Meisjes met rokende ouder meer kans op diabetes type 2

SigarettenVrouwen die opgegroeid zijn met rokende ouders hebben meer kans op diabetes type 2. Dat blijkt uit Frans onderzoek, gepubliceerd in het vakblad Diabetes Care. Roken is een ramp voor de gezondheid. Je hebt flink meer kans op luchtwegproblemen, hart- en vaatziekten en kanker. Ook ‘meeroken’ is wat dat betreft erg schadelijk, dat is algemeen bekend. Maar het kan nog erger: kinderen met minstens één rokende ouder hebben 15 jaar later ook bijna 20 procent meer kans om diabetes type 2 te krijgen.

Franse onderzoekers volgden 15 jaar lang 40.000 meisjes. Waardoor de meisjes met een rokende ouder vaker diabetes type 2 krijgen, weet men nog niet. We weten wel dat bij volwassenen roken het lichaam minder gevoelig maakt voor insuline. Maar hoe dat ook blijkt dus weer hoe belangrijk het is om kinderen rookvrij te laten opgroeien.
[Diabetes Fonds]

Snel terecht voor hulp bij stoppen met roken in het BovenIJ Ziekenhuis

Stoppen met rokenDe rook-stop-poli van het BovenIJ ziekenhuis begeleidt mensen die willen stoppen met roken. Ga aan de slag met uw goede voornemen voor 2013 en stop nu met roken! U kunt snel terecht voor een afspraak.

Stoppen met roken blijft lastig. Roken is namelijk een lastige verslaving. Velen is het inmiddels toch gelukt om te stoppen. Voor sommigen kan professionele begeleiding net die extra steun in de rug bieden die ze nodig hebben. De longverpleegkundigen op de rook-stop-poli helpen u hier graag bij.

Ga nu aan de slag met uw goede voornemen voor 2013! Vraag uw huisarts om een verwijzing en maak een afspraak op de rook-stop-poli. U kunt op werkdagen een afspraak maken door te bellen met tel. 020-634 6292. Vertel er dan bij dat het om de rook-stop-poli gaat, want dit telefoonnummer wordt ook voor andere afspraken gebruikt.

Meer informatie vindt u op de pagina Rook-stop-polikliniek.

Aantal rokers in Nederland neemt weer toe

SigarettenVoor het eerst sinds lange tijd neemt het aantal rokers in Nederland weer met honderdduizenden toe. Rookte in 2011 nog gemiddeld 25% van de Nederlanders boven de 18 jaar, als de tendens zich in 2012 doorzet komt het percentage eind dit jaar uit op ruim 26%. Een procentpunt vertaalt zich naar ongeveer 170.000 rokers. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Continu Onderzoek Rookgewoonten, dat TNS NIPO jaarlijks in opdracht van STIVORO uitvoert onder zo’n 18.000 mensen.

Meer rokers
In 2011 hadden we nog het laagste percentage rokers ooit in Nederland, namelijk 25%. Dat was zo laag geworden door de invoering van de vergoeding van stoppen-met-rokenprogramma’s vanuit de basiszorgverzekering in combinatie met een campagne door STIVORO. In 2011 waren hierdoor honderdduizenden mensen gestopt met roken. Het lijkt erop dat veel van deze mensen inmiddels weer zijn gaan roken. Sinds 2012 is de vergoeding weer uit het basispakket verdwenen en mogen er geen campagnes meer worden gevoerd. Het gemiddelde voorlopige cijfer voor 2012 komt uit op 25,7%. Als die tendens ook in het vierde kwartaal doorzet komt het gemiddelde cijfer over 2012 uit op 26,2%.

Toename door afbraak tabaksbeleid
“Fantastische resultaten door jarenlange inspanningen door middel van campagnes, de invoering van de rookvrije werkplek en rookvrije horeca, accijnsverhoging en de vergoeding van stopondersteuning in 2011” reageerde toenmalig STIVORO-directeur Lies van Gennip nog in februari 2012 toen het laagste percentage rokers ooit werd bekend gemaakt. “Maar we zijn er nog niet”, waarschuwde van Gennip destijds. “Stopondersteuning met behulp van medicijnen wordt vanaf 1 januari 2012 niet meer vergoed. Nu al zien we een grote terugval in het aantal rokers dat zich opgeeft voor bijvoorbeeld telefonische coaching. En STIVORO krijgt geen geld meer om campagnes te ontwikkelen om mensen te wijzen op de gevaren van roken. De tabakslobby krijgt van dit kabinet vrij spel en dat zou weleens kunnen leiden tot een toename van het aantal rokers.”

