Archief categorie ‘Longkanker’

Longkankerstudie terecht positief beoordeeld

24 Augustus 2010

longenDe Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) concludeert dat de onafhankelijke Medisch Ethische Toetsingscommissie (METc) van het UMCG terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de landelijk lopende longkankerstudie die wordt gecoördineerd door het UMCG. CCMO deed nader onderzoek naar de inhoud van de longkankerstudie en de door de METc gevolgde procedure op verzoek en na kritiek van zorgverzekeraar Menzis.

Het UMCG is niet verrast over de uitkomst van het onderzoek van de CCMO. “Wij hebben altijd vertrouwd op het onafhankelijke oordeel van de METc. De conclusie van de CCMO bevestigt dat de studie medisch en ethisch verantwoord is. Daarmee is de zware kritiek van Menzis om het onderzoek onethisch te noemen niet alleen ongegrond, maar ook onnodig verontrustend voor deelnemers geweest”, aldus Bert Bruggeman, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMCG. Ook onderzoekscoördinator prof. dr. Harry Groen is altijd overtuigd geweest van de zorgvuldige en integere opzet en uitvoering van de studie. “In deze studie onderzoeken wij juist welke patiënten baat hebben bij welke nabehandeling en welke behandeling het beste resultaat oplevert met de minste bijwerkingen. Uiteindelijk moet dat de behandeling van patiënten met longkanker verbeteren.”

Conclusie CCMO
De CCMO concludeert dat aan de onderzoeksdeelnemers in de praktijk verschillende behandelingen worden aangeboden. De behandelend arts baseert zich bij de keuze voor de meest optimale behandeling onder andere op de conditie van de patiënt, het bijwerkingenprofiel van de te gebruiken geneesmiddelen en de laatste stand van de medische wetenschap. Op basis van het wetenschappelijk onderzoek is er voor deze indicatie op dit moment geen behandeling voor handen die evident voor alle patiënten de enige juiste is. Juist om deze reden is nader wetenschappelijk onderzoek naar verbetering van de behandeling van de longkanker noodzakelijk. Volgens de CCMO wordt de in het onderzoeksprotocol voorgestelde behandeling momenteel breed toegepast door de beroepsgroep in Nederland en kan deze daarmee worden gezien als een vorm van ‘usual care’.

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geconcludeerd dat de longkankerstudie onafhankelijk in opzet en uitvoering is en voldoet aan de wettelijke eisen die hieraan worden gesteld.

In 2009 uitte Menzis kritiek op de longkankerstudie. Volgens de zorgverzekeraar zou deelnemers aan de studie een standaardbehandeling worden onthouden. De METc concludeerde toen dat er geen aanleiding was om het eerdere positieve oordeel over het onderzoek te herzien. De CCMO heeft nu geconcludeerd dat de METc terecht en op goede gronden een positief oordeel heeft afgegeven over de studie en eveneens terecht heeft besloten haar oordeel niet te herzien.

De longkankerstudie is ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). In totaal worden bijna 1.500 patiënten met longkanker in veertig ziekenhuizen in de studie betrokken. Vier farmaceutische fabrikanten en het fonds KWF Kankerbestrijding ondersteunen het onderzoek.
[UMCG]

Verband tussen vitamine B en longkanker

19 Juni 2010

longenEen hoger vitamine B-gehalte in het bloed hangt samen met een lagere kans op longkanker. Dat schrijven onderzoekers van het UMC Utrecht en het RIVM samen met Europese collega’s in het tijdschrift JAMA van deze week.

De onderzoekers komen tot hun conclusie via gegevens uit een grootschalig bevolkingsonderzoek naar eetgewoonten en gezondheid, het EPIC-onderzoek. Daarin is van 385.000 mensen uit tien landen informatie over voeding en bloedwaarden verzameld. Alle deelnemers zijn daarna gemiddeld vijf jaar gevolgd om te kijken wie van hen kanker kreeg. In de studie zijn circa 900 mensen die longkanker kregen vergeleken met 1770 gezonde mensen.

