Cafeïne tijdens zwangerschap niet nadelig voor gedrag kleuter

kopje koffieHet drinken van koffie, thee en cafeïnehoudende frisdranken tijdens de zwangerschap zorgt niet voor een toename in gedragsproblemen bij kleuters. Dit blijkt uit onderzoek van de Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) studie. Het blijft verstandig om de richtlijn van het voedingscentrum -maximaal vier koppen koffie per dag- aan te houden omdat de invloed van cafeïne op andere gebieden in de vroege ontwikkeling nog niet duidelijk is.

Ruim 8000 vrouwen vulden in het begin van hun zwangerschap een vragenlijst in waarin werd gevraagd hoeveel koffie, thee en frisdrank zij in de afgelopen week hadden gedronken. Vijf jaar later vulden deze moeders en ook leerkrachten een vragenlijst in over het gedrag van de kinderen. De resultaten tonen aan dat het drinken van cafeïnehoudende dranken tijdens de zwangerschap het risico op gedragsproblemen in de kleuterleeftijd niet vergroot.

Dit is goed nieuws voor zwangere vrouwen die graag koffie drinken. Het blijft echter verstandig om de richtlijn van het voedingscentrum -maximaal 4 koppen koffie per dag- aan te houden omdat de invloed van cafeïne op andere gebieden in de vroege ontwikkeling nog niet duidelijk is. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar effecten op de langere termijn en daarom is in de ABCD-studie de invloed van cafeïne tijdens de zwangerschap op gedragsproblemen bij kleuters onderzocht.
Naar schatting drinkt tussen de 75% en 93% van de zwangere vrouwen dagelijks cafeïnehoudende dranken. Cafeïne bereikt via de moederkoek de foetus en het is niet duidelijk of en hoe cafeïne de ontwikkeling van de foetus beïnvloedt. Er zijn wel aanwijzingen dat cafeïne zorgt voor een vertraagde groei van de foetus en een kortere zwangerschapsduur.

ABCD-studie
De ABCD-studie is opgezet door de GGD Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum om te onderzoeken of bepaalde factoren tijdens de zwangerschap bepalend zijn voor de gezondheid van een kind bij de geboorte en op latere leeftijd. Binnen de studie is specifieke aandacht voor gezondheidsverschillen tussen etnische groepen. Zie voor meer informatie www.abcd-studie.nl. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Tilburg.
[GGD Amsterdam]

Predictor iPhone applicatie speciaal gericht op sneller zwanger worden

Mijn Biologische Klok iPhone AppKinderwens: dag & nacht advies op zak
‘Hoe vergroot ik mijn kans om zwanger te worden?’, is één van de meest gestelde vragen door vrouwen met een kinderwens*. Daarom heeft Predictor de nieuwe iPhone applicatie ‘Mijn Biologische Klok’ ontwikkeld. Een handig steuntje in de rug voor iedereen die graag zwanger wil worden. De app geeft inzicht in je eigen menstruatiecyclus en bevat verschillende toepassingen die je zo goed mogelijk helpen voor te bereiden op een zwangerschap. In de App Store van Apple kun je vanaf nu de app ‘Mijn Biologische Klok’ gratis downloaden. Ook kun je er online mee aan de slag op de vernieuwde website www.predictor.nl.

Alles over zwanger worden
Met de app ‘Mijn Biologische Klok’ van Predictor krijg je goed inzicht in je eigen menstruatiecyclus om zo de kans op een zwangerschap mogelijk te vergroten. De toepassingen op een rij:

  • Door je cyclusgegevens in te vullen creëer je een persoonlijke kalender die elke maand je vruchtbare periode berekent;
  • Ook krijg je elke dag een tip die specifiek van toepassing is op jouw cyclus;
  • Dagelijks geeft de applicatie informatie over wat er precies in je lichaam gebeurt;
  • Je kunt een reminder instellen die een seintje geeft wanneer je vruchtbare periode begint;
  • Voor persoonlijk advies kun je vragen stellen aan de online Kinderwens Consulente van Predictor;
  • Bovendien geeft de database van A tot Zwanger over elk gerelateerd onderwerp extra informatie.

Stel je vraag aan de Kinderwens Consulente
Als je graag zwanger wilt worden, is het begrijpelijk dat je veel vragen hebt over je kinderwens. Je wilt je immers goed voorbereiden. Daarom staat Predictor in samenwerking met een verloskundige voor je klaar om iedere week al je vragen over je kinderwens te beantwoorden. Je kunt je vraag aan de Kinderwens Consulente eenvoudig stellen via de nieuwe iPhone applicatie van Predictor of via de website van Predictor.

