20 procent minder voedselverspilling door afvaldagboek

vrouw etenProef toont: 20 procent minder voedselverspilling al snel haalbaar
Huishoudens die in een dagboek bijhouden hoeveel eten ze weggooien en actief gestimuleerd worden om verspilling te beperken, brengen hun voedselverspilling binnen drie weken met gemiddeld 20 procent terug. Dat blijkt uit een proef met zogenaamde Food Battles in Apeldoorn, Lochem, Brummen en Eerbeek. Meer resultaten uit de Food Battle zijn op 11 april door Wageningen UR (University & Research centre) gepresenteerd op het Gemeentelijk Afval Congres in Amersfoort. De onderzoekers zijn van plan meer FoodBattles te initiëren, in binnen- en buitenland.

Veel huishoudens die de strijd tegen voedselverspilling aangingen, gaven vooraf aan zich al zeer bewust te zijn van voedselverspilling. Toch wisten zij hun voedselverspilling tijdens de drieweekse Food Battle met maar liefst twintig procent te reduceren.

Afvaldagboek
In een afvaldagboek hielden 62 huishoudens (150 volwassenen en 55 kinderen) dagelijks bij hoeveel voedsel ze weggooiden. Daarmee werd het voor huishoudens inzichtelijk hoeveel ze daadwerkelijk weggooiden. Bij lokale supermarkten werden concrete tips verstrekt om voedselverspilling te voorkomen. Zo werden de deelnemers geholpen hun koop-, kook- en bewaargedrag aan te passen. Ze leerden bijvoorbeeld dat “Tenminste Houdbaar Tot”, een kwaliteitsgarantie afgegeven door de producent, niet betekent dat voedsel na die datum niet meer veilig is. Ook kregen ze advies over het maken van boodschappenlijstjes, het bepalen van de portiegrootte van maaltijden, de beste plek in de koelkast om eten te bewaren en wat te doen met restjes. Te veel koken bleek de belangrijkste bron van voedselverspilling. Door kliekjes te bewaren, in plaats van restjes uit de pannen in afvalemmers te legen, zou bijna vier procent minder voedsel verspild kunnen worden.

Lees verder op de website van de Wageningen Universiteit.

Mogelijke grotere kans op nierziekten door verhoogde bloeddruk

bloeddrukVerhoogde bloeddruk in nieren verklaart mogelijk grotere kans op nierziekten bij appelvormig lichaam
Personen met een appelvormig lichaam hebben een grotere kans op het ontwikkelen van nierziekten. Het onderliggende mechanisme is niet goed bekend. Uit het onderzoek van arts-onderzoeker Arjan Kwakernaak van het Universitair Medisch Centrum Groningen blijkt nu dat bij hen sprake is van een verhoogde bloeddruk in de nieren. Dit kan daarmee worden gezien als een mogelijke verklaring voor het toegenomen risico op nierziekten bij personen met een appelvormig lichaam. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd in Journal of American Society of Nephrology (JASN).

Het is al langer bekend dat personen met een appelvormig lichaam, waarbij het vet rondom de buik gelokaliseerd is, een grotere kans hebben op het ontwikkelen van nierziekten op latere leeftijd. Het onderliggende werkingsmechanisme was echter onduidelijk. Arjan Kwakernaak en zijn collega’s onderzochten of er een relatie bestaat tussen de verhouding tussen buikomtrek en heupomtrek, als maat voor de vetverdeling op het lichaam, en de bloeddruk in de nieren. Zij deden dit bij 315 gezonde personen. Uit het onderzoek blijkt dat personen met een appelvormig lichaam een hogere bloeddruk in de nieren hebben, maar ook een lagere bloeddoorstroming in de nieren en een lagere nierfunctie. Kwakernaak: ‘Wij hebben ontdekt dat personen met een appelvormig lichaam, ook als zij helemaal gezond zijn en in het lichaam een normale bloeddruk hebben, wel een verhoogde bloeddruk in hun nieren hebben. Dat effect is zelfs aanwezig bij mensen met normaal lichaamsgewicht en wordt verder versterkt door overgewicht of obesitas.’