De onderzoekers troffen in het bloed van patiënten lagere waardes van vitamine B6 en het aminozuur methionine aan (methionine is essentieel voor de verwerking van vitamine B6). Mensen met bovengemiddeld hoge vitamine B- en methioninewaardes hadden een ruim twee keer lagere kans op longkanker dan mensen met lagere waardes. De relatie was onafhankelijk van roken.

De auteurs stellen dat roken nog steeds de belangrijkste oorzaak van longkanker is, maar ook dat vitamine B6 een belangrijke voeding-gerelateerde risicofactor voor longkanker kan zijn.

“Stoppen met roken, en vooral ook jongeren afraden te starten met roken, zijn nog steeds de allerbelangrijkste preventieve maatregelen tegen longkanker”, stelt hoofdonderzoeker dr Bas Bueno de Mesquita van het RIVM. “Het is nog niet duidelijk of de hogere bloedspiegels van vitamine B6 afkomstig zijn uit gerelateerde voedingsproducten.” Belangrijke voedselbronnen van vitamine B6 zijn tarwezemelen en tarwekiemen, aardappelen, volkoren producten, vlees, vis, ei, peulvruchten en bananen. Een tekort aan vitamine B zou kunnen leiden tot tragere reparatie van DNA-schade en zo kanker in de hand werken.

Prof. dr. Petra Peeters van het UMC Utrecht vult aan: “Vitamine B-gehaltes in het bloed zijn ook laag bij mensen met infecties en bij patiënten met sommige auto-immuunziektes. We moeten dus voorzichtig zijn om te concluderen dat hoge vitamine B-gehaltes een gevolg zijn van eetgewoonten. De stofwisseling speelt een belangrijke rol.”

Ook benadrukken beide onderzoekers dat de resultaten geen reden zijn om vitamine B-supplementen te gaan slikken. “Het is onvoldoende bekend wat daar de bijwerking van is. De gemeten bloedwaarden in EPIC bevinden zich allemaal binnen wat we nog steeds normale waardes noemen”, aldus Peeters.

Het EPIC-onderzoek is de grootste studie naar eetgewoonten en kanker in de wereld. Nederland is een van de tien deelnemende landen. In totaal is van 385.000 mensen informatie over hun voeding en een bloedmonster verzameld. De bijna 41.000 Nederlandse deelnemers aan de studie werden gerecruteerd door het Julius Centrum van het UMC Utrecht en het RIVM te Bilthoven.

Longkanker veroorzaakt jaarlijks 1,2 miljoen doden wereldwijd. Jaarlijks worden in Nederland ruim 10.000 nieuwe gevallen van longkanker vastgesteld en overlijden evenveel mensen aan de ziekte. Roken is verantwoordelijk voor 8 van de 10 gevallen van longkanker.

Dubbele beoordeling CT-scans leidt niet tot meer diagnoses longkanker

15 Juni 2010

longenMensen met longkanker hebben geen goede vooruitzichten: wereldwijd sterven van alle kankerpatiënten de meesten aan de gevolgen van longkanker. Een tijdige diagnose is van levensbelang. Onderzoeker Ying Wang onderzocht een geautomatiseerde screeningsmethode voor het diagnosticeren van longkanker, de zogenaamde `volumemeting’. Ook ging hij na wat de toegevoegde waarde is van een tweede beoordeling van CT-scans.

Wang voerde zijn onderzoek uit in het kader van het NELSON-onderzoek (Nederlands Leuven Longkanker Screenings Onderzoek), een groot, gerandomiseerd proefbevolkingsonderzoek naar longkanker in Nederland en België. Wang ontdekte dat de volumemeting een betrouwbare en gemakkelijke methode is om verdachte cellen in de longen op te sporen of kanker uit te sluiten. Deze meting wordt vervolgens standaard door twee onafhankelijke beoordelaars geëvalueerd. De promovendus stelt dat zo’n tweede beoordeling weliswaar leidt tot het opsporen van meer verdachte celclusters en tot een afname van het aantal doorverwijzingen en herhaalscans, maar slechts zelden tot meer opgespoorde gevallen van longkanker.

