Betere kwaliteit van diabeteszorg met scholing voor zorgplan

zorgverlenerEen project om met het individueel zorgplan zelfmanagement onder diabetespatiënten te versterken, verbetert de kwaliteit van zorg. Maar na krap een jaar zijn er nog geen aanwijzingen te vinden voor een verbeterde kwaliteit van leven of meer zelfmanagement.

In de zorg voor chronisch zieken ligt momenteel de nadruk op ‘zelfmanagement’, wat zij zelf kunnen en zelf doen. In de praktijk komt zelfmanagement echter nog maar moeizaam van de grond. Zorgverleners moeten patiënten daarbij ondersteunen en een individueel zorgplan (IZP) kan daarbij helpen.

Lees verder op de website van het NIVEL.

Aantal patiënten met kanker én diabetes neemt sterk toe

diabetes insulineHet aantal mensen met kanker én diabetes type 2 is in Nederland sterk toegenomen. Inmiddels heeft bijna één op de vijf kankerpatiënten op het moment van kankerdiagnose ook al diabetes. Dit gegeven was aanleiding voor een proefschrift naar de relatie tussen kanker en diabetes, waarop Marjolein Zanders (IKNL) vrijdag 6 februari 2015 promoveert aan Tilburg University. Diabetespatiënten lijken ook vaker te overlijden na de diagnose kanker dan kankerpatiënten zonder diabetes. Zanders onderzocht de verschillen in behandeling en medicijngebruik om hierin meer inzicht te krijgen.

Het aantal mensen dat kanker overleeft, is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In 2009 waren er in Nederland meer dan 400.000 mensen die ooit de diagnose kanker hebben gehad. In 2020 zal dit aantal zijn opgelopen tot meer dan 700.000. Dit komt vooral doordat het aantal ouderen in de Nederlandse bevolking toeneemt en mensen op hogere leeftijd kanker krijgen.

Naast de toename van het totale aantal neemt ook het aantal patiënten toe met diabetes op het moment van een diagnose kanker. In de afgelopen 15 jaar is het aantal kankerpatiënten met diabetes in Nederland zelfs meer dan verdubbeld. Patiënten met diabetes én kanker lijken daarnaast vaker te overlijden dan kankerpatiënten zonder diabetes.

Daarom is het volgens arts-onderzoeker Marjolein Zanders van groot belang om beter inzicht te krijgen welke factoren bijdragen aan de hogere kans op overlijden van kankerpatiënten mét diabetes ten opzichte van kankerpatiënten zonder diabetes.

Minder chemotherapie en minder therapietrouw
Uit de studies die de promovenda verrichtte, blijkt dat patiënten met de combinatie dikkedarmkanker én diabetes nog steeds minder vaak chemotherapie krijgen in vergelijking met kankerpatiënten zónder diabetes. Dit ondanks de constatering dat de toediening van chemotherapie en radiotherapie tussen 1995 en 2010 onder beide patiëntengroepen sterk is toegenomen. Diabetespatiënten krijgen mogelijk na een kankerbehandeling vaker complicaties hiervan, dus het kan een adequate keuze zijn deze patiënten niet te behandelen.
Opmerkelijk is dat het trouw zijn aan het gebruik van glucoseverlagende middelen onder mensen met diabetes lijkt te verslechteren na het stellen van de kankerdiagnose. De grootste daling in het trouw zijn aan het gebruik van glucoseverlagende middelen werd waargenomen bij patiënten met een diagnose maagdarmkanker, longkanker of uitgezaaide kanker. De oorzaak van deze afnemende therapietrouw is nog niet opgehelderd en moet nog nader onderzocht worden. Marjolein Zanders: “Het kan betekenen dat deze patiënten het gevecht tegen de ziekte ‘kanker’ belangrijker vinden, dan het adequaat slikken van glucoseverlagende middelen.”

Cholesterolverlagers lijken overleving te verbeteren
Meer dan de helft van de patiënten met diabetes én kanker gebruikt cholesterolverlagers. Uit het onderzoek van Marjolein Zanders blijkt dat het gebruik van cholesterolverlagers de kans om dikkedarmkanker te overleven lijkt te verbeteren bij diabetespatiënten. Deze uitkomst ziet er veelbelovend uit en zou volgens haar prioriteit moeten krijgen op de onderzoeksagenda. De promovenda is inmiddels zelf gestart met een vervolgstudie, waarin zij nagaat of cholesterolverlagers ook de kans op terugkeer van kanker bij patiënten met dikkedarmkanker gunstig beïnvloedt.

