Meer operaties in dagopname en meer kijkoperaties

9 Maart 2010 Geen reacties »

zorgverlenerHet aantal operaties dat in dagopname is verricht, is in de periode 1995 – 2007 sterk toegenomen. Daarnaast worden steeds meer operaties via een kijkoperatie uitgevoerd.

Meeste operaties in dagopname
In 2007 zijn er 1,3 miljoen operaties in dagopname of klinische opname uitgevoerd in Nederlandse ziekenhuizen. Dat zijn er 0,3 miljoen meer dan in 1995. Opvallend daarbij is dat het aantal operaties in klinische opname per 10 duizend inwoners in deze periode licht daalde (van 445 naar 388 operaties), terwijl het aantal operaties in dagopname per 10 duizend inwoners fors steeg (van 238 tot 395).

In 2007 zijn er voor het eerst meer operaties in dagopname uitgevoerd dan in klinische opname. Specifieke operaties zoals staar- en spataderoperaties werden al in 1997 meer in dagopname uitgevoerd dan in een opname met overnachting.

Steeds meer kijkoperaties
Een andere trend is dat steeds meer operaties via een kijkoperatie worden uitgevoerd, in plaats van de klassieke ‘open’ methode . Dit geldt bijvoorbeeld voor operaties aan galblaas, dikke en blindedarm en voor liesbreukoperaties. Zo is bij blindedarmverwijderingen het totale aantal operaties gelijk gebleven, maar steeg het aandeel dat via een kijkoperatie plaatsvond van 7 procent in 2000 naar 34 procent in 2007.

Laatste jaren ook meer kijkoperaties bij dikkedarm- en liesbreukoperaties
Bij dikkedarm- en liesbreukoperaties is het aantal kijkoperaties pas vanaf 2002 of 2003 toegenomen. Bij operaties aan de galblaas was dit al langer een veel gebruikte techniek. De blindedarm- en dikkedarmoperaties vonden vrijwel uitsluitend in klinische opname plaats, de galblaas- en liesbreukoperaties voor het grootste deel ook.

In totaal ondergingen 8 op de 10 duizend inwoners een dikkedarmoperatie, 15 op de 10 duizend een galblaasoperatie en 18 op de 10 duizend inwoners een liesbreukoperatie in 2007.
[CBS]

Mogelijk landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker

9 Maart 2010 Geen reacties »

DarmenDe kans is groot dat nog vanaf dit jaar Nederlanders tussen 55 en 75 jaar te maken krijgen met een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Een commissie van de Gezondheidsraad bracht afgelopen november een positief advies uit aan minister Ab Klink.

Leidraad
In de regio Rijnmond is in samenwerking met het Erasmus MC afgelopen maand een nieuwe fase van een proef-bevolkingsonderzoek darmkanker van start gegaan. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan wat de mogelijkheden zijn voor een landelijk darmkanker screeningsprogramma, om zo de overlevingskansen van patiënten te vergroten. De bevindingen van het vorige onderzoek vormden een leidraad in het advies van de Gezondheidsraad aan de minister.

Vroeg stadium
Darmkanker is de op één na meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Elk jaar zijn er 10.000 nieuwe gevallen en er overlijden ruim 4.500 mensen aan deze ziekte. Door middel van een bevolkingsonderzoek kan darmkanker in een vroeg stadium worden ontdekt, wat de kans op genezing sterk verbeterd. Ook kunnen goedaardige voorlopers van darmkanker worden ontdekt en verwijderd voordat ze kwaadaardig ontaarden.

Augustijn
Het kwartaaltijdschrift Augustijn, van de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC, bevat een artikel over dit onderwerp, waarin  een aantal deskundigen hun visie geven.
[Erasmus MC]

58 procent van mensen met depressieve klachten zoekt geen professionele hulp

8 Maart 2010 Geen reacties »

Zorgverzekeraar CZUit een onderzoek van zorgverzekeraar CZ onder ruim 5000 Nederlanders blijkt dat van alle mensen die hun depressieve klachten erkennen 42 procent in behandeling is en 58 procent niet. Tien procent van de mensen met depressieve klachten die niet in behandeling is, doet dit niet omdat men denkt dat het te duur is. Negen procent van de mensen met depressieve klachten die geen hulp zoekt, dúrft niet.

