Archief categorie Roken

Meer mannen roken dan vrouwen

18 December 2011

sigarettenRoken wereldwijd meer iets voor mannen
Mannen roken vaker dan vrouwen, dat geldt voor bijna alle landen. Verder is tussen 1999 en 2009 het aandeel dagelijkse rokers bijna overal gedaald.

Alleen in Zweden roken meer vrouwen dan mannen
In 2009 rookte 26 procent van de Nederlandse mannen van 15 jaar of ouder dagelijks, tegenover 20 procent van de vrouwen. Gemiddeld rookt in de OESO-landen 27 procent van de mannen, tegen 17 procent van de vrouwen. Griekse vrouwen roken het meest, maar doen dat nog altijd minder dan de mannen in hun land. Alleen in Zweden is het aandeel dagelijkse rokers onder vrouwen (15 procent) hoger dan onder mannen (14 procent).

Ook in de grote niet-OESO-landen India, China, Brazilië, Rusland, Zuid-Afrika en Indonesië roken mannen vaker dan vrouwen. In China, India en Indonesië zijn dagelijks rokende vrouwen zelfs een zeldzaamheid. Chinese en Indonesische mannen roken daarentegen juist vaak.

Roken op zijn retour
In Nederland is het aandeel dagelijkse rokers gedaald van 27,8 procent in 1999 tot 22,6 procent in 2009. Dat is een afname van bijna 19 procent. Op Griekenland en Tsjechië na is in ieder OESO-land het percentage dagelijkse rokers gedaald. De sterkste daling vond plaats in Denemarken, bijna 40 procent.

Ook in de grote niet-OESO-landen daalde het aandeel rokers in deze periode. In Zuid-Afrika zelfs met bijna 43 procent.
[Centraal Bureau voor de Statistiek]

Rokers hebben minder kans op darmaandoening colitis ulcerosa

24 November 2011

sigarettenHoe meer ze roken, hoe minder patiënten met colitis ulcerosa last hebben van hun ziekte. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Frans van der Heide. Ook bevestigt de promovendus eerdere studies waaruit blijkt dat rokers minder kans hebben om colitis ulcerosa te ontwikkelen. Maar op een verwante chronische darmziekte, de ziekte van Crohn, hebben rokers juist weer méér kans. Anders dan eerdere studies uitwijzen, lijkt roken het beloop van de ziekte van Crohn niet te beïnvloeden.

Deze en andere conclusies uit het onderzoek van Van der Heide laten zien hoe complex het verband tussen roken en chronische darmziekten is. Nader inzicht in de interactie tussen de erfelijke aanleg en het rookgedrag kan wellicht het risico op het ontwikkelen en het beloop van chronische darmziekten helpen voorspellen, stelt de promovendus. Aanvullend onderzoek op dit vlak kan mogelijk helpen de behandeling van deze ziekten beter op de individuele patiënt af te stemmen.

Van der Heide onderzocht ook de rol van roken na levertransplantatie. Hij stelt vast dat zich onder patiënten met een levertransplantatie veel rokers bevinden, en dat veel ex-rokers na een levertransplantatie weer beginnen met roken. Hij concludeert dat er een verband is tussen roken en het risico op kanker na een levertransplantatie. Van der Heide pleit er daarom voor dat patiënten na een levertransplantatie hulp krijgen bij het stoppen met roken en vaker worden gescreend op kanker.

Frans van der Heide (Ternaard, 1981) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Maag- Darm- Leverziekten van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool GUIDE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Jan Kornelis de Cock Stichting. Van der Heide is in opleiding tot MDL-arts in het Medisch Spectrum Twente te Enschede.

Promotie dhr. F. van der Heide
Proefschrift: Studies on smoking in patients with inflammatory bowel disease and liver transplant recipients
30 november 2011
Promotor(s): prof.dr. J.H. Kleibeuker, prof.dr. K.N. Faber
Rijksuniversiteit Groningen

Mogelijk verband tussen roken hasj en optreden longschade

3 October 2011

longenEen opvallend groot deel van de jonge mensen die in het ziekenhuis wordt opgenomen met een ‘primaire spontane klaplong’ (PSP) meldt dat ze naast tabak ook cannabis gebruiken. Op scans van hun longen zijn zeer vaak holten te zien die normaal vooral bij (oudere) COPD-patiënten voorkomen.

