Archief categorie ‘Zorg’

Meer operaties in dagopname en meer kijkoperaties

9 Maart 2010

zorgverlenerHet aantal operaties dat in dagopname is verricht, is in de periode 1995 – 2007 sterk toegenomen. Daarnaast worden steeds meer operaties via een kijkoperatie uitgevoerd.

Meeste operaties in dagopname
In 2007 zijn er 1,3 miljoen operaties in dagopname of klinische opname uitgevoerd in Nederlandse ziekenhuizen. Dat zijn er 0,3 miljoen meer dan in 1995. Opvallend daarbij is dat het aantal operaties in klinische opname per 10 duizend inwoners in deze periode licht daalde (van 445 naar 388 operaties), terwijl het aantal operaties in dagopname per 10 duizend inwoners fors steeg (van 238 tot 395).

In 2007 zijn er voor het eerst meer operaties in dagopname uitgevoerd dan in klinische opname. Specifieke operaties zoals staar- en spataderoperaties werden al in 1997 meer in dagopname uitgevoerd dan in een opname met overnachting.

Steeds meer kijkoperaties
Een andere trend is dat steeds meer operaties via een kijkoperatie worden uitgevoerd, in plaats van de klassieke ‘open’ methode . Dit geldt bijvoorbeeld voor operaties aan galblaas, dikke en blindedarm en voor liesbreukoperaties. Zo is bij blindedarmverwijderingen het totale aantal operaties gelijk gebleven, maar steeg het aandeel dat via een kijkoperatie plaatsvond van 7 procent in 2000 naar 34 procent in 2007.

Laatste jaren ook meer kijkoperaties bij dikkedarm- en liesbreukoperaties
Bij dikkedarm- en liesbreukoperaties is het aantal kijkoperaties pas vanaf 2002 of 2003 toegenomen. Bij operaties aan de galblaas was dit al langer een veel gebruikte techniek. De blindedarm- en dikkedarmoperaties vonden vrijwel uitsluitend in klinische opname plaats, de galblaas- en liesbreukoperaties voor het grootste deel ook.

In totaal ondergingen 8 op de 10 duizend inwoners een dikkedarmoperatie, 15 op de 10 duizend een galblaasoperatie en 18 op de 10 duizend inwoners een liesbreukoperatie in 2007.
[CBS]

Mogelijk landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker

9 Maart 2010

DarmenDe kans is groot dat nog vanaf dit jaar Nederlanders tussen 55 en 75 jaar te maken krijgen met een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Een commissie van de Gezondheidsraad bracht afgelopen november een positief advies uit aan minister Ab Klink.

Leidraad
In de regio Rijnmond is in samenwerking met het Erasmus MC afgelopen maand een nieuwe fase van een proef-bevolkingsonderzoek darmkanker van start gegaan. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan wat de mogelijkheden zijn voor een landelijk darmkanker screeningsprogramma, om zo de overlevingskansen van patiënten te vergroten. De bevindingen van het vorige onderzoek vormden een leidraad in het advies van de Gezondheidsraad aan de minister.

Vroeg stadium
Darmkanker is de op één na meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Elk jaar zijn er 10.000 nieuwe gevallen en er overlijden ruim 4.500 mensen aan deze ziekte. Door middel van een bevolkingsonderzoek kan darmkanker in een vroeg stadium worden ontdekt, wat de kans op genezing sterk verbeterd. Ook kunnen goedaardige voorlopers van darmkanker worden ontdekt en verwijderd voordat ze kwaadaardig ontaarden.

Augustijn
Het kwartaaltijdschrift Augustijn, van de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC, bevat een artikel over dit onderwerp, waarin  een aantal deskundigen hun visie geven.
[Erasmus MC]

58 procent van mensen met depressieve klachten zoekt geen professionele hulp

8 Maart 2010

Zorgverzekeraar CZUit een onderzoek van zorgverzekeraar CZ onder ruim 5000 Nederlanders blijkt dat van alle mensen die hun depressieve klachten erkennen 42 procent in behandeling is en 58 procent niet. Tien procent van de mensen met depressieve klachten die niet in behandeling is, doet dit niet omdat men denkt dat het te duur is. Negen procent van de mensen met depressieve klachten die geen hulp zoekt, dúrft niet.

