Gezond voedingsbeleid in de kinderopvang

gezonde appelOp naar een goed voedingsbeleid in de kinderopvang
Kinderopvangorganisaties hebben behoefte aan hulpmiddelen voor het maken van een gezond voedingsbeleid. Verder leven nog altijd enkele misverstanden over voeding. Dat waren de belangrijkste conclusies van het Voedingscentrum na een rondgang langs kinderopvangorganisaties. Daarom heeft het Voedingscentrum onder andere de folder ‘OEPS!’ ontwikkeld en deze naar 4.000 kinderopvangorganisaties gestuurd.

De focus van de folder ligt op drie minder gezonde keuzes die in de kinderopvang regelmatig voorkomen: (smeer)leverworst, smeerkaas en diksap. Verder hebben de 4.000 organisaties een voorbeeld voedingsbeleid gekregen. Daarin staat alles over gezonde keuzes in het voedingsaanbod. Dit beleid kan in zijn geheel of gedeeltelijk worden overgenomen. De materialen zijn voorgelegd bij verschillende kinderopvangcentra. Ze werden enthousiast ontvangen.

Veranderen in 3 stappen
Om de kinderopvang nog beter van dienst te zijn, is er ook een nieuwe website gemaakt. Op www.voedingscentrum.nl/kinderopvang staat hoe de kinderopvang in 3 stappen komt tot een goed voedingsbeleid. En er staan nog veel meer hulpmiddelen. Zo is het voorbeeld voedingsbeleid te downloaden. Er zijn voorbeeldbrieven voor ouders, medewerkers en de oudercommissie. Handige en leuke stukjes voor op de website of in de nieuwsbrief helpen mee om het beleid te communiceren en om ouders te betrekken. Ook is er achtergrondinformatie te vinden, bijvoorbeeld de do’s and don’ts in de kinderopvang en tips voor de eetopvoeding.

Waarom is een gezond aanbod zo belangrijk?
In de eerste vijf jaar ontwikkelen kinderen eetgewoonten, en die gewoonten kunnen een basis vormen voor toekomstige eetpatronen. Omdat kinderen een belangrijk deel van hun dagelijkse voeding in de kinderopvang krijgen, ligt daar een belangrijke verantwoordelijkheid.

Dikke dokter grijpt minder snel in bij overgewicht

zorgverlenerHuisartsen voelen zich verantwoordelijk voor preventie en behandeling van overgewicht. Veel vooral jongere huisartsen grijpen pas in als overgewicht al is toegenomen tot obesitas. En huisartsen met overgewicht en ernstig overgewicht, verwijzen hun te zware patiënten minder vaak voor dieetadvies. De dikke dokter maakt weinig werk van obesitas, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en de VU in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Obesity.

Overgewicht is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een wereldwijd probleem. Het aantal mensen met overgewicht is de laatste jaren snel toegenomen. In 2008 was al ruim een derde van de wereldbevolking te zwaar en 12% had ernstig overgewicht. In Nederland nam het percentage mensen met overgewicht toe van 28,2% in 1981 tot 36,8% in 2011. Het aantal mensen met ernstig overgewicht verdubbelde in die periode van 5,3% naar 11,4%. Als we hier niets aan doen, kampt in 2024 twee derde van de bevolking met overgewicht en heeft daardoor meer kans op bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten, kanker en artrose.

Preventie
De mate van overgewicht wordt afgemeten aan de zogenoemde Body Mass Index (BMI): dit is iemands gewicht gedeeld door het kwadraat van zijn lengte. Een BMI tussen de 18,5 en 25 is gezond. Tussen de 25 en 30 is er sprake van overgewicht en hierboven van ernstig overgewicht of obesitas. Huisartsen (82,9%) zien preventie, bespreken en behandelen van overgewicht als een van hun taken. Vooral huisartsen die dit een belangrijke taak vinden, maken er werk van. De meesten komen echter pas in actie als een patiënt al kampt met ernstig overgewicht en het stadium van preventie al lang voorbij is. Op zich is dit wel in overeenstemming met de richtlijn, maar het voorkomen van obesitas is nog altijd gemakkelijker dan het behandelen. Ongeveer de helft van de patiënten met obesitas wordt verwezen voor voedings- of dieetadvies.