Dat melden onderzoekers van Atrium Medisch Centrum Parkstad vorige week (28 september 2011) op een groot internationaal congres over longziekten in de RAI in Amsterdam.

Volgens onderzoekers Lizza Hendriks en collega’s moeten de resultaten worden gezien als een extra aanwijzing voor het optreden van longschade door het roken van cannabis. “De aanwijzing is voor ons reden om de komende jaren jonge patiënten met een klaplong en hun (mogelijk) gebruik van cannabis systematisch en grondig in kaart te gaan brengen,” aldus Hendriks.

Een klaplong (‘pneumothorax’) ontstaat als door een ‘lek’ lucht tussen de longen en de longvliezen komt. De longen kunnen zich dan niet meer volledig uitvouwen, met als gevolg hevige pijn en ademhalingsproblemen.

Klaplongpatiënten in Atrium Medisch Centrum Parkstad wordt vrijwel altijd gevraagd of ze tabak en/of cannabis gebruiken. Omdat cannabisgebruik regelmatig leek voor te komen, besloten de onderzoekers de dossiers van de laatste twee jaar systematisch te analyseren.Van de 53 patiënten jonger dan 50 jaar die zich van 2008 tot 2010 met een PSP bij het ziekenhuis meldden, zeiden 26 (49%) naast tabak ook cannabis te gebruiken. Dat percentage ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek rookt bijvoorbeeld rond de 10 procent van de 15- tot 25-jarigen regelmatig cannabis.

Op CT-scans van de cannabisgebruikende patiënten waren bijna altijd ‘bullae’ te zien, holten in het longweefsel die zijn ontstaan door het samengaan van meerdere longblaasjes. Zulke longschade is gebruikelijk bij oudere patiënten met COPD. Bij tabaksrokers die geen cannabisgebruik meldden, lag het percentage een stuk lager.

Hoe een mogelijk verband zou ontstaan is onbekend, maar te denken zou bijvoorbeeld zijn aan een gewoonte om bij het roken van hasj dieper te inhaleren dan bij het roken van alleen tabak, en de geïnhaleerde rook enige tijd onder druk in de longen te houden.

“Ons onderzoek is geen bewijs voor een oorzakelijk verband tussen het gebruik van cannabis en het optreden van longschade,” zegt Lizza Hendriks. “Het laat wel zien dat een disproportioneel gedeelte van onze jonge klaplong-patiënten naast tabak ook cannabis rookte. Dat is reden genoeg om deze groep patiënten en de precieze aard van hun cannabisgebruik de komende jaren systematisch te gaan volgen.”
[Atrium MC]

Ongezonde leefstijl? Hogere zorgpremie!

26 September 2011

zorgverzekeringMening meerderheid: hogere zorgpremie bij ongezonde leefstijl
Ruim de helft van de Nederlanders vindt dat rokers en mensen die veel alcohol drinken een hogere premie voor de zorgverzekering zouden moeten betalen. Voor ouderen, mensen met een niet zo goede gezondheid en mensen bij wie genetisch is vastgesteld dat ze een grotere kans op ziekte hebben, hoeft de premie daarentegen niet omhoog.

Minder solidair met rokers en drinkers
Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit: iedere volwassene betaalt dezelfde premie voor de basiszorgverzekering, ongeacht leeftijd, gezondheid of kans op ziekte. Echter, bijna 55 procent van de volwassenen in ons land vindt dat de zorgpremie voor rokers en mensen die veel alcohol drinken hoger zou moeten zijn. Bijna een kwart is voorstander van een hogere zorgpremie voor mensen die onvoldoende bewegen.

