Wereld Aids Nacht: aandacht voor hiv/aids in het nachtleven

Wereld Aids NachtZodra op donderdag 1 december, wereld aids dag, de zon onder gaat; brandt in Amsterdam het jaarlijkse Wereld Aids Nacht programma los. Zo’n tien toonaangevende clubs en poptempels schenken in hun programma die avond en nacht aandacht aan hiv en aids. Er zal ook geld worden ingezameld voor het Aids Fonds.

Zoals voorgaande jaren zal in Paradiso Lovedance worden georganiseerd. Onder het motto `A full night of extravaganza of stars & freaks’ is het mogelijk de voetjes van de vloer te dansen in drie verschillende zalen. Op de site van Lovedance staan de deelnemende artiesten.

De organisatie van Wereld Aids Nacht en Lovedance stelt het belangrijke onderwerp hiv/aids centraal. Zij doneren dan ook hun expertise, netwerk, bloed zweet en tranen voor het goede doel; ook artiesten, sterren en illustere onbekenden doen gratis mee. Alles om een zo spectaculair mogelijk programma neer te zetten en tegelijkertijd zoveel mogelijk geld bij elkaar te brengen voor het Aids Fonds.

Bezoek www.wereldaidsnacht.nl voor alle details en koop snel je kaartjes.

[Aids Fonds]

 

UMC St Radboud biedt gratis HIV-sneltest aan

bloedtestOp 1 december, Wereld Aidsdag, biedt het UMC St Radboud een gratis HIV-sneltest aan voor iedereen ouder dan 18 jaar, die mogelijk risico heeft gelopen op een HIV besmetting. Met deze actie wil het UMC St Radboud HIV en Aids onder de aandacht brengen.

De HIV-sneltest in het UMC St Radboud wordt discreet en anoniem afgenomen en de uitslag is binnen 20 minuten bekend. De test wordt uitgevoerd door een verpleegkundig HIV-specialist, die tevens alle vragen over HIV en Aids kan beantwoorden.

Dr. Reinout van Crevel, internist-infectioloog in het UMC St Radboud: “Vier op de tien mensen in Nederland die met HIV geïnfecteerd zijn, weten dit niet van zichzelf. Om te voorkomen dat HIV je ziek maakt, of dat je het virus overdraagt op andere mensen, is het belangrijk om een test te doen, en daarmee je HIV-status te kennen. Want hoe eerder je wordt behandeld, hoe beter de prognose.”

Laagdrempelig
Een HIV-test wordt normaal gesproken door de huisarts of GGD uitgevoerd. Juist voor mensen die de stap naar huisarts of GGD te groot vinden, biedt het UMC St Radboud deze laagdrempelige test aan. De test is onder meer aan te raden als je onveilige seks hebt gehad, wanneer je zwanger wilt worden
of als je met bloed van een ander in aanraking bent gekomen.

De sneltest geschiedt op afspraak op 1 december. Van 16 tot en met 30 november kan, tussen 8.30-13.00 uur een (anonieme) afspraak gemaakt worden via tel: 06 4550 8804.

Vorig jaar boden acht HIV-behandelcentra, waaronder het UMC St Radboud, deze test aan. Toen lieten in totaal 700 mensen zich testen, zes van hen bleken HIV-positief.
[UMC St Radboud]

De (prik)pil lijkt het risico op hiv overdracht voor mannen en vrouwen te verdubbelen

AidsFondsDe prikpil is een populaire vorm van anticonceptie in Afrika. Onderzoek dat is gepubliceerd in de Lancet legt een verband met een verhoogd risico op het krijgen van hiv.

Tweemaal zo grote kans op hiv
Volgens dit onderzoek hebben vrouwen die de prikpil gebruiken een tweemaal zo grote kans op een hiv- infectie dan vrouwen die geen prikpil gebruiken. Ook het risico voor de man van een hiv-positieve vrouw verdubbelt bij gebruik van de prikpril. Hoe het precies werkt is onduidelijk. Mogelijk zorgt de prikpil voor een hogere concentratie van het virus in het vaginale vocht. In het onderzoek werd ook gekeken naar het gebruik van de gewone pil. Ook daarbij lijkt een verhoogde kans op hiv-overdracht waarneembaar. De aantallen zijn echter te klein om betrouwbare conclusies te kunnen trekken.

