Archief categorie ‘Astma’

Astma Fonds: collecteweek 17-22 mei

20 Februari 2010

Astma FondsDe collecte is een belangrijke inkomstenbron voor het Astma Fonds. Jaarlijks zijn er ruim 50 duizend vrijwilligers aan het werk om zoveel mogelijk geld op te halen.

Collecteert u ook mee? Het kost u slechts 90 minuten van uw tijd!
En u maakt dan ook kans op een weekend weg bij Landal Greenparks!

Aanmelden
U kunt zich aanmelden op de actiesite van het Astma Fonds

Over het Astma Fonds
Het Astma Fonds is zowel een fonds als een patiëntenvereniging: zij behartigen de belangen van mensen met astma en COPD.

Dat doen ze door het geven van informatie, het subsidiëren van wetenschappelijk onderzoek en het verbeteren van de zorg. Bij al hun activiteiten hebben ze uw steun hard nodig: het Astma Fonds ontvangt geen subsidie en is volledig afhankelijk van de hulp van vele vrijwilligers en van de financiële bijdragen van particulieren en bedrijven. Ook uw steun is van harte welkom: geef tijd of geld!

Thuis longfunctie meten: nieuwe digitale apparatuur helpt niet bij monitoren astma

20 Januari 2010

astmaThuisspirometrie is geen geschikte methode om de ernst van astma bij kinderen te monitoren of de diagnose te stellen. Dat blijkt uit onderzoek van UMCG-promovendus Alwin Brouwer. In Nederland wordt de methode al enige tijd niet meer standaard gebruikt. Maar internationale richtlijnen schrijven thuisspirometrie nog altijd voor. Het is tijd dat daarin verandering komt, zo blijkt. Ook nieuwe, digitale spirometers bieden geen uitkomst.

Ongeveer vier procent van de Nederlandse kinderen lijdt aan astma. De ziekte leidt tot overgevoeligheid voor o.m. huisstofmijt, huidschilfers en haren van (huis)dieren, boom- en graspollen, en sigarettenrook. Blootstelling aan deze prikkels veroorzaakt benauwdheid. Met behulp van leefregels en medicijnen zijn de klachten onder controle te houden. Maar voor kinderen en hun ouders is het moeilijk de ziekte goed te monitoren en op tijd de juiste actie te ondernemen.

Thuisspirometrie is een methode om de longfunctie te meten. Eerder werd al aangetoond dat het bijhouden van meetresultaten in “piekstroomdagboekjes” niet betrouwbaar genoeg is om astmaklachten te monitoren. Maar ook digitale spirometers, die de meetresultaten op een chip vastleggen, bieden nauwelijks houvast, zo toont Brouwer nu aan. De elektronische spirometer Koko Peak Pro levert betrouwbare meetresultaten en helpt daarmee de variatie in longfunctie in kaart te brengen. Maar een verminderde longfunctie wijst lang niet altijd op toenemende astmaklachten, en verbeterde longfunctie niet op afnemende astmaklachten. Het dagelijks monitoren van de luchtfunctie helpt dan ook niet om de klachten van kinderen met astma te verminderen. Ook kan de diagnose niet met behulp van thuisspirometrie alleen worden gesteld.

Curriculum Vitae
Alwin Brouwer (Groningen, 1975) studeerde Geneeskunde te Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de Prinses Amalia Kinderafdeling van Isala Klinieken in Zwolle en het Beatrix Kinderziekenhuis van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt met behulp van een Educational Grant van AstraZeneca NL. Na zijn promotie rondt Brouwer zijn opleiding tot kinderarts af in het Beatrix Kinderziekenhuis Groningen van het UMCG. De titel van zijn proefschrift luidt: “Usefulness of homespirometry in childhood asthma”.

Afkomst beïnvloedt luchtwegklachten jonge kinderen

26 November 2009

longenKinderen van Antilliaanse en Turkse afkomst lopen een groter risico op astma-achtige klachten in de eerste levensjaren dan kinderen met Nederlandse ouders. Marokkaanse kinderen hebben juist minder kans op kwalen aan de luchtwegen. Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC, waarop Carmelo Gabriele woensdag 25 november is gepromoveerd.