Niet-rokers: zorgpremie rokers omhoog
Vooral niet-rokers vinden dat rokers een hogere zorgpremie zouden moeten betalen. Van hen is 65 procent die mening toegedaan, tegenover 38 procent van degenen die af en toe roken en 18 procent van de dagelijkse rokers. Van de laatste groep vindt ruim 70 procent juist dat de premie voor rokers ongewijzigd zou moeten blijven.

Geen hogere premie bij een grotere kans op ziekte
Hoewel ouderen relatief veel gebruik maken van de gezondheidszorg vindt bijna 60 procent van de volwassen bevolking dat de zorgpremie voor ouderen ongewijzigd zou moeten blijven. Ruim 30 procent vindt zelfs dat de zorgpremie voor deze groep lager zou moeten zijn. Voor mensen met een niet zo goede gezondheid vindt 81 procent dat de premie gelijk moet blijven. Een vergelijkbaar deel heeft dezelfde mening als het gaat om mensen die genetisch belast zijn.
[CBS]

Eén op de tien zwangeren rookt

10 September 2011

sigarettenEén op de tien vrouwen blijft roken tijdens de zwangerschap. Twaalf procent van hen rookt meer dan tien sigaretten per dag. Dat blijkt uit onderzoek van de NPCF en Stichting Kind en Ziekenhuis, uitgevoerd door Market Response. Circa 1300 zwangeren en moeders hebben deelgenomen aan een online enquête. “Het opvallend hoge aantal rokende vrouwen verbaast ons”, reageert NPCF-directeur Wilna Wind. “Kennen deze vrouwen de risico’s van roken niet of lukt het deze vrouwen niet om te stoppen of te minderen met roken? Of schiet de begeleiding te kort?

Leefstijl
Aanleiding voor ons onderzoek naar ervaringen van zwangere vrouwen en jonge moeders is recent onderzoek naar de oorzaken van babysterfte. In het geval van babysterfte gaat het vaak om een optelsom van factoren. Een verkeerde leefstijl van zwangeren speelt ook een rol bij babysterfte. Slechte gewoonten als roken, maar ook stress kunnen leiden tot ernstige gezondheidsproblemen bij (aanstaande) moeder en kind. Op de vraag welke risicofactoren tijdens de zwangerschap spelen, wordt ‘stress’ door de ondervraagden verreweg het meest genoemd als risicofactor. Dertig procent geeft aan zelf last te hebben gehad van stress tijdens de zwangerschap.

Begeleiding
“Tegenwoordig wordt verwacht dat een patiënt meer verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen gezondheid. Hierbij hoort ook zelf beslissen over leefstijl. Maar dan moeten vrouwen en hun partners wel de risico’s kennen van bijvoorbeeld roken, stress of het gebruik van alcohol.” Er is veel onderzoek naar het terugdringen van babysterfte in Nederland. Hierbij moeten oplossingen niet alleen gezocht worden bij verbeteringen in de organisatie van de verloskundige zorg. Ook zwangere vrouwen en hun partners kunnen een rol spelen. De NPCF pleit voor meer aandacht voor een gezonde leefstijl bij (zwangere) vrouwen, met (nog meer) goede begeleiding van vrouwen voor, tijdens en na de zwangerschap.

Thuis of in het ziekenhuis
Als er wordt gesproken over de verloskundige zorg in Nederland ontbreekt vaak nog de stem van de zwangere vrouwen. Wat zijn haar wensen en behoeften? Waar wil een zwangere het liefst bevallen?
De helft van de jonge moeders die deelnamen aan ons onderzoek wilde liever in het ziekenhuis bevallen. Als reden daarvoor geven ze vaak aan dat bevallen in het ziekenhuis een veilig gevoel geeft. De andere helft van de vrouwen koos in eerste instantie voor een thuisbevalling. Veelal omdat de omgeving vertrouwd is. Uiteindelijk beviel slechts een kwart van de jonge moeders daadwerkelijk thuis.

