Nederlanders flossen braaf uit angst voor de tandarts

Tanden flossenBang voor de tandarts? U bent niet de enige. Bijna de helft van de Nederlanders is bang voor de tandarts, zo blijkt uit recent onderzoek van Philips. Nederlanders zijn zich erg bewust van het belang hun gebit goed te verzorgen. Ruim 55% van de respondenten van het onderzoek flosst naast het tandenpoetsen regelmatig. Een hartig woordje van de tandarts is daarbij zelden nodig, want angst voor de tandartsstoel (50%) is voldoende om te gaan flossen. Het vermijden van gele tanden en overgevoeligheid zijn daarnaast de belangrijkste beweegredenen om het gebit goed te verzorgen.

Mannen versus vrouwen
Opvallend is dat vrouwen vaker last hebben van gevoelige tanden dan mannen, zeker als het gaat om koude (32%) en zoete dingen (8%). Naast regelmatig flossen bezoekt een kwart van de vrouwen de mondhygiëniste.

Mannen daarentegen, reinigen hun gebit liever zelf. Zij gebruiken hier over het algemeen tandenstokers (68%) en mondwater (34%) voor, of gewoonweg een scherp voorwerp (18%). Bijna de helft van de mannen is zich erg bewust van het feit dat goed reinigen tussen de tanden de algemene mondhygiëne beïnvloedt. Bij vrouwen is dit 39%.

Over één ding zijn mannen en vrouwen het eens – etensresten tussen de tanden is een grote afknapper. Toch blijft de grootste afknapper het hebben van een onfrisse adem (60%). Voor mannen spelen schuine tanden ook een rol.

En flossen maar …
Aangezien je met tandenpoetsen slechts 60% van het gebit reinigt, wordt flossen vaak aangeraden om ook tussen de tanden goed schoon te maken. Helaas blijft dit voor veel mensen nog steeds een lastige aangelegenheid; tanden zijn moeilijk te bereiken (25%), flossdraad breekt (18%) of het tandvlees begint te bloeden (ca.18%). Toch blijkt 58% van de Nederlanders de ongemakken graag te trotseren voor het schone en prettige gevoel dat flossen geeft. Ruim een kwart van de Nederlanders flosst volgens het onderzoek grondig en is hier minimaal twee minuten per dag of zelfs langer mee bezig.

In 60 seconden flossen met lucht
Om het reinigen tussen de tanden eenvoudiger en effectiever te maken heeft Philips onlangs de Sonicare AirFloss ontwikkeld. Het apparaat is gemakkelijk te gebruiken en is  voorzien van ‘microburst’-technologie. Deze technologie geeft korte krachtige luchtstoten en microscopische waterdruppeltjes af, waarmee zacht en zeer effectief tussen de tanden gereinigd wordt. De Sonicare AirFloss verwijdert 99% meer tandplak tussen de tanden dan bij alleen poetsen en vervangt traditioneel flossen.

Bovendien bestrijdt de Sonicare AirFloss doeltreffend slechte adem. Mannen die aan het flossen graag een frisse smaak (19%) en een frisse adem (15%) overhouden kunnen mondwater naar keuze in de Sonicare AirFloss gebruiken.

Ulrike de Jong, Marketing Manager Oral Healthcare bij Philips: “Sonicare AirFloss is een nieuw technologisch hoofdstuk op het gebied van mondhygiëne en vervangt het traditionele flossen. “Door middel van een luchtstraal reinigt Sonicare AirFloss op een aangename manier en binnen één minuut alle ruimtes tussen de tanden. Voor alle mensen die flossen te tijdsintensief vinden is het dé uitkomst”.