Roken
Bij Antilliaanse kinderen heeft het hogere risico voor een belangrijk deel te maken met sociaal-economische status. Hun moeders zijn vaker alleenstaand, wat een groter risico vormt voor lage luchtwegklachten. “Dit zou kunnen komen doordat de moeders minder tijd hebben om voor hun kind te zorgen, waardoor kinderen meer infecties oplopen. Maar dit moet verder worden onderzocht”, aldus Gabriele. Turkse kinderen hebben vaker klachten, doordat hun moeders meer roken dan moeders met een andere etnische achtergrond.

Aanleg
Marokkaanse kinderen hebben de gezondste luchtwegen. Vooral in het tweede levensjaar is het verschil groot. Dokters stelden bij 0,3% van de Marokkaanse kinderen de diagnose astma. Bij Turkse, Antilliaanse en Surinaamse kinderen was dat 3%. Nederlandse kinderen zaten met 2% op het gemiddelde. Volgens de promovendus kan erfelijke aanleg een rol spelen, waardoor Marokkaanse kinderen van nature beter beschermd zijn tegen bijvoorbeeld luchtweginfecties.

Studie
De promovendus heeft gebruikgemaakt van gegevens van 6.000 kinderen uit de Generation R-studie. Dat is het onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jongvolwassenheid gevolgd.

Baby’s en peuters met astma vaker ongezond en humeurig

18 November 2009

baby-gezicht‘Opsporing van astma bij jonge kinderen moet worden verbeterd’
Baby’s en peuters met astma-achtige symptomen ondervinden veel hinder van hun kwaal. Ze slapen en eten slechter dan gezonde leeftijdsgenoten en hebben vaker last van stemmingswisselingen. Bij één op de vier verstoren de klachten de gezinsactiviteiten. De vroegtijdige opsporing van astma bij jonge kinderen moet beter worden, vindt Ashna Mohangoo. Dinsdag 17 november promoveerde ze op haar onderzoek dat ze heeft gedaan bij het Erasmus MC.

Zuigelingen met astma-achtige symptomen hebben vaker last van pijn en stemmingswisselingen. Ook hebben ze problemen met slapen en eten. Niet alleen de kinderen lijden eronder, ook de rest van het gezin: de ouders zijn vaak bezorgd en hebben minder tijd voor zichzelf en de andere kinderen. Familieactiviteiten worden verstoord of afgelast. Ook als de kinderen wat ouder zijn, heeft astma nadelige gevolgen voor de kwaliteit van hun leven. ‘Tot hun vierde jaar liggen ze vaker wakker door piepende ademhaling en kortademigheid’, zegt Mohangoo. Schoolgaande kinderen en adolescenten met aanvallen van piepende ademhaling zijn vaker angstig, onzeker en depressief.

De promovenda pleit voor een vroegtijdige opsporing van astma via consultatiebureaus bij jonge kinderen. ‘Hun leven en dat van hun ouders kan dan aangenamer worden en we kunnen wellicht problemen op latere leeftijd voorkomen. ‘Wel is het heel lastig voor ouders en artsen om op jonge leeftijd aan te geven welke kinderen duidelijk astma hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld geen longfunctietesten ondergaan, die nodig zijn voor het correct stellen van de diagnose. Artsen moeten daarom grotendeels afgaan op wat ouders vertellen.

Zonder systematische vroegtijdige opsporing bestaat de kans dat jonge kinderen met astma, niet worden gediagnosticeerd en behandeld. Daardoor kunnen de symptomen op latere leeftijd erger worden. Het onderzoek laat zien dat kinderen tot vier jaar volgens hun ouders veel vaker astma-achtige symptomen hebben dan dat deskundigen zeggen. Van ongeveer 1200 baby’s had bijvoorbeeld bijna één op de drie kinderen volgens de ouders astmasymptomen, zo gaven de ouders aan in vragenlijsten. Het consultatiebureau stelde dit bij één op de vijf vast. Bij kinderen tot 5 jaar is het verschil ook groot: volgens de ouders heeft 12 procent astma. De huisarts heeft het over 6 procent.

