Archief categorie Kinderen en overgewicht

Kinderen met overgewicht zijn minder gezond

15 May 2012

kind overgewichtTwaalfjarige kinderen met overgewicht hebben al een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden in hun bloed dan kinderen met een normaal gewicht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marga Bekkers van het RIVM.

Bekkers analyseerde de gezondheid van 1500 kinderen uit een grotere groep van bijna vierduizend kinderen die al vanaf hun geboorte gevolgd worden. Dat is het PIAMA-onderzoek (Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie ) dat sinds 1996 loopt. Zo’n elf procent van de twaalfjarige kinderen in dit onderzoek heeft overgewicht. Deze dikke kinderen blijken een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden te hebben dan kinderen met een normaal gewicht. Daarnaast hebben ze vaker astma. Het betekent dat overgewicht dus al op jonge leeftijd ongunstige effecten heeft op ondermeer belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

Gezondheidsproblemen
“Het onderzoek laat zien dat niet alleen extreem dikke kinderen gezondheidsproblemen hebben”, reageert Bekkers. “Ook bij relatief gezonde, maar wel te dikke kinderen zijn al gezondheidseffecten zichtbaar. Het wil natuurlijk niet zeggen dat we al deze kinderen met medicijnen moeten behandelen.”

Het benadrukt volgens Bekkers het belang van het voorkómen van overgewicht bij kinderen. De oplossing lijkt simpel: meer bewegen en gezonder eten, maar het is moeilijk zo’n leefstijlverandering door te voeren. Uit andere onderzoeken blijken langdurige, integrale aanpakken op het niveau van scholen, wijken en gemeentes het meest kansrijk te zijn om overgewicht te voorkomen.

Middelomtrek
In haar onderzoek laat Bekkers ook zien dat de middelomtrek ook bij kinderen een goede maat is voor overgewicht. De middelomtrek heeft ongeveer dezelfde voorspellende waarde als de BMI (body mass index) voor bloeddruk, cholesterol en longfunctie.
Bekkers voerde haar onderzoek uit op het RIVM en het Institute for Risk Assessment Sciences (Universiteit Utrecht) en promoveert op 15 mei aan het UMC Utrecht.
[RIVM]

Kinderen weten wel hoe ze gezond kunnen eten

10 May 2012

broodVerrassend positieve uitkomst quickscan Voedingscentrum
Opvallend veel kinderen uit groep 8 van de basisschool kennen het belang van ontbijt, weten wat de Schijf van Vijf is en wat je moet doen als je honger krijgt tussen de maaltijden door. Dit blijkt uit een quickscan die het Voedingscentrum heeft laten uitvoeren. Het Voedingscentrum ziet het goede onderwijsaanbod over voeding als mogelijke verklaring voor de kennis van deze groep scholieren.

Maar liefst 92% van de groep 8-ers weet hoe belangrijk het ontbijt is en een ruime meerderheid weet ook hóe je gezond ontbijt. Meer dan 90% kent de Schijf van Vijf en 70% weet dat je het best een boterham kunt eten als je tussen de hoofdmaaltijden door trek hebt. 763 kinderen die representatief zijn voor de groep 8-ers in Nederland vulden online een enquête in van 20 vragen.

Het Voedingscentrum is blij verrast over deze resultaten. Niet alleen de gezondheidsaspecten blijken bekend, maar bijna ieder kind weet waar yoghurt van wordt gemaakt en driekwart snapt waar de aanduiding ‘biologisch’ op duidt. Kinderen zijn nog wel onzeker over de hoeveelheid groente en fruit die zij dagelijks nodig hebben en de helft kent niet de betekenis van de houdbaarheidsdatum.

Lespakketten
Het Voedingscentrum vermoedt dat de kennis van deze groep leerlingen de laatste 2 tot 4 jaar sterk is verbeterd door het aanbod van extra voedingsonderwijs. Een overgroot deel van de 7000 scholen geeft naast de reguliere lessen vrijwillig extra voedingsles. Zoals de door het Voedingscentrum ondersteunde pakketten als ‘Ik eet het beter’ van Albert Heijn (3.800 scholen), ‘Smaaklessen’ van de Wageningen University (2.600 scholen), ‘Lekker Fit’ van de Nederlandse Hartstichting (1000 scholen), ‘SchoolGruiten’ (1000 scholen), en ‘EU Schoolfruit’ (4.500 scholen).

