Cadeaubon helpt bij stoppen met roken

Stoppen met roken lukt gemakkelijker als je daarvoor een beloning krijgt. Uit onderzoek van de Universiteit Maastricht (UM) blijkt dat werknemers het niet-roken beter volhouden als ze in combinatie met een stoppen-met-rokentraining op het werk een beloning krijgen. Van de onderzoeksgroep die cadeaubonnen kreeg, rookte na een jaar ruim 41 procent nog steeds niet. In de controlegroep lag dat percentage op 26 procent. Ook blijkt uit de landelijk opgezette studie dat deze aanpak heel goed werkt bij rokers met een lagere sociaaleconomische status, een groep die doorgaans moeilijk te bereiken is. De onderzoeksresultaten zijn vandaag gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Public Health .

Beloning
“We hebben in Nederland nu voor het eerst aangetoond dat een beloning voor stopsucces in combinatie met een training op het werk leidt tot een bijzonder hoog slagingspercentage. Als alle werkgevers in Nederland deze methode met beloningen gaan toepassen om werknemers te helpen stoppen met roken, kan dat een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van het roken in Nederland”, aldus UM-onderzoeker Floor van den Brand. Werknemers konden tijdens deze studie door te stoppen met roken een totaalbedrag van €350,- verdienen. De eerste cadeaubon (€50,-) kregen de deelnemers meteen na afronding van de groepstraining, verzorgd door het gespecialiseerde bedrijf SineFuma uit Breda. Als ze na drie maanden en vervolgens zes maanden nog steeds gestopt waren, kregen ze iedere keer €50,-. Na 12 maanden verdienden ze nog eens €200,- aan cadeaubonnen. In totaal volgden 600 werknemers van meer dan 60 bedrijven en instellingen een stoppen-met-rokentraining.

Lees verder op de website van de Maastricht University.

Ouders hebben moeite met kindermarketing

Veel ouders hebben moeite met kindermarketing, dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het Voedingscentrum. Vooral kindermarketing die plaatsvindt op scholen, tijdens sportevenementen voor kinderen en op social media, vinden ouders niet normaal. De meerderheid is voor maatregelen tegen kindermarketing van ongezonde producten, zoals koek, snoep en frisdrank.

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek:

  • De helft van de ouders heeft moeite met kindermarketing voor ongezonde producten (producten buiten de Schijf van Vijf), 35% is neutraal en 15% heeft er geen moeite mee.
  • 71% van de ouders vindt dat kindermarketing voor ongezonde producten niet thuishoort op een sportevenement voor kinderen.
  • 60% van de ouders vindt het niet normaal dat er kindermarketing voor ongezonde producten plaatsvindt via social media.
  • Driekwart van de ouders wil dat kindermarketing voor ongezonde producten wordt tegengegaan op scholen, social media en tijdens sportevenementen voor kinderen.
  • Bijna 9 op de 10 ouders denkt dat kindermarketing op sportevenementen, scholen, in televisieseries, films en games effect heeft op de voorkeuren en voedselkeuzes van hun kind.

De verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen tegen kindermarketing ligt volgens de ouders bij de overheid, reclamemakers en de organisatoren van sportevenementen.

Lees verder op de website van het Voedingscentrum

Fysiotherapie net zo effectief als een knieoperatie

Onderzoek van OLVG in samenwerking met acht Nederlandse ziekenhuizen laat zien dat fysiotherapie net zo effectief is bij knieklachten als een operatie. Mensen ouder dan 45 jaar met een gescheurde meniscus worden vaak geopereerd, maar een behandeling met fysiotherapie heeft hetzelfde effect en daarmee de voorkeur. Dit opzienbarende resultaat is gepubliceerd in het toonaangevende internationale wetenschappelijke tijdschrift JAMA.

Victor van de Graaf, orthopeed in opleiding en promovendus OLVG: ‘Voor orthopeden is opereren dagelijkse kost, maar voor de patiënt is het erg ingrijpend. In (externe link)dit onderzoek hebben we kritisch gekeken naar ons eigen handelen en naar alternatieve behandelmogelijkheden. Hieruit blijkt dat een operatie lang niet altijd nodig is. Voor de patiënt is dat heel goed nieuws.’

Lees verder op de website van het OLVG.

Subsidie voor onderzoek naar oud medicijn als nieuwe behandeling van hartfalen

Een onderzoekconsortium, geleid door de hoogleraren Dirk Jan van Veldhuisen, Peter van der Meer en Michiel Rienstra van de afdeling Cardiologie van het UMCG, heeft van ZonMw/Hartstichting 3 miljoen euro subsidie gekregen. Hiermee gaan zij onderzoek doen naar het medicijn digoxine als behandeling van hartfalen. Het doel van de zogenoemde DECISION-studie is om aan te tonen dat patiënten met hartfalen die het medicijn digoxine krijgen, minder vaak een heropname in het ziekenhuis krijgen en minder snel als gevolg van hun ziekte overlijden.

Hartfalen is een ernstige en veel voorkomende hartziekte. Men schat dat 1 op de 5 mensen hartfalen krijgt. Patiënten met hartfalen ervaren veelal klachten van kortademigheid, slechte conditie en vochtophoping. Patiënten met hartfalen hebben helaas een slechte prognose en worden vaak opgenomen in het ziekenhuis.