Het onderzoek suggereert dat de verhoogde bloeddruk in de nieren bij mensen met een appelvormig lichaam een rol speelt bij het verhoogde risico op nierziekten op latere leeftijd. Eerdere studies hebben laten zien dat hoge bloeddruk in de nieren behandeld kan worden door de zoutinname te verminderen of met medicatie die het zogenoemde renine-angiotensine-aldosteron systeem (RAAS) blokkeert. Dit RAAS reguleert de bloeddoorstroming van de nieren en daarmee de bloeddruk in de nieren. Door dit systeem te blokkeren kan de bloeddruk in de nieren dalen.‘Verder onderzoek moet uitwijzen of personen met een appelvormig lichaam baat hebben bij behandelingen die specifiek de bloeddruk in de nieren verlaagt’, aldus Kwakernaak.
[UMCG]

Langste griepepidemie in twintig jaar

griepDe griepepidemie duurt nu al 16 weken en is daarmee de langste van de afgelopen twintig jaar. Wel neemt het aantal mensen met griepachtige klachten langzaam af en slaat het weer om. Waarschijnlijk jaagt de lente de griep binnenkort het land uit.

De afgelopen winter kon de griep zich optimaal en langdurig verspreiden. Griepvirus wordt vooral overgedragen in de lucht – het meest op korte afstand via grote druppels – en minder vaak via contact met de handen. De overleving van het virus in luchtdeeltjes hangt nauw samen met de luchtvochtigheid. In droge lucht kan het virus goed gedijen, in vochtige lucht sterft het snel. De koude en droge lucht van de afgelopen maanden bood het virus dus ideale omstandigheden. De afgelopen maand maart was de koudste in vijfentwintig jaar en sinds bijna zestig jaar was de lucht in maart niet meer zo droog.

Lees verder op de website van het NIVEL.

Lichte stressgevoeligheid goed voor je geheugen

hersenenMensen die matig stressgevoelig zijn en lichte stress hebben in hun dagelijkse leven, hebben een goed werkgeheugen. Opvallend is dat zowel bij een zeer lage als zeer hoge stressgevoeligheid het werkgeheugen (dat een rol speelt bij tijdelijke opslag van taak-relevante informatie) vermindert. Dit blijkt uit het Groot Nationaal Onderzoek, dat uitgevoerd is door onderzoekers van de Universiteit Maastricht. De resultaten worden gepresenteerd in de Labyrint-uitzending van zondag 14 april.

Anke Sambeth, Silke Conen en Aimée Capello van de Faculty of Psychology and Neuroscience onderzochten of Nederlanders veel of weinig stress ervaren in hun dagelijkse leven en in hoeverre dit hun functioneren beïnvloedt. In totaal vulden 3500 respondenten de volledige online vragenlijst in en voltooiden de aandachts- en geheugentests.

Werkgeheugen
Sambeth: “Het is opvallend dat het werkgeheugen optimaal is wanneer iemand matig stressgevoelig is, en niet, wat je in eerste instantie misschien zou verwachten, als iemand helemaal geen stressgevoeligheid ervaart. Een verklaring zou kunnen zijn dat een lichte aanwezigheid van onze stresshormonen, of een stijging ervan, goed is voor ons brein.”

Naast het feit dat het werkgeheugen het beste functioneert bij een matige stressgevoeligheid, blijkt verder uit de bevindingen dat stress en stressgevoeligheid geen effect hebben op aandacht en op het episodisch geheugen (geheugen voor gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden).

Episodisch geheugen
Verder worden eerdere onderzoeksresultaten op dit gebied bevestigd: vrouwen zijn stressgevoeliger dan mannen, maar hebben wel een beter episodisch geheugen. Het verschil tussen mannen en vrouwen wordt, naarmate ze ouder worden, kleiner.
Sambeth: “Dit kun je verklaren doordat ervaring met stress ervoor zorgt dat je er steeds beter mee om kunt gaan en je er minder gevoelig voor wordt. Dat is ook de reden dat stressgevoeligheid afneemt naarmate men, ongeacht het geslacht, ouder wordt.”

