Jeroen Bosch Ziekenhuis geeft voorlichting over dikkedarmkanker

DarmenOp maandag 5 maart organiseert het Jeroen Bosch Ziekenhuis een voorlichtingsavond over dikkedarmkanker. Aansluitend vindt een informatiemarkt plaats. De avond is bedoeld voor iedereen die meer over dikkedarmkanker wil weten: patiënten, naasten, of bijvoorbeeld mensen met dikkedarmkanker in de familie. Belangstellenden dienen zich voor 27 februari aan te melden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor twitteraars is er op dinsdag 6 maart een speciaal twitterspreekuur.

Voor meer informatie over de voorlichtingsavond, de lezingen en aanmelden, kijk op de website van het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Fancm-gen onderdrukt darmkanker

DarmenUit onderzoek van Sietske Bakker naar de ziekte Fanconi anemia (FA) blijkt dat het gen Fancm darmkanker onderdrukt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of mensen met (darm)kanker dit gen missen en of deze patiënten wellicht goed behandeld kunnen worden met speciale chemotherapie die dit defect exploiteren. Bakker promoveert op 21 december bij VU medisch centrum. Tumorcellen bevatten in vergelijking tot normale gezonde cellen een grote hoeveelheid veranderingen (mutaties) in hun DNA, de genetische code van een cel. Tumorcellen hebben dus een grote hoeveelheid ‘genetische instabiliteit’. In gezonde cellen wordt genetische instabiliteit voorkomen door eiwitten die fouten in het DNA herkennen en herstellen. Een treurige illustratie van het belang van deze DNA reparatie-eiwitten (om genetische instabiliteit tegen te gaan en daarmee kanker te voorkomen) is de ziekte Fanconi anemia (FA). Kinderen die lijden aan deze zeldzame ziekte hebben een sterk verhoogd risico op bloedarmoede en kanker doordat ze schade aan hun DNA niet kunnen herstellen. Bakker heeft onderzoek gedaan naar de ziekte FA in muismodellen. De muizen hebben net als FA-patiënten een defect in een zogenaamd FA-gen en zijn ook niet in staat om specifieke schade aan hun DNA te repareren. In tegenstelling tot patiënten krijgen deze muizen geen bloedarmoede en nauwelijks kanker. Dit verandert als wordt gekeken naar darmkanker. Dan blijkt dat één van deze reparatiegenen (Fancf) geen invloed heeft op darmkanker maar dat een ander gen (Fancm) darmkanker juist onderdrukt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of ook mensen met (darm)kanker dit gen missen en of deze patiënten wellicht goed behandeld kunnen worden met speciale chemotherapie die dit defect exploiteren. Promotie S.T. Bakker FANCM, the mouse that roared 21 december 2011 Promotor: prof.dr. H.P.J. te Riele Copromotor: dr. J.P. de Winter [VU Medisch Centrum]

Concentratie eiwit voorspelt terugkeer darmkanker

DarmenDe prognose van patiënten met darmkanker blijkt slechter als de tumor een hoge hoeveelheid of juist een lage hoeveelheid van bepaalde eiwitten heeft. Soms is er sprake van tweemaal grotere kans op terugkeer van de ziekte. Dit concludeert gastro-intestinaal chirurg Eric Belt. Hij promoveert 9 december bij VU medisch centrum.

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 12.000 mensen de diagnose darmkanker en 5.000 mensen sterven aan de gevolgen van de ziekte. Bij een deel van de patiënten komt de ziekte na operatieve verwijdering van de tumor terug. Dan is de ziekte meestal niet goed meer te behandelen.
Eric Belt onderzocht welke patiënten een hoog risico op terugkeer van ziekte hebben die mogelijk baat hebben bij aanvullende chemotherapie na de operatie om terugkeer van ziekte te voorkomen. Hij keek naar de moleculaire eigenschappen van darmtumoren om hoogrisicofactoren voor terugkeer van ziekte te identificeren. Het onderzoek laat zien dat een hoge of juist lage hoeveelheid van bepaalde eiwitten in darmtumoren een voorspellende waarde heeft voor terugkeer van ziekte, tot wel tweemaal verhoogde kans.

Deze prognostische markers kunnen mogelijk helpen om darmkankerpatiënten te identificeren die een hoog risico hebben op terugkeer van ziekte na de primaire operatie. Tevens kunnen dit soort markers in de toekomst mogelijk gebruikt worden om te voorspellen welke darmtumoren goed reageren op aanvullende chemotherapie en helpen bij de selectie van chemotherapie en andere systemische therapieën. Uiteindelijk zal het gebruik van prognostische en predictieve biomarkers leiden tot een veel meer individugerichte behandeling van patiënten met darmkanker.

