Archief categorie ‘ADHD’

Voeding en ADHD

2 Maart 2010

ADHDUit een literatuurstudie van het RIVM kunnen op dit moment geen concrete voedingsadviezen afgeleid worden om symptomen van ADHD te verminderen. Een relevant effect van voeding op ADHD kan onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd worden. Er zijn daarvoor te weinig grote en kwalitatief goede studies uitgevoerd. Er zijn wel aanwijzingen voor een relatie tussen voeding en ADHD, maar aanvullend onderzoek is nodig. Dit is wenselijk, omdat voeding mogelijk het gebruik van medicatie voor ADHD-klachten kan verminderen of voorkomen.

Dit rapport bevat een overzicht van studies naar de invloed van voedingscomponenten en specifieke dikten op het gedrag van kinderen met ADHD. Het gaat hierbij om de afzonderlijke voedingscomponenten omega-3- en omega-6-vetzuren, zink, magnesium, ijzer, gluten en additieven. Voor vetzuren worden gunstige effecten gevonden, maar deze zijn klein en klinisch niet relevant. Naar de effecten van zink, magnesium, ijzer en gluten zijn tot op heden te weinig studies uitgevoerd om een eenduidige conclusie te kunnen trekken. Van de additieven zijn voornamelijk kleurstoffen onderzocht. Als er al een effect op gedrag is, is dit waarschijnlijk klein en niet specifiek voor ADHD.

Daarnaast zijn drie specifieke dieten bekeken, waarin bepaalde bestanddelen van de voeding vermeden worden: het ‘Feingold’-dieet, het ‘oligoantigeen’-dieet en het ‘Pelsser-Voeding en Gedrag’-dieet. De studies geven aanwijzingen dat een deel van de kinderen profijt kan hebben van deze dieten. Of dit daadwerkelijk zo is, zo ja bij welke kinderen en welke werkingsmechanismen hierachter liggen, is (nog) niet wetenschappelijk aangetoond. Een complicerende factor hierbij is dat de meest effectieve dieetsamenstelling per individu wordt vastgesteld.

Het volledige rapport is te downloaden op de website van het RIVM (pdf).

Interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD: nieuwe inzichten

15 Februari 2010

ADHDEen belangrijke vaardigheid is het selectief kunnen richten van aandacht op datgene wat relevant is en irrelevante informatie te negeren. Bij kinderen met ADHD gaat dit vaak mis, zij zijn sneller afgeleid door wat er om hen heen gebeurt en reageren hier ook eerder op. Rosa van Mourik heeft in haar promotieonderzoek meer inzicht gekregen in de onderliggende processen van deze problemen.

Interferentiecontrole is de vaardigheid om tegelijkertijd een automatische reactie te remmen en een meer gecontroleerde actie uit te voeren. Er werd lang verondersteld dat kinderen met ADHD meer moeite zouden hebben met interferentie controle (zoals gemeten met de Stroop-Kleur-Woord-taak). Uit het onderzoek van Van Mourik blijkt echter dat dit effect maar klein is, en kinderen met ADHD andere taken die interferentiecontrole meten even goed uitvoeren als hun leeftijdsgenootjes zonder ADHD. Ook wordt vaak gedacht dat kinderen met ADHD sneller afgeleid zijn door geluiden om hen heen. Van Mourik toont juist het tegenovergestelde: dat kortdurende nieuwe geluiden een positief effect hebben op de taakprestatie. Kinderen met ADHD gingen in het onderzoek weliswaar langzamer reageren, maar reageerden op meer plaatjes dan tijdens de standaardtonen. Een verklaring hiervoor is dat deze nieuwe geluiden tijdelijk de alertheid van kinderen met ADHD verhoogden.

Toch zijn er wel verschillen in de neurofysiologische verwerking van interfererende en afleidende informatie zegt Van Mourik. Kinderen met ADHD lieten namelijk een grotere ‘orienting response’ (late P3a component) zien, wat suggereert dat zij hun aandacht meer richten op het afleidende geluid.

Promotie R. van Mourik
Interferentiecontrole en afleidbaarheid in ADHD: nieuwe inzichten
16-02-2010, 13.45u
Promotor: prof.dr. J.A. Sergeant prof.dr. J. Oosterlaan
[Vrije Universiteit Amsterdam]

Studenten slikken adhd-medicijn in examenperiode

18 Oktober 2009

ritalinUit onderzoek van de Erasmus universiteit in Rotterdam blijkt dat zeven procent van de studenten in ons land weleens ritalin slikt. Zij blijken dit midddel tegen adhd te gebruiken om beter geconcentreerd te raken in een examenperiode.

