Archief categorie ‘Zorg’

VeinViewer maakt bloedprikken en aanleggen van een infuus stuk makkelijker

2 September 2010

veinviewerHet Universitair Medisch Centrum Groningen gebruikt als eerste ziekenhuis in Nederland een nieuw apparaat dat bloedprikken en het aanleggen van een infuus een stuk makkelijker maakt. Patiënten en medewerkers van de prikpoli’s, de afdelingen Interne Geneeskunde, Neonatologie en Anesthesie zijn enthousiast.

De kleine handzame VeinViewer maakt met een onschadelijke techniek dat lijkt op infrarood een duidelijke digitale afbeelding op de huid waarop te zien is waar de bloedvaten lopen. Artsen en verpleegkundigen kunnen zo sneller en beter bepalen hoe en waar ze de patiënt moeten prikken. Het UMCG gebruikt het apparaat vooral bij patiënten die moeilijk te prikken zijn, zoals kinderen en mensen die vaak geprikt moeten worden. Voor hen is de VeinViewer een uitkomst. Er wordt minder vaak misgeprikt, het gaat sneller en wordt daardoor als minder pijnlijk ervaren.

Studies van de fabrikant hebben aangetoond dat gebruik van de VeinViewer het aantal malen dat verkeerd geprikt wordt en de tijd die nodig is om een ader goed aan te prikken met 50% afneemt. Daarnaast neemt de patiënttevredenheid aanzienlijk toe.

Het apparaat is een Amerikaanse uitvinding en wordt in Oostenrijk geproduceerd.

Combinatie van medicijnen toch niet erg

1 September 2010

medicijnenUit grootschalig onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht blijkt dat het gelijktijdig gebruik van de bloedplaatjesremmer Plavix en twee maagzuurremmers (omeprazol en esomeprazol) niet per definitie schadelijk is. Patiënten met maagzuurremmers blijken vantevoren al zieker zijn. De resultaten zijn vorige week gepubliceerd in het tijdschrift The American Journal of Gastroenterology.

De uitkomst van dit onderzoek staat haaks op de richtlijn die huisartsen en specialisten hanteren. “Dat betekent dat patiënten goed werkende middelen wordt onthouden”, aldus hoofdonderzoeker prof.dr. Peter Siersema van het UMC Utrecht.

Patiënten die een hartinfarct hebben gehad krijgen vaak clopidogrel (Plavix) om de vorming (slag)aderverkalking en een nieuw hartinfarct te voorkomen. Het medicijn vergroot echter de kans op maagbloedingen, vandaar dat deze patiënten vaak ook maagzuurremmers ontvangen. Artsen van het UMC Utrecht analyseerden met terugwerkende kracht gezondheid en medicijngebruik van vier miljoen Nederlanders. Ruim 19.000 mensen gebruikten Plavix en bijna 6.000 daarvan combineerden dat met maagzuurremmers. De gezondheid van patiënten die Plavix en maagzuurremmers combineerden was inderdaad slechter dan Plavix-gebruikers. Ze hadden meer kans op maagproblemen en ze kampten vaker met hart- en vaatziekten.

Maar zeer waarschijnlijk ligt dat niet aan de combinatie van Plavix en de maagzuurremmers. De onderzoekers van het UMC Utrecht suggereren dat het gebruik van maagzuurremmers een aanwijzing is voor een slechtere gezondheid. Patiënten die Plavix en maagzuurremmers combineren blijken vantevoren al zieker te zijn dan alleen Plavixgebruikers. Ze gebruiken meer andere medicijnen, hebben al vaker maagzweren gehad en hebben vaker andere cardiovasculaire aandoeningen. Bovendien stond dit effect los van het type maagzuurremmer. Er werd geen verschil gevonden tussen de verschillende typen maagzuurremmers. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat omeprazol en esomeprazol specifiek de werking van Plavix verminderen. Het ligt meer voor de hand dat maagzuurremmers hier geen verslechterende rol in spelen.