Goed om te weten

  • Slik foliumzuur zo gauw je een kinderwens hebt om de kans op een open ruggetje bij je baby te verlagen. Doe dit vanaf in ieder geval vier weken voor de bevruchting tot en met acht weken na de bevruchting;
  • Vrij twee tot drie keer per week. Het liefst vlak voor of op de dag van de eisprong;
  • Blijf na het vrijen even liggen. Zo hebben zaadcellen net wat meer tijd om naar de eileiders te zwemmen;
  • Gemiddeld wordt binnen drie maanden 30% van de vrouwen zwanger, binnen zes maanden 70%, na een jaar 80% en binnen twee jaar 90%;
  • Een gezonde levensstijl vergroot de kans op zwangerschap en draagt al vóór de bevruchting bij aan de gezondheid van het toekomstige kindje.

Zie voor meer tips de app ‘Mijn Biologische Klok’ of de website van Predictor.

Landelijke aanpak babysterfte van start

zwangerschapProject Healthy Pregnancy 4 All van start in veertien Nederlandse gemeenten
Naar voorbeeld van het Rotterdamse programma dat is gericht op het terugdringen van ongewenste zwangerschapsuitkomsten is op 23 november een landelijk project gestart onder de naam “Healthy Pregnancy 4 All”. Gedurende het project worden in veertien Nederlandse gemeenten experimenten uitgevoerd met als uiteindelijk doel het verbeteren van de zorg rondom de zwangerschap.

In Nederland is de ambitie hoog om zorg rondom de zwangerschap te verbeteren. Met subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is het Erasmus MC gestart met een landelijk project naar voorbeeld van het Rotterdamse ‘Klaar voor een Kind’ programma (www.klaarvooreenkind.nl). De aanpak van ongunstige zwangerschapsuitkomsten bij hoogrisicogroepen biedt de kans om intersectorale samenwerking te bevorderen, en lokale preventieve interventies met elkaar te verbinden.

De hoofddoelstelling van het project Healthy Pregnancy 4 All is kennisontwikkeling door invoering èn toepassing van ketenoverstijgende methoden en instrumenten. Samen met lokale partners wordt geëxperimenteerd met programmatische preconceptiezorg, vernieuwde risicoselectie tijdens de zwangerschap en het bereiken van hoogrisicogroepen. Voor het bereiken van hoogrisicogroepen worden Voorlichters Perinatale Gezondheid opgeleid en ingezet om met doelgroepgerichte groepsvoorlichting de kennis te verhogen over zwanger worden en gezonde zwangerschap. Deze groepsvoorlichting is ook één van de instrumenten om stellen met een kinderwens naar het kinderwensspreekuur toe te leiden. Het project gaat van start in verschillende geselecteerde gemeenten, verspreid over heel Nederland. De experimenten worden ingepast in het lokale gezondheidsbeleid.

Op basis van een analyse van de perinatale sterfte en perinatale gezondheid in vijftig Nederlandse gemeenten zijn veertien gemeenten benaderd waarmee het Erasmus MC de experimenten gaat uitvoeren. Er zijn gesprekken gevoerd met de wethouders, directeuren GGD’en, directeuren Jeugdgezondheidszorg, directeuren Centra voor Jeugd en Gezin en Universitaire Medische Centra. Alle veertien gemeenten hebben toegezegd actief te participeren in het programma Healthy Pregnancy 4 All.

De gemeenten die deelnemen zijn: Groningen, Appingedam, Delfzijl, Menterwolde, Pekela, Enschede, Almere, Nijmegen, Den Haag, Utrecht, Amsterdam, Schiedam, Tilburg en Heerlen.

Om de hoofddoelstelling te behalen wordt intensief samengewerkt met gemeenten, GGD’en, Centra voor Jeugd en Gezin, sociaal-maatschappelijke organisaties, Universitair Medische Centra, huisartsen, verloskundigen en gynaecologen. De samenwerking is per deelnemende gemeente vastgelegd in een afsprakenset. Ook wordt samenwerking en kennisdeling opgezet met landelijke koepelorganisaties.

