Archief categorie ‘Prostaatkanker’

Vroege ontdekking kanker van levensbelang

17 December 2009

Het totaal aantal ontdekte gevallen van kanker blijft stijgen. Gelukkig worden de overlevingskansen ook steeds hoger. Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie, die zijn verzameld door de integrale kankercentra. Als kanker vroegtijdig wordt ontdekt, is tegenwoordig de kans groot dat de patiënt het overleeft. Bij melanoom (een vorm van huidkanker) in het vroegste stadium overleeft nu 100% van de patiënten de eerste vijf jaar na de vaststelling van de ziekte. Bij vrouwen met borstkanker in het vroegste stadium is de 5-jaarsoverleving 98%, bij mannen met prostaatkanker in het vroegste stadium 99%.

De afgelopen twee decennia zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten in Nederland gestaag toegenomen. De 5-jaarsoverleving van patiënten met een melanoom (een vorm van huidkanker die ontstaat in pigmentcellen van de huid) steeg van 81% in de periode 1988-1992 tot 87% in de periode 2003-2007. De 5-jaarsoverleving van borstkanker steeg van 76% tot 85% en die van prostaatkanker van 62% tot 85%.

De overleving van kankerpatiënten is toegenomen door vroegere ontdekking van tumoren en door verbeterde behandelingsmethoden (aanvullende chemotherapie, behandelingen die de hormoonhuishouding beïnvloeden).

Vroege ontdekking verbetert overlevingskans
5-jaarsoverleving naar stadium, melanoom van de huidHet stadium van kanker bij de diagnose is de belangrijkste factor voor de overlevingskans van de patiënt. Als een melanoom wordt ontdekt dat dunner is dan 1 mm en zonder uitzaaiingen (stadium IA), overlijdt niemand eraan. Bij dikkere melanomen, als er uitzaaiingen zijn of bij een combinatie van beide varieert het percentage overlevende patiënten van 95% tot slechts 12% (zie illustratie). Gelukkig wordt tweederde van alle melanomen ontdekt in de twee vroegste stadia van de ziekte.

Ook borstkanker en prostaatkanker worden bij de meeste patiënten in een vroeg stadium ontdekt. De vroegere ontdekking van borstkanker is vooral toe te schrijven aan borstkankerscreening. Prostaatkanker wordt steeds vaker vroeg ontdekt omdat er bloedonderzoek (PSA-test) wordt gedaan bij mannen met prostaatklachten.

Bij darmkanker wordt een aanzienlijk deel pas zo laat ontdekt dat genezing niet meer mogelijk is. De Gezondheidsraad heeft daarom recent geadviseerd om te starten met darmkankerscreening. De verwachting is dat darmkanker dan gemiddeld eerder wordt ontdekt, waardoor er minder mensen aan overlijden.

Kleine kans op overleven bij long- en alvleesklierkanker
Sommige vormen van kanker geven pas in een laat stadium van de ziekte klachten, bijvoorbeeld longkanker en alvleesklierkanker. Als de symptomen zich voordoen, is de tumor meestal al uitgezaaid. De overlevingskansen zijn daarom gering: respectievelijk 15% en 5%.

In 2007 meer kanker dan ooit
Vroege opsporing draagt ook bij aan de stijging van het totale aantal ontdekte gevallen van kanker. Dat is toegenomen van 56.000 in 1989 tot 86.000 in 2007. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door bevolkingsgroei en het toenemende percentage ouderen. Maar ook als voor deze factoren wordt gecorrigeerd, blijft er een forse stijging over van 3,8 gevallen per 1000 inwoners in 1989 tot 4,4 per 1000 in 2007.

De toename was het grootst bij vrouwen, waar een sterke stijging optrad van het risico op borstkanker, longkanker, huidkanker en darmkanker. Bij mannen werd de toename van prostaatkanker, darmkanker en huidkanker deels gecompenseerd door een afname van longkanker. Desondanks komt er bij mannen nog steeds meer longkanker voor dan bij vrouwen. Mannen krijgen ook het vaakst kanker: 4,8 gevallen per 1000 mannen tegen 3,9 per 1000 vrouwen.