De voorspelling van Lies van Gennip lijkt nu uit te gaan komen. “De verslechtering van het overheidsbeleid lijkt direct gevolgen te hebben voor het aantal rokers in de samenleving”, zegt Dewi Segaar, de huidige directeur van STIVORO. “Deze cijfers tonen aan dat je niet kan verslappen, maar maatregelen moet blijven nemen en verbeteren en voorlichting over de gezondheidsgevaren moet blijven geven. Dat het kabinet nu bezuinigt op de voorlichtingscampagnes heeft direct schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. We hopen dat het nieuwe kabinet de noodzaak van gezond tabaksbeleid hoger in het vaandel heeft staan.”
[Stivoro]

Persoonlijk stopadvies roken via huisarts effectief

Stoppen met rokenRoken is wereldwijd de belangrijkste vermijdbare oorzaak van ziekte en vroegtijdige sterfte. Roken veroorzaakt hart- en vaatziekten, ziekten van het luchtwegstelsel en verschillende soorten kanker. Stoppen met roken is belangrijk, maar niet altijd even gemakkelijk.

Eline Smit onderzocht of een volledig geautomatiseerd online advies-op-maat voor stoppen met roken effectief kan zijn in het vergroten van het aantal succesvolle stoppers wanneer dit wordt aangeboden via de huisartsenpraktijk. Haar proefschrift laat zien dat zo’n persoonlijk stopadvies via de huisarts (kosten)effectief is. Bovendien worden laag opgeleide rokers, normaal gesproken een lastig bereikbare groep, op deze manier goed bereikt. Eline Smit verdedigt het proefschrift op woensdag 3 oktober aan de Universiteit Maastricht. Het onderzoek werd gefinancierd door KWF Kankerbestrijding.

Een stopadvies van de huisarts kan rokers van het roken afhelpen. Tijdgebrek van huisartsen noopt echter tot andere maatregelen. Een andere effectieve methode om rokers te helpen bij het stoppen is een online advies-op-maat. Op basis van een online vragenlijst wordt hierbij een individueel en persoonlijk stop-advies gegenereerd. Omdat dit volledig automatisch verloopt, kan het integreren van een dergelijk programma in de huisartsenpraktijk een mogelijke oplossing zijn.

Uit het onderzoek blijkt dat online advies-op-maat effectief kan zijn als ook kosteneffectief. Smit onderzocht ook hoe praktijkondersteuners werkzaam in de Nederlandse huisartsenpraktijken het online advies-op-maat beoordelen. Voor hen blijkt dit programma een goede aanvulling op bestaande stoppen-met-roken hulpmiddelen. Bovendien bleek het aanbieden van dit programma via de huisartsenpraktijk succesvol in het bereiken van laag opgeleide rokers, iets dat via massamedia minder goed lukt. Omdat het onderzoek vooral inzicht geeft in de korte termijneffecten van online advies-op-maat voor bepaalde typen rokers, doet het proefschrift ook aanbevelingen voor verbeteringen van het programma, zodat het in de toekomst kan worden ingezet via alle huisartsenpraktijken in Nederland.
[Universteit Maastricht]

Preventie van zorg verdient meer aandacht: ONVZ Zorgverzekeraar houdt Stoppen met roken buiten eigen risico

ONVZ ZorgverzekeraarAndré Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland wees op het belang van preventie tijdens het ONVZ Aan Tafel webseminar dat vanmiddag in Nieuwspoort gehouden werd. Daarnaast kondigde ONVZ Zorgverzekeraar aan de behandeling om te gaan Stoppen met roken volledig buiten het aan het eigen risico te zullen houden.

