10-15% Parkinson-patienten in België jonger dan 55

De ziekte van Parkinson treft niet alleen 60-plussers. In België is ongeveer één op de tien Parkinsonpatiënten jonger dan 55 jaar. In totaal gaat het om ongeveer 5.000 patiënten onder de 55.

Ongeveer tien tot vijftien procent van de 35.000 Parkinsonpatiënten in België is jonger dan 55. Het gaat dan om mensen die nog actief zijn in het beroepsleven en nog veel van hun leven verwachten.

Van de ouderen tussen tachtig en negentig jaar lijden vier op de tien aan de ziekte. Met de toenemende vergrijzing van de bevolking zal het aantal mensen dat met de ziekte van Parkinson geconfronteerd wordt, alleen maar stijgen, zo luidt het.

Parkinson is een neurologische aandoening en vormt een grote belemmering in het dagelijkse leven van de patiënt. De ziekte, waarvan de oorzaak nog niet gekend is, wordt gekenmerkt door het beven van lichaamsdelen en spierstijfheid waardoor bewegen moeilijk wordt.

Logopedie zinvol bij spierziekten en Parkinson

Patiënten met spierziekten of Parkinson ondervinden vaak meer hinder van slik- en spraakproblemen dan wordt aangenomen. Spraak-taalpatholoog Bert de Swart van het UMC St Radboud toont aan dat gerichte logopedische therapie deze problemen sterk kan verminderen, waardoor verslikken, ondervoeding en sociaal isolement minder vaak voorkomen. Dat zorgt voor een aanmerkelijke verbetering van de kwaliteit van leven.

Patiënten met een spierziekte of de ziekte van Parkinson worden voor hun spraak- en slikproblemen te weinig doorverwezen naar een logopedist. Daarvoor zijn twee oorzaken aan te wijzen. Veel huisartsen en verwijzers onderschatten de spraak- en slikproblemen bij deze ziekten. Als ze de problemen wél zien, dan overheerst de gedachte dat er geen effectieve behandeling mogelijk is of patiënten door extra therapie alleen maar verder worden uitgeput.

Bert de Swart, spraak-taalpatholoog en logopedist in het UMC St Radboud, toont aan dat een gerichte therapie het spreken en slikken wel degelijk verbetert. Patiënten moeten hun restcapaciteit effectiever leren gebruiken. Tips en technieken die zijn afgestemd op de individuele patiënt zorgen daarvoor.

Zonder sonde
Bij patiënten met de spierziekte myasthenia gravis verminderen slik- en spraakproblemen door hun lichamelijke onrust te behandelen. Met rust en ontspanning leren deze patiënten omgaan met hun angst en spanningen. De Swart: “Door aanpassing van de sliktechniek en de samenstelling van de voeding kunnen patiënten soms zelfs overstappen van sondevoeding op zelfstandig eten en drinken. Voor hun gevoel van eigenwaarde en autonomie is dat een wereld van verschil.” De Swart benadrukt dat iedere neurologische aandoening om een eigen aanpak vraagt: “Bij myotone dystrofie – de ziekte van Steinert – werkt ontspanning niet goed, maar is warming-up van de spraakspieren juist weer heel effectief.”

Voor Parkinsonpatiënten met een zachte, hoge stem en geringe articulatiebewegingen heeft de Swart een spraaktechniek ontwikkeld waarbij patiënten luid en laag leren spreken (de Pitch Limiting Voice Treatment). Met die spraaktechniek zijn de patiënten weer beter te verstaan.

Eerder naar de logopedist
Patiënten met een bepaalde spierziekte (oculofaryngeale spierdystrofie) hebben afhangende oogleden waardoor ze slechter zien. Deze patiënten kantelen vaak automatisch hun hoofd naar achteren om hun zicht te verbeteren. De Swart ontdekte dat die houding het slikken moeilijker maakt. Een verandering van houding zorgt onmiddellijk voor een verbetering. “Kortdurende behandelingen leiden vaak al tot een sterke verbetering van het spreken en slikken”, stelt de Swart, “waardoor complicaties zoals ondervoeding, longontsteking door verslikken of een sociaal isolement voorkomen kunnen worden.” De logopedist kan vaak meer voor de patiënt betekenen dan wordt gedacht, maar onbekendheid met zijn diagnostische en therapeutische mogelijkheden staan een doorverwijzing nog te vaak in de weg.
[Radboud Universiteit]

Parkinson vaak niet herkend

Artsen herkennen ruim een op de drie nieuwe gevallen van de ziekte van Parkinson niet. Dat heeft tot gevolg dat de patiënten waarschijnlijk niet de juiste behandeling krijgen. Dat concludeert Lonneke de Lau van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam in haar proefschrift.

Lau ontdekte dat mensen waarbij nog geen Parkinson was vastgesteld, vaak al klachten hadden als stijfheid, trillen, traagheid en het gevoel dat ze gingen vallen. Volgens haar kunnen die verschijnselen een voorbode zijn van Parkinson. Ze pleit ervoor dat artsen bij het constateren ervan sneller en gerichter naar Parkinson zoeken.

Nederland telt ongeveer 50.000 patiënten met de ziekte van Parkinson. Per jaar komen er 8000 nieuwe gevallen bij. Afstervende zenuwcellen veroorzaken trillen en een verstarde houding.

De promovenda denkt dat hogere doses van onverzadigde vetzuren en van vitamine B6 de kans op het krijgen van Parkinson verminderen.
[ANP]

Melk bevordert de ziekte van Parkinson

MelkEr wordt al een tijdje vermoed dat er een relatie is tussen de ziekte van Parkinson en melk of calciuminname. Een cohort onderzoek welke gepubliceerd is in Neurology legt een verband. Het resultaat is gebaseerd op voedinggewoontes vastgelegd in 1965 tot en met 1985 van 7.054 mannen met leeftijden tussen de 45 tot 68. De mannen zijn 30 jaar gevolgd, daarvan ontwikkelde 128 mannen de ziekte van Parkinson.

De mannen met de hoogste inname van melk, ongeveer een derde liter per dag hadden een 2,3 keer grotere kans op het krijgen van Parkinson dan anderen. Het effect van melk stond los van de calciuminname. Er lijkt dan ook geen relatie tussen calcium en de ziekte van Parkinson. Welk bestanddelen in melk dit zouden veroorzaken is niet bekend.

Meer Parkinson door cocaïne

Personen die vaak cocaïne gebruiken hebben een verhoogd risico om op latere leeftijd de ziekte van Parkinson te krijgen. Dat blijkt uit een onderzoek, waarbij laboratoriummuizen bepaalde dosissen crack ingespoten kregen. De cocaïne tast de zenuwcellen aan en maakt ze gevoeliger, waardoor de kans op Parkinson verhoogt. Onderzoekers waarschuwen er voor dat de veralgemening van cocaïnegebruik binnen tien tot twintig jaar zal leiden tot een veel groter aantal Parkinsonpatiënten.
[Het Volk]

Pijnstiller ibuprofen remt mogelijk Parkinson

ibuprofenRegelmatig gebruik van de veelverkochte pijnstiller en ontstekingsremmer ibuprofen remt mogelijk ook de ontwikkeling van de ziekte van Parkinson. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek onder 147.000 Amerikaanse mannen en vrouwen, zo maakten de onderzoekers vrijdag bekend.

Volgens Alberto Ascherio van de medische faculteit van de gerenommeerde universiteit Harvard in Boston hebben mensen die geregeld ibuprofen gebruiken, ongeveer 35 procent minder kans om Parkinson te krijgen dan personen die het middel nooit slikken. Of mensen die al lijden aan Parkinson ook baat hebben bij het medicijn, moet nog klinisch worden onderzocht.
[gezondheid.plein.nl]

Stroom vertraagt ziekte van Parkinson niet

Parkinson-patiënten ondergaan nu vaak een operatie waarbij een pacemaker onder de huid wordt geplaatst die stroomstootjes naar de hersenen stuurt. Uit onderzoek van neuroloog Axel Portman van het Universitair Medisch Centrum Groningen blijkt dat de de klachten dan wel verminderen, maar niet de ziekte.

Bij Parkinson-patiënten sterven de zogenoemde dopamine-cellen in de hersenen af. Hierdoor gaat de patiënt trillen of wordt hij stijf. De ene periode is het erger dan de andere. Patiënten die met medicijnen niet meer goed te behandelen zijn, zijn vaak aangewezen op “Deep Brain Stimulation”.

Portman selecteerde in samenwerking met de universiteit van Keulen 30 Parkinson-patiënten en volgde deze groep tot 24 maanden na hun operatie. Hij constateerde dat de sterfte van de dopamine-cellen niet vermindert. Wel worden de motorische klachten minder en zijn er ook minder medicijnen nodig.

Graanschimmel bestrijdt ziekte van Parkinson

De schimmel Claviceps purpurea die op graan kan groeien blijkt waardevol voor farmaceutische bedrijven bij de ontwikkeling van medicijnen tegen tegen postnatale bloedingen, migraine en de ziekte van Parkinson. Als de schimmel graan besmet, ontstaan uit de aren harde korrels: sclerotia. Die scheiden gifstoffen af. Vooral rogge is er gevoelig voor, maar de schimmel gedijt ook op tarwe, gerst, haver en wilde grassoorten.

Lees verder bij AgriHolland