Vluchtige vetzuren uit voedingsvezels gaan overgewicht en diabetes tegen

Vluchtige vetzuren stimuleren de vetverbranding en kunnen obesitas en diabetes behandelen en voorkomen. Dat blijkt uit het proefschrift van moleculair bioloog Gijs den Besten van het UMCG, die op 23 juni promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. De resultaten van het onderzoek ondersteunen het idee om in de preventie en behandeling van ernstig overgewicht en diabetes, vluchtige vetzuren te gebruiken.

Veranderingen in het eetpatroon en een structureel gebrek aan beweging leiden tot een stijgend aantal mensen met ernstig overgewicht en diabetes. Uit eerder onderzoek bleek dat voedingsvezels een positief effect kunnen hebben op onder meer energie-inname, lichaamsgewicht en insulinegevoeligheid. Onbekend was echter nog wat hieraan ten grondslag ligt. In zijn promotieonderzoek heeft Den Besten zich gebogen over de rol die vluchtige vetzuren hierin hebben.

Meer vetten verbranden
De bacteriën die in de darmen aanwezig zijn, zetten voedingsvezels uit bijvoorbeeld volkorenbrood, groenten en fruit om in vluchtige vetzuren. Den Besten onderzocht de werking van de voedingsvezel guargom en de individuele vluchtige vetzuren in muizen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de positieve werking van de voedingsvezels sterk samenhangt met de opname van vluchtige vetzuren. De gunstige effecten vinden voornamelijk plaats in de lever en het vetweefsel. Vluchtige vetzuren zetten deze weefsels aan om meer vetten te verbranden in plaats van aan te maken. Hierdoor slaat het lichaam minder vetten op.

Behandelen en voorkomen
Vluchtige vetzuren helpen dus overgewicht en diabetes te voorkomen. Ook blijkt uit zijn onderzoek dat vluchtige vetzuren niet alleen preventief werken, maar ook een bestaande situatie van overgewicht en diabetes kunnen verminderen. De resultaten van het onderzoek van Den Besten geven aan dat het zeer interessant is om vluchtige vetzuren toe te voegen aan een dieet ter voorkoming of behandeling van obesitas en diabetes. Hij adviseert dan ook een klinische studie hieraan te wijden.

Curriculum Vitae
Gijs den Besten (Zeist, 1986) studeerde moleculaire biologie en biotechnologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek in het UMCG onder begeleiding van Prof. dr. Dirk Jan Reijngoud, hoogleraar laboratoriumgeneeskunde, en Prof. dr. Barbara Bakker, hoogleraar medische systeembiologie. De titel van zijn proefschrift is: ‘Elucidating the mechanisms of actions of short-chain fatty acids’. Den Besten deed zijn onderzoek bij de afdeling maag-darm-levergeneeskunde van het UMCG. Het Netherlands Consortium for System Biology heeft het onderzoek gefinancierd. Na zijn promotie gaat Den Besten aan het werk als clinical research associate bij GlaxoSmithKline.
[UMCG]

JDRF doneert $300.000 aan onderzoek naar Type 1 Diabetes van Radboud UMC

jdrf diabetesJDRF (Juvenile Diabetes Research Foundation) heeft een bedrag van 299.410 dollar toegekend aan een programma geleid door Prof. dr Martin Gotthardt (Radboud Universitair Medisch Centrum – Radboud UMC) in samenwerking met dr. Maarten Brom (Radboud UMC). Deze grant wordt uitgereikt in het kader van het onderzoek naar bètacel imaging: een manier om de insulineproducerende cellen in de alvleesklier weer te geven. Dit onderzoek kan van grote invloed zijn op de behandeling van Type 1 Diabetes (T1D).

Onderzoek vormt basis voor betere behandeling van mensen T1D
Maarten de Groot, voorzitter van JDRF Nederland, is erg blij met de uitreiking van deze beurs. “Het onderzoek van Prof. Dr. Gotthardt en Dr. Brom richt zich op het aantonen van bètacellen in de alvleesklier. Bètacellen zijn de insulineproducerende cellen in het lichaam. Hoewel er vroeger anders over werd gedacht, is nu bekend dat ook mensen met T1D bètacellen hebben. Dit onderzoek kan een groot verschil maken op het gebied van de behandeling van T1D, maar heeft ook implicaties voor preventie en regeneratie.”

Prof. Dr. Gotthardt: “dit onderzoek zou in de toekomst de mogelijkheid kunnen bieden om behandelmethoden beter af te stemmen op de patiënt en het aantal werkende bètacellen in de alvleesklier. Met imaging-technieken kan de aanwezigheid van deze belangrijke cellen steeds beter worden aangetoond. We doen dit door middel van een bepaald eiwit (Exendin-3) dat een signaal afgeeft. Dit signaal kan van buitenaf gemeten worden met behulp van een speciale camera. De sterkte van het signaal geeft aan hoeveel bètacellen er nog aanwezig zijn.”