Al lang bestaat discussie over de vraag of dit de werking van Plavix verslechtert, maar resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn tegenstrijdig. Maar het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), dat zich baseert op de KNMP, de vakvereniging van apothekers en het EMEA (European Medicine Agency), concludeerde dat maagzuurremmers omeprazol (Losec) en esomeprazol (Nexium) de werking van Plavix verminderen. De Utrechtse onderzoekers vragen zich af of dit standpunt wellicht herzien moet worden in het licht van hun recente onderzoek.
[UMC Utrecht]

Nominaties Het Beste Zorgidee 2010 bekend

31 Augustus 2010

Het Beste ZorgideeONVZ Zorgverzekeraar heeft vandaag de nominaties voor Het Beste Zorgidee van 2010 bekend gemaakt. Uit de ruim 300 inzendingen voor Het Beste Zorgidee van 2010 zijn vijf genomineerden gekozen. Zij maken kans op een cheque ter waarde van 10.000 euro. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ wordt op 26 oktober 2010 in Amsterdam bekendgemaakt.

De genomineerden voor het Beste Zorgidee 2010 zijn:

  • Herman Hellemans uit Vleuten
  • John Blad uit Rotterdam
  • Guus Schoonman uit Den Haag
  • Els Veenstra uit Zeewolde
  • John Rietman uit Venray

Erno Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van Bestuur bij ONVZ Zorgverzekeraar: “We hebben dit jaar erg veel kwalitatief goede inzendingen ontvangen. De politieke discussie rondom de zorg heeft Nederlanders aan het denken gezet over ons zorgstelsel. Men heeft dit jaar echt doorgedacht over het idee, met name het thema efficiëntie kwam vaak terug. Het was moeilijk om een keuze te maken uit de grote hoeveelheid inzendingen. Graag wil ik de mensen die niet genomineerd zijn, vragen om volgend jaar weer mee te doen. Wie weet is uw idee volgend jaar wel het Beste Zorgidee van 2011.”

Genomineerde inzendingen
Herman Hellemans opperde een medisch punt in de regio, waar je zonder (dokters)afspraak langs kunt gaan voor kleine wissewasjes als oren uitspuiten en wratten weghalen. De tweede genomineerde inzending komt van John Blad: een tiener-informatiepakket, wat door de betreffende zorgverzekeraar toegestuurd wordt circa een maand vóór het behalen van de 16-jarige leeftijd. Guus Schoonman dingt mee naar de titel ‘Het Beste Zorgidee’ met een ‘Patiënten Feedback Paal’: De paal staat op een herkenbare plek in de zorginstelling en verzamelt structureel digitale feedback van patiënten (of bezoek), direct na afloop van het consult. Ook Els Veenstra komt in aanmerking voor een nominatie, zij ziet graag dat er een website komt waarop je digitaal je fysiotherapie-oefeningen thuis kunt bekijken en kunt uitvoeren, zodat je niet onnodig vaak naar de fysiotherapeut hoeft. Tenslotte is John Rietman genomineerd met zijn idee om beeldcontact te realiseren tussen speciaal getrainde vrijwilligers en cliënten in de thuiszorg. Zo kunnen cliënten een sociaal praatje maken wanneer gewenst.

Criteria
De inzendingen zijn beoordeeld op een aantal criteria: is het toepasbaar in Nederlandse zorginstellingen en is het praktisch uitvoerbaar. Ook het effect moest meetbaar zijn, zodat bepaald kan worden of het een bijdrage levert aan het Nederlandse zorgstelsel. Vervolgens werd onderzocht tegen welke kosten en op welke termijn het idee kan worden gerealiseerd. De vijf genomineerden mogen hun idee presenteren aan een deskundige jury tijdens de jurydag op 2 september. Hierna mag het publiek meestemmen via de site www.hetbestezorgidee.nl. De jury neemt de stemmen van het publiek mee in haar eindoordeel en dat resulteert in één winnaar. De winnaar wordt bekendgemaakt op 26 oktober 2010.

