De afdeling Gynaecologische Oncologie van het UMC St Radboud start op 19 september een onderzoek naar een thuistest voor baarmoederhalskanker. 34.000 vrouwen die in 2008 werden opgeroepen voor een uitstrijkje maar daar toen geen gebruik van hebben gemaakt, worden voor dit onderzoek uitgenodigd. Het onderzoek vindt plaats op advies van de Gezondheidsraad en is goedgekeurd door het ministerie van VWS.
Elk jaar krijgen 700 vrouwen in Nederland baarmoederhalskanker en jaarlijks overlijden 200 tot 250 vrouwen aan de ziekte. Dat aantal is relatief laag, mede dankzij het bestaande bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker waarin vrouwen eens in de vijf jaar een uitstrijkje laten maken. Toch doen bij elke oproep ongeveer 250.000 vrouwen niet mee aan de screening. Juist in deze groep vrouwen ontstaat uiteindelijk meer dan de helft van alle baarmoederhalskanker.
Regio Oost
Vandaar dat de Gezondheidsraad de minister van VWS adviseerde om te onderzoeken of een thuistest het aantal deelnemers aan de screening kan vergroten. De minister nam het advies over en in september start nu een onderzoek met de thuistest in de regio Midden-West en de regio Oost. In de regio Oost krijgen ongeveer 12.000 vrouwen de mogelijkheid om aan het onderzoek mee te doen.
Gynaecologisch oncoloog Ruud Bekkers, projectleider van het onderzoek: “De thuistest is uitsluitend bestemd voor vrouwen die in 2008 werden opgeroepen, maar toen – om welke reden ook – niet hebben gereageerd. De test vervangt het gebruikelijke uitstrijkje niet, maar komt als extra toevoeging. We zijn benieuwd wat het onderzoek uiteindelijk gaat opleveren.”
Screening op het virus
In tegenstelling tot het uitstrijkje – waarbij naar afwijkende cellen in de baarmoederhals wordt gezocht – richt de thuistest zich op de veroorzakers van die afwijkingen. Remko Bosgraaf, arts-onderzoeker die vanuit het UMC St Radboud het onderzoek uitvoert: “De thuistest kijkt naar de aanwezigheid van het humaan papillomavirus, kortweg HPV. Of nog beter: de test speurt naar enkele speciale hoog risico HPV-types die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. In de regel ruimt het afweersysteem van de mens het HPV op, maar soms ontsnapt het virus hieraan en kan dan veel langer in het lichaam aanwezig blijven. In een aantal gevallen leidt dit tot een voorloperstadium van baarmoederhalskanker. Omdat het tien tot vijftien jaar duurt voordat zo’n infectie tot baarmoederhalskanker leidt, is de screening behoorlijk effectief. Vind je het virus op tijd en wordt een voorstadium van baarmoederhalskanker ontdekt, dan is met de juiste therapie te voorkomen dat er daadwerkelijk kanker ontstaat.”
Minder baarmoederhalskanker
Zonder screening, zo stelde de Gezondheidsraad in het advies, zou het aantal vrouwen dat aan baarmoederhalskanker overlijdt minstens twee keer zo groot zijn. Dit onderzoek moet uitwijzen of de thuistest een bijdrage kan leveren aan het verder terugdringen van baarmoederhalskanker. Het onderzoek begint op 19 september en loopt door tot maart 2012.
[UMC St Radboud]
Vrouwen, behandeld voor een voorstadium van baarmoederhalskanker, zouden niet alleen met een uitstrijkje, maar ook met een HPV-test moeten worden gecontroleerd. Bij meer dan de helft van deze vrouwen kan dan het aantal vervolgbezoeken aan het ziekenhuis naar beneden. Dat is de conclusie van een studie die vandaag door onderzoekers van VU medisch centrum en het Erasmus MC online in Lancet Oncology is gepubliceerd.
Slechts de helft van de Nederlandse meisjes geboren tussen 1993 en 1996 heeft zich vorig jaar laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Dat blijkt uit woensdag naar buiten gebrachte cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
De meest voorkomende vorm van erfelijke darmkanker is het Lynch syndroom, dat wordt veroorzaakt door mutaties in reparatiegenen. In 2008 ontdekten Nijmeegse onderzoekers dat het Lynch syndroom soms ook ontstaat doordat het EPCAM-gen een ‘gezond’ reparatiegen het zwijgen oplegt. Beide oorzaken leiden tot een verhoogde kans op dikkedarmkanker. Hoewel het Lynch syndroom ook gepaard gaat met een sterk verhoogde kans op baarmoederkanker, is dat bij patiënten met het EPCAM-gen níet het geval. Dat blijkt uit een online publicatie van de Nijmeegse groep in the Lancet Oncology. De publicatie is een voorbeeld van personalized medicine, van geneeskunde op maat, waarbij artsen steeds verder inzoomen op de exacte ziekteoorzaak van de individuele patiënt en daar de beste behandeling op afstemmen.