Het onderzoek werd gehouden onder Nederlanders van 18 jaar en ouder en uitgevoerd door onderzoeksbureau Intomart GfK. CZ en Intomart GfK stelden in hun onderzoek ook vast dat 12 procent van de mensen met depressieve klachten die niet in behandeling is, aangeeft dit niet te willen vanwege slechte ervaringen. ‘Geen tijd’ is voor 12 procent reden geen hulp te zoeken. Meer dan de helft van de mensen met depressieve klachten die geen hulp zoekt, hoopt er zelf bovenop te komen.

Ruim 35.000 mensen vulden CZ depri-test in
Zorgverzekeraar CZ nam het initiatief tot het CZ Depressie-onderzoek 2010 vooral om een betere indruk te krijgen van de hulp die mensen met een depressie al dan niet zoeken en om een beeld te krijgen waaraan men behoefte heeft als men niet lekker in zijn vel zit. CZ hield in 2009 al een dergelijk onderzoek waaruit toen bleek dat bijna vijftien procent van de Nederlanders depressieve klachten heeft. Het hebben van een milde depressie is nogal eens een verborgen probleem waarbij men dan vaak ook geen hulp zoekt en krijgt. CZ startte vorig jaar met een aantal diensten om mensen met depressieve klachten te ondersteunen.

Zo kun je op de website van CZ (www.cz.nl/depressie) online-deskundigen raadplegen, bijvoorbeeld een psycholoog, informatie vinden over de symptomen van een depressie en wat je er zelf aan kunt doen en kun je er gratis een zogenoemde CZ depri-test doen om vast te stellen of je wellicht last hebt van een dipje of dat er mogelijk sprake is van een (milde) depressie. Afgelopen jaar hebben zo’n 35.000 bezoekers de test op de website van CZ al gedaan. Afhankelijk van de uitkomst krijgt de invuller tips en adviezen op maat. Het gaat om een medisch betrouwbare test, die is opgesteld met de HSK groep in Arnhem, een toonaangevende instelling op het gebied van psychische zorg.

Honderd jongeren doen soa-test in Zeg ‘ns SOAAA!

8 Maart 2010 Geen reacties »

condoomHonderd jongeren laten zich testen op een soa in Zeg ‘ns SOAAA!. Ook presentatoren Harm Edens en Evelien Bosch moeten eraan geloven: hebben ze een seksueel overdraagbare aandoening of zijn ze clean?

Per jaar lopen in ons land naar schatting ruim 100.000 mensen een soa op. Vooral jongeren lopen een groot risico op bijvoorbeeld chlamydia en herpes omdat ze veel kortdurende relaties hebben en lang niet altijd een condoom gebruiken. De NCRV wil als maatschappelijk betrokken organisatie dit probleem extra onder de aandacht brengen.

De tests vinden plaats bij de GGD in Amsterdam. Hier horen we waarom de jongeren meedoen en hoe hun seksleven is. Een week later komen ze terug en krijgen ze de uitslag. Gaat die iets veranderen aan hun gedrag?

Verder helpt huisarts en soa-deskundige Jan van Bergen, verbonden aan Soa Aids Nederland, fabeltjes omtrent soa’s de wereld uit. Want nog steeds zijn er mensen die denken dat de pil beschermt tegen een soa of dat even douchen afdoende is om niets op te lopen.

Zeg ‘ns SOAAA!
Woensdag 10 maart 2010
20.30 uur, Nederland 3

Nieuwe doorbraak in diabetesbestrijding

8 Maart 2010 Geen reacties »

diabetes insulineHet eiwit TRPM5 speelt bij de vrijzetting van insuline een rol ontdekten onderzoekers, wat een doorbraak kan betekenen in de bestrijding van diabetes. Ze stelden bij muizen vast dat een defecte werking van dit gen de vrijzetting van insuline vermindert wat gepaard gaat met een hogere bloedsuikerspiegel. Het komt er volgens de onderzoekers op aan geneesmiddelen te ontwikkelen die de activiteit van TRPM5 verhogen.