Over ‘Het Beste Zorgidee’ van ONVZ Zorgverzekeraar
ONVZ Zorgverzekeraar is een middelgrote zorgverzekeraar uit Houten. Om ook de markt te laten spreken startte ONVZ in 2008 de wedstrijd ‘Het Beste Zorgidee’: een wedstrijd om het publiek van Nederland mee te laten denken aan de verbetering van de zorg. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ ontvangt een cheque ter waarde van €10.000, vrij te besteden. ONVZ gaat naar aanleiding van de gestelde criteria bepalen of het winnende idee inzetbaar is en hoe haar contacten kunnen helpen bij de realisatie van het idee. De jury bestaat uit: Prof. dr. N.A.M. Urbanus, oud-voorzitter Raad van Bestuur AMC Amsterdam, dr. P. Hasekamp, directeur Zorgverzekeraars Nederland en mr. E.A. Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van bestuur van ONVZ. Mocht u meer informatie wensen, kijk op www.hetbestezorgidee.nl.

Hyves onderzoek Agis: vrouwen willen door vrouwelijke specialist geholpen worden

24 Augustus 2010

agis zorgverzekeringenVrouwen willen met name voor vrouw gerelateerde aandoeningen als borstkanker, onvruchtbaarheid en pilgebruik geholpen worden door een vrouwelijke zorgverlener (49 procent). Bijna een kwart van de vrouwen (22 procent) heeft in alle gevallen voorkeur voor een vrouwelijke behandelaar. Dit blijkt uit een groot onderzoek dat Zorgverzekeraar Agis heeft gehouden op Hyves waaraan ruim 11.000 vrouwen meededen.

Tevreden over huisarts
Driekwart van de geënquêteerde is tevreden over haar huisarts. Drie procent is niet tevreden:
“De huisarts vraagt altijd wat ik denk dat het is. Ik heb geen idee, daarom bezoek ik juist de huisarts”, merkt een vrouw op in het onderzoek”.

Betere zorg voor vrouwen
De Nederlandse vrouwen uit het Hyves onderzoek verstaan onder betere zorg voor vrouwen:

  • aandacht voor preventie,
  • vergoedingen van vrouwspecifieke zorg (pil, zwangerschap),
  • begrip en een luisterend oor.

Meer aandacht voor….
Precies de helft van de Hyvers vindt dat er meer aandacht moet komen voor preventie en onderzoek naar borstkanker en andere vrouwelijke vormen van kanker. Nog eens één op de vier vrouwen geeft aan meer aandacht te willen voor gewichtsproblemen. Een op de vijf vrouwen heeft geen behoefte aan extra zorg.

Cliënten geven incontinentiezorg een 7,4

21 Augustus 2010

In verpleeghuizen in Nederland hebben 3 op de 4 cliënten last van urine-incontinentie. Vanuit het programma Zorg voor Beter is Vilans, kenniscentrum voor langdurende zorg, een verbetertraject gestart gericht op continentiezorg. Na een jaar verbeteren blijkt dat eenvoudige verbeteringen zorgen voor betere continentiezorg en dus betere kwaliteit van leven van de cliënt. Het rapportcijfer steeg van een 6 naar een 7,4.

Verbetertraject Continentie

Aan het Zorg voor Betertraject Continentie deden in totaal 17 zorgorganisaties een jaar lang mee om de continentiezorg in hun organisatie te verbeteren. Het doel was tweeledig: incontinentie bij cliënten verminderen en de fysieke belasting van de verzorgende verminderen. Na een jaar verbeteren blijkt dat je veel kunt bereiken met eenvoudige verbeteringen, vertelt Roelf van der Veen, projectleider bij Vilans. Bijvoorbeeld door het verwijderen van obstakels in de gang zodat er een goede doorgang is naar het toilet.