Lees verder op de website van het NIVEL.

Voel je fit op wintersport

wintersportSteeds meer topsporters kiezen voor een koolhydraatarm dieet
De Amerikaanse olympisch skiër Bode Miller ruilt zijn koolhydraatrijke dieet in voor een dieet met goede vetten en weinig koolhydraten en voelt zich sneller en flexibeler dan ooit. Ook basketballer Kobe Bryant en zijn teamgenoten van de L.A. Lakers kiezen voor koolhydraatarm in plaats van koolhydraatrijk. Bryant voelt zich dankzij zijn nieuwe dieet beter dan ooit. Hiermee gaan deze topsporters in tegen de fabel dat sporters beter kunnen kiezen voor koolhydraatrijke voeding.

Fit op de piste: vermijd koolhydraten
De voorjaarsvakantie staat weer voor de deur en dat betekent voor velen dat de ski’s en snowboards weer tevoorschijn komen. Een week lang wintersporten kost veel energie en daarom kiezen de meesten voor een groot bord spaghetti of lasagne tussen de middag. Onderzoek van Steve Phinney en Jeff Volek laat echter zien dat een bord vol koolhydraten niet de oplossing is. Veel mensen zouden het niet verwachten, maar om de hele dag energie te hebben kunnen sporters het best kiezen voor een koolhydraatarme maaltijd met de juiste vetten. Kies daarom voortaan voor een stukje vis of vlees met groente of een lekkere salade.

Het Nieuwe Atkins
Arts en wetenschapper Steve Phinney en professor Jeff Volek schreven samen met Eric Westman het boek over Het Nieuwe Atkins dieet. Het Atkins dieet is een koolhydraatarm dieet rijk aan eiwitten, vezels en goede vetten en is daarom ideaal voor (winter)sporters.
[Atkins]

VU en VUmc ontwikkelen online behandeling slapeloosheid na borstkanker

slecht slapenSamenwerkingsproject van VU, VUmc en Prezens om zelf slaapproblemen te overwinnen
Wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam en VU medisch centrum hebben een innovatieve zelfhulpbehandeling ontwikkeld voor vrouwen die slaapproblemen houden na de behandeling voor borstkanker. De behandeling Overwin uw slaapproblemen na borstkanker is gebaseerd op zelfhulptherapie met bewezen effectiviteit. Gebruikers van de online cursus leren in een aantal lessen hun slaappatroon te herstellen en hun leefpatroon aan te passen. Tijdens de cursus ontvangt de gebruiker ondersteuning van een coach. De zelfhulpcursus bestaat uit informatie en (huiswerk)opdrachten. De cursus wordt vanaf februari 2014 aangeboden in een samenwerking tussen VU, VUmc en Prezens, onderdeel van GGZ inGeest.

Slaapproblemen bij borstkanker
Slaapproblemen komen veel voor in de algemene bevolking, maar nog veel meer onder vrouwen die behandeld zijn voor borstkanker. Ongeveer 60% van hen heeft slaapproblemen en 30% voldoet aan de criteria voor een slaapstoornis. Ongeveer driekwart van de vrouwen die een arts bezoekt in verband met slaapproblemen krijgt medicatie voorgeschreven. Dit is op de korte termijn effectief, maar heeft vervelende bijwerkingen en een grote kans op verslaving. “Er is een effectieve behandeling voor slaapproblemen, gebaseerd op cognitieve gedragstherapie, maar er zijn weinig behandelaren die deze aanbieden. Een internet behandeling kan daarom uitkomst bieden,” zegt VU-wetenschapper Jitske Bongers. “Op dit moment biedt Prezens al een vergelijkbare door de VU ontwikkelde internetcursus aan voor mensen in de algemene bevolking met slaapproblemen, daar zijn de ervaringen heel positief.” De VU heeft deze cursus nu aangepast voor de specifieke problemen van vrouwen met borstkanker en wil op korte termijn onderzoeken hoe zij deze cursus ervaren. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via www.slaapproblemen-na-borstkanker.nl. Tijdens de onderzoeksperiode is deelname gratis.