Het project heeft een looptijd van drie jaar. In deze periode wil het Erasmus MC in de geselecteerde gemeenten één of meerdere experimenten uitvoeren. Het is hierbij nadrukkelijk de bedoeling om aan te sluiten op bestaande en beoogde initiatieven rondom de perinatale gezondheid.
[Erasmus MC]

Onderzoek naar tegengaan van stress bij zwangere vrouwen

zwangerVU en UvA onderzoeken het tegengaan van stress bij zwangere vrouwen
Onderzoekers: voorkomen dat stress leidt tot gedragsproblemen bij het kind

Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat stress bij zwangere vrouwen kan leiden tot problemen bij de geboorte en bij het gedrag van het kind. Wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam gaan onderzoeken of deze stress tijdens de zwangerschap voorkomen kan worden. Subsidie van de technologiestichting STW en Philips Research maakt het samenwerkingsverband tussen de Amsterdamse universiteiten voor dit onderzoek mogelijk.

Mindfullness en hartslag
De onderzoekers volgden vier verschillende groepen vrouwen tijdens hun zwangerschap. VU-psycholoog en onderzoeksleider Anja Huizink: “De eerste groep krijgt alleen voorlichting over hoe je stress kunt tegengaan, de tweede groep krijgt mindfullness-training, groep drie draagt een klein apparaatje dat informatie geeft over hun stressniveau zodat ze hun stress leren verminderen. De laatste groep krijgt een combinatie van de laatste twee interventies. Op die manier kunnen we achterhalen wat het beste werkt.”

Het apparaatje meet de hartslag van de moeder en de variatie daarvan. De vrouwen kunnen deze informatie over hun stressniveau gebruiken om hun gedrag daaraan aan te passen en zo de stress te verminderen. Dit soort informatie over de staat van het lichaam wordt biofeedback genoemd.

De ontwikkeling van het kind
Ook na de geboorte van het kind loopt het onderzoek door en kijken de onderzoekers naar de ontwikkeling van het kind. Huizink: “We gaan ook kijken in hoeverre afname van stress een gunstige invloed heeft op het kind na de geboorte. Iedereen weet dat roken en drinken tijdens de zwangerschap niet goed is voor je kind. Dit zou met stress ook het geval kunnen zijn. Daarom is het zo belangrijk dat we onderzoeken met welke methode we dit het beste kunnen verminderen.”

IVF-tweelingen doen het net zo goed als natuurlijke tweelingen

tweeling babyBijna alle aspecten van de ontwikkeling van IVF en natuurlijke tweelingen zijn vergelijkbaar
Onderzoekers van het Nederlandse Tweelingen Register (NTR) hebben bij een groot aantal tweelingparen de ontwikkeling vergeleken van tweelingen geboren na kunstmatige voortplantingstechnieken en tweelingen waarbij de zwangerschap op natuurlijke wijze tot stand is gekomen. Uit het onderzoek van de onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam blijkt dat IVF-tweelingen het net zo goed doen als natuurlijke tweelingen.

1500 tweelingen
In het onderzoek zijn de geboorte, groei, motorische- en gedragsontwikkeling van 1500 tweelingparen door IVF (kunstmatige voortplanting door zogenaamde in-vitrofertilisatie) vergeleken met tweelingen geboren na een spontane zwangerschap. De gegevens over de kinderen zijn afkomstig van hun ouders en leerkrachten.

Hoger risico op complicaties
VU-hoogleraar Dorret Boomsma: “Bestaande onderzoeken over de ontwikkeling van IVF-kinderen zijn vooral gericht op eenlingen. Een aanzienlijk deel van de IVF-behandelingen resulteert echter in een tweelingzwangerschap. We weten al dat tweelingzwangerschappen een hoger risico op complicaties kennen dan eenlingzwangerschappen. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken hoe de ontwikkeling van twee- en meerlingen geboren na IVF verloopt.”

Enkele verschillen
De onderzoekers vonden wel enkele verschillen: IVF-tweelingen werden vaker geboren na een keizersnede (36%) dan spontane tweelingen (27%). Ook zijn IVF-tweelingen na de geboorte iets lichter. De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is echter dat de ontwikkeling van IVF-tweelingen hetzelfde is als die van ‘spontane’ tweelingen. De leeftijd waarop kinderen gaan kruipen, zitten en lopen is vergelijkbaar tussen de twee groepen. Ook de groei tot en met 12-jarige leeftijd is hetzelfde. Zowel ouders als leerkrachten rapporteren niet meer gedrags- en emotionele problemen voor IVF-tweelingen dan voor de tweelingen in de natuurlijke groep.
[Vrije Universiteit Amsterdam]

Minder kans op allergie en astma na thuisbevalling

astmaThuisgeborenen hebben een lagere kans om allergie en astma te ontwikkelen dan kinderen die in een ziekenhuis ter wereld komen. De verklaring hiervoor is dat de darm van pasgeborenen bij een ziekenhuisbevalling vaker wordt gekoloniseerd door de bacterie Clostridium difficile. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht. Het onderzoek, onderdeel van de grootschalige KOALA-studie, is deze week gepubliceerd in The Journal of Allergy and Clinical Immunology (JACI).  Het belang van de publicatie wordt nog eens onderstreept door de vermelding van het artikel in de Editor’s highlights.