Promotie E.J.Th. Belt
Prognostic Tumor Profiling in Colorectal Cancer
9 december 2011
Promotor: prof.dr. G.A. Meijer
Copromotor: dr. H.B.A.C. Stockmann, dr. H. Bril, dr. J.A.M. Beliën
[VU Medisch Centrum]

Overgewicht èn diabetes: meer darmcellen

overgewichtMensen met ernstig overgewicht (obesitas) en suikerziekte (diabetes type 2) hebben meer cellen in hun dunne darm. Deze vondst zou kunnen verklaren waarom mensen met overgewicht en diabetes na het eten een hoger suikergehalte in het bloed krijgen dan mensen met overgewicht maar zonder diabetes.

Arts-onderzoeker Froukje Verdam van de afdeling chirurgie van het Maastricht UMC+ ontdekte de aanwezigheid van extra darmcellen. Verdam onderzoekt nog of mensen met obesitas en diabetes moeilijker afvallen doordat de extra cellen meer suiker opnemen: “Het hogere suikergehalte in het bloed na de maaltijd is karakteristiek voor diabetes. We denken dat mensen met extra darmcellen meer suiker opnemen. Bij dieren met extra darmcellen gebeurt dat namelijk ook. Wellicht verklaart het hebben van meer darmcellen het hogere suikergehalte in het bloed.”

De vraag is waarom de darm van mensen met diabetes meer darmcellen bevat. Verdam kan hier alleen over speculeren: “Het suikergehalte in het bloed van mensen met diabetes is te hoog. Op de plek waar deze suiker nodig is, in de spieren, heerst echter een tekort. Het kan zijn dat de spieren aan de hersenen een signaal geven over dit tekort. De hersenen manen op hun beurt de darm om meer voedsel op te nemen. Mogelijk maakt de dunne darm hierom extra cellen aan.”

De onderzoekers ontdekten de extra darmcellen doordat deze stoffen afgeven in het bloed. Eén stof, citrulline, is een maat voor het aantal darmcellen (of enterocyten). De andere stof, I-FABP, geeft weer hoe snel nieuwe darmcellen oudere exemplaren vervangen. Het gehalte van beide stoffen is hoger bij mensen met obesitas en diabetes vergeleken met mensen met obesitas maar zonder diabetes.

Recent blijkt steeds meer hoe belangrijk de rol van de dunne darm is bij diabetes. De nieuwste medicijnen tegen diabetes beïnvloeden bijvoorbeeld darmhormonen. Ook chirurgische ingrepen voor mensen met ernstig overgewicht, zoals een maagband of een omleiding van een deel van de dunne darm, hebben een positief effect op diabetes. Op lange termijn laten beide operaties vergelijkbare positieve effecten op diabetes zien, maar met een omleiding van de dunne darm bereiken patiënten sneller resultaat. De hormonen die de eetlust, de opname en verwerking van suiker beïnvloeden, zijn betrokken bij deze verbetering. Verdam: “Mogelijk komt het snellere effect van de omleiding doordat we in één keer een stuk darm omzeilen en zo een deel van deze extra cellen uitschakelen. De omzeilde cellen kunnen immers geen suiker en voeding meer opnemen.”

De ontdekking van Verdam is onderdeel van haar promotie-onderzoek naar de rol van de darm bij obesitas en diabetes type 2, onder leiding van professor Buurman, professor Greve, dr. Bouvy en dr. Rensen. Het onderzoek kwam tot stand dankzij de medewerking van mensen met ernstig overgewicht die een operatieve ingreep ondergingen, zoals een maagband of een omleiding van een deel van de dunne darm. De Transnationale Universiteit Limburg, een samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum te Hasselt, sponsort dit onderzoek.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO hadden in 2010 wereldwijd meer dan 1,5 miljard volwassenen overgewicht. In 2015 zal dit aantal naar verwachting tot 2,3 miljard stijgen. Van hen hebben meer dan 700 miljoen mensen ernstig overgewicht ofwel obesitas. Momenteel lijden 366 miljoen mensen aan diabetes. Wereldwijd sterft elke zeven seconden een van hen.
[Maastricht UMC+]

Rokers hebben minder kans op darmaandoening colitis ulcerosa

Hoe meer ze roken, hoe minder patiënten met colitis ulcerosa last hebben van hun ziekte. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Frans van der Heide. Ook bevestigt de promovendus eerdere studies waaruit blijkt dat rokers minder kans hebben om colitis ulcerosa te ontwikkelen. Maar op een verwante chronische darmziekte, de ziekte van Crohn, hebben rokers juist weer méér kans. Anders dan eerdere studies uitwijzen, lijkt roken het beloop van de ziekte van Crohn niet te beïnvloeden.