Ook zeggen de studenten het middel te gebruiken om in een roes te raken en geven aan het later na hun studie als genotsmiddel te blijven innemen. Zij krijgen de pillen, die vier euro per stuk kosten, van familie, vrienden of kennissen.
Overigens is het gebruik niet zonder gevaar. Het middel kan zorgen voor misselijkheid, hoge bloeddruk en hartkloppingen.

Heeft je kind ADHD? Volg een oudertraining!

29 September 2009

ADHDKinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen. Ze worden minder ongehoorzaam, vertonen minder opstandig gedrag en hebben minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara van den Hoofdakker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Van den Hoofdakker promoveert op 7 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder) is een veel voorkomende stoornis bij kinderen, die zich uit in o.m. verminderde concentratie, hyperactiviteit en impulsiviteit. De aandoening leidt vaak tot problemen op school, in het gezin en in relaties met leeftijdgenoten. Op de langere termijn lopen kinderen met ADHD een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld delinquent gedrag en verslaving. Goede behandeling is daarmee van groot persoonlijk én maatschappelijk belang.

Positief gedrag stimuleren
Van den Hoofdakker verrichtte onderzoek onder 94 kinderen met ADHD en gedragsproblemen tussen vier en twaalf jaar. De ouders van de helft van deze kinderen kregen reguliere zorg, de ouders van de andere helft van de kinderen kregen daar bovenop een speciale oudertraining. Deze bestond uit 12 groepssessies van elk twee uur, waarin de ouders onder meer leerden hoe ze het dagelijkse leven van hun kind kunnen structureren, hoe ze hun kinderen kunnen instrueren en hoe ze gewenst gedrag kunnen prijzen en belonen. Van den Hoofdakker: “Ouders van kinderen met ADHD zijn vaak geneigd negatief gedrag te bestraffen. Dat wordt in de oudertraining doorbroken. Ouders leren hoe ze het best op ongewenst gedrag kunnen reageren, maar vooral ook hoe ze positief gedrag van hun kind kunnen stimuleren.”

Beter in hun vel
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen met ADHD minder ongehoorzaam zijn, minder opstandig gedrag vertonen en minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten hebben wanneer hun ouders oudertraining hebben gevolgd. Ook de hoeveelheid stress bij de ouders neemt af, maar op dit punt biedt oudertraining geen meerwaarde boven de reguliere zorg, want ook in de groep die alleen reguliere zorg kreeg, nam de stress bij de ouders af. Wanneer het kind veel bijkomende stoornissen heeft (zoals een gedragsstoornis, of een angst- of stemmingsstoornis), biedt de oudertraining geen duidelijke meerwaarde.

“Het lukt toch niet…”
Opmerkelijk is dat oudertraining minder zinvol is bij moeders die een negatief beeld hebben van zichzelf als opvoeder. Van den Hoofdakker: “Naar de oorzaken daarvan hebben we geen onderzoek gedaan. Maar we vermoeden dat deze vrouwen de aanwijzingen uit de oudertraining minder snel opvolgen. Ze denken misschien dat het ze tóch niet lukt het gedrag van hun kind te veranderen.” Kinderen van vaders die bij zichzelf symptomen van ADHD waarnemen, blijken juist beter te reageren wanneer hun ouders een oudertraining volgen. Van den Hoofdakker: “Op de oudertraining wordt veel aandacht besteed aan rustig blijven, aan niet-impulsief gedrag. Vaders die uit zichzelf impulsief handelen, hebben daar misschien meer baat bij dan vaders die uit zichzelf weldoordacht reageren. En dus knappen hun kinderen er meer van op als ze de training volgen.”

Houvast in de praktijk
Oudertraining wordt in Nederland al enige jaren aangeboden, maar de effectiviteit ervan was in ons land nog nooit onderzocht. Van den Hoofdakker: “Al het bestaande onderzoek op dit terrein komt uit de Verenigde Staten. Uit ons onderzoek blijkt nu dat de training ook effectief is in de Nederlandse situatie. Bovendien hebben aan het onderzoek gezinnen meegedaan waar meestal al langer problemen zijn, en waarbij de ouders vaak al bij meerdere hulpverleners hebben aangeklopt.” Daarmee bieden de resultaten van haar onderzoek een belangrijk houvast voor hulpverleners in de kinder- en jeugdpsychiatrie en GGZ in Nederland, meent de onderzoeker. “We hebben aangetoond dat de interventie écht werkt en ook in welke gevallen zij meer en minder effectief is.”

