foodwatch: Nationaal Schoolontbijt gekaapt door voedselindustrie

Nationaal SchoolontbijtVoedselwaakhond foodwatch bekritiseert de invulling van het grootschalige jaarlijks terugkerende Nationaal Schoolontbijt. De inhoud van de ontbijtpakketten voor scholen wordt namelijk bepaald door de sponsorende voedselbedrijven als Venz, ERU en Appelsientje. Het resultaat is dat de ontbijttafels van 2.000 basisscholen volgens foodwatch vol staan met te zoete, te zoute en te vette producten. Groente of fruit wordt niet aangeboden, terwijl kinderen juist daar te weinig van eten. Volgens foodwatch conflicteren de belangen van de voedselindustrie en educatie met elkaar. foodwatch wil dan ook een wet die reclame van de voedselindustrie – ook onder het mom van educatie – op scholen weert.

Het Nationaal Schoolontbijt gaat volgende week weer van start. In totaal ontbijten 400.000 kinderen, 200 burgemeesters en tientallen Kamerleden mee. “Het initiatief om kinderen te leren goed te ontbijten is fantastisch. Maar we moeten niet willen dat voedselbedrijven zoals Venz en ERU zich bezighouden met educatie van onze kinderen. Zeker niet op plekken waar ouders geen toezicht hebben. De voedselbedrijven hebben totaal andere belangen dan kinderen écht gezond te laten eten”, zegt Meike Rijksen, campagneleider bij foodwatch. “Het Nationaal Schoolontbijt illustreert dit heel duidelijk. Als het Nationaal Schoolontbijt écht het goede voorbeeld wil geven, dan staat er óók groente en fruit op tafel, en géén hagelslag of te zoute smeerkaas.”

De voedselwaakhond roept mensen op om via een e-mailactie het ministerie van Onderwijs te vragen om voedselbedrijven en hun reclame uit scholen te weren. Meedoen kan via www.foodwatch.nl

Voedingscentrum
Hoewel het Voedingscentrum het evenement ondersteunt, voldoet de inhoud van de ontbijtpakketten niet aan hun eigen voorwaarden voor een ‘goed ontbijt’. Het ontbijt staat tevens haaks op de ‘gezonde schoolkantine’-campagne van het adviesorgaan. Toch maakt het Voedingscentrum met haar ondersteuning het ontbijtevenement mogelijk. Volgens de Reclamecode voor Voedingsmiddelen mogen voedselbedrijven alleen reclame (inclusief product-sampling) maken op basisscholen als het een voorlichtende reclamecampagne betreft, ondersteund door bijvoorbeeld het Voedingscentrum. “Het Voedingscentrum speelt een doorslaggevende rol in de opzet van dit evenement en heeft daarmee een verantwoordelijkheid. Waarom stelt het centrum niet als voorwaarde dat er groente en fruit op de ontbijttafels wordt aangeboden? Dit ondermijnt hun geloofwaardigheid,” stelt Rijksen.

Scholen commercie-vrij
De rol van scholen is om kinderen tot kritische burger te onderwijzen. Reclame van voedselbedrijven – die duidelijk een ander belang hebben, namelijk klantenbinding – conflicteert met deze rol. En buiten de schoolmuren worden kinderen al genoeg blootgesteld aan reclame, vindt foodwatch. Overgewicht bij kinderen is een groeiend probleem. Inmiddels is één op de zeven kinderen te dik. Om die redenen zet foodwatch zich in voor wetgeving die het onmogelijk maakt voor voedselbedrijven om reclame te maken op scholen.

De consumentenorganisatie publiceerde eerder dit jaar een rapport over kindermarketing. Maar liefst 85% van het voedselaanbod voor kinderen bleek te zoet, te zout en/of te vet.
[foodwatch]

De ene huisarts verwijst drie keer vaker dan de andere

zorgverlenerVoor het leveren van een deel van de ziekenhuiszorg door de huisarts bestaat geen landelijke blauwdruk. De Kennisvraag Ruimte voor substitutie in de zorg die het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) vandaag uitbrengt, doet een aantal aanbevelingen om behandeling van verschillende aandoeningen in de eerste lijn beter mogelijk te maken. Zorg voor goede afspraken tussen zorgverleners uit eerste en tweede lijn, voor afstemming op de lokale situatie en wederzijds vertrouwen.

De ene huisartsenpraktijk verwijst drie keer zo veel patiënten naar een medisch specialist als de andere. Daar worden patiënten kennelijk langer door een huisarts of praktijkondersteuner behandeld. Dit suggereert dat de eerste lijn een groter scala aan behandelingen kan bieden. Door de toenemende vraag naar zorg is er steeds meer aandacht voor zorg op de juiste plek. Dat wil zeggen dat patiënten voor eenvoudige zorg niet naar het ziekenhuis gaan, maar bij een huisarts, fysiotherapeut of eerstelijnspsycholoog worden behandeld. Naar het ziekenhuis ga je alleen voor specialistische zorg.