Philips Sonicare DiamondClean
Naast de Sonicare AirFloss is ook de Sonicare DiamondClean ideaal voor een goede gebitsverzorging. Deze hoog technologische tandenborstel is in staat 100% meer tandplak te verwijderen dan een gewone handtandenborstel ii, een punt dat voor 30% van de ondervraagden een belangrijke reden is om te flossen. Daarnaast zorgt de Sonicare DiamonClean, mede dankzij de verschillende poetsstanden zoals Gum Care en White, voor een verbeterde conditie van het tandvlees en optimale verwijdering van vlekjes op de tanden.
[Persbericht Philips]

Tandarts is steeds vaker een vrouw

Modernisering van het vak leidt tot parttime werken en samenwerken
De ‘nieuwe’ tandarts is steeds vaker een jonge vrouw die parttime werkt in een samenwerkingspraktijk. Dat signaleert de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT). Recente cijfers laten in de periode 2000-2010 een groei zien van 10 % van het aantal vrouwelijke tandartsen. “De cijfers bevestigen een trend die wij al langer zien. De emancipatie van vrouwen én het feit dat het beroep van tandarts privé en werk goed laat combineren, leidt tot grotere interesse van vrouwen voor het vak”, stelt de NMT.

In de ogen van het publiek is tandheelkunde nog steeds een mannenberoep. “Het ‘klassieke’ beeld van de tandarts is dat van een oudere man, die in zijn eentje lange werkdagen maakt in zijn solopraktijk. Dit beeld is achterhaald”, zegt de NMT.

De feminisering is vooral zichtbaar bij jongeren; van de actieve Nederlandse tandartsen onder de 39 jaar is 54% vrouw. De NMT verwacht dat deze trend verder zal doorzetten. In 2010 was 60 % van de eerstejaars studenten Tandheelkunde een vrouw. Verder meent de NMT dat het beroep ook bij allochtonen steeds meer in trek is, ook al worden deze cijfers niet officieel bijgehouden.

Parttime
Parallel aan de maatschappelijke trend is parttime werken ook bij tandartsen inmiddels heel gebruikelijk. “Die ontwikkeling maakt het, naast dat het een boeiend vak is, voor vrouwen aantrekkelijk om tandarts te worden. Gezin en carrière zijn goed te combineren,” volgens de NMT. De mannelijke tandarts kent een werkweek van 39 uur, vrouwen van 32 uur. In tegenstelling tot andere beroepsgroepen, zie je bij tandartsen dat ouderen even vaak voor parttime werken kiezen als jongeren.

Samenwerking
De ‘nieuwe’ tandarts geeft verder de voorkeur aan samenwerken met collega’s, zo blijkt uit onderzoek van de NMT. De tendens dat het aantal ‘solistisch’ werkende tandartsen afneemt, lijkt hiermee door te zetten. In 1997 werkte 76% van de tandartsen op die manier, in 2010 was dat nog maar 61 %.

De huidige tandartspraktijk zoekt naar verschillende vormen van samenwerking. Dat kan zijn met een andere tandarts-praktijkeigenaar, maar ook met collega’s die als ZZP’er werken. Ook wordt er meer samengewerkt met andere professionals. Zo verwijst 90 % van de tandartsen in enige mate door naar mondhygiënisten, en delegeert 47% taken aan assistenten.
[NMT]

Gezond gebit is goed voor het hart

tandenborstelSlechte poetsers hebben 30-40% meer kans op hartaanval
Een schoon en gezond gebit helpt bij het voorkomen van hartproblemen. Uit onderzoek blijkt dat de bacteriën die verantwoordelijk zijn voor tandplak ook een rol spelen bij de verkalking van de slagaderen van hartpatiënten. Slechte tandverzorging kan dus een verhoogde kans geven op hart- en vaatziekten. De Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT) hamert daarom op het belang van goed poetsen en regelmatige controle van het tandvlees.

Slecht poetsen: 30-40% meer kans op hartaanval
Uit het onderzoek blijkt dat in verkalkte slagaderen van hartpatiënten dezelfde bacteriën voorkomen, die ook medeverantwoordelijk zijn voor tandplak. Bovendien stellen onderzoekers vast dat mensen die slechts eenmaal per dag hun tanden poetsen dertig tot veertig procent meer kans hebben op een hartaanval.