Het onderzoek werd gehouden onder Nederlanders van 18 jaar en ouder en uitgevoerd door onderzoeksbureau Intomart GfK. CZ en Intomart GfK stelden in hun onderzoek ook vast dat 12 procent van de mensen met depressieve klachten die niet in behandeling is, aangeeft dit niet te willen vanwege slechte ervaringen. ‘Geen tijd’ is voor 12 procent reden geen hulp te zoeken. Meer dan de helft van de mensen met depressieve klachten die geen hulp zoekt, hoopt er zelf bovenop te komen.

Ruim 35.000 mensen vulden CZ depri-test in
Zorgverzekeraar CZ nam het initiatief tot het CZ Depressie-onderzoek 2010 vooral om een betere indruk te krijgen van de hulp die mensen met een depressie al dan niet zoeken en om een beeld te krijgen waaraan men behoefte heeft als men niet lekker in zijn vel zit. CZ hield in 2009 al een dergelijk onderzoek waaruit toen bleek dat bijna vijftien procent van de Nederlanders depressieve klachten heeft. Het hebben van een milde depressie is nogal eens een verborgen probleem waarbij men dan vaak ook geen hulp zoekt en krijgt. CZ startte vorig jaar met een aantal diensten om mensen met depressieve klachten te ondersteunen.

Zo kun je op de website van CZ (www.cz.nl/depressie) online-deskundigen raadplegen, bijvoorbeeld een psycholoog, informatie vinden over de symptomen van een depressie en wat je er zelf aan kunt doen en kun je er gratis een zogenoemde CZ depri-test doen om vast te stellen of je wellicht last hebt van een dipje of dat er mogelijk sprake is van een (milde) depressie. Afgelopen jaar hebben zo’n 35.000 bezoekers de test op de website van CZ al gedaan. Afhankelijk van de uitkomst krijgt de invuller tips en adviezen op maat. Het gaat om een medisch betrouwbare test, die is opgesteld met de HSK groep in Arnhem, een toonaangevende instelling op het gebied van psychische zorg.

Model voorspelt de beste behandeling voor eierstokkanker

5 Maart 2010

zorgverlenerArtsen kunnen binnenkort beter voorspellen welke behandelstrategie de beste is bij een vergevorderde eierstoktumor. Erasmus MC’s gynaecoloog Kees Gerestein heeft modellen gemaakt die voorspellen hoe groot de kans is dat een tumor tijdens een operatie volledig kan worden verwijderd.

Verantwoorde keuze
Nu is het voor artsen vaak lastig om te bepalen welke behandeling de meeste kans van slagen heeft. Artsen baseren hun keuze op hun eigen ervaring en voorkeur. Gerestein: ‘De keuze hangt af van de kans op een succesvolle operatie en de kans op complicaties tijdens en na de ingreep. Voorspellingmodellen helpen artsen om objectief de meest verantwoorde keuze te maken.’ Ook voorspellen de modellen het risico op complicaties tijdens de ingreep. Gerestein promoveert morgen op zijn onderzoek.

Duidelijkheid
Eierstokkanker is wereldwijd de op drie na dodelijkste vorm van kanker  onder vrouwen. In Nederland krijgen jaarlijks 1100 vrouwen  eierstokkanker en sterven er 900 mensen. Het kiezen van de beste behandeling is bij vergevorderdeeierstoktumoren lastig. De kanker heeft bij individuele patiënten een zeer wisselende presentatie en beloop. Gerestein: ‘Het geeft zowel artsen als patiënten duidelijkheid als ze weten voor welke behandeling in vergelijkbare gevallen is gekozen en  welke het meeste succes had.’