Om cliënten met urine-incontinentie goed te kunnen behandelen is het belangrijk dat de huisarts, specialist ouderengeneeskunde of uroloog vaststelt om welke vorm van urine-incontinentie het gaat. Functionele incontinentie komt het meeste voor in de langdurende zorg en wordt veroorzaakt door lichamelijke of praktische beperkingen, legt Sabina Mak, programmamedewerker bij Vilans, uit. Cliënten kunnen bijvoorbeeld het toilet niet meer vinden. Als je dat weet, kun je ervoor zorgen dat de cliënt zo min mogelijk hoeft te zoeken door bijvoorbeeld een pictogram op de wc-deur te hangen.

Kleine verbeteringen, groot resultaat
Incontinentiezorg gaat niet alleen gepaard met zware fysieke belasting voor de verzorgenden, maar ook met schaamte, onzekerheid en depressieve gevoelens bij de cliënt. Continentiezorg vraagt daarnaast veel tijd van verzorgenden en verpleegkundigen in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en de thuiszorg. En die tijd is er meestal niet.

Stichting Elisabeth in Breda heeft dit voortvarend opgepakt. We hadden een klein budget en kozen daarom eerst voor kleine verbeteracties, zegt Miriam Wilmot, fysiotherapeut en adviseur verbetermanagement. We hebben katrollen aan de toiletdeuren bevestigd, meer ruimte gecreëerd in de huiskamer en de wasmanden en overbodig incontinentiemateriaal uit de badkamers gehaald. Dit zijn kleine aanpassingen, maar zorgen er wel voor dat de cliënten nu op tijd hun toilet bereiken. Miriam vertelt: Het leuke van deze verbeteracties is dat resultaten direct zichtbaar zijn!

Boekje Verantwoorde continentiezorg: Wat jij als verzorgende kunt doen!

Dit boekje bevat inspirerende praktijkverhalen, tips en instrumenten uit het verbetertraject om de dagelijkse continentiezorg te verbeteren. Het is speciaal geschreven voor verzorgenden. We kunnen niet alle cliënten continent maken, maar de zorg wel degelijk verbeteren en het werk fysiek lichter maken, geeft Roelf van der Veen van Vilans aan. Dit boekje is een handig naslagwerk voor iedere verzorgende.

Het boekje Verantwoorde continentiezorg: Wat jij als verzorgende kunt doen! is te verkrijgen via de webwinkel van Vilans, kenniscentrum voor langdurende zorg: www.vilanswebwinkel.nl.

Over Zorg voor Beter

Zorg voor Beter stimuleert organisaties in de langdurende zorg om te werken aan kwaliteitsverbetering en duurzaamheid van de zorg. Dit om iedereen nu én in de toekomst goede zorg te kunnen garanderen. Zorg voor Beter biedt een methodische aanpak, goede voorbeelden en advies van experts. Leren van elkaar staat centraal. Zorg voor Beter is een initiatief van het ministerie van VWS. ZonMw heeft de regie. Vilans is hoofduitvoerder van de verbetertrajecten. Meer dan 700 zorgorganisaties deden al mee.

Therapie tegen ziekte van Cushing

19 Augustus 2010

Hormoondeskundigen van het Erasmus MC hebben een behandeling ontwikkeld tegen de ziekte van Cushing. Bij deze aandoening produceert het lichaam veel te veel cortisol, een bijnierschorshormoon.

Klier in hersenen
De ziekte van Cushing wordt veroorzaakt door een goedaardige tumor in de hypofyse. Dit is een klier in de hersenen ter grootte van een erwt die meerdere soorten hormonen maakt. De hypofysetumor maakt bij de patiënten met Cushing te veel van het hormoon ACTH aan, wat resulteert in een overproductie van cortisol door de bijnieren.