Van kennis naar gedrag
Mooie resultaten, maar kennis leidt niet automatisch tot vaardigheden en gezond gedrag. Oefenen met gezond gedrag in een gezonde omgeving leert kinderen hun kennis in de praktijk te brengen. Zo kunnen ze op school ervaren dat 4 stukjes appel in je yoghurt niet voldoende is voor de hele dag. En dat de aanbevolen hoeveelheid groente voor kinderen van 11 of 12 jaar (150-200 gram) betekent dat je 3 tot 4 opscheplepels groente moet nemen. Uit de quickscan blijkt dat meer dan de helft van de kinderen denkt dat ze voldoende hebben aan 2 opscheplepels. Een gezonde schoolomgeving waar samen gezond wordt gegeten en gezonde traktaties worden uitgedeeld, geeft het goede voorbeeld.

Over de quickscan
Onderzoeksbureau Qrius heeft voor het onderzoek ‘Kinderen over gezonde voeding’ in opdracht van het Voedingscentrum een representatieve steekproef van 763 kinderen ondervraagd die in groep 8 van de basisschool zitten .
[Voedingscentrum]

22% van de Nederlandse kinderen te dik

27 April 2012

overgewicht kind obesitasEen studie naar overgewicht bij kinderen in zeven Europese landen wijst uit dat de helft van de Griekse kinderen van 10 tot 12 jaar overgewicht heeft. Bij één op de vijf Griekse kinderen is er sprake van extreem overgewicht. Bij Nederlandse kinderen liggen die cijfers lager, al is de situatie ook hier zorgelijk. Ruim een vijfde van de Nederlandse kinderen is te dik. Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS-ONE.

Overgewicht komt veel voor onder schoolkinderen in verschillende landen in Europa. Dat blijkt het een grootschalig onderzoek onder schoolkinderen van 10 tot 12 jaar in België, Griekenland, Hongarije, Nederland, Noorwegen, Slovenië en Spanje. Het werd uitgevoerd in de lente van 2010 onder 3.398 jongens en 3.727 meisjes (minimaal duizend 10- tot 12-jarige kinderen per land).

In de onderzochte zeven landen heeft 30% van de kinderen overgewicht en is er bij 1 op de 10 kinderen sprake van extreem overgewicht. Tweeëntwintig procent van de Nederlandse kinderen lijdt aan overgewicht, 6% heeft extreem overgewicht. In Noorwegen werden de laagste percentages gemeten;  19% van de Noorse kinderen is te dik, 4% heeft extreem overgewicht.

Nederlandse kinderen drinken het meeste frisdrank
‘Het is niet gemakkelijk om de verschillen tussen deze landen te verklaren’, stelt onderzoekscoördinator professor Johannes Brug van VU medisch centrum. Het onderzoek toonde aan dat kinderen in Griekenland het minst sporten, kinderen in Griekenland en Hongarije het meest televisie kijken, kinderen in België het langst slapen, en kinderen in Nederland de grootste hoeveelheden frisdrank drinken (maar liefst 0.6 liter per dag).

Lees verder op de website van het VUmc

 

Een jaar lang schoolfruit op 1.200 scholen, twintig weken gratis

3 April 2012

europees schoolfruit programmaSamen met de klas schoolfruit eten is lekker, gezellig en gezond! Basisscholen kunnen zich vanaf 2 april aanmelden voor een jaar lang schoolfruit. Het programma start in september. De eerste 20 weken zijn de groenten en het fruit gratis, dankzij de nieuwe EU-Schoolfruitregeling en Nederlandse Schoolfruitleveranciers. De EU betaalt 50%, het Nederlandse bedrijfsleven de andere 50% van de beschikbare zes miljoen euro.

Met dit budget kunnen in het schooljaar 2012-2013 circa 1.200 scholen en daarmee 235.000 kinderen deelnemen. De regeling is voor alle basisscholen in Nederland met als doel schoolfruit een structurele plek in het beleid van basisscholen te geven en kinderen meer kennis bij te brengen over groenten en fruit. Het EU-Schoolfruitprogramma wil de basis leggen voor goede voedingsgewoonten in de toekomst. Dit is vooral belangrijk omdat het aantal kinderen met overgewicht steeds verder toeneemt.