Opzet van de studie
Aan dit onderzoek deden 3790 heteroseksuele koppels uit zeven Afrikaanse landen mee. De ene partner had hiv, de andere niet. De koppels werden 12 tot 24 maanden gevolgd. Alle hiv-negatieve partners werden elk kwartaal getest op hiv. Voorts ontvingen alle koppels een uitgebreid hiv-preventiepakket, waaronder voorlichting over veilig vrijen en gratis condooms. De onderzoeksresultaten zijn gecorrigeerd voor allerlei variabelen die de resultaten zouden kunnen benvloeden, zoals leeftijd en het weglaten van condooms.

Meer onderzoek nodig
Er is al eerder onderzoek gedaan naar pilgebruik en hiv. Dit onderzoek is de eerste studie die een toegenomen risico op hiv door gebruik van de prikpil laat zien. Toch levert ook deze studie niet het ultieme bewijs. Dit bewijs is alleen te krijgen als je koppels at random verdeeld in groepen die wel de pil gebruiken en die m niet gebruiken. Dat is in deze studie niet gebeurd. Hierdoor kunnen er geen definitieve conclusies getrokken worden. UNAIDS heeft gister een persbericht uit doen gaan waarin zij oproept tot meer onderzoek naar hormonale anticonceptie en hiv-infectie. De Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) organiseert in januari 2012 een bijeenkomst waarin experts en onderzoekers de bevindingen verder bediscussiren.

Double Dutch
Gegeven het mogelijke risico op hiv-infectie bij gebruik van de (prik)pil voor zowel vrouwen als mannen is het van belang dat er goede voorlichting gegeven wordt over tweeledige bescherming, dat wil zeggen door middel van anticonceptie n condoomgebruik. Deze methode, ook wel Double Dutch genoemd, is in Nederland standaard opgenomen in de seksuele voorlichting.
[AidsFonds]

Seksueel functioneren van geneeskundestudenten onderzocht

liefde sex knuffelenMedische studenten zijn over het algemeen tevreden met hun seksuele leven. De tevredenheid stijgt van 66% in het eerste studiejaar naar 77% in het derde jaar en is dan het meest uitgesproken bij vrouwelijke studenten (84%). Ook krijgen de studenten gedurende hun studietijd meer ervaring op seksueel gebied.

Dit blijkt uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) naar de seksuele gezondheid van eerste- en derdejaars geneeskunde studenten dat deze maand is gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine. Het onderzoek is uitgevoerd door Freek Fickweiler, een 6e-jaars student geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Doel van het onderzoek was om meer bewustwording en kennis over het eigen seksueel gedrag onder medische studenten te bevorderen, waardoor het voor hen makkelijker wordt om er later in hun beroepscarrière met patiënten over te kunnen praten. De resultaten van dit onderzoek worden daartoe ingebracht in het onderwijs aan de medische studenten.

Inhaalslag
Ten opzichte van een steekproef onder leeftijdgenoten in Nederlands onderzoek van de Rutgers Nisso Groep, hebben medische studenten aanvankelijk minder seksuele ervaring (met uitzondering van zoenen en masturberen). Echter, naarmate de studenten ouder worden, wordt dit verschil kleiner, wat suggereert dat er een inhaalslag plaats vindt. Deze ontwikkelingen doen zich voor in hun relatievorm (van gelegenheidspartners naar vast), in het opdoen van seksuele ervaringen met verschillende partners, in hun opvattingen over seks (vrouwelijke studenten worden soepeler in hun opvattingen), en in het gebruik van voorbehoedsmiddelen (meer pil plus condoom).

