SP: Macht van zorgverzekeraars over fysiotherapie te groot

zorgverlener97 procent van de fysiotherapeuten vindt dat er teveel verslag moet worden gelegd van hun werkzaamheden. Dat blijkt uit onderzoek van het comité Zorg Geen Markt en actiecomité Fysiotherapie in Nood, die vrijdag hun resultaten presenteerden. Het rapport ‘Alarmfase rood: fysiotherapie in nood’, waarvoor 2100 fysiotherapeuten zijn ondervraagd, laat een afschrikwekkend beeld van de markt zien.

De fysiotherapeuten hebben vooral moeite met de macht van de zorgverzekeraars. Zo hebben ze te maken met meer dan duizend verschillende tarieven, wat veel papieren rompslomp veroorzaakt. Slechts 11 procent vindt de ingevoerde marktwerking via de Zorgverzekeringswet een goed idee. Ook maken de fysiotherapeuten zich zorgen over de toegankelijkheid. Meer dan tweederde van de geboden zorg zit niet meer in het basispakket. Zo meldt 10 procent dat chronische patiënten worden geweigerd voor uitgebreide aanvullende pakketten door de zorgverzekeraars, met als gevolg dat mensen afzien van noodzakelijke behandeling.

SP-Kamerlid Henk van Gerven: ‘Dit rapport laat zien dat er een fundamentele fout zit in het huidige stelsel, namelijk concurrentie. Daardoor ontstaat er een systeem van wantrouwen en controlegekte. Bovendien is het bizar dat de omzet van de fysiotherapeuten even groot is als de totale winst van 1,4 miljard van de zorgverzekeraars in 2012. Het wordt tijd dat de KNGF stelling neemt tegen de marktwerking, uitholling van het pakket en de macht van de zorgverzekeraars.’

Bekijk het rapport ‘Alarmfase rood: fysiotherapie in nood’ (pdf)

[SP]

Eerste schets nieuwe generatie screeningstest voor darmkanker

DarmenIn september van dit jaar start het landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker, maar ondertussen ligt de nieuwe generatie screeningstest al op de tekentafel. Linda Bosch onderzocht de mogelijkheid om in ontlasting afwijkende moleculen te detecteren die kunnen duiden op aanwezigheid van darmkanker en die het screeningsprogramma nóg effectiever kunnen maken. Op 25 april promoveerde Linda Bosch.

Bosch beschrijft in haar proefschrift de mogelijkheden om de huidige ontlastingstest te verbeteren door in ontlasting niet alleen naar spoortjes bloed, maar ook naar biomarkers te zoeken die afkomstig zijn van tumorcellen. Zij heeft onder meer ontdekt dat DNA-methylering van het gen PHACTR3 (phosphatase and actin regulator 3) een goede indicator is voor darmkanker in een vroeg stadium.

Naast DNA-methylering heeft Bosch ook een aantal veelbelovende kandidaat-eiwitmarkers ontdekt met de potentie om de huidige ontlastingstest te verbeteren. In combinatie met deze test kunnen zowel met PHACTR3 als met de kandidaat-eiwitmarkers meer darmtumoren opgespoord worden.

Met deze resultaten kan in de nabije toekomst, al dan niet in combinatie met de iFOBT een zeer gevoelige test worden ontwikkeld voor een nog effectievere screening op darmkanker.

Screening op darmkanker met een ontlastingstest kan de ziekte in een vroeg stadium opsporen en is op de lange termijn goedkoper dan niet screenen. De ontlastingstest die in september gebruikt gaat worden in het bevolkingsonderzoek, de iFOBT (immunochemische fecale occult-bloed test), detecteert onzichtbare spoortjes bloed die kunnen duiden op het hebben van darmkanker. Als de uitslag van de test positief is, wordt doorverwezen voor coloscopie, het kijkonderzoek van de dikke darm.

Dit onderzoek is gefinancierd door CTMM. Het Nederlandse publiek-private samenwerkingsverband Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) zet zich in voor de ontwikkeling van moleculaire technologieën op het vlak van diagnose en beeldvorming. Deze technologieën maken vroegtijdige diagnose mogelijk en op de patiënt toegesneden behandeling van oncologische, cardiovasculaire en neurodegeneratieve aandoeningen en infectie/auto-immuunziekten.
[VUmc]

Nieuwe Eettabel van het Voedingscentrum maakt gezond kiezen eenvoudig

Eettabel VoedingcentrumMet de Eettabel heeft je eten geen geheimen meer voor je. In één boek staan van meer dan 1.600 producten hoeveel calorieën, eiwit, koolhydraten, vet, verzadigd vet, vezels en