Vollemaansgezicht
Overproductie van cortisol leidt onder meer tot vetafzetting rond de romp, een dikke nek, vollemaansgezicht, zwakke benen, hoge bloeddruk en diabetes. Zulke symptomen zijn vaak ook herkenbaar bij mensen die prednison gebruiken.

Huidige behandeling
Tot nu toe bestaat er geen effectieve medicatie voor de ziekte van Cushing. Een middel dat wordt voorgeschreven, ketoconazol, heeft vaak ernstige bijwerkingen door de hoge dosering die nodig is, en is niet altijd effectief. Opereren werkt bij 60 tot 70% van de patiënten, maar bij een minderheid keert binnen tien jaar de tumor terug. Bestralen is dan een volgende optie. Dit kent ernstige bijwerkingen en heeft pas na lange tijd effect.

Pasireotide
De basis voor de nieuwe therapie is gelegd in het Endocrinologie-laboratorium van het Erasmus MC. De eerste ervaringen met het middel pasireotide bij zeventien patiënten zijn veelbelovend, zegt endocrinoloog Richard Feelders. Dit medicijn heeft bij de meeste patiënten effect, al dan niet in combinatie met cabergoline en een lage dosis ketoconazol. Hiermee werd binnen tachtig dagen bij bijna 90% van de patiënten normale cortisolspiegels bereikt. De bijwerkingen zijn doorgaans mild. Andere Nederlandse UMC’s droegen bij aan dit onderzoek naar een therapie voor Cushing.

Vervolgstudie
De onderzoekers van het Erasmus MC, LUMC, UMC St Radboud en UMC Utrecht hebben hun bevindingen gepubliceerd in New England Journal of Medicine. Dr. Feelders: “Onze experimentele behandeling is afgesloten. Het nieuwe geneesmiddel moet nu officieel worden geregistreerd. Pas daarna is behandeling mogelijk. Wel start medio volgend jaar een grote vervolgstudie in het Erasmus MC, met pasireotide als langwerkend preparaat.”
[Erasmus MC]

Pijnvrij door cement in gebroken rugwervel

15 Augustus 2010

rugStudie St. Elisabeth Ziekenhuis bewijst effectiviteit vertebroplastiek
Het injecteren van botcement in door botontkalking ingezakte en gebroken rugwervels is een effectieve en veilige methode om patiënten pijnvrij te maken. Dit blijkt uit een onderzoek van het St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg dat in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet is gepubliceerd.

In het St. Elisabeth Ziekenhuis worden jaarlijks 150 tot 200 patiënten die veel pijn hebben door ingezakte rugwervels met vertebroplastiek behandeld. Daarbij wordt via een naald door de huid een speciaal soort cement in de wervel gespoten. “We wisten dat het cementeren van de breuk de best denkbare pijnstiller is, maar dit was nog niet wetenschappelijk bewezen”, zegt interventieradioloog dr. Paul Lohle. “Onze studie levert nu het keiharde bewijs dat vertebroplastiek veel betere resultaten oplevert dan de traditionele behandelmethode met pijnstilling, bedrust en het dragen van een korset. Omdat patiënten weer direct mobiel worden, zijn de behandelkosten meer dan acceptabel. De kwaliteit van leven neemt immers enorm toe.”

Botontkalking
Patiënten die in aanmerking komen voor vertebroplastiek hebben zonder uitzondering last van botontkalking (osteoporose). Lohle: “Het betreft dus vooral oudere vrouwen die geconfronteerd kunnen worden met een ingezakte ruggenwervel. Een misstap op een stoepje kan al een pijnlijke breuk veroorzaken. Via een onderzoek en een MRI-scan kan nauwkeurig worden bepaald of vertebroplastiek uitkomst kan bieden. Onze studie toont aan dat 90 tot 95 procent van de behandelde patiënten vrijwel direct geen pijnklachten meer heeft. Het vastzetten van de wervel zorgt ervoor dat de zenuwbanen niet langer worden geïrriteerd. Het is echter wel noodzakelijk de patiënt binnen zes weken na het ontstaan van de breuk te behandelen.”Neuroradioloog prof. dr. Willem Jan van Rooij