Voor het onderzoek heeft de promovenda onder andere gebruik gemaakt van gegevens van de Generation R studie. Dat is het onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jong volwassenheid gevolgd. Om de effectiviteit van vroege opsporing van astma bij jonge kinderen te evalueren, is binnen Generation R een trial opgezet.
[Erasmus MC]

Gezonde leefstijl bij astma en COPD vraagt om meervoudige aanpak

5 November 2009

longenMensen met astma en COPD gaan niet anders om met hun ziekte dan een paar jaar geleden. Wel is er meer begrip voor astma en COPD. Opmerkelijk is dat er geen samenhang is in (gezonde) leefstijl. Voldoende bewegen hangt niet samen met niet-roken of juist medicijngebruik en andersom.

Mensen met astma of COPD (Chronisch obstructieve longaandoening) kunnen veel zelf doen om de klachten te verminderen of verergering te voorkomen. Dit zogenoemde ‘zelfmanagement’ is belangrijk in de behandeling. Patiënten leren zo goed mogelijk met de ziekte om te gaan, zodat zij – ondanks de ziekte – zo veel mogelijk naar tevredenheid hun eigen leven kunnen leiden. Een allereerste aanzet voor zelfmanagement is dat mensen met astma en COPD gezond leven. Voldoende bewegen, niet roken en ook juist medicijngebruik helpen daarbij.

Gedragsverandering
Het medicijngebruik van mensen met astma en COPD is sinds 2002 ongeveer gelijk gebleven en ook de mate waarin ze bewegen is onveranderd. Het aantal mensen met astma en COPD dat rookt is de laatste jaren min of meer stabiel. Mensen met astma roken zelden (14%) en mensen met COPD iets vaker (21%), maar nog altijd minder dan de gemiddelde Nederlander (27% in 2008), zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat is uitgevoerd met subsidie van het Astma Fonds. NIVEL-onderzoeker Daphne Jansen: “Gedragsverandering is niet eenvoudig. Met alleen adviezen lukt het niet. Er is volgens mensen met astma en COPD wel meer begrip in de omgeving. Partner en familie weten beter wat het betekent om de ziekte te hebben.”

Roken of bewegen
Opvallend is dat het ene ‘gezonde gedrag’ – niet roken – niet samenhangt met het andere, bijvoorbeeld meer bewegen. “Er spelen andere factoren”, verklaart Daphne Jansen. “Opleiding en leeftijd spelen een rol en bij roken speelt daarnaast mee of mensen het gevoel hebben dat hun omgeving rekening met ze houdt. Bij medicijngebruik gaat het vooral om de opvattingen van de patiënt over de noodzaak van de medicatie en bezorgdheid over de medicatie, bijvoorbeeld over bijwerkingen. Bovendien verschillen mensen in hun voorkeur voor type ondersteuning voor een gezonde leefstijl. Voor een gezonde leefstijl is zelfvertrouwen, goede informatie van behandelaars, ondersteuning van mensen uit de omgeving en schone lucht nodig. Het helpt allemaal.”

Methode
De onderzoekers zochten naar veranderingen in 2009 in (gezonde) leefstijl van mensen met astma of COPD ten opzichte van voorgaande jaren. Ze keken naar roken, bewegen en medicijngebruik. Daarbij zochten ze naar een samenhang tussen de leefstijl en persoonlijke kenmerken, de ernst van de luchtwegaandoening, persoonlijke opvattingen over astma of COPD, gevoelens van zelfcontrole en omgevingsinvloeden. Aan het onderzoek – met vragenlijsten – werkten 610 mensen met astma en 338 mensen met COPD mee uit het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten van het NIVEL.
[NIVEL]

Minder klachten door corticosteroïden bij COPD

26 Oktober 2009

longenPatiënten met COPD kunnen hun ziekte verbeteren door langdurig inhalatiecorticosteroïden te gebruiken. De daling van de longfunctie wordt hierbij afgeremd. Zodra patiënten stoppen met hun medicatie, gaat hun longfunctie weer achteruit. Dit blijkt uit langdurig onderzoek waarover de onderzoekers longarts Dirkje Postma en klinisch-fysioloog Peter Sterk publiceren in het tijdschrift Annals of Internal Medicine.

