MS en Mantelzorg

In Nederland krijgen elk jaar 270 mensen de diagnose MS. Als je die diagnose krijgt staat de wereld op z’n kop. De toekomst waar je van droomde valt in duigen. Het is moeilijk te voorspellen hoe de ziekte zich gaat manifesteren. Het is niet alleen een grote klap voor jou, maar ook voor je naasten.
Dat weet ook Hans. Zijn vrouw heeft MS en Hans zorgt 24 uur per dag voor haar.

Dat is moeilijk, soms heel moeilijk, maar ze slaan zich er dapper doorheen. Het vergt enorm veel aanpassingvermogen. Hans zorgt wel dat hij zelf ook nog dingen doet waar hij zelf energie van krijgt. Zoals tekenen en hardlopen. Kijk de video voor zijn verhaal.

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Multidisciplinaire behandeling geeft blijvend gewichtsverlies kleine kinderen

overgewicht kind obesitasEen intensieve behandeling van jonge kinderen tussen de 3 en 5 jaar met overgewicht en obesitas, heeft een blijvend gunstig effect op de gewichtsafname en de middelomtrek. Het gaat hierbij om een multidisciplinaire behandeling, die zich niet alleen op het kind, maar ook op de hele familie richt. Dit blijkt uit onderzoek van kinderarts Gianni Bocca van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) na onderzoek onder 75 te zware kinderen tussen de 3 en 5 jaar oud. Hij promoveert op 20 november op zijn onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Obesitas bij kinderen neemt over de hele wereld nog steeds toe. Daarom zijn effectieve strategieën voor de behandeling van overgewicht en obesitas bij kinderen noodzakelijk. Programma’s met multidisciplinaire interventies gericht op leefstijl in de leeftijd van 5-12 jaar blijken effectief te zijn voor gewichtsvermindering. Obesitas begint echter al voor het vijfde levensjaar. Daarom moeten programma’s voor het behandelen van obesitas gericht zijn op nog jongere kinderen. Jonge kinderen met obesitas lopen een groot risico om hun hele leven te dik te blijven.

Multidisciplinair behandelprogramma
In zijn onderzoek vergeleek Bocca het effect van een intensief multidisciplinair behandelprogramma met de ‘standaard’- behandeling door een kinderarts. Veertig kinderen die behandeld werden door het multidisciplinaire team, bezochten samen met hun ouders frequent een diëtist. De ouders moesten bijhouden wat de kinderen hadden gegeten en dat werd bij de diëtist telkens teruggekoppeld. Daarnaast gingen de kinderen naar een fysiotherapeut waarbij ze balspelletjes speelden en beweging op muziek kregen. Voor de ouders waren er ook nog sessies met een psycholoog, waar zij gedragstherapie kregen. De ouders leerden daar kinderen positief, maar zonder snoep, te belonen. En leerden meer over het onderscheid tussen trek en honger van een kind. Bij de overige 35 kinderen werd de ’standaard’ behandeling toegepast. Deze kinderen werden gezien door een kinderarts. Samen met de ouders kregen de kinderen tips voor een gezonde leefstijl.

Blijvend effect
Uit de studie van Bocca blijkt dat de intensief behandelde groep beduidend betere resultaten haalde dan bij de standaard behandelde groep. De eerste groep verloor meer gewicht, gemeten via afname van de BMI (Body Mass Index). Ook kregen zij een smallere taille. De tweede groep verloor ook wel gewicht maar minder. En de middelomtrek bleef bij hen hetzelfde. Volgens Bocca zijn deze resultaten blijvend. Bocca: ‘We hebben de kinderen na drie jaar nog eens bekeken. Toen bleek dat de intensief behandelde groep nog steeds het voordeel had van de gewichtsreductie en een betere lichaamssamenstelling.’

Daling gezondheidskosten
Gezien de duidelijke uitkomsten van zijn onderzoek adviseert Bocca om deze kinderen de intensieve behandeling te geven. ‘Dat is natuurlijk op korte termijn duurder, maar op langere termijn scheelt dat zeker in de gezondheidskosten. Want het gaat om een groep kinderen met behoorlijk overgewicht die verhoogde kansen hebben op hart- en vaatziekten en een sterke insuline ongevoeligheid. Met goed en vroegtijdig ingrijpen ontwikkelen ze dat later misschien niet.”