Diagnose prostaatkanker met een laag risico levert onnodige onrust

8 December 2009

Promotieonderzoek: actief afwachtend beleid meest geschikte oplossing
Veel mannen met een vroeg opgespoorde prostaattumor worden onnodig gediagnosticeerd. Gevolg is dat zelfs tumoren die nooit klachten gegeven hadden wanneer ze niet gediagnosticeerd waren toch een zware behandeling krijgen, met alle bijwerkingen van dien. Een actief afwachtend beleid is bij deze vormen van prostaatkanker met een laag risico dan ook beter. Dit is de conclusie van het onderzoek waarop Roderick van den Bergh op 9 december 2009 promoveert aan de Erasmus Universiteit. Het onderzoek is mede tot stand gekomen door sponsoring van ONVZ.

Het onderscheid tussen relatief niet-ernstige en ernstige prostaatkanker wordt nog te weinig gemaakt, waardoor mannen met prostaatkanker hun ziekte veelal ernstiger inschatten dan deze eigenlijk is. Veel tumoren hebben een kleine kans klachten te veroorzaken, zelfs wanneer er geen aandacht aan wordt besteed. Van den Bergh: “Onze kennis van prostaatkanker is beperkt en we hebben nog niet voldoende mogelijkheden om op het moment van diagnose de langzaam groeiende van de snel groeiende kankercellen met 100% zekerheid te onderscheiden. Bij deze laatste groep is  een radicale behandeling geïndiceerd, maar deze geven wel veel bijwerkingen.”

Bij patiënten met een vroeg opgespoorde prostaattumor met een laag risico daarentegen is een actief afwachtend beleid misschien wel een betere optie dan radicaal ingrijpen. Daarbij hebben zij geen last van mogelijke bijwerkingen als gevolg van overbehandeling.De uitkomsten van prostaatkanker na deze strategie zijn zeer gunstig en zelfs wanneer mannen later alsnog overstappen op een radicale behandeling, zijn er geen slechtere uitkomsten te zien. Prostaatkankerpatiënten die voor dit beleid hebben gekozen laten ondanks de aanwezigheid van nog onbehandelde kanker gunstig lage scores zien voor wat betreft de door hen beleefde angst en onrust, zowel vlak na de diagnose, als na een follow-up van negen maanden. Specifieke persoonlijke inzichten en ervaringen bleken invloed te hebben op hun belevenis van prostaatkanker. 

Een verdere verbetering van de methoden om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten prostaatkanker is in de toekomst essentieel voor de patiënten om overbehandeling zoveel mogelijk te vermijden. De al gebruikte variabelen op het moment van diagnose en tijdens de verdere controle moeten beter worden toegepast en er is onderzoek nodig naar nieuwe zogenaamde ‘markers’. De basis ligt in verbeteringen in de methoden voor vroegopsporing om zo de overdiagnose te verminderen; daarbij kunnen ontwikkelingen op het gebied van curatieve behandelingen het aantal bijwerkingen verder beperken. Van den Bergh: “Uiteindelijk zou een actief afwachtend beleid hierdoor overbodig kunnen worden. Maar zo ver zijn we nog niet.”

Het aanbieden van een protocol voor inclusie en controle voor actief afwachtend beleid met behulp van een beslishulp beschikbaar via internet is haalbaar. Erno Kleijnenberg: “Er is met dit onderzoek een flinke stap in de goede richting gezet. Prostaatkanker komt veel voor, met name bij mannen boven de 65 jaar. Het is dus van groot belang dat we deze vorm van kanker goed weten te bestrijden, maar even belangrijk is dat we weten bij welke vormen van deze ziekte een ingrijpende behandeling zou kunnen worden vermeden. We stimuleren onderzoek ter verbetering van de gezondheidszorg in Nederland dan ook graag.”