Verschillende behandelingen
Bij eierstokkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk. In het ene  geval is het beter om eerst operatief zoveel mogelijk tumor te verwijderen en dan verder te behandelen met chemotherapie. In andere gevallen is het beter om te starten met chemo. Welke keuze het beste is, hangt onder andere af van de grote van de tumor en de conditie van een patiënte. Beeldvorming en bloedwaarden (zoals de hoeveelheid bloedplaatjes) voor de operatie spelen een belangrijke rol in het bepalen van de juiste behandelvolgorde. Door in het model onder andere dit soort gegevens in te voeren, rolt er een voorspelling uit.

Beste behandelstrategie
De voorspellingsmodellen kunnen een rol spelen bij het bepalen van de beste behandelstrategie. Als artsen alleen afgaan op hun eigen ervaring en voorkeur, kiezen ze in ongeveer de helft van de gevallen voor de behandeling die de meeste kans van slagen heeft. De voorspellingsmodellen geven in 70 tot 75 procent van de gevallen het beste resultaat. Dat percentage kan nog verder omhoog door de modellen verder uit te werken en te verbeteren.

Om de modellen te ontwikkelen heeft de onderzoeker gedurende zes jaar patiënten met eierstokkanker gevolgd in verschillende Nederlandse ziekenhuizen. Voor zijn onderzoek heeft hij samengewerkt met het Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR).
[Erasmus MC]

Stereotactische radiotherapie bij longkanker zeer succesvol

2 Maart 2010

longkankerPrecieze manier van bestralen in potentie standaardbehandeling voor alle patiënten
Stereotactische radiotherapie, een preciezere manier van bestralen, blijkt zeer goed te werken bij patiënten met longkanker. Vergeleken met een operatie zijn er veel minder bijwerkingen en geen sterfgevallen als gevolg van de behandeling. Dit is de hoopgevende uitkomst van het promotieonderzoek waarmee Niels Haasbeek 3 maart aan VU medisch centrum promoveert.

Stereotactische radiotherapie mag na dit onderzoek worden beschouwd als standaardbehandeling van longkanker in een vroeg stadium bij alle mensen met een verhoogd operatierisico, zoals ouderen. De resultaten zijn zelfs zó goed dat deze therapie ook een zeer goede optie lijkt te zijn bij alle andere longkankerpatiënten, waarbij de arts in eerste instantie aan een operatie zou denken.

Sinds 2003 bestaat er in VUmc als eerste ziekenhuis in Nederland dit alternatief voor een operatie. Haasbeek deed onderzoek naar de resultaten van stereotactische radiotherapie (zeer nauwkeurige toediening van een veel hogere dosis in een kortere tijd) en naar een aantal nieuwe technische ontwikkelingen, waardoor deze therapie eenvoudiger kan worden toegepast. In VUmc zijn sinds 2003 meer dan 550 longkankerpatiënten behandeld met stereotactische radiotherapie, wereldwijd de grootste serie.

Radiotherapie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met longkanker. Tot nu toe was een operatie de standaardbehandeling van kleine longtumoren (tumoren die nog beperkt zijn tot alleen de long, zonder uitzaaiingen), maar de meeste patiënten komen echter niet in aanmerking voor een operatie; van patiënten boven de 80 jaar zelfs minder dan 20%. Bovendien geeft een longoperatie vaak blijvende klachten, en 2% tot 10% van patiënten overlijdt zelfs direct na operatie. Recent is een groot Nederlands onderzoek gestart om de resultaten van een operatie en stereotactische radiotherapie direct met elkaar te vergelijken.
[VUmc]

Effecten van psychotherapie bij depressie overschat

1 Maart 2010

Onderzoekers van de Vrije Universiteit tonen in samenwerking met Zweedse en Amerikaanse collega’s aan dat het effect van psychotherapie bij depressie wordt overschat. Dat komt hoogstwaarschijnlijk doordat de resultaten van onderzoek naar deze behandelingen selectief worden gepubliceerd.

Studies die een gunstig effect van een behandeling aantonen hebben veel meer kans om gepubliceerd te worden dan onderzoeken die geen verschil of zelfs ongunstige resultaten vinden. Dit verschijnsel wordt ‘publicatiebias’ genoemd. Publicatiebias kan de schatting van het effect van een behandeling vertekenen, wat van groot belang is voor de klinische praktijk.