Ying Wang (China, 1974) behaalde zijn master geneeskunde aan de universiteit van Fudan, Shanghai. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de afdeling Radiologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door die afdeling en het Ubbo Emmius Fonds. Wang verwacht na zijn promotie terug te gaan naar China, waar hij als radioloog wil gaan werken.

Promotie dhr. Y. Wang

Dubbele beoordeling CT-scans leidt niet tot meer diagnoses longkanker
Methods and validation of module measurement in a lung cancer screening
23 juni 2010, 14.45 uur
Promotor(s): prof.dr. M. Oudkerk
Rijksuniversiteit Groningen

Steeds meer Nederlanders krijgen kanker

14 Juni 2010

grafiekNationaal Programma Kankerbestrijding: Kanker komt meer voor in Nederland door ongezonde leefstijl
Uit de NPK Monitor blijkt dat steeds meer Nederlanders kanker krijgen. Bovendien is de sterfte als gevolg van kanker in Nederland hoger dan gemiddeld in Europa. Dat komt onder andere door een hoge sterfte aan rokengerelateerde kankers. Dit is het gevolg van het hoge aantal rokers in Nederland, wat de laatste jaren niet is gedaald.

Het Nationaal Programma Kankerbestrijding (NPK) constateert dat de in 2006 gestelde doelstellingen voor bestrijding van kanker in Nederland bij lange na niet zijn gerealiseerd. In 2006 heeft het programma zich een aantal doelen gesteld voor 2010. Bijvoorbeeld minder gevallen van kanker, een betere naleving van medische richtlijnen, een betere opkomst bevolkingsonderzoek borstkanker en een hogere vijf-jaarsoverleving. Ook zijn ambities geformuleerd voor factoren die kanker veroorzaken: minder rokers, meer groente en fruit consumptie en minder overgewicht.

NPK constateert dat kanker juist toeneemt. Uit de laatste gegevens (2007) blijkt dat bij 86.162 mensen kanker werd vastgesteld, 2362 meer dan in het jaar daarvoor. Een deel van die toename wordt verklaard doordat de groep ouderen groeit. Zorgwekkend is echter dat veel kanker voorkómen had kunnen met een gezondere leefstijl.

Geen van de NPK doelstellingen op het gebied van gezonder leven is gerealiseerd. Zo wordt 30% van de sterfte door kanker veroorzaakt door roken, maar het aantal rokers in Nederland is nu nog net zo hoog als bij de start van het programma. Het aantal gevallen van longkanker in Nederland, wat vooral wordt veroorzaakt door roken en meeroken, neemt in Nederland nog steeds toe, vooral bij vrouwen.

Een paar doelstellingen zijn wel gerealiseerd. Zo is de opkomst bij borstkankerscreening verbeterd, worden richtlijnen beter nageleefd en is de kans op recidive bij borstkanker verminderd. Over de hele linie is de voortgang echter onvoldoende.

Dr. Renée Otter, binnen NPK verantwoordelijk voor de NPK-monitor: “Kanker wordt vaak veroorzaakt doordat mensen roken, te weinig groente en fruit eten, te weinig bewegen en te dik zijn. Helaas slagen we er niet goed in om gezonder te leven: het aantal rokers daalt niet en er zijn zelfs meer mensen te dik dan bij de start van het programma. Als we kanker echt willen bestrijden, moeten we wat aan die leefstijl gaan doen.”

NPK organiseert samen met STIVORO op 16 juni a.s. een conferentie met internationale deskundigen om te onderzoeken hoe tabaksontmoediging in Nederland beter kan. Daar wordt de NPK-monitor door oud Minister Els Borst (tevens voorzitter van de Nederlandse Federatie Kankerpatiënten) overhandigd aan Directeur Generaal Volksgezondheid, Paul Huijts.