Lees verder op de website van het NIVEL.

Geen causaal verband tussen leverontsteking en insulineresistentie

overgewicht buikvetLeverontsteking bij overgewicht leidt niet per se tot de ontwikkeling van insulineresistentie. Tot die conclusie komt Anouk Funke in haar promotieonderzoek. Zij ging na wat de rol van leverontsteking is bij het ontstaan van leververvetting en insulineresistentie.

Funke stelt voorop dat er al langer getwijfeld wordt aan de causaliteit tussen leverontsteking en insulineresistentie, vaak een voorbode van type 2 diabetes. De promovenda gebruikte voor haar onderzoek drie verschillende soorten muismodellen.

Een van de muismodellen werd blootgesteld aan een hoog vet, hoog cholesterol dieet voor de ontwikkeling van leverontsteking. In een kortetermijnstudie ontwikkelen deze slanke muizen geen insulineresistentie, ondanks het ontstaan van leverontsteking. In de langetermijnstudie is de leverontsteking niet verergerd, maar de dikke muizen ontwikkelen wel insulineresistentie en dit suggereert dat leverontsteking niet betrokken is bij het ontstaan van insulineresistentie. Omgekeerd bleek dat verminderde leverontsteking bij 2 andere muis modellen geen bescherming biedt tegen door overgewicht veroorzaakte insulineresistentie.

Al deze resultaten onderbouwen de stelling dat de rol van ontsteking in de ontwikkeling van insulineresistentie nog niet goed begrepen is. Funke pleit voor meer, gerichter onderzoek.

Promotie Anouk Funke
The role of hepatic inflammation in the development of hepatic steatosis and insulin resistance
06 november 2013
Promotor: prof.dr. M. Hofker
[UMCG]

Zorgmijding als gevolg van de verhoging van het eigen risico beperkt

geldIn 2013 is het verplicht eigen risico verhoogd van 220 naar 350 euro. Tegelijkertijd zijn de laagste inkomens via de zorgtoeslag volledig gecompenseerd voor deze verhoging van het eigen risico. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de effecten van de verhoging van het eigen risico.

Vorige week informeerde minister Edith Schippers (VWS) de Tweede Kamer over de eerste resultaten. Uit een enquête onder verzekerden blijkt dat de invloed van de verhoging van het eigen risico op het zorggebruik beperkt is. Het valt op dat voor verzekerden kosten een grotere rol spelen in 2012 dan in 2013, ondanks de verhoging van het verplicht eigen risico per 2013.

Verplicht eigen risico
Het verplicht eigen risico heeft tot doel het kostenbewustzijn van verzekerden te vergroten doordat zij bij gebruik van zorg zelf (een deel van) hun zorgkosten betalen en deze kosten niet volledig ten laste van de zorgverzekering komen. Op die wijze draagt het verplicht eigen risico ertoe bij dat verzekerden, voordat zij naar een zorgverlener stappen, nog een keer afwegen of het nodig is. Daarmee kan het onnodig gebruikmaken van zorg worden afgeremd, en blijft de zorgverzekeringspremie op een aanvaardbaar niveau. Verhoging van het eigen risico leidt tot verlaging van de premie, die is daarmee beter te betalen voor iedereen. Om de zorg toegankelijk te houden is o.a. bezoek aan de huisarts uitgezonderd van het eigen risico. Ook geldt voor kinderen onder de 18 geen eigen risico. Daarnaast worden lagere inkomens mede voor het eigen risico gecompenseerd via de zorgtoeslag.

Veel misvattingen
Uit de enquête blijkt dat er veel misvattingen over het eigen risico bestaan. 19% van de mensen denkt onterecht dat een bezoek aan de huisarts onder het eigen risico valt. Maar liefst 41% van de mensen denkt onterecht dat een bezoek aan een medisch specialist niet onder het eigen risico valt.

Gezien deze misvattingen zal de minister dit najaar in de publiekscampagne over veranderingen in de zorgverzekering extra aandacht besteden aan het eigen risico. Ook vraagt de minister andere partijen zoals zorgverleners, zorgverzekeraars en consumenten- en patiëntenorganisaties extra aandacht aan voorlichting te geven.

Afzien van zorg
Uit de enquête blijkt verder dat 20,2% van de mensen van 18 jaar en ouder in 2012 of tot en met augustus 2013 wel eens heeft afgezien van zorg. Bij 7,5% ging het waarschijnlijk om ‘gewenst afzien van zorg’ omdat de klacht bijvoorbeeld niet ernstig was of vanzelf is verdwenen. Bij 8,7% kan op basis van dit onderzoek niet gezegd worden of het gewenst of ongewenst was.