Tandarts en vice-voorzitter van de NMT, Hendrike van Drie: “De relatie tussen tandvleesproblemen en hart- en vaatproblemen is aangetoond in diverse onderzoeken. Mensen met een gezond gebit met meer dan 25 tanden bleken minder last te hebben van hartproblemen, dan mensen met minder dan tien tanden. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de kans op een hart- of vaataandoening met twintig procent toeneemt als je tandvlees ontstoken is. Ben je jonger dan 65 jaar en heb je chronische parodontitis, dan is die kans zelfs 44 procent. Parodontitis lijkt dus een risicofactor voor hart- en vaatziekten te zijn. Zij hadden significant vaker hart- en vaataandoeningen. Ons advies als tandartsen is: twee maal per dag goed poetsen en het tandvlees regelmatig door een tandarts en/of mondhygiëniste laten beoordelen.”

Waarschuwing cardiologen
Ook cardiologen zien een goede mondverzorging als bijdrage aan het voorkomen van hartproblemen. Cardioloog dr. D. J. A. Lok van het Deventer Ziekenhuis geeft aan dat hart- en vaatziekten geassocieerd zijn met chronische infecties, zoals parodontitis. “Bacteriën die frequent in de mond worden aangetoond, zoals Chlamydia Pneumoniae, kunnen worden aangetroffen in vaatvernauwingen (plaques) van bijvoorbeeld de halsslagaderen.”
[NMT]

Uitgebreide informatie helpt tegen angst voor de tandarts

Onderzoek toont aan dat uitgebreide informatie helpt tegen angst
Nog steeds zijn 3 miljoen mensen bang voor een bezoek aan de tandarts. Dat hoeft niet meer. Uit onderzoek blijkt dat patiënten die vooraf uitstekend worden voorgelicht over een behandeling hun angst als sneeuw voor de zon zien verdwijnen. Dankzij een zorgvuldige voorlichting op de site ‘allesoverhetgebit.nl’ zijn merkbaar minder mensen bang voor bijvoorbeeld een wortelkanaalbehandeling. Zo zochten in de afgelopen zeven maanden maar liefst 35 duizend mensen op deze site naar informatie over de wortelkanaalbehandeling. Informatie over deze behandeling heeft de NMT extra onder de aandacht van patiënten gebracht.

Goede informatie neemt angst weg
Wanneer mensen objectieve informatie krijgen over de behandeling, blijkt dat ze minder nerveus zijn. Tandarts-endodontoloog Walter van Driel: “Mijn patiënten ontvangen een pakket met informatie en ik beantwoord uitgebreid al hun vragen tijdens een persoonlijk gesprek. Zo neem ik het mystieke rond de wortelkanaalbehandeling weg. Vaak blijkt de behandeling na afloop erg mee te vallen.”

Ook tandarts-endodontoloog Michiel de Cleen informeert zijn patiënten uitgebreid: “Dat is belangrijk om eventuele onzekerheid en angst voor pijn weg te halen. Door de verdoving is dat helemaal niet meer nodig. Het grappige is dat mensen bij deze behandeling vaak een heftige en bloederige toestand voor zich zien, terwijl het juist zo’n secure en rustige behandeling is.”
[NMT]

Tandarts kan helpen bij stoppen met roken

Stoppen met rokenTandheelkundigen kunnen hun cliënten goed adviseren en begeleiden in het stoppen met roken. Tandarts-onderzoeker Josine Rosseel onderzocht, begeleid door de afdeling IQ-healthcare van het UMC St Radboud, hoe advies en ondersteuning bij het stoppen met roken door tandheelkundige hulpverleners in hun dagelijkse praktijk kan worden verbeterd.