Internationale vergelijking
De online enquête onder 1598 studenten bevatte vragen naar de seksuele ervaring en opvattingen (zoenen, naakt vrijen), het gebruik van voorbehoedsmiddelen, de achtergrond (opleidingsniveau ouders, religie, relatievorm, e.d.), en leefstijl (alcohol-, drugsgebruik, voeding) van de studenten. Het is opvallend dat het seksuele gedrag van Nederlandse medische studenten nauwelijks verschilt van dat van Amerikaanse en Duitse medische studenten, maar wel hemelsbreed van Chinese studenten. Waar slechts 0-1% van de Chinese studenten ervaring heeft met gemeenschap is dat onder Nederlandse, Amerikaanse en Duitse studenten 90%. Wel zijn Nederlandse studenten veel meer tevreden dan hun Amerikaanse collega’s. Daar was de tevredenheid slechts 11% tot 21%.

Risicovol gedrag
Risicovol seksueel gedrag blijkt sterker voor te komen bij studenten zonder vaste relatie en bij studenten met een homoseksuele oriëntatie. Alcohol-, drugsgebruik, roken en lidmaatschap van een studentenvereniging gaan bij de medische studenten niet gepaard met risicovol seksueel gedrag. Geslachtsziekten (SOA’s) komen bij de derde jaars medische studenten minder vaak (2-4%) voor dan bij leeftijdgenoten (12%-15%). Hoewel er veel veranderingen optreden in het leven van medische studenten, blijft het aantal SOA’s en ongewenste zwangerschappen laag en is het gebruik van voorbehoedsmiddelen relatief hoog.
[RUG]

Nederland start grootste hiv/aids programma

condoomNederland start grootste hiv/aids programma ter wereld gericht op homo’s, drugsgebruikers en sekswerkers
Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft 35 miljoen euro vrijgemaakt waardoor in 16 landen homo’s, drugsgebruikers en sekswerkers makkelijker toegang kunnen krijgen tot voorlichting, condooms, behandeling met hiv-remmers en zorg. Nooit heeft een land zo’n groot hiv/aids programma gericht op kwetsbare groepen gestart. Het kan een grote ommezwaai betekenen in het terugdringen van het aantal hiv-infecties in deze 16 landen. Het programma wordt uitgevoerd door zeven Nederlandse organisaties onder leiding van het Aids Fonds en start in september. Behalve de bijdrage van Buitenlandse Zaken wordt er 11,7 miljoen bijgedragen uit andere bronnen om het programma mogelijk te maken.

Unieke Nederlandse aanpak
Het 4,5 jaar durende programma is als beste beoordeeld door het ministerie. Eerder dit jaar werd een oproep gedaan om – in het kader van ontwikkelingsamenwerking – voorstellen in te dienen voor kwetsbare groepen.
Het besluit van de Nederlandse regering om geld voor dit project vrij te maken is van groot belang. Het betekent een voorzetting van de ‘Nederlandse aanpak’ binnen de internationale aidsbestrijding waarbij toegang tot preventie en zorg in combinatie met decriminaliseren van drugsgebruik, homoseksualiteit en sekswerk centraal staan. Alleen zo kunnen homo’s, druggebruikers en prostitué(e)s de zorg krijgen die nodig is. Een goed voorbeeld van deze zorg zijn integrale spuit-omruilprogramma’s voor injecterende drugsgebruikers. Vele hiv-infecties worden hiermee voorkomen. De Nederlandse aanpak wordt internationaal erkend als zeer succesvol.

Waarom juist deze groepen?
Kwetsbare groepen worden 10 tot 20 keer vaker geïnfecteerd met hiv dan de algemene bevolking. Slechts 8 procent heeft toegang tot preventie, zorg, hiv-behandeling en ondersteuning. In veel van landen bestaat wetgeving die toegang tot zorg moeilijk of onmogelijk maakt. Denk aan wetten die homoseksualiteit strafbaar stellen of op grond waarvan sekswerkers streng vervolgd worden. Het aanbieden van hiv/aidszorg die is ontwikkeld voor en door deze kwetsbare groepen moet dan ook hand in hand gaan met politieke druk om dergelijke wetgeving te veranderen. Dit is precies waar het programma zich op richt. Het programma richt zich overigens ook op partners van homo’s, drugsgebruikers en sekswerkers. Zo hebben in veel landen mannen, vanwege het taboe op homoseksualiteit, ook een relatie met een vrouw of zijn getrouwd.