Over het onderzoek
ONVZ Zorgverzekeraar sponsorde dit onderzoek. Ten eerste werd een groep van 616 mannen bestudeerd die allen deel hadden genomen aan een grote Europese studie naar de waarde van vroegopsporing naar prostaatkanker (ERSPC) en tot wel 12 jaar geleden gediagnosticeerd waren met prostaatkanker met een laag risico en die initieel een afwachtend beleid kozen. Vervolgens werd een protocol voor actief afwachtend beleid toegepast bij mannen die nu de diagnose kregen. Tot slot werd bij deze mannen een uitgebreide vragenlijst afgenomen om hun kwaliteit van leven te meten.
[Persbericht ONVZ]

Zittend werk verhoogt risico op prostaatkanker

7 November 2009

Mannen met een bureaubaan opgelet. Want een recent onderzoek van het Karolisnka Institute in Zweden heeft uitgewezen dat mannen die zittend werk verrichten meer kans hebben op het ontwikkelen van prostaatkanker. Het risico op deze vorm van kanker is bij ‘kantoorbaanmannen’ bijna 30 procent groter dan bij mannen die veel lichaamsbeweging hebben tijdens het werk. Deze en andere uitslagen van het onderzoek zijn terug te lezen in het British Journal of Cancer.

Voor het onderzoek werden 45.000 mannen tussen de 45 en 79 jaar bestudeerd. De mannen die fysiek zwaar werk hebben, hadden 28 procent minder kans op het krijgen van prostaatkanker dan mannen die heel veel zitten tijdens hun werk. Van de mannen die veel zitten, bleek dat diegenen die slechts de helft van hun werktijd zittend doorbrengen tot 20 procent minder kans op prostaatkanker hadden dan de mannen die de hele werkdag moeten zitten.

Lees verder op Gezondheidsplein

PET-scan spoort uitgezaaide prostaatkanker op

1 September 2009

Met een choline PET-scan kan de plaats van opnieuw ontstane prostaatkanker zichtbaar gemaakt worden. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Anton Breeuwsma. Deze opsporingsmethode is echter alleen effectief bij patiënten die bestraald zijn. Bij patiënten bij wie de prostaat operatief is verwijderd, heeft de opsporingsmethode geen meerwaarde bij de keuze van de vervolgbehandeling boven de gebruikelijke methode.

Botmarkers
Verder kunnen botmarkers in het bloed helpen bij het voorspellen van de kans op uitzaaiingen in de botten.

Natrium fluoride PET-scan
Een natrium fluoride PET-scan bleek niet nauwkeuriger voor het vaststellen van uitzaaiingen in de botten ten opzichte van de gebruikelijke skeletscan. Overigens lijkt de MRI van het skelet iets nauwkeuriger ten opzicht van de beide nucleaire botscans.

Meest voorkomende kanker
In Nederland is prostaatkanker de meest voorkomende kwaadaardige kanker bij de man. Van de patiënten bij wie voor het eerst prostaatkanker wordt vastgesteld, heeft twintig procent uitzaaiingen. Wanneer er geen uitzaaiingen zijn, wordt de ziekte behandeld door operatie (het verwijderen van de prostaat) of door bestralen. Hiermee wordt momenteel zeventig procent van de patiënten genezen.

Terugkerende ziekte
Bij dertig procent keert de ziekte toch binnen tien jaar terug. De eerste aanwijzing hiervoor levert een signaalstof in het bloed (de zogenoemde PSA-waarde). Op basis hiervan kan echter moeilijk vastgesteld worden waar de kanker zich in het lichaam bevindt.
[RUG]

Te snelle behandeling van prostaatkanker

26 Augustus 2009

Volgens het gezondheidsmagazine Bodytalk gaan artsen vaak te snel over tot een behandeling van prostaatkanker. In veel gevallen zijn de tumoren ongevaarlijk en het behandelen van prostaatkanker kan vervelende neveneffecten zoals impotentie (tot 70 procent) en incontinentie (5 procent).

Bij 50 procent van 50-jarige mannen en bij 80 procent van de 80-plussers vindt men kleine tumoren die kunnen duiden op prostaatkanker. Omdat artsen het onderscheid tussen slapende en agressieve tumoren niet kunnen maken, wordt vaak het zekere voor het onzekere genomen en een behandeling gestart, zoals een ingreep of bestraling.

Uit een Europese studie bleek dat hiermee slechts één overlijden voorkomen wordt per duizend geteste en 50 behandelde mannen. Het risico op impotentie of incontinentie door een onnodige behandeling is dus vele malen groter dan het risico te sterven aan prostaatkanker.

