en lupus erythematodes. Systeemziekten zijn aandoeningen waarbij ontstekingen in het hele lichaam kunnen voorkomen, bij voorbeeld in slijmvliezen of organen.

De verdeling van de nieuwe projecten over de ziektebeelden en onderzoekscentra is als volgt:

  • 11 reumatoïde artritis (Leiden, Rotterdam, Utrecht, Amsterdam)
  • 8 artrose (Leiden, Rotterdam, Nijmegen,Utrecht)
  • 6 systeemziekten (Rotterdam, Nijmegen, Utrecht, Leiden)
  • 2 jeugdreuma (Amsterdam, Rotterdam)
  • 1 Lyme artritis (Nijmegen)
  • 1 Bechterew (Amsterdam)

Hoogrisico-onderzoek
Er is dit jaar één project gehonoreerd dat valt onder het Serendipity-budget van het Reumafonds. Dat is onderzoek naar onderwerpen waarvoor elders aanknopingspunten zijn gevonden, maar die binnen de reumatologie nog nooit zijn onderzocht. Het staat dan ook niet vast dat dit onderzoek iets zal opleveren. ‘Dat is dus onzeker, maar aan de andere kant leert de geschiedenis dat veel echte doorbraken in onderzoek vaak uit onverwachte hoek komen’, aldus Ridderbos. ‘In dit geval betreft het een totaal nieuwe kijk op de werking van B-afweercellen bij reumatoïde artritis, die misschien de weg naar een nieuwe behandeling zou kunnen banen’.

Niet wachten met de behandeling van scheelzien

19 Juli 2010 Geen reacties »

101 vragen over scheelzien een handleiding voor oudersGrote kans op een lui oog
Scheelzien komt bij 3- 4% van de bevolking voor en is niet alleen een cosmetisch probleem. Kinderen die scheel kijken kunnen slechter gaan zien en een lui oog ontwikkelen. Als scheelzien op latere leeftijd ontstaat, kan dit klachten geven als dubbelzien en hoofdpijn. Hoe eerder het scheelzien behandeld wordt, des te beter zijn de te verwachten resultaten voor het zien met beide ogen. Omdat er veel vragen zijn over scheelzien hebben de orthoptisten van de afdeling oogheelkunde van VU medisch centrum en 3M Nederland BV een boekje uitgegeven: ’101 vragen over scheelzien, een handleiding voor ouders’.

Wat is scheelzien, hoe ontstaat het en wat is het verschil met een lui oog? Is het te opereren of verdwijnt het vanzelf? En veroorzaakt scheelzien problemen bij lezen en schrijven? Dit zijn slechts enkele van de 101 vragen die in het boekje worden behandeld. De orthoptisten van VU medisch centrum behandelen kinderen (en ook ouderen) die scheelzien of een lui oog hebben. Orthoptist Amber Bakels: “Ouders hebben veel vragen bij de diagnose en behandeling van scheelzien. Wij wilden de ouders een handleiding geven zodat ze het beter begrijpen. De hoeveelheid informatie die patiënten op een spreekuur krijgen is vaak veel en overweldigend. Dit naslagwerk geeft de mogelijkheid om er thuis rustig over te lezen. Wellicht ook om andere ouders te helpen, want bij twijfel over de oogstand of de gezichtsscherpte van een kind is het belangrijk om op korte termijn een orthoptist te raadplegen. Over het algemeen geldt namelijk: hoe eerder de behandeling start, hoe beter de resultaten”.

Het boekje 101 vragen over scheelzien is voor 7 euro te koop bij de boekhandel: ISBN 978-90-72837-04-2 of bij 3M Nederland BV, via telefoonnummer 071 – 5 450 489.
[vumc]

Nachtelijke hypo komt vaak voor bij diabetes type 1

19 Juli 2010 Geen reacties »

diabetesVolwassenen en kinderen met diabetes type 1 hebben gemiddeld zo’n twee keer per maand een hypo ’s nachts. De hypo’s kunnen tot wel twee uur lang duren. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek met een continue glucosemeter.

Om de bloedsuiker laag te houden, is de behandeling met insuline vaak intensief. Het nadeel is een grotere kans op een te lage bloedsuikerspiegel: een hypo. Dat kan ook ’s nachts gebeuren, wat vervelend is want je merkt het meestal niet. Hoe vaak dat eigenlijk voorkomt, was niet goed bekend. Nu is dat onderzocht, door de Amerikaanse organisatie JDRF.