Betere opsporing longtumoren met CT-scan

27 Mei 2010

longenIn een vroeg stadium is longkanker beter op te sporen met een lage dosis CT-scan dan met een digitale röntgenfoto. Radioloog in opleiding Bartjan de Hoop concludeert dat in zijn proefschrift na vergelijking van beide methoden. Hij promoveerde afgelopen dinsdag aan het UMC Utrecht.

De standaardmethode om longkanker vast te stellen is een röntgenfoto van de borstkas. Voor longkankerpatiënten die nog geen symptomen hebben is dat niet zo, laat radioloog Bartjan de Hoop zien. Hij liet radiologen 55 röntgenfoto’s van patiënten met longkanker en 72 foto’s van gezonde longen beoordelen. De longkanker was in een vroeg stadium, waarbij tumoren meestal niet groter zijn een centimeter, vastgesteld via een CT-scan.

Op basis van de röntgenfoto’s konden de radiologen de longkanker bij lange na niet met dezelfde zekerheid vaststellen als via een CT-scan. Tijdens een screening op longkanker, bij mensen zonder symptomen, bleek de CT vrijwel alle tumoren te vinden. Via röntgenfoto’s konden radiologen hoogstens 94 procent van deze tumoren vinden, en dan alleen wanneer ze accepteerden dat ze op heel veel foto’s onterecht longkanker aanwezen. Ze hadden 61 fout-positieven nodig om één geval van longkanker te vinden.

De Hoops conclusies kunnen van pas komen bij een eventueel bevolkingsonderzoek naar het voorkomen van longkanker. Zijn onderzoek is namelijk onderdeel van de Nelson-studie. Dat is een langlopend onderzoek naar de effectiviteit van de preventieve opsporing van longkanker. Ruim zevenduizend mensen ondergaan hiervoor elk jaar een CT-scan. Patiënten waarbij longkanker in een vroeg stadium opgespoord wordt hebben een betere overlevingskans. Over vier jaar moet duidelijk zijn of het rendabel is om grote bevolkingsgroepen preventief via een CT-scan te onderzoeken op longkanker. In het Nelson-onderzoek werkt het UMC Utrecht samen met UMC Groningen, Erasmus MC, het Kennemer Gasthuis in Haarlem en het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven (België).

Stereotactische radiotherapie bij longkanker zeer succesvol

2 Maart 2010

longkankerPrecieze manier van bestralen in potentie standaardbehandeling voor alle patiënten
Stereotactische radiotherapie, een preciezere manier van bestralen, blijkt zeer goed te werken bij patiënten met longkanker. Vergeleken met een operatie zijn er veel minder bijwerkingen en geen sterfgevallen als gevolg van de behandeling. Dit is de hoopgevende uitkomst van het promotieonderzoek waarmee Niels Haasbeek 3 maart aan VU medisch centrum promoveert.

Stereotactische radiotherapie mag na dit onderzoek worden beschouwd als standaardbehandeling van longkanker in een vroeg stadium bij alle mensen met een verhoogd operatierisico, zoals ouderen. De resultaten zijn zelfs zó goed dat deze therapie ook een zeer goede optie lijkt te zijn bij alle andere longkankerpatiënten, waarbij de arts in eerste instantie aan een operatie zou denken.

Sinds 2003 bestaat er in VUmc als eerste ziekenhuis in Nederland dit alternatief voor een operatie. Haasbeek deed onderzoek naar de resultaten van stereotactische radiotherapie (zeer nauwkeurige toediening van een veel hogere dosis in een kortere tijd) en naar een aantal nieuwe technische ontwikkelingen, waardoor deze therapie eenvoudiger kan worden toegepast. In VUmc zijn sinds 2003 meer dan 550 longkankerpatiënten behandeld met stereotactische radiotherapie, wereldwijd de grootste serie.

