Nederland twaalfde op kankerranglijst

Nederland staat twaalfde op de internationale ranglijst van landen waar kanker het meest voorkomt. Dat heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds maandag bekendgemaakt. Denemarken is koploper.

Jaarlijks krijgen 286,8 op de honderdduizend Nederlanders kanker, zo blijkt uit de meest recente cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het hoge aantal komt deels door de goede diagnose en registratie van de ziekte. Het heeft echter ook te maken met het hoge percentage rokers, de hoge alcoholconsumptie en het toenemend aantal mensen met overgewicht.

Oorzaken erfelijke darmkanker steeds verder verfijnd

DarmenDe meest voorkomende vorm van erfelijke darmkanker is het Lynch syndroom, dat wordt veroorzaakt door mutaties in reparatiegenen. In 2008 ontdekten Nijmeegse onderzoekers dat het Lynch syndroom soms ook ontstaat doordat het EPCAM-gen een ‘gezond’ reparatiegen het zwijgen oplegt. Beide oorzaken leiden tot een verhoogde kans op dikkedarmkanker. Hoewel het Lynch syndroom ook gepaard gaat met een sterk verhoogde kans op baarmoederkanker, is dat bij patiënten met het EPCAM-gen níet het geval. Dat blijkt uit een online publicatie van de Nijmeegse groep in the Lancet Oncology. De publicatie is een voorbeeld van personalized medicine, van geneeskunde op maat, waarbij artsen steeds verder inzoomen op de exacte ziekteoorzaak van de individuele patiënt en daar de beste behandeling op afstemmen.

Het UMC St Radboud is gespecialiseerd in onderzoek en behandeling van erfelijke darmkanker. De meest voorkomende vorm van erfelijke darmkanker is het Lynch syndroom. Dit syndroom ontstaat door mutaties in ´reparatiegenen’. Dergelijke reparatiegenen (DNA mismatch repair genes) corrigeren de kleine foutjes die ontstaan wanneer erfelijk materiaal wordt gekopieerd, bijvoorbeeld bij een celdeling. Maar hoe meer van die foutjes er ontstaan, hoe groter de kans wordt op kanker – in dit geval darmkanker. Mensen met het Lynch syndroom hebben dus een grotere kans op darmkanker omdat een van de reparatiegenen niet goed werkt.

Defecte reparateur
Onder leiding van klinisch moleculair geneticus dr Marjolijn Ligtenberg, moleculair bioloog Roland Kuiper en hoogleraar prof dr Nicoline Hoogerbrugge ontdekte de Nijmeegse onderzoeksgroep in 2008 een nieuw mechanisme bij een deel van de patiënten met dit Lynch syndroom. Ligtenberg: “Deze patiënten hadden géén mutatie in een reparatiegen, maar toch werden foutjes bij het kopiëren niet gecorrigeerd. We zagen dat dit komt door het EPCAM-gen, een gen dat net vóór het reparatiegen MSH2 ligt.” Als je van een gen een werkzaam eiwit wilt maken, moet je nauwkeurig de juiste code van dat gen aflezen. Dat betekent dat je bij de juiste DNA-letter moet beginnen en precies bij de juiste DNA-letter moet stoppen. Maar in het EPCAM-gen zit een foutje, waardoor het aflezen niet aan het eind stopt, maar gewoon doorloopt tot aan het einde van het reparatiegen. Ligtenberg: “Door die fout worden beide genen aan elkaar gekoppeld. Twee stukjes vermicelli verliezen bij wijze van spreken hun normale functie omdat er een spaghettisliert ontstaat waarvan de functie niet duidelijk is. Het effect is vergelijkbaar met een mutatie in een reparatiegen: het gen functioneert niet meer en dus is er sprake van het Lynch-syndroom.”

Lagere kans baarmoederkanker
De ontdekking dat een gen zijn buurman het zwijgen kan opleggen – een nieuwe vorm van gene silencing – werd vorig jaar gepubliceerd in Nature Genetics. Het leidde ook tot een verfijning van de screening bij patiënten met het Lynch syndroom, want voortaan wordt bij patiënten met Lynch syndroom ook standaard naar mogelijke EPCAM-mutaties gekeken. Tegelijkertijd werd met internationale collega´s een onderzoek opgezet naar mogelijke verschillen tussen EPCAM-patiënten en de reparatiegenpatiënten.