Stoppen medicatie verergt klachten
Met het stoppen van de medicatie verergeren de klachten, neemt het welbevinden af en komt de ziekte opnieuw terug. Het is voor het eerst dat in een studie het verband is aangetoond tussen het onderdrukken van de ontsteking die aan de basis ligt van COPD, het gebruik van medicatie en het voorkómen van achteruitgang van de longfunctie.

Behandeling
De onderzoekers screenden een groep patiënten, die allen met een milde of matig-ernstige vorm van COPD bij hun huisarts in behandeling waren. Vrijwel niemand van deze groep had al eerder inhalatiecorticosteroïden gehad tegen ontstekingen aan de luchtwegen. Het doel van hun studie was om te onderzoeken of het mogelijk is de ontsteking van de luchtwegen bij deze patiënten te verminderen of zelfs te laten verdwijnen. Ook wilden de onderzoekers het effect nagaan op de klachten van de patiënten en op de achteruitgang van de longfunctie bij deze chronische longaandoening.

Vier positieve gevolgen
Gedurende 2,5 jaar werd een groep van 114 patiënten gevolgd. Hierbij is het effect van de toegediende inhalatiecorticosteroïden fluticasonpropionaat onderzocht. De behandeling hiermee leidde bij de patiënten tot vier positieve gevolgen: een afname in de hoeveelheid ontstekingscellen, een afname van kortademigheid, een vertraging in jaarlijkse afname van de longfunctie en een verbetering van de kwaliteit van leven. Zodra de patiënten stopten met inhalatiecorticosteroïden, verslechterden al deze uitkomsten juist weer. Hieruit blijkt dat patiënten hun medicatie dagelijks en ook langdurig moeten blijven gebruiken.

Volgens Postma en Sterk laat deze studie heel duidelijk zien dat in een vroeg stadium van COPD, de medicatie goed werkt op de ontsteking en op de klachten van de patiënt. Voor het eerst is via deze studie aangetoond dat niet alleen het functioneren van de patiënt verbetert, maar ook het mechanisme van de ziekte.
[UMC Groningen]

Astma onder controle houden

18 Oktober 2009

astmaAstma is een veel voorkomende chronische luchtwegaandoening. Wanneer er sprake is van symptomatische astma hebben er vaak onomkeerbare veranderingen in de luchtwegen plaatsgevonden. Daarom is het belangrijk om personen met een hoog risico op astma zo vroeg mogelijk op te sporen. Uit het onderzoek van Lotte van den Nieuwenhof komt naar voren dat bepaalde groepen met een allergie of allergische rhinitis (‘hooikoorts’) meer kans hebben op het krijgen van astma. Het hebben van asymptomatische bronchiale hyperreactiviteit in de puberteit vergroot die kans niet.

Een goede behandeling resulteert meestal erin dat de astma goed onder controle te houden is. Toch zijn er ook veel patiënten bij wie dit helaas niet het geval is. Waarschijnlijk komt dit deels omdat astmapatiënten en hun artsen de controle op astma overschatten. In dit proefschrift wordt beschreven dat de Asthma Control Questionnaire (ACQ) op een gemakkelijke manier onderscheid kan maken tussen astmapatiënten met goede en slechte astmacontrole.

Lotte van den Nieuwenhof (Nijmegen, 1977) studeerde Geneeskunde in Nijmegen. Ze deed haar onderzoek op de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, binnen het onderzoeksinstituut Nijmegen Centre for Evidence Based Practice van het UMC St Radboud. Op 1 juni 2009 rondde ze de opleiding tot huisarts af. Momenteel is ze werkzaam als waarnemend huisarts. Lotte heeft op 12 oktober 2009 haar proefschrift verdedigd.

Meer samenwerken bij astma

4 Oktober 2009

astma`Patiënt en behandelaar moeten beter samenwerken om astma bij kinderen onder controle te krijgen.` Dat zegt Michael Rutgers, directeur van het Astma Fonds, in reactie op internationaal onderzoek naar therapietrouw bij kinderen. Bijna tweederde van de kinderen met astma zou de aandoening niet onder controle hebben.