Schoolfruitbeleid
De leerlingen krijgen in een periode van 20 weken gratis drie porties groenten en fruit per week. In totaal krijgen ze dus 60 porties. Na de gratis periode committeert de school zich eraan met schoolfruit door te gaan. Minimaal twee keer per week groente en fruit eten moet een vaste plek krijgen in het beleid van de school. Dit kan gebeuren op basis van een abonnement met een leverancier of doordat ouders groenten en fruit meegeven aan de kinderen. Scholen worden vanuit het EU-Schoolfruitprogramma ondersteund bij het vormgeven van een schoolfruitbeleid en krijgen ook lesmateriaal aangereikt. Hiermee worden kinderen bewust gemaakt van het belang van eten van groenten en fruit. Ook kan gebruik worden gemaakt van de digitale tool van het Voedingscentrum voor het maken van een schoolbeleid rond eten en bewegen.

2,4 miljoen porties gratis fruit
Het EU-Schoolfruitprogramma startte in het schooljaar 2009-2010. In totaal deden al 4.500 scholen mee, een bereik van meer dan 60% van alle basisscholen. Circa 880.000 kinderen profiteerden hiervan, samen kregen ze zo’n 2,4 miljoen porties gratis schoolfruit. Uit onderzoek onder scholen die deelnamen aan het EU-Schoolfruitprogramma in 2011 blijkt dat het programma heel goed gewaardeerd wordt. Van de scholen is 85 tot 90% tevreden over de kwaliteit van de geleverde groenten en fruit en de verschillende soorten. Een kwart van de scholen geeft aan zeker door te gaan met het eten van groenten en fruit , daarnaast zegt circa 40% dit serieus te overwegen. Tot dit schooljaar loopt het programma slechts 10 weken op scholen, dit blijkt te kort om schoolfruit structureel in te voeren.

Leveranciers
Voor het schooljaar 2012-2013 zijn er vier schoolfruitleveranciers. Zij sponsoren tevens het programma en zorgen er daarmee voor dat het kan worden uitgevoerd. De leveranciers zijn Schoolfruit.nu in samenwerking met The Greenery, Fruitschool, Kids & Fruit en Fruitmoment.

Aanmelden
Vanaf 2 april kunnen scholen zich aanmelden via www.euschoolfruit.nl. Alle basisscholen komen in aanmerking voor het programma. In het bijzonder geldt de oproep voor scholen die nog niet eerder gebruik maakten van het programma of nog geen schoolfruitbeleid hebben. Voorwaarde is dat de hele school deelneemt aan het programma. Bij inschrijving kiest de school een leverancier waarmee ze willen samenwerken. Scholen kunnen zich inschrijven tot 16 juli 2012. Toewijzing vindt plaats op datum van inschrijving.

Van het EU-Schoolfruitprogramma naar SchoolGruiten
De gratis levering loopt van september 2012 tot februari 2013. Daarna gaan scholen zelf door met het eten van groenten en fruit, minimaal twee keer per week. De school kiest dan voor een (betaald) abonnementensysteem of op basis van het oudermodel, waarbij ouders zelf fruit en groente meegeven.

Na het schooljaar 2012-2013 bepaalt de school of zij het eten van groenten en fruit een structurele plek willen geven in hun schoolbeleid. Het EU-Schoolfruitprogramma werkt daarvoor samen met het SchoolGruitenprogramma, dat van het eten van groenten en fruit op school (‘gruiten’) een vaste gewoonte maakt.

Samenwerkende partijen
Het Productschap Tuinbouw en Steunpunt SchoolGruiten voeren samen met leveranciers het EU-Schoofruitprogramma uit. Het GroentenFruit Bureau, het Voedingscentrum, het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunen het programma.

Het EU-Schoolfruitprogramma werkt samen met de Johan Cruyff Foundation om het belang van gezonde voeding en sporten onder de aandacht te brengen bij kinderen.
[Persbericht Productschap Tuinbouw]

Ouders kijken liever tv met kinderen dan dat zij buiten spelen

2 April 2012

kinderen sportenOuders willen graag dat kinderen buiten spelen (88%), maar als zij tijd met hun kinderen doorbrengen doen ze dat veelal door samen televisie te kijken (40%!). In de praktijk blijkt vervolgens dat ouders de kinderen moeten stimuleren om naar buiten te gaan; die kijken liever tv. Dat blijkt uit het Gezonde Gewoonten Onderzoek* onder ruim 2100 ouders.