JDRF heeft een strategisch T1D-onderzoeksplan wat erop gericht is om een continue stroom van nieuwe therapieën te leveren. Het onderzoek van Prof. Dr. Gotthardt en dr. Brom wordt gefinancierd als onderdeel van het regeneratieprogramma van JDRF, wat tot doel heeft om ervoor te zorgen dat de bètacellen van mensen met T1D weer gaan werken, en de auto-immuun aanval wordt tegengegaan: kortweg een biologische genezing voor T1D. “Op dit moment zijn er geen middelen beschikbaar om vast te stellen in hoeverre iemand met T1D nog (werkende) bètacellen heeft. Het onderzoek van professor Gotthardt en dr. Brom kan gebruikt worden in een relatief simpele en non-invasieve procedure, en kan daarmee het onderzoek op het gebied van regeneratie versnellen”, aldus Albert HwA, senior wetenschapper van JDRF International.

T1D
In Nederland hebben circa 150.000 mensen T1D, waaronder 15.000 kinderen en jongvolwassenen. T1D is een auto-immuunziekte met levenslang ingrijpende gevolgen. Bij T1D maakt het lichaam geen insuline aan waardoor de bloedglucosespiegel niet meer wordt geregeld. Hierdoor ontstaat het risico op ernstige complicaties zoals hart-, oog en nieraandoeningen, zenuwbeschadigingen en beroertes. Mensen met T1D moeten constant, nauwlettend hun bloedglucosespiegel in de gaten houden en dagelijks meerdere malen insuline-injecties toedienen, of moeten 24/7 een insulinepomp aan het lichaam dragen.

Over JDRF
JDRF is wereldwijd de leidende organisatie als het gaat om wetenschappelijk onderzoek naar het genezen, voorkomen en behandelen van Type 1 Diabetes (T1D). T1D is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam cellen vernielt die insuline aanmaken. Sinds de oprichting in 1970 heeft JDRF ruim 2,0 miljard dollar aan T1D-onderzoek gefinancierd in 27 landen, waarvan meer dan 20 miljoen euro in Nederland. Hiermee heeft JDRF bijgedragen aan nagenoeg alle wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van deze ziekte. Vanaf eind 2010 heeft Nederland een eigen JDRF-vestiging. Met de resultaten van vandaag draagt JDRF bij aan de hoop voor morgen. Een wereld zonder T1D. Voor meer informatie: www.jdrf.nl

Diabetespatiënten met nierschade: met iets minder zout al veel gezondheidswinst!

zoutOok een kleine beperking van de hoeveelheid zout die diabetespatiënten met nierschade binnenkrijgen, heeft voor hen al duidelijk gunstige gezondheidseffecten. Doordat zij meer dan gemiddeld veel zout gebruiken en omdat er snel gezondheidwinst is te behalen, dient de zoutinname van nierpatiënten met diabetes extra aandacht te krijgen. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van nefrologen van UMCG, Ziekenhuisgroep Twente en Medisch Centrum Leeuwarden. Zij publiceren vandaag over hun resultaten in Lancet Diabetes Endocrinology.

Diabetes is en belangrijke oorzaak van nierschade. Zowel dieet als medicijnen zijn nodig voor een goede behandeling. Uit eerder onderzoek bij nierpatiënten met andere oorzaken van de nierschade is al bekend dat nier-beschermende medicijnen niet werkzaam zijn als de patiënt teveel zout gebruikt. Bij diabetespatiënten met nierschade is er weliswaar veel aandacht voor hun dieet, maar over de rol van zoutgebruik was tot dusverre weinig bekend.

In de DINAMO-studie werd in een grote groep diabetespatiënten in de urine gemeten hoeveel zout ze daadwerkelijk binnenkregen: dit bleek gemiddeld ruim 12 gram/dag. Dit is ruim boven de gemiddelde zoutinname in Nederland (7,5-8,5 g/d) en boven de hoeveelheid van 6 gram per dag die wordt aanbevolen door de Gezondheidsraad. Een groep van 45 patiënten volgde aansluitend gedurende 6 weken een zoutbeperkt dieet: hierdoor nam hun zoutinname af tot 8.7 g/d. Het resultaat voor deze groep van 45 was dat hierdoor niet alleen hun bloeddruk daalde, maar ook dat het eiwitverlies in de urine met ruim 40% afnam. Plastabletten, die een zout-afdrijvend effect hebben, hadden een soortgelijk effect; dit effect werd echter nog versterkt door gelijktijdige zoutbeperking.