Slaapcursus
De cursus Overwin uw slaapproblemen na borstkanker bestaat uit zes lessen waarin de deelnemer leert om weer greep te krijgen op de slaapproblemen. Centraal in deze cursus staat het veranderen van gewoonten. Verkeerde slaapgewoonten zijn namelijk vaak een oorzaak voor het in stand houden van slapeloosheid.

Daarnaast onderzoeken de wetenschappers of de cursus voldoende aansluit bij de behoefte van vrouwen met borstkanker en of de cursus hen voldoende helpt. Na afloop van de onderzoeksperiode zal de online behandeling worden opgenomen in het reguliere aanbod van Prezens.
[Persbericht VU]

Ouders willen invloed op het aanbod in de schoolkantine

gezonde appelRuim twee derde van de ouders van mbo- en vo-leerlingen vindt dat scholen en ouders samen moeten werken aan een gezond aanbod in de kantine en automaten. Een op de twee ouders wil zelf meehelpen. Dit blijkt uit onderzoek van Motivaction in opdracht van het Voedingscentrum.

65% van de ouders geeft aan dat ze graag meedenken met de school over het gezonder maken van het aanbod. Vaders geven net iets vaker aan dat ze willen praten met de schoolleiding; over het schoolbeleid of door overleg met de ouderraad. Op dit moment heeft nog maar 26% van de ouders het idee dat ze invloed hebben op het aanbod op school. Het ziet er dus naar uit dat scholen veel meer hulp van ouders kunnen krijgen dan ze tot nu toe vragen.

Over het onderzoek
Wie is verantwoordelijk voor wat een kind op school eet? Het kind zelf, de school of de ouders? We legden deze vragen voor aan 1.323 ouders. Uit de resultaten blijkt dat zij al die drie partijen in grote mate (mede)verantwoordelijk vinden. 31% ziet zichzelf als hoofdverantwoordelijke, 27% wijst naar de school en 21% vindt dat volledig aan het kind zelf. Met name ouders van kinderen op het vo wijzen vaker naar de school als medeverantwoordelijke (61% tegenover 52% van mbo-ouders).

Wat kunnen ouders doen?
De respondenten (36%) geven aan dat ze graag in gesprek willen met de school hierover en dat de school vaker zou kunnen overleggen met de ouderraad over het aanbod. 38% wil graag samen met de schoolleiding zorgen voor beleid rondom gezond eten en drinken op school. 17% geeft aan dat ze er met andere ouders in gesprek willen, zodat ze samen invloed hebben op het aanbod en 7% zegt te willen meedraaien in het schoolkantineteam.

De Schoolkantine Brigade van het Voedingscentrum raadt ouders die meer willen weten over het kantine-aanbod op hun school aan om contact op te nemen met de ouderraad. Mogelijk komt de school ook in aanmerking voor een schoolbezoek door de Brigade. Ouderraden kunnen daarvoor bij de Brigade terecht.

Over De Gezonde Schoolkantine
De Gezonde Schoolkantine is een initiatief van het Voedingscentrum, met als doel een gezonder voedingsaanbod op vo- en mbo-scholen. In 2015 wil de overheid dat alle schoolkantines gezond zijn. Een gezonde schoolkantine bestaat voor minimaal 75% uit lekkere en gezonde producten uit de Schijf van Vijf (zoals fruit, broodjes, salades) en maximaal 25% extra’s (snoep, snacks, koek). Scholen kunnen zelf de Schoolkantine Brigade inschakelen voor gratis advies op maat. www.voedingscentrum.nl/gezondeschoolkantine

EU geeft waarschuwing af voor Becel pro-activ van Unilever: foodwatch eist stop op verkoop

Becel Pro-activfoodwatch eist een stop op de verkoop van cholesterolverlagende halvarine. De Europese Unie verplicht Unilever tot een nieuwe waarschuwingstekst op de cholesterolverlagende halvarine Becel pro-activ en geeft hiermee een waarschuwing af.