Volgens de Nederlandse kinderarts Paul Brand, die net als het Astma Fonds betrokken is bij het onderzoek, geeft twee op de drie kinderen aan niet mee te doen aan sport en andere inspannende activiteiten. Er is veel schoolverzuim en sociaal isolement. Een kwart van de kinderen met `ernstig` astma bezocht het laatste jaar de spoedeisende hulp.

Deze voorlopige resultaten van het internationale onderzoek `Room to breath` werden vorige week gepresenteerd op het congres van de European Respiratory Society (ERS) in Wenen.

Onnodig in het ziekenhuis
“Jaarlijks belanden 4.000 kinderen met astma op de spoedeisende hulp. Onnodig, als de medicatie goed wordt gebruikt”, zegt Michael Rutgers, directeur van het Astma Fonds. “De patiënt of de ouders hebben daarin natuurlijk een rol, maar ook de behandelaar heeft een verantwoordelijkheid: die moet de vinger aan de pols houden. Of het nu de huisarts is, de apotheker of de longarts. Een chronische ziekte betekent doorlopend aandacht voor medicatie.”

Uitleg die aansluit
Behalve dat behandelaars de therapietrouw van hun patiënt in de gaten houden, wil Rutgers dat patiënten hun medicatie krijgen uitgelegd op een manier die aansluit. “Bij voorkeur visueel en in de juiste taal. Verwijs bijvoorbeeld bij het medicijn naar een filmpje met de uitleg op internet. En controleer als behandelaar of de uitleg is begrepen.”

Deze week ging een voorlichtingsfilm in première, voor ouders van kinderen met astma. Ouders kunnen de film op elk moment nog eens bekijken, en de film is in vijf talen: Nederlands, Engels, Turks, Berbers en Arabisch. Het Astma Fonds was één van de financiers van de film. De film is te vinden via www.astmafonds.nl en www.astmaproject.nl.

Betere behandeling voor longaandoening COPD

1 Oktober 2009

longenEen nieuw type medicijn voor de longaandoening COPD heeft verrassend positieve uitwerking, zowel apart als in combinatie met andere medicijnen. Dat blijkt uit een serie grootschalige klinische studies waar het LUMC aan meewerkte. De resultaten werden eind augustus gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift The Lancet.

De longaandoening COPD, een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem, is wel te behandelen, maar niet te genezen. Jaarlijks sterven zo’n zesduizend mensen door COPD. Recent is een nieuw type medicijnen ontwikkeld dat werkt via een heel nieuw mechanisme, en daarmee nieuwe kansen biedt. Samen met onderzoekers uit de Verenigde Staten, Italië en Engeland werkte professor Klaus Rabe, longarts in het LUMC, mee aan een viertal klinische studies naar de werking van een van deze nieuwe medicijnen, Roflumilast. Hij legt uit: “Eerder was al aangetoond dat Roflumilast de longfunctie verbeterde, maar we wilden zien of er nog meer effecten waren.”

Grote effecten
De onderzoekers onderzochten bijna vijfduizend COPD-patiënten. Bij ernstig zieke patiënten bleek Roflumilast niet alleen te resulteren in een verbeterde longfunctie, maar ook in een afname (17%) van het aantal plotselinge verergeringen van de ziekte. “Dat betekent dat we vier tot vijf patiënten moeten behandelen om één verergering te voorkomen. Dat is het wel waard”, vindt Rabe. De patiënten hadden wel meer last van bijwerkingen, maar die waren relatief mild. Bij een combinatietherapie van Roflumilast met een standaard medicijn (bronchusverwijder) bleek Roflumilast een grote additionele verbetering te geven van de longfunctie.

Registratie
Op dit moment zijn er twee soorten medicijnen beschikbaar voor COPD: bronchusverwijders, die de longfunctie verbeteren, en ontstekingsremmende steroïden. Deze laatste medicijnen werken goed bij astma, maar hebben bij COPD veel minder effect. Roflumilast is een nieuw medicijn, dat op dit moment nog niet beschikbaar is voor patiënten, maar al wel is ingediend ter registratie.

