27 procent van Nederlandse astmapatiënten rookt nog steeds

astmaAstmapatiënten overschatten zichzelf bij de controle van hun ziekte
Meer dan een kwart van de Nederlandse astmapatiënten blijft ondanks hun aandoening roken. Dat is één van de conclusies uit een groot onderzoek van Mundipharma onder 8000 astmapatiënten in elf Europese landen naar aanleiding van Wereld Astma Dag op 7 mei 2013. Aan het onderzoek hebben 855 Nederlandse astmapatiënten meegedaan.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de meeste mensen met astma zichzelf niet als patiënt beschouwen en als normale mensen door het leven willen gaan. Verder vinden ze dat ze hun aandoening goed onder controle hebben. Toch geeft bijna 50% van de Nederlanders aan ademhalingsklachten te hebben of benauwd te zijn na lichte inspanning. Veel van de hinder die ze in het dagelijkse leven ondervinden, kan voorkomen worden door de juiste medicijnen, de discipline in toediening ervan en het vermijden van extra belastend gedrag zoals roken.

Een aantal belangrijke Nederlandse conclusies:

  • 27% van Nederlandse astmapatiënten blijft roken. Dat is ongeveer gelijk aan het gemiddelde aantal rokers onder alle Nederlandse inwoners. Astmapatiënten lijken dus niet extra voorzichtig met roken;
  • verreweg de meeste astmapatiënten (74%) hebben het gevoel dat zij hun astma onder controle hebben;
  • 80% van de astmapatiënten heeft één of meerdere dagen per week last van hun astma;
  • 60% voelt zich door hun astma op één of andere manier belemmerd;
  • 20% geeft aan dat astma intimiteit met een partner in de weg staat;
  • 35% van de astma patiënten heeft als gevolg van hun astma het afgelopen jaar moeten verzuimen op hun werk of van hun studie;
  • meer dan 30% geeft aan zich zorgen te maken over hun verdere leven;
  • 69% van de respondenten vermijdt contact met (huis)dieren helemaal niet of niet bijzonder;
  • Nederlandse patiënten gebruiken hun inhalators (‘pufje’) vaker dan andere Europese patiënten: gemiddeld 4,4 keer per week tegen 3,0 keer per week gemiddeld in Europa.

‘Behandeling op individuele patiënt afstemmen’
‘Mensen met astma neigen er toe hun symptomen te ontkennen’, zegt Dr. René Aalbers, verbonden aan het Martini Ziekenhuis in Groningen. ‘Veel van die symptomen kunnen worden voorkomen door erkennen en herkennen. Gezien de bevindingen van dit onderzoek is het belangrijk dat we astmapatiënten helpen om betere controle over hun aandoening te krijgen. Het gaat dan niet alleen om het veranderen van de behandeling van symptomen met slechts een luchtwegverwijder (want dat kan een verergering van het astma geven), maar ook om een gedragsverandering zodat patiënten beter met hun astma omgaan.

Dit onderzoek van Mundipharma geeft ons waardevolle informatie over de houding van patiënten ten opzichte van hun astma en over de manier waarop we de behandeling beter op de individuele patiënt kunnen afstemmen’.

Wereld Astma Dag op 7 mei 2013
De Wereld Astma Dag wordt georganiseerd door The Global Initiative for Asthma (GINA) in samenwerking met een groot aantal zorg- en hulporganisaties om de voorlichting over astma en astmazorg over de hele wereld te verbeteren. Het thema van de Wereld Astma Dag 2013 is ‘Je kunt astma onder controle krijgen’. Astma is een chronische ontsteking van de longen, die veel klachten kan veroorzaken: terugkomende periodes van benauwdheid, hoesten, piepende ademhaling en druk op de borst. Astma is een ernstige gezondheidsaandoening waar in West-Europa ongeveer 30 miljoen mensen aan lijden. In Nederland hebben meer dan een half miljoen* mensen de diagnose astma en het aantal neemt jaar na jaar toe. Niet goed omgaan met astma of het verwaarlozen ervan kan leiden tot verergering van de aandoening, ziekenhuisopname en kan zelfs de dood tot gevolg hebben. * Bron: longfonds.nl

Over het onderzoek
In de periode van juli tot oktober 2012 is door Mundipharma Internationaal Ltd. gevestigd in Cambridge (United Kingdom) Europees onderzoek gedaan onder 8000 astmapatiënten in de leeftijd van 18 tot 50 jaar. Uit Nederland hebben 855 respondenten meegedaan. Deelnemende landen waren: Oostenrijk, België, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Noorwegen, Spanje, Zweden en de United-Kingdom.

Afslanken met bruin vet

overgewichtBruin vet in ons lichaam wordt pas actief wanneer we afkoelen. Het fungeert dan als een kacheltje dat energie omzet in warmte. Welke factoren dit proces beïnvloeden, is niet helemaal duidelijk. Wetenschappers van het AMC proberen dat te ontrafelen. Met deze kennis hopen ze ook een nieuwe behandeling te ontwikkelen voor overgewicht. Door bruin vet te activeren, zouden de kilootjes mogelijk vanzelf verdwijnen.