Deelnemers aan tafel constateerden dat de invoering en uitrol van het zorgstelsel over het algemeen succesvol verloopt, maar dat het einde nog niet is bereikt. Het voorkomen van ziekte in plaats van het behandelen daarvan is één van de belangrijkste speerpunten voor de toekomst. Rouvoet hield hierbij een pleidooi voor meer aandacht voor preventie, waarbij overheid, zorgveld en marktpartijen samen gaan bepalen hoe preventieve zorg een breder podium krijgt. Rouvoet: ‘Met preventie is een collectief belang gemoeid. Ik pleit er dan ook voor dat straks na de verkiezingen aan de formatietafel de verantwoordelijk bewindvoerder een Nationale Agenda Preventie opstelt.’

Erno Kleijnenberg, bestuursvoorzitter van ONVZ, ziet kansen voor werkgevers: ‘Veel verzekerden zijn aangesloten bij collectieve contracten via de werkgevers. Werkgevers kunnen programma’s opzetten om de gezondheid van hun medewerkers te bevorderen. Daarmee investeren ze in de toekomst van mens en onderneming.’

ONVZ vergoed behandeling stoppen met roken
Preventie werkt ook door in het basispakket. De Kunduzcoalitie heeft bijvoorbeeld besloten stoppen met roken en behandelingen bij de diëtist te vergoeden vanuit het basispakket. Doordat het eigen risico verhoogd wordt naar EUR 350,- is de kans echter nog steeds groot dat consumenten die van deze preventieve behandelingen gebruik willen maken hiervoor moeten betalen. Jean-Paul van Haarlem, bestuurder van ONVZ, zegde toe vanaf 1 januari voor deze preventieve maatregelen geen eigen risico te innen: ‘Dit is een belangrijke maatregel die de gemeenschap geld bespaart en de vitaliteit van onze verzekerden verbetert. Dat moeten we zo veel mogelijk ondersteunen.’
[ONVZ Zorgverzekeraar]

Meer mannen roken dan vrouwen

Roken wereldwijd meer iets voor mannen
Mannen roken vaker dan vrouwen, dat geldt voor bijna alle landen. Verder is tussen 1999 en 2009 het aandeel dagelijkse rokers bijna overal gedaald.

Alleen in Zweden roken meer vrouwen dan mannen
In 2009 rookte 26 procent van de Nederlandse mannen van 15 jaar of ouder dagelijks, tegenover 20 procent van de vrouwen. Gemiddeld rookt in de OESO-landen 27 procent van de mannen, tegen 17 procent van de vrouwen. Griekse vrouwen roken het meest, maar doen dat nog altijd minder dan de mannen in hun land. Alleen in Zweden is het aandeel dagelijkse rokers onder vrouwen (15 procent) hoger dan onder mannen (14 procent).

Ook in de grote niet-OESO-landen India, China, Brazilië, Rusland, Zuid-Afrika en Indonesië roken mannen vaker dan vrouwen. In China, India en Indonesië zijn dagelijks rokende vrouwen zelfs een zeldzaamheid. Chinese en Indonesische mannen roken daarentegen juist vaak.

Roken op zijn retour
In Nederland is het aandeel dagelijkse rokers gedaald van 27,8 procent in 1999 tot 22,6 procent in 2009. Dat is een afname van bijna 19 procent. Op Griekenland en Tsjechië na is in ieder OESO-land het percentage dagelijkse rokers gedaald. De sterkste daling vond plaats in Denemarken, bijna 40 procent.

Ook in de grote niet-OESO-landen daalde het aandeel rokers in deze periode. In Zuid-Afrika zelfs met bijna 43 procent.
[Centraal Bureau voor de Statistiek]

Rokers hebben minder kans op darmaandoening colitis ulcerosa

Hoe meer ze roken, hoe minder patiënten met colitis ulcerosa last hebben van hun ziekte. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Frans van der Heide. Ook bevestigt de promovendus eerdere studies waaruit blijkt dat rokers minder kans hebben om colitis ulcerosa te ontwikkelen. Maar op een verwante chronische darmziekte, de ziekte van Crohn, hebben rokers juist weer méér kans. Anders dan eerdere studies uitwijzen, lijkt roken het beloop van de ziekte van Crohn niet te beïnvloeden.

Deze en andere conclusies uit het onderzoek van Van der Heide laten zien hoe complex het verband tussen roken en chronische darmziekten is. Nader inzicht in de interactie tussen de erfelijke aanleg en het rookgedrag kan wellicht het risico op het ontwikkelen en het beloop van chronische darmziekten helpen voorspellen, stelt de promovendus. Aanvullend onderzoek op dit vlak kan mogelijk helpen de behandeling van deze ziekten beter op de individuele patiënt af te stemmen.