Lees verder op de website van het UMCG.

Minder astma-aanvallen door nieuw medicijn

Een internationaal team van onderzoekers heeft een doorbraak bereikt bij de behandeling van ernstig astma. Een nieuw geneesmiddel halveert het aantal astma-aanvallen en maakt het mogelijk om het gebruik van prednisonpillen sterk te verminderen. Langdurig gebruik van prednison zorgt vaak voor heftige bijwerkingen, zoals maag-darmklachten, hoofdpijn en spierpijn.

Longarts en onderzoeker professor Guy Brusselle (Erasmus MC, Rotterdam en UZ Gent, België) testte samen met collega´s het nieuwe medicijn dupilumab uit bij bijna 2.000 astmapatiënten. Uit het onderzoek blijkt dat patiënten met ernstig astma sterk vooruitgingen. ‘Het aantal astma-aanvallen halveerde bij deze groep. Bij de ernstigste patiënten namen de aanvallen zelfs met tweederde af. Ook hun longfunctie ging erop vooruit´. Daarnaast toont Brusselle ook aan dat dupilumab bij heel ernstige patiënten het geneesmiddel prednison grotendeels kan vervangen. ´Ook dat is een belangrijk resultaat, want prednison heeft bij langdurig gebruik in hogere dosis zware bijwerkingen.´

Lees verder op de website van het Longfonds.

Subsidie voor onderzoek naar immuuntherapie tegen kanker

Een onderzoeksnetwerk, geleid door onderzoeker Edwin Bremer van de afdeling hematologie van het UMCG, heeft een EU-subsidie gekregen van €2,5 miljoen. Hiermee gaat hij onderzoek doen naar het ontwikkelen van nieuwe immuuntherapieën tegen kanker. Het doel is om nieuwe medicatie te ontwikkelen die alleen op de plek van de tumor actief is. Met de subsidie kan het netwerk 10 jonge onderzoekers aantrekken. Het netwerk is een internationaal samenwerkingsverband van 2 universiteiten en 3 biotech bedrijven.

De laatste jaren zijn er op het gebied van immuuntherapie belangrijke doorbraken bereikt, waardoor patiënten vaker ook op lange termijn kanker overleven. Echter, de huidige geneesmiddelen zijn alleen effectief bij bepaalde typen kanker en dan ook niet bij alle patiënten. Verder ontstaan er vaak (ernstige) neveneffecten door het gebruik van de geneesmiddelen, ook als een tumor succesvol wordt bestreden.

Lees verder op de website van het UMCG.

Friesland en Noord-Brabant de meest borstvoedingsvriendelijke provincies

Het aantal borstvoedingsvriendelijke gemeenten in Nederland stijgt elk jaar weer. De provincies Friesland en Noord-Brabant zijn koplopers: daar is inmiddels 25% van de gemeenten borstvoedingsvriendelijk. Dit jaar kregen ook drie Waddeneilanden de titel “borstvoedingsvriendelijk”: Texel, Terschelling en Ameland.

Steeds meer steden en dorpen sluiten zich aan, zo blijkt uit een analyse van het Voedingscentrum. Dit jaar kwamen er 10 gemeenten bij. Naast de Waddeneilanden krijgen de volgende 7 gemeenten deze week ook een plaquette: Aalsmeer, Grave, Huizen, Reusel-De Mierden, Weststellingwerf, Wijdemeren en Zutphen. In totaal zijn er nu 44 borstvoedingsvriendelijke gemeenten in Nederland.

Lees verder op de website van het Voedingscentrum.

Ongeneeslijke hersenziekte treft veel Nederlanders

De helft van de Nederlandse vrouwen en één op de drie mannen van middelbare leeftijd krijgt een beroerte, dementie of Parkinson in de rest van zijn of haar leven. Mannen lijden vaker op jongere leeftijd aan een beroerte, terwijl vrouwen vaker dementie krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus MC op basis van het grootschalige bevolkingsonderzoek ERGO in Rotterdam. De onderzoekers publiceren vandaag hierover in het Britse medisch wetenschappelijk tijdschrift Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry (JNNP).

Dementie, beroerte en Parkinson behoren tot de belangrijkste oorzaken van invaliditeit en sterfte. De ziekten vormen een enorme belasting voor patiënten, hun zorgverleners en de maatschappij. “Een groot deel van deze veelvoorkomende neurologische ziekten is helaas nog steeds niet goed te voorkomen of te behandelen. Hoewel er in de afgelopen jaren veel vooruitgang is geboekt in het beter begrijpen van de oorzaken van deze ziekten, blijven preventieve of therapeutische ontwikkelingen achter in vergelijking met andere veel voorkomende ziekten, zoals kanker en hartaandoeningen”, zegt arts-onderzoeker Silvan Licher van de afdeling Epidemiologie van het Erasmus MC. “Bovendien is de kans dat Nederlanders deze ongeneeslijke hersenziekten krijgen groot. Uit onze studie blijkt dat de helft van de vrouwen en één op de drie mannen van middelbare leeftijd die meedoen aan het bevolkingsonderzoek in de Rotterdamse wijk Ommoord, een beroerte, dementie of Parkinson krijgen. Vrouwen krijgen vaker dementie dan mannen, terwijl mannen vaker lijden aan een beroerte op jongere leeftijd.”

Lees verder op de website van het Erasmus MC.