Curriculum vitae
Barbara van den Hoofdakker (Utrecht, 1961) studeerde Orthopedagogiek te Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Groningen (Accare, UCKJP), waar ze werkt als klinisch psycholoog/gedragstherapeut, manager en onderzoeker, en binnen onderzoeksschool BCN. Ze promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij Prof.dr. R.B. Minderaa en prof.dr. P.M.G. Emmelkamp. De titel van haar proefschrift luidt: “Behavioral parent training for children with ADHD. Effectiveness in clinical practice and moderators of treatment response”.
[UMCG]

Nader inzicht in onderscheid dyslexie en ADHD

17 September 2009

ADHDDyslexie en ADHD zijn stoornissen die tot in de volwassenheid problemen blijven veroorzaken. Naar beide aandoeningen is al veel gedragsonderzoek gedaan, maar over de verschillen in informatieverwerking bij deze aandoeningen is nog veel onbekend. Monica Dhar verrichtte hiernaar onderzoek, onder meer op basis van metingen van hersenactiviteit.

Uit het onderzoek blijkt dat bij dyslectische volwassenen andere aandachtsprocessen verstoord zijn dan bij volwassenen met ADHD, namelijk visuo-spatiële aandachtsprocessen bij dyslexie (vroege informatieverwerking gerelateerd aan visuele oriëntatie), terwijl bij volwassenen met ADHD het reguleren van aandacht problematisch verloopt. Ook constateert Dhar dat bij volwassenen met dyslexie de samenwerking tussen linker- en rechterhersenhelft minder goed is ontwikkeld. Dit suggereert dat er in de vroege ontwikkeling afwijkende verbindingen zijn aangelegd en dat de pariëtale cortex mogelijk minder gespecialiseerd is voor oriëntatie op een visuo-spatiële stimulus.

Een verminderde visuo-spatiële oriëntatie werd al gevonden bij baby’s van vijf maanden met een genetisch risico op dyslexie. Bij deze baby’s was de hersenreactiviteit op visuo-spatiële prikkels in vergelijking met controlebaby’s minder sterk.

Monica Dhar (India, 1972) studeerde psychologie in Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan het Neuroimaging Center van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Inmiddels werkt ze als postdoc aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent, België.

Electrophysiological studies on visual information processing in dyslexia and ADHD
Datum: 16 september 2009
Promotie: mw. M. Dhar, 13.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen
Proefschrift: Electrophysiological studies on visual information processing in dyslexia and ADHD
Promotor(s): prof.dr. R.B. Minderaa
Faculteit: Medische Wetenschappen

ADHD-ers relatief vaker te dik of drugsverslaafd

14 September 2009

ADHDMensen met ADHD kampen relatief vaker met overgewicht en drugsverslaving. Dat is de conclusie van een Amerikaans wetenschappelijk onderzoek. Daaruit bleek dat mensen met ADHD een ontwricht belonings- en motivatiecentrum hebben door een tekort aan 2 bepaalde eiwitten. Deze zijn verantwoordelijk voor de aanmaak en transport van dopamine. Eiwitten zijn voedingsstoffen die van essentieel belang zijn voor motivatie en beloning Volgens onderzoeker Nora Volkow van het Brookhaven National Laboratory zouden mensen die dit eiwittekort hebben – al dan niet bewust – extra eten of drugs gebruiken omdat ze dat ontwrichte systeem willen compenseren.

Voor het onderzoek werd van 53 ADHD-patiënten en 44 volwassenen zonder ADHD een hersenscan gemaakt waaruit Volkow haar conclusies trok. Daarbij werd een kleurstof toegediend die de twee eiwitten zichtbaar maakte op de scan.

Hersengolven afwijkend bij ADHD en PDD-NOS

8 September 2009

ADHDUit promotieonderzoek van Yvonne Groen van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ADHD en PDD-NOS op basis van psychofysiologische metingen van elkaar te onderscheiden zijn. Hartslag en hersengolven bij het verrichten van taken en verwerken van feedback laten dit zien.