NVLF wil logopedie in bekostiging COPD

17 September 2009

In de Miljoenennota presenteerde het kabinet op Prinsjesdag haar plannen voor het komende jaar. óók over de zorg. Een daarvan zal ongetwijfeld zijn de bekostiging van de ketenzorg voor een aantal chronische aandoeningen, waaronder COPD. Al eerder dit jaar werd duidelijk dat de minister van VWS die bekostiging gaat wijzigen. Niet de individuele zorgverleners die betrokken zijn in de ketenzorg declareren dan, maar er komt één bekostiging voor alle betrokken zorgverleners in de keten. Dit is vergelijkbaar met de zogenaamde DBC’s (Diagnose Behandel Codes) in de tweedelijn.

De NVLF is van oordeel dat de logopedie een plaats dient te krijgen in de bekostiging van de ketenzorg COPD. De NVLF heeft daarom een literatuurstudie naar de effecten van logopedie bij COPD gedaan. Naar aanleiding van deze studie zijn vele relevante organisaties en personen benaderd, zoals aan de Nederlandse Zorgautoriteit, het ministerie van VWS en Long Alliantie Nederland.
[NVLF]

Nieuw gen luchtwegovergevoeligheid geïdentificeerd

10 September 2009

longenOnderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen hebben een geheel nieuw gen (Protocadherine 1) geïdentificeerd dat een hoger risico geeft op luchtwegovergevoeligheid. Het is voor het eerst dat het verband tussen dit gen en luchtwegovergevoeligheid is gelegd. Mensen die hier last van hebben, lopen een groter risico om astma te krijgen. Dit blijkt uit een langdurig onderzoek onder leiding van Gerard Koppelman, kinderlongarts van het UMCG. Hij publiceert hierover vandaag in het gezaghebbende American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine. Door de American Thoracic Society werd deze ontdekking al aangemerkt als een van de meest belangrijke wetenschappelijke doorbraken op het gebied van longziekten.

Luchtwegovergevoeligheid is de benauwdheid die ontstaat door het inademen van bijvoorbeeld koude lucht of rook. Bij sommige mensen leidt dit tot reactie en samentrekken van de spieren rond de luchtwegen, die daardoor minder doorgankelijk worden. Het is bekend dat luchtwegovergevoeligheid een van de grootste risicofactoren voor astma is.

Opzet onderzoek
Al tientallen jaren volgt het UMCG een groep van meer dan 200 astmapatiënten. Bij de kinderen en kleinkinderen van deze patiënten komt veel meer luchtwegovergevoeligheid en astma voor dan gemiddeld in de bevolking. Uit eerdere studies van het UMCG bleek dat er een duidelijk verband is tussen luchtweggevoeligheid en genen op het vijfde chromosoom. Welk gen echter precies hiervoor verantwoordelijk was, bleef eerst onbekend.

Vanaf 2005 zijn in zeven verschillende centra in totaal 6000 patiënten bestudeerd. Al deze centra hadden in eerdere studies bij hun patiënten al luchtwegovergevoeligheid vastgesteld. Door genetisch onderzoek is komen vast te staan dat het gen protocadherine 1 (PCDH1) het hogere risico op luchtweggevoeligheid veroorzaakt. Het gen PCDH1 komt tot expressie via de epitheelcellen in de luchtwegen of via ontstekingscellen. Verlies van deze beschermende epitheellaag in de luchtwegen zou kunnen leiden tot de toegenomen gevoeligheid van de luchtwegen. Deze uitkomst geeft meer inzicht in de zeer vroege stadia van luchtwegbenauwdheid.

De studie stond onder leiding van kinderlongarts Gerard Koppelman van het UMCG. De zeven deelnemende ziekenhuizen waren naast het UMCG meerdere centra in de Verenigde Staten en Engeland.

Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door een Veni-subsidie aan Gerard Koppelman van ZonMw en door een financiële bijdrage van de Stichting Astmabestrijding en het Astma Fonds.

Vervolgonderzoek met Astma Fonds
Gerard Koppelman zet zijn onderzoekslijn onder meer voort in het jubileumproject ‘Wat voor astma heb jij?’ van het Astma Fonds, dat dit jaar 50 jaar bestaat. Dat project richt zich op verschillende typen astma bij kinderen en passende behandeling per type. Nu duurt de zoektocht naar de juiste diagnose en behandeling soms lang. “Het onderzoek van Koppelman is hoopgevend”, zegt directeur Michael Rutgers van het Astma Fonds. “Met het jubileumproject willen we zorgen dat in een vroeg stadium het type astma vastgesteld kan worden bij kinderen. Bij hen kun je er niet vroeg genoeg bij zijn.”