Radiotherapie speelt een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met longkanker. Tot nu toe was een operatie de standaardbehandeling van kleine longtumoren (tumoren die nog beperkt zijn tot alleen de long, zonder uitzaaiingen), maar de meeste patiënten komen echter niet in aanmerking voor een operatie; van patiënten boven de 80 jaar zelfs minder dan 20%. Bovendien geeft een longoperatie vaak blijvende klachten, en 2% tot 10% van patiënten overlijdt zelfs direct na operatie. Recent is een groot Nederlands onderzoek gestart om de resultaten van een operatie en stereotactische radiotherapie direct met elkaar te vergelijken.
[VUmc]

Duizenden patiënten testen vaccin tegen longkanker

9 Februari 2010

longkankerWereldwijd wordt er door duizenden patiënten een vaccin getest dat longkankercellen vernietigd. In een eerste test bij 182 patiënten met longkanker waren de resultaten hoopgevend. De patiënten met longkanker werden vier jaar lang gevolgd en bij de groep die het vaccin kreeg, bleek de kanker veel minder terug te keren. En als deze gunstige resultaten bevestigd worden, betekent dit een gigantische doorbraak, aldus berichtgeving in HLN.be.

Het vaccin werd ontwikkeld door GlaxoSmithKline. Het produceert een reeks immuunreacties die gericht zijn tegen het eiwit MAGE A3, waarop de kankercellen zitten. De standaardbehandeling bij longkanker is de operatieve verwijdering van de tumor, gevolgd door een chemotherapie, die moet voorkomen dat achtergebleven kankercellen opnieuw gaan woekeren. Maar na de operatie zijn heel wat patiënten dermate verzwakt, dat de chemokuur met al zijn nevenwerkingen onmogelijk wordt. Injecties met een vaccin, zonder of met heel beperkte nevenwerkingen zou voor deze groep patiënten een oplossing kunnen bieden.

CT-scan spoort hart- en vaatziekten op

5 Februari 2010

sigarettenEen CT-scan bij zware rokers zonder hart- en vaatproblemen draagt bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Dat stelt radioloog in opleiding Peter Jacobs van het UMC Utrecht. Hij promoveerde op 2 februari. Informatie over aderverkalking op een CT-scan wordt nu vaak niet gebruikt.

Jacobs onderzocht bijna negenhonderd mannen die een CT-scan van de borst kregen omdat ze meedoen aan het Nelson-onderzoek naar de vroege opsporing van longkanker. De deelnemers zijn mannen ouder dan vijftig die minstens vijftien jaar lang een pakje sigaretten per dag gerookt hebben, maar geen hart- en vaatziekten hebben. Op de CT-scan spoorde hij verkalking van kransslagaderen op. De twee jaar erna hield Jacobs in de gaten of de deelnemers hart- en vaatziekten kregen. In totaal kregen in die periode 120 deelnemers bijvoorbeeld een hartinfarct.

Een belangrijke vraag is of de CT-scan voorspellende waarde toevoegt aan de bekende, eenvoudig te meten risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hoge bloeddruk, overgewicht en cholesterolgehalte. Via de CT-scan kent Jacobs een kwart van de 900 deelnemers een hoger of lager risico toe dan op basis van de bestaande risicofactoren verwacht zou worden. Het betekent dat de CT-scan inderdaad een toegevoegde waarde heeft bij het voorspellen van hart- en vaatziekten, in elk geval in deze groep van zware rokers.

Daarnaast concludeert Jacobs dat mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten niet in alle gevallen optimaal behandeld worden. 390 mannen van de 900 lopen een hoog risico, 74 daarvan (19 procent) worden niet optimaal behandeld met cholesterol- of bloeddrukverlagende medicijnen. Het wil zeggen dat de CT-scan voor één op de twaalf deelnemers de behandeling kan veranderen.