Begeleiding
De NPCF heeft geen voorkeur voor de plaats van bevallen en begeleiding door gynaecoloog of verloskundige (of verloskundig actieve huisarts). Als het maar veilig is en de keuze van de vrouw gebaseerd is op objectieve informatie. De NPCF vindt het van groot belang dat alle verloskundige zorgverleners als één team samenwerken. Op ieder moment, dus overdag, ‘s avonds en in het weekend, moet de zwangere kunnen rekenen op een goede veilige omgeving. Dit vereist ook een goede samenwerking tussen verloskundige en gynaecoloog en een naadloze aansluiting tussen een bevalling thuis of (alsnog) in het ziekenhuis.

Nederlands panel Zwangeren (NPZ).
De NPCF vindt dat ervaringen van de zwangeren zelf leidraad moeten zijn bij discussies over de verloskundige zorg. Daarom participeert de NPCF in de begeleidingscommissie van het Nederlands panel Zwangeren (NPZ).

Lees het onderzoek Inzichten in zwangerschap en bevalling (pdf)
[NCPF]

Isala Klinieken biedt peer support om te stoppen met roken

24 August 2011

Stoppen met rokenDe Isala klinieken bieden een nieuw stoppen-met-roken programma aan. Het programma volgt de methode Pakje Kans van Stivoro, een training in groepsverband. Dit is een erkende en bewezen effectieve methode, waarvoor Isala als enige in de regio Zwolle een officiële licentie heeft gekregen. Deelname wordt in 2011 nog vergoed door de zorgverzekeraar. Maar Isala voegt nog een extra mogelijkheid toe: ‘peer support’. Uitgangspunt is dat lotgenotencontact bijdraagt aan het volhouden en het voorkomen van terugval bij mensen die gestopt zijn met roken.

Voorkomen terugval en volhouden
Het programma is bedoeld voor alle rokers die poliklinische ondersteuning wensen om van de verslaving af te komen. Het gaat dan om patiënten die worden doorverwezen door hun medisch specialist, hun huisarts of rokers die op eigen initiatief een afspraak willen maken. Stoppen met roken is ook belangrijk voor patiënten met een chronische aandoening zoals diabetes, COPD, hartfalen en vaataandoeningen. De overheid probeert al jaren het aantal rokers te verminderen.

Gedragsverandering
Het stoppen-met-roken programma volgens de Pakje Kans methode duurt 12 weken waarin 9 bijeenkomsten plaatsvinden. De groep bestaat uit maximaal 12 deelnemers. Tijdens dit programma kunnen groepsgenoten elkaar steunen en ervaringen uitwisselen om het stoppen vol te houden. De trainers, geschoold door Stivoro, behandelen verschillende thema’s. Nadat deze training met succes gevolgd is, is het belangrijk om niet opnieuw te gaan roken. Die gedragsverandering is vaak moeilijk om alleen vol te houden. Daarom hebben de Isala klinieken een vrijblijvend, aanvullend programma ontwikkeld: ‘peer support’.

Peer support
Lotgenoten volgen elkaar in duo’s gedurende 6 maanden om elkaar actief te steunen. Dat kan telefonisch of via persoonlijk contact. In dat half jaar vindt na drie maanden contact plaats met de verpleegkundig specialist. Voorafgaand aan deze periode worden deelnemers getraind in gespreksvaardigheden, communicatie en zelfmanagement. De Isala klinieken gebruiken dit aanvullende programma ook om te onderzoeken in hoeverre lotgenotencontact bijdraagt aan het volhouden en het voorkomen van terugval bij mensen die gestopt zijn met roken.

Meer informatie: telefoonnummer (038) 424 24 56.
[Isala Klinieken]

Laagste percentage rokers ooit

12 August 2011

Stoppen met rokenVergoeding leidt tot besparing duizenden mensenlevens
Het percentage rokers is ook in het tweede kwartaal van dit jaar lager dan ooit. De spectaculaire daling die het eerste kwartaal liet zien, zet door in het tweede kwartaal. Er roken nu minder mensen dan ooit in Nederland. Dit blijkt uit cijfers van het Continu Onderzoek Rookgewoonten 2011 onder 4.600 Nederlanders van 15 jaar en ouder dat TNS NIPO in opdracht van STIVORO uitvoert.