16 landen
Het programma gaat in 16 landen lopen: Georgië, Kirgizië, Tadzjikistan, Oekraïne, Botswana, Oeganda, Kenia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Nepal, Pakistan, Vietnam, Indonesië, Brazilië, Costa Rica en Ecuador.

Voortzetting en uitbreiding bestaande projecten
Het programma bouwt voort op werk dat in de afgelopen jaren is gedaan. Dit werk kan nu worden voortgezet en uitgebreid. Er wordt wel veel meer samengewerkt in dit nieuwe programma om zo effectief en efficiënt mogelijk te zijn. Ook zal er aandacht zijn voor hiaten in bestaande projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste preventieprogramma’s op de ‘vrachtwagenroutes’ in Afrika alleen maar gericht op chauffeurs. Sekswerkers worden er tot nu toe niet mee bereikt. Dit heeft tot gevolg dat er nog steeds veel infecties plaats vinden op deze routes.

Uitvoering
Het Nederlandse programma wordt uitgevoerd door 7 organisaties: Aids Fonds/Soa Aids Nederland, Aids Foundation East-West, COC, Global Network of People living with HIV, Health Connections International, Mainline en Schorer. Samen met 102 partnerorganisaties in de genoemde 16 landen zullen zij de komende jaren zorgen dat 400.000 homo- en bimannen, transseksuelen, injecterende drugsgebruikers en sekswerkers bereikt worden met hiv-preventie, behandeling, zorg en andere ondersteuning.
[Aids Fonds]

Afname angst maakt aids niet minder gevaarlijk

aids ribbonDe angst voor besmetting met hiv en aids is iets afgenomen. Huisartsen vragen de laatste jaren minder hiv-testen aan, al nemen ze vaker het initiatief de kans op aids te bespreken met patiënten. Voorkomen moet worden dat het virus onderduikt en zich ongemerkt, meer gaat verspreiden.

Sinds 1999 pleiten de Wereldgezondheidsorganisatie en de Gezondheidsraad voor actiever bespreken van en testen op hiv en aids. Door tijdig te testen kun je zo vroeg mogelijk met behandeling beginnen, waarmee je de kans op overdracht verkleint. Met het beschikbaar komen van effectieve aidsremmers is de laatste jaren echter de angst voor aids en de behoefte aan informatie hierover in Nederland afgenomen. Daardoor zijn er nog steeds mensen geïnfecteerd die het virus zonder dat ze het weten aan anderen kunnen doorgeven.

Angst voor aids
De afname van de angst voor aids is terug te zien in de huisartsenpraktijken. Vanaf 1988 nam aanvankelijk het aantal patiënten dat de huisarts consulteerde vanwege ‘angst voor aids’ flink toe. In 1994 waren dat 27 contacten per 10.000 patiënten. In 2008 en 2009 daalde dit tot iets onder de 20. Bij slechts 6% hiervan betreft het een consult vanwege homo- of biseksuele contacten. Homo- en biseksuele mannen gaan vanwege ‘angst voor aids’ eerder naar een soa-poli, vrouwen naar de huisarts. Meestal lag het initiatief om over ‘angst voor aids’ te spreken bij de patiënt. Maar in 2009 nam de huisarts wel vaker (20%) het initiatief om erover te spreken dan in voorgaande jaren.

Testen
Vanaf 1988 neemt ook het aantal testafspraken via de huisarts toe. In 2006 en 2007 maakten huisartsen van de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations van het NIVEL voor bijna 90% van de patiënten met ‘angst voor aids’ afspraken voor een test. Dit nam af tot 70,3% in 2009. Wel namen de huisartsen in 2008 en 2009 vaker dan daarvoor het initiatief om – in samenspraak met de patiënt – te testen op hiv. Na het consult met de huisarts kreeg 15% van de mensen toch een testafspraak, hoewel ze daar niet zelf om verzochten. Het aantal positieve testuitslagen was 1,5% in 2009 en gemiddeld over de voorgaande jaren 1,3%. “De kans op een positieve test is dus nog steeds klein”, stelt NIVEL-projectleider, huisarts en epidemioloog Gé Donker, “de huisarts ziet dan ook vooral veel jonge heteroseksuele stellen die een nieuwe relatie beginnen, dat is een groep met een laag risico.”

