Subsidie voor onderzoek naar oud medicijn als nieuwe behandeling van hartfalen

Een onderzoekconsortium, geleid door de hoogleraren Dirk Jan van Veldhuisen, Peter van der Meer en Michiel Rienstra van de afdeling Cardiologie van het UMCG, heeft van ZonMw/Hartstichting 3 miljoen euro subsidie gekregen. Hiermee gaan zij onderzoek doen naar het medicijn digoxine als behandeling van hartfalen. Het doel van de zogenoemde DECISION-studie is om aan te tonen dat patiënten met hartfalen die het medicijn digoxine krijgen, minder vaak een heropname in het ziekenhuis krijgen en minder snel als gevolg van hun ziekte overlijden.

Hartfalen is een ernstige en veel voorkomende hartziekte. Men schat dat 1 op de 5 mensen hartfalen krijgt. Patiënten met hartfalen ervaren veelal klachten van kortademigheid, slechte conditie en vochtophoping. Patiënten met hartfalen hebben helaas een slechte prognose en worden vaak opgenomen in het ziekenhuis.

Lees verder op de website van het UMCG.

Minder astma-aanvallen door nieuw medicijn

Een internationaal team van onderzoekers heeft een doorbraak bereikt bij de behandeling van ernstig astma. Een nieuw geneesmiddel halveert het aantal astma-aanvallen en maakt het mogelijk om het gebruik van prednisonpillen sterk te verminderen. Langdurig gebruik van prednison zorgt vaak voor heftige bijwerkingen, zoals maag-darmklachten, hoofdpijn en spierpijn.

Longarts en onderzoeker professor Guy Brusselle (Erasmus MC, Rotterdam en UZ Gent, België) testte samen met collega´s het nieuwe medicijn dupilumab uit bij bijna 2.000 astmapatiënten. Uit het onderzoek blijkt dat patiënten met ernstig astma sterk vooruitgingen. ‘Het aantal astma-aanvallen halveerde bij deze groep. Bij de ernstigste patiënten namen de aanvallen zelfs met tweederde af. Ook hun longfunctie ging erop vooruit´. Daarnaast toont Brusselle ook aan dat dupilumab bij heel ernstige patiënten het geneesmiddel prednison grotendeels kan vervangen. ´Ook dat is een belangrijk resultaat, want prednison heeft bij langdurig gebruik in hogere dosis zware bijwerkingen.´

Lees verder op de website van het Longfonds.

Subsidie voor onderzoek naar immuuntherapie tegen kanker

Een onderzoeksnetwerk, geleid door onderzoeker Edwin Bremer van de afdeling hematologie van het UMCG, heeft een EU-subsidie gekregen van €2,5 miljoen. Hiermee gaat hij onderzoek doen naar het ontwikkelen van nieuwe immuuntherapieën tegen kanker. Het doel is om nieuwe medicatie te ontwikkelen die alleen op de plek van de tumor actief is. Met de subsidie kan het netwerk 10 jonge onderzoekers aantrekken. Het netwerk is een internationaal samenwerkingsverband van 2 universiteiten en 3 biotech bedrijven.

De laatste jaren zijn er op het gebied van immuuntherapie belangrijke doorbraken bereikt, waardoor patiënten vaker ook op lange termijn kanker overleven. Echter, de huidige geneesmiddelen zijn alleen effectief bij bepaalde typen kanker en dan ook niet bij alle patiënten. Verder ontstaan er vaak (ernstige) neveneffecten door het gebruik van de geneesmiddelen, ook als een tumor succesvol wordt bestreden.

Lees verder op de website van het UMCG.

Friesland en Noord-Brabant de meest borstvoedingsvriendelijke provincies

Het aantal borstvoedingsvriendelijke gemeenten in Nederland stijgt elk jaar weer. De provincies Friesland en Noord-Brabant zijn koplopers: daar is inmiddels 25% van de gemeenten borstvoedingsvriendelijk. Dit jaar kregen ook drie Waddeneilanden de titel “borstvoedingsvriendelijk”: Texel, Terschelling en Ameland.

Steeds meer steden en dorpen sluiten zich aan, zo blijkt uit een analyse van het Voedingscentrum. Dit jaar kwamen er 10 gemeenten bij. Naast de Waddeneilanden krijgen de volgende 7 gemeenten deze week ook een plaquette: Aalsmeer, Grave, Huizen, Reusel-De Mierden, Weststellingwerf, Wijdemeren en Zutphen. In totaal zijn er nu 44 borstvoedingsvriendelijke gemeenten in Nederland.