Jacobs onderzocht ook of het nut heeft te letten op vaatwandverkalkingen bij CT-scans in de gewone ziekenhuiszorg. Ook in de gewone zorg dragen de verkalkingen bij aan de voorspelling van hart- en vaatziekten. Maar het betekent niet dat de CT-scan (een driedimensionale röntgenfoto) standaard ingezet zal worden om hart- en vaatziekten op te sporen, relativeert Jacobs. Daarvoor is de toegevoegde waarde te klein. “Maar het is voor het eerst dat we definities hebben opgesteld voor kalkscores die op een CT zichtbaar zijn. Die zijn relevant voor de klinische praktijk. Radiologen komen vaak verkalking tegen, maar het is niet duidelijk wat de betekenis ervan is. Vanwege het ontbreken van een goede classificatie wordt informatie over aderverkalking lang niet altijd in het patiëntendossier opgenomen. Dankzij de resultaten van dit onderzoek kunnen radiologen via de hoeveelheid aderverkalking het risico op hart- en vaatziekten inschatten.”

Peter Jacobs promoveerde op 2 februari aan het UMC Utrecht. Prof. dr. Willem Mali en prof. dr. Yolanda van der Graaf van het UMC Utrecht begeleidden zijn onderzoek.
[UMC Utrecht]

Pil tegen longkanker

31 Januari 2010

longkankerMaandag wordt in Nederland een pil gelanceerd waarmee een bepaalde vorm van longkanker kan worden onderdrukt. Het gaat om een vorm van longkanker die jaarlijks zo’n duizend Nederlanders treft en die met een test aan te tonen is. Producent van de pil tegen longkanker is farmaceut AstraZeneca.

Longkankerpatiënten hoeven voor de nieuwe behandeling niet meer naar het ziekenhuis voor chemotherapie, maar kunnen thuis een pil slikken. Amerikaanse onderzoekers publiceerden recent over de nieuwe behandelmethode in het gezaghebbende medische tijdschrift New England Journal of Medicine. Nederland is één van de eerste Europese landen waar het nieuwe middel wordt vergoed.

„Het is belangrijk dat longkankerpatiënten meteen na de diagnose op deze mutatie worden getest”, stelt longarts Egbert Smit van het VU Medisch Centrum. Volgens hem gaat het om ongeveer 15 procent van alle patiënten met longkanker. „Patiënten met deze vorm van longkanker hebben een gunstiger prognose en hebben baat bij een andere behandeling dan chemotherapie”, zo meldt Telegraaf zondag.

Vroege ontdekking kanker van levensbelang

17 December 2009

Het totaal aantal ontdekte gevallen van kanker blijft stijgen. Gelukkig worden de overlevingskansen ook steeds hoger. Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie, die zijn verzameld door de integrale kankercentra. Als kanker vroegtijdig wordt ontdekt, is tegenwoordig de kans groot dat de patiënt het overleeft. Bij melanoom (een vorm van huidkanker) in het vroegste stadium overleeft nu 100% van de patiënten de eerste vijf jaar na de vaststelling van de ziekte. Bij vrouwen met borstkanker in het vroegste stadium is de 5-jaarsoverleving 98%, bij mannen met prostaatkanker in het vroegste stadium 99%.

De afgelopen twee decennia zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten in Nederland gestaag toegenomen. De 5-jaarsoverleving van patiënten met een melanoom (een vorm van huidkanker die ontstaat in pigmentcellen van de huid) steeg van 81% in de periode 1988-1992 tot 87% in de periode 2003-2007. De 5-jaarsoverleving van borstkanker steeg van 76% tot 85% en die van prostaatkanker van 62% tot 85%.

De overleving van kankerpatiënten is toegenomen door vroegere ontdekking van tumoren en door verbeterde behandelingsmethoden (aanvullende chemotherapie, behandelingen die de hormoonhuishouding beïnvloeden).