Risicogroepen
“In Nederlandse soa-centra wordt iedereen standaard getest op aids. Dat vind ik geen goed idee voor de huisartspraktijk, laagdrempelig testen van risicogroepen wel”, vervolgt Donker. “Testen op hiv is niet altijd nodig. Goed overleg met de patiënt en een goede inschatting van het risico is belangrijk als bewustwording voor dokter en patiënt. Als huisarts weet je lang niet altijd de seksuele geaardheid van je patiënten. Het is bij consulten betreffende ‘angst voor aids’ belangrijk daar wel naar te vragen om een goede risico-inschatting te kunnen maken, omdat hiv in Nederland nog steeds het meeste voorkomt bij homo- en biseksuele mannen. Soms ook moeten we nog even wachten met testen omdat het risicovolle contact nog te kort geleden is. Een hiv-infectie is pas na vier tot zes weken vast te stellen. Standaard testen op een te vroeg moment zou dan leiden tot onterechte geruststelling. Een goed gesprek met de patiënt over risico’s werkt ook preventief en uiteraard is het in het belang van de patiënt en de samenleving, patiënten met hiv zo vroeg mogelijk op te sporen, zodat tijdig met de behandeling kan worden begonnen.”

Risico andere soa
Uit ander NIVEL-onderzoek blijkt, dat het aantal consulten in de huisartspraktijk waarin het risico op seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) in het algemeen wordt besproken de afgelopen jaren wel is toegenomen. Donker: “Daarbij lijkt de aandacht echter vooral gericht op de kans op chlamydia-infectie en minder op het veel kleinere risico op hivbesmetting. Mogelijk speelt de verschillende wijze van testen daarbij ook een rol. Hiv kan alleen middels een bloedonderzoek worden vastgesteld, terwijl chlamydia en de meeste andere soa’s zijn vast te stellen in urine- of slijmmonsters.”

CMR
Binnen de Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations houdt het NIVEL al sinds 1988 gegevens bij over ‘angst voor aids’. De CMR Peilstations bestaan sinds 1970 en vormen een representatieve groep van 59 Nederlandse huisartsen in 42 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is landelijk representatief naar regionale spreiding en bevolkingsdichtheid. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen.
[NIVEL]

Gratis hepatitis B vaccinaties tijdens Gay Pride 2011

vaccinatieGGD op zoek naar ongevaccineerde jongens die op jongens vallen
De GGD Amsterdam biedt tijdens de komende Gay Pride op locatie gratis vaccinaties aan tegen hepatitis B aan jongens die op jongens vallen. Ondanks een succesvolle vaccinatiecampagne en een daling van het aantal hepatitis B gevallen onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) in Amsterdam, is de GGD nog op zoek naar 10.000-12.000 jongere MSM die nog niet gevaccineerd zijn.

Sinds 2002 worden MSM in Amsterdam in het kader van een landelijk vaccinatieprogramma gratis gevaccineerd tegen hepatitis B. De gratis vaccinatie wordt aangeboden op de Soa polikliniek en de afdeling Infectieziekten. Sinds 2006 vaccineert de GGD ook in het uitgaanscircuit. Met een team van mannelijke verpleegkundigen en wervers trekken zij er wekelijks op uit om mannen in het uitgaanscircuit te informeren en te vaccineren. Sinds de start van deze campagne zijn er inmiddels op deze manier ongeveer 14.000 mannen in Amsterdam gevaccineerd. De GGD schat echter dat er in haar werkgebied circa 10.000-12.000 vooral jongere MSM nog niet gevaccineerd zijn.