Strenge regels
Het onderzoek werd geleid door Caroline Klazen, arts-assistent radiologie, die later dit jaar promoveert op dit onderwerp. Neuroradioloog prof. dr. Willem Jan van Rooij speelde een belangrijke rol bij de uitwerking. “Er moet aan veel strenge regels worden voldaan om een studie internationaal geaccepteerd te krijgen. We hebben daarom andere ziekenhuizen bij het onderzoek betrokken. Het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven, het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht, het St. Lucas in Gent en het Diakonessenhuis en het UMC in Utrecht hebben intensief meegewerkt. Ook zij behandelen patiënten met deze techniek in hun ziekenhuis, ze deelden de gegevens met ons voor dit onderzoek. Verder zorgden internist Job Juttmann en de professoren Mali en De Vries voor een inhoudelijke bijdrage”, aldus Van Rooij.

Geschat wordt dat wereldwijd jaarlijks 1,4 miljoen mensen last krijgen van een ingezakte en gebroken rugwervel. Van Rooij: “Onze studie kan dus heel veel patiënten vooruit helpen. Ziektekostenverzekeraars kunnen nu niet meer om de vertebroplastiek heen.”
[St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg]

Risicofactoren infecties rugpatiënten in kaart gebracht

14 Augustus 2010

rugWanneer na een rugoperatie een infectie optreedt, is dit voor zowel de patiënt als het ziekenhuis erg vervelend. Vaak moet een patiënt opnieuw geopereerd worden en verloopt het herstel moeizamer. Voor ziekenhuizen brengen infecties een extra belasting van de capaciteit en extra kosten met zich mee. Daarom wordt er veel aan gedaan om infecties na de operatie bij patiënten te voorkomen. Onderzoekers brachten onlangs nieuwe risicofactoren voor een infectie na een rugoperatie aan het licht.

Voor het treffen van de juiste maatregelen is het nodig om te weten welke patiënten een hoger risico lopen op een infectie na een rugoperatie. Om deze risicofactoren in kaart te brengen, startten onderzoekers van de Sint Maartenskliniek een grootschalig onderzoek onder 1566 rugpatiënten die een lumbale spondylodese ondergingen. Een lumbale spondylodese is een operatie waarbij een aantal rugwervels worden vastgezet. Van alle rugpatiënten die aan het onderzoek deelnamen, kreeg 2,2 procent van de patiënten na de operatie een infectie. Uit internationaal onderzoek is bekend dat de infectiecijfers voor rugoperaties variëren van 0.7% tot 11.9% afhankelijk van de complexiteit van de operatie en het gebruik van implantaten. Onderzocht werd of er naast deze factoren nog andere zaken een rol spelen bij het ontstaan van een infectie.

Nieuwe risicofactoren
De onderzoekers vergeleken twee groepen patiënten met elkaar: patiënten die na de operatie een infectie kregen en patiënten die na eenzelfde operatie geen infectie kregen. Er werden gegevens verzameld over onder andere de medische geschiedenis, de leefstijl en operatiegerelateerde factoren van patiënten. Dit bracht een aantal nieuwe risicofactoren aan het licht.

Patiënten die al eerder een rugoperatie hebben ondergaan in hetzelfde gebied in de rug, blijken vier keer meer kans hebben op een infectie. Daarnaast blijkt dat patiënten waarbij een groter aantal wervels werd geopereerd en patiënten met diabetes vaker een infectie krijgen na een rugoperatie.