De begrippen ADHD en PDD-NOS zijn de laatste jaren erg in opmars. Veel mensen zijn sceptisch over het bestaan van deze aandoeningen (‘tegenwoordig heeft iedereen ADHD of PDD-NOS’). Wat deze scepsis ondermeer voedt is het feit dat de aandoeningen in de praktijk moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.

ADHD
Uit het onderzoek blijkt dat vooral kinderen met ADHD afwijken in de reacties van hun brein en de hartslag wanneer zij fouten en feedback verwerken. Zij verwerken informatie dus anders dan kinderen die zich normaal ontwikkelen.

Hersengolven
De afwijkende hersengolven geven aan dat bepaalde hersengebieden anders werken bij deze kinderen, waarschijnlijk door een tekort aan dopamine en noradrenaline. Ook de kinderen met PDD-NOS lieten enkele afwijkingen zien, vooral in de emotionele verwerking van feedback.

Methylfenidaat
Uit het onderzoek blijkt verder dat gebruik van Methylfenidaat (Ritalin) gunstig is bij kinderen met ADHD. Kinderen met ADHD die het medicijn gebruiken tijdens de computertaken, zijn minder gevoelig voor fouten en feedback. Dit komt waarschijnlijk doordat Ritalin het tekort aan dopamine en noradrenaline aanvult.

Ook vond Groen aanwijzingen dat varianten van twee genen van invloed zijn op de manier waarop onze hersenen fouten en feedback verwerken. Hiermee bevestigt ze conclusies uit eerder onderzoek
[RUG]

Gebruik van ADHD-middel Ritalin in België sterk toegenomen

26 Augustus 2009

ritalinHet gebruik van  het ADHD-middel Ritalin is in België de afgelopen jaren sterk toegenomen. In de periode 2005-2008 stegen de totale uitgaven voor Ritalin van 4,2 tot 7,6 miljoen euro, aldus HLN.be.

Dit bedrag omvat zowel de door het Riziv (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering) terugbetaalde als andere Rilatin. De Riziv-uitgaven voor Rilatine stegen in de periode 2005-2008 van 1,2 tot 3,5 miljoen euro.

Gebruik adhd-medicijnen toegenomen

24 Juni 2009

ADHDSteeds meer kinderen en pubers krijgen medicijnen tegen ADHD voorgeschreven. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). Minister Ab Klink van VWS heeft deze cijfers in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer naar het parlement gestuurd.

De afgelopen vier jaar blijkt het gebruik van ADHD-medicijnen meer dan verdubbeld. In 2005 werden er 360.000 recepten bij de huisartsen voorgeschreven en in 2008 waren dat er 764.000.

Het aantal gebruikers steeg ook explosief; van 51.000 in 2005 tot 94.000 vorig jaar. Vooral het gebruik onder kinderen in de leeftijd van zes tot vijftien jaar stijgt snel. Kinderen en jongeren met ADHD kunnen moeilijk hun aandacht ergens bij houden en kunnen moeilijk stil zitten.

Volgens Klink kunnen er verschillende verklaringen zijn voor de stijging van het aantal voorschriften. Zo zou het kunnen komen door een toenemende aandacht voor ADHD, veranderingen in het onderwijs of een betere herkenning van de aandoening.

Onderzoek geen aanleiding voor wijziging beleid ADHD geneesmiddelen

22 Juni 2009

ADHDNaar aanleiding van een recente publicatie in the American Journal of Psychiatry (AJP)1, concludeert het CBG dat de afweging werkzaamheid/risico van methylfenidaat bevattende producten voor de behandeling van ADHD, onveranderd positief is. Het CBG blijft, in samenwerking met de EMEA en de FDA, signalen op mogelijke veiligheidrisico’s die kunnen samenhangen met het gebruik van stimulantia bij ADHD nauwlettend vervolgen.

In genoemde Amerikaanse studie, wordt een verband gesuggereerd tussen het onverwacht overlijden van kinderen en gebruik van stimulantia. In deze studie werd het gebruik van stimulantia nagegaan in een groep van 564 kinderen die plotseling waren overleden. De doodsoorzaak was of onbekend, onverklaard of een gevolg van hartritmestoornissen. Het aantal kinderen dat stimulantia gebruikte werd vergeleken met het stimulantia gebruik in een groep van 564 kinderend die overleden waren als passagier bij verkeersongelukken. De leeftijd van de kinderen varieerde van 7 tot 19 jaar.