De tandheelkundige beroepsgroep (tandartsen, mondhygiënistes en assistentes) kan een actieve rol spelen in preventie van tabaksverslaving. Dit bepleit de nationale richtlijn voor de behandeling van tabaksverslaving. Deze hulpverleners zien hun cliënten regelmatig, vaak twee maal per jaar, en de cliënten zijn veelal gezond. Rosseel vond in haar promotieonderzoek bij het UMC St Radboud dat mondgezondheidsklachten, bijvoorbeeld tandverkleuring en tandvleesproblemen, goede aanknopingspunten vormen voor de discussie over stoppen met roken. Dit maakt de tandheelkundige praktijk een goed startpunt voor preventie van tabaksverslaving.

Positieve cultuur
Rosseel stelt vast, dat feedback van patiënten de tandheelkundige medewerkers stimuleert om de richtlijnen voor behandeling van tabaksverslaving beter na te leven. Ook ondersteuning van collega’s beïnvloedt de advisering en ondersteuning positief, evenals de eigen overtuiging van de verschillende tandheelkundige medewerkers. Sociale steun hielp tandheelkundige medewerkers om meer advies en ondersteuning te geven. “Er moet een positieve cultuur rondom stop-roken advisering gecreëerd worden”, zegt Rosseel.

Barrières voor tandheelkundig hulpverleners om een stop-roken advies te geven zijn voornamelijk tijdgebrek en de angst om het vertrouwen van de cliënt te beschamen. Ook blijkt dat de kennis van tandheelkundige medewerkers op dit gebied nog te wensen over laat.

Richtlijnen aanpassen
Rosseel heeft een strategie ontwikkeld om tandheelkundige hulpverleners beter in staat te stellen een actieve rol te spelen in preventie van tabaksverslaving. Deze strategie bestaat uit educatie geven aan de tandheelkundige beroepsgroep, terugkoppeling van patiënten, een positieve cultuur creëren rondom het stoppen met roken en organisatorische interventies aanbieden, zoals de mogelijkheid tot doorverwijzen naar een specialist en het hanteren van protocollen. De resultaten bevestigen dat stop-met-roken advisering en begeleiding meer dan nu een rol zou moeten spelen in de tandheelkundige praktijk. Volgens Rosseel kunnen de huidige richtlijnen worden aangepast op basis van de resultaten van haar onderzoek.

Nederlander poetst tanden steeds beter

tandenborstelKunstgebit sterft uit in Nederland
Steeds meer Nederlanders worden oud met hun eigen gebit, waardoor het kunstgebit langzaam maar zeker uitsterft. In 1990 had 24% van de totale bevolking geen eigen tanden meer. In 2009 was is dat percentage teruggelopen naar 12%. Deze daling begint al bij de leeftijdsgroep van 45 tot 65 jaar: daar daalde het percentage kunstgebitdragers van 37% naar 12%. Bij de 65-plussers daalde dat van 70% naar 41%. Aldus de Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT).

In het verleden werd vaak op relatief jonge leeftijd routinematig tanden en kiezen getrokken (bij cariës), waarna je een paar maanden tandeloos rondliep, totdat de kaak geslonken en genezen was. Daarna kreeg je een kunstgebit aangemeten.

In de loop van de jaren zestig ontstond in de samenleving het besef dat er iets gedaan moest worden aan de slechte gebitstoestand van veel Nederlanders. Er kwamen grote publiekscampagnes, er werden schooltandartsendiensten opgezet en tandpasta’s werden gefluorideerd. Tandartsbezoek werd gestimuleerd en de Nederlander begon serieuzer zijn tanden te poetsen.

In relatief korte tijd nam daardoor de mondgezondheid toe. Men kwam tot de conclusie dat het verlies van tanden en kiezen niet was terug te voeren op het oud worden als zodanig, maar dat het te maken had met slechte mondhygiëne en onvoldoende begeleiding door tandartsen in de jeugdjaren. Met de verbetering van de mondgezondheid, nam ook het aantal Nederlanders dat tot op hoge leeftijd de eigen tanden en kiezen behield toe. Vooral onder ouderen.

