Archief categorie ‘Prostaatkanker’

Nieuwe scan verbetert behandeling teruggekeerde prostaatkanker

2 September 2010

In het UMC Utrecht zijn de eerste elf patiënten behandeld met een prostaat-sparende bestralingsmethode. Een speciale MRI-scan van de prostaat maakt preciezere bestraling mogelijk. Arts-onderzoeker Maaike Moman van het UMC Utrecht beschrijft dit in haar proefschrift, waarop zij op 7 september aan de Universiteit Utrecht promoveert.

Moman onderzocht patiënten waarbij prostaatkanker na de eerste behandeling terugkeert. Artsen hebben voor deze patiënten nog maar één genezend redmiddel: de prostaat nogmaals volledig bestralen of verwijderen. Vanwege de ernstige bijwerkingen – plasproblemen, endeldarm-ontsteking, impotentie – gaan artsen niet graag over tot deze drastische ingreep.

Het onderzoek van Moman biedt een alternatief. Zij gebruikt een speciale MRI-scan (dynamisch contrast versterkte MRI) om bloedvaten – en daarmee ook goed doorbloede tumoren – beter zichtbaar te maken. Dankzij de scan is te zien in welk deel van de prostaat de tumor is teruggekeerd. Inwendige bestraling via radioactieve jodiumzaadjes behandelt vervolgens alleen het aangedane deel van de prostaat. Door de gerichtere bestraling ontvangt de patiënt in een kleiner gebied straling en blijft meer gezond weefsel intact.

Inmiddels zijn de eerste elf patiënten via deze methode behandeld. De mannen zijn 60 tot 70 jaar oud en drie tot tien jaar na de eerste behandeling is bij hun de prostaatkanker teruggekomen. Na de nieuwe behandeling lijkt de prostaattumor vooralsnog verdwenen te zijn. Maar gemiddeld is nog slechts zes maanden verstreken sinds de behandeling dus het is te vroeg om te zeggen of de kanker op de lange termijn ook wegblijft. Maar bovenal ondervinden de patiënten weinig bijwerkingen, dat is een sterke vooruitgang ten opzichte van de standaardbehandeling.

“De techniek staat nog in de kinderschoenen”, aldus Moman, “maar ik hoop dat we het kunnen ontwikkelen tot een succesvolle behandeling. Overigens komen niet alle patiënten met prostaatkanker in aanmerking voor de nieuwe behandeling. We selecteren geschikte patiënten op basis van hun gezondheidstoestand en de grootte en plaats van de tumor.”

In principe zou de techniek ook geschikt zijn om voor het eerst vastgestelde prostaatkanker te behandelen. Maar artsen in het UMC Utrecht kiezen ervoor om in die fase van de ziekte de hele prostaat te bestralen.
Prostaatkanker

Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. In Nederland hebben ongeveer 35.800 mannen prostaatkanker (4,5 per 1.000 mannen). Ongeveer de helft daarvan is ouder dan 75 jaar.

De prostaat is een klier die om de urinebuis heen ligt en hulpstoffen maakt die aan het sperma worden toegevoegd. Ook voorkomt de prostaat dat sperma de blaas in stroomt. De klier heeft bij een jongvolwassen man ongeveer het formaat van een walnoot, het volume neemt toe met de leeftijd. Een vergrote prostaat leidt tot plasproblemen.

Maaike Moman verrichtte haar onderzoek bij de afdeling Radiotherapie van het UMC Utrecht, in februari 2011 start zij met haar opleiding tot radioloog.

Prof. dr. Willem Mali en prof. dr. Jan Battermann begeleidden het onderzoek. Moman promoveert op 7 september aan de Universiteit Utrecht.
[UMC Utrecht]

Zonlicht nodig voor genoeg vitamine D

28 Augustus 2010

vrouwen strandDeze week is het rapport ‘De relatie tussen kanker, zonnestraling en vitamine D’ van de Signaleringscommissie Kanker (SCK) van KWF Kankerbestrijding verschenen. De SCK-werkgroep concludeert dat zonlicht positief gerelateerd is aan een lagere kans op borstkanker, dikkedarm- en prostaatkanker. Dit kan komen doordat vitamine D via zonlicht in de huid wordt aangemaakt. Ook blijken mensen met hoge vitamine D-spiegels in het bloed een lager risico te hebben op dikkedarmkanker.

Het nieuwe SCK-rapport is opgesteld door de werkgroep ‘Relatie kanker, zonlicht en vitamine D’  onder voorzitterschap van dr. F.R. de Gruijl. Op basis van haar conclusies en aanbevelingen adviseert KWF Kankerbestrijding mensen om hun hoofd, handen en onderarmen dagelijks 15 tot 30 minuten aan zonlicht bloot te stellen. Tegelijkertijd blijft het advies van kracht dat te veel zonblootstelling schadelijk is vanwege het risico op huidkanker. Wat te veel of te weinig is voor je gezondheid, hangt onder meer af van je huidtype, leeftijd en hoeveel je buitenkomt.

Risicogroepen vitamine D-tekort
Volgens het rapport zijn er diverse groepen mensen die gebaat zouden zijn bij iets langere blootstelling aan zon dan de 15 tot 30 minuten die in het algemeen wordt aanbevolen.  Het gaat onder meer om mensen met een donkere huid, ouderen en mensen die weinig buiten komen. Deze groepen lopen risico op een te laag vitamine D-niveau in het bloed. Welk vitamine D-peil minimaal nodig is voor een gunstig effect op het kankerrisico is nog onbekend.

Het rapport ‘De relatie tussen kanker, zonnestraling en vitamine D’ bevestigt wat KWF Kankerbestrijding al jaren in zoncampagnes verkondigt: dat verbranding van de huid te allen tijde vermeden dient te worden. Voor een gezonde dosis vitamine D is een kwartiertje buiten komen doorgaans al genoeg.

[KWF Kankerbestrijding]

Steeds meer Nederlanders krijgen kanker

14 Juni 2010

grafiekNationaal Programma Kankerbestrijding: Kanker komt meer voor in Nederland door ongezonde leefstijl
Uit de NPK Monitor blijkt dat steeds meer Nederlanders kanker krijgen. Bovendien is de sterfte als gevolg van kanker in Nederland hoger dan gemiddeld in Europa. Dat komt onder andere door een hoge sterfte aan rokengerelateerde kankers. Dit is het gevolg van het hoge aantal rokers in Nederland, wat de laatste jaren niet is gedaald.

Het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK) constateert dat de in 2006 gestelde doelstellingen voor bestrijding van kanker in Nederland bij lange na niet zijn gerealiseerd. In 2006 heeft het programma zich een aantal doelen gesteld voor 2010. Bijvoorbeeld minder gevallen van kanker, een betere naleving van medische richtlijnen, een betere opkomst bevolkingsonderzoek borstkanker en een hogere vijf-jaarsoverleving. Ook zijn ambities geformuleerd voor factoren die kanker veroorzaken: minder rokers, meer groente en fruit consumptie en minder overgewicht.

NPK constateert dat kanker juist toeneemt. Uit de laatste gegevens (2007) blijkt dat bij 86.162 mensen kanker werd vastgesteld, 2362 meer dan in het jaar daarvoor. Een deel van die toename wordt verklaard doordat de groep ouderen groeit. Zorgwekkend is echter dat veel kanker voorkómen had kunnen met een gezondere leefstijl.

Geen van de NPK doelstellingen op het gebied van gezonder leven is gerealiseerd. Zo wordt 30% van de sterfte door kanker veroorzaakt door roken, maar het aantal rokers in Nederland is nu nog net zo hoog als bij de start van het programma. Het aantal gevallen van longkanker in Nederland, wat vooral wordt veroorzaakt door roken en meeroken, neemt in Nederland nog steeds toe, vooral bij vrouwen.

Een paar doelstellingen zijn wel gerealiseerd. Zo is de opkomst bij borstkankerscreening verbeterd, worden richtlijnen beter nageleefd en is de kans op recidive bij borstkanker verminderd. Over de hele linie is de voortgang echter onvoldoende.

Dr. Renée Otter, binnen NPK verantwoordelijk voor de NPK-monitor: “Kanker wordt vaak veroorzaakt doordat mensen roken, te weinig groente en fruit eten, te weinig bewegen en te dik zijn. Helaas slagen we er niet goed in om gezonder te leven: het aantal rokers daalt niet en er zijn zelfs meer mensen te dik dan bij de start van het programma. Als we kanker echt willen bestrijden, moeten we wat aan die leefstijl gaan doen.”

NPK organiseert samen met STIVORO op 16 juni a.s. een conferentie met internationale deskundigen om te onderzoeken hoe tabaksontmoediging in Nederland beter kan. Daar wordt de NPK-monitor door oud Minister Els Borst (tevens voorzitter van de Nederlandse Federatie Kankerpatiënten) overhandigd aan Directeur Generaal Volksgezondheid, Paul Huijts.

De gevolgen van obesitas op prostaatkanker

13 Juni 2010

overgewicht manIn Nederland wordt per jaar bij ongeveer 9.000 mannen prostaatkanker vastgesteld. Prostaatkanker is een van de meest voorkomende soorten kanker bij mannen. Daarnaast vormt zwaarlijvigheid een steeds grotere bedreiging voor de gezondheid. Wat zijn nu eigenlijk de gevolgen van obesitas voor patiënten die aan prostaatkanker lijden?

In het onderzoek van Joep van Roermund komt naar voren dat obese (dikke) patiënten die worden geopereerd voor prostaatkanker ongeveer drie maal zo veel kans hebben om incontinent te worden. Bijna de helft van de obese mannen ontwikkelt een vernauwing in de plasbuis die moet worden gecorrigeerd.

Bij vetzucht is met name het vet in en rond de organen bepalend voor gezondheidsrisico’s. Prostaatkankerpatiënten bij wie met behulp van röntgenonderzoek het hoogste percentage vet rond de prostaat is vastgesteld, hebben een groter risico op het hebben van een agressievere vorm van prostaatkanker.

Biografie
Joep van Roermund (Nijmegen, 1974) studeerde geneeskunde in Nijmegen. Hij verrichtte bovenstaand onderzoek op de afdeling Urologie van het UMC St Radboud, binnen het onderzoeksinstituut Radboud Universitair Centrum voor Oncologie (RUCO). Momenteel is hij (nog) werkzaam als fellow oncologie/laparoscopie op de afdeling Urologie in het UMC Utrecht. Per juli van dit jaar gaat hij als uroloog werken in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven.

Promotie drs. J.G.H. van Roermund
Prostate cancer. Clinical implications of obesity
De gevolgen van obesitas op prostaatkanker
vrijdag 25 juni 2010, 13.00uur
Promotors: De heer prof. dr. J.A. Witjes, de heer prof. dr. L.A.L.M. Kiemeney, de heer prof. dr. J.L.H.R. Bosch (UMCU)
Radboud Universiteit Nijmegen

Vroege ontdekking kanker van levensbelang

17 December 2009

Het totaal aantal ontdekte gevallen van kanker blijft stijgen. Gelukkig worden de overlevingskansen ook steeds hoger. Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie, die zijn verzameld door de integrale kankercentra. Als kanker vroegtijdig wordt ontdekt, is tegenwoordig de kans groot dat de patiënt het overleeft. Bij melanoom (een vorm van huidkanker) in het vroegste stadium overleeft nu 100% van de patiënten de eerste vijf jaar na de vaststelling van de ziekte. Bij vrouwen met borstkanker in het vroegste stadium is de 5-jaarsoverleving 98%, bij mannen met prostaatkanker in het vroegste stadium 99%.

De afgelopen twee decennia zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten in Nederland gestaag toegenomen. De 5-jaarsoverleving van patiënten met een melanoom (een vorm van huidkanker die ontstaat in pigmentcellen van de huid) steeg van 81% in de periode 1988-1992 tot 87% in de periode 2003-2007. De 5-jaarsoverleving van borstkanker steeg van 76% tot 85% en die van prostaatkanker van 62% tot 85%.

De overleving van kankerpatiënten is toegenomen door vroegere ontdekking van tumoren en door verbeterde behandelingsmethoden (aanvullende chemotherapie, behandelingen die de hormoonhuishouding beïnvloeden).

Vroege ontdekking verbetert overlevingskans
5-jaarsoverleving naar stadium, melanoom van de huidHet stadium van kanker bij de diagnose is de belangrijkste factor voor de overlevingskans van de patiënt. Als een melanoom wordt ontdekt dat dunner is dan 1 mm en zonder uitzaaiingen (stadium IA), overlijdt niemand eraan. Bij dikkere melanomen, als er uitzaaiingen zijn of bij een combinatie van beide varieert het percentage overlevende patiënten van 95% tot slechts 12% (zie illustratie). Gelukkig wordt tweederde van alle melanomen ontdekt in de twee vroegste stadia van de ziekte.

Ook borstkanker en prostaatkanker worden bij de meeste patiënten in een vroeg stadium ontdekt. De vroegere ontdekking van borstkanker is vooral toe te schrijven aan borstkankerscreening. Prostaatkanker wordt steeds vaker vroeg ontdekt omdat er bloedonderzoek (PSA-test) wordt gedaan bij mannen met prostaatklachten.

Bij darmkanker wordt een aanzienlijk deel pas zo laat ontdekt dat genezing niet meer mogelijk is. De Gezondheidsraad heeft daarom recent geadviseerd om te starten met darmkankerscreening. De verwachting is dat darmkanker dan gemiddeld eerder wordt ontdekt, waardoor er minder mensen aan overlijden.

Kleine kans op overleven bij long- en alvleesklierkanker
Sommige vormen van kanker geven pas in een laat stadium van de ziekte klachten, bijvoorbeeld longkanker en alvleesklierkanker. Als de symptomen zich voordoen, is de tumor meestal al uitgezaaid. De overlevingskansen zijn daarom gering: respectievelijk 15% en 5%.

In 2007 meer kanker dan ooit
Vroege opsporing draagt ook bij aan de stijging van het totale aantal ontdekte gevallen van kanker. Dat is toegenomen van 56.000 in 1989 tot 86.000 in 2007. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door bevolkingsgroei en het toenemende percentage ouderen. Maar ook als voor deze factoren wordt gecorrigeerd, blijft er een forse stijging over van 3,8 gevallen per 1000 inwoners in 1989 tot 4,4 per 1000 in 2007.

De toename was het grootst bij vrouwen, waar een sterke stijging optrad van het risico op borstkanker, longkanker, huidkanker en darmkanker. Bij mannen werd de toename van prostaatkanker, darmkanker en huidkanker deels gecompenseerd door een afname van longkanker. Desondanks komt er bij mannen nog steeds meer longkanker voor dan bij vrouwen. Mannen krijgen ook het vaakst kanker: 4,8 gevallen per 1000 mannen tegen 3,9 per 1000 vrouwen.

Diagnose prostaatkanker met een laag risico levert onnodige onrust

8 December 2009

Promotieonderzoek: actief afwachtend beleid meest geschikte oplossing
Veel mannen met een vroeg opgespoorde prostaattumor worden onnodig gediagnosticeerd. Gevolg is dat zelfs tumoren die nooit klachten gegeven hadden wanneer ze niet gediagnosticeerd waren toch een zware behandeling krijgen, met alle bijwerkingen van dien. Een actief afwachtend beleid is bij deze vormen van prostaatkanker met een laag risico dan ook beter. Dit is de conclusie van het onderzoek waarop Roderick van den Bergh op 9 december 2009 promoveert aan de Erasmus Universiteit. Het onderzoek is mede tot stand gekomen door sponsoring van ONVZ.

Het onderscheid tussen relatief niet-ernstige en ernstige prostaatkanker wordt nog te weinig gemaakt, waardoor mannen met prostaatkanker hun ziekte veelal ernstiger inschatten dan deze eigenlijk is. Veel tumoren hebben een kleine kans klachten te veroorzaken, zelfs wanneer er geen aandacht aan wordt besteed. Van den Bergh: “Onze kennis van prostaatkanker is beperkt en we hebben nog niet voldoende mogelijkheden om op het moment van diagnose de langzaam groeiende van de snel groeiende kankercellen met 100% zekerheid te onderscheiden. Bij deze laatste groep is  een radicale behandeling geïndiceerd, maar deze geven wel veel bijwerkingen.”

Bij patiënten met een vroeg opgespoorde prostaattumor met een laag risico daarentegen is een actief afwachtend beleid misschien wel een betere optie dan radicaal ingrijpen. Daarbij hebben zij geen last van mogelijke bijwerkingen als gevolg van overbehandeling.De uitkomsten van prostaatkanker na deze strategie zijn zeer gunstig en zelfs wanneer mannen later alsnog overstappen op een radicale behandeling, zijn er geen slechtere uitkomsten te zien. Prostaatkankerpatiënten die voor dit beleid hebben gekozen laten ondanks de aanwezigheid van nog onbehandelde kanker gunstig lage scores zien voor wat betreft de door hen beleefde angst en onrust, zowel vlak na de diagnose, als na een follow-up van negen maanden. Specifieke persoonlijke inzichten en ervaringen bleken invloed te hebben op hun belevenis van prostaatkanker. 

Een verdere verbetering van de methoden om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten prostaatkanker is in de toekomst essentieel voor de patiënten om overbehandeling zoveel mogelijk te vermijden. De al gebruikte variabelen op het moment van diagnose en tijdens de verdere controle moeten beter worden toegepast en er is onderzoek nodig naar nieuwe zogenaamde ‘markers’. De basis ligt in verbeteringen in de methoden voor vroegopsporing om zo de overdiagnose te verminderen; daarbij kunnen ontwikkelingen op het gebied van curatieve behandelingen het aantal bijwerkingen verder beperken. Van den Bergh: “Uiteindelijk zou een actief afwachtend beleid hierdoor overbodig kunnen worden. Maar zo ver zijn we nog niet.”

Het aanbieden van een protocol voor inclusie en controle voor actief afwachtend beleid met behulp van een beslishulp beschikbaar via internet is haalbaar. Erno Kleijnenberg: “Er is met dit onderzoek een flinke stap in de goede richting gezet. Prostaatkanker komt veel voor, met name bij mannen boven de 65 jaar. Het is dus van groot belang dat we deze vorm van kanker goed weten te bestrijden, maar even belangrijk is dat we weten bij welke vormen van deze ziekte een ingrijpende behandeling zou kunnen worden vermeden. We stimuleren onderzoek ter verbetering van de gezondheidszorg in Nederland dan ook graag.”

Over het onderzoek
ONVZ Zorgverzekeraar sponsorde dit onderzoek. Ten eerste werd een groep van 616 mannen bestudeerd die allen deel hadden genomen aan een grote Europese studie naar de waarde van vroegopsporing naar prostaatkanker (ERSPC) en tot wel 12 jaar geleden gediagnosticeerd waren met prostaatkanker met een laag risico en die initieel een afwachtend beleid kozen. Vervolgens werd een protocol voor actief afwachtend beleid toegepast bij mannen die nu de diagnose kregen. Tot slot werd bij deze mannen een uitgebreide vragenlijst afgenomen om hun kwaliteit van leven te meten.
[Persbericht ONVZ]

Zittend werk verhoogt risico op prostaatkanker

7 November 2009

Mannen met een bureaubaan opgelet. Want een recent onderzoek van het Karolisnka Institute in Zweden heeft uitgewezen dat mannen die zittend werk verrichten meer kans hebben op het ontwikkelen van prostaatkanker. Het risico op deze vorm van kanker is bij ‘kantoorbaanmannen’ bijna 30 procent groter dan bij mannen die veel lichaamsbeweging hebben tijdens het werk. Deze en andere uitslagen van het onderzoek zijn terug te lezen in het British Journal of Cancer.

Voor het onderzoek werden 45.000 mannen tussen de 45 en 79 jaar bestudeerd. De mannen die fysiek zwaar werk hebben, hadden 28 procent minder kans op het krijgen van prostaatkanker dan mannen die heel veel zitten tijdens hun werk. Van de mannen die veel zitten, bleek dat diegenen die slechts de helft van hun werktijd zittend doorbrengen tot 20 procent minder kans op prostaatkanker hadden dan de mannen die de hele werkdag moeten zitten.

Lees verder op Gezondheidsplein

PET-scan spoort uitgezaaide prostaatkanker op

1 September 2009

Met een choline PET-scan kan de plaats van opnieuw ontstane prostaatkanker zichtbaar gemaakt worden. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Anton Breeuwsma. Deze opsporingsmethode is echter alleen effectief bij patiënten die bestraald zijn. Bij patiënten bij wie de prostaat operatief is verwijderd, heeft de opsporingsmethode geen meerwaarde bij de keuze van de vervolgbehandeling boven de gebruikelijke methode.

Botmarkers
Verder kunnen botmarkers in het bloed helpen bij het voorspellen van de kans op uitzaaiingen in de botten.

Natrium fluoride PET-scan
Een natrium fluoride PET-scan bleek niet nauwkeuriger voor het vaststellen van uitzaaiingen in de botten ten opzichte van de gebruikelijke skeletscan. Overigens lijkt de MRI van het skelet iets nauwkeuriger ten opzicht van de beide nucleaire botscans.

Meest voorkomende kanker
In Nederland is prostaatkanker de meest voorkomende kwaadaardige kanker bij de man. Van de patiënten bij wie voor het eerst prostaatkanker wordt vastgesteld, heeft twintig procent uitzaaiingen. Wanneer er geen uitzaaiingen zijn, wordt de ziekte behandeld door operatie (het verwijderen van de prostaat) of door bestralen. Hiermee wordt momenteel zeventig procent van de patiënten genezen.

Terugkerende ziekte
Bij dertig procent keert de ziekte toch binnen tien jaar terug. De eerste aanwijzing hiervoor levert een signaalstof in het bloed (de zogenoemde PSA-waarde). Op basis hiervan kan echter moeilijk vastgesteld worden waar de kanker zich in het lichaam bevindt.
[RUG]

Te snelle behandeling van prostaatkanker

26 Augustus 2009

Volgens het gezondheidsmagazine Bodytalk gaan artsen vaak te snel over tot een behandeling van prostaatkanker. In veel gevallen zijn de tumoren ongevaarlijk en het behandelen van prostaatkanker kan vervelende neveneffecten zoals impotentie (tot 70 procent) en incontinentie (5 procent).

Bij 50 procent van 50-jarige mannen en bij 80 procent van de 80-plussers vindt men kleine tumoren die kunnen duiden op prostaatkanker. Omdat artsen het onderscheid tussen slapende en agressieve tumoren niet kunnen maken, wordt vaak het zekere voor het onzekere genomen en een behandeling gestart, zoals een ingreep of bestraling.

Uit een Europese studie bleek dat hiermee slechts één overlijden voorkomen wordt per duizend geteste en 50 behandelde mannen. Het risico op impotentie of incontinentie door een onnodige behandeling is dus vele malen groter dan het risico te sterven aan prostaatkanker.

De diagnose prostaatkanker wordt vaak gesteld door de PSA-test. De PSA-test is een weinig betrouwbare bloedtest voor de vroegtijdige opsporing van prostaatkanker. Mannen met een afwijkend resultaat worden doorverwezen naar een uroloog, die een prostaatbiopsie uitvoert.

Op basis van recent Amerikaans onderzoek pleit Marleen Finoulst in Bodytalk voor opvolging in plaats van behandeling van weinig agressieve tumoren. Wanneer de PSA-waarde snel stijgt – een verdubbeling van de waarde in 2 jaar – is behandeling nodig.

15 miljoen voor onderzoek naar prostaatkanker

9 Augustus 2009

Een consortium van onderzoeksgroepen van drie Universitaire Medische Centra ontvangt een subsidie van 7,5 miljoen euro van CTMM (Center for Translational Molecular Medicine). De subsidie is bestemd voor een groot onderzoek naar prostaatkanker, waarvoor in totaal 15 miljoen euro beschikbaar is.

Het onderzoek richt zich vooral op nieuwe biomarkers die de diagnose prostaatkanker beter mogelijk maken en de agressiviteit van de ziekte beter voorspellen. Ook probeert het onderzoek een methode te vinden die uitzaaiingen nauwkeuriger zichtbaar kan maken en de effecten van de behandeling sneller weer kan geven. Het onderzoek staat onder leiding van Erasmus MC en Universitair Medisch Centrum Groningen; ook UMC St Radboud en het NKI zijn betrokken bij het onderzoek, dat in totaal elf partners kent. Het onderzoek duurt 5 jaar en start eind 2009.

Prostaatkanker is in Nederland bij mannen de meest voorkomende vorm van kanker en één van de belangrijkste kanker-gerelateerde doodsoorzaken. De ziekte wordt steeds vaker vastgesteld doordat mannen zich laten screenen op prostaatkanker door middel van een test die het bloedgehalte van prostaat-specifiek antigeen (PSA) meet. Als de tumor zich beperkt tot de prostaat, kan prostaatkanker genezen door operatieve prostaatverwijdering of bestraling. Uitzaaiingen in het bot zijn een vergevorderd stadium van prostaatkanker; dit kan alleen palliatief behandeld worden. Het nieuwe onderzoek, Prostate Cancer Molecular Medicine (PCMM) genaamd, richt zich op twee belangrijke klinische vraagstukken: het verminderen van overdiagnose en overbehandeling van prostaatkanker en het beter meten van effecten van therapie bij vergevorderde prostaatkanker.

Minder overdiagnose en –behandeling door nieuwe biomarkers
De diagnose prostaatkanker wordt gesteld op basis van een biopt, waarbij gekeken wordt of er kankercellen aanwezig zijn in de prostaat. In de meeste patiënten wordt dit biopt uitgevoerd omdat de bloedspiegel van PSA verhoogd is. Dit leidt echter ook tot overdiagnose, omdat PSA ook bij andere aandoeningen zoals een goedaardige prostaatvergroting verhoogd is. Bij een groot aantal mannen dat zich laat screenen, wordt daarom onnodig een biopt uitgevoerd. Daarnaast is PSA een slechte voorspeller van de agressiviteit van een prostaattumor. Omdat PSA slecht onderscheid kan maken tussen onschuldige en agressieve tumoren, wordt een deel van de patiënten onnodig geopereerd of bestraald. Er is dan ook een sterke klinische behoefte aan nieuwe biomarkers naast PSA; hiermee kan overdiagnose en overbehandeling verminderd worden bij mannen die zich laten screenen op prostaatkanker. In het onderzoek wordt met innovatieve methoden in bloed, urine of weefsel gezocht naar nieuwe biomarkers die kunnen bijdragen aan een betere diagnose en voorspelling van agressiviteit van prostaatkanker.

Nieuwe imaging-technieken
Het onderzoek richt zich verder op het beter meten van effecten van therapie bij vergevorderde prostaatkanker. De bloedspiegel van PSA wordt ook gebruikt om te bepalen of de prostaattumor reageert op een behandeling. Vooral in vergevorderde prostaatkanker is PSA minder geschikt om vast te stellen of de behandeling effect heeft op uitzaaiingen. Artsen hebben daarvoor een methode nodig die uitzaaiingen zichtbaar kan maken (“imaging”). Vernieuwende en nauwkeurige imaging-technieken worden in het onderzoek ontwikkeld die al vroeg tijdens behandeling een mogelijk effect op prostaatkankercellen in het gehele lichaam zichtbaar kunnen maken. In de toekomst wordt hiermee tijdige aanpassing van het behandelplan op individuele basis mogelijk.

Deze studies zijn mogelijk omdat Nederlands een aantal unieke prostaatkanker-biobanken heeft, die door dit onderzoek verder uitgebreid gaan worden. De verwachting is dat PCMM-onderzoek een belangrijke bijdrage levert aan de kwaliteit van leven van een groeiend aantal mannen met prostaatkanker.
[UMCG]

Gezonde levensstijl belangrijk in strijd tegen kanker

27 Mei 2009

FruitDe overlevingskansen van patiënten met kanker zijn de afgelopen jaren toegenomen door vroege opsporing (borstkanker en prostaatkanker) en verbeterde behandeling (bijvoorbeeld bij darm- en lymfeklierkanker).

Dit blijkt uit de monitor van het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK). De NPK Monitor geeft jaarlijks de stand van zaken weer rondom de kwaliteit van de kankerbestrijding, van primaire preventie tot behandeling en nazorg. De cijfers uit de NPK Monitor worden gebruikt om prioriteiten te stellen binnen het NPK.

Voorkomen van longkanker
Voor longkanker blijven deze verbeteringen uit, doordat behandeling vaak geen genezing kan bieden. Slechts 13% van de patiënten met longkanker is 5 jaar nadat de diagnose is gesteld nog in leven. In de strijd tegen kanker verdient het voorkómen van longkanker daarom specifieke aandacht. Het ontmoedigen van roken is daarbij de belangrijkste maatregel.

Ongezonde leefstijl
Meer dan de helft van alle kankergevallen is te voorkomen en ongeveer de helft van alle sterfgevallen ten gevolge van kanker is gerelateerd aan roken, voeding en beweging. Het percentage rokers is hoog, 27% van de Nederlanders rookt. Hoewel de NPK Monitor laat zien dat veel Nederlanders voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (59%), daalt het percentage Nederlanders met ernstig overgewicht van 11% niet.

Handen ineengeslagen
In het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005-2010 hebben enkele organisaties de handen ineengeslagen in de strijd tegen kanker in Nederland; de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenverenigingen, de Vereniging van Integrale Kankercentra, KWF Kankerbestrijding, Zorgverzekeraars Nederland en VWS.
[VWS]

Niet alle prostaatkankers moeten behandeld worden

8 April 2009

Sommige prostaatkankers zijn slapende kankers en hoeven enkel opgevolgd te worden, zegt professor Louis Denis. Twintig procent van de sterfte door prostaatkanker kan worden vermeden door een vroegtijdige opsporing. Dat is een conclusie uit een internationale prostaatkankerstudie.

Voor de studie werden 162.000 mannen opgedeeld in twee groepen. Gedurende negen jaar werd de ene groep gescreend met een PSA-bloedtest, terwijl de andere ter controle werd opgevolgd. In de gescreende groep kwam 20 procent minder sterfte door kanker voor.

Lees verder bij het Nieuwsblad.be.