De diagnose prostaatkanker wordt vaak gesteld door de PSA-test. De PSA-test is een weinig betrouwbare bloedtest voor de vroegtijdige opsporing van prostaatkanker. Mannen met een afwijkend resultaat worden doorverwezen naar een uroloog, die een prostaatbiopsie uitvoert.

Op basis van recent Amerikaans onderzoek pleit Marleen Finoulst in Bodytalk voor opvolging in plaats van behandeling van weinig agressieve tumoren. Wanneer de PSA-waarde snel stijgt – een verdubbeling van de waarde in 2 jaar – is behandeling nodig.

15 miljoen voor onderzoek naar prostaatkanker

9 Augustus 2009

Een consortium van onderzoeksgroepen van drie Universitaire Medische Centra ontvangt een subsidie van 7,5 miljoen euro van CTMM (Center for Translational Molecular Medicine). De subsidie is bestemd voor een groot onderzoek naar prostaatkanker, waarvoor in totaal 15 miljoen euro beschikbaar is.

Het onderzoek richt zich vooral op nieuwe biomarkers die de diagnose prostaatkanker beter mogelijk maken en de agressiviteit van de ziekte beter voorspellen. Ook probeert het onderzoek een methode te vinden die uitzaaiingen nauwkeuriger zichtbaar kan maken en de effecten van de behandeling sneller weer kan geven. Het onderzoek staat onder leiding van Erasmus MC en Universitair Medisch Centrum Groningen; ook UMC St Radboud en het NKI zijn betrokken bij het onderzoek, dat in totaal elf partners kent. Het onderzoek duurt 5 jaar en start eind 2009.

Prostaatkanker is in Nederland bij mannen de meest voorkomende vorm van kanker en één van de belangrijkste kanker-gerelateerde doodsoorzaken. De ziekte wordt steeds vaker vastgesteld doordat mannen zich laten screenen op prostaatkanker door middel van een test die het bloedgehalte van prostaat-specifiek antigeen (PSA) meet. Als de tumor zich beperkt tot de prostaat, kan prostaatkanker genezen door operatieve prostaatverwijdering of bestraling. Uitzaaiingen in het bot zijn een vergevorderd stadium van prostaatkanker; dit kan alleen palliatief behandeld worden. Het nieuwe onderzoek, Prostate Cancer Molecular Medicine (PCMM) genaamd, richt zich op twee belangrijke klinische vraagstukken: het verminderen van overdiagnose en overbehandeling van prostaatkanker en het beter meten van effecten van therapie bij vergevorderde prostaatkanker.

Minder overdiagnose en –behandeling door nieuwe biomarkers
De diagnose prostaatkanker wordt gesteld op basis van een biopt, waarbij gekeken wordt of er kankercellen aanwezig zijn in de prostaat. In de meeste patiënten wordt dit biopt uitgevoerd omdat de bloedspiegel van PSA verhoogd is. Dit leidt echter ook tot overdiagnose, omdat PSA ook bij andere aandoeningen zoals een goedaardige prostaatvergroting verhoogd is. Bij een groot aantal mannen dat zich laat screenen, wordt daarom onnodig een biopt uitgevoerd. Daarnaast is PSA een slechte voorspeller van de agressiviteit van een prostaattumor. Omdat PSA slecht onderscheid kan maken tussen onschuldige en agressieve tumoren, wordt een deel van de patiënten onnodig geopereerd of bestraald. Er is dan ook een sterke klinische behoefte aan nieuwe biomarkers naast PSA; hiermee kan overdiagnose en overbehandeling verminderd worden bij mannen die zich laten screenen op prostaatkanker. In het onderzoek wordt met innovatieve methoden in bloed, urine of weefsel gezocht naar nieuwe biomarkers die kunnen bijdragen aan een betere diagnose en voorspelling van agressiviteit van prostaatkanker.