Lees verder op de website van het Voedingscentrum.

Ongeneeslijke hersenziekte treft veel Nederlanders

De helft van de Nederlandse vrouwen en één op de drie mannen van middelbare leeftijd krijgt een beroerte, dementie of Parkinson in de rest van zijn of haar leven. Mannen lijden vaker op jongere leeftijd aan een beroerte, terwijl vrouwen vaker dementie krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus MC op basis van het grootschalige bevolkingsonderzoek ERGO in Rotterdam. De onderzoekers publiceren vandaag hierover in het Britse medisch wetenschappelijk tijdschrift Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry (JNNP).

Dementie, beroerte en Parkinson behoren tot de belangrijkste oorzaken van invaliditeit en sterfte. De ziekten vormen een enorme belasting voor patiënten, hun zorgverleners en de maatschappij. “Een groot deel van deze veelvoorkomende neurologische ziekten is helaas nog steeds niet goed te voorkomen of te behandelen. Hoewel er in de afgelopen jaren veel vooruitgang is geboekt in het beter begrijpen van de oorzaken van deze ziekten, blijven preventieve of therapeutische ontwikkelingen achter in vergelijking met andere veel voorkomende ziekten, zoals kanker en hartaandoeningen”, zegt arts-onderzoeker Silvan Licher van de afdeling Epidemiologie van het Erasmus MC. “Bovendien is de kans dat Nederlanders deze ongeneeslijke hersenziekten krijgen groot. Uit onze studie blijkt dat de helft van de vrouwen en één op de drie mannen van middelbare leeftijd die meedoen aan het bevolkingsonderzoek in de Rotterdamse wijk Ommoord, een beroerte, dementie of Parkinson krijgen. Vrouwen krijgen vaker dementie dan mannen, terwijl mannen vaker lijden aan een beroerte op jongere leeftijd.”

Lees verder op de website van het Erasmus MC.

Twee miljoen voor doorbraak diabetes type 2 onderzoek

Het Diabetes Fonds en ZonMw financieren gezamenlijk 2 miljoen euro in het programma Diabetes II Doorbraakprojecten. Het programma biedt onderzoekers de mogelijkheid om nieuwe ideeën voor de oplossing van diabetes type 2 in korte tijd te bewijzen. Om ze daarna uitgebreid te kunnen onderzoeken. Centraal staat hierbij: wat gaat hét verschil maken bij het voorkomen en stoppen van diabetes type 2?

Ruim 1,1 miljoen Nederlanders hebben diabetes type 2 en dit zal de komende jaren alleen maar toenemen. De gevolgen van deze aandoening zijn groot, mede door het risico op ingrijpende complicaties. Onderzoek heeft al veel kennis opgeleverd over de achterliggende mechanismen, maar er is nog geen oplossing om diabetes type 2 te stoppen.

Diabetes II Doorbraakprogramma
ZonMw en het Diabetes Fonds combineren hun expertise en starten vandaag met het programma. Daarmee kan een volgende stap gezet worden om diabetes type 2 terug te dringen. Dit programma is uniek, want het stimuleert wetenschappers hun ideeën te toetsen met mogelijk baanbrekende oplossingen.

20 gehonoreerde projecten
Er starten 20 onderzoeksprojecten binnen het programma Diabetes II Doorbraakprojecten. Deze projecten hebben betrekking op één of meerdere van de volgende onderwerpen: veroudering, biomarkers, datasets, gezonde leefstijl, risicogroepen, insulineongevoeligheid, zwangerschapsdiabetes, laag sociaal economische klasse en kinderen met diabetes type 2. De projecten die gehonoreerd zijn, zijn kortlopende pilotprojecten met een maximale duur van een jaar. Meer informatie over de 20 projecten vindt u op onze programmapagina Partnership Diabetes.

Over het Diabetes Fonds
Het Diabetes Fonds vindt dat iedereen een gezond leven verdient, zonder diabetes en de complicaties ervan. Daarom wil het Diabetes Fonds Nederland gezonder maken en diabetes genezen. Enerzijds door wetenschappelijk onderzoek te financieren naar betere behandelingen, genezing en complicaties van diabetes type 1 en type 2. Anderzijds door de gezonde keuze makkelijker te maken. Voor meer informatie over diabetes kunt u terecht op de website van het Diabetes Fonds www.diabetesfonds.nl.