Hoogleraar Hoogerbrugge: “Patiënten met Lynch syndroom hebben een verhoogde kans op dikkedarmkanker die gedurende het leven oploopt tot zeventig procent. Bij vrouwen neemt ook het risico op baarmoederkanker aanzienlijk toe, variërend van vijfendertig tot zeventig procent. Onderzoek bij bijna tweehonderd EPCAM-patiënten maakt nu duidelijk dat ze inderdaad een vergelijkbare kans op darmkanker hebben, maar dat hun kans op baarmoederkanker veel lager is.” De resultaten van dit onderzoek zijn zojuist online verschenen in the Lancet Oncology.

Geneeskunde op maat
Met de publicatie in the Lancet Oncology brengen de onderzoekers – op basis van de verschillende oorzaken van erfelijke darmkanker – een verdere verfijning aan in de bijbehorende ziektebeelden. Daarmee leveren ze een bijdrage aan de personalized medicine, aan een geneeskunde die steeds meer uitgaat van de specifieke ziekte van elke individuele patiënt. Waardoor het verschil in kans op baarmoederkanker wordt veroorzaakt, is iets voor vervolgonderzoek. Ligtenberg: “Mogelijk is het gemuteerde EPCAM-gen in de baarmoeder minder actief. Dan worden er minder spaghettislierten gevormd en ontstaat er op die manier meer ruimte en capaciteit voor het aflezen van het reparatiegen. Op deze manier gaan we stap voor stap verder met het ontrafelen van erfelijke darmkanker.”
[UMC St Radboud]

Onderzoek naar vrouwvriendelijke manier om baarmoederhalskanker te voorkomen

baarmoederGeen onnodige uitstrijkjes meer
VU medisch centrum is samen met het UMC St. Radboud een onderzoek gestart naar een vrouwvriendelijke manier om baarmoederhalskanker te voorkomen. Vrouwen met een positieve uitslag van de HPV-thuistest krijgen opnieuw een test, nu met een biomarker, die ze ook thuis kunnen afnemen. Is deze test wederom positief, dan worden de vrouwen direct doorverwezen naar een gynaecoloog. Zo worden vrouwen zo min mogelijk belast met onnodige inwendige onderzoeken, terwijl het risico op baarmoederhalskanker wel zo precies mogelijk wordt voorspeld.

Met dit onderzoek willen VUmc en UMC St. Radboud het vervolgtraject na een HPV-positieve thuistest verbeteren. Hiervoor wordt het bestaande reguliere traject (uitstrijkje bij de huisarts) vergeleken met een nieuw vervolgtraject, namelijk een biomarkertest op het door de vrouw zelf afgenomen materiaal. Nu moeten vrouwen met een hoog risico HPV, dat (voorstadia van) baarmoederhalskanker kan veroorzaken, alsnog voor een aanvullend uitstrijkje naar de huisarts. Op basis van dit uitstrijkje volgt zo nodig verwijzing naar de gynaecoloog.

Deze studie wordt uitgevoerd onder 45.000 vrouwen die in 2007 een uitnodiging hebben ontvangen voor het bevolkingsonderzoek, maar vervolgens geen uitstrijkje hebben laten maken. De geselecteerde vrouwen, woonachtig in Noord-Holland, Flevoland en Gelderland, krijgen de komende maanden de thuistest (Delphi screener) toegestuurd. Daarmee neemt de vrouw zelf vaginaal materiaal af, dat per post naar het laboratorium wordt gestuurd voor verder onderzoek. Het onderzoek naar de biomarker wordt uitgevoerd in samenwerking met de Screeningorganisaties Midden-West en Oost.

Het onderzoek wordt financieel ondersteund door Zilveren Kruis Achmea.

Betere behandeling baarmoederhalskanker door tumor opwarming

baarmoederhalskankerVrouwen met baarmoederhalskanker hebben een aanzienlijk grotere overlevingskans als zij een behandeling krijgen waarbij de tumor door middel van microgolven wordt opgewarmd (hyperthermie). Dat blijkt uit onderzoek waarop radiotherapeut Martine Franckema vrijdag promoveert aan het Erasmus MC in Rotterdam.