Kankerregistratie, ziekenhuizen en PHARMO
Voor de studies in het proefschrift is gebruik gemaakt van gegevens van patiënten in Zuidoost-Nederland afkomstig van de Nederlandse Kankerregistratie van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) in combinatie met gegevens over geneesmiddelengebruik uit de databanken van het PHARMO Instituut. De studie was mogelijk dankzij de medewerking van specialisten in tien ziekenhuizen in Brabant en Noord-Limburg.
[Integraal Kankercentrum Nederland]

Gezondheid diabetespatiënten op de tweede plaats

diabetesGoede diabeteshulpmiddelen zijn voor een groot deel van de bijna 1 miljoen mensen met diabetes in Nederland van levensbelang om de juiste bloedsuikerwaarde te meten. Diabetesvereniging Nederland signaleert dat zorgverzekeraars, apothekers en hulpmiddelenleveranciers in toenemende mate de keuze voor een bloedglucosemeter bepalen, in plaats van de zorgverlener samen met de patiënt. Dat melden niet alleen patiënten en artsen, maar ook klokkenluiders uit de apothekerswereld. Kosten en marges zijn dan leidend, en niet wat het beste bij de patiënt past. Zorgwekkend, vindt de Diabetesvereniging: het zet de gezondheid van patiënten op de tweede plaats.

Maatwerk
Daar komt bij dat de nadruk op kosten en marges de deur wijd openzet voor prijsvechters uit de industrie. Opmerkelijk genoeg is er geen onafhankelijke kwaliteitscontrole voor bloedglucosemeters. Het gevaar bestaat dat er meters op de markt komen die onvoldoende betrouwbaar zijn, met gezondheidsrisico’s voor de patiënt als gevolg. Diabetesvereniging Nederland vindt dit onaanvaardbaar. Directeur Olof King: “Waar het rekenen begint, houdt het denken op. Patiënten moeten die hulpmiddelen kunnen gebruiken die ze nodig hebben. Dat is maatwerk. De keuze voor een bloedglucosemeter hoort daarom in de spreekkamer thuis. En de kwaliteit van glucosemeters en teststrips is van levensbelang, daar moet je vanzelfsprekend op kunnen vertrouwen.”

In actie
Diabetesvereniging Nederland komt in actie, gesteund door diabeteszorgverleners. Met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft de Diabetesvereniging intensief contact over strengere toelatingseisen voordat een glucosemeter op de markt komt. Ook gaat zij met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) in gesprek. “Samen met zorgverleners organiseren we op korte termijn een bijeenkomst, waarvoor we zorgverzekeraars, apotheken, hulpmiddelenleveranciers en fabrikanten uitnodigen”, licht directeur King toe. “Met al deze partijen willen we ervoor zorgen dat de patiënt de beschikking heeft over goede hulpmiddelen die passen bij zijn situatie.”

Meer over diabeteshulpmiddelen
In het artikel Ken uw rechten leggen we uit hoe het zit met de vergoeding van bloedglucosemeters en teststrips.
[Diabetesvereniging Nederland]

Inwendig geplaatste insulinepomp blijkt in praktijk goed te werken

Wereldwijd hebben slechts zo’n 300 mensen met diabetes type 1 er een, zo’n 70 van hen worden behandeld in het grootste Nederlandse diabetesbehandelcentrum in Zwolle. Een onderhuids geplaatste insulinepomp. Zo’n pomp is een laatste redmiddel voor deze groep diabetici (zo’n 10% van alle mensen met suikerziekte) bij wie andere behandelingsmethoden, zoals insuline ‘prikken’ of een uitwendig pompje, niet werken.

Peter van Dijk voerde zijn promotieonderzoek uit naar de unieke pomp. Hij deed dat in het Isala Diabetescentrum, wereldwijd het grootste centrum op het gebied van behandeling met de inwendige insulinepomp en in het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Diabetes type 1 en type 2 worden vaak door elkaar gehaald. Bij de eerste vorm maakt het lichaam door een fout helemaal geen insuline meer aan, de tweede vorm kan veroorzaakt worden door een verkeerd dieet en te weinig beweging. Zonder behandeling is diabetes type 1 dodelijk. Patiënten moeten voortdurend hun bloedsuikerspiegels controleren. Bij een kleine groep lukt het niet om met insulinetoediening van buitenaf een acceptabele glucoseregulatie te bereiken. Dat heeft ernstige gevolgen, waarvan regelmatige ziekenhuisopname er slechts een is. Voor deze groep is een inwendig geplaatste pomp, die insuline in de buikholte afgeeft, een laatste redmiddel.