Tien van de 564 kinderen die plotseling waren overleden, hadden stimulantia gebruikt vergeleken met 2 van de 564 kinderen die overleden tengevolge van een verkeersongeluk. Echter aan de studie kleven nogal wat methodologische bezwaren. Om die reden zijn andere verklaringen voor de resultaten niet uit te sluiten. De studieresultaten laten dan ook geen eenduidige conclusie toe.

Eerder dit jaar (2009) heeft de CHMP, waarin het CBG vertegenwoordigd is, de veiligheid van methylfenidaat herbeoordeeld naar aanleiding van meldingen van cardiovasculaire bijwerkingen. De conclusie was dat, bij juist gebruik, de balans werkzaamheid en veiligheid van methylfenydaat voor de behandeling van ADHD positief is. Wel moeten patiënten, om mogelijke cardiovasculaire problemen te voorkomen, voor gebruik op cardiovasculair risicofactoren gescreend worden. Gedurende de behandeling dient de bloeddruk en hartfrequentie regelmatig gecontroleerd te worden.
[CBG-MEB]

Succes ADHD-geneesmiddel te voorspellen

17 Juni 2009

Hersenpotentialen kunnen helpen het succes van geneesmiddelen te voorspellen bij ADHD-patiënten. Dit blijkt uit onderzoek van Annelies Wester. Verder kan het helpen bij het in kaart brengen van afleiding en aandacht tijdens het rijden, en de invloed van medicijnen en drugs hierop.

Aandachtstekort
Pathologische impulsiviteit en aandachtstekort (ADHD) worden behandeld met methylfenidaat, maar dat is niet effectief bij alle patiënten. Het promotieonderzoek van Annelies Wester ondersteunt het idee dat metingen van hersenpotentialen het succes van therapie kunnen helpen voorspellen.

Rijvaardigheid
Pathologische impulsiviteit en aandachtstekort zouden ook een negatief effect kunnen hebben op rijvaardigheid. Met behulp van de veel gebruikte maat voor voertuigcontrole (slingergedrag) heeft dit onderzoek dat idee niet kunnen bevestigen.

Rijgedrag beter bekijken
De aanbeveling van Wester is om sterker naar riskant rijgedrag te kijken. Om afleidbaarheid tijdens rijden te meten heeft Annelies Wester in dit onderzoek hersenpotentiaalreacties op irrelevante maar soms opvallende geluidsprikkels gemeten. In een gezond brein hebben deze prikkels geen effect op het slingergedrag. Daarmee samenhangend wordt de hersenpotentiaal-reactie op de opvallende prikkels kleiner zo gauw iemand gaat rijden.
[Universiteit Utrecht]

ADHD eendagspoli in het UMC St Radboud

28 April 2009

Het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen start een ééndagspoli voor kinderen met een ongecompliceerde vorm van ADHD. Het academische ziekenhuis doet dat samen met Universitair Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie Karakter.

De eendagspoli opent woensdag de deuren en is bedoeld voor kinderen uit de regio, bij wie een ongecompliceerde vorm van ADHD wordt vermoed. Binnen één dag ontvangen ouders en kind een diagnose en een behandelplan, inclusief ondersteuning.

De verwachting is dat drie van de vier kinderen na de sneldiagnose door hun eigen huisarts behandeld kunnen worden met medicatie en gedragstherapie. De huisarten krijgen daartoe een training. Ook kunnen ouders op de poli terecht voor groepstrainingen in de omgang met een ADHD-kind.

Ontwikkeling van medicijnen tegen ADHD en dementie moet sneller

3 April 2009

PillenDe ontwikkeling van een werkzaam en veilig geneesmiddel is een lang een zeer kostbaar traject. Tijdens dit traject zijn farmaceutische industrie en onafhankelijke onderzoeksinstellingen, zoals universitaire medische centra en universiteiten, elkaars partner. Deze samenwerking kan leiden tot indrukwekkende resultaten, maar herbergt ook mogelijke belangenconflicten. Aan dit onderwerp, speciaal gericht op geneesmiddelen tegen dementie en ADHD, wijdt het UMC St Radboud op 17 april een symposium.