Het enthousiasme voor buiten spelen moeten kinderen op jonge leeftijd met behulp van de ouders ontdekken, om dat op latere leeftijd zelfstandig te doen. Omdat dit steeds minder gebeurt, komt er een generatie aan die niet tot nauwelijks nog heeft buiten gespeeld. Dat is een groot gemis in de ontwikkeling van ieder kind. In het kader van haar campagne ‘Doe mee, doe voor, geef door’ komt Milner daarom met een eerste initiatief om ouders een handje te helpen samen buiten te spelen: het nieuwe fenomeen Achtertuinsporten. Bedacht in samenwerking met Woest Zuid – een sportorganisatie in Amsterdam gericht op sport en bewegen na schooltijd – die de bovengeschetste ontwikkeling dagelijks herkent.

Tuintegeltennis, Spinbal en Honckey
Samen met medewerkers van Woest Zuid bedacht Milner een serie nieuwe familiesporten: de Achtertuinsporten. Er zijn tien Achtertuinsporten, zoals ‘Tuintegeltennis’, ‘Honckey’, ‘Papa tegen de rest’ en ‘Spinbal’. De Achtertuinsporten zijn gemaakt voor ouders en kinderen, want samen spelen en bewegen is een leuke en gezonde gewoonte die ouders graag doorgeven aan hun kinderen. Buiten spelen waardeert 88% van de ouders als belangrijk. De plek waar het meeste door de kinderen wordt buiten gespeeld is de achtertuin (59%), gevolgd door het veldje in de buurt (43%) en de voortuin/straat (40%). Helaas is samen buiten spelen een ondergeschoven kindje, zo blijkt uit het onderzoek. Samen kwaliteitstijd doorbrengen met de kinderen doen ouders vooral door samen te eten (68%) of door samen televisie te kijken (40%) en knutselen (25%).

Wie geeft wat door
Op een doordeweekse dag besteden de meeste ouders 30 tot 60 minuten bewust aan hun kinderen; in het weekend is dat ten minste twee uur. Dat is kwaliteitstijd waarin kinderen van hun ouders leren. Normen en waarden zoals eerlijkheid, beleefdheid en doorzettingsvermogen vinden ouders erg belangrijk om door te geven aan hun kinderen. In deze top-5 van belangrijke basisvaardigheden staat het belang van gezond eten op de vierde plek met 36%. Slechte gewoonten van de ouders zelf die ze per se niet willen doorgeven aan de kinderen zijn ongeduldigheid (46%), gevolgd door onvoldoende bewegen (33%), vloeken (23%) en ongezond eten (20%). Vaders en moeders hebben andere prioriteiten als het gaat om welke gewoonten ze door willen geven. Moeders hechten veel belang aan behulpzaamheid en gezond eten, vaders daarentegen vinden sportiviteit belangrijker. Al 40% van de ouders koopt Milner-kaas, gemaakt van halfvolle melk dus van nature minder vet, en daarmee geven ze ook al een gezonde gewoonte door.

Kijk voor meer informatie op www.milner.nl. Daar worden de sporten in beeld en tekst uitgelegd.

* Het Milner Gezonde Gewoonten Onderzoek is een representatief en onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door Direct Research in maart 2012 onder 2136 Nederlandse ouders met thuiswonende kinderen.

Voedingscentrum: schoolkantines moeten de pizzapunt bannen

5 March 2012

pizzaVeel scholen in het voortgezet onderwijs hebben hun kantineaanbod de afgelopen jaren verbeterd met extra fruit, rauwkost, belegde broodjes en meer. Dit blijkt uit een landelijke studie van het RIVM. Toch is er nog veel ruimte voor verbetering want een gezondere schoolomgeving helpt overgewicht bij jeugd te voorkomen. Zo is het stijgende aanbod van pizzapunten een verontrustende ontwikkeling, aldus het Voedingscentrum.

Uit het onderzoek blijkt dat scholen zich de afgelopen jaren hebben ingezet voor een gezonder voedingsaanbod en meer aandacht voor voeding, bewegen en overgewicht binnen de lesstof. Hierdoor is de invloed van ongezond eten, in vergelijking met het schooljaar 2006-2007, wat verminderd. Ook is het aanbod van dranken via kantine en automaten verbeterd door het toegenomen aanbod van (bron)water.