Lees verder op de website van Isala.

Veelbelovend nieuw medicijn tegen diabetes type 2

diabetes insulineHet lichaamseigen hormoon FGF1 is veelbelovend als nieuw medicijn tegen diabetes type 2. Het hormoon heeft een vergelijkbare werking als insuline, maar met twee duidelijke voordelen ten opzichte hiervan: het werkt langduriger en geeft geen risico op een te lage bloedsuikerspiegel. Dit blijkt uit onderzoek van moleculair bioloog Hans Jonker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij publiceert hier over in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Patiënten met diabetes type 2 maken te weinig van het hormoon insuline aan, dat zorgt voor de opname van glucose uit het bloed door de cellen en voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Diabetespatiënten spuiten daarom meerdere keren per dag, na elke maaltijd, insuline in. Deze dosis moet nauwkeurig worden bepaald, want een te hoge dosis insuline kan een te lage bloedsuikerspiegel veroorzaken waardoor een patiënt het bewustzijn kan verliezen.

Langer werkzaam dan insuline
Jonker onderzocht het effect van het lichaamseigen hormoon FGF1 op de bloedsuikerspiegel van muizen met diabetes type 2. Dat bleek vergelijkbaar met de werking van insuline, en was bovendien langduriger. Na toedienen van FGF1 bleef de bloedsuikerspiegel drie dagen op een normaal niveau, terwijl het effect van insuline na enkele minuten is verdwenen. Ook bleek dat bij FGF1 de bloedsuikerspiegel nooit lager werd dan de normaalwaarde, ongeacht de hoeveelheid FGF1 die werd toegediend. Hierdoor is er dus geen kans op een te lage bloedsuikerspiegel met alle negatieve gevolgen van dien. Dit maakt FGF1 veelbelovend als nieuw medicijn bij diabetes type 2. Jonker verwacht dat hij over twee jaar met een klinisch onderzoek kan starten.

Samenwerking met Salk Institute
Jonker deed zijn onderzoek in samenwerking met het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Hier werkte Jonker tot 2010 op het laboratorium van topbioloog Ronald M. Evans, die onlangs een eredoctoraat kreeg van de faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. In dit onderzoek ontdekte Jonker de functie van FGF1 en toonde hij verband aan tussen FGF1 en het ontstaan van diabetes. Zijn huidige bevindingen zijn een rechtstreeks gevolg van deze eerdere resultaten.

CV
Prof. Hans Jonker studeerde moleculaire biologie aan de Universiteit Utrecht. In 2003 promoveerde hij cum laude aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Van 2005 tot 2010 was hij postdoc in het laboratorium van Ronald M. Evans in het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Jonker is sinds 2010 in dienst van het UMCG, waar hij zijn eigen onderzoeksgroep leidt.
[UMCG]

Nieuwe techniek maakt oogschade bij diabetes zichtbaar

oogAmerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee je de eerste tekenen van oogschade bij diabetes kunt ontdekken. Dankzij deze techniek kunnen we mogelijk in de toekomst ernstigere oogschade of slechtziendheid bij diabetes voorkomen.

Sommige mensen met diabetes krijgen op termijn last van oogproblemen (retinopathie). Hierbij raken de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies achter het oog beschadigd. Dit veroorzaakt littekenweefsel op het netvlies, waardoor je wazig gaat zien. Op den duur kan dit leiden tot slechtziendheid of zelfs blindheid.

Na 20 jaar heeft ongeveer 90% van de mensen met diabetes last van slechtziendheid. In deze studie hebben onderzoekers de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies bestudeerd. Als schade aan de bloedvaten in het oog in een vroeg stadium wordt opgespoord, kun je slechtziendheid misschien beperken of zelfs voorkomen.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

Onderzoekers UMCG krijgen subsidie Diabetesfonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

diabetesOnderzoekers van het UMCG ontvangen een subsidie van 275.000 euro van het Diabetesfonds. Met dit geld gaat Jana van Vliet-Ostaptchouk van de afdeling Endocrinologie onderzoek doen naar verstoringen van het endocriene systeem in het lichaam, die worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen. Haar onderzoek richt zich vooral op het zichtbaar maken van de onderliggende mechanismen van het ontstaan van diabetes.