Deze en andere conclusies uit het onderzoek van Van der Heide laten zien hoe complex het verband tussen roken en chronische darmziekten is. Nader inzicht in de interactie tussen de erfelijke aanleg en het rookgedrag kan wellicht het risico op het ontwikkelen en het beloop van chronische darmziekten helpen voorspellen, stelt de promovendus. Aanvullend onderzoek op dit vlak kan mogelijk helpen de behandeling van deze ziekten beter op de individuele patiënt af te stemmen.

Van der Heide onderzocht ook de rol van roken na levertransplantatie. Hij stelt vast dat zich onder patiënten met een levertransplantatie veel rokers bevinden, en dat veel ex-rokers na een levertransplantatie weer beginnen met roken. Hij concludeert dat er een verband is tussen roken en het risico op kanker na een levertransplantatie. Van der Heide pleit er daarom voor dat patiënten na een levertransplantatie hulp krijgen bij het stoppen met roken en vaker worden gescreend op kanker.

Frans van der Heide (Ternaard, 1981) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Maag- Darm- Leverziekten van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool GUIDE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Jan Kornelis de Cock Stichting. Van der Heide is in opleiding tot MDL-arts in het Medisch Spectrum Twente te Enschede.

Promotie dhr. F. van der Heide
Proefschrift: Studies on smoking in patients with inflammatory bowel disease and liver transplant recipients
30 november 2011
Promotor(s): prof.dr. J.H. Kleibeuker, prof.dr. K.N. Faber
Rijksuniversiteit Groningen

KWF-subsidie voor onderzoek naar nieuwe behandeling endeldarmkanker

DarmenOnderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hebben een KWF-subsidie ontvangen van 550.000 euro. Zij gaan hiermee onderzoek doen naar een nieuwe behandeling van endeldarmkanker. Doel van deze internationale studie is om na te gaan of deze nieuwe behandeling een hogere kans op overleving en minder bijwerkingen voor patiënten oplevert.

De huidige behandeling bestaat uit bestraling gedurende vijf weken met chemotherapie. Daarna wordt de tumor operatief verwijderd. ‘Bij de nieuwe behandeling krijgen patiënten in de eerste week een intensieve bestraling. Gevolgd door 18 weken chemotherapie. Dit om mogelijke uitzaaiingen te bestrijden en het gezwel verder te laten slinken. De kleiner geworden tumor kan vervolgens met een minder uitgebreide operatie verwijderd worden. Tot vijf jaar na de operatie worden de patiënten gevolgd om na te gaan of de patiënten goed zijn hersteld en of de ziekte niet is teruggekomen.’, aldus hoofdonderzoeker prof. Cock van de Velde.

850 patiënten
De studie is een samenwerkingsverband tussen het LUMC, het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Karolinksa Institutet en de Uppsala Universitet in Zweden. De studie is in Zweden al van start gegaan. Onderzoekers uit verschillende disciplines op het gebied van darmkanker uit Nederland, Zweden, Spanje, Ierland, Noorwegen en Denemarken gaan in het kader van deze studie 850 patiënten behandelen. Hoofdonderzoekers van de studie uit het LUMC zijn prof. Cock van de Velde van de afdeling Heelkunde en prof. Corrie Marijnen van Klinische Oncologie / Radiotherapie. Het Datacenter Heelkunde van het LUMC coördineert de gegevensverzameling.
[LUMC]

Stijging deelname aan screening darmkanker bij CT-scan

DarmenBij darmkankerscreening met een CT-scan doen meer mensen mee dan bij screening met een coloscopie. Het is echter de vraag of deze vorm van screening daarmee effectiever is.

Een op de twintig Nederlanders krijgt darmkanker. Per jaar komen er zo’n twaalfduizend nieuwe darmkankerpatiënten bij en sterven ongeveer vijfduizend patiënten. Door de vergrijzing zal het aantal darmkankerpatiënten de komende jaren verder stijgen. Bij vroegtijdige ontdekking hebben patiënten een grote kans op genezing. Om darmkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te detecteren wordt vanaf 2013 in Nederland een bevolkingsonderzoek naar darmkanker ingevoerd. Screening kan tenminste 1400 levens per jaar redden.

