Gezonderworden.nl

Nieuws over gezondheid, overgewicht en diabetes

CT-scan spoort longkanker en COPD op

longenLongscans gemaakt om longkanker op te sporen zijn ook bruikbaar om longziekte COPD te vinden. Dat schrijft een onderzoeksteam van het UMC Utrecht in het tijdschrift JAMA van 30 oktober.

In het NELSON-onderzoek werken Utrechtse, Groningse, Rotterdamse, Haarlemse en Belgische artsen samen om via een bevolkingsonderzoek longkanker op te sporen. Mensen die roken of hebben gerookt worden uitgenodigd om een CT-scan van hun longen te laten maken. Daarmee is eventuele longkanker in een vroeg stadium op te sporen. Maar rokende mensen hebben ook een sterk vergrote kans op longziekte COPD. Het zou efficiënt zijn om via de longscan ook die longziekte op te sporen. De standaardmethode om COPD vast te stellen is een longfunctietest.

Radioloog dr. Pim de Jong van het UMC Utrecht en collega’s zochten uit of een longscan de longfunctietest kan vervangen. Zij namen daarvoor eerst een longfunctietest af bij 1140 deelnemers aan het NELSON-onderzoek. Hiervan bleken 437 (38 procent) COPD te hebben. Daarna analyseerden ze de longscans van de 1140 deelnemers. Op basis van de scan plus enkele eigenschappen van de patiënt (zoals gewicht en aantal gerookte sigaretten) konden ze het risico op COPD redelijk voorspellen. Ze spoorden 274 van de 437 patiënten op.

Het betekent niet dat de longfunctietest vervangen kan worden door een CT-scan. Het suggereert wel dat een eventueel bevolkingsonderzoek naar longkanker met CT-scans ook COPD-gevallen kan opsporen. Of zo’n bevolkingsonderzoek er komt is nog niet duidelijk. Recent Amerikaans onderzoek toont aan dat het screenen van rokers de sterfte aan longkanker vermindert. Maar of het effect voldoende is staat ter discussie. De resultaten van het NELSON-onderzoek zijn nog niet bekend.

Kosteneffectief
“Bevolkingsonderzoeken zijn duur en de kosteneffectiviteit staat vaak ter discussie”, reageert onderzoeksleider dr. Pim de Jong. “Mocht het komen tot een longkankerscreening in Nederland of elders dan kan het toevoegen van COPD wellicht helpen de screening kosteneffectief te maken.”

In 2003 hadden 316.400 mensen in Nederland COPD: 176.500 mannen en 139.900 vrouwen.
[UMC Utrecht]

Broncho: medische onderwijs-app over de longen

Broncho iPhone AppVUmc lanceert de onderwijs-app `Broncho’ voor iPhone en iPad
De mobiele applicatie Broncho laat de bronchusboom in de longen zien met foto’s en video’s. Daarnaast kan de CT-scanner zelf worden bewogen voor een gedetailleerder beeld. De app is ontwikkeld ter ondersteuning van longartsen (in opleiding), intensivisten (in opleiding) en andere geïnteresseerden in luchtweganatomie. De app is voor EUR3.99 via de app-store van Apple te verkrijgen.

Een bronchoscopie is een inwendig onderzoek van de centrale luchtwegen. Dit wordt gebruikt voor diagnose en behandeling van aandoeningen van de longen, bijvoorbeeld bij longkanker. Om een bronchoscopie goed te kunnen uitvoeren is een grondige kennis van de luchtweg-anatomie nodig.

Artsen moeten precies kunnen navigeren in een complexe omgeving en afwijkingen in kaart kunnen brengen met minimale belasting voor de patiënt. De Broncho app kan helpen bij het leren van de anatomie. De verschillende tabs geven belangrijke anatomische oriëntatiepunten in de luchtwegen weer en de gebruiker heeft de mogelijkheid om te navigeren naar alle segmenten van de longen. Met het gebruik van moderne lesmethoden als deze worden artsen beter voorbereid en krijgen zij meer zelfvertrouwen.

VUmc School of Respirology
De VUmc School of Respirology is een uniek internationaal samenwerkingsverband tussen longartsen en intensivisten en biedt een modern competentiegericht curriculum aan. Met behulp van hands-on cursussen en simulatie trainingen leren artsen oefenen met belangrijke vaardigheden voordat zij deze toepassen op patiënten. Er worden 4 tot 5 cursussen per jaar georganiseerd voor kleine groepen artsen (maximaal acht) om voldoende hands-on tijd voor iedereen te kunnen garanderen. Voor meer informatie: www.schoolofrespirology.com en www.bronchoscopy.nl

 

Overleven met longkanker stijgt door beter gerichte bestraling

longenPatiënten met longkanker kunnen gemiddeld 10 maanden langer leven dankzij een nieuwe bestralingsmethode. Bij deze bestralingstechniek – stereotactische radiotherapie genaamd – worden de tumoren aangepakt met hoge doses, exact gerichte bestraling. De overlevingscijfers zijn woensdag bekend gemaakt op het Wereld Longkanker Congres, door onderzoekers van VU medisch centrum.

Deze resultaten zijn van belang, omdat slechts 1 op de 3 longkankerpatiënten van 75 jaar of ouder geopereerd kan worden, en traditionele bestraling voor de niet-operabele groep meestal als te belastend terzijde werd geschoven. Zodoende werd in de praktijk 40% van deze patiënten in feite direct opgegeven. Dat is nu in veel gevallen niet meer nodig.

Prof. dr. Suresh Senan en zijn collega’s van VUmc hebben voor hun onderzoek gekeken naar gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. De toepassing van radiotherapie was in de periode tussen 2001 en 2009 gestegen van 31,2% naar 37,7%, en de overleving van deze patiënten steeg bijna 10 maanden, van 16,8 naar 26,1 maanden.

“De moeilijke groep van patiënten van 75 jaar of ouder, krijgt nu zicht op een extra behandelingsmogelijkheid: de stereotactische ‘precisiebestraling’,” aldus professor Senan. “Dat is goed nieuws, zowel voor degenen die niet, als voor degenen die wel geopereerd kunnen worden.”
Drs. Cilia Linssen van het Longkanker Informatie Centrum reageert eveneens positief op deze verruiming van de opties. Zij pleitte voor goede informatieverstrekking over de verschillen in overleving en complicaties bij opereren of bestralen, zodat alle patiënten ook zelf mee kunnen bepalen wat voor hen de beste optie is.
[VUmc]

Longkankerpatiënten missen belangrijke test

longenSommige niet te opereren patiënten met longkanker krijgen op basis van hun woonplaats een belangrijke genetische test niet aangeboden, terwijl dat wel zou moeten. Dat heeft gevolgen voor hun behandeling.

Genmutatie
Het uitvoeren van de genetische EGFR-test kost € 795. Deze test stelt vast of de longkankerpatiënt een bepaalde genmutatie heeft. Dat is bij een op de acht het geval. Voor deze mensen bieden de medicijnen gefitinib en erlotinib een gunstig behandelresultaat. Heeft de patiënt de mutatie niet, dan pakt de medicatie juist ongunstig uit.

Artsen vinden het ‘zeer belangrijk’ dat de betreffende patiënten de EGFR-test krijgen. Het testen wordt ook aanbevolen in de medische richtlijn voor longkankerpatiënten die vanwege hun toestand niet te opereren zijn. Of iemand deze test krijgt, hangt echter af van de woonplaats. Dit heet postcodegeneeskunde en wordt door artsen als zeer ongewenst gezien.

Regionale verschillen
In Noord-Brabant is de kans 44% dat een niet-operabele patiënt met niet-kleincellige longkanker de test krijgt. In Limburg bedraagt de kans meer dan 100%. Dit betekent dat zelfs patiënten die deze test niet zouden moeten krijgen, hem toch ondergaan.

Behandeld
De volgende vraag is of de patiënten met de mutatie de geschikte behandeling ook krijgen. Dit varieert van 30% in Limburg tot 81% in de regio Leiden. Het vreemde is dat veel Limburgers wel de test krijgen, maar niet de bijbehorende behandeling. Dit komt mogelijk omdat de testuitslag lang op zich laat wachten. De arts kan er dan voor kiezen alvast een andere therapie te starten.

Traag
Sommige laboratoria doen de EGFR-test om de week. Deze frequentie voldoet niet aan de gewenste uitvoeringstijd: drie tot vijf dagen. De traagheid vergroot de kans op het starten van een chemokuur, terwijl dat niet de meest passende behandeling is.
[Erasmus MC]

Kanker: lager risico, meer sterfgevallen

Het risico om door kanker te overlijden daalt. Mannen hadden in 2010 circa 14 procent minder kans om door kanker te sterven dan in 2000; bij vrouwen daalt het sterfterisico met circa 5 procent minder snel. Het aantal sterfgevallen door kanker is echter door bevolkingsgroei en vergrijzing toegenomen.

Meer sterfgevallen
In 2010 zijn in Nederland ruim 42 duizend mensen overleden door kanker. De ziekte is daarmee verantwoordelijk voor bijna een derde van de totale sterfte. Door bevolkingsgroei en vergrijzing neemt het aantal sterfgevallen door kanker al decennia geleidelijk toe.

Longkanker veroorzaakt bij zowel vrouwen als mannen de meeste sterfgevallen: ruim 10 duizend in 2010. Bij vrouwen komt borstkanker op de tweede plaats met 3,2 duizend sterfgevallen. Bij mannen is dat darmkanker, met ruim 2,8 duizend overledenen.

Kleiner risico om door kanker te overlijden
Wordt rekening gehouden met bevolkingsgroei en vergrijzing, dan daalt het risico om door kanker te overlijden al enkele decennia. De afname is het sterkst bij mannen. Daaraan heeft vooral de afname van de sterfte door longkanker sterk bijgedragen. Bij vrouwen is het risico om door kanker te overlijden minder afgenomen. De sterfte door longkanker nam bij hen juist toe. Dat komt doordat vrouwen de afgelopen decennia meer zijn gaan roken, en mannen juist minder.

Sterkere daling bij mannen
Bij mannen was het risico om door kanker te overlijden in 2010 circa 14 procent kleiner dan in 2000; bij vrouwen bedroeg het verschil circa 5 procent. Het risico om door maagkanker te overlijden nam het sterkst af. Deze daling zette al meer dan een halve eeuw geleden in.

Bij sommige vormen van kanker nemen de overlijdensrisico’s juist toe. Het sterkst waren de toenames bij longkanker (vrouwen) en bij melanoom van de huid (beide seksen).
[CBS]

Nederland twaalfde op kankerranglijst

Nederland staat twaalfde op de internationale ranglijst van landen waar kanker het meest voorkomt. Dat heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds maandag bekendgemaakt. Denemarken is koploper.

Jaarlijks krijgen 286,8 op de honderdduizend Nederlanders kanker, zo blijkt uit de meest recente cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het hoge aantal komt deels door de goede diagnose en registratie van de ziekte. Het heeft echter ook te maken met het hoge percentage rokers, de hoge alcoholconsumptie en het toenemend aantal mensen met overgewicht.

Nieuwe echomethode brengt uitbreiding longkanker beter in kaart

longenHet in kaart brengen van het longkankerstadium met een echo-apparaat loont. Hiermee kunnen onnodige longkankeroperaties voorkomen worden. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) dat the Journal of the American Medical Association (JAMA) publiceert.

Van alle kankersoorten is longkanker verantwoordelijk voor de hoogste sterfte. Patiënten met longkanker zijn gebaat bij het nauwkeurig in kaart brengen van het stadium van de tumor. Met deze informatie kan de meest optimale behandeling gekozen worden. Als de lymfeklieren tussen de longen niet zijn aangedaan is een longoperatie eerste keuze. Bevatten deze lymfeklieren wel kankercellen, dan heeft een combinatie van chemotherapie en bestraling de voorkeur.

Onderzoek onder leiding van longarts dr. Jouke Annema van het LUMC toont nu aan dat het aanprikken van lymfeklieren in de borstkas, met behulp van geluidsgolven vanuit de luchtpijp en de slokdarm, even goed is en gepaard gaat met minder complicaties in vergelijking met traditioneel onderzoek door middel van een kijkoperatie. Als beide technieken worden gecombineerd zal het aantal onnodige longkankeroperaties gehalveerd worden, blijkt uit het onderzoek gepubliceerd in  JAMA.
Annema werkt als lid van de landelijke richtlijnencommissie voor longkanker momenteel mee aan het veranderen van de richtlijnen voor het preoperatief onderzoek van longtumoren.
[LUMC]

Longkankerstudie terecht positief beoordeeld

longenDe Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) concludeert dat de onafhankelijke Medisch Ethische Toetsingscommissie (METc) van het UMCG terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de landelijk lopende longkankerstudie die wordt gecoördineerd door het UMCG. CCMO deed nader onderzoek naar de inhoud van de longkankerstudie en de door de METc gevolgde procedure op verzoek en na kritiek van zorgverzekeraar Menzis.

Het UMCG is niet verrast over de uitkomst van het onderzoek van de CCMO. “Wij hebben altijd vertrouwd op het onafhankelijke oordeel van de METc. De conclusie van de CCMO bevestigt dat de studie medisch en ethisch verantwoord is. Daarmee is de zware kritiek van Menzis om het onderzoek onethisch te noemen niet alleen ongegrond, maar ook onnodig verontrustend voor deelnemers geweest”, aldus Bert Bruggeman, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMCG. Ook onderzoekscoördinator prof. dr. Harry Groen is altijd overtuigd geweest van de zorgvuldige en integere opzet en uitvoering van de studie. “In deze studie onderzoeken wij juist welke patiënten baat hebben bij welke nabehandeling en welke behandeling het beste resultaat oplevert met de minste bijwerkingen. Uiteindelijk moet dat de behandeling van patiënten met longkanker verbeteren.”

Conclusie CCMO
De CCMO concludeert dat aan de onderzoeksdeelnemers in de praktijk verschillende behandelingen worden aangeboden. De behandelend arts baseert zich bij de keuze voor de meest optimale behandeling onder andere op de conditie van de patiënt, het bijwerkingenprofiel van de te gebruiken geneesmiddelen en de laatste stand van de medische wetenschap. Op basis van het wetenschappelijk onderzoek is er voor deze indicatie op dit moment geen behandeling voor handen die evident voor alle patiënten de enige juiste is. Juist om deze reden is nader wetenschappelijk onderzoek naar verbetering van de behandeling van de longkanker noodzakelijk. Volgens de CCMO wordt de in het onderzoeksprotocol voorgestelde behandeling momenteel breed toegepast door de beroepsgroep in Nederland en kan deze daarmee worden gezien als een vorm van ‘usual care’.

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geconcludeerd dat de longkankerstudie onafhankelijk in opzet en uitvoering is en voldoet aan de wettelijke eisen die hieraan worden gesteld.

In 2009 uitte Menzis kritiek op de longkankerstudie. Volgens de zorgverzekeraar zou deelnemers aan de studie een standaardbehandeling worden onthouden. De METc concludeerde toen dat er geen aanleiding was om het eerdere positieve oordeel over het onderzoek te herzien. De CCMO heeft nu geconcludeerd dat de METc terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de studie en eveneens terecht heeft besloten haar oordeel niet te herzien.

De longkankerstudie is ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). In totaal worden bijna 1.500 patiënten met longkanker in veertig ziekenhuizen in de studie betrokken. Vier farmaceutische fabrikanten en het fonds KWF Kankerbestrijding ondersteunen het onderzoek.
[UMCG]