Archief categorie ‘Longkanker’

Stereotactische radiotherapie bij longkanker zeer succesvol

2 Maart 2010

longkankerPrecieze manier van bestralen in potentie standaardbehandeling voor alle patiënten
Stereotactische radiotherapie, een preciezere manier van bestralen, blijkt zeer goed te werken bij patiënten met longkanker. Vergeleken met een operatie zijn er veel minder bijwerkingen en geen sterfgevallen als gevolg van de behandeling. Dit is de hoopgevende uitkomst van het promotieonderzoek waarmee Niels Haasbeek 3 maart aan VU medisch centrum promoveert.

Stereotactische radiotherapie mag na dit onderzoek worden beschouwd als standaardbehandeling van longkanker in een vroeg stadium bij alle mensen met een verhoogd operatierisico, zoals ouderen. De resultaten zijn zelfs zó goed dat deze therapie ook een zeer goede optie lijkt te zijn bij alle andere longkankerpatiënten, waarbij de arts in eerste instantie aan een operatie zou denken.

Sinds 2003 bestaat er in VUmc als eerste ziekenhuis in Nederland dit alternatief voor een operatie. Haasbeek deed onderzoek naar de resultaten van stereotactische radiotherapie (zeer nauwkeurige toediening van een veel hogere dosis in een kortere tijd) en naar een aantal nieuwe technische ontwikkelingen, waardoor deze therapie eenvoudiger kan worden toegepast. In VUmc zijn sinds 2003 meer dan 550 longkankerpatiënten behandeld met stereotactische radiotherapie, wereldwijd de grootste serie.

Radiotherapie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met longkanker. Tot nu toe was een operatie de standaardbehandeling van kleine longtumoren (tumoren die nog beperkt zijn tot alleen de long, zonder uitzaaiingen), maar de meeste patiënten komen echter niet in aanmerking voor een operatie; van patiënten boven de 80 jaar zelfs minder dan 20%. Bovendien geeft een longoperatie vaak blijvende klachten, en 2% tot 10% van patiënten overlijdt zelfs direct na operatie. Recent is een groot Nederlands onderzoek gestart om de resultaten van een operatie en stereotactische radiotherapie direct met elkaar te vergelijken.
[VUmc]

Duizenden patiënten testen vaccin tegen longkanker

9 Februari 2010

longkankerWereldwijd wordt er door duizenden patiënten een vaccin getest dat longkankercellen vernietigd. In een eerste test bij 182 patiënten met longkanker waren de resultaten hoopgevend. De patiënten met longkanker werden vier jaar lang gevolgd en bij de groep die het vaccin kreeg, bleek de kanker veel minder terug te keren. En als deze gunstige resultaten bevestigd worden, betekent dit een gigantische doorbraak, aldus berichtgeving in HLN.be.

Het vaccin werd ontwikkeld door GlaxoSmithKline. Het produceert een reeks immuunreacties die gericht zijn tegen het eiwit MAGE A3, waarop de kankercellen zitten. De standaardbehandeling bij longkanker is de operatieve verwijdering van de tumor, gevolgd door een chemotherapie, die moet voorkomen dat achtergebleven kankercellen opnieuw gaan woekeren. Maar na de operatie zijn heel wat patiënten dermate verzwakt, dat de chemokuur met al zijn nevenwerkingen onmogelijk wordt. Injecties met een vaccin, zonder of met heel beperkte nevenwerkingen zou voor deze groep patiënten een oplossing kunnen bieden.

CT-scan spoort hart- en vaatziekten op

5 Februari 2010

sigarettenEen CT-scan bij zware rokers zonder hart- en vaatproblemen draagt bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Dat stelt radioloog in opleiding Peter Jacobs van het UMC Utrecht. Hij promoveerde op 2 februari. Informatie over aderverkalking op een CT-scan wordt nu vaak niet gebruikt.

Jacobs onderzocht bijna negenhonderd mannen die een CT-scan van de borst kregen omdat ze meedoen aan het Nelson-onderzoek naar de vroege opsporing van longkanker. De deelnemers zijn mannen ouder dan vijftig die minstens vijftien jaar lang een pakje sigaretten per dag gerookt hebben, maar geen hart- en vaatziekten hebben. Op de CT-scan spoorde hij verkalking van kransslagaderen op. De twee jaar erna hield Jacobs in de gaten of de deelnemers hart- en vaatziekten kregen. In totaal kregen in die periode 120 deelnemers bijvoorbeeld een hartinfarct.

Een belangrijke vraag is of de CT-scan voorspellende waarde toevoegt aan de bekende, eenvoudig te meten risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hoge bloeddruk, overgewicht en cholesterolgehalte. Via de CT-scan kent Jacobs een kwart van de 900 deelnemers een hoger of lager risico toe dan op basis van de bestaande risicofactoren verwacht zou worden. Het betekent dat de CT-scan inderdaad een toegevoegde waarde heeft bij het voorspellen van hart- en vaatziekten, in elk geval in deze groep van zware rokers.

Daarnaast concludeert Jacobs dat mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten niet in alle gevallen optimaal behandeld worden. 390 mannen van de 900 lopen een hoog risico, 74 daarvan (19 procent) worden niet optimaal behandeld met cholesterol- of bloeddrukverlagende medicijnen. Het wil zeggen dat de CT-scan voor één op de twaalf deelnemers de behandeling kan veranderen.

Jacobs onderzocht ook of het nut heeft te letten op vaatwandverkalkingen bij CT-scans in de gewone ziekenhuiszorg. Ook in de gewone zorg dragen de verkalkingen bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Maar het betekent niet dat de CT-scan (een driedimensionale röntgenfoto) standaard ingezet zal worden om hart- en vaatziekten op te sporen, relativeert Jacobs. Daarvoor is de toegevoegde waarde te klein. “Maar het is voor het eerst dat we definities hebben opgesteld voor kalkscores die op een CT zichtbaar zijn. Die zijn relevant voor de klinische praktijk. Radiologen komen vaak verkalking tegen, maar het is niet duidelijk wat de betekenis ervan is. Vanwege het ontbreken van een goede classificatie wordt informatie over aderverkalking lang niet altijd in het patiëntendossier opgenomen. Dankzij de resultaten van dit onderzoek kunnen radiologen via de hoeveelheid aderverkalking het risico op hart- en vaatziekten inschatten.”

Peter Jacobs promoveerde op 2 februari aan het UMC Utrecht. Prof. dr. Willem Mali en prof. dr. Yolanda van der Graaf van het UMC Utrecht begeleidden zijn onderzoek.
[UMC Utrecht]

Pil tegen longkanker

31 Januari 2010

longkankerMaandag wordt in Nederland een pil gelanceerd waarmee een bepaalde vorm van longkanker kan worden onderdrukt. Het gaat om een vorm van longkanker die jaarlijks zo’n duizend Nederlanders treft en die met een test aan te tonen is. Producent van de pil tegen longkanker is farmaceut AstraZeneca.

Longkankerpatiënten hoeven voor de nieuwe behandeling niet meer naar het ziekenhuis voor chemotherapie, maar kunnen thuis een pil slikken. Amerikaanse onderzoekers publiceerden recent over de nieuwe behandelmethode in het gezaghebbende medische tijdschrift New England Journal of Medicine. Nederland is één van de eerste Europese landen waar het nieuwe middel wordt vergoed.

„Het is belangrijk dat longkankerpatiënten meteen na de diagnose op deze mutatie worden getest”, stelt longarts Egbert Smit van het VU Medisch Centrum. Volgens hem gaat het om ongeveer 15 procent van alle patiënten met longkanker. „Patiënten met deze vorm van longkanker hebben een gunstiger prognose en hebben baat bij een andere behandeling dan chemotherapie”, zo meldt Telegraaf zondag.

Vroege ontdekking kanker van levensbelang

17 December 2009

Het totaal aantal ontdekte gevallen van kanker blijft stijgen. Gelukkig worden de overlevingskansen ook steeds hoger. Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie, die zijn verzameld door de integrale kankercentra. Als kanker vroegtijdig wordt ontdekt, is tegenwoordig de kans groot dat de patiënt het overleeft. Bij melanoom (een vorm van huidkanker) in het vroegste stadium overleeft nu 100% van de patiënten de eerste vijf jaar na de vaststelling van de ziekte. Bij vrouwen met borstkanker in het vroegste stadium is de 5-jaarsoverleving 98%, bij mannen met prostaatkanker in het vroegste stadium 99%.

De afgelopen twee decennia zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten in Nederland gestaag toegenomen. De 5-jaarsoverleving van patiënten met een melanoom (een vorm van huidkanker die ontstaat in pigmentcellen van de huid) steeg van 81% in de periode 1988-1992 tot 87% in de periode 2003-2007. De 5-jaarsoverleving van borstkanker steeg van 76% tot 85% en die van prostaatkanker van 62% tot 85%.

De overleving van kankerpatiënten is toegenomen door vroegere ontdekking van tumoren en door verbeterde behandelingsmethoden (aanvullende chemotherapie, behandelingen die de hormoonhuishouding beïnvloeden).

Vroege ontdekking verbetert overlevingskans
5-jaarsoverleving naar stadium, melanoom van de huidHet stadium van kanker bij de diagnose is de belangrijkste factor voor de overlevingskans van de patiënt. Als een melanoom wordt ontdekt dat dunner is dan 1 mm en zonder uitzaaiingen (stadium IA), overlijdt niemand eraan. Bij dikkere melanomen, als er uitzaaiingen zijn of bij een combinatie van beide varieert het percentage overlevende patiënten van 95% tot slechts 12% (zie illustratie). Gelukkig wordt tweederde van alle melanomen ontdekt in de twee vroegste stadia van de ziekte.

Ook borstkanker en prostaatkanker worden bij de meeste patiënten in een vroeg stadium ontdekt. De vroegere ontdekking van borstkanker is vooral toe te schrijven aan borstkankerscreening. Prostaatkanker wordt steeds vaker vroeg ontdekt omdat er bloedonderzoek (PSA-test) wordt gedaan bij mannen met prostaatklachten.

Bij darmkanker wordt een aanzienlijk deel pas zo laat ontdekt dat genezing niet meer mogelijk is. De Gezondheidsraad heeft daarom recent geadviseerd om te starten met darmkankerscreening. De verwachting is dat darmkanker dan gemiddeld eerder wordt ontdekt, waardoor er minder mensen aan overlijden.

Kleine kans op overleven bij long- en alvleesklierkanker
Sommige vormen van kanker geven pas in een laat stadium van de ziekte klachten, bijvoorbeeld longkanker en alvleesklierkanker. Als de symptomen zich voordoen, is de tumor meestal al uitgezaaid. De overlevingskansen zijn daarom gering: respectievelijk 15% en 5%.

In 2007 meer kanker dan ooit
Vroege opsporing draagt ook bij aan de stijging van het totale aantal ontdekte gevallen van kanker. Dat is toegenomen van 56.000 in 1989 tot 86.000 in 2007. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door bevolkingsgroei en het toenemende percentage ouderen. Maar ook als voor deze factoren wordt gecorrigeerd, blijft er een forse stijging over van 3,8 gevallen per 1000 inwoners in 1989 tot 4,4 per 1000 in 2007.

De toename was het grootst bij vrouwen, waar een sterke stijging optrad van het risico op borstkanker, longkanker, huidkanker en darmkanker. Bij mannen werd de toename van prostaatkanker, darmkanker en huidkanker deels gecompenseerd door een afname van longkanker. Desondanks komt er bij mannen nog steeds meer longkanker voor dan bij vrouwen. Mannen krijgen ook het vaakst kanker: 4,8 gevallen per 1000 mannen tegen 3,9 per 1000 vrouwen.

Wereldwijd naar nieuwe strategie voor opsporen longkanker

8 December 2009

longenPublicatie New England Journal of Medicine: kwaadaardige longvlekjes beter te onderscheiden
Nederlandse en Belgische artsen hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier en met grote nauwkeurigheid kwaadaardige vlekjes in de longen kunnen worden onderscheiden van goedaardige vlekjes. De nieuwe methode voorkomt veel onnodige zorgen en spanningen die nu bij patiënten ontstaan en bespaart flink op de kosten in de gezondheidszorg. Naar verwachting heeft de methode wereldwijd effect op de werkwijze van artsen. De bevindingen van de artsen zijn woensdagavond openbaar gemaakt in het gerenommeerde tijdschrift New England Journal of Medicine.

De artsen voerden hun onderzoek uit binnen de zogenoemde NELSON-studie, een proefbevolkingsonderzoek naar het nut van longkankerscreening. Bij 7500 scans van rokers en ex-rokers tussen de 50-75 jaar die aan dit onderzoek deelnemen, blijkt er bij maar liefst de helft één of meerdere vlekjes zichtbaar te zijn op een scan van hun longen (CT scan). Deze vlekjes zijn meestal goedaardig, want bij slechts ongeveer 1 op de 70 vlekjes gaat het om longkanker. In de andere gevallen kan het bijvoorbeeld gaan om een litteken of een ontsteking. Tot dusver was het voor artsen heel moeilijk om op basis van deze scans onderscheid te maken tussen goedaardige en kwaadaardige vlekjes. Daarom werden mensen bij wie vlekjes werden ontdekt bijna altijd doorverwezen naar een longarts voor aanvullend onderzoek. Dit leidt tot onnodige zorgen en spanningen bij deze mensen en veel extra kosten in de zorg.

Met behulp van moderne, commercieel verkrijgbare computer software is het mogelijk geworden om de volumes en de groeisnelheden van de vlekjes te berekenen. Op basis hiervan ontwikkelden de artsen een beslissingschema, dat een leidraad vormt voor de conclusie of het gaat om een goedaardig of kwaadaardig vlekje. De methode blijkt een eenvoudige en goedkope manier te zijn om tot een zeer nauwkeurig onderscheid te komen. Dit voorkomt bij 20% van de mensen een verwijzing naar een longarts en vermindert het percentage herhaal CT scans met minstens 30%. Bij slechts één op de duizend mensen heeft de software het niet bij het juiste eind en blijkt na één jaar follow-up toch sprake van longkanker in een vlekje dat volgens de software goedaardig was. Na twee jaar follow-up neemt dit getal toe tot drie op de duizend mensen. De kans dat na twee jaar follow-up van een goedaardig vlekje toch nog longkanker wordt gevonden is dus buitengewoon klein.

Rob van Klaveren, longarts-oncoloog van het Erasmus MC en leider van het onderzoek: “De resultaten van dit onderzoek zijn wereldwijd van belang voor artsen die te maken hebben met vlekjes op de longen. Waarschijnlijk zal de nieuwe methode voor al deze artsen een belangrijke verbetering betekenen voor hun dagelijkse praktijk.” De nieuwe methode kwam mede tot stand dankzij nauwe samenwerking met Matthijs Oudkerk, radioloog van het UMC Groningen. Aan de NELSON studie werken onderzoekers mee van het UMC Utrecht, het Kennemer Gasthuis in Haarlem, het UZ Gasthuisberg in Leuven, het UMC Groningen en het Erasmus MC in Rotterdam. Dit onderzoek werd onder andere gesteund door ZonMW, KWF-Kankerbestrijding, Roche Diagnostics en het fonds Reserves van voormalige Zorgverzekeraars (RvvZ).
[Erasmus MC]

Sneller bestralen bij longkanker

14 Juni 2009

LongenDe wachttijd kort houden en radiotherapie snel starten zijn aanbevelingen uit het proefschrift van Sherif El Sharouni van de Universiteit Utrecht.

Het proefschrift van El Sharouni gaat over de behandeling van inoperabele niet-kleincellig longkanker in stadium III en kleincellig longkanker, limited disease. Hij onderzocht de invloed van de wachttijd, de tijd tussen chemotherapie en daaropvolgende radiotherapie, op de groeisnelheid van tumoren.

Wachtperiode
De gemiddelde wachtperiode was 80,3 dagen. In deze periode nam het tumorvolume met een factor 6 toe. El Sharouni zag dat de behaalde winst met chemotherapie op de verkleining van de tumor teniet werd gedaan. Bij de vorm van longkanker die hij onderzocht ontstaan tumoren met een volume van meer dan 100 kubieke centimeter.

Controle
Controle van dat soort tumoren met normale radiotherapie is vrijwel onmogelijk. Het relatief lange tijdsinterval tussen chemo- en radiotherapie had dus een desastreus effect op lokale controle en overleving. El Sharouni adviseert om de wachttijd zo kort mogelijk te houden en radiotherapie binnen twee tot drie weken na de laatste chemotherapie cyclus te starten.
[Universiteit Utrecht]

Gezonde levensstijl belangrijk in strijd tegen kanker

27 Mei 2009

FruitDe overlevingskansen van patiënten met kanker zijn de afgelopen jaren toegenomen door vroege opsporing (borstkanker en prostaatkanker) en verbeterde behandeling (bijvoorbeeld bij darm- en lymfeklierkanker).

Dit blijkt uit de monitor van het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK). De NPK Monitor geeft jaarlijks de stand van zaken weer rondom de kwaliteit van de kankerbestrijding, van primaire preventie tot behandeling en nazorg. De cijfers uit de NPK Monitor worden gebruikt om prioriteiten te stellen binnen het NPK.

Voorkomen van longkanker
Voor longkanker blijven deze verbeteringen uit, doordat behandeling vaak geen genezing kan bieden. Slechts 13% van de patiënten met longkanker is 5 jaar nadat de diagnose is gesteld nog in leven. In de strijd tegen kanker verdient het voorkómen van longkanker daarom specifieke aandacht. Het ontmoedigen van roken is daarbij de belangrijkste maatregel.

Ongezonde leefstijl
Meer dan de helft van alle kankergevallen is te voorkomen en ongeveer de helft van alle sterfgevallen ten gevolge van kanker is gerelateerd aan roken, voeding en beweging. Het percentage rokers is hoog, 27% van de Nederlanders rookt. Hoewel de NPK Monitor laat zien dat veel Nederlanders voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (59%), daalt het percentage Nederlanders met ernstig overgewicht van 11% niet.

Handen ineengeslagen
In het Nationaal Programma Kankerbestrijding 2005-2010 hebben enkele organisaties de handen ineengeslagen in de strijd tegen kanker in Nederland; de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenverenigingen, de Vereniging van Integrale Kankercentra, KWF Kankerbestrijding, Zorgverzekeraars Nederland en VWS.
[VWS]

Nieuwe bestralingsmethode longkanker

26 Mei 2009

LongenOnderzoekers van het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis hebben een nieuwe methode ontwikkeld voor het bestralen van longkankerpatiënten.

Met deze methode is er minder schade aan het gezonde weefsel rondom de tumor en is een hogere stralingsdosis mogelijk. Hierdoor wordt de kans op genezing groter.

Het nauwkeurig bestralen van een longtumor is lastig omdat tumoren van plaats en vorm kunnen veranderen tijdens het bestralen. Ook beweegt de longtumor door het ademhalen. Om er toch zeker van te zijn dat de tumor bestraald wordt, wordt daarom een groter gebied bestraald. Dit is echter schadelijk voor het gezonde weefsel rondom de tumor.

De onderzoekers hebben nu een methode ontwikkeld waarbij gebruik wordt gemaakt van zogenoemde vierdimensionale beeldvorming. Dit zijn 3D foto’s elk behorende bij een ander moment van de ademhalingsfase. Hierdoor kan de plaats van de tumor beter vastgesteld worden en kan een kleiner gebied rondom de tumor worden bestraald. De kans op genezing wordt hierdoor groter. Met de nieuwe methode kunnen nu ook patiënten met een grote tumor in aanmerking komen voor een genezende behandeling, in plaats van een behandeling gericht op het verminderen van klachten.

Longkanker is een van de meest voorkomende kankersoorten. Jaarlijks komen er zo’n 9000 nieuwe patiënten bij.
[NKI-AVL]

Nieuwe methode voor vroege opsporing longkanker in het UMC St Radboud

18 Mei 2009

LongenDe afdeling Longziekten van het UMC St Radboud is recent gestart met een nieuwe techniek om longtumoren in een zeer vroeg stadium te kunnen opsporen: autofluorescentie bronchoscopie.

Een bronchoscopie is ‘kijken in de luchtwegen’, met behulp van een dun flexibel slangetje. Aan het einde van het slangetje bevindt zich een videocameraatje, waarmee de longarts de luchtwegen kan inspecteren. Naast een ‘gewoon videocameraatje’ beschikt het UMC St Radboud nu, als een van de weinige ziekenhuizen in Nederland, over een bronchoscoop met een extra cameraatje, waarmee fluorescerende opnamen gemaakt worden. Dankzij deze fluorescerende beelden worden ongezonde gebieden, die kunnen uitmonden in longkanker, veel eerder zichtbaar.

De methode gaat deel uitmaken van de sneldiagnostiek, die de afdeling Longziekten al ruim tien jaar met succes toepast. Hierbij ontvangen patiënten met verdenking op longkanker binnen twee dagen een diagnose en behandelplan. De longartsen hopen dankzij de autofluorescentie-methode eerder te kunnen ingrijpen, waardoor de kans op genezing kan toenemen.

In totaal telt Nederland zo’n 9000 patiënten met longkanker. Het UMC St Radboud stelt jaarlijks bij zo’n 400 nieuwe patiënten longkanker vast, een aantal dat naar verwachting toeneemt. Vooral onder vrouwen wordt de ziekte steeds vaker vastgesteld. Zo’n 25 procent van alle sterfgevallen als gevolg van kanker in Nederland wordt veroorzaakt door longkanker.
[UMC St Radboud]

Vrouwen gevoeliger voor longkanker

4 Mei 2009

LongenVrouwen zijn kwetsbaarder voor de dodelijke bijwerkingen van roken. Een nieuwe studie over longkanker toont dat aan. De resultaten werden openbaar gemaakt tijdens een Europese conferentie over longkanker in Lugano.

Vrouwen zouden vaker op jongere leeftijd kampen met longkanker dan mannen, ook al roken ze minder sigaretten. Ze hebben bovendien meer kans om longkanker te ontwikkelen. Het onderzoek, uitgevoerd door het Canton ziekenhuis in Zwitserland, stelt dat vrouwen een verhoogde gevoeligheid kennen voor tabak en kankerverwekkende stoffen.

In 1900 werd kwam longkanker bij vrouwen nog nauwelijks voor. Sinds de jaren zestig neemt het aantal vrouwen dat sterft aan longkanker drastisch toe. De oorzaak zou volgens Amerikaanse wetenschappers liggen bij een bepaald gen. Het gen, dat longkanker sterker doet ontwikkelen, zou bij dames vaker aanwezig zijn.

Longkanker vast te stellen met urinetest

28 April 2009

LongenOnderzoekers van de universiteit van Minnesota in de VS hebben een manier ontdekt om het risico op longkanker bij rokers vast te stellen via urinetests. De resultaten van het onderzoek werden maandag gepresenteerd op het 100e jaarlijkse congres van de Amerikaanse vereniging voor kankeronderzoek AACR.

,,Het lijdt geen twijfel dat roken de kans op longkanker en andere vormen van kanker vergroot. Maar het is nooit duidelijk geworden waarom sommige rokers wel longkanker krijgen en andere niet”, aldus wetenschapper Jian-Min Yuan. Zij heeft met een aantal collega’s vastgesteld dat NNAL, een stof die ontstaat bij de spijsvertering, in veel grotere concentraties voorkwam in de urine van mensen die later longkanker kregen.
[ANP]

Regie en overzicht in zorgketen kankerpatiënten onvoldoende

13 Maart 2009

De zorg voor kankerpatiënten in Nederland is niet in alle ziekenhuizen optimaal. In deze zorg moeten medisch specialisten, ziekenhuisafdelingen en radiotherapeutische centra intensief met elkaar samenwerken om optimale resultaten te behalen.

Ondanks de positieve inzet van de professionals is er op veel plaatsen geen sprake van behandeling van de kankerpatiënt door een team met één regisseur die overzicht heeft over de hele behandeling. Er is dan onvoldoende onderling overleg, gebrekkige of ontbrekende informatieoverdracht en geen eenduidige communicatie met de patiënt. Hierdoor is de kwaliteit en veiligheid van de zorg voor de patiënt niet gegarandeerd. Dit staat in het rapport ‘Zorgketen voor kankerpatiënten moet verbeteren’ dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vandaag publiceert.

In dit onderzoek is gekeken naar de zorg voor patiënten met borst-, prostaat-, en longkanker en patiënten die ook radiotherapeutische zorg ontvingen. De zorg voor deze patiënten kent veel overdrachtsmomenten. De IGZ vindt dat medisch specialisten zich ervan bewust moeten zijn dat zij maar één schakel vormen in de totale behandeling. De uitkomsten van de zorg zijn afhankelijk van de onderlinge samenwerking, overleg, informatieoverdracht, en coördinatie van zorg tussen professionals.Toch zijn deze professionals zich nog te weinig bewust van deze verantwoordelijkheid. De zorg voor kankerpatiënten is verbrokkeld . Dit bedreigt de kwaliteit van de zorg.

In dit onderzoek is ook gekeken naar de zorg in de radiotherapeutische centra die de laatste jaren een inhaalslag hebben geleverd. De IGZ heeft daardoor geen wachtlijsten meer gezien. De radiotherapeutische afdelingen zelf hebben een goed kwaliteitsysteem. De kwaliteit van de gehele oncologische zorgketen bepaalt echter de uiteindelijke uitkomst voor de patiënt.

Brancheorganisaties en wetenschappelijke verenigingen erkennen deze problematiek. Inmiddels heeft het Nationaal Platform Kankerbestrijding een landelijk actieplan gemaakt. De KNMG werkt momenteel aan een landelijke richtlijn voor verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. Zowel zorgaanbieders als de IGZ vinden dat er in de zorg voor elke kankerpatiënt één persoon moet zijn die als regisseur het overzicht heeft over het gehele behandelingstraject. De patiënt moet in elke fase van zijn behandeling één persoon kunnen aanspreken. Wie dat is moet in het patiëntendossier vermeld staan. Per patiënt moet er één actueel behandelplan zijn. Alle aspecten van de behandeling moeten terug te vinden zijn in één enkel patiëntendossier.

De Integrale Kanker Centra kunnen volgens de IGZ beter dan ze nu doen een stimulerende en sturende rol vervullen bij de professionalisering van oncologiebesprekingen in de ziekenhuizen. De resultaten van de kankerregistratie moeten geschikter gemaakt worden voor ondersteuning van het interne kwaliteitsbeleid in de ziekenhuizen.

De IGZ vraagt de ziekenhuizen, de universitaire medische centra en zelfstandige radiotherapeutische centra om vóór 1 juli 2009 een plan van aanpak op te stellen ter verbetering van de oncologische ketenzorg. De IGZ zal de voortgang bij de instellingen nauwgezet volgen. Uiterlijk 1 januari 2010 dienen de instellingen het plan van aanpak te hebben geïmplementeerd. Na deze datum zal de IGZ de instellingen hierop steekproefsgewijs toetsen.

Bekijk het rapport het rapport: Zorgketen kankerpatiënten moet verbeteren en naar het rapport Radiotherapeutische zorg na inhaalslag sterk verbeterd.
[IGZ]

Roken verklaart helft longkanker bij laagopgeleiden

10 Maart 2009

Roken verklaart helft longkanker bij laagopgeleidenEuropeanen met de laagste schoolopleiding hebben twee tot drie keer meer kans op longkanker. Roken is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van dit verhoogde risico. Onderzoekers van het UMC Utrecht en het RIVM beschrijven dat samen met internationale collega’s in het tijdschrift Journal of the National Cancer Institute van 24 februari.

In het EPIC-onderzoek zijn bijna 400.000 Europeanen ondervraagd over hun opleiding, rookgedrag en andere leefgewoonten en daarna zo’n 8,5 jaar gevolgd. Na die periode hadden ruim 1700 mensen longkanker gekregen. Het bleek dat mannen met de laagste opleiding een 3,6 keer hogere kans op longkanker hadden dan mannen met de hoogste opleiding. Voor vrouwen met de laagste opleiding was dit risico 2,4 keer hoger. Roken was verantwoordelijk voor ongeveer de helft van dit effect, terwijl voedingsgewoonten het verschil niet verder konden verklaren. Aan het onderzoek namen ook ongeveer 40.000 Nederlanders deel.

Rookgedrag
Eerdere studies hebben laten zien dat mensen uit lagere sociale klassen een hogere kans hebben op longkanker, en dat dit deels te wijten is aan een verschil in rookgedrag. Nu berekenen onderzoekers dus hoeveel van het verschil in longkanker tussen mensen met een lage en hoge opleiding verklaard kan worden door roken. Jaarlijks overlijden in Nederland zo’n negenduizend mensen aan longkanker.

Sociale ongelijkheid
Vanuit het UMC Utrecht is klinisch epidemioloog prof. dr. Petra Peeters bij het onderzoek betrokken, dr. Bas Bueno de Mesquita van het RIVM leidde het onderzoek. De ‘sociale ongelijkheid’ in de verdeling van longkanker over de populatie betekent dat preventie en voorlichting zich met name op lager opgeleiden moet richten, vinden zij.

Effect roken
Volgens Bueno de Mesquita is het effect van roken waarschijnlijk wel iets meer dan de vijftig procent die nu gevonden is. “Deelnemers kunnen hun actieve rookgedrag niet goed genoeg hebben opgeschreven. Verder weten we bijvoorbeeld niet hoeveel mensen passief roken, en ook dat vergroot de kans op longkanker.”

Maar roken verklaart niet helemaal waarom longkanker meer voorkomt bij lageropgeleiden. Aangezien het voedingspatroon dit ook niet kan verklaren, suggereren de auteurs dat werkgerelateerde blootstelling aan schadelijke stoffen wellicht bijdraagt aan het verschil.
[UMC Utrecht]

Laagopgeleiden meer kans op kanker

1 Maart 2009

Laagopgeleide Europeanen hebben twee tot drie keer meer kans op longkanker dan hoogopgeleiden. Het verhoogde risico wordt voor de helft veroorzaakt door roken. Dit blijkt uit de resultaten van een grootschalig onderzoek onder 400.000 Europeanen, aldus de Volkskrant.

Aan de Europese studie hebben ook 40.000 Nederlanders meegedaan. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of the National Cancer Institute. De 400.000 Europeanen hebben vragen ingevuld over hun opleiding, rookgedrag en andere leefgewoonten. Daarna zijn ze ruim 8 jaar gevolgd. Het bleek dat mannen met de laagste schoolopleiding een 3,6 maal hogere kans hebben op longkanker dan mannen met de hoogste opleiding. Laagopgeleide vrouwen hebben 2,4 keer meer kans op de ziekte dan hoogopgeleiden.

Uit de studie blijkt dat roken voor de helft verantwoordelijk is voor dit verhoogde risico. Eerder onderzoek toonde al aan dat mensen uit lagere sociale klassen een grotere kans op longkanker hebben. Het is de eerste keer dat werd berekend welk deel van het verschil wordt verklaard door roken.