Vanaf morgen (15 februari) schrijft Verordening 718/2013 producenten voor, mensen zonder cholesterolproblemen de consumptie van voedingsmiddelen met toegevoegde plantensterolen nadrukkelijk af te raden. Daarmee wijst de EU op mogelijke gezondheidsrisico’s. Voedselwaakhond foodwatch uit kritiek op het feit dat de EU alleen maar een onopvallende, klein afgedrukte waarschuwing voorschrijft, maar de vrije verkoop van onvoldoende geteste voedingsmiddelen blijft toelaten.

Omdat producten als Becel pro-activ in het schap van de supermarkt naast de gewone margarine worden aangeboden, worden ze ook door talloze consumenten gebruikt, die nog niet eens weten hoe hoog hun cholesterolgehalte is, en daarmee zelfmedicatie bedrijven zonder diagnose van een arts. Onderzoek laat zelfs zien dat kinderen regelmatig meesmeren. En dat terwijl aan Becel pro-activ met plantensterolen een hooggeconcentreerd en omstreden bestanddeel wordt toegevoegd. De EU-verordening verplicht Unilever nu tot de waarschuwing, dat Becel pro-activ aangeeft dat “.. het product niet bedoeld is voor mensen die hun bloedcholesterolgehalte niet onder controle moeten houden.”

Niet 100% bewezen veilig
“Unilever kan de veiligheid van Becel pro-activ niet garanderen. De daarvoor dringend vereiste, maar kostbare langetermijnonderzoeken heeft het concern tot nu toe niet uitgevoerd,” aldus Hilde Anna de Vries, directeur van foodwatch Nederland. “Als een voedingsmiddel niet 100% bewezen veilig is, dan mag er niet alleen maar in een voetnoot voor het gebruik worden gewaarschuwd – het moet uit de markt worden genomen.” foodwatch eist, dat producten met een medicinale werking en mogelijke risico’s als medicijnen worden behandeld en dat deze klinisch moeten worden getest. Pseudo-medicijnen mogen niet zomaar vrij verkrijgbaar in supermarkten te koop worden aangeboden.

Waarschuwing Duits instituut voor risicobeoordeling
Aangetoond is, dat plantensterolen, zoals Unilever die toevoegt aan de halvarine Becel pro-activ, de cholesterolspiegel kunnen verlagen. Onderzoeken hebben echter het vermoeden gecreëerd, dat ze ook afzettingen in de bloedvaten en daarmee juist hartaandoeningen zouden kunnen veroorzaken. Ook het Duitse overheidsinstituut voor risicobeoordeling (Bundesinstitut fur Risikobewertung BfR) waarschuwt ervoor dat het gebruik door gezonde mensen zonder cholesterolprobleem “nadrukkelijk moet worden vermeden”. Het gezondheidsvoordeel is niet aangetoond, want het veranderen van de bloedwaarden (lagere cholesterolspiegel) leidt niet automatisch tot minder hartaandoeningen.

Eerdere kritiek
In 2012 vroeg foodwatch Nederland aandacht voor de misleidende praktijken van Becel pro-activ. Zo werd het product tijdens de Gouden Windei verkiezing van 2012 door Nederlandse consumenten verkozen tot meest misleidende product. foodwatch Duitsland heeft in januari 2012 een klacht tegen Unilever ingediend bij de arrondissementsrechtbank van Hamburg. In eerste instantie werd de klacht afgewezen, omdat de rechters de omstreden bewering beoordeelden als louter meningsuiting en deze daarom niet eerst op ‘juist’ of ‘onjuist’ gecontroleerd hebben. Ongeacht haar juistheid mocht Unilever de omstreden verklaring voorlopig verder gebruiken. Daarop heeft foodwatch Duitsland beroep aangetekend. De volgende zitting zal naar verwachting in de eerste helft van 2014 plaatsvinden.

foodwatch roept consumenten op om via een e-mailactie te eisen dat producent Unilever zijn product van de markt haalt. Doe mee met de e-mailactie