De resultaten worden uitgebreid belicht in de uitzending van Labyrint op zondag 14 april, 19.55 uur op Nederland 2.
Het Groot Nationaal Onderzoek is een initiatief van VPRO, NTR en NWO.
[academisch ziekenhuis Maastricht]

Insulinecellen kunnen hun identiteit compleet veranderen

diabetes insulineHormoonproducerende cellen in de alvleesklier blijken een metamorfose te kunnen ondergaan. Cellen die insuline maken veranderen in glucagonfabriekjes. Die ontdekking beschrijven LUMC-onderzoekers in wetenschappelijke tijdschrift Diabetes.

Insulineproducerende bètacellen kunnen in alfacellen veranderen die het hormoon glucagon maken. “Een onverwachte bevinding”, aldus Eelco de Koning, hoogleraar Diabetologie in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De onderzoekers zagen dit verschijnsel in het lab tijdens onderzoek aan de eilandjes van Langerhans, celgroepen in de alvleesklier waar de hormonen insuline en glucagon worden geproduceerd.

Blaasjes
“De eilandjes die we bekeken bleken opeens relatief meer alfacellen te bevatten. We konden uitsluiten dat dit komt doordat ze zich delen, of doordat de bètacellen afsterven”, aldus De Koning. “Door bètacellen een fluorescerend label te geven konden we zien hoe ze in plaats van blaasjes met insuline nu blaasjes met glucagon bevatten. Het werden dus alfacellen maar nog wel met enkele kenmerken van bètacellen.”

Verergering diabetes voorkomen
De ontdekking door eerste auteur van het artikel Siebe Spijker is bijzonder omdat volwassen cellen meestal niet meer van functie veranderen. Veel vragen staan nog wel open: hoe en waarom gebeurt deze metamorfose precies? De Koning: “We weten nog veel niet, maar deze vondst is zeer interessant. Als we dit begrijpen kunnen we wellicht ook de andere kant op: van alfacellen insuline-producerende bètacellen maken. Dat is belangrijk voor celtherapie. En patiënten met type 2 diabetes hebben te hoge glucagonspiegels. Er zijn aanwijzingen dat zij veel alfacellen hebben. Dat zou kunnen komen doordat een deel van hun bètacellen zich omvormt tot alfacel. We bekijken nu of daar in de eilandjes van deze patiënten aanwijzingen voor te vinden zijn.”

Insuline en glucagon
In de alvleesklier komen eilandjes van Langerhans voor met daarin onder meer cellen die insuline en glucagon maken. Glucagon zorgt ervoor dat de suikerspiegel in het bloed stijgt. Insuline vermindert juist de hoeveelheid suiker in het bloed. Diabetespatiënten maken te weinig insuline aan en kampen daardoor met te hoge suikerspiegels, wat schadelijk is voor de bloedvaten.

Het onderzoek is gefinancierd door de Bontius Sichting, het Diabetes Fonds en stichting DON.
[LUMC]

Selenium beschermt mogelijk tegen prostaatkanker

prostaatOnderzoek uitgevoerd door de Universiteit Maastricht laat zien dat een hogere seleniumwaarde in teennagels samenhangt met een verlaagd risico op gevorderde prostaatkanker. Mannen met de hoogste teennagel-seleniumwaarden hadden een meer dan 60 procent lager risico in vergelijking met mannen met de laagste seleniumwaarden.

Selenium biedt mogelijk bescherming tegen gevorderde prostaatkanker
Dit impliceert dat een gebrekkige inname van selenium gepaard gaat met een verhoogd risico op gevorderde prostaatkanker. Deze opvallende resultaten worden vandaag door promovendus Milan Geybels gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for Cancer Research (AACR).

De Nederlandse Cohort Studie
De Nederlandse Cohort Studie naar voeding en kanker omvat 58.279 mannen die bij aanvang in september 1986, een leeftijd hadden van 55 tot 69 jaar. Deze mannen werden gevolgd en na meer dan 17 jaar van follow-up waren 898 patiënten met gevorderde prostaatkanker beschikbaar voor analyse.