Nieuwe imaging-technieken
Het onderzoek richt zich verder op het beter meten van effecten van therapie bij vergevorderde prostaatkanker. De bloedspiegel van PSA wordt ook gebruikt om te bepalen of de prostaattumor reageert op een behandeling. Vooral in vergevorderde prostaatkanker is PSA minder geschikt om vast te stellen of de behandeling effect heeft op uitzaaiingen. Artsen hebben daarvoor een methode nodig die uitzaaiingen zichtbaar kan maken (“imaging”). Vernieuwende en nauwkeurige imaging-technieken worden in het onderzoek ontwikkeld die al vroeg tijdens behandeling een mogelijk effect op prostaatkankercellen in het gehele lichaam zichtbaar kunnen maken. In de toekomst wordt hiermee tijdige aanpassing van het behandelplan op individuele basis mogelijk.

Deze studies zijn mogelijk omdat Nederlands een aantal unieke prostaatkanker-biobanken heeft, die door dit onderzoek verder uitgebreid gaan worden. De verwachting is dat PCMM-onderzoek een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van leven van een groeiend aantal mannen met prostaatkanker.
[UMCG]

Gezonde levensstijl belangrijk in strijd tegen kanker

27 Mei 2009

FruitDe overlevingskansen van patiënten met kanker zijn de afgelopen jaren toegenomen door vroege opsporing (borstkanker en prostaatkanker) en verbeterde behandeling (bijvoorbeeld bij darm- en lymfeklierkanker).

Dit blijkt uit de monitor van het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK). De NPK Monitor geeft jaarlijks de stand van zaken weer rondom de kwaliteit van de kankerbestrijding, van primaire preventie tot behandeling en nazorg. De cijfers uit de NPK Monitor worden gebruikt om prioriteiten te stellen binnen het NPK.

Voorkomen van longkanker
Voor longkanker blijven deze verbeteringen uit, doordat behandeling vaak geen genezing kan bieden. Slechts 13% van de patiënten met longkanker is 5 jaar nadat de diagnose is gesteld nog in leven. In de strijd tegen kanker verdient het voorkómen van longkanker daarom specifieke aandacht. Het ontmoedigen van roken is daarbij de belangrijkste maatregel.

Ongezonde leefstijl
Meer dan de helft van alle kankergevallen is te voorkomen en ongeveer de helft van alle sterfgevallen ten gevolge van kanker is gerelateerd aan roken, voeding en beweging. Het percentage rokers is hoog, 27% van de Nederlanders rookt. Hoewel de NPK Monitor laat zien dat veel Nederlanders voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (59%), daalt het percentage Nederlanders met ernstig overgewicht van 11% niet.

Handen ineengeslagen
In het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005-2010 hebben enkele organisaties de handen ineengeslagen in de strijd tegen kanker in Nederland; de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenverenigingen, de Vereniging van Integrale Kankercentra, KWF Kankerbestrijding, Zorgverzekeraars Nederland en VWS.
[VWS]

Niet alle prostaatkankers moeten behandeld worden

8 April 2009

Sommige prostaatkankers zijn slapende kankers en hoeven enkel opgevolgd te worden, zegt professor Louis Denis. Twintig procent van de sterfte door prostaatkanker kan worden vermeden door een vroegtijdige opsporing. Dat is een conclusie uit een internationale prostaatkankerstudie.

Voor de studie werden 162.000 mannen opgedeeld in twee groepen. Gedurende negen jaar werd de ene groep gescreend met een PSA-bloedtest, terwijl de andere ter controle werd opgevolgd. In de gescreende groep kwam 20 procent minder sterfte door kanker voor.

Lees verder bij het Nieuwsblad.be.

Minder prostaatkankerdoden door vijfjaarlijkse test

30 Maart 2009

Uit een groot Europees onderzoek, waarbij meer dan 162.000 mannen in zeven Europese landen gedurende zestien jaar zijn gevolgd, blijkt dat als gezonde mannen vanaf hun 55ste jaar om de vier jaar worden getest op prostaatkanker, tenminste twintig procent minder mannen hieraan zullen overlijden. In ons land zou dat betekenen dat er jaarlijks tussen de vijf- en zeshonderd minder prostaatkankerdoden vallen.

De studie was een initiatief van urologen van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en de resultaten werden onlangs bekend gemaakt op het jaarlijkse Europese urologencongres in Stockholm. Het onderzoek is ook gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.