Insuline
Het hormoon insuline wordt aangemaakt door de zogeheten bétacellen in de pancreas. Dit wordt afgescheiden in de bloedbaan als we eten, een proces dat het bloedsuikergehalte binnen normale grenzen houdt. Een verhoogde bloedsuikerspiegel is een ernstige risicofactor voor het ontwikkelen van type 2 diabetes. Dit laatste gaat gepaard met een verhoogd overlijdensrisico door hart- en vaatlijden en een hoger risico op blindheid en nieraantasting.

Minder insuline
Onderzoekers van het Laboratorium voor Ionenkanaalonderzoek en de Gen Expressie Eenheid van het Departement Moleculaire Celbiologie van de K.U.Leuven ontdekten dat muizen met een defect TRPM5-gen minder insuline vrijzetten als ze gevoed worden en een hogere bloedsuikerspiegel hebben vergeleken met controlemuizen.

Deze onderzoeksresultaten, die een doorbraak kunnen betekenen in de bestrijding van diabetes, werden zopas gepubliceerd in het vaktijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.
[hln.be]

Symposium over slaap en slapeloosheid: Sleep(less) in Leiden

8 Maart 2010 Geen reacties »

Symposium over slaap en slapeloosheid: Sleep(less) in Leiden10.000 zenuwcellen in het brein zorgen ervoor dat we elke ochtend wakker worden en ’s avonds gaan slapen. Wat als deze biologische klok niet goed meer werkt? Op 18 maart organiseert het LIBC een symposium met de nieuwste wetenschappelijke inzichten over slaap en slapeloosheid.

Biologische klok
‘Het begon als een fundamenteel onderzoek, met een niet-klinische vraagstelling. Inmiddels is het uitgegroeid tot één van de meest succesvolle medische onderzoeksgebieden.’ Neurofysioloog prof.dr. Joke Meijer (LUMC) boekte de afgelopen jaren grote vorderingen in het doorgronden van de biologische klok. Daardoor werd ook steeds duidelijker hoe je die klok kunt bijsturen. Bijvoorbeeld als mensen ouder worden en hun klok sleets begint te raken. Meijer is een van de sprekers op het symposium ‘Sleep(less) in Leiden’, georganiseerd door het interdisciplinaire Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC).

Pacemaker in het brein
Ons natuurlijke slaap- en waakritme hebben we te danken aan wat Meijer een ‘circadiane pacemaker’ noemt: een klein orgaan in de hersenen dat ons lichaam ’s nachts in rust brengt en overdag actief maakt. Individuele zenuwcellen in dat orgaan zijn genetisch uitgerust om een slaap- en waakritme te produceren. Het mechanisme is in de basis heel eenvoudig, legt Meijer uit. ‘De genen in de celkern produceren eiwitten die vrijkomen in het cytoplasma van de cel. Als de eiwitconcentratie een bepaald niveau heeft bereikt, gaan de eiwitten verbindingen vormen en worden ze teruggesluisd in de celkern. Vervolgens remmen ze de expressie van de genen, waardoor de eiwitproductie daalt. Maar bij een bepaald minimum worden de genen weer actief. Deze schommelingen duren al met al ongeveer 24,5 uur.’

Neurofysioloog prof.dr. Joke Meijer onderzoekt de werking van de biologische klok in het menselijke brein.

Licht
24,5 uur? Loopt onze biologische klok dan niet voortdurend achter op onze omgeving? Meijer: ‘Zonder correctie van buitenaf wel. Onze klok moet elke dag een beetje versneld worden en dat gebeurt op basis van licht. Er loopt een verbinding vanaf onze ogen de hersenen in, direct naar de biologische klok. Licht van buiten kan de klok daardoor enigszins bijregelen. Als je ’s ochtends de gordijnen opendoet en er voldoende licht op je netvlies valt, dan wordt er een chemisch stofje afgegeven in de biologische klok. Dat versnelt de schommelingen die de biologische klok produceert.’

Weekend
Zonder externe bijsturing zou onze biologische klok steeds verder uit de pas gaan lopen met onze omgeving. ‘Dat merk je in het weekend wanneer je je eigen gang kunt gaan en de gordijnen wat langer gesloten blijven,’ zegt Meijer. Vooral rond hun 20e zijn mensen geneigd om langer uit te slapen. Ook dat heeft een neurofysiologische verklaring. ‘De biologische klok van adolescenten heeft van nature een aantoonbaar langere omlooptijd. Adolescenten hebben daarom een sterke neiging om later naar bed te gaan en later op te staan.’

Neurale netwerken
De biologische klok moet niet alleen synchroon lopen met de omgevingsklok, de wijzers van de 10.000 individuele klokcellen moeten ook dezelfde kant opwijzen. Meijer: ‘Tot tien jaar geleden werd gedacht dat 24-uurs ritmen vooral bepaald worden door de moleculaire klok, het genetisch bepaalde vermogen van individuele cellen om ritmes te produceren. Door elektrofysiologisch onderzoek zijn we erachter gekomen dat dit een veel te eenvoudige voorstelling van zaken is. Het is cruciaal dat de klokcellen onderling goed met elkaar communiceren. Individuele celmechanismen verklaren de productie van heel basale ritmes, maar vervolgens moeten netwerken van zenuwcellen ervoor zorgen dat de klok als adaptief systeem gaat functioneren. Neurale netwerken zorgen ervoor dat de klokcellen onderling met elkaar in de pas lopen en dat ze als geheel in de pas lopen met de buitenwereld.’

Ouderen
Het zijn precies die neurale netwerken die minder goed gaan functioneren als mensen ouder worden. Ouderen slapen ’s nachts minder goed en zijn overdag minder wakker. Dat heeft alles te maken met de werking van hun biologische klok, ontdekte Meijer. ‘We hebben aanwijzingen dat het ritmeproducerende mechanisme in zenuwcellen bij ouderen nog wel intact is, maar dat de cellen onderling niet meer zo goed communiceren. Daardoor neemt de impuls om overdag wakker te zijn af, en wordt ook de impuls om ’s nachts te slapen minder. Het ritme van de biologische klok vlakt af.’

Het ritme van de biologische klok vlakt af naarmate we ouder worden. Daardoor slapen ouderen ’s nachts minder goed en zijn ze overdag minder wakker.

Fysieke activiteit
Het zijn inzichten die steeds beter toepasbaar zijn op de slaap- en waakproblemen van ouderen. ‘Door de vergrijzing van Nederland een heel belangrijk onderwerp,’ vindt Meijer. Haar collega prof.dr. Eus van Someren, sinds november 2009 als slaaponderzoeker verbonden aan het LUMC en het LIBC, heeft aangetoond dat een goede verlichting de slaapkwaliteit van ouderen in bejaardentehuizen kan verbeteren. Meijer onderzoekt nu of fysieke activiteit hun slaap- en waakritme verder kan verbeteren. ‘Ons onderzoek wijst erop dat fysieke activiteit, net als licht, de werking van de neurale netwerken in de biologische klok beïnvloedt.’

Slaap en dromen
Meijer presenteert haar laatste bevindingen tijdens het symposium op 18 maart. Ook Eus van Someren verzorgt een bijdrage; hij spreekt over veroudering, dementie en slapeloosheid. Wie zich afvraagt waarom we eigenlijk slaap nodig hebben, krijgt een antwoord van de Duitse gastspreker Jan Born. Hij laat zien hoe slaap ons geheugen bevordert door herinneringen te consolideren in het brein. En dromen, wat is daar het nut van? De Amerikaanse Tracey Kahan maakt duidelijk wat dromen ons vertellen over de werking van de wakkere geest. De Leidse psycholoog prof.dr. Bernhard Hommel besluit dit tweede LIBC-symposium, net als de eerste editie vorig jaar, met ‘overpeinzingen van een scepticus’. Genoeg reden om tot het einde wakker en alert te blijven.

Sleep(less) in Leiden
Donderdag 18 maart 2010, 9.30-17.00 uur
Deelname kost € 30 (inclusief lunch en koffie/thee)

Meer informatie en het online aanmeldformulier vindt u op de website van Universiteit Leiden.

Kan DNA-test geschikt dieet voorspellen?

7 Maart 2010 Geen reacties »

overgewichtVia een eenvoudige dna-test kan binnenkort voor eens en voor altijd bepaald worden of je het snelst kilo’s kwijtraakt met een vetarm dan wel een koolhydraatarm dieet. Uit een onderzoek van Amerikaanse dieetspecialisten bleek dat vrouwen die een dieet volgden dat aangepast was aan hun genetische kenmerken, twee tot drie keer zo snel gewicht verloren.

In het onderzoek werd bekeken of de genetische verschillen met betrekking tot voeding ook een impact hadden op hoe iemand reageert op verschillende soorten diëten. Ze onderzochten daarom het dna van 101 vrouwen, allemaal van Kaukasische afkomst maar tot drie verschillende genetische groepen behorend. Ze kregen allemaal verschillende diëten.

De resultaten na twaalf maanden waren opvallend. De vrouwen die een dieet volgden dat bij hun genotype paste, verloren in één jaar tijd twee- tot driemaal zoveel kilo’s als de vrouwen die het ‘verkeerde’ dieet volgden. De onderzoekers zeggen dat veel diepgaandere research nodig is vooraleer de resultaten van hun werk op grote schaal kunnen worden toegepast.

Twintig procent kinderen ontevreden met zichzelf

7 Maart 2010 Geen reacties »

obesitas kind overgewichtEen op de vijf kinderen is niet tevreden met zichzelf. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) dat donderdag is gepresenteerd.

Het gezondheidsinstituut liet bijna elfduizend kinderen van 4 tot 12 jaar oud een vragenlijst invullen. Een kwart gaf aan last te hebben van een allergie. Een op de zes heeft overgewicht. De meerderheid beweegt dan ook onvoldoende en eet te weinig fruit, aldus de resultaten.

Het NIGZ vindt dat de gezondheid van kinderen niet uit het oog mag worden verloren. Het instituut hield het onderzoek in samenwerking met onder meer de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid, het Astma Fonds en de Maag Lever Darm Stichting.

Opnieuw vaccinatie tegen baarmoederhalskanker

7 Maart 2010 Geen reacties »

baarmoederhalskankerHet Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) begint binnenkort opnieuw met het vaccineren van jonge meisjes tegen het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken (HPV). Deze maand krijgen alle tieners die vorig jaar 12 jaar werden, een uitnodiging. Het RIVM benadrukt dat het belangrijk is dat de meisjes worden ingeënt en dat het vaccin veilig is.

Vorig jaar mislukte de HPV-campagne. Nog niet de helft van alle opgeroepen meisjes kwam opdagen. Het RIVM weet de lage opkomst onder meer aan de ‘indianenverhalen’ die rondgingen over de inentingen. Het vaccin zou niet veilig zijn.

De kandidaten die zijn opgeroepen, krijgen in totaal drie prikken. De vaccinatie beschermt tegen twee varianten van HPV, die in totaal 70 procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker verooorzaken.

Klink wil Mexicaanse griep vaccins terugverkopen

7 Maart 2010 Geen reacties »

vaccinatie Mexicaanse griepMinister Ab Klink van Volksgezondheid wil overtollige vaccins tegen de Mexicaanse griep terugverkopen aan de bedrijven van wie ze zijn afgenomen, aldus berichtgeving in NRC Handelsblad.

Eerder liet Klink al weten de 19 miljoen teveel bestelde vaccins te willen verkopen aan andere landen. NRC Handelsblad meldt dat dit niet lukt, maar een woordvoerster van het ministerie wilde dat niet bevestigen. De zegsvrouw stelt dat er onderhandelingen lopen met de bedrijven Novartis en GlaxoSmithKline. Naar verwachting halverwege maart wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over hoe de verkoop vordert.

Klink had 34 miljoen doses van het vaccin ingekocht. Wegens het milde verkoop van de epidemie waren die niet allemaal nodig. Volgens NRC Handelsblad hebben de teveel bestelde vaccins Nederland 200 tot 300 miljoen euro gekost.

Video over Multiple Sclerose

7 Maart 2010 Geen reacties »

In aflevering 1 van Multiple Sclerose wordt met medewerking van neuroloog Dr. P.J.H. Jongen en Dr. C.P. Zwanikken, neuroloog bij het MS centrum Nijmegen uitgelegd wat MS precies is. Welke beloopsvormen bestaan er en hoe zijn deze te behandelen?

Wat is MS?
Multiple Sclerose (MS) is een aandoening van het centrale zenuwstelsel, het gedeelte van het zenuwstelsel dat wordt omgeven door de schedel en de wervelkolom. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen, de oogzenuwen en het ruggenmerg. In tegen stelling tot wat wel eens gedacht wordt is MS geen spierziekte.

In Nederland hebben ongeveer 16.000 mensen MS. Per jaar komen daar circa 350 – 450 nieuwe patiënten bij. De eerste ziekteverschijnselen openbaren zich meestal tussen het twintigste en veertigste levensjaar.

Bekijk de video over Multiple Sclerose:

Onderzoek naar Q-koorts bij zwangere vrouwen

6 Maart 2010 Geen reacties »

zwangere vrouwHet Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) start deze maand een groot onderzoek naar Q-koorts bij zwangere vrouwen. Het doel van het onderzoek is achterhalen of het standaard verrichten van bloedonderzoek op Q-koorts bij alle zwangeren vrouwen in risicogebieden voor Q-koorts zinvol is. Zwangere vrouwen in hoog risicogebieden, met name Noord-Brabant, krijgen de vraag of zij willen meedoen aan het onderzoek. Bij deze vrouwen wordt een buisje bloed afgenomen. Bij de helft van de groep wordt direct getest op Q-koorts, bij de andere helft wordt het afgenomen bloed na de bevalling getest. Alleen zo kan de meerwaarde van het bloedonderzoek worden bepaald. Daarnaast vullen de zwangeren online gegevens in over hun gezondheid. Eind 2010 worden de resultaten van het onderzoek verwacht.

Gevolgen van Q-koorts voor zwangere vrouwen
Q-koorts komt in Nederland het meest voor in Noord-Brabant, maar lijkt zich ook naar andere delen van het land te verspreiden. Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen. In Nederland zijn besmette melkgeiten en -schapen de bron van de ziekte bij mensen. De meeste mensen lopen Q-koorts op door het inademen van lucht waar de bacterie inzit, tijdens de lammerperiode van geiten en schapen. De ziekte werd in 2009 bij meer dan 2200 mensen vastgesteld. Het is nog niet bekend in hoeverre een infectie met de Q-koortsbacterie gevolgen heeft voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kind. Wel is bekend dat zwangere vrouwen vaak zelf geen klachten hebben van een infectie met de Q-koortsbacterie. De vraag is daarom of het zinvol is om bij zwangeren standaard bloedonderzoek te verrichten op Q-koorts. Het onderzoek van het UMCG zal dit duidelijk maken.

Behandeladvies
Tijdens het onderzoek staan 4.000 deelnemers een buisje bloed af. De ene helft van de bloedmonsters wordt niet direct getest op Q-koorts (controlegroep). Als de zwangere geen klachten van Q-koorts heeft, gebeurt er verder niets. De andere helft van de bloedmonsters wordt direct onderzocht (interventiegroep). Vrouwen bij wie dan een infectie met de Q-koortsbacterie wordt aangetoond, krijgen een behandeladvies van de gynaecoloog, zoals het slikken van een antibioticum. Bij de zwangeren zonder een infectie met de Q-koortsbacterie, gebeurt verder niets.
Alle zwangere vrouwen die meedoen aan het onderzoek wordt gevraagd een vragenlijst op internet in te vullen met vragen over hun gezondheid en over de zwangerschap. De deelnemende zwangeren en hun zorgverleners kunnen met vragen over het onderzoek en de Q-koorts terecht bij een team van experts.