Verband
Volgens Geybels hebben eerdere studies die het verband onderzochten tussen seleniumwaarden en prostaatkanker wisselende resultaten opgeleverd. “Onze studie is interessant, omdat we specifiek mannen met gevorderde prostaatkanker onderzocht hebben, een type prostaatkanker met een slechtere prognose dat daarom klinisch relevant is,” aldus Geybels. “Een ander belangrijk verschil is dat eerder onderzoek meestal verricht werd onder mannen met matige tot hoge seleniumwaarden. De seleniumwaarden van de mannen uit de Nederlandse Cohort Studie variëren van laag tot matig. Dat is belangrijk, omdat verwacht wordt dat juist een lage seleniumwaarde samenhangt met een hoger risico op prostaatkanker.”

Geybels en zijn collega’s kozen als biomarker teennagelselenium, omdat het een weergave is van een langdurige blootstelling aan selenium. Selenium in bloed is weer beter voor het bestuderen van recente seleniumblootstelling.

Om selenium daadwerkelijk te kunnen toepassen ter voorkoming van prostaatkanker is meer onderzoek nodig, vooral in populaties met lage seleniumwaarden. “De resultaten tot nu toe zijn in ieder geval veelbelovend,” aldus Geybels.
[academisch ziekenhuis Maastricht]

Verminderde vruchtbaarheid mogelijke oorzaak voor ontwikkelingsstoornissen bij kinderen

zwangerVerband verminderde vruchtbaarheid en verhoogde kans op ontwikkelingsstoornissen bij kind
De verminderde vruchtbaarheid zélf is de mogelijke oorzaak voor ontwikkelingsstoornissen bij het kind, en niet zwangerschapstechnieken zoals IVF of ICSI. Tot deze conclusie komen onderzoekers van de afdeling Ontwikkelingsneurologie van het UMCG op basis van een studie onder 209 kinderen en hun ouders.

Kinderen die worden geboren na gebruik van technieken zoals in vitro fertilisatie (IVF) of het injecteren van sperma in de eicel (ICSI) hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte of laag geboortegewicht en daarmee op stoornissen in hun ontwikkeling. Veelal wordt gedacht dat de vruchtbaarheidstechnieken deze effecten hebben. Prof. dr. Mijna Hadders-Algra en Jorien Seggers, MD/PhD student, komen tot een andere conclusie. Zij stellen dat de verminderde vruchtbaarheid deze effecten kan veroorzaken. Zij publiceren hun bevindingen deze maand in het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Diseases in Childhood.

Twee-jarige leeftijd
De onderzoekers beoordeelden de neurologische ontwikkeling van de 209 kinderen op twee-jarige leeftijd. Alle kinderen waren geboren bij ouders die langer dan een jaar geprobeerd hadden om zwanger te worden. Meer dan de helft van de ouders had zwangerschapstechnieken gebruikt. In Nederland heeft ongeveer 10-20% van de stellen met kinderwens een verminderde vruchtbaarheid.

Verband met tijd
De neurologische ontwikkeling van de kinderen werd getest op beweging, spierspanning, reflexen, grote en fijne motoriek, en oog-hand coördinatie. Bij 7% van de kinderen stelden de onderzoekers lichte ontwikkelingsstoornissen vast. Dit aantal was groter bij paren die meer tijd nodig hadden om zwanger te worden. Ouders met kinderen met een lichte ontwikkelingsstoornis hadden gemiddeld 4 jaar nodig om zwanger te raken. Bij de ouders van de overige kinderen was de gemiddelde tijd tot zwangerschap 2 jaar en 8 maanden.

Factoren
De onderzoekers hebben in hun studie met mogelijke beïnvloedende factoren rekening gehouden, zoals de leeftijd van de ouders en hun opleidingsniveau. Deze factoren bleken geen invloed te hebben op de kans op ontwikkelingsstoornissen bij de kinderen.
[UMCG]

Video over stoma en uitgaan

Wat als je stoma geluid gaat produceren? Ruiken mensen niks? Zien mensen iets? Dit zijn voorbeelden van onzekerheden waar stomadragers dagelijks mee bezig zijn. Kijk deze video om te zien hoe Geertje zich voelt als zij een volle bioscoopzaal ingaat.

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar