Nieuwe echomethode brengt uitbreiding longkanker beter in kaart

longenHet in kaart brengen van het longkankerstadium met een echo-apparaat loont. Hiermee kunnen onnodige longkankeroperaties voorkomen worden. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) dat the Journal of the American Medical Association (JAMA) publiceert.

Van alle kankersoorten is longkanker verantwoordelijk voor de hoogste sterfte. Patiënten met longkanker zijn gebaat bij het nauwkeurig in kaart brengen van het stadium van de tumor. Met deze informatie kan de meest optimale behandeling gekozen worden. Als de lymfeklieren tussen de longen niet zijn aangedaan is een longoperatie eerste keuze. Bevatten deze lymfeklieren wel kankercellen, dan heeft een combinatie van chemotherapie en bestraling de voorkeur.

Onderzoek onder leiding van longarts dr. Jouke Annema van het LUMC toont nu aan dat het aanprikken van lymfeklieren in de borstkas, met behulp van geluidsgolven vanuit de luchtpijp en de slokdarm, even goed is en gepaard gaat met minder complicaties in vergelijking met traditioneel onderzoek door middel van een kijkoperatie. Als beide technieken worden gecombineerd zal het aantal onnodige longkankeroperaties gehalveerd worden, blijkt uit het onderzoek gepubliceerd in  JAMA.
Annema werkt als lid van de landelijke richtlijnencommissie voor longkanker momenteel mee aan het veranderen van de richtlijnen voor het preoperatief onderzoek van longtumoren.
[LUMC]

Longkankerstudie terecht positief beoordeeld

longenDe Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) concludeert dat de onafhankelijke Medisch Ethische Toetsingscommissie (METc) van het UMCG terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de landelijk lopende longkankerstudie die wordt gecoördineerd door het UMCG. CCMO deed nader onderzoek naar de inhoud van de longkankerstudie en de door de METc gevolgde procedure op verzoek en na kritiek van zorgverzekeraar Menzis.

Het UMCG is niet verrast over de uitkomst van het onderzoek van de CCMO. “Wij hebben altijd vertrouwd op het onafhankelijke oordeel van de METc. De conclusie van de CCMO bevestigt dat de studie medisch en ethisch verantwoord is. Daarmee is de zware kritiek van Menzis om het onderzoek onethisch te noemen niet alleen ongegrond, maar ook onnodig verontrustend voor deelnemers geweest”, aldus Bert Bruggeman, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMCG. Ook onderzoekscoördinator prof. dr. Harry Groen is altijd overtuigd geweest van de zorgvuldige en integere opzet en uitvoering van de studie. “In deze studie onderzoeken wij juist welke patiënten baat hebben bij welke nabehandeling en welke behandeling het beste resultaat oplevert met de minste bijwerkingen. Uiteindelijk moet dat de behandeling van patiënten met longkanker verbeteren.”

Conclusie CCMO
De CCMO concludeert dat aan de onderzoeksdeelnemers in de praktijk verschillende behandelingen worden aangeboden. De behandelend arts baseert zich bij de keuze voor de meest optimale behandeling onder andere op de conditie van de patiënt, het bijwerkingenprofiel van de te gebruiken geneesmiddelen en de laatste stand van de medische wetenschap. Op basis van het wetenschappelijk onderzoek is er voor deze indicatie op dit moment geen behandeling voor handen die evident voor alle patiënten de enige juiste is. Juist om deze reden is nader wetenschappelijk onderzoek naar verbetering van de behandeling van de longkanker noodzakelijk. Volgens de CCMO wordt de in het onderzoeksprotocol voorgestelde behandeling momenteel breed toegepast door de beroepsgroep in Nederland en kan deze daarmee worden gezien als een vorm van ‘usual care’.

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geconcludeerd dat de longkankerstudie onafhankelijk in opzet en uitvoering is en voldoet aan de wettelijke eisen die hieraan worden gesteld.

In 2009 uitte Menzis kritiek op de longkankerstudie. Volgens de zorgverzekeraar zou deelnemers aan de studie een standaardbehandeling worden onthouden. De METc concludeerde toen dat er geen aanleiding was om het eerdere positieve oordeel over het onderzoek te herzien. De CCMO heeft nu geconcludeerd dat de METc terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de studie en eveneens terecht heeft besloten haar oordeel niet te herzien.

De longkankerstudie is ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). In totaal worden bijna 1.500 patiënten met longkanker in veertig ziekenhuizen in de studie betrokken. Vier farmaceutische fabrikanten en het fonds KWF Kankerbestrijding ondersteunen het onderzoek.
[UMCG]

Verband tussen vitamine B en longkanker

longenEen hoger vitamine B-gehalte in het bloed hangt samen met een lagere kans op longkanker. Dat schrijven onderzoekers van het UMC Utrecht en het RIVM samen met Europese collega’s in het tijdschrift JAMA van deze week.

De onderzoekers komen tot hun conclusie via gegevens uit een grootschalig bevolkingsonderzoek naar eetgewoonten en gezondheid, het EPIC-onderzoek. Daarin is van 385.000 mensen uit tien landen informatie over voeding en bloedwaarden verzameld. Alle deelnemers zijn daarna gemiddeld vijf jaar gevolgd om te kijken wie van hen kanker kreeg. In de studie zijn circa 900 mensen die longkanker kregen vergeleken met 1770 gezonde mensen.

De onderzoekers troffen in het bloed van patiënten lagere waardes van vitamine B6 en het aminozuur methionine aan (methionine is essentieel voor de verwerking van vitamine B6). Mensen met bovengemiddeld hoge vitamine B- en methioninewaardes hadden een ruim twee keer lagere kans op longkanker dan mensen met lagere waardes. De relatie was onafhankelijk van roken.

De auteurs stellen dat roken nog steeds de belangrijkste oorzaak van longkanker is, maar ook dat vitamine B6 een belangrijke voeding-gerelateerde risicofactor voor longkanker kan zijn.

“Stoppen met roken, en vooral ook jongeren afraden te starten met roken, zijn nog steeds de allerbelangrijkste preventieve maatregelen tegen longkanker”, stelt hoofdonderzoeker dr Bas Bueno de Mesquita van het RIVM. “Het is nog niet duidelijk of de hogere bloedspiegels van vitamine B6 afkomstig zijn uit gerelateerde voedingsproducten.” Belangrijke voedselbronnen van vitamine B6 zijn tarwezemelen en tarwekiemen, aardappelen, volkoren producten, vlees, vis, ei, peulvruchten en bananen. Een tekort aan vitamine B zou kunnen leiden tot tragere reparatie van DNA-schade en zo kanker in de hand werken.

Prof. dr. Petra Peeters van het UMC Utrecht vult aan: “Vitamine B-gehaltes in het bloed zijn ook laag bij mensen met infecties en bij patiënten met sommige auto-immuunziektes. We moeten dus voorzichtig zijn om te concluderen dat hoge vitamine B-gehaltes een gevolg zijn van eetgewoonten. De stofwisseling speelt een belangrijke rol.”

Ook benadrukken beide onderzoekers dat de resultaten geen reden zijn om vitamine B-supplementen te gaan slikken. “Het is onvoldoende bekend wat daar de bijwerking van is. De gemeten bloedwaarden in EPIC bevinden zich allemaal binnen wat we nog steeds normale waardes noemen”, aldus Peeters.

Het EPIC-onderzoek is de grootste studie naar eetgewoonten en kanker in de wereld. Nederland is een van de tien deelnemende landen. In totaal is van 385.000 mensen informatie over hun voeding en een bloedmonster verzameld. De bijna 41.000 Nederlandse deelnemers aan de studie werden gerecruteerd door het Julius Centrum van het UMC Utrecht en het RIVM te Bilthoven.

Longkanker veroorzaakt jaarlijks 1,2 miljoen doden wereldwijd. Jaarlijks worden in Nederland ruim 10.000 nieuwe gevallen van longkanker vastgesteld en overlijden evenveel mensen aan de ziekte. Roken is verantwoordelijk voor 8 van de 10 gevallen van longkanker.

Dubbele beoordeling CT-scans leidt niet tot meer diagnoses longkanker

longenMensen met longkanker hebben geen goede vooruitzichten: wereldwijd sterven van alle kankerpatiënten de meesten aan de gevolgen van longkanker. Een tijdige diagnose is van levensbelang. Onderzoeker Ying Wang onderzocht een geautomatiseerde screeningsmethode voor het diagnosticeren van longkanker, de zogenaamde `volumemeting’. Ook ging hij na wat de toegevoegde waarde is van een tweede beoordeling van CT-scans.

Wang voerde zijn onderzoek uit in het kader van het NELSON-onderzoek (Nederlands Leuven Longkanker Screenings Onderzoek), een groot, gerandomiseerd proefbevolkingsonderzoek naar longkanker in Nederland en België. Wang ontdekte dat de volumemeting een betrouwbare en gemakkelijke methode is om verdachte cellen in de longen op te sporen of kanker uit te sluiten. Deze meting wordt vervolgens standaard door twee onafhankelijke beoordelaars geëvalueerd. De promovendus stelt dat zo’n tweede beoordeling weliswaar leidt tot het opsporen van meer verdachte celclusters en tot een afname van het aantal doorverwijzingen en herhaalscans, maar slechts zelden tot meer opgespoorde gevallen van longkanker.

Ying Wang (China, 1974) behaalde zijn master geneeskunde aan de universiteit van Fudan, Shanghai. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de afdeling Radiologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door die afdeling en het Ubbo Emmius Fonds. Wang verwacht na zijn promotie terug te gaan naar China, waar hij als radioloog wil gaan werken.

Promotie dhr. Y. Wang

Dubbele beoordeling CT-scans leidt niet tot meer diagnoses longkanker
Methods and validation of module measurement in a lung cancer screening
23 juni 2010, 14.45 uur
Promotor(s): prof.dr. M. Oudkerk
Rijksuniversiteit Groningen

Steeds meer Nederlanders krijgen kanker

grafiekNationaal Programma Kankerbestrijding: Kanker komt meer voor in Nederland door ongezonde leefstijl
Uit de NPK Monitor blijkt dat steeds meer Nederlanders kanker krijgen. Bovendien is de sterfte als gevolg van kanker in Nederland hoger dan gemiddeld in Europa. Dat komt onder andere door een hoge sterfte aan rokengerelateerde kankers. Dit is het gevolg van het hoge aantal rokers in Nederland, wat de laatste jaren niet is gedaald.

Het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK) constateert dat de in 2006 gestelde doelstellingen voor bestrijding van kanker in Nederland bij lange na niet zijn gerealiseerd. In 2006 heeft het programma zich een aantal doelen gesteld voor 2010. Bijvoorbeeld minder gevallen van kanker, een betere naleving van medische richtlijnen, een betere opkomst bevolkingsonderzoek borstkanker en een hogere vijf-jaarsoverleving. Ook zijn ambities geformuleerd voor factoren die kanker veroorzaken: minder rokers, meer groente en fruit consumptie en minder overgewicht.

NPK constateert dat kanker juist toeneemt. Uit de laatste gegevens (2007) blijkt dat bij 86.162 mensen kanker werd vastgesteld, 2362 meer dan in het jaar daarvoor. Een deel van die toename wordt verklaard doordat de groep ouderen groeit. Zorgwekkend is echter dat veel kanker voorkómen had kunnen met een gezondere leefstijl.

Geen van de NPK doelstellingen op het gebied van gezonder leven is gerealiseerd. Zo wordt 30% van de sterfte door kanker veroorzaakt door roken, maar het aantal rokers in Nederland is nu nog net zo hoog als bij de start van het programma. Het aantal gevallen van longkanker in Nederland, wat vooral wordt veroorzaakt door roken en meeroken, neemt in Nederland nog steeds toe, vooral bij vrouwen.

Een paar doelstellingen zijn wel gerealiseerd. Zo is de opkomst bij borstkankerscreening verbeterd, worden richtlijnen beter nageleefd en is de kans op recidive bij borstkanker verminderd. Over de hele linie is de voortgang echter onvoldoende.

Dr. Renée Otter, binnen NPK verantwoordelijk voor de NPK-monitor: “Kanker wordt vaak veroorzaakt doordat mensen roken, te weinig groente en fruit eten, te weinig bewegen en te dik zijn. Helaas slagen we er niet goed in om gezonder te leven: het aantal rokers daalt niet en er zijn zelfs meer mensen te dik dan bij de start van het programma. Als we kanker echt willen bestrijden, moeten we wat aan die leefstijl gaan doen.”

NPK organiseert samen met STIVORO op 16 juni a.s. een conferentie met internationale deskundigen om te onderzoeken hoe tabaksontmoediging in Nederland beter kan. Daar wordt de NPK-monitor door oud Minister Els Borst (tevens voorzitter van de Nederlandse Federatie Kankerpatiënten) overhandigd aan Directeur Generaal Volksgezondheid, Paul Huijts.

Betere opsporing longtumoren met CT-scan

longenIn een vroeg stadium is longkanker beter op te sporen met een lage dosis CT-scan dan met een digitale röntgenfoto. Radioloog in opleiding Bartjan de Hoop concludeert dat in zijn proefschrift na vergelijking van beide methoden. Hij promoveerde afgelopen dinsdag aan het UMC Utrecht.

De standaardmethode om longkanker vast te stellen is een röntgenfoto van de borstkas. Voor longkankerpatiënten die nog geen symptomen hebben is dat niet zo, laat radioloog Bartjan de Hoop zien. Hij liet radiologen 55 röntgenfoto’s van patiënten met longkanker en 72 foto’s van gezonde longen beoordelen. De longkanker was in een vroeg stadium, waarbij tumoren meestal niet groter zijn een centimeter, vastgesteld via een CT-scan.

Op basis van de röntgenfoto’s konden de radiologen de longkanker bij lange na niet met dezelfde zekerheid vaststellen als via een CT-scan. Tijdens een screening op longkanker, bij mensen zonder symptomen, bleek de CT vrijwel alle tumoren te vinden. Via röntgenfoto’s konden radiologen hoogstens 94 procent van deze tumoren vinden, en dan alleen wanneer ze accepteerden dat ze op heel veel foto’s onterecht longkanker aanwezen. Ze hadden 61 fout-positieven nodig om één geval van longkanker te vinden.

De Hoops conclusies kunnen van pas komen bij een eventueel bevolkingsonderzoek naar het voorkomen van longkanker. Zijn onderzoek is namelijk onderdeel van de Nelson-studie. Dat is een langlopend onderzoek naar de effectiviteit van de preventieve opsporing van longkanker. Ruim zevenduizend mensen ondergaan hiervoor elk jaar een CT-scan. Patiënten waarbij longkanker in een vroeg stadium opgespoord wordt hebben een betere overlevingskans. Over vier jaar moet duidelijk zijn of het rendabel is om grote bevolkingsgroepen preventief via een CT-scan te onderzoeken op longkanker. In het Nelson-onderzoek werkt het UMC Utrecht samen met UMC Groningen, Erasmus MC, het Kennemer Gasthuis in Haarlem en het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven (België).

Stereotactische radiotherapie bij longkanker zeer succesvol

longkankerPrecieze manier van bestralen in potentie standaardbehandeling voor alle patiënten
Stereotactische radiotherapie, een preciezere manier van bestralen, blijkt zeer goed te werken bij patiënten met longkanker. Vergeleken met een operatie zijn er veel minder bijwerkingen en geen sterfgevallen als gevolg van de behandeling. Dit is de hoopgevende uitkomst van het promotieonderzoek waarmee Niels Haasbeek 3 maart aan VU medisch centrum promoveert.

Stereotactische radiotherapie mag na dit onderzoek worden beschouwd als standaardbehandeling van longkanker in een vroeg stadium bij alle mensen met een verhoogd operatierisico, zoals ouderen. De resultaten zijn zelfs zó goed dat deze therapie ook een zeer goede optie lijkt te zijn bij alle andere longkankerpatiënten, waarbij de arts in eerste instantie aan een operatie zou denken.

Sinds 2003 bestaat er in VUmc als eerste ziekenhuis in Nederland dit alternatief voor een operatie. Haasbeek deed onderzoek naar de resultaten van stereotactische radiotherapie (zeer nauwkeurige toediening van een veel hogere dosis in een kortere tijd) en naar een aantal nieuwe technische ontwikkelingen, waardoor deze therapie eenvoudiger kan worden toegepast. In VUmc zijn sinds 2003 meer dan 550 longkankerpatiënten behandeld met stereotactische radiotherapie, wereldwijd de grootste serie.

Radiotherapie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met longkanker. Tot nu toe was een operatie de standaardbehandeling van kleine longtumoren (tumoren die nog beperkt zijn tot alleen de long, zonder uitzaaiingen), maar de meeste patiënten komen echter niet in aanmerking voor een operatie; van patiënten boven de 80 jaar zelfs minder dan 20%. Bovendien geeft een longoperatie vaak blijvende klachten, en 2% tot 10% van patiënten overlijdt zelfs direct na operatie. Recent is een groot Nederlands onderzoek gestart om de resultaten van een operatie en stereotactische radiotherapie direct met elkaar te vergelijken.
[VUmc]

CT-scan spoort hart- en vaatziekten op

Een CT-scan bij zware rokers zonder hart- en vaatproblemen draagt bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Dat stelt radioloog in opleiding Peter Jacobs van het UMC Utrecht. Hij promoveerde op 2 februari. Informatie over aderverkalking op een CT-scan wordt nu vaak niet gebruikt.

Jacobs onderzocht bijna negenhonderd mannen die een CT-scan van de borst kregen omdat ze meedoen aan het Nelson-onderzoek naar de vroege opsporing van longkanker. De deelnemers zijn mannen ouder dan vijftig die minstens vijftien jaar lang een pakje sigaretten per dag gerookt hebben, maar geen hart- en vaatziekten hebben. Op de CT-scan spoorde hij verkalking van kransslagaderen op. De twee jaar erna hield Jacobs in de gaten of de deelnemers hart- en vaatziekten kregen. In totaal kregen in die periode 120 deelnemers bijvoorbeeld een hartinfarct.

Een belangrijke vraag is of de CT-scan voorspellende waarde toevoegt aan de bekende, eenvoudig te meten risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hoge bloeddruk, overgewicht en cholesterolgehalte. Via de CT-scan kent Jacobs een kwart van de 900 deelnemers een hoger of lager risico toe dan op basis van de bestaande risicofactoren verwacht zou worden. Het betekent dat de CT-scan inderdaad een toegevoegde waarde heeft bij het voorspellen van hart- en vaatziekten, in elk geval in deze groep van zware rokers.

Daarnaast concludeert Jacobs dat mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten niet in alle gevallen optimaal behandeld worden. 390 mannen van de 900 lopen een hoog risico, 74 daarvan (19 procent) worden niet optimaal behandeld met cholesterol- of bloeddrukverlagende medicijnen. Het wil zeggen dat de CT-scan voor één op de twaalf deelnemers de behandeling kan veranderen.

Jacobs onderzocht ook of het nut heeft te letten op vaatwandverkalkingen bij CT-scans in de gewone ziekenhuiszorg. Ook in de gewone zorg dragen de verkalkingen bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Maar het betekent niet dat de CT-scan (een driedimensionale röntgenfoto) standaard ingezet zal worden om hart- en vaatziekten op te sporen, relativeert Jacobs. Daarvoor is de toegevoegde waarde te klein. “Maar het is voor het eerst dat we definities hebben opgesteld voor kalkscores die op een CT zichtbaar zijn. Die zijn relevant voor de klinische praktijk. Radiologen komen vaak verkalking tegen, maar het is niet duidelijk wat de betekenis ervan is. Vanwege het ontbreken van een goede classificatie wordt informatie over aderverkalking lang niet altijd in het patiëntendossier opgenomen. Dankzij de resultaten van dit onderzoek kunnen radiologen via de hoeveelheid aderverkalking het risico op hart- en vaatziekten inschatten.”

Peter Jacobs promoveerde op 2 februari aan het UMC Utrecht. Prof. dr. Willem Mali en prof. dr. Yolanda van der Graaf van het UMC Utrecht begeleidden zijn onderzoek.
[UMC Utrecht]