Screening vermindert sterfte prostaatkanker

19 Maart 2009

Screening bij mannen van 55 tot 70 jaar zonder klachten levert een 20% minder gevallen van prostaatkankersterfte op. Dat blijkt uit de ERSPC, een grote studie over de effecten van het screenen van prostaatkanker.

Deze Europese studie voor screening van prostaatkanker is jarenlang vanuit de afdeling Urologie van het Erasmus MC gecoördineerd door emeritus professor Fritz Schröder.

Verder onderzoek
Het onderzoek wordt beschreven in het artikel ‘Screening for Prostate Cancer in a randomized European population’ door F.H.Schröder et al, in de New England Journal of Medicine. De resultaten ondersteunen de noodzaak om verder te onderzoeken of een bevolkingsonderzoek voor prostaatkanker wenselijk is. Prostaatkanker is een belangrijk gezondheidsprobleem in Nederland. Jaarlijks overlijden 2.500 mannen aan prostaatkanker, een aantal dat verder teruggedrongen kan worden.

Kanker herkennen
“De studie laat zien dat door screening bij veel mannen een prostaatkanker vastgesteld kan worden die geen klachten geeft in het verdere leven. Het is dus belangrijk dat er methoden ontwikkeld worden om deze soort van prostaatkankers adequaat te herkennen, zodat mannen zich niet hoeven te laten behandelen.” aldus professor Chris Bangma, afdelingshoofd Urologie van het Erasmus MC. Een van de methoden is de verdere ontwikkeling van actief afwachten (active surveillance) die momenteel in Nederland gebruikt wordt. Zie ook: www.prias-project.org.

Meer zicht
Prof. Bangma: “De afdeling Urologie, onder wie dr. Monique Roobol, is daar hard mee bezig, en er participeren heel wat patiënten in. Die patiënten stellen ook hun bloed en urine beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek in het experimenteel laboratorium onder leiding van dr. Guido Jenster. Hiermee hoopt de afdeling Urologie van het Erasmus MC nieuwe merkstoffen te ontwikkelen die prostaatkankers beter kunnen karakteriseren.” Bangma laat weten blij te zijn dat er na zo veel jaren werk er nu meer zicht is hoe om te gaan met prostaatkanker.

Lees verder op de website van Erasmus MC

Informatieavond prostaatkanker: Seks en zo! in het UMCG

18 Maart 2009

Dinsdag 7 april 2009 is er een informatieavond over prostaatkanker in het UMCG. De behandeling van prostaatkanker kan gevolgen hebben voor uw seksleven en uw continentie. De urologen dr. Mels van Driel en dr. Annemarie Lelieveld bespreken de volgende vragen:
- Wat betekent de behandeling voor uw kwaliteit van leven?
- Heeft u als patiënt keuzemogelijkheden in de behandelingen?
- Is het mogelijk bij die keuze de gevolgen van de behandeling mee te laten wegen?

Na de pauze vertelt bekkenfysiotherapeut Francien Nijman-du Bois hoe fysiotherapie na een prostaatoperatie kan bijdragen aan een zo goed (en droog) mogelijk herstel.

De informatieavond is voor prostaatkanker-patiënten, hun naasten en andere belangstellenden.

Tevens zijn er op de informatieavond een aantal informatiestands die u vooraf en in de pauze kunt bezoeken. Er is een stand van de Stichting Contactgroep Prostaatkanker (SCP) en een informatiestand waar een continentieverpleegkundige u kan informeren over incontinentie en incontinentiemateriaal.

Er zijn geen kosten verbonden aan het bijwonen van de informatieavond. Aanmelden kunt u via telefoon (050) 361 33 00. Meer informatie op www.umcg.nl

Regie en overzicht in zorgketen kankerpatiënten onvoldoende

13 Maart 2009

De zorg voor kankerpatiënten in Nederland is niet in alle ziekenhuizen optimaal. In deze zorg moeten medisch specialisten, ziekenhuisafdelingen en radiotherapeutische centra intensief met elkaar samenwerken om optimale resultaten te behalen.