Recent hebben onderzoekers deze publicatiebias voor het eerst aangetoond voor antidepressiva. De resultaten die zij vonden, geven aan dat de geschatte effectgrootte van antidepressiva met een derde verminderd moet worden. Zij concluderen dat ‘er weinig wetenschappelijk bewijs bestaat dat het voorschrijven van antidepressiva aan patiënten met een lichte depressie ondersteunt.’ Deze conclusie deed veel stof opwaaien en zorgde ervoor dat nu in een herziene richtlijn wordt aangeraden voor deze groep patiënten vaker niet-medicamenteuze (psychotherapeutische) behandelmogelijkheden te bieden. Het gaat hier om een groot aantal patiënten: volgens het RIVM leed het afgelopen jaar ongeveer één op de 16 volwassenen aan depressie. 60% van de mensen met een depressie wordt hiervoor behandeld.

Hoewel diverse onderzoeken hebben laten zien dat psychologische interventies effectief zijn bij de behandeling van depressie bij volwassenen, werd de mogelijke invloed van publicatiebias daarbij nog niet eerder goed onderzocht. In maart verschijnt in het British Journal of Psychiatry een studie van Cuijpers e.a. waarin zij aantonen dat ook voor psychotherapeutische behandeling van depressie bij volwassenen een dergelijke publicatiebias geldt. Dit kan tot gevolg hebben dat niet alleen de effecten van antidepressiva, maar ook de effecten van psychotherapie tot nu toe overschat zijn.

Er wordt vanuit gegaan dat vooral de farmaceutische industrie er baat bij heeft als negatieve resultaten van onderzoek naar antidepressiva niet gepubliceerd worden. Deze studie wijst erop dat wellicht ook psychotherapie onderzoekers er belang bij kunnen hebben als vooral de positieve resultaten van psychotherapie worden gepubliceerd. Daarnaast zijn waarschijnlijk ook redacties van tijdschriften deels verantwoordelijk voor de publicatiebias.

Cuijpers e.a. onderzochten 1036 wetenschappelijke artikelen over psychotherapeutische behandeling van depressie bij volwassenen. Zij concluderen dat door de publicatiebias deze behandeling van depressie bij volwassen niet zo effectief lijkt te zijn als vaak wordt aangenomen en pleiten voor onderzoek naar nieuwe, betere behandelvormen voor depressie.

Gespecialiseerde spataderpolikliniek in UMC St Radboud

27 Februari 2010

spataderHet UMC St Radboud heeft vanaf 1 maart een gespecialiseerde polikliniek voor spataderen. Bijzonder aan deze poli is dat dermatoloog en vaatchirurg samenwerken in diagnose en behandeling. Zo weet de patiënt zeker dat hij bij de juiste specialist een afspraak krijgt. De spataderpoli is een `One stop shop poli’. De patiënt hoeft slechts één keer een bezoek te brengen aan de polikliniek om alle benodigde onderzoeken te ondergaan.

Eerste stap tijdens dit bezoek is een onderzoek bij de vaatfunctielaborant. De resultaten en een voorstel voor behandeling hoort de patiënt meteen daarna van zijn behandelend specialist. Een gespecialiseerd verpleegkundige geeft vervolgens aanvullende informatie over de behandeling. Daarbij kan de patiënt alle mogelijke vragen stellen.
Binnen één week volgt een afspraak voor verdere behandeling.

Meer weten over de spataderpolikliniek?
Kijk op de website van het UMC St Radboud. Daar leest u alles over de behandelingen die de polikliniek uitvoert.

Gestage groei aantal verloskundigen

27 Februari 2010

BabyHet aantal verloskundigen in Nederland is de afgelopen tien jaar met 60% toegenomen. Vooral het aantal verloskundigen in ziekenhuizen nam sterk toe. Er zijn wel aanzienlijke regionale verschillen.