Aan het onderzoek deden een jaar lang 176 mensen met diabetes type 1 mee. Hun leeftijd liep uiteen van 8 tot 72 jaar. De meesten gebruikten een insulinepomp, maar een aantal mensen insuline-injecties. Ze gebruikten voor het onderzoek regelmatig ’s nachts een continue glucosemeter. Die meet voortdurend de bloedsuiker en onthoudt de gegevens.

Na een jaar berekenden de onderzoekers dat mensen met diabetes type 1 gemiddeld in 7,4 procent van de nachten een hypo hebben (sensormeting onder de 3,3 mmol/l). Dat is ongeveer twee keer per maand. De hypo’s duurden een uur tot twee uur. Er waren nauwelijks verschillen in leeftijd of manier van insuline toedienen.

Belangrijke oorzaken van nachtelijke hypo’s zijn:

  • een vertraagde verlaging van de bloedsuiker na sporten eind van de middag of begin van de avond;
  • tijdens de slaap kan het regelmechanisme met hormonen tegen een hypo verstoord zijn;
  • ’s avonds niets meer gegeten voor het slapengaan.

[Diabetes Care, Diabetesfonds]

Geen diabetes, obesitas, hoog cholesterol en hoge bloeddruk door injectie

18 Juli 2010 Geen reacties »

overgewichtEén enkele injectie die vier van de grootste gezondheidsproblemen; hoge cholesterol, obesitas, diabetes en hoge bloeddruk. Ongeloofwaardig? Maar toch is het over drie jaar misschien wel werkelijkheid, aldus diverse kranten.

De injectie met liraglutide lijkt op een darmhormoon waarmee we onze eetlust regelen. Daardoor denken de hersenen dat we vol zitten, hoewel we twintig procent minder eten. Proefpersonen die het medicijn zes maanden gebruikten, waren gemiddeld tien kilo kwijtgeraakt. Dat is twee keer beter dan bestaande medicijnen.

De Britse wetenschappers testten liraglutide op 550 mannen en vrouwen met met obesitas, extreme zwaarlijvigheid. Sommigen namen de stof dagelijks, anderen namen een placebo of orlistat, de ‘standaard’-behandeling bij obesitas in Groot-Brittannië. In zes maanden verloren de mensen die het nieuwe medicijn kregen tien kilo en dat bleef zo als ze het medicijn de achttien maanden daarna bleven gebruiken. De mensen die het oude medicijn gebruikten kwamen juist weer aan.

De bloeddruk daalde zoveel dat er geen andere medicijnen tegen hoge bloeddruk meer genomen hoefden te worden. Het cholesterolgehalte van het bloed verbeterde. De suikerhuishouding van het bloed verbeterde: diabetes werd voorkomen of afgeremd.

Het is nog niet duidelijk wat er gebeurt als het medicijn niet meer gebruikt wordt. “We weten alleen absoluut zeker dat als je stopt met een medicijn en de effecten zijn verdwenen het gewicht weer begint toe te nemen,” zegt Mike Lean van de Glasgow University, één van de deelnemers aan het onderzoek, in de Daily Mail.

Het medicijn zal op zijn vroegst over drie jaar op de markt komen en per jaar zo’n 1.200 euro kosten.

Gebruikersvriendelijkheid websites ziekenhuizen kan beter

18 Juli 2010 Geen reacties »

zorgverlenerHoewel websitebezoekers positief oordelen over de vindbaarheid van informatie op de websites van de ziekenhuizen hebben lang niet alle ziekenhuizen hun homepage optimaal ingericht op de wensen van de bezoeker. Uit een rondgang langs de homepages van de Nederlandse ziekenhuizen blijkt dat een aantal ziekenhuizen de omslag van aanbodgericht naar vraag- of patiëntgericht nog niet ingezet heeft op de eigen website.

Dit is de belangrijkste conclusie van een onderzoek van BuningAdvies naar de samenstelling en gebruiksvriendelijkheid van de homepage van de 92 Nederlandse ziekenhuizen.

Met behulp van een inhoudsanalyse van de homepages is onderzocht wat de Nederlandse ziekenhuizen zoal op hun homepage plaatsen en in hoeverre er op de homepage gebruik gemaakt wordt van interactieve- of Web2.0 toepassingen.