Levensverwachting bij COPD voorspelbaar

31 Augustus 2009

longenEen arts hoeft grofweg slechts drie zaken te weten om te weten hoe erg het gesteld is met een COPD-patiënt. Een index bestaand uit longfunctie, kortademigheid en leeftijd kan adequaat de kans op overlijden binnen drie jaar schatten. Epidemioloog prof. dr. Karel Moons van het UMC Utrecht beschrijft deze resultaten samen met collega’s van het AMC Amsterdam en het Academisch Ziekenhuis Maastricht in The Lancet van zaterdag.

Via een vergelijking van 342 Spaanse en 232 Zwitserse COPD-patiënten bepaalde een internationaal team van artsen en epidemiologen welke factoren de kans op sterven over drie jaar voorspellen. De onderzoekers brachten een bestaande index terug tot een checklist van slechts drie items. Naast de leeftijd moet de arts de longfunctie van de patiënt bepalen via een eenvoudige blaastest. Ook moeten patiënten aangeven bij welke inspanning ze last krijgen van kortademigheid. Deze drie punten kunnen goed voorspellen of een COPD-patiënt binnen drie jaar overlijdt. De onderzoekers noemen de checklist de ADO-index (afgeleid van Age, Dyspnoea, and airflow Obstruction).

Moons: “We hopen dat de eenvoud van de ADO-index ervoor zorgt dat niet alleen specialisten maar ook huisartsen de regel zullen gaan gebruiken om de prognose van COPD-patiënten te voorspellen. Zowel voor artsen als patiënten is het erg belangrijk om te weten wat het waarschijnlijke beloop van de ziekte zal zijn.”

COPD (chronic obstructive pulmonary disease) is een chronische belemmering van de luchtwegen en wereldwijd een belangrijke sterfteoorzaak. Roken is een van de grootste veroorzakers van COPD, maar luchtverontreiniging draagt ook sterk bij. Patiënten kampen vaker met chronische bronchitis en longemfyseem. Op lange termijn kan de ziekte dodelijk zijn. In Nederland lijden ruim 300.000 mensen aan de ziekte.

Prof. dr. Karel Moons is verbonden aan het Julius Centrum van het UMC Utrecht. Daarnaast werkten uit Nederland Dr. Gerben ter Riet van het AMC en Dr. Alphons Kessels van het Academisch Ziekenhuis Maastricht mee aan het onderzoek. Epidemiologen en longartsen uit Baltimore, VS, Barcelona en Zurich hebben de studie opgezet en uitgevoerd.

Wat is COPD?
COPD is een chronische belemmering van de luchtwegen en wereldwijd een belangrijke sterfteoorzaak. Roken is een van de grootste veroorzakers van COPD, maar luchtverontreiniging draagt ook sterk bij. Patiënten kampen vaker met chronische bronchitis en longemfyseem. Op lange termijn kan de ziekte dodelijk zijn. In Nederland lijden ruim 300.000 mensen aan de ziekte.

[UMC Utrecht]

Meer kans op astma met appelfiguur

26 Augustus 2009

inhalatorOvergewicht verhoogd de kans op astma, maar ook de buikomvang en vorm spelen een belangrijke rol. Vrouwen met een appelfiguur die een taille hebben met een omvang van meer dan 88 centimeter, lopen een hoger risico op astma. Zelfs als ze een normaal lichaamsgewicht hebben. Dat blijkt uit een studie van het kankercentrum van de University of California in Berkeley, aldus GezondheidsNet.

In het onderzoek werden de gegevens van 88.304 leraressen en andere medewerkers van scholen geanalyseerd.
Daaruit bleek dat vrouwen met overgewicht 40 procent meer kans hebben op het ontwikkelen van astma, dan vrouwen met een normaal gewicht. Astma kwam twee keer vaker voor bij vrouwen met overgewicht en drie keer meer bij vrouwen met extreem overgewicht.