Vanwege een tekort aan verloskundigen is de opleidingscapaciteit de afgelopen tien jaar sterk uitgebreid en is het aantal verloskundigen flink toegenomen. In 2009 zijn er 2.444 verloskundigen werkzaam in Nederland. Het grootste deel (77%) werkt in de eerste lijn, 23% in een ziekenhuis. In de afgelopen tien jaar is het aantal in het ziekenhuis werkzame verloskundigen sterker gegroeid (150%) dan het aantal eerstelijns verloskundigen (45%). Dit blijkt uit de jaarlijkse peiling van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) onder alle in Nederland werkzame verloskundigen.

Verloskundepraktijken
In totaal zijn er in 2009 in Nederland 503 eerstelijns verloskundepraktijken. Dit aantal is in de afgelopen tien jaar met 10% toegenomen. Bijna tweederde van de praktijken is een groepspraktijk. Tien jaar geleden was dit nog de helft. Het aantal solopraktijken is in diezelfde periode afgenomen van 22% in 1999 tot 16% in 2009. Drenthe (36%) en Limburg (31%) hebben relatief de meeste solopraktijken.

‘Dichtheid’
Op 1 januari 2009 telt Nederland 1.630 vrouwen in de vruchtbare leeftijd per eerstelijns verloskundige. Tien jaar geleden lag dit aantal fors hoger (2.684). Regionaal zijn er nog steeds aanzienlijke verschillen. In de provincies Flevoland (1.297) en Gelderland (1.437) is de ‘verloskundigendichtheid’ het hoogst en in Zeeland (2.483) en Groningen (2.122) het laagst.

Eerstelijnsdiscipline in het ziekenhuis
“Het is opvallend dat het beroep van verloskundige dat aanvankelijk vooral eerstelijnsdiscipline was, in toenemende mate ook in het ziekenhuis wordt uitgeoefend”, stelt NIVEL-onderzoeker Lammert Hingstman. “Gezien de ontwikkelingen binnen de verloskunde is het niet onwaarschijnlijk dat deze trend verder doorzet.”

Subsidie voor slimme toediening medicijn

26 Februari 2010

medicijnenProf. dr. Willem Mali van de afdeling Radiologie (divisie Beeld) is namens het UMC Utrecht betrokken bij een onderzoeksproject waaraan 7 miljoen euro subsidie is toegekend. Het doel van het project is om via ultrageluid levertumoren te verwarmen zodat medicijnbevattende bolletjes, liposomen, alleen bij de tumor medicijnen afgeven. De titel van het project is ‘Application of MRI-guided HIFU to Improve Cancer Chemotherapy with Temperature-Sensitive Targeted Nanomedicines (HIFU-CHEM)’.

De subsidie is onderdeel van een gezamenlijke investering van drie Nederlandse Top instituten op het gebied van life-sciences onderzoek (het BioMedical Materials programma, het Center for Translational Molecular Medicine en Top Instituut Pharma). Zij investeren in totaal 28 miljoen euro in personalized medicine onderzoek.

De projecten die financiering ontvangen richten zich op de ontwikkeling van nieuwe routes van doelgerichte medicijnafgifte. Dit onderzoek zal leiden tot een toename van de effectiviteit van medicijnen, waardoor de benodigde doses en de vaak daarmee gepaard gaande bijwerkingen van bepaalde medicijnen, verlaagd kunnen worden. Het doel van deze nieuwe onderzoeksprojecten – het ontwikkelen van op maat gemaakte medicijntherapieën met behulp van beeldgestuurde technieken en doelgerichte medicijnafgifte – wordt gezien als een cruciale stap in de ontwikkeling van personalized medicine.