Tegelijkertijd heeft BuningAdvies een publieksonderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 1.000 Nederlanders om te achterhalen wat Nederlanders belangrijk vinden om tegen te komen op de homepage van een ziekenhuiswebsite. Aldus kunnen de bevindingen van de inhoudsanalyse in perspectief geplaatst worden.

Omdat er weinig bekend is over het aantal bezoekers aan websites van Nederlandse ziekenhuizen en hoe de vindbaarheid van informatie op deze websites wordt beoordeeld, zijn deze onderwerpen ook meegenomen in het publieksonderzoek.

Edouard Buning van BuningAdvies: “In een tijd dat steeds meer communicatie van organisaties via websites verloopt en de homepage meestal het eerste contactmoment is, moeten organisaties hun homepage optimaal afstemmen op de behoeften en verwachtingen van hun websitebezoekers. Als sitebezoekers informatie niet gemakkelijk kunnen vinden, kunnen zij met één klik bij een concurrerende website uitkomen.

Dat geldt ook voor ziekenhuizen. Dit onderzoek geeft inzicht in de stand van zaken en laat zien waar het ene ziekenhuis meer rekening heeft gehouden met de wensen van de bezoekers van de website dan het andere ziekenhuis.

Web 2.0 toepassingen
Op 24% van de homepages is het mogelijk om online een kaart of een e-card naar een patiënt te versturen en op 22% van de homepages kan er online een afspraak gemaakt worden voor een aantal afdelingen van het ziekenhuis. Op een klein aantal homepages staat een link naar een babycam-applicatie (5%) en twee van de onderzochte ziekenhuizen, het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis (Woerden) en het Rode Kruis Ziekenhuis (Beverwijk), bieden op de homepage de mogelijkheid aan om bloemen te sturen naar een patiënt die in het ziekenhuis ligt.

Deze cijfers geven duidelijk aan dat het gebruik van interactieve toepassingen op de homepage van een ziekenhuiswebsite nog in de kinderschoenen staat.

Overeenkomsten en verschillen tussen de inhoudsanalyse en het publieksonderzoek

Voor 7 van de 15 onderwerpen geldt dat ze op méér dan de helft van de homepages van de ziekenhuizen voorkomen en dat méér dan de helft van de ondervraagden ook vindt dat zij op de homepage thuishoren.

Dit geldt voor de onderwerpen:

  • de telefoonnummer(s) van het ziekenhuis
  • een zoekfunctie
  • informatie over de bezoektijden
  • een e-mailadres of formulier voor contact
  • een lijst met de specialismen van het ziekenhuis
  • de routebeschrijving naar het ziekenhuis
  • de mogelijkheid om de lettergrootte aan te passen

Voor de wachttijden per specialisme geldt dat de wens van het publiek min of meer overeen komt met de frequentie waarmee dit onderwerp voorkomt op de homepages. Dat ligt anders bij de mogelijkheid om online afspraken te maken: 57% van de ondervraagden wil deze mogelijkheid zien op de homepage, terwijl dit maar op 22% van de homepages mogelijk is.

Een link naar de telefoonnummers van het ziekenhuis, informatie over de bezoektijden en een overzicht van de specialismen van het ziekenhuis gelden als een must have; nu ontbreekt deze informatie op 30% – 50% van de homepages. De aanpassingen die nodig zijn om (een link naar) de telefoonnummers, informatie over de bezoektijden of een overzicht van de specialismen een plaats te geven op de homepage van de website zijn relatief eenvoudig te noemen.

De inhoudsanalyse laat zien dat de mogelijkheid om online afspraken te maken op slechts 22% van de homepages vermeld wordt, uit het publieksonderzoek komt naar voren dat (een link naar) een online afsprakenmodule zeer gewenst is. Het ligt voor de hand dat de Nederlandse ziekenhuizen dit onderwerp een hogere prioriteit gaan geven, gegeven het feit dat 57% van het publiek vindt dat een website van een ziekenhuis deze mogelijkheid moet bieden.

Een online afsprakenmodule op de website vergroot de keuzevrijheid voor de consument om op elk gewenst moment van de dag een afspraak te kunnen maken. Voor het ziekenhuis betekent deze mogelijkheid om online een afspraak te kunnen maken een besparing in termen van werkdruk bij het afsprakenbureau of bij de polikliniek die zeker opweegt tegen de kosten van het opzetten van een nieuw systeem. Voor de patiënten die liever met een medewerker van het ziekenhuis een afspraak willen maken of voor patiënten die niet goed overweg kunnen met een computer verandert er niets, zij kunnen telefonisch een afspraak (blijven) maken.