De tumorcellen worden verzwakt doordat zij worden opgewarmd tot een temperatuur van 40 tot 44 graden. Dat gebeurt met behulp van microgolven die vergelijkbaar zijn met de straling van een magnetron. De warmte zorgt bovendien voor een betere doorbloeding van de tumor. Daardoor slaan reguliere behandelingen, zoals chemotherapie en bestraling, beter aan.

Voor haar proefschrift onderzocht Franckema de behandelresultaten van bijna vijfhonderd patiënten. Bij alle patiënten verbeterde de situatie door de toevoeging van hyperthermie aan de behandeling.

Vervolgstudies naar HPV-thuistest op baarmoederhalskanker

baarmoederhalskankerIn het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) bracht de Commissie WBO van de raad op 31 augustus 2010 een positief advies uit aan de minister van VWS over een vergunningaanvraag van een samenwerkingsverband tussen het VU medisch centrum te Amsterdam, het Universitair Medisch Centrum Nijmegen, de Stichting Bevolkingsonderzoek Oost, de Stichting Bevolkingsonderzoek Midden-West en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het advies betreft twee gerandomiseerde trials naar HPV-thuistests.

Voor deze studies worden in totaal 79 000 vrouwen benaderd die in 2007 of 2008 niet hebben gereageerd op een uitnodiging (en ook niet op een herinnering) voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De twee onderzoeksvragen betreffen: een nieuwe afname/transportmethode en een nieuw, korter vervolgtraject voor vrouwen met een positieve HPV-test.
[Gezondheidsraad]

Gratis vaccins tegen baarmoederhalskanker voor jonge Vlaamse meisjes

vaccinatieAlle jonge Vlaamse meisjes krijgen vanaf volgend schooljaar gratis vaccins tegen het humaan papillomavirus (HPV). Dat heeft de Vlaamse minister van Volksgezondheid meegedeeld. Een klein aantal types HPV kan bij meisjes en vrouwen op lange termijn baarmoederhalskanker veroorzaken.

Drie vaccinaties tegen baarmoederhalskanker
De volledige vaccinatie bestaat uit drie inspuitingen door de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s) of een arts naar keuze in de loop van één schooljaar.

HPV is een virus dat veel voorkomt en een klein aantal types kan bij meisjes en vrouwen op lange termijn baarmoederhalskanker veroorzaken. Die types kunnen via seksueel contact overgedragen worden. Hoewel de meeste infecties meestal vanzelf verdwijnen, veroorzaken twee types ongeveer zeventig procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker.

Vaccinatie is vooral doeltreffend voordat meisjes of vrouwen met het virus in aanraking zijn geweest. Aangezien besmetting mogelijk is door seksueel contact, wordt vaccinatie het best zo vroeg mogelijk gestart. Bij de start in het schooljaar 2010-2011 komen behalve alle meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs in Vlaanderen ook andere meisjes die in 1998 geboren zijn hiervoor in aanmerking.

Niet verplicht
De vaccinatie tegen baarmoederhalskanker is niet verplicht. Bij het begin van het nieuwe schooljaar ontvangen alle leerlingen van het eerste jaar secundair onderwijs in Vlaanderen via de scholen een folder met meer info. Oudere meisjes moeten de vaccins zelf aankopen op voorschrift van een arts.

Vrouwen tevreden over bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

baarmoederhalskankerVrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker hebben weinig moeite met het laten maken van een uitstrijkje. Ook zijn ze zeer tevreden over de manier waarop ze tijdens het onderzoek worden behandeld. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek naar de klanttevredenheid.

Eens in de vijf jaar onderzoeken de organisaties die het uitstrijkje verzorgen hoe tevreden vrouwen zijn over het hele proces: van de eerste uitnodiging tot en met de uitslag. In 2009 is er weer zo’n onderzoek geweest. In totaal vulden 10.218 vrouwen de vragenlijst in. Om inzicht te krijgen in de redenen van vrouwen die geen uitstrijkje hebben laten maken, is ook een groep vrouwen benaderd die ervoor koos geen uitstrijkje te laten maken.