Curriculum vitae
Drs. G. Bocca (Goirle, 1969) studeerde Geneeskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij verrichte zijn onderzoek bij het Groningen Expertise Centrum voor Kinderen met Overgewicht (GECKO) van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zijn studie werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van Hutchison Whampoa Limited uit Hong Kong. De titel van zijn proefschrift is ‘Effects of a multidisciplinary treatment program in overweight and obese preschool children’. Bocca werkt als kinderarts in het UMCG.
[UMCG]

Nieuwe inzichten voedselverspilling bij consument: er is nog veel te winnen

Hoezo 50kilo VoedingscentrumConsument wil wel, maar gedrag blijft achter
Uit nieuw onderzoek onder consumenten blijkt dat verreweg de meeste Nederlanders wel minder willen verspillen, maar dit in de praktijk lastig vinden. Simpele middelen als ‘een boodschappenlijstje maken’ en ‘thuis de voorraad checken’ worden nog te weinig gebruikt. Ook door te veel te koken en restjes niet meer te gebruiken, gooien Nederlanders onnodig vaak iets weg. Desondanks geeft 80% van de consumenten aan zelf al iets te doen om voedselverspilling te voorkomen.

Corné van Dooren, specialist Duurzaam eten van het Voedingscentrum licht toe: “Een positieve ontwikkeling is dat Nederlanders minder vaak dan in 2011 voedsel direct weggooien na het verstrijken van de houdbaarheidsdatum. Zij ruiken er aan en bekijken het product en besluiten dan wat ze er mee doen. Bij producten met een THT-datum is dit de beste manier om te beoordelen of het nog goed is.”

Nederlander onderschat effect van boodschappenlijstje
Uit het consumentenonderzoek onder ruim 2000 Nederlanders, uitgevoerd door bureau GfK in opdracht van het Voedingscentrum, blijkt dat er nog veel stappen gezet kunnen worden bij het tegengaan van voedselverspilling. Consumenten zien ‘gebruik van een boodschappenlijstje’ en ‘eerst je voorraad checken voor het boodschappen doen’, niet als belangrijke manier om zelf thuis verspilling te voorkomen. Terwijl uit eerder onderzoek is gebleken dat dit wel degelijk zorgt voor minder verspilling. Niettemin doet de meerderheid (57%) van de shoppers vaak tot altijd boodschappen met behulp van een boodschappenlijstje; dit is vergelijkbaar met 2011. En geeft bijna de helft van de Nederlanders aan voedselverspilling tegen te gaan door alleen te kopen wat hij nodig heeft.

Helft kookt met ratio
De voornaamste reden voor het weggooien van eten is dat er te veel gekookt wordt: ruim 1 op de 4 mensen die eten heeft weggegooid, geeft dit aan als belangrijkste reden. De helft van de respondenten geeft aan zijn macaroni af te wegen voor hij gaat koken en is dus bewust bezig met de benodigde hoeveelheid. Deze mensen gebruiken een weegschaal, een kopje, een maatbeker of ze gebruiken de streepjes op de verpakking. Tegelijkertijd geeft bijna de helft van de Nederlanders aan zijn gevoel te gebruiken (44%) of zelfs zonder meer het hele pak in de pan te gooien (13%). Jongeren onder de 30 jaar koken vaker op gevoel dan andere leeftijdsgroepen. Corné van Dooren: “Hier valt nog een wereld te winnen, want als je op gevoel kookt, blijkt het in de praktijk vaak te veel.”

Aan de slag
Om consumenten te helpen minder voedsel te verspillen, heeft het Voedingscentrum diverse hulpmiddelen ontwikkeld. In 2013 is de actie ‘Hoezo50kilo’ gestart. Verslaggeefster Daisy deelt via Facebook korte video’s en posts met tips om minder te verspillen. Bijvoorbeeld over het gebruik van een boodschappenlijstje:

Consumenten die direct aan de slag willen gaan, kunnen de No Waste Challenge doen via: www.voedingscentrum.nl/minderverspillen

Niet vet maar suiker maakt dik

suikerklontjesVijf praktische tips om suiker te vermijden
Zweden is het eerste land in Europa dat de nationale voedingsrichtlijnen heeft aangepast van vetarm naar koolhydraatarm, zoals het Atkins dieet. Deze aanpassing van het voedingsadvies volgde op een twee jaar durende studie door de SBU (Swedish Council on Health Technology Assessment). De commissie beoordeelde 16.000 studies gepubliceerd tot en met mei 2013. Het is de vraag wanneer Nederland volgt. De helft van de Nederlanders tussen de dertig en zeventig jaar heeft last van overgewicht. Diëten sporen mensen vaak aan om minder vet te eten, maar hierdoor vraagt een lichaam juist om extra energie, met een hang naar suiker als gevolg. Het rapport van de SBU toont zelfs aan dat vetarme diëten gewichtstoename in de hand werken. Bind dus niet de strijd aan met vet maar met suiker.