Een gefaseerde invoering van de online afsprakenmodule is het devies. Ook bij de ziekenhuizen die deze functionaliteit al aanbieden, kan op dit moment niet voor alle specialismen online een afspraak gemaakt worden.

Recent bezoek aan een website van een ziekenhuis
45% van de ondervraagden heeft in de afgelopen zes maanden de website van een ziekenhuis bezocht. Omgerekend naar absolute aantallen gaat het om ruim 5 miljoen bezoekers in een tijdsbestek van 6 maanden op 92 websites.

Zes van de tien bezoekers hebben de website van het ziekenhuis bezocht als (toekomstig) patiënt, drie van de tien bezoekers hebben de website bezocht vanwege een (aanstaand) bezoek aan een patiënt in het ziekenhuis. 4% van de bezoekers is zelf werkzaam in het ziekenhuis en 7% is op zoek naar werk.

14% kwam om overige redenen naar de website van het ziekenhuis, bijvoorbeeld als ouder of familielid van een patiënt, als huisarts of vanuit een andere medische belangstelling.

De belangrijkste redenen om naar de website van het ziekenhuis te gaan waren:

  • Informatie zoeken over een bepaalde aandoening of ingreep 17%
  • Bezoektijden opzoeken 17%
  • Informatie zoeken over een arts of specialist 14%
  • Adres / telefoonnummer van het ziekenhuis opzoeken 14%

80% van de bezoekers van een ziekenhuiswebsite geeft aan dat zij op de website datgene gevonden hebben waarnaar zij op zoek waren, 16% heeft gedeeltelijk gevonden waarnaar zij op zoek waren en 4% heeft op de website het gezochte niet kunnen vinden.

De ondervraagden die maar gedeeltelijk konden vinden wat zij zochten op de website van het ziekenhuis (16% van het totaal) hebben naar verhouding vaker gezocht naar informatie over een aandoening of ingreep, algemene informatie over het ziekenhuis of informatie over werk en vacatures.

De ondervraagden die niet konden vinden wat zij zochten op de website van het ziekenhuis (4% van het totaal) zochten naar verhouding vaker naar informatie over een specialist of arts.

De bezoekers geven aan de website die zij bezocht hebben gemiddeld genomen een 7,4 als rapportcijfer.

Onderzoeksverantwoording

  • publieksonderzoek

Tussen 15 en 20 april 2010 heeft BuningAdvies online een publieksonderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van 1.000 Nederlanders van 18 jaar of ouder.

De ondervraagden hebben een lijst met 15 onderdelen voorgelegd gekregen met de vraag of men van mening is dat het onderdeel zeker wel of zeker niet op de homepage van een ziekenhuis thuishoort. Er kon ook aangeven worden dat het onderdeel wel op de homepage mag staan, maar dat het niet per sé nodig is. Om volgorde effecten te voorkomen is de lijst met 15 onderwerpen telkens in een andere volgorde voorgelegd aan de ondervraagden.

Het tweede deel van het onderzoek ging over recente ervaringen van de ondervraagden met ziekenhuiswebsites.

  • inhoudsanalyse

Alle homepages van de 92 Nederlandse ziekenhuizen zijn geanalyseerd met een inhoudsanalyse. Een inhoudsanalyse is een onderzoekstechniek om de inhoud van communicatie op een objectieve, systematische en kwantitatieve manier te beschrijven.

Omdat websites dynamisch zijn, kunnen zij van dag tot dag veranderen. Dat geldt niet alleen voor het actuele nieuws of de agenda op een website, maar ook voor het toevoegen of verwijderen van onderdelen. De inhoudsanalyse is uitgevoerd in de periode 23 – 29 maart 2010.

Over BuningAdvies
BuningAdvies is een adviesbureau op het gebied van marktonderzoek, marketing en communicatie. Kijk voor meer informatie over BuningAdvies op http://www.buningadvies.nl.

Galapagos gaat pijnstiller tegen diabetes ontwikkelen

18 Juli 2010 Geen reacties »

MedicijnenBiotechbedrijf Galapagos gaat een nieuwe samenwerking aan met de universiteit van Bristol voor de medicijnontwikkeling voor pijn bij diabetes. Galapagos en de universiteit gaan een pijnstiller uitdokteren dat gebaseerd is op het eiwit galanine.