Er zijn verschillende methoden om te screenen op darmkanker, waaronder coloscopie, een CT-scan van de dikke darm (een CT-colografie) en de ‘ontlastingstest’, de immunochemische Fecale Occult Bloed Test (iFOBT) die test of er bloed in de ontlasting zit. Elke methode heeft zo zijn eigen voor- en nadelen. Een onderzoeksteam onder leiding van maag-darm-leverarts Evelien Dekker (AMC), radioloog Jaap Stoker (AMC) en maag-darm-leverarts Ernst Kuipers (Erasmus MC) heeft onderzoek gedaan naar verschillen in participatie en bevindingen bij screening met een CT-scan en bij screening met coloscopie. Deze beide methoden worden in het buitenland toegepast als screeningmethode (bijvoorbeeld in de VS en in Duitsland).

Uit dit onderzoek, vandaag gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet Oncology, blijkt dat als darmkankerscreening wordt uitgevoerd met een CT-scan meer mensen meedoen dan met een coloscopie. Het is echter de vraag of daarmee deze vorm van screening effectiever is. Want een van de nadelen van de CT-colografie is dat hiermee een deel van de afwijkingen in de darm wordt gemist. De coloscopie, waarbij een slang met daarop een lichtje en een camera in de dikke darm wordt ingebracht, vindt meer grote poliepen (die kunnen uitgroeien tot darmkanker), die bovendien direct verwijderd kunnen worden. Door de hogere participatie bij de CT-scan enerzijds en de betere poliependetectie bij de coloscopie anderzijds, schrijven de onderzoekers in The Lancet, leveren beide methoden uiteindelijk hetzelfde nettoresultaat.

Voor het Nederlandse bevolkingsonderzoek worden de coloscopie en de CT-colografie pas gebruikt als aanvullende opsporingsmethode na de ontlastingstest. Deze ontlastingtest bestaat uit een thuistest.. Uit ander recent onderzoek van dezelfde onderzoeksgroepen is bekend dat de participatie hierbij in Nederland op meer dan 60 procent ligt. Uit het Lancet-onderzoek blijkt de participatie bij een coloscopie 22 procent te zijn, bij CT-colografie 34 procent.

‘De keuze voor de methode van screening is dus afhankelijk van een heel aantal factoren’, zegt Evelien Dekker, evenals Kuipers lid van een van de werkgroepen van het RIVM die het bevolkingsonderzoek aan het voorbereiden is, in een toelichting. ‘Niet alleen hoe effectief je tumoren
opspoort, maar ook de participatiegraad, de belasting, de kosteneffectiviteit en de capaciteit om coloscopieen te doen, is van belang.’

Aspirine beschermt tegen darmkanker

DarmenGezonde mensen met erfelijke aanleg voor het Lynch-syndroom, een vorm van darmkanker, lopen bijna de helft minder kans om deze ziekte te krijgen als ze dagelijks aspirine innemen. Dat blijkt uit een internationale studie waaraan het Erasmus MC heeft deelgenomen.

Duizend deelnemers
Het beschermende effect van aspirine kwam naar voren in een onderzoek waaraan bijna duizend mensen met het Lynch-syndroom hebben meegedaan. Sommigen kregen aspirine, anderen een placebo (neppil). In het begin was er geen verschil, maar na vijf jaar bleek aspirine een preventieve werking tegen darmkanker te hebben.

Mutaties
Het onderzoek richtte zich met name op het identificeren van de geërfde mutatie van de deelnemers. Door deze mutatie lopen ze veel meer kans om ooit in hun leven darmkanker te krijgen: wel 70%. ‘Gewone’ mensen, zonder mutatie, hebben maar 5% kans hierop.

Preventie
Prof. Riccardo Fodde, bioloog en hoogleraar Experimentele Pathologie: “We wisten al dat aspirine preventief kon werken voor mensen die niet erfelijk zijn belast. Met dit onderzoek tonen we aan dat ook bij personen met zo’n hoog risico op darmkanker de kans hierop met liefst 40% verlaagd kan worden.”

Hoge dosis
De dosis aspirine in de studie was vrij hoog: 600 mg per dag (2 x 300 mg). De ontdekking betekent niet dat mensen met een verhoogde kans op darmkanker uit zichzelf aspirine moeten gaan innemen. Aspirine kan namelijk maagbloedingen veroorzaken. Preventief slikken moet altijd in overleg met een arts gebeuren.

Merknaam
Aspirine is eigenlijk een merknaam van de Duitse firma Bayer. Artsen spreken liever van acetylsalicylzuur. Fodde: “Acetylsalicylzuur is eigenlijk een plantaardig product. Planten maken salicylaten om zich tegen bacteriën en virussen te beschermen.”
Door de invloed die de voedselindustrie op fruit en groente uitoefent, bevatten deze tegenwoordig nog maar weinig salicylaten, vertelt de bioloog. “Misschien dat dit mede veroorzaakt dat darmkanker veel voorkomt in onze westerse, geïndustrialiseerde wereld.”
[Erasmus MC]