Onderzoek naar de werkzaamheid en de veiligheid van nieuwe geneesmiddelen wordt steeds ingewikkelder, aldus het wetenschappelijk tijdschrift Science in oktober 2008. Het vertalen van laboratoriumuitkomsten in zinvolle dierproeven en vervolgens in uitgekiend klinisch onderzoek is een zeer tijdrovend, complex en kostbaar samenwerkingsproces. Hetzelfde geldt voor het correct uitvoeren van klinisch onderzoek en daarna het toepassen van de resultaten in de medische praktijk.
Enerzijds zijn de ontwikkelkosten van medicijnen bijna niet meer op te brengen. Anderzijds stellen de media, al dan niet terecht, regelmatig de samenwerking tussen onafhankelijke onderzoeksinstellingen en farmaceutische industrie aan de orde.

Ondertussen is er vanuit groepen van patiënten en medici een groeiende vraag naar specifieke geneesmiddelen, vooral voor ziekten waaraan steeds meer mensen lijden, zoals dementie en ADHD. Is het niet mogelijk om, zonder verlies van veiligheid en kwaliteit, het ontwikkeltraject van molecuul naar patiënt te versnellen, om tegemoet te komen aan de hooggespannen verwachtingen van deze (en andere) patiënten en hun families? Kunnen wetenschappers, artsen en farmaceutische industrie hun samenwerking nog verbeteren om de medische vooruitgang te bevorderen?

Dat zijn vragen die aan de orde komen op het symposium Translational research in dementia and ADHD, op 17 april in Nijmegen. Op dit symposium spreken deskundigen op het gebied van dementie, zoals prof. dr. Marcel Olde Rikkert (UMC St Radboud) en prof. dr. Magnus Sjogren (Schering Plough Oss en Alzheimer Centrum Nijmegen); deskundigen op het gebied van ADHD, zoals prof. dr. Jan Buitelaar (UMC St Radboud) en prof. dr. Terje Sagvold (Unversiteit van Oslo); en deskundigen die zich richten op de vertaalslag van molecuul naar mens, zoals Edward Lysen (Wyeth Pharmaceuticals) en dr. Willem de Laat (TI Pharma, Leiden).
[UMC Radboud]

Steeds meer kinderen krijgen ADHD-geneesmiddelen

23 Maart 2009

PillenTussen 2004 en 2007 is het aantal Belgische kinderen en jongeren dat ADHD-geneesmiddelen slikt flink gestegen. Ook het aantal kinderen dat geneesmiddelen tegen psychoses neemt is gestegen. Dit blijkt uit een analyse door kinderpsychiater Dirk Deboutte van cijfers van het RIZIV.

Het totaal aantal kinderen en jongeren voor wie minstens één verpakking werd voorgeschreven, ging van 43.919 in 2004 naar 59.884 in 2007. De helft van alle kinderen is jonger dan 12. Vooral de groep die ADHD-geneesmiddelen voorgeschreven krijgt, groeit: van 6.007 patiënten in 2004 naar 23.251 in 2007. Ook de middelen tegen psychoses zitten in de lift.

Ook uit onderzoek in Nederland van het NIVEL blijkt dat de diagnose ADHD bij kinderen sinds 2003 ieder jaar toeneemt. Jongens krijgen veel vaker de diagnose ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) dan meisjes, maar bij zowel jongens als meisjes neemt de diagnose toe. Het aantal meisjes met ADHD-medicatie stijgt gemiddeld per jaar met 25,5 procent en jongens met 14,1 procent. Door het veel grotere aantal jongens met ADHD blijft het absolute aantal jongens sterker stijgen.

De onderzoekers keken ook op grond van welke diagnoses kinderen ADHD-medicatie kregen voorgeschreven. Behandeling met ADHD-medicatie blijkt in 2007 meestal gestoeld op de diagnose ADHD (69,1 procent), en in veel mindere mate op ‘andere zorgen om het gedrag van het kind’ (12,4 procent) en ‘concentratiestoornissen’ (3,6 procent).
[Gezondheid.be]

Stijging gebruik ADHD-middelen bij Vlaamse kinderen

11 Maart 2009

PillenHet aantal Vlaamse kinderen dat geneesmiddelen tegen ADHD slikt, is tussen 2004 en 2007 met 74 procent gestegen. Dat stond vorige week te lezen in een aantal Vlaamse kranten.

Het aantal Vlaamse kinderen tot en met 18 jaar dat minstens eenmaal een ADHD-geneesmiddel kreeg voorgeschreven, steeg van 43.919 in 2004 naar 59.884 in 2007. Het gebruik van middelen tegen psychoses steeg met 12 procent. Het gebruik van antidepressiva daalde in dezelfde periode met 24 procent.