Over ZonMw
ZonMw financiert gezondheidsonderzoek én stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis. Daarmee draagt ZonMw bij aan het verbeteren van de zorg en gezondheid. Met allerlei subsidieprogramma’s wordt de totale innovatiecyclus gestimuleerd. Van fundamenteel onderzoek tot implementatie van nieuwe behandelingen, preventieve interventies of verbeteringen in de structuur van de gezondheidszorg.
[ZonMw]

Onderzoek: HPV-vaccin is veilig

Onderzoek van het RIVM toont geen verband tussen het vaccin tegen baarmoederhalskanker (HPV) en langdurige vermoeidheidsklachten bij meisjes. Resultaten van recent epidemiologisch onderzoek in Nederland komen overeen met de uitkomsten van eerder verschenen internationale onderzoeken.

Meisjes krijgen het HPV-vaccin in het jaar dat zij 13 worden. Voor introductie van vaccinatie tegen HPV, kwamen ernstige vermoeidheidsklachten bij ongeveer 1 op de 5 meisjes voor in deze leeftijdscategorie en bij ongeveer de helft daarvan houden deze klachten langer dan drie maanden aan. Het RIVM onderzocht of deze langdurige vermoeidheidsklachten vaker voorkomen bij gevaccineerde meisjes dan bij meisjes die niet zijn ingeënt. Het onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van meldingen van vermoeidheidsklachten die langer dan twee maanden duurden na de HPV-vaccinatie bij Bijwerkingencentrum Lareb. De meeste van deze meldingen kwamen binnen na media-aandacht rondom het HPV-vaccin in 2012 en 2015.

Resultaten van het onderzoek
Voor het onderzoek werden bijna 70 duizend meisjes geselecteerd uit een groot huisartsenregistratiesysteem van het Erasmus MC. Uit gegevens bleek dat langdurige vermoeidheid vóór invoering van de HPV-vaccinatie even vaak voor kwam als na de invoering. De diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom werd maar weinig gesteld door de huisarts, namelijk 0 tot 1 keer per jaar per tien duizend meisjes zowel vóór als na invoering van HPV-vaccinatie.

In de studie gaven 49 meisjes die langer dan 6 maanden vermoeidheidsklachten hebben gehad toestemming om hun gezondheidsgegevens te koppelen aan hun vaccinatiegegevens. Van hen waren 37 gevaccineerd. Binnen een jaar na de HPV-vaccinatie bezochten zij niet vaker een huisarts met langdurige vermoeidheidsklachten dan vóór of langer dan een jaar na de vaccinatie.

Lees verder op de website van het RIVM.

Longkankerscreening met CT voorkomt sterfgevallen

Screening verlaagt kans om aan longkanker te overlijden met 26%
Het Nederlands-Belgisch proefbevolkingsonderzoek naar longkanker (NELSON) heeft aangetoond dat door het ondergaan van een CT-scan van de longen, longkanker in een veel gunstiger stadium kan worden ontdekt. Hierdoor wordt de kans om aan deze ziekte te overlijden met 26% verlaagd. Het onderzoek onder 16.000 vrijwilligers omvatte ook bijna 7.000 personen die in de 10 jaren voor start van de studie waren gestopt met roken. Nederlandse onderzoekers presenteerden deze wereldprimeur vandaag op het Wereld Longkanker Congres in Toronto.

In drie regio’s in Nederland en rondom Leuven (België) werden in de periode 2003-2006 ruim 600.000 mensen in de leeftijdsgroep 50-74 aangeschreven via de bevolkingsregisters. Zij werden gevraagd naar hun gezondheid. Voor ruim 30.000 personen van deze groep werd op basis van hun antwoorden geschat dat zij een verhoogd risico op longkanker hadden. Zij werden uitgenodigd om mee te doen aan het proefbevolkingsonderzoek, waarop 16.000 personen positief reageerden. De helft van de deelnemers (de screengroep) werd screening door middel van vier CT-scans aangeboden. Tussen de CT-scans zat een tijdsverschil van achtereenvolgens 1, 2 en 2,5 jaar. De andere helft (de controlegroep) kreeg geen CT scan. Er was toen namelijk nog geen bewijs dat men van deze vroege opsporing profijt zou hebben. De scans werden gemaakt in het Spaarne Gasthuis te Haarlem, het Universitair Medisch Centrum Utrecht, het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Universitair Ziekenhuis Leuven.

Lees verder op de website van het Erasmus MC