Het onderzoek laat zien dat baby’s waarbij een maand na de geboorte de genoemde bacterie in de darm werd aangetroffen, een verhoogd risico hebben op eczeem en piepende ademhaling gedurende de kinderjaren. Tevens hebben deze kinderen een grotere kans op astma. Vooral bij kinderen met een erfelijke aanleg voor allergie of astma in de familie, zorgt een thuisbevalling voor een lager risico op allergie en astma in vergelijking met een ziekenhuisbevalling.

In eerder onderzoek was al een verband aangetoond tussen keizersnede en astma-risico. Deze studie toont nu aan dat het niet zozeer de wijze van bevallen is, maar de plaats van de bevalling die het verschil in risico verklaart. Bovendien konden de onderzoekers voor het eerst aantonen dat kolonisatie met Clostridium difficile dit verschil verklaart, omdat thuisgeboren kinderen minder vaak met deze bacterie gekoloniseerd worden, en aanwezigheid van deze bacterie in de darmflora gepaard gaat met een hoger risico op eczeem en astma. Het onderzoek geeft inzicht in de rol van de darmflora in het vroege ontstaan van allergie en astma, en de mogelijkheden om deze aandoeningen te voorkómen door tijdig de darmflora bij te sturen.

In de grootschalige KOALA geboortecohortstudie hebben de onderzoekers door middel van (door ouders ingevulde) vragenlijsten data verzameld over geboortekenmerken, leefstijlfactoren en huid-, luchtweg- en darmklachten vanaf de geboorte tot de leeftijd van zeven jaar. Bij ruim 1000 baby’s werden een maand na de geboorte ontlastingsmonsters afgenomen om de samenstelling van darmflora te bepalen. Op de leeftijden van een, twee, en zes tot zeven jaar werden bloedmonsters verzameld om de zogenaamde IgE-waarden te bepalen, die de mate van allergie aanduiden.

KOALA
KOALA staat voor Kind, Ouder en gezondheid: Aandacht voor Leefwijzen en Aanleg. Het KOALA-onderzoek is een geboortecohort-onderzoek waarin kinderen van ruim 2500 Nederlandse gezinnen worden gevolgd vanaf de zwangerschap. Het onderzoek richt zich op twee thema’s: ‘Allergie en Astma’ en ‘Groei en Ontwikkeling’. Het KOALA-onderzoek wordt uitgevoerd door Universiteit Maastricht in samenwerking met TNO Kwaliteit van Leven, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Louis Bolk Instituut (LBI) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
[Universiteit Maastricht]

Risico op eierstokkanker na IVF

baarmoederRisico op bepaalde vorm eierstokkanker na IVF behandeling
Onderzoekers Prof. dr. Floor van Leeuwen, epidemioloog van het Nederlands Kanker Instituut en Prof. dr. Curt Burger, gynaecoloog van het Erasmus MC in Rotterdam hebben samen met alle IVF centra in Nederland onderzocht of vrouwen die een IVF behandeling hebben ondergaan meer risico lopen op het ontwikkelen van eierstoktumoren dan vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen die geen IVF behandeling hebben ondergaan. De resultaten van dit onderzoek zijn op 27 oktober 2011 gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Human Reproduction.

Uit het nu gepubliceerde onderzoek blijkt dat het risico op het ontwikkelen van kwaadaardige tumoren van de eierstok na IVF behandeling niet duidelijk verhoogd is. Vrouwen die een IVF behandeling hebben ondergaan hebben wel een verhoogd risico op een zogenaamde borderline tumor van de eierstokken. Dit is een tumor die op het grensvlak ligt van een goedaardige en kwaadaardige tumor; over het algemeen is deze goed te behandelen. Doordat deze tumorsoort in de algemene bevolking weinig voorkomt, is de kans dat een vrouw na IVF een borderline eierstoktumor ontwikkelt zeer klein. In Nederland is het risico om voor het 55e jaar een borderline tumor van de eierstokken te krijgen zo’n 0.1%; na IVF behandeling werd in het onderzoek een risico van 0.35% gevonden.