De zeven projecten waaraan op 15 februari financiering toegekend werd, zullen zich richten op ontwikkeling van therapieën ter behandeling van onder andere hart-, en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker. In de zeven projecten samen nemen twaalf kennisinstellingen en veertien industriële partijen deel. De projecten komen voort uit een door de drie Top Instituten geïnitieerde oproep tot indienen van projectvoorstellen. Het onderwerp van deze projectvoorstellen “beeldgestuurde en doelgerichte medicijnafgifte” is gekozen op de raakvlakken van de individuele speerpunten van de drie instituten: TI Pharma in medicijnontwikkeling, CTMM in moleculaire diagnose en beeldvorming en BMM in biomaterialen en regeneratieve geneeskunde. De zeven nieuwe projecten kenmerken zich doordat ze gebruikmaken van technologieën uit alle drie de instituten.
[UMC Utrecht]

Havenziekenhuis voorkeurziekenhuis voor borstkankerbehandeling

24 Februari 2010

borstkankerZorgverzekeraar Zilveren Kruis Achmea heeft het Havenziekenhuis in Rotterdam op basis van kwaliteitscriteria geselecteerd tot één van haar voorkeurziekenhuizen voor de behandeling van borstkanker. Het Havenziekenhuis is een zelfstandige dochter van het Erasmus MC.

Hoog niveau
Het Havenziekenhuis scoort goed op het aantal heroperaties, het voor- en natraject voor een patiënt, patiëntveiligheid, operatietechnieken en de wachttijd. De service is naar een hoog niveau gebracht door de goede en persoonlijke behandeling van patiënten met borstkanker. In het Havenziekenhuis wordt moderne apparatuur gebruikt, patiënten kunnen vaak binnen een dag terecht op de Mammapoli en de diagnose kan meestal in samenwerking met de afdeling radiologie in een dag gesteld worden. Als er een operatie nodig is, kan dat in de meeste gevallen de week daarna gepland worden.
Voor bestralingen en chemotherapie wordt samengewerkt met het Erasmus MC-Daniel den Hoed.

Vrijstelling verplicht eigen risico
Verzekerden van Zilveren Kruis Achmea worden beloond als zij de zorgverzekeraar om advies vragen voor een behandeling in een voorkeursziekenhuis. De verzekeraar neemt dan het verplicht eigen risico van 165 euro per patiënt voor haar rekening. Het Havenziekenhuis is al voorkeurziekenhuis van Zilveren Kruis Achmea voor knie-, meniscus- en heupoperaties in de regio Rotterdam Rijnmond en kreeg onlangs van de BorstkankerVereniging Nederland een roze lintje voor haar uitstekende behandeling van borstkankerpatiënten.
[Erasmus MC]

Gezondheid 2.0 verandert de zorg ingrijpend

24 Februari 2010

zorgverlenerDoor gebruik te maken van internet komen veel verbeteringen in de zorg “spontaan” dichterbij. Transparantie over diagnoses, behandelmogelijkheden en kosten, maar ook een gelijkwaardiger verhouding tussen professional en patiënt. Met de presentatie van het advies Gezondheid 2.0 roept de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) alle betrokken partijen op de mogelijkheden van sociale media te benutten.

Zorgaanbieders moeten de sociale media benutten om samen met de patiënt de zorg te optimaliseren. Zorgverzekeraars kunnen op grond van de ervaringen van verzekerden betere zorgproducten inkopen. Burgers en patiëntenorganisaties kunnen een actievere rol spelen in het zorgproces, zowel bij het voorkomen dat zij aanspraak moeten maken op zorg, als door zelfmanagement van een (chronische) ziekte.

Hoewel de ontwikkeling van het internet vanzelf gaat, moet volgens de RVZ de overheid actief meedoen. De geïnstitutionaliseerde zorg verandert niet gemakkelijk en is pas net gewend aan web 1.0. De cultuur in de zorg is uitsluitend gericht op vernieuwingen op het gebied van de medische zorg. Transparantie en een zorgconsument die zelf de regie voert zijn niet voor alle betrokkenen een aantrekkelijk perspectief.

De Raad noemt twee andere terreinen waarop de overheid moet handelen bij de verdere ontwikkeling van Gezondheid 2.0. Dit is het tegengaan van misbruik van gegevens en het bevorderen dat patiënten kunnen profiteren van de voordelen van 2.0. Voorkomen moet worden dat er een digitale zorgkloof ontstaat.