Volgens onderzoeksleider Gerjan Navis van het UMCG laten deze resultaten zien dat zoutinname juist bij nierpatiënten met diabetes extra aandacht verdient. Ten eerste omdat is gebleken dat deze groep bovengemiddeld veel zout gebruikt. Volgens Navis is dit mogelijk te verklaren doordat alle aandacht bij hen vooral op andere elementen van de voeding is gericht. Verder blijkt zelfs een kleine vermindering van het zoutgebruik bij deze groep al tot duidelijke gezondheidseffecten te leiden.
[UMCG]

Wandel Type 1 Diabetes de wereld uit!

jdrf-diabetesOp zaterdag 14 juni 2014 organiseert Stichting JDRF Nederland voor het derde jaar op rij de JDRF Walk. Net als vorig jaar vindt het evenement plaats op Stadslandgoed De Kemphaan in Almere. Op de JDRF Walk lopen teams van patiënten, families, vrienden, zorgverleners, sponsors én wetenschappers gezamenlijk een route op het prachtige landgoed. Het doel: Type 1 Diabetes de wereld uit helpen. Daarnaast is er veel info- en entertainment.

Iedereen die wil bijdragen aan een wereld zonder Type 1 Diabetes kan eenvoudig meedoen met de JDRF Walk door een Walkteam te starten en zich te laten sponsoren via www.jdrfwalk.nl. Naast de wandeling is er de mogelijkheid om wetenschappers vragen te stellen over de laatste ontwikkelingen in onderzoek naar Type 1 Diabetes. Ook presenteren fabrikanten de nieuwste Type 1 Diabetes producten en zijn er verschillende Type 1 Diabetes organisaties aanwezig, zoals behandelcentra, patiëntenverenigingen en jongerenorganisaties. Bovenal wordt het een leuke en gezellige middag, met fantastische live muziek, sport- en spelactiviteiten voor jong én oud en lekker eten en drinken.

JDRF
JDRF is ’s werelds grootste fondsenwervende organisatie gericht op Type 1 Diabetes. Sinds de oprichting in 1970 heeft JDRF wereldwijd al 1,9 miljard dollar aan onderzoek gefinancierd en is hiermee betrokken geweest bij alle grote ontwikkelingen op het gebied van Type 1 Diabetes. JDRF zal echter niet stoppen totdat het doel is bereikt: een wereld zonder Type 1 Diabetes. Sinds 2010 heeft Nederland een eigen JDRF-vestiging.

JDRF Walk
JDRF organiseert de Walk wereldwijd: in 2013 liepen er op 4 continenten, in 8 landen zo’n 900.000 mensen mee. Tot op heden is er meer dan een miljard dollar opgehaald. Hiermee is de JDRF Walk een belangrijke drijver van wetenschappelijk onderzoek. In 2013 heeft de JDRF Walk in Nederland bijna honderdduizend euro opgebracht.

Meer informatie of inschrijven? www.jdrf.nlwww.jdrfwalk.nl

Geen causaal verband tussen leverontsteking en insulineresistentie

overgewicht buikvetLeverontsteking bij overgewicht leidt niet per se tot de ontwikkeling van insulineresistentie. Tot die conclusie komt Anouk Funke in haar promotieonderzoek. Zij ging na wat de rol van leverontsteking is bij het ontstaan van leververvetting en insulineresistentie.

Funke stelt voorop dat er al langer getwijfeld wordt aan de causaliteit tussen leverontsteking en insulineresistentie, vaak een voorbode van type 2 diabetes. De promovenda gebruikte voor haar onderzoek drie verschillende soorten muismodellen.

Een van de muismodellen werd blootgesteld aan een hoog vet, hoog cholesterol dieet voor de ontwikkeling van leverontsteking. In een kortetermijnstudie ontwikkelen deze slanke muizen geen insulineresistentie, ondanks het ontstaan van leverontsteking. In de langetermijnstudie is de leverontsteking niet verergerd, maar de dikke muizen ontwikkelen wel insulineresistentie en dit suggereert dat leverontsteking niet betrokken is bij het ontstaan van insulineresistentie. Omgekeerd bleek dat verminderde leverontsteking bij 2 andere muis modellen geen bescherming biedt tegen door overgewicht veroorzaakte insulineresistentie.

Al deze resultaten onderbouwen de stelling dat de rol van ontsteking in de ontwikkeling van insulineresistentie nog niet goed begrepen is. Funke pleit voor meer, gerichter onderzoek.

Promotie Anouk Funke
The role of hepatic inflammation in the development of hepatic steatosis and insulin resistance
06 november 2013
Promotor: prof.dr. M. Hofker
[UMCG]

Diaboss begeleidt nu ook 18- tot 25-jarigen

kinderdiabetesSinds dinsdag 1 oktober begeleidt Diaboss, het behandelcentrum voor patiënten met diabetes in Amsterdam, niet alleen kinderen maar ook jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar. De huidige adolescentenspreekuren in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) vinden vanaf dat moment plaats bij Diaboss, gevestigd op het terrein van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis.