Roken
Ook bevestigde het onderzoek dat rokers een tweemaal grotere kans hebben een infectie op te lopen na de operatie. Daarom wordt er bij de Maartenskliniek van patiënten gevraagd om minimaal drie maanden voor en drie maanden na de operatie niet te roken. Zo kunnen patiënten zelf ook bijdragen aan een lager infectierisico.
[Sint Maartenskliniek]

Ziekenhuizen mogen nog hartklepoperaties doen

13 Augustus 2010

zorgverlenerAlle vijf ziekenhuizen die naar de rechter zijn gestapt omdat ze geen hartklepoperaties meer mogen uitvoeren, krijgen de mogelijkheid om twee maanden langer door te gaan met de ingrepen. Het ministerie van Volksgezondheid heeft dat bepaald. Het gaat om hartklepoperaties die via een katheter worden uitgevoerd.

De rechtbank van Den Bosch bepaalde donderdag al dat één van de ziekenhuizen, het Catharina in Eindhoven, twee maanden langer mocht doorgaan. Het ministerie besloot daarop de lijn door te trekken naar de andere protesterende ziekenhuizen, en die allemaal tegemoet te komen.

Minister Ab Klink van Volksgezondheid heeft kortgeleden besloten het aantal ziekenhuizen dat de ingrepen mag uitvoeren, drastisch te beperken. De ziekenhuizen die buiten de boot vielen, waren daar boos over en vijf daarvan stapten naar de rechter.

150e hartklep vervangen met katheter

7 Augustus 2010

hartSpecialisten van het Thoraxcentrum van het Erasmus MC hebben met succes de 150e vervanging van een aortaklep met een katheter uitgevoerd. Bij deze vorm van hartklepvervanging wordt amper gesneden. De techniek is passend voor patiënten die een openhartoperatie niet aan kunnen.

Vijf jaar geleden
In december 2005 is de ingreep voor het eerst in Nederland uitgevoerd, in het Thoraxcentrum te Rotterdam. Vervanging van de aortaklep met katheters, percutane of transkatheter hartklepinterventie (THI) genoemd, wordt uitgevoerd bij patiënten die vanwege hun slechte gezondheid niet meer in aanmerking komen voor de meer gebruikelijke openhartoperatie.

Sneller herstel
Omdat bij de methode met de katheter nauwelijks wordt gesneden – de hartklep wordt via de slagader in de lies op de juiste plek gebracht – herstellen patiënten sneller van de ingreep dan na een ‘open’ operatie. Voor iedere individuele patiënt bepaalt het hartteam, met onder meer cardiologen en hartchirurgen, de meest geschikte behandeling: operatie of THI.

Grootste centrum
Met de 150e transkatheter hartklepinterventie is het Erasmus MC in Nederland het grootste centrum voor deze ingreep, met de meeste ervaring. Er is ook veel expertise welk soort klep voor een individuele patiënt het beste is. Bovendien huisvest het Erasmus MC de grootste hartkleppenbank van Europa.

Het Thoraxcentrum van het Erasmus MC heeft een hoofdrol gespeeld in de ontwikkeling van deze ingreep. In dit centrum worden patiënten behandeld en hartspecialisten uit binnen- en buitenland opgeleid. De ingreep is complex en stelt hoge eisen aan de vaardigheid van het hele team dat de ingreep uitvoert.

Samenwerking Atrium MC en azM op cardiologisch gebied

1 Augustus 2010

hartAtrium Medisch Centrum Parkstad en het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) hebben besloten samen te werken op cardiologisch gebied om zodoende de zorg voor de patiënt beter op elkaar af te stemmen.

Als eerste uitvloeisel daarvan is er overeenstemming over het uitvoeren van dotterbehandelingen. AzM heeft toegezegd Atrium MC hierbij te ondersteunen. Als de minister op basis van de overeenkomst tussen beide ziekenhuizen aan Atrium MC vergunning verleent, zal de capaciteit voor deze belangrijke behandeling in Zuid-Limburg worden vergroot. Patiënten uit Parkstad hoeven dan niet meer voor een dotterbehandeling naar Maastricht gebracht te worden, maar de behandeling kan gewoon in Atrium Heerlen plaatsvinden. Alle voorzieningen zijn daarvoor aanwezig. Wanneer precies de eerste patiënt een dotterbehandeling in Atrium MC kan ondergaan, ligt aan het moment van vergunningverlening door de minister.