Bekijk de video over Gezondheid 2.0

[MinVWS]

Nationale depressietest

24 Februari 2010

nationale depressielijnEerste telefonische test voor depressie in samenwerking met VU medisch centrum
De Nationale Depressietest (0900-3377 377 of 0900-DEPRESSIE) is de eerste telefonische zelftest waarmee bellers eenvoudig en anoniem zichzelf op verantwoorde wijze kunnen testen op de symptomen van depressie. Bellers krijgen inzicht in de mate waarin hun klachten passen bij het ziektebeeld depressie en krijgen een concreet en passend advies. Dit advies is gebaseerd op de laatste inzichten van huisartsen, psychologen en psychiaters ten aanzien van de diagnose en behandeling van depressie. De test is in 4 minuten te doen en op elk moment beschikbaar. De test is een initiatief van Hein van Hout en Ilan Roos en is in samenwerking met VU medisch centrum ontwikkeld en wetenschappelijk getest.

De nationale depressietest draagt op een medisch verantwoorde wijze bij aan grotere zelfredzaamheid van mensen op het gebied van de geestelijke gezondheid. Naast de testuitslag krijgt de beller een concreet advies voor (zelf)hulp. De test kost 80ct per minuut en duurt circa 4 minuten. Op de begeleidende website www.nationaledepressietest.nl vinden geïnteresseerden uitgebreide informatie over depressie en de mogelijkheden voor (zelf)hulp.

Professor Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de VU noemt de test een goede aanvulling op het huidige zorgaanbod: “het onderkennen van depressie of depressieve gevoelens is voor veel mensen een enorme stap. Met deze test hebben consumenten zelf, in een anonieme, maar ook vertrouwde situatie de mogelijkheid meer grip op hun situatie te krijgen.”

Somber is niet altijd depressief
In Nederland hebben jaarlijks ca. 1,4 miljoen volwassenen last van depressieve klachten. Voor veel mensen is het praten over een gevoel van somberheid een taboe. In veel gevallen is de stap naar de huisarts groot. Mensen voelen zich somber maar weten niet of en in welke mate ze lijden aan klachten die passen bij de ziekte depressie. In 50% van de gevallen gaan depressieve klachten na circa 2 maanden vanzelf over.

Initiatiefnemers en mede-oprichters van 0900-3377377 (0900-DEPRESSIE) Nationale depressietest Hein van Hout en Ilan Roos: “Mensen zijn in toenemende mate op zoek naar informatie over hun gezondheid buiten de traditionele zorgaanbieders om. Er is een enorm aanbod van informatie en mogelijkheden van wisselende kwaliteit. Wij bieden in de samenwerking met VUmc de zekerheid van een medisch en wetenschappelijk hoogwaardig product. Daarmee bieden we consumenten zelf de keuze hun klachten te onderzoeken en adviseren over behulpzame acties”.
[VUmc]

Meer ruimte voor onderzoek kindermedicijnen

22 Februari 2010

medicijnenNederlandse artsen en onderzoekers krijgen groen licht voor meer onderzoek naar de werking van medicijnen bij kinderen. Dit is althans het advies aan de politiek van de commissie Doek. Onderzoek met medicijnen bij kinderen is tot nu toe aan zeer strenge regels gebonden in Nederland.

Buitenland
In landen als Italië, Duitsland en Frankrijk zijn deze onderzoeken wel toegestaan en die landen lopen ver voor op Nederland. Hierdoor voelen artsen zich soms moreel verplicht ouders van ernstig zieke kinderen te adviseren naar het buitenland te gaan voor de behandeling van hun kind.

Stevige angel
Volgens de Nederlandse wet is het alleen toegestaan als kinderen er zelf voordeel van ondervinden en de risico’s op bijwerkingen gering zijn. Daar zit een stevige angel volgens, kinderarts Michel Zwaan van het Erasmus MC. In een artikel in Monitor, het magazine van Erasmus MC voor externe relaties, licht hij toe waarom.
[Erasmus MC]

Vroeggeboren zuigelingen hebben moeite met drinken

22 Februari 2010

BabyDrinken is van levensbelang voor pasgeborenen. Om te kunnen beoordelen of een baby in staat is om effectief te drinken zijn er verschillende methoden beschikbaar. Zoals uit dit onderzoek blijkt, is de Neonatal Oral-Motor Assessment Scale (NOMAS) daarvan de meest geschikte. Dit observatie-instrument classificeert het drinken als een normaal/matuur, “disorganized” of “dysfunctional” zuigpatroon. De intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid blijkt redelijk goed te zijn en de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is matig tot redelijk.