Atkins-diëtist Erica Slof weet waarom: “De afgelopen jaren sporen steeds meer diëten ons aan om minder vet te eten. Er zijn allerlei lightproducten op de markt verschenen, maar nog nooit zijn zoveel mensen te dik geweest. Dit komt doordat we suikerrijke producten in plaats van vetrijke producten zijn gaan eten en drinken. Het nadeel van suiker en andere koolhydraten is dat er insuline nodig is om het te verwerken. Hoe meer insuline, hoe meer vet het lichaam aanmaakt. Het eten van koolhydraten leidt tot vetopslag. Andersom geldt dat ook: het eten van minder koolhydraten leidt tot minder vetopslag. Door suikers te vermijden en juist te kiezen voor goede vetten als energiebron wordt overgewicht voorkomen.”

Vijf tips om suiker te vermijden:

1) Eet fruit, drink het niet
Het eten van fruit geeft een voller gevoel dan het drinken van vruchtensap. Dit blijkt onder andere uit onderzoek van de Wageningen Universiteit. Per glas zijn toch al snel 2 tot 3 stuks fruit verwerkt. Kies voor rood fruit zoals bessen, aardbeien, bramen, kersen en frambozen. Ook meloen bevat weinig koolhydraten (behalve watermeloen).

2) Muesli als ontbijt
Ontbijtgranen – zoals cornflakes of cruesli – bevatten vaak veel suiker. Gebruik onbewerkte ingrediënten door de yoghurt zoals noten, zemelen, zaden en pitten.

3) Geen suikerhoudende bubbels
Een glas reguliere frisdrank bevat 10% suiker. Laat al die suikerhoudende frisdranken staan en kies voor koffie, thee, water of een lekker groentesapje. Toch zin in bubbels? Neem dan bijvoorbeeld een glas Spa Rood of bij uitzondering een glas light-frisdrank.

4) Hartige snack
Kies voor hartige tussendoortjes. Zoete tussendoortjes leiden tot meer trek, terwijl hartige tussendoortjes zorgen voor een vol gevoel door de eiwitten die ze bevatten. Denk aan blokjes kaas, een gevulde avocado of noten.

5) Soep voor stevige trek
Stevige trek? Een zelfgemaakte groentesoep biedt uitkomst en de variaties zijn eindeloos: champignon-crèmesoep, kippensoep of romige broccolisoep. Bewaar het restant in de koelkast en geniet er de volgende dag weer van. Een gezond alternatief voor bijvoorbeeld een boterham met chocoladepasta of hagelslag.
[Atkins]

Medicijnen over? Breng ze terug!

afslankpillenIn het voorjaar van 2013 is het Meldpunt Verspilling in de zorg gelanceerd door het ministerie van VWS. Het meest werd genoemd dat mensen geneesmiddelen overhouden, die dan moeten worden weggegooid. Natuurlijk is het zonde dat je, dure, medicijnen weggooit. Maar, is dat verspilling? Het NIVEL vroeg de leden van het Consumentenpanel Gezondheidzorg naar hun ervaringen.

In het NIVEL-onderzoek gebruikt de helft receptgeneesmiddelen. Het blijkt dat een derde van hen wel eens geneesmiddelen over houdt. Maar, dat is lang niet altijd verspilling. Mensen vertellen dat ze stoppen met een medicijn omdat ze last hebben van een bijwerking of omdat de dosering moet worden bijgesteld. Dat ontdek je natuurlijk pas als je bepaalde medicijnen slikt. De duur en het effect van een behandeling zijn niet altijd te voorspellen. NIVEL-onderzoekster Margreet Reitsma: “Je zou natuurlijk kleine hoeveelheden medicijnen kunnen verstrekken, dan houden mensen ook minder over. Maar, dan zouden mensen veel vaker naar de apotheek moeten komen en hebben die apotheken ook meer werk. Dat is niet handig en duurder.”

Lees verder op de website van het NIVEL.

Smartphonegebruiker spreekt dokter liever via webcam

apple iphone 4Ruim een derde van de smartphonegebruikers spreekt zijn huisarts liever via een webcam. Ze vinden het voor eenvoudige klachten overbodig om naar het reguliere spreekuur te komen. De helft van de smartphonegebruikers denkt dat hij binnen vijf jaar via een zogenaamd teleconsult contact met zijn huisarts heeft, zo meldt NU.nl. MarketResponse ondervroeg 521 Nederlanders in opdracht van Het Beste Zorgidee.

Smartphonegebruikers staan veruit het meest open staan voor ‘eHealth’-toepassingen, zoals apps, videoconsulten en online hulpprogramma’s. De verwachtingen van smartphones zijn het grootst: bijna twee derde denkt binnen vijf jaar gebruik te maken van gezondheidsapps zoals hardloopapps. Ook een doktersconsult via internet (eConsult) scoort hoog. Ongeveer de helft denkt hier binnen vijf jaar gebruik van te maken.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Het Beste Zorgidee, de jaarlijkse wedstrijd waarbij consumenten en patiënten ideeën kunnen insturen om de zorg beter te maken. De innovatiewedstrijd is een initiatief van ONVZ Zorgverzekeraar.
[ONVZ]