Dit vormt een eerste stap naar samenwerking ook op andere gebieden. In het najaar zullen nadere afspraken worden gemaakt over gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek op cardiologisch gebied, andere vormen van samenwerking op cardiologisch gebied en een azM-poli hartchirurgie in Atrium MC.

Het is duidelijk dat de patiënt van deze samenwerking tussen beide Zuid-Limburgse ziekenhuizen veel voordeel zal hebben.

Nieuwe techniek verlaagt hoge bloeddruk

29 Juli 2010

bloeddrukOp 28 juli 2010 wordt in het UMC Utrecht voor het eerst in Nederland een nieuwe kathetertechniek toegepast bij een patiënt met een extreem hoge bloeddruk. De techniek is ontwikkeld en onderzocht in het buitenland en biedt volgens de betrokken specialisten een goed perspectief voor mensen met een hoge bloeddruk waarbij medicijnen onvoldoende effect hebben.

Van alle volwassenen in Nederland heeft ongeveer één op de vijf een verhoogde bloeddruk. In Nederland betekent dit dat er meer dan 1 miljoen mensen hypertensie hebben; dat is een bloeddruk van meer dan 140/90 mmHg. Patiënten met een te hoge bloeddruk gebruiken medicijnen om hun bloeddruk onder controle te krijgen. Een deel van hen heeft resistentie tegen bestaande medicijnen (+/-15-20%), wat betekent dat de medicatie onvoldoende werkt. Dit vergroot het risico op een hartinfarct, beroerte of het verlies van nierfunctie. De nieuwe kathetertechniek wordt toegepast bij patiënten die een bovendruk hebben van meer dan 160 mmHg ondanks het gebruik van tenminste drie soorten medicijnen.

Het idee dat de nieren (mede)verantwoordelijk zijn voor het ontstaan en onderhouden van de hoge bloeddruk, bestaat al heel lang. De zenuwbanen die de nieren en de hersenen met elkaar verbinden spelen hierin een grote rol. In de vorige eeuw is al gebleken dat het doorsnijden van deze zenuwen een belangrijk bloeddrukverlagend effect heeft. De operatie was echter ingewikkeld en werd daarom niet of nauwelijks uitgevoerd. Door een technische innovatie kan het blokkeren van de functie van deze nierzenuwen nu verkregen worden op een niet al te ingewikkelde manier. De eerste ervaringen met de nieuwe techniek in het buitenland zijn heel gunstig.

De arts opereert via de zogenoemde kathetertechniek. Dit houdt in dat in de lies na plaatselijke verdoving met behulp van een aanpriknaald de linker of rechter dijbeenslagader (arteria femoralis) wordt aangeprikt. Via deze naald wordt een slangetje ingebracht waarlangs geen bloed kan ontsnappen, maar wel een katheter naar de nierarterie kan worden ingebracht. Via deze katheter wordt een kleinere katheter opgevoerd, die radiofrequente energie afgeeft. Op deze manier schakelt de arts de werking van het zenuwweefsel rondom de nierarterie uit.

De afdelingen cardiologie, nefrologie en radiologie van het UMC Utrecht passen deze techniek nu toe. De betrokken artsen zijn dr. M. Voskuil, dr. P.J. Blankestijn en dr. E.P.A. Vonken. In eerste instantie komen patiënten met een moeilijk behandelbare hoge bloeddruk in aanmerking voor deze ingreep. Soms hebben dergelijke patiënten al een gestoorde nierfunctie. In het kader van een project gefinancierd door een Innovatie Beurs van de Nierstichting, zal worden onderzocht waarom de techniek zo goed lijkt te werken.

Patiënten met een hoge bloeddruk die willen weten of zij eventueel voor deze techniek in aanmerking komen kunnen terecht bij hun huisarts of specialist.