4% van de verzekerden van 18 jaar en ouder heeft waarschijnlijk weleens ‘ongewenst afgezien van zorg’. Hiervan is sprake als de klachten zijn verergerd of bijvoorbeeld als mensen bang zijn dat ze iets ergs hebben of opzien tegen de behandeling en daarom niet naar de zorgverlener gaan. 2% van de verzekerden geeft aan wel eens ongewenst van zorg te hebben afgezien vanwege de kosten. Van de mensen die waarschijnlijk ongewenst afzien van zorg bezoekt de helft de huisarts niet omdat zij denken dat ze voor het bezoek aan de huisarts moeten betalen, terwijl dat niet zo is. Het gaat dan om 1,8% van de verzekerden.

Al met al wordt er meer gewenst afgezien van zorg dan ongewenst afgezien van zorg (7,5% respectievelijk 4% van de verzekerden).

Effect eigen risico
De invloed van de verhoging van het verplicht eigen risico is beperkt. Voor 0,5% van de mensen geldt dat als het eigen risico dit jaar niet was verhoogd, zij mogelijk wel naar een zorgverlener waren gegaan. Het gaat hier niet per definitie om ongewenst afzien van zorg.

Vervolg van het onderzoek
Naast de enquête wordt een onderzoek gedaan op basis van daadwerkelijke zorggegevens over 2013 en wordt een internationale verkenning gedaan naar het pakket en de financiering van het pakket, waaronder het eigen risico. De eerste resultaten daarvan zullen in het voorjaar van 2014 beschikbaar zijn.
[Rijksoverheid]

Onderzoek naar app om groente- en fruitconsumptie te stimuleren

Happ Groente fruit appGroente en fruit leveren een bijdrage aan een gezonder leven, dat weten we allemaal. Toch lukt het veel mensen niet (altijd) om er voldoende van binnen te krijgen. De Rijksuniversiteit Groningen doet onderzoek naar voorlichting over groente-en fruitconsumptie en heeft hiervoor een smartphone applicatie ontwikkeld, de Groente & Fruit hAPP.

De Groente & Fruit hAPP is een Android-app om mensen zes maanden lang te ondersteunen in hun groente-en fruitconsumptie. Er kunnen nog mensen meedoen aan het onderzoek, juist ook mensen die het niet altijd lukt om voldoende groente en fruit te eten.

Hoe werkt het? Onderzoeker Sarah Elbert: ‘Na het aanmaken van een account, worden er vragen gesteld die je via de app kan beantwoorden. Daarna is het mogelijk dat je een persoonlijk advies krijgt. Ook kan je dan nieuwe recepten bekijken en je eigen actieplan opstellen: als je meer groente en fruit wil gaan eten, hoe ga je dat dan doen? Als je alle vragenlijsten invult, maak je kans op prijzen, waaronder één van de twee tablets ter waarde van € 200’.

Als je meedoet, kan je worden gevraagd om gedurende zes maanden minimaal één keer per maand in te loggen in de app. Iedereen die in Nederland woont, 16 jaar of ouder is en in het bezit is van een Android – smartphone (versie 2.2 of hoger) kan meedoen aan het onderzoek.

Nieuwsgierig geworden? Meedoen aan het onderzoek? De Groente & Fruit hAPP staat in Google Play of download de app via deze link:

https://play.google.com/store/apps/details?id=air.nl.rug.groentefruithapp

Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het promotieonderzoek van Sarah Elbert van de afdeling Sociale Psychologie, aan de faculteit Gedrags-en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Vragen / opmerkingen: onderzoekgroentefruit@rug.nl

100% pasta, 70% minder koolhydraten

Atkins FusilliPenne, spaghetti, macaroni, ravioli; pasta is niet meer weg te denken uit de Nederlandse keuken. De wereldwijde pastaverkoop is in 2012 ten opzichte van 2006 verdubbeld. Deze groei wordt mede veroorzaakt door de populariteit van gezondere pastasoorten zoals glutenvrije, vezelrijke en organische pasta. Atkins introduceert nu als eerste in Nederland koolhydraatarme pasta met 70% minder koolhydraten dan reguliere pasta. Zo kun je lekker blijven genieten van je favoriete pastagerecht, zonder een overvloed aan koolhydraten. Uiteraard past de koolhydraatarme pasta perfect in het Nieuwe Atkins dieet. De pasta is verkrijgbaar in twee varianten: Atkins Cuisine Fusilli en Penne.