Deelname
Vrouwen krijgen tussen maart en mei via hun verloskundige een uitnodiging om mee te doen aan het onderzoek in de groep (controle of interventie) waarvoor de verloskundigenpraktijk door de onderzoekers is geloot. Uiteraard besluiten zwangere vrouwen zelf of zij aan het onderzoek willen meedoen. Zij krijgen voor deelname aan het onderzoek geen vergoeding. Vrouwen die tussen de 12 en 32 weken zwanger zijn, kunnen meedoen aan het onderzoek.

De onderzoekers
Het onderzoek is een initiatief van het UMCG. Het UMCG werkt in dit onderzoek samen met het Jeroen Bosch Ziekenhuis uit ’s-Hertogenbosch, GGD Hart voor Brabant en het RIVM. Het onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw en is afgestemd met de KNOV, de beroepsvereniging van verloskundigen. De Medisch Ethische Toetsingscommissie van het UMCG heeft het onderzoek goedgekeurd. De resultaten van het onderzoek zijn bedoeld voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Voor meer informatie over het onderzoek: www.qkoortsonderzoek.nl/zwangerschap
[UMCG]

Nieuw perspectief voor medicijn tegen BSE en Alzheimer

6 Maart 2010 Geen reacties »

alzheimerOnderzoeker ontdekt hoe foutieve eiwitvouwing plaatsvindt
Nieuwe testen die onthullen hoe foutieve eiwitvouwing plaatsvindt, vormen een belangrijke ontdekking waarmee op termijn wellicht medicijnen ontwikkeld kunnen worden tegen prionziektes zoals de gekke koeienziekte (BSE) en de ziekte van Creutzfeldt-Jacob (CJD) of vergelijkbare eiwitstapelingsziekten zoals de ziekte van Alzheimer. Ronald Boshuizen ontwikkelde deze nieuwe testen. Op woensdag 10 maart promoveert hij op dit onderwerp aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Verkeerd vouwende eiwitten die vervolgens gaan stapelen, spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling hersenaandoeningen zoals de gekkekoeienziekte (BSE), de ziekte van Creutzfeldt-Jacob (CJD) of de ziekte van Alzheimer. Ronald Boshuizen ontwikkelde testen om inzicht te krijgen in de structuur van de gestapelde prioneiwitten. Met het verkregen inzicht heeft hij korte stukjes eiwit ontworpen waarmee de ongewenste stapeling gestopt kan worden.

Fout eiwit
Eiwitten zijn de bouwstenen en de regelaars van een biologisch systeem. Alle eiwitten hebben een specifieke vorm om hun taken te kunnen uitvoeren. In het ‘productieproces’ van eiwitten zijn er meerdere systemen die er voor zorgen dat ze de gewenste vorm aannemen. Soms gaat dat fout en kan een ziekte zich ontwikkelen. Prionen, de ziekteverwekkers van BSE en de ziekte van Creutzfeldt-Jacob, zijn foutief gevouwen versies van eiwitten die onder andere in het hersenweefsel voorkomen. Het eiwit in de verkeerd gevouwen vorm werkt als een mal die het goed gevouwen eiwit in de foutieve vorm dwingt. Het uiteindelijke resultaat is het afsterven van hersencellen.

Fundament
Op basis van Boshuizens bevindingen over hoe de foutieve vouwing van eiwitten plaatsvindt, kunnen medicijnen ontwikkeld worden die deze foutieve stapeling kunnen blokkeren. Een opmerkelijk resultaat is dat de foutieve vouwing eerst gestimuleerd moet worden, voordat de stapeling van de fout gevouwen eiwitten te remmen is met een daarvoor speciaal ontworpen stukje eiwit. Wanneer deze strategie van stimuleren en remmen om een prionziekte te stoppen klinisch effect heeft, kan zij wellicht ook toegepast worden bij andere aandoeningen die veroorzaakt worden door foutief vouwende eiwitten.