Bruin vet komt de laatste jaren steeds meer in het nieuws, en dan vooral in relatie tot overgewicht. Het is een soort vetweefsel dat in plaats van energie op te slaan – zoals wit vet – energie kan verstoken. Hierbij komt warmte vrij. Die warmte is belangrijk om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Zoogdieren hebben er hun leven lang plezier van omdat ze daarmee hun winterslaap doorkomen. En ook pasgeboren mensenbaby’s kunnen bruin vet goed gebruiken om na de geboorte warm te blijven.

Lees verder op de website van het AMC.

Meer invloed voor borstkankerpatiënt

borstkankerB-force laat de patiënt zelf aan het woord over de borstkankerzorg
1 mei 2013: Borstkankervereniging Nederland (BVN) werkt nu ruim 100 dagen met B-force, een uniek instrument dat onder borstkankerpatiënten rechtstreeks peilt hoe zij over een bepaald aspect van de borstkankerzorg denken en wat hun ervaring is. Met opmerkelijke resultaten waarop BVN direct actie onderneemt.

100 dagen B-force
B-force stelt borstkankerpatiënten en erfelijk belasten concrete vragen over onderzoek, behandeling en leven met borstkanker. Kort, krachtig en eenvoudig online te beantwoorden. Vragen worden nu binnen drie dagen door ruim 1000 mensen beantwoord en BVN neemt op basis van de uitkomsten gepaste actie.
B-force is nu 100 dagen operationeel en zorgt voor opmerkelijke uitkomsten en inzichten over de borstkankerzorg.

Resultaten tot nu toe
Tijdens de eerste 100 dagen B-force zijn 15 vragen gesteld, die nieuwe inzichten hebben opgeleverd. Bijvoorbeeld:

  • 39% van de patiënten geeft de borstkankerzorg in Nederland een 8. 5% geeft zelfs een 10. Van de 60% die vindt dat de zorg beter kan, vindt bijna een kwart dat nazorg het belangrijkste verbeterpunt is.
  • Naast overleven en beter worden, bepalen vooral het energieniveau (73,3%) en het psychisch welbevinden (71,7%) na de behandeling of (ex-)patiënten de behandeling geslaagd achten. Voor 46,2% is het uiterlijk van het bovenlichaam bepalend.
  • Reistijd wordt vaak gebruikt als argument tegen concentratie van zorg in gespecialiseerde ziekenhuizen. Een ruime meerderheid is echter bereid een uur te reizen voor gespecialiseerde zorg, als de zorg daar aantoonbaar het beste is.

Acties naar aanleiding van uitkomsten
De uitkomsten op B-force vragen leiden altijd tot actie van BVN. Zo is de vragenlijst die iedere nieuwe borstkankerpatiënt via het ziekenhuis krijgt voorgelegd, verbeterd. Ook ontwikkelt BVN nieuw voorlichtingsmateriaal over nazorg. En schreven we een protestbrief aan de Minister van VW&S over een voorgenomen bezuinigingsmaatregel bij hormoontherapie, die voor patiënten erg belastend blijkt. Het BVN standpunt over concentratie van borstkankerzorg op basis van de uitkomsten komt volgende week op www.borstkanker.nl

Over B-force
BVN beoogt het komende jaar met B-force een veelvoud van 1000 antwoorden binnen te halen op iedere vraag, zodat de stem van de patiënt echt gehoord kan worden. B-force is mede gefinancierd door Stichting Pink Ribbon.
[BVN]

Goede conditie belangrijk voor operatiepatiënt

zorgverlenerOudere patiënten met een goede lichamelijke conditie herstellen sneller en beter na een zware buik- of longoperatie. Als de conditie te wensen overlaat is het raadzaam om deze voor de operatie te verbeteren. Dat kan door het volgen van een bewegingsprogramma. Dit zijn belangrijke bevindingen in het proefschrift van fysiotherapeut en bewegingswetenschapper Jaap Dronkers. Hij promoveert 14 mei binnen het onderzoeksprogramma Body@Work.

Dronkers onderzocht de lichamelijke conditie van oudere patiënten die een zware operatie moeten ondergaan. Hij toont aan dat er een duidelijke samenhang is tussen de conditie en de mate van herstel na de operatie. De resultaten van het onderzoek kunnen kort worden samengevat met de slogan ‘Better in, better out’: hoe beter een oudere patiënt het ziekenhuis in gaat, hoe beter hij of zij er uit komt.

Conditietest
In de Nederlandse ziekenhuizen worden steeds meer oudere patiënten geopereerd. Dronkers beveelt aan om bij deze patiënten standaard een lichamelijke-conditietest op te nemen in de preoperatieve voorbereiding. Behandelaars kunnen de zorg voor de operatiepatiënt afstemmen op de uitslag van die conditietest, onder andere door te zorgen voor een optimale conditie op het moment dat de patiënt het ziekenhuis in komt.

Dronkers toont in zijn proefschrift aan dat oudere patiënten in de twee tot vier weken vóór de operatie zonder blessures of andere nadelige bijwerkingen een stevig trainingsprogramma kunnen volgen en zo in korte tijd hun lichamelijke conditie verbeteren. Een dergelijk preoperatief beleid vermindert het risico op complicaties, een onnodig lang ziekenhuisverblijf en langdurig of blijvend functieverlies. Dat geeft bovendien een besparing op de zorgkosten.
[VUmc]