De totale waarde van het contract rondom de pijnstiller tegen diabetes kan voor Galapagos oplopen tot meer dan 3,3 miljoen euro over de komende twee jaar, aldus het bedrijf vrijdag.

Gemak is belangrijkste factor bij anticonceptie

17 Juli 2010 Geen reacties »

anticonceptiepilGemak is voor het grootste deel van de Nederlandse vrouwen de belangrijkste keuzefactor bij het kiezen van anticonceptie. Dit blijkt uit onderzoek van Peil.nl onder ruim duizend vrouwen tot 40 jaar.
Vrouwen gaan voor advies over anticonceptie het liefst eerst naar de huisarts (62%). Vooral in de zomer wordt er een nieuwe anticonceptiemethode overwogen. De pil nog steeds de populairste methode, 45% van de vrouwen tot veertig jaar gebruikt hem. 8% gebruikt een spiraal en 7% kiest voor een condoom. 6% gebruikt de anticonceptiering.

Vrouwen van 18 tot 30 jaar kiezen het vaakst voor de anticonceptiering. Ruim een kwart van de vrouwen zegt zich helemaal niet bewust bezig te houden met de vraag welke anticonceptiemethode het beste bij haar past.

Hoogopgeleiden daarentegen wel, die zijn meer bezig met switchen. 4% zegt meer dan vijf verschillende manieren van anticonceptie te hebben gebruikt.

Nieuw geneesmiddel voor ernstige nierziekte

17 Juli 2010 Geen reacties »

nierenOp 15 juli 2010 verscheen in het prestigieuze tijdschrift de New England Journal of Medicine een studie naar een nieuw geneesmiddel voor een ernstige nierziekte, veroorzaakt door bloedvatontsteking. In deze studie, die door de National Health Service Foundation (UK) gesponsord werd, werden patiënten met bloedvatontsteking behandeld met het middel Rituximab, met zeer goed resultaat.

Het middel werd vergeleken met de standaardbehandeling voor deze ziekte, te weten Cyclofosfamide. Cyclofosfamide is een celremmer (cytostaticum) die vooral voor kwaadaardige aandoeningen gebruikt wordt. Dit middel is gebleken erg effectief te zijn voor bloedvatontsteking, maar de behandeling van deze ziekte gaat gepaard met zeer ernstige bijwerkingen, in de zin van ernstige infecties en bij langdurig gebruik het optreden van kwaadaardige aandoeningen zoals blaaskanker.

Het nieuwe middel, Rituximab, is een middel die dit soort bijwerkingen niet geeft. Rituximab behoort tot de biologicals. Biologicals zijn geneesmiddelen die met de allernieuwste technieken gemaakt worden en die in tegenstelling tot de oudere geneesmiddelen heel selectief een bepaald eiwit of cel kunnen uitschakelen. In het geval van Rituximab worden de B-cellen uitgeschakeld. B-cellen zijn cellen van het afweersysteem die bij bloedvatontsteking een zeer belangrijke rol spelen. Uit onderzoek van de groep van Cohen Tervaert in Maastricht is gedurende de afgelopen 25 jaar hard gewerkt om de rol van deze cellen te ontrafelen bij het ontstaan van de ziekte. Uit dit onderzoek is gebleken dat deze cel zeer belangrijk is. Vandaar dat een grote internationale studie naar Rituximab gedaan is waar, behalve de onderzoekers van de Klinische Immunologie uit Maastricht, ook onderzoekers uit Engeland, Zweden, Tsjechië en Australië hebben meegedaan.

In de studie werd aangetoond dat cyclofosfamide grotendeels vermeden kon worden door vier injecties met Rituximab toe te dienen. In de studie werd aangetoond dat Rituximab net zo effectief is als cyclofosfamide infusies in het bestrijden van de ziekte. Dit is een belangrijke doorbraak voor een zeer ernstige aandoening, die als hij niet op tijd behandeld wordt, vaak tot nierfalen leidt, waarvoor dan kunstnierbehandeling en/of niertransplantatie noodzakelijk is.

Het nieuwe geneesmiddel heeft echter een belangrijk nadeel. Het behoort tot de zogenaamde dure geneesmiddelen en vergoeding voor dit geneesmiddel is nog niet geregeld in Nederland.