De onderzoekers hadden verwacht dat een groter aantal IVF behandelingen (meer hormonen en puncties) met een hoger risico gepaard zou gaan, maar dit werd in dit onderzoek niet gevonden. Omdat de groep onderzochte vrouwen nog niet de leeftijd bereikt had waarop eierstokkanker het meest voorkomt en omdat het aantal deelnemende vrouwen dat meerdere IVF behandelingen heeft ondergaan relatief beperkt was, is voor het trekken van definitieve conclusies verder onderzoek nodig. Het Nederlands Kanker Instituut en het Erasmus MC zijn al bezig het onderzoek uit te breiden, met financiële steun van KWF Kankerbestrijding. Ook hierbij zijn alle IVF klinieken in Nederland betrokken.

Het onderzoek dat nu is gepubliceerd maakt deel uit van een grote landelijke studie, het zogenaamde OMEGA onderzoek. Dit onderzoek richt zich op de mogelijke lange termijn gezondheidsproblemen na IVF behandelingen. Tussen 1996 en 1999 werden 26.000 vrouwen die in de periode 1980 t/m 1994 een vruchtbaarheidsbehandeling hadden ondergaan benaderd voor deelname aan het onderzoek.

Deelname aan het OMEGA onderzoek hield in dat de vrouwen aan de hand van een vragenlijst, vragen moesten beantwoorden over problemen rond de vruchtbaarheid, eventuele zwangerschappen en een aantal leefgewoonten. Gegevens over het optreden van tumoren werden door de onderzoekers opgevraagd bij de Nederlandse Kankerregistratie en het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief.

Het vervolg van het OMEGA onderzoek richt zich op uitbreiding van het onderzoek naar alle vrouwen die in de periode 1995-2000 met IVF of andere onvruchtbaarheidsbehandelingen zijn behandeld. Ook wordt nagegaan hoe het verder gaat met de gezondheid van de vrouwen die met het eerste onderzoek meededen.
[Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis]

Bevalling inleiden gaat even goed met ballonkatheter als met hormoongel

zwangere vrouwEen oude techniek waarbij een ballonkatheter in de baarmoedermond wordt opgeblazen, blijkt even effectief om een bevalling in te leiden als het aanbrengen van een hormoongel. Bovendien zijn er minder bijwerkingen. Dat schrijven onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in de Lancet. Zij vergeleken de twee methodes onder 824 bevallende vrouwen in twaalf Nederlandse ziekenhuizen.

Even effectief
De helft van de vrouwen kreeg een ballonkatheter – een slangetje met een klein ballonnetje aan het uiteinde – ingebracht om de bevalling op gang te brengen. Bij de andere helft werd een gel met prostaglandine E2 aangebracht op de baarmoederhals. Prostaglandines zijn hormonen die de weeën op gang brengen. De werking van de ballonkatheter is tweeledig. Ten eerste zorgt de ballon voor het vrijkomen van natuurlijke stoffen (prostaglandines) die de rijping van de baarmoedermond versnellen. Tegelijkertijd geeft de ballon druk, waardoor er ontsluiting komt. Uiteindelijk werden in beide groepen evenveel bevallingen zonder keizersnede voltooid. Wel duurde de bevalling bij de ballonkathetergroep iets langer.

Minder bijwerkingen
De ballon resulteerde minder vaak in hyperstimulatie (te veel weeën) dan de gel. Daardoor kwam de baby minder vaak in nood en hoefden minder kunstverlossingen te worden verricht. Bovendien belandden minder kinderen op de Neonatologie-afdeling. Ook de moeders waren beter af: zij verloren minder bloed na de bevalling. “De ballonkatheter wordt vaak afgeraden uit angst voor infecties”, aldus gynaecoloog dr. Kitty Bloemenkamp (LUMC). Zij leidde de niet-gesubsidieerde studie binnen het Verloskundig Consortium. “Wij hebben gezien dat daar geen reden toe is: het aantal infecties was in beide groepen gelijk.” Hormoongels werden in de jaren negentig geïntroduceerd, zonder dat goed vergelijkend onderzoek verricht was. “Nu gebleken is dat de hormoongel meer bijwerkingen geeft, zou de praktijk daarop wellicht moeten worden aangepast”, vindt Bloemenkamp. De ballonkatheter is overigens goedkoper dan hormoongels.
[LUMC]