Maar er blijft veel ruimte voor verbetering. Het stijgende aanbod pizzapunten op school is een zorgwekkende ontwikkeling. De bereidheid van scholen om overgewicht meer aan de orde te stellen is bovendien gedaald, van 59% in 2006-2007 naar 39% nu. Daar staat gelukkig tegenover dat geen enkele school in de komende jaren minder aandacht wil gaan schenken aan het onderwerp.

Met De Gezonde Schoolkantine en de Schoolkantinebrigade stimuleert het Voedingscentrum al jaren een gezonder aanbod op scholen door het hele land, passend bij het besluit van de Tweede Kamer dat alle schoolkantines in 2015 gezond moeten zijn.
[Voedingscentrum]

Overgewichtpreventie in het voortgezet onderwijs

4 March 2012

dieet overgewichtEen op de drie scholen in het voortgezet onderwijs besteedt meer aandacht aan overgewicht bij de vakken biologie en verzorging en voor gezonde voeding geldt dat voor 40 procent van de scholen. Tegelijkertijd neemt het aantal scholen dat pizzapunten verkoopt toe. Een positieve ontwikkeling in het voedingsaanbod was meer aanbod van bronwater. Dit blijkt uit een recent rapport in het voortgezet onderwijs van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

In het rapport Overgewichtpreventie in het voortgezet onderwijs in 2010-2011 schrijft het RIVM dat veel scholen in het voortgezet onderwijs de afgelopen vijf jaar actie hebben ondernomen om overgewicht bij leerlingen te voorkomen. Een gezonder voedingsaanbod en meer aandacht binnen de lesstof voor voeding, bewegen en overgewicht stonden daarbij centraal. Hierdoor zijn, in vergelijking met het schooljaar 2006-2007, dikmakende prikkels in de omgeving van de school wat afgenomen. Toch concludeert het RIVM dat er nog heel wat te verbeteren valt.

Voedingsaanbod iets gezonder, nog veel verbetering mogelijk
Het aanbod in de schoolkantine is in de afgelopen 5 jaar enerzijds gezonder geworden, doordat meer scholen fruit (+5 procent), rauwkost (+6 procent) en belegde broodjes zijn gaan aanbieden. Een negatieve ontwikkeling daarentegen is een stijgend aanbod (+9 procent) van pizzapunten. Het aanbod van dranken via kantine en automaten verbeterde door toegenomen aanbod van (bron)water (stijging van 12 procent). Daarentegen bleef het aanbod van light frisdranken gelijk en steeg ook het aanbod van suikerhoudende melkproducten met 15 procent.

Lees verder op de website van het RIVM.

Promotiefilm Gezonde School in het mbo

18 December 2011

Het RIVM heeft een promotiefilm Gezonde School voor mbo-scholen gemaakt. Het is de eerste van drie nieuwe films die het RIVM Centrum Gezond Leven met partners maakt om Gezonde School bij het onderwijs te promoten. Hiermee wil het RIVM Gezonde School beter op de kaart zeten in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. Werken aan gezondheid op scholen loont: gezonde studenten presteren beter en verzuimen minder.

De film over Gezonde School in het mbo duurt ongeveer 4 minuten en laat zien hoe mbo-scholen aan gezondheid kunnen werken. De film is opgenomen op een mbo-school in Zwolle. Waarom heeft de school gekozen voor Gezonde School? Hoe heeft de school dit opgepakt? En wat vinden de studenten er van? De film laat zien dat werken aan gezondheid op school over alle lagen van de school gaat. Van directeur tot conciërge en student, iedereen kan meedoen en de vruchten plukken van de Gezonde School aanpak. Bovendien zijn resultaten blijvend als activiteiten in het beleid worden geïntegreerd.

De film is gemaakt in opdracht van het RIVM Centrum Gezond Leven. Het RIVM hoopt dat de film mbo-scholen enthousiast maakt om ook met de Gezonde School aan de slag te gaan. Op Gezondeschool.nl kunnen mbo-scholen terecht voor de Handleiding Gezonde School. Deze handleiding biedt ondersteuning in de vorm van concrete activiteiten, hulpmiddelen, tips en praktijkvoorbeelden.

De Handleiding Gezonde School voor het mbo is ontwikkeld door het Centrum Gezond Leven van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) in samenwerking met MBO Diensten.
[RIVM]