Intensieve begeleiding
De overstap van kinderarts naar internist blijkt vaak te groot voor deze doelgroep omdat er veel meer verantwoordelijkheid bij de patiënt zelf komt te liggen. Vanuit Diaboss kunnen de internisten de nodige intensieve begeleiding beter bieden. In dit behandelcentrum werken internisten dr. B.J. Potter van Loon, dr. C.B. Brouwer, dr. E.H. van de Poest Clement en dr. P.S. van Dam samen met diabetesverpleegkundigen, diëtisten, psychologen en een maatschappelijk werker. Het team is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor spoedvragen of problemen.

Meer weten?
Diaboss is een samenwerkingsverband tussen het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, het OLVG en het BovenIJ Ziekenhuis. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diaboss door te bellen naar telefoonnummer (020) 510 80 90 of via de website www.diaboss.nl

Verstoorde balans tussen cellen in bloed diabetespatiënten

diabetes insulinePatiënten met diabetes type 2 kampen met een tekort aan schadeherstellende cellen in het bloed, en een licht verhoogd aantal schadeveroorzakende cellen. Dat concludeert Joris van Ark in zijn promotieonderzoek. Dat verklaart volgens hem mogelijk waarom hart- en vaatziekten bij deze patiënten meer voorkomen. Therapie zou zich daarom kunnen richten op het herstellen van deze verstoorde balans.

In het ontstaan van hart- en vaatziekten spelen ziekten van de grote bloedvaten (macrovasculaire ziekten, MVD), een belangrijke rol. Van Ark onderzocht de mechanismen achter de ontwikkeling van MVD, een aandoening die bij mensen met type 2 diabetes twee- tot viermaal zo vaak voorkomt als bij mensen zonder diabetes. Hij bestudeerde daarvoor de rol van in het bloed circulerende vasculaire voorlopercellen.

Sommige voorlopercellen (endotheel voorlopercellen en angiogene cellen) remmen de ontwikkeling van MVD af, terwijl andere (gladde spiercel-voorlopercellen) deze juist stimuleren. Van Ark ontdekte dat het eerste soort voorlopercellen bij diabetespatiënten verlaagd bleek en het tweede licht verhoogd. Daardoor is de balans tussen beschermende en beschadigende voorlopercellen verstoord. De voorlopercellen zijn volgens de promovendus daardoor een mogelijk therapeutisch doelwit om de progressie van ziekten van de grote bloedvaten af te remmen.

Promotie Joris van Ark
Role of circulating vascular progenitor cells in the development of macrovascular disease in diabetes
02 oktober 2013
Promotors: prof.dr. J.L. Hillebrands en prof.dr. B.H.R. Wolffenbuttel
[UMCG]

Kwaliteitsindicatoren resulteren niet in betere zorg voor alle diabetespatiënten

diabetes insulineEen rigide gebruik van kwaliteitsindicatoren voor diabeteszorg leidt niet automatisch tot betere zorg voor alle diabetespatiënten. Dat geldt bijvoorbeeld voor indicatoren die de kwaliteit van een bloeddrukverlagende behandeling beogen te meten. Dat is één van de conclusies van het promotieonderzoek van Grigory Sidorenkov naar de relatie tussen kwaliteitsindicatoren en patiëntuitkomsten bij de behandeling van diabetes.

De kwaliteit van gezondheidszorg wordt steeds vaker gemeten met kwaliteitsindicatoren. Het is daarvoor van groot belang dat de kwaliteitsindicatoren overeenkomen met betere uitkomsten onder patiënten. Slecht gedefinieerde kwaliteitsindicatoren of indicatoren met een verkeerde aanname resulteren niet in betere uitkomsten, aldus Sidorenkov.

De promovendus identificeert vervolgens een aantal behandelingsindicatoren die gerelateerd zijn aan betere uitkomsten. Zo blijken onder andere indicatoren die het voorschrijven van een cholesterolverlagende behandeling meten bij patiënten met diabetes, gerelateerd te zijn aan een lager risico op complicaties op lange termijn. Indicatoren die het voorschrijven van een glucoseverlagende behandeling meten, voorspellen maar bij een deel van de patiënten minder complicaties. De relatie tussen de indicatoren voor de behandeling van hoge bloeddruk en patiëntuitkomsten bleek onvoldoende. Sidorenkov pleit er op basis van deze resultaten voor om voorzichtig te zijn bij het gebruik van kwaliteitsindicatoren, omdat ze kunnen leiden tot zorg die niet voor alle patiënten goed is.

Promotie G. Sidorenkov
Predictive value of treatment quality indicators on outcomes in patients with diabetes
18 september 2013
Promotors: prof.dr.F.M. Haaijer-Ruskamp en prof.dr. D. de Zeeuw
[UMCG]