Gezonde, op tijd geboren baby’s hebben doorgaans een normaal zuigpatroon. Te vroeg geboren baby’s, waarvan er ruim 60 longitudinaal werden onderzocht met behulp van de NOMAS, drinken op een andere manier dan op tijd geboren baby’s. Ook verloopt de ontwikkeling naar een normaal zuigpatroon vertraagd. Slechts een kwart van de te vroeg geboren baby’s drinkt rond de uitgerekende datum net zo goed uit de borst of de fles als op tijd geboren baby’s.

Tien weken na de uitgerekende datum heeft een kwart van de te vroeg geboren kinderen nog geen normaal zuigpatroon. Te vroeg geboren baby’s hebben vooral moeite om hun ademhaling te coördineren met zuigen en slikken, en om het zuigen vol te houden. Hun zuigpatronen worden niet gekenmerkt door ritmische bewegingen van kaken en tong, zoals dat wel het geval is bij een normaal, matuur zuigpatroon. Kinderen die na een zwangerschap van minder dan dertig weken worden geboren en kinderen met een geboortegewicht dat te laag was voor de zwangerschapsduur, hebben de meeste moeite om een normaal zuigpatroon te ontwikkelen. Deze kinderen hebben extra aandacht nodig om goed te leren drinken.

Op 10 maart 2010 zal Saakje da Costa, onderzoeker van het lectoraat Transparante Zorgverlening en docent van de opleiding Logopedie, haar proefschrift “Development of Sucking Patterns in Preterm Infants” in het openbaar verdedigen. De verdediging van het proefschrift vindt plaats in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen van 14.45 tot 16.00 uur.
[NVLF]

Innovaties voor gezond ouder worden gezocht

19 Februari 2010

ZorgHet Zorginnovatieplatform (ZIP) roept organisaties uit alle sectoren op om innovatieve projectvoorstellen in te dienen die de gezondheid van 55-plussers in Nederland bevorderen. Het ZIP stelt voor deze ‘Call voor Experimenten’ 6,7 miljoen euro beschikbaar voor het onderzoeken van haalbaarheid en de ontwikkeling.

Doel van deze ‘Call voor Experimenten’ is om de gezondheid van 55-plussers te bevorderen, zodat zij langer in optimale gezondheid en zonder beperkingen leven. Hierdoor is het voor hen mogelijk om langer actief deel te nemen aan de maatschappij. De oproep beperkt zich niet tot de zorgsector, maar richt zich op alle sectoren. Innovaties uit andere sectoren kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de druk op het zorgsysteem als gevolg van de toenemende vergrijzing en vergroening in de samenleving.

Voorbeelden
Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:

  • een nieuw woning- of wijkconcept dat de gezondheid bevordert;
  • een nieuwe manier van het trainen van mantelzorgers;
  • het inzetten van techniek uit de auto-industrie voor nieuwe ergotherapeutische ontwerpen;
  • een voedingsstof die de bloeddruk helpt verlagen;
  • een nieuwe manier van relatiebemiddeling dat sociale netwerken vergroot en zo de;
  • vereenzaming van de doelgroep tegengaat.

Voorwaarden
De projectvoorstellen moeten in ieder geval gericht zijn op:

  • preventie gericht op gezondheid en leven met beperkingen: ‘langer meedoen’;
  • ouderen (55-plussers);
  • sectoroverstijgende ideeën.

Budget
Voor deze call is 6,7 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt verdeeld over twee fases; een haalbaarheidsonderzoek, waarvoor nu voorstellen kunnen worden ingediend, en een ontwikkelingstraject. Het maximale budget voor een haalbaarheidsonderzoek bedraagt 50.000 euro.

Voorstellen kunnen tot en met woensdag 14 april 2010 worden ingediend bij Agentschap NL