Ondanks de positieve inzet van de professionals is er op veel plaatsen geen sprake van behandeling van de kankerpatiënt door een team met één regisseur die overzicht heeft over de hele behandeling. Er is dan onvoldoende onderling overleg, gebrekkige of ontbrekende informatieoverdracht en geen eenduidige communicatie met de patiënt. Hierdoor is de kwaliteit en veiligheid van de zorg voor de patiënt niet gegarandeerd. Dit staat in het rapport ‘Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren’ dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vandaag publiceert.

In dit onderzoek is gekeken naar de zorg voor patiënten met borst-, prostaat-, en longkanker en patiënten die ook radiotherapeutische zorg ontvingen. De zorg voor deze patiënten kent veel overdrachtsmomenten. De IGZ vindt dat medisch specialisten zich ervan bewust moeten zijn dat zij maar één schakel vormen in de totale behandeling. De uitkomsten van de zorg zijn afhankelijk van de onderlinge samenwerking, overleg, informatieoverdracht, en coördinatie van zorg tussen professionals.Toch zijn deze professionals zich nog te weinig bewust van deze verantwoordelijkheid. De zorg voor kankerpatiënten is verbrokkeld . Dit bedreigt de kwaliteit van de zorg.

In dit onderzoek is ook gekeken naar de zorg in de radiotherapeutische centra die de laatste jaren een inhaalslag hebben geleverd. De IGZ heeft daardoor geen wachtlijsten meer gezien. De radiotherapeutische afdelingen zelf hebben een goed kwaliteitsysteem. De kwaliteit van de gehele oncologische zorgketen bepaalt echter de uiteindelijke uitkomst voor de patiënt.

Brancheorganisaties en wetenschappelijke verenigingen erkennen deze problematiek. Inmiddels heeft het Nationaal Platform Kankerbestrijding een landelijk actieplan gemaakt. De KNMG werkt momenteel aan een landelijke richtlijn voor verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Zowel zorgaanbieders als de IGZ vinden dat er in de zorg voor elke kankerpatiënt één persoon moet zijn die als regisseur het overzicht heeft over het gehele behandelingstraject. De patiënt moet in elke fase van zijn behandeling één persoon kunnen aanspreken. Wie dat is moet in het patiëntendossier vermeld staan. Per patiënt moet er één actueel behandelplan zijn. Alle aspecten van de behandeling moeten terug te vinden zijn in één enkel patiëntendossier.

De Integrale Kanker Centra kunnen volgens de IGZ beter dan ze nu doen een stimulerende en sturende rol vervullen bij de professionalisering van oncologiebesprekingen in de ziekenhuizen. De resultaten van de kankerregistratie moeten geschikter gemaakt worden voor ondersteuning van het interne kwaliteitsbeleid in de ziekenhuizen.

De IGZ vraagt de ziekenhuizen, de universitaire medische centra en zelfstandige radiotherapeutische centra om vóór 1 juli 2009 een plan van aanpak op te stellen ter verbetering van de oncologische ketenzorg. De IGZ zal de voortgang bij de instellingen nauwgezet volgen. Uiterlijk 1 januari 2010 dienen de instellingen het plan van aanpak te hebben geïmplementeerd. Na deze datum zal de IGZ de instellingen hierop steekproefsgewijs toetsen.

Bekijk het rapport het rapport: Zorgketen kankerpatiënten moet verbeteren en naar het rapport Radiotherapeutische zorg na inhaalslag sterk verbeterd.
[IGZ]

Laagopgeleiden meer kans op kanker

1 Maart 2009

Laagopgeleide Europeanen hebben twee tot drie keer meer kans op longkanker dan hoogopgeleiden. Het verhoogde risico wordt voor de helft veroorzaakt door roken. Dit blijkt uit de resultaten van een grootschalig onderzoek onder 400.000 Europeanen, aldus de Volkskrant.

Aan de Europese studie hebben ook 40.000 Nederlanders meegedaan. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of the National Cancer Institute. De 400.000 Europeanen hebben vragen ingevuld over hun opleiding, rookgedrag en andere leefgewoonten. Daarna zijn ze ruim 8 jaar gevolgd. Het bleek dat mannen met de laagste schoolopleiding een 3,6 maal hogere kans hebben op longkanker dan mannen met de hoogste opleiding. Laagopgeleide vrouwen hebben 2,4 keer meer kans op de ziekte dan hoogopgeleiden.