Kwaliteit verbeteren
Alle gegevens zijn inmiddels verwerkt. Het blijkt dat vrouwen die deelnamen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker over het algemeen weinig moeite hebben met het laten maken van een uitstrijkje. Ook zijn zij zeer tevreden met de manier waarop ze tijdens het onderzoek worden behandeld. De gegevens die dit onderzoek oplevert helpen om de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek te verbeteren en de opkomst te verhogen.

Conclusies
Enkele belangrijke conclusies uit het onderzoek zijn:

  • Vrouwen zijn over het algemeen zeer tevreden met de brief, het deelnameformulier en de folder. Vooral jongere vrouwen en allochtone vrouwen hebben er veel aan.
  • Het maken van de afspraak verloopt bij de meeste vrouwen probleemloos. Het merendeel geeft aan liever zelf een afspraak te maken.
  • In de meeste gevallen verstuurt de huisarts het uitstrijkje naar het laboratorium. Sommige vrouwen moeten dit echter zelf op de post doen. Dit vinden zij vervelend.
  • Over het algemeen zijn vrouwen even tevreden als een assistent het uitstrijkje maakt als wanneer het door de huisarts wordt gedaan. Assistenten worden qua communicatie en vriendelijkheid positiever beoordeeld. Ook laten ze de vrouwen minder lang wachten. En vrouwen zeggen bij een assistent minder zenuwachtig te zijn dan bij de huisarts.
  • Jongere vrouwen, laag opgeleide vrouwen en allochtone vrouwen hebben iets meer moeite met het onderzoek dan andere vrouwen.

[Bevolkingsonderzoek Oost]

Voorkeur voor kijkoperatie bij baarmoederkanker

baarmoederhalskankerEen kijkoperatie voor vrouwen met baarmoederkanker geniet de voorkeur boven een buikoperatie. Niet alleen is de kijkoperatie minder ingrijpend en veroorzaakt hij minder pijn bij patiënten, maar ook zorgt de kijkoperatie voor een kortere ziekenhuisopname en kunnen vrouwen daarna hun dagelijkse bezigheden weer sneller hervatten. Dit blijkt uit een onderzoek van gynaecologen en epidemiologen van het Universitair Medisch Centrum Groningen/ Rijksuniversiteit Groningen. Zij publiceren over hun onderzoek in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Oncology.

Tot op heden bestaat de standaard behandeling van baarmoederkanker (endometriumcarcinoom) uit de verwijdering van baarmoeder en eierstokken via een open buikoperatie. Nadeel van deze open buikoperatie is dat het een zware en belastende ingreep is en dat patiënten vaak een week in het ziekenhuis moeten blijven en langdurig moeten herstellen. Bovendien hebben patiënten die baarmoederkanker ontwikkelen vaker overgewicht, suikerziekte en andere bijkomende ziekten dan hun leeftijdgenoten zonder baarmoederkanker. Hierdoor neemt hun risico op complicaties toe. Een alternatieve behandeling is de veel minder ingrijpende kijkoperatie, maar de veiligheid daarvan in deze groep patiënten was nog niet aangetoond.

Onderzoek veiligheid kijkoperatie
Daarom begonnen hoogleraar Gynaecologische Oncologie Marian Mourits, in samenwerking met hoogleraar epidemiologie Truuske de Bock in februari 2007 met hun onderzoek naar de veiligheid van de kijkoperatie. Tot januari 2009 includeerden zij in totaal 280 vrouwen in hun studie, die allen een vroeg stadium baarmoederkanker of een voorstadium daarvan hadden. Bij hun onderzoek waren 26 gynaecologen van 21 ziekenhuizen in Nederland betrokken. In de studie bepaalde het lot of de vrouw met baarmoederkanker een kijkoperatie of een open buikoperatie zou ondergaan. In geval de patiënt geloot had voor de kijkoperatie mocht deze uitsluitend worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerde gynaecoloog die aantoonbaar vaardig was in het uitvoeren van deze kijkoperatie.

Resultaten
De uitkomst van deze studie is dat een kijkoperatie de voorkeur geniet vanwege kortere duur van de ziekenhuisopname, minder pijn en een sneller hervatten van de dagelijkse bezigheden. Uit het onderzoek bleek geen bewijs dat de kijkoperatie veiliger was dan de buikoperatie; er deden zich onder de patiënten niet minder grote complicaties voor.

Het onderzoek is mede gefinancierd door een subsidie van ZonMw.