Kindergebit is slecht van kwaliteit

tandenborstelHet is slecht gesteld met de kwaliteit van melkgebitten van peuters en kleuters. Kaakchirurg Ruud Bos van het UMC Groniningen zag de afgelopen vijf tot tien jaar steeds meer jonge kinderen met een verrot melkgebit. Een enkele keer moet hij zelfs alle melktanden onder narcose trekken, zegt hij donderdag naar aanleiding van een bericht in het AD.

Precieze cijfers kan de kaakchirurg niet geven. Het probleem komt volgens Bos onder meer omdat ouders niet controleren of hun kinderen goed poetsen.

NPCF wil dat patiënt tandarts op kwaliteit kan vergelijken

Tanden flossenDe Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) wil dat het voor de patiënt duidelijker wordt wat de kwaliteit is van zijn tandarts. De NPCF publiceert daarom vanaf vandaag een checklist waarmee iedereen de kwaliteit van zijn tandarts kan toetsen.

Ook wil de NPCF pas op de plaats met het invoeren van vrije prijzen voor tandartsen. ‘Er moet eerst een proefperiode komen van twee jaar, voordat we kunnen besluiten of het in ons aller belang is dat tandartsen hun eigen prijzen mogen bepalen’, zegt NPCF-directeur Wilna Wind.

Vanaf 2012 gaan tandartsen in onderhandeling met de zorgverzekeraars om de tarieven te bepalen voor vullingen, kronen, beugels, kunstgebitten en controles. De NPCF gaat daar niet zomaar mee akkoord. ‘De patiënt is weliswaar gebaat bij meer concurrentie op kwaliteit’, zegt Wilna Wind, ‘maar dan moet je ook kunnen kiezen voor de beste tandarts en kunnen nagaan of je ook waar voor je geld krijgt. Je moet kunnen vergelijken. Hoe goed is mijn tandarts eigenlijk?’

De NPCF vindt dat de kwaliteit voor patiënten tot nu toe nog niet duidelijk is. Sinds vandaag is er een checklist beschikbaar waarmee iedereen de kwaliteit van zijn tandarts kan beoordelen. ‘Trekt je tandarts altijd schone handschoenen aan in je bijzijn? Informeert hij altijd naar je medicijngebruik en je gezondheid? Vertelt hij over de mogelijke bijwerkingen van verdoving? Als de tandarts aan de meeste van de 10 punten voldoet, heb je goed in beeld wat de kwaliteit is van je tandarts’, zegt Wilna Wind.

Donderdag 14 april vergadert de Tweede Kamer over vrije prijzen in de mondzorg. De NPCF dringt er in een brief aan de Vaste Kamercommissie van Volksgezondheid op aan om via een tweejarig experiment toe te werken naar een definitief besluit over vrije prijzen. Zo kan er eerst aan gewerkt worden om de kwaliteit van tandartsen inzichtelijk te krijgen voor de patiënt. Gedurende deze periode zal de NPCF actief de vinger aan de pols houden om te bezien of er daadwerkelijk sprake is van zichtbare kwaliteit.

De NPCF vindt verder dat tandartsen prijslijsten bekend moeten maken via hun website en in de praktijk. ‘Eerder kunnen de prijzen wat ons betreft niet worden vrijgegeven’, aldus Wind. ‘Wij willen dat tandartsen in begrijpelijke taal beschrijven welke behandelingen ze bieden en wat dat kost. Anders weet je als patiënt niet waar je aan toe bent en kun je geen echte keuze maken voor de beste tandarts voor jouw situatie. En dat is toch het doel’.

Een derde voorwaarde die de NPCF stelt is dat er iets gedaan wordt aan de huidige schaarste aan tandartsen in bepaalde regio’s. ‘Als er weinig tandartsen zijn, kan de prijs makkelijk stijgen. In het slechtste geval gaat de kwaliteit zelfs achteruit. Een tekort aan tandartsen komt bovendien de keuzevrijheid niet ten goede’, zegt Wind.
[NPCF]