Vroege ontdekking verbetert overlevingskans
5-jaarsoverleving naar stadium, melanoom van de huidHet stadium van kanker bij de diagnose is de belangrijkste factor voor de overlevingskans van de patiënt. Als een melanoom wordt ontdekt dat dunner is dan 1 mm en zonder uitzaaiingen (stadium IA), overlijdt niemand eraan. Bij dikkere melanomen, als er uitzaaiingen zijn of bij een combinatie van beide varieert het percentage overlevende patiënten van 95% tot slechts 12% (zie illustratie). Gelukkig wordt tweederde van alle melanomen ontdekt in de twee vroegste stadia van de ziekte.

Ook borstkanker en prostaatkanker worden bij de meeste patiënten in een vroeg stadium ontdekt. De vroegere ontdekking van borstkanker is vooral toe te schrijven aan borstkankerscreening. Prostaatkanker wordt steeds vaker vroeg ontdekt omdat er bloedonderzoek (PSA-test) wordt gedaan bij mannen met prostaatklachten.

Bij darmkanker wordt een aanzienlijk deel pas zo laat ontdekt dat genezing niet meer mogelijk is. De Gezondheidsraad heeft daarom recent geadviseerd om te starten met darmkankerscreening. De verwachting is dat darmkanker dan gemiddeld eerder wordt ontdekt, waardoor er minder mensen aan overlijden.

Kleine kans op overleven bij long- en alvleesklierkanker
Sommige vormen van kanker geven pas in een laat stadium van de ziekte klachten, bijvoorbeeld longkanker en alvleesklierkanker. Als de symptomen zich voordoen, is de tumor meestal al uitgezaaid. De overlevingskansen zijn daarom gering: respectievelijk 15% en 5%.

In 2007 meer kanker dan ooit
Vroege opsporing draagt ook bij aan de stijging van het totale aantal ontdekte gevallen van kanker. Dat is toegenomen van 56.000 in 1989 tot 86.000 in 2007. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door bevolkingsgroei en het toenemende percentage ouderen. Maar ook als voor deze factoren wordt gecorrigeerd, blijft er een forse stijging over van 3,8 gevallen per 1000 inwoners in 1989 tot 4,4 per 1000 in 2007.

De toename was het grootst bij vrouwen, waar een sterke stijging optrad van het risico op borstkanker, longkanker, huidkanker en darmkanker. Bij mannen werd de toename van prostaatkanker, darmkanker en huidkanker deels gecompenseerd door een afname van longkanker. Desondanks komt er bij mannen nog steeds meer longkanker voor dan bij vrouwen. Mannen krijgen ook het vaakst kanker: 4,8 gevallen per 1000 mannen tegen 3,9 per 1000 vrouwen.

Wereldwijd naar nieuwe strategie voor opsporen longkanker

8 December 2009

longenPublicatie New England Journal of Medicine: kwaadaardige longvlekjes beter te onderscheiden
Nederlandse en Belgische artsen hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier en met grote nauwkeurigheid kwaadaardige vlekjes in de longen kunnen worden onderscheiden van goedaardige vlekjes. De nieuwe methode voorkomt veel onnodige zorgen en spanningen die nu bij patiënten ontstaan en bespaart flink op de kosten in de gezondheidszorg. Naar verwachting heeft de methode wereldwijd effect op de werkwijze van artsen. De bevindingen van de artsen zijn woensdagavond openbaar gemaakt in het gerenommeerde tijdschrift New England Journal of Medicine.