De onderzoekers vonden het vooral verrassend dat vrouwen met een normaal gewicht, maar wel met een taille van meer dan 88 centimeter, een hoger risico lopen.

Betere conditie voor COPD-patiënten

18 Augustus 2009

LongenWeinig lucht hebben en veel slijm ophoesten: kenmerken van de longaandoening COPD. De aandoening is niet te genezen, maar patiënten kunnen baat hebben bij het longrevalidatieprogramma van het HagaZiekenhuis. Hun conditie verbetert en ze voelen zich een stuk beter.

Twaalf weken lang traint de patiënt drie keer per week onder begeleiding van een fysiotherapeut in de polikliniek op de locatie Leyweg. Elke patiënt krijgt een programma op maat. De fysiotherapeut bekijkt uitgebreid wat de patiënt wel en niet kan.

De patiënt start samen met vier andere patiënten. Ze raken vaak aan elkaar verknocht, omdat ze allemaal hetzelfde hebben. Ze motiveren en stimuleren elkaar in de revalidatie en bij het stoppen met roken. Dat laatste is een voorwaarde om te mogen beginnen aan de revalidatie.

Voorlichting
Naast het trainingsprogramma krijgt de groep verschillende voorlichtingsbijeenkomsten. Die worden verzorgd door afwisselend de verpleegkundige, de longfunctielaborant, de longarts, de fysiotherapeut, de diëtiste en de medisch maatschappelijk werker.

In die bijeenkomsten leren de patiënten veel over COPD, hoe ze hun medicijnen moeten innemen, hoe ze kunnen zorgen voor goede voeding, wat ze moeten doen bij een benauwdheidsaanval. Daarnaast wisselen ze – soms samen met hun partners – ervaringen uit over waar ze tegenaan lopen in het dagelijks leven.

Het programma is bedoeld voor mensen met matige tot ernstige COPD. De longarts bepaalt of de patiënt in aanmerking komt voor het programma. Voor een afspraak bij de longarts is een verwijzing van de huisarts nodig.
[HagaZiekenhuis]

Agis en Mediq Apotheken starten astma/COPD proef in Amsterdam

16 Augustus 2009

AstmaAgis is in samenwerking met Mediq Apotheken een proef gestart onder haar klanten in Amsterdam. Hierbij worden astma en COPD patiënten uitgenodigd een gratis Astma of COPD Check-up te komen doen. Het doel hiervan is de behandeling van astma of COPD te optimaliseren. Daarnaast kunnen klanten een COPD test doen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat Nederland ongeveer 200.000 mensen kent die niet weten dat ze COPD hebben. Deze test kan een vroegtijdige diagnose voor COPD vaststellen. De proef loopt tot en met december 2009.

Samen met de patiënt stelt de apotheker van Mediq Apotheek tijdens de Astma of COPD Check-up in een paar stappen vast of de ziekte voldoende onder controle is. Ook controleert de apotheker de inhalatiekracht en techniek en kijkt hoe de patiënt het medicijngebruik kan verbeteren. De apotheker kan zo direct waardevolle adviezen geven over het gebruik van de medicatie. Op deze manier kan de kwaliteit van leven worden vergroot en toekomstige ziekenhuisopnamen worden voorkomen, ook na jarenlang medicijngebruik. Naast astma en COPD patiënten kunnen ook klanten met mogelijke COPD-klachten, zoals benauwdheid en ophoesten van slijm, een gratis test doen die een vroegtijdige diagnose kan stellen. Met een juiste behandeling kunnen de symptomen verminderen om verdere longschade te voorkomen.

Wanneer deze proef in Amsterdam succesvol blijkt, zal Agis Zorgverzekeringen mogelijk dit ook buiten Amsterdam verder uitvoeren.

Investeren in kwaliteit
Agis beloont apotheken die investeren in betere kwaliteit. Apothekers kunnen zich dus van elkaar onderscheiden. Deze vernieuwde farmacieaanpak draagt bij aan verbetering van de zorg voor klanten, meer kennis bij klanten over de kwaliteit die apothekers leveren en een passende beloning voor apothekers.
[Agis]