“Steeds meer mensen kiezen bewust voor het eten van minder koolhydraten. Dit is een effectieve manier om fit te blijven en gewicht te verliezen. Atkins helpt bij het vervangen van koolhydraten. Uit onderzoek is gebleken dat volgers van het Nieuwe Atkins voor brood en pasta graag alternatieven willen. Pasta is natuurlijk snel te maken, makkelijk te combineren en erg lekker. Vandaar dat Atkins speciaal voor al deze pastaliefhebbers twee koolhydraatarme varianten introduceert”, aldus Marcel Heijboer, Marketing Manager Atkins International.

Pasta zonder schuldgevoel
Atkins Cuisine Fusilli en Penne bestaan uit natuurlijke ingrediënten. Met behulp van veel gezonde vezels en eiwitten biedt Atkins de mogelijkheid om van heerlijke Italiaanse gerechten te genieten zonder schuldgevoel. Het Nieuwe Atkins bestaat uit een plan van aanpak met vier fases. Deze fases zorgen samen voor een gevarieerd en rijk voedingspatroon en bieden een gezonde en effectieve manier om gewicht te verliezen en gezond te leven. De nieuwe pastavarianten passen perfect bij de fases twee tot en met vier. De pasta’s worden gemaakt in Italië en zijn verkrijgbaar in een verpakking van 250 gram. Vanaf half oktober zijn de twee varianten verkrijgbaar in alle grote supermarkten.

Voor heerlijke Atkins-recepten met de nieuwe pastavarianten kijk op Atkins.com.

Toekomstige artsen weten te weinig van pijnbestrijding

Toekomstige artsen hebben te weinig kennis van pijnbestrijding, terwijl pijn één van de meest voorkomende klachten is in de klinische praktijk. Europese pijn- en onderwijsexperts maken zich ernstig zorgen over de gebrekkige kwaliteit van het pijnonderwijs. Studenten geneeskunde in Europa krijgen alarmerend weinig les in pijnbestrijding. Zelfs als zij een extra curriculum volgen, krijgen zij slechts 12 uur les. Dat blijkt uit het APPEAL (Advancing the Provision of Pain Education and Learning) onderzoek. Voor het eerst is het onderwijsniveau naar pijnbestrijding binnen heel Europa onderzocht. De resultaten van het APPEAL onderzoek worden vandaag gepresenteerd tijdens het jaarlijkse congres van de European Pain Federation EFIC® in Florence. Aan het onderzoek deden 242 medische opleidingen in 15 verschillende Europese landen mee, waaronder 7 van de 8 Nederlandse universiteiten.

Toekomstige artsen onvoldoende voorbereid
De meeste opleidingen besteden niet of nauwelijks aandacht aan pijnbestrijding. Opleidingen waar het wel een verplicht onderdeel is van de lessen, besteden daar maar twaalf lesuren aan gedurende de hele opleiding (0,2 %). De onderzoeksresultaten laten zien dat de gebreken in de opleidingen ervoor zorgen dat toekomstige artsen later mogelijk niet in staat zijn om pijnklachten op de juiste manier in te schatten en te behandelen.

‘De gebrekkige kennis over pijnbestrijding onder artsen is een groot struikelblok in het effectief onderkennen en behandelen van pijn,’ zegt professor Hans G. Kress, voorzitter van EFIC. ‘Dit onderzoek wijst uit dat artsen in opleiding maar 0,2 procent van hun studie besteden aan een van de meest voorkomende problemen in de medische praktijk.’

Lees verder op de website van Mundipharma

Verklein jouw voedselafdruk door minder te verspillen

BroccoliEten weggooien is zonde, zeker als je je bedenkt dat er op andere plekken in de wereld te weinig voedsel beschikbaar is. Op 16 oktober is het Wereldvoedseldag, een mooi moment om minder eten te verspillen. Daarmee verklein je direct de impact van jouw eetgedrag op het milieu.

Het thema van de Wereldvoedseldag is dit jaar ‘duurzame voedselsystemen voor voedselzekerheid’. Dat betekent dat iedereen op aarde er zeker van zou moeten zijn dat er voldoende voor hem of haar te eten is. In Nederland hebben we zo veel dat we per gezin wel 350 euro per jaar kunnen besparen, alleen al door minder eten te verspillen. En dat terwijl ze in sommige landen te weinig hebben om de hele bevolking te voeden. 1 op de 8 mensen heeft honger.

Kleinere voedselafdruk
Voor elke wereldbewoner is er 0,9 hectare aan landbouwgrond beschikbaar. In Nederland is onze voedselafdruk gemiddeld 2,1 hectare. Als iedereen dat zou hebben, dan hebben we 2 planeten nodig om alle bewoners te voeden. Het is dus zaak om jouw impact op land- en watergebruik, je voedselafdruk, te verkleinen. Dat doe je door slimmere keuzes te maken tijdens het kopen, koken en bewaren van eten.

Lees verder op de website van het Voedingscentrum