De artsen voerden hun onderzoek uit binnen de zogenoemde NELSON-studie, een proefbevolkingsonderzoek naar het nut van longkankerscreening. Bij 7500 scans van rokers en ex-rokers tussen de 50-75 jaar die aan dit onderzoek deelnemen, blijkt er bij maar liefst de helft één of meerdere vlekjes zichtbaar te zijn op een scan van hun longen (CT scan). Deze vlekjes zijn meestal goedaardig, want bij slechts ongeveer 1 op de 70 vlekjes gaat het om longkanker. In de andere gevallen kan het bijvoorbeeld gaan om een litteken of een ontsteking. Tot dusver was het voor artsen heel moeilijk om op basis van deze scans onderscheid te maken tussen goedaardige en kwaadaardige vlekjes. Daarom werden mensen bij wie vlekjes werden ontdekt bijna altijd doorverwezen naar een longarts voor aanvullend onderzoek. Dit leidt tot onnodige zorgen en spanningen bij deze mensen en veel extra kosten in de zorg.

Met behulp van moderne, commercieel verkrijgbare computer software is het mogelijk geworden om de volumes en de groeisnelheden van de vlekjes te berekenen. Op basis hiervan ontwikkelden de artsen een beslissingschema, dat een leidraad vormt voor de conclusie of het gaat om een goedaardig of kwaadaardig vlekje. De methode blijkt een eenvoudige en goedkope manier te zijn om tot een zeer nauwkeurig onderscheid te komen. Dit voorkomt bij 20% van de mensen een verwijzing naar een longarts en vermindert het percentage herhaal CT scans met minstens 30%. Bij slechts één op de duizend mensen heeft de software het niet bij het juiste eind en blijkt na één jaar follow-up toch sprake van longkanker in een vlekje dat volgens de software goedaardig was. Na twee jaar follow-up neemt dit getal toe tot drie op de duizend mensen. De kans dat na twee jaar follow-up van een goedaardig vlekje toch nog longkanker wordt gevonden is dus buitengewoon klein.

Rob van Klaveren, longarts-oncoloog van het Erasmus MC en leider van het onderzoek: “De resultaten van dit onderzoek zijn wereldwijd van belang voor artsen die te maken hebben met vlekjes op de longen. Waarschijnlijk zal de nieuwe methode voor al deze artsen een belangrijke verbetering betekenen voor hun dagelijkse praktijk.” De nieuwe methode kwam mede tot stand dankzij nauwe samenwerking met Matthijs Oudkerk, radioloog van het UMC Groningen. Aan de NELSON studie werken onderzoekers mee van het UMC Utrecht, het Kennemer Gasthuis in Haarlem, het UZ Gasthuisberg in Leuven, het UMC Groningen en het Erasmus MC in Rotterdam. Dit onderzoek werd onder andere gesteund door ZonMW, KWF-Kankerbestrijding, Roche Diagnostics en het fonds Reserves van voormalige Zorgverzekeraars (RvvZ).
[Erasmus MC]

Sneller bestralen bij longkanker

14 Juni 2009

LongenDe wachttijd kort houden en radiotherapie snel starten zijn aanbevelingen uit het proefschrift van Sherif El Sharouni van de Universiteit Utrecht.

Het proefschrift van El Sharouni gaat over de behandeling van inoperabele niet-kleincellig longkanker in stadium III en kleincellig longkanker, limited disease. Hij onderzocht de invloed van de wachttijd, de tijd tussen chemotherapie en daaropvolgende radiotherapie, op de groeisnelheid van tumoren.

Wachtperiode
De gemiddelde wachtperiode was 80,3 dagen. In deze periode nam het tumorvolume met een factor 6 toe. El Sharouni zag dat de behaalde winst met chemotherapie op de verkleining van de tumor teniet werd gedaan. Bij de vorm van longkanker die hij onderzocht ontstaan tumoren met een volume van meer dan 100 kubieke centimeter.

Controle
Controle van dat soort tumoren met normale radiotherapie is vrijwel onmogelijk. Het relatief lange tijdsinterval tussen chemo- en radiotherapie had dus een desastreus effect op lokale controle en overleving. El Sharouni adviseert om de wachttijd zo kort mogelijk te houden en radiotherapie binnen twee tot drie weken na de laatste chemotherapie cyclus te starten.
[Universiteit Utrecht]