Het percentage rokers in het tweede kwartaal van 2011 is 24,3%. In het tweede kwartaal van 2010 was dit nog 26,5% en in het tweede kwartaal van 2009 26,8%. ‘De aandacht voor stoppen met roken en de vergoeding ervan stimuleert rokers hun stopintenties om te zetten in daden. En dit vertaalt zich in een flink lager percentage rokers. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de vergoeding per 2012 gedeeltelijk weer wordt teruggedraaid’, aldus Lies van Gennip, directeur van het expertisecentrum voor tabakspreventie en –verslaving STIVORO.

Vergoeding stoppen met roken
Sinds januari dit jaar kan een roker die met zijn tabaksverslaving wil breken, zijn behandeling via de zorgverzekeraar vergoed krijgen. Het stoppen-met-rokenprogramma biedt de mogelijkheid om de effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning bij stoppen met roken door een professional aan te vullen met farmacologische middelen zoals pleisters en pillen. De vraag naar de behandeling van tabaksverslaving heeft sindsdien een vlucht genomen. Er is bijvoorbeeld veel belangstelling voor de groepscursus Pakje Kans die door verschillende organisaties in het land wordt aangeboden. Ook de vraag naar Telefonische Coaching van STIVORO blijft hoog.

Levensreddend
‘Uit diverse onderzoeken wisten we al dat de vergoeding van stoppen met roken een effectieve maatregel is om het aantal rokers en de schade door tabak terug te dringen. Zo’n groot effect overtreft alle verwachting”,aldus Van Gennip. Jaarlijks sterven in Nederland bijna 20.000 mensen aan de gevolgen van roken1. Nederland staat in de top 5 van landen waar de meeste vrouwen overlijden aan de gevolgen van longkanker. Goede stoppen met roken ondersteuning kan de komende 30 jaar ruim 37.000 levens redden.2 Van Gennip vervolgt: ‘Het is des te opmerkelijker dat de overheid heeft besloten deze maatregel per 2012 weer terug te draaien’. De stoppen-met-rokenprogramma’s worden straks niet meer vergoed. Effectief bewezen gedragsmatige ondersteuning blijft nog wel in het basispakket.
[STIVORO]

Roken hindert effect chemokuur

30 July 2011

sigarettenMensen met kanker die roken, schaden daarmee mogelijk het gunstige effect van de chemokuur die ze volgen. Dat heeft onderzoeker Jessica van der Bol van het Erasmus MC vastgesteld.

Omzetting
Van verschillende stoffen in sigarettenrook is bekend dat ze invloed uitoefenen op de bestanddelen van een chemokuur. De tabakstoffen hebben effect op de omzetting van de chemo-ingrediënten in het lichaam.

Blootstelling
Jessica van der Bol onderzocht op de afdeling Interne Oncologie van het Erasmus MC 190 patiënten, zowel rokers als niet-rokers. Al deze mensen volgden een chemotherapie met het bestanddeel irinotecan. De rokers bleken een veel lagere blootstelling aan de werkzame stof SN-38 in hun bloed te hebben. Het verschil met de niet-rokers bedroeg maar liefst 40%.

Bijwerkingen
De rokers bleken ook minder last te hebben van een bepaalde bijwerking, namelijk een tekort aan witte bloedcellen. Dit duidt erop dat de chemokuur bij hen waarschijnlijk niet zo krachtig werkte.

Falen therapie
Van der Bol concludeert dat patiënten die roken tijdens hun behandeling mogelijk een verhoogd risico lopen op het falen van de chemotherapie, doordat in hun lichaam irinotecan te snel wordt afgebroken. Patiënten kennen irinotecan onder de merknaam Campto.

Weinig bekend
Om de behandeling voor elke individuele patiënt maximaal te laten slagen, heeft Van der Bol in haar proefschrift een nieuwe doseringsformule voor irinotecan ontwikkeld.

Opvallend genoeg is weinig bekend over de invloed van roken op het slagen van behandelingen van kanker. Dit is voor veel mensen belangrijk: ruim een op de drie patiënten met kanker rookt.
[ErasmusMC]