Promotie
Ronald Boshuizen promoveert op woensdag 10 maart, om 14.30 uur, in het Academiegebouw, Domplein 29 op zijn proefschrift The structural core of prion disease. Zijn promotoren zijn prof. dr. R.H. Meloen en prof. dr. P.J.M. Rottier. Copromotor is dr. J.P.M. Langedijk.
[UU]

Mexicaanse griep: 16.455 doden wereldwijd

6 Maart 2010 Geen reacties »

Mexicaanse griepIn totaal zijn er al minstens 16.445 mensen aan de Mexicaanse griep overleden. Dat maakte de Wereldgezondheidsorganisatie vrijdag bekend.

De Mexicaanse griep verloopt in de meeste gevallen mild, en is vergelijkbaar met de seizoensgriep. Iemand met Nieuwe Influenza A is gemiddeld een week ziek. Ook zonder medicijnen te gebruiken worden mensen met deze griep meestal weer snel beter. Voor bepaalde groepen mensen kan de griep echter ernstiger verlopen.

Actuele en betrouwbare informatie over de Mexicaanse griep staat op Grieppandemie.nl

Model voorspelt de beste behandeling voor eierstokkanker

5 Maart 2010 Geen reacties »

zorgverlenerArtsen kunnen binnenkort beter voorspellen welke behandelstrategie de beste is bij een vergevorderde eierstoktumor. Erasmus MC’s gynaecoloog Kees Gerestein heeft modellen gemaakt die voorspellen hoe groot de kans is dat een tumor tijdens een operatie volledig kan worden verwijderd.

Verantwoorde keuze
Nu is het voor artsen vaak lastig om te bepalen welke behandeling de meeste kans van slagen heeft. Artsen baseren hun keuze op hun eigen ervaring en voorkeur. Gerestein: ‘De keuze hangt af van de kans op een succesvolle operatie en de kans op complicaties tijdens en na de ingreep. Voorspellingmodellen helpen artsen om objectief de meest verantwoorde keuze te maken.’ Ook voorspellen de modellen het risico op complicaties tijdens de ingreep. Gerestein promoveert morgen op zijn onderzoek.

Duidelijkheid
Eierstokkanker is wereldwijd de op drie na dodelijkste vorm van kanker  onder vrouwen. In Nederland krijgen jaarlijks 1100 vrouwen  eierstokkanker en sterven er 900 mensen. Het kiezen van de beste behandeling is bij vergevorderdeeierstoktumoren lastig. De kanker heeft bij individuele patiënten een zeer wisselende presentatie en beloop. Gerestein: ‘Het geeft zowel artsen als patiënten duidelijkheid als ze weten voor welke behandeling in vergelijkbare gevallen is gekozen en  welke het meeste succes had.’

Verschillende behandelingen
Bij eierstokkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk. In het ene  geval is het beter om eerst operatief zoveel mogelijk tumor te verwijderen en dan verder te behandelen met chemotherapie. In andere gevallen is het beter om te starten met chemo. Welke keuze het beste is, hangt onder andere af van de grote van de tumor en de conditie van een patiënte. Beeldvorming en bloedwaarden (zoals de hoeveelheid bloedplaatjes) voor de operatie spelen een belangrijke rol in het bepalen van de juiste behandelvolgorde. Door in het model onder andere dit soort gegevens in te voeren, rolt er een voorspelling uit.

Beste behandelstrategie
De voorspellingsmodellen kunnen een rol spelen bij het bepalen van de beste behandelstrategie. Als artsen alleen afgaan op hun eigen ervaring en voorkeur, kiezen ze in ongeveer de helft van de gevallen voor de behandeling die de meeste kans van slagen heeft. De voorspellingsmodellen geven in 70 tot 75 procent van de gevallen het beste resultaat. Dat percentage kan nog verder omhoog door de modellen verder uit te werken en te verbeteren.

Om de modellen te ontwikkelen heeft de onderzoeker gedurende zes jaar patiënten met eierstokkanker gevolgd in verschillende Nederlandse ziekenhuizen. Voor zijn onderzoek heeft hij samengewerkt met het Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR).
[Erasmus MC]