Uit de studie blijkt dat roken voor de helft verantwoordelijk is voor dit verhoogde risico. Eerder onderzoek toonde al aan dat mensen uit lagere sociale klassen een grotere kans op longkanker hebben. Het is de eerste keer dat werd berekend welk deel van het verschil wordt verklaard door roken.

Prostaatkankerscreening in borstkankerfamilies

23 Februari 2009

Mannen met een mutatie in het borstkanker-gen BRCA1 of BRCA2 hebben een vergrote kans op het krijgen van prostaatkanker. Hoe groot deze kans precies is; of het gaat om een agressieve vorm van prostaatkanker; en welke rol PSA-screening kan hebben, zijn de belangrijkste onderzoeksvragen van een internationale studie, genaamd IMPACT, van het Britse Institute of Cancer Research.

Nederland kan een grote bijdrage aan IMPACT leveren, dankzij de registatie van de Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren. Om dit deelonderzoek uit te kunnen voeren heeft de afdeling Klinische Genetica van het LUMC een vergunning gevraagd in het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). De Commissie WBO van de Gezondheidsraad heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een positief advies gegeven over de vergunningaanvraag.
[Gezondheidsraad]

Aantal nieuwe gevallen van kanker toegenomen met 2,5 procent

10 Februari 2009

Het aantal nieuwe gevallen van kanker is in 2006 met 2,5% gestegen ten opzichte van 2005. Uit zojuist bekendgemaakte gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie blijkt dat in 2006 bij 83.283 mensen kanker werd vastgesteld. Dat zijn 2050 meer nieuwe gevallen dan in het voorafgaande jaar. De groei van het aantal ouderen is de voornaamste oorzaak van de toename. Borstkanker was in 2006 de meest voorkomende vorm van kanker. Longkanker was in 2006 verantwoordelijk voor het grootste aantal sterfgevallen.

Kanker komt het meest voor bij ouderen. In 2006 was 57% van alle nieuwe patiënten 65 jaar of ouder. De toename van kanker bij deze groep patiënten verklaart ongeveer tweederde deel van de stijging ten opzichte van 2005.

Toename in top vijf van kankersoorten
Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. In 2006 ging het om 12.416 vrouwen en 117 mannen. Na borstkanker komt darmkanker het meeste voor met 11.231 gevallen (5.964 mannen en 5.267 vrouwen). Longkanker neemt de derde positie in met 10.357 gevallen (6.667 mannen en 3.690 vrouwen), gevolgd door prostaatkanker (9.516) en huidkanker (8.896).

Samen beslaan de vijf meest voorkomende kankersoorten bijna tweederde van alle nieuwe kankergevallen. In 2006 stegen ze alle vijf in aantal ten opzichte van 2005. De toename varieerde van 3,2% bij borstkanker tot 8% bij prostaatkanker.

Mogelijke oorzaken
De toename in 2006 van kankergevallen bij de top vijf was groter dan kon worden verwacht op basis van de bevolkingsgroei. Voor deze extra stijging is niet één specifieke oorzaak aanwijsbaar, omdat de verschillende vormen van kanker verschillende oorzaken hebben. Door screening en vroegdiagnostiek kan borst- en prostaatkanker steeds vroeger worden opgespoord. Bij prostaatkanker worden daardoor bijvoorbeeld nu vormen van kanker ontdekt die vroeger onopgemerkt zouden zijn gebleven. Ook dit kan hebben bijdragen aan een toename van het aantal gevallen van kanker.

Daling zeldzame vormen van kanker
De meer zeldzame vormen van kanker namen in 2006 met 1,1% af ten opzichte van 2005. Maagkanker was een van de belangrijkste dalers. Het aantal nieuwe gevallen van maagkanker, kanker van de galblaas en eierstokkanker neemt al decennia lang af. Alleen eierstokkanker nam in 2006 iets toe ten opzichte van 2005, maar waarschijnlijk is dit toeval. Zeldzame vormen van kanker kunnen van jaar op jaar sterke schommelingen vertonen. Om inzicht te krijgen in de trend is het zinvoller om de aantallen over een langere periode te bekijken.
[VIKC]