Van der Heide onderzocht ook de rol van roken na levertransplantatie. Hij stelt vast dat zich onder patiënten met een levertransplantatie veel rokers bevinden, en dat veel ex-rokers na een levertransplantatie weer beginnen met roken. Hij concludeert dat er een verband is tussen roken en het risico op kanker na een levertransplantatie. Van der Heide pleit er daarom voor dat patiënten na een levertransplantatie hulp krijgen bij het stoppen met roken en vaker worden gescreend op kanker.

Frans van der Heide (Ternaard, 1981) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Maag- Darm- Leverziekten van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool GUIDE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Jan Kornelis de Cock Stichting. Van der Heide is in opleiding tot MDL-arts in het Medisch Spectrum Twente te Enschede.

Promotie dhr. F. van der Heide
Proefschrift: Studies on smoking in patients with inflammatory bowel disease and liver transplant recipients
30 november 2011
Promotor(s): prof.dr. J.H. Kleibeuker, prof.dr. K.N. Faber
Rijksuniversiteit Groningen

Mogelijk verband tussen roken hasj en optreden longschade

longenEen opvallend groot deel van de jonge mensen die in het ziekenhuis wordt opgenomen met een ‘primaire spontane klaplong’ (PSP) meldt dat ze naast tabak ook cannabis gebruiken. Op scans van hun longen zijn zeer vaak holten te zien die normaal vooral bij (oudere) COPD-patiënten voorkomen.

Dat melden onderzoekers van Atrium Medisch Centrum Parkstad vorige week (28 september 2011) op een groot internationaal congres over longziekten in de RAI in Amsterdam.

Volgens onderzoekers Lizza Hendriks en collega’s moeten de resultaten worden gezien als een extra aanwijzing voor het optreden van longschade door het roken van cannabis. “De aanwijzing is voor ons reden om de komende jaren jonge patiënten met een klaplong en hun (mogelijk) gebruik van cannabis systematisch en grondig in kaart te gaan brengen,” aldus Hendriks.

Een klaplong (‘pneumothorax’) ontstaat als door een ‘lek’ lucht tussen de longen en de longvliezen komt. De longen kunnen zich dan niet meer volledig uitvouwen, met als gevolg hevige pijn en ademhalingsproblemen.

Klaplongpatiënten in Atrium Medisch Centrum Parkstad wordt vrijwel altijd gevraagd of ze tabak en/of cannabis gebruiken. Omdat cannabisgebruik regelmatig leek voor te komen, besloten de onderzoekers de dossiers van de laatste twee jaar systematisch te analyseren.Van de 53 patiënten jonger dan 50 jaar die zich van 2008 tot 2010 met een PSP bij het ziekenhuis meldden, zeiden 26 (49%) naast tabak ook cannabis te gebruiken. Dat percentage ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek rookt bijvoorbeeld rond de 10 procent van de 15- tot 25-jarigen regelmatig cannabis.

Op CT-scans van de cannabisgebruikende patiënten waren bijna altijd ‘bullae’ te zien, holten in het longweefsel die zijn ontstaan door het samengaan van meerdere longblaasjes. Zulke longschade is gebruikelijk bij oudere patiënten met COPD. Bij tabaksrokers die geen cannabisgebruik meldden, lag het percentage een stuk lager.

Hoe een mogelijk verband zou ontstaan is onbekend, maar te denken zou bijvoorbeeld zijn aan een gewoonte om bij het roken van hasj dieper te inhaleren dan bij het roken van alleen tabak, en de geïnhaleerde rook enige tijd onder druk in de longen te houden.

“Ons onderzoek is geen bewijs voor een oorzakelijk verband tussen het gebruik van cannabis en het optreden van longschade,” zegt Lizza Hendriks. “Het laat wel zien dat een disproportioneel gedeelte van onze jonge klaplong-patiënten naast tabak ook cannabis rookte. Dat is reden genoeg om deze groep patiënten en de precieze aard van hun cannabisgebruik de komende jaren systematisch te gaan volgen.”
[Atrium MC]