Makkelijk overdraagbaar
Naar schatting 1 op de 5 mannen in Amsterdam die seks heeft met mannen komt in aanraking met hepatitis B. Hepatitis B is een leverontsteking die ernstig kan verlopen. De lever kan er blijvend beschadigd door raken en er kan leverkanker ontstaan. Verder kun je het virus bij je blijven dragen zonder dat je klachten hebt. Je kunt het gemakkelijk overdragen, bijvoorbeeld via seksueel contact of bloed-bloed contact, maar ook door het delen van scheermesjes, nagelschaartjes, tandenborstels e.d. Het virus is zeer besmettelijk, ca honderd maal besmettelijker dan hiv. Gebruik van condooms verkleint de kans op hepatitis B, maar beschermt niet volledig. Alleen volledige vaccinatie kan hepatitis B voorkomen.

Vaccineren tijdens de Gay Pride
Verpleegkundigen van de GGD Amsterdam zijn met een mobiele vaccinatie unit aanwezig:

  • Vrijdag 5 augustus: Reguliersdwarsstraat van 20 tot 23 uur
  • Zaterdag 6 augustus: Reguliersdwarsstraat van 13 tot 19 uur
  • Zondag 7 augustus: Thorbeckeplein (Rembrandplein) van 14 tot 19 uur

Voor meer informatie over de gratis hepatitis B vaccinatiecampagne: www.b-a-man.nl of www.ggdmobiel.nl

Extra drukte SOA & SENSE spreekuren GGD Hollands Noorden

condoomNa warme dagen extra drukte SOA & SENSE spreekuren GGD Hollands Noorden
Onveilige seks leidt tot toename van SOA. De afgelopen periode zijn er bij de GGD Hollands Noorden veel aanvragen voor een onderzoek naar seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Een van de belangrijkste redenen is onveilige seks. Het warme weer van de afgelopen periode kan hier aan hebben bijgedragen. De spreekuren op de vijf GGD locaties (2x Alkmaar, Hoorn, Schagen en Den Helder) zitten overvol. Ook het aantal gevonden soa (vooral chlamydia, gonorroe en lues) is toegenomen.

Toename cliënten soa spreekuren
In het tweede kwartaal zijn bijna 11% meer soa-consulten geweest t.o.v. het tweede kwartaal in 2010 (730 tegenover 660 consulten). Het aantal gevonden soa (vooral chlamydia, gonorroe en lues) is in dezelfde periode gestegen met 17,5% (121 tegenover 103 soa). Daarnaast vinden wij nog soa die buiten de registratie van het RIVM vallen. Relatief zijn er dus ook meer soa gevonden bij onze cliënten. Deze trend zet door in juli. Het gevolg is dat de spreekuren overvol zitten. Voor personen met klachten of met hoog risico regelen we extra spreekuurtijd. Dat betekent dat personen met laag risico, bijvoorbeeld start van een nieuwe relatie, langer moeten wachten op een afspraak of het advies krijgen bij de huisarts langs te gaan

SOA bestrijding bij de GGD Hollands Noorden
Op vijf GGD locaties, in Alkmaar (2x), Hoorn, Schagen en Den Helder, heeft de GGD Hollands Noorden spreekuren voor onderzoek op soa. Dit zijn spreekuren voor personen die een hoog risico hebben in het oplopen van een soa. Het gaat dan om jongeren onder de 25 jaar, mannen die seks hebben met mannen, prostituees, personen met veel wisselende onbeschermde sekscontacten, personen met klachten en personen die gewaarschuwd zijn dat de sekspartner een soa heeft. Met deze spreekuren heeft de GGD regionale expertise opgebouwd als het gaat om diagnostiek en behandeling. De spreekuren zijn laagdrempelig en kan op anonieme basis. Jongeren onder de 25 jaar kunnen bij de GGD ook terecht voor seksualiteitsvragen inclusief anticonceptie (SENSE).

Zie voor meer informatie over de SOA / SENSE spreekuren van de GGD Hollands Noorden ook de website www.ggdhollandsnoorden.nl.