De huidige epidemie van type2-diabetes (T2D) vormt een belangrijk risico voor de moderne samenleving. Recente gegevens wijzen erop dat blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen, zogeheten endocriene disruptors (EDC), een belangrijke rol kan spelen in de wereldwijde toename van diabetes. Onderzoek laat zien dat EDC het endocriene systeem in het lichaam op diverse manieren verstoren.

Van Vliet-Ostaptchouk wil in haar onderzoek de relatie tussen EDC, verstoring van de
glucosestofwisseling en verhoogd risico op type2-diabetes nagaan. Tevens wil zij nagaan of dit risico verandert door genetische aanleg en leefstijl. Zij vergelijkt de bloostellingen aan EDC’s en de interactie met erfelijke factoren en voedingsgewoonten en hoeveelheid lichaamsbeweging, tussen gezonde mensen, mensen met overgewicht en een groep van 1500 patiënten met type2-diabetes.

Voor haar onderzoek maakt Van Vliet gebruik van de gegevens van de LifeLines-biobank. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Dr. A.M. Andersson van het Center of Endocrine Disruptors, Copenhagen University Hospital. Mede-aanvrager voor de subsidie is Prof. B. Wolffenbuttel van het UMCG. De studie gaat in totaal 4 jaar duren.
[UMCG]

Vluchtige vetzuren uit voedingsvezels gaan overgewicht en diabetes tegen

Vluchtige vetzuren stimuleren de vetverbranding en kunnen obesitas en diabetes behandelen en voorkomen. Dat blijkt uit het proefschrift van moleculair bioloog Gijs den Besten van het UMCG, die op 23 juni promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. De resultaten van het onderzoek ondersteunen het idee om in de preventie en behandeling van ernstig overgewicht en diabetes, vluchtige vetzuren te gebruiken.

Veranderingen in het eetpatroon en een structureel gebrek aan beweging leiden tot een stijgend aantal mensen met ernstig overgewicht en diabetes. Uit eerder onderzoek bleek dat voedingsvezels een positief effect kunnen hebben op onder meer energie-inname, lichaamsgewicht en insulinegevoeligheid. Onbekend was echter nog wat hieraan ten grondslag ligt. In zijn promotieonderzoek heeft Den Besten zich gebogen over de rol die vluchtige vetzuren hierin hebben.

Meer vetten verbranden
De bacteriën die in de darmen aanwezig zijn, zetten voedingsvezels uit bijvoorbeeld volkorenbrood, groenten en fruit om in vluchtige vetzuren. Den Besten onderzocht de werking van de voedingsvezel guargom en de individuele vluchtige vetzuren in muizen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de positieve werking van de voedingsvezels sterk samenhangt met de opname van vluchtige vetzuren. De gunstige effecten vinden voornamelijk plaats in de lever en het vetweefsel. Vluchtige vetzuren zetten deze weefsels aan om meer vetten te verbranden in plaats van aan te maken. Hierdoor slaat het lichaam minder vetten op.

Behandelen en voorkomen
Vluchtige vetzuren helpen dus overgewicht en diabetes te voorkomen. Ook blijkt uit zijn onderzoek dat vluchtige vetzuren niet alleen preventief werken, maar ook een bestaande situatie van overgewicht en diabetes kunnen verminderen. De resultaten van het onderzoek van Den Besten geven aan dat het zeer interessant is om vluchtige vetzuren toe te voegen aan een dieet ter voorkoming of behandeling van obesitas en diabetes. Hij adviseert dan ook een klinische studie hieraan te wijden.

Curriculum Vitae
Gijs den Besten (Zeist, 1986) studeerde moleculaire biologie en biotechnologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek in het UMCG onder begeleiding van Prof. dr. Dirk Jan Reijngoud, hoogleraar laboratoriumgeneeskunde, en Prof. dr. Barbara Bakker, hoogleraar medische systeembiologie. De titel van zijn proefschrift is: ‘Elucidating the mechanisms of actions of short-chain fatty acids’. Den Besten deed zijn onderzoek bij de afdeling maag-darm-levergeneeskunde van het UMCG. Het Netherlands Consortium for System Biology heeft het onderzoek gefinancierd. Na zijn promotie gaat Den Besten aan het werk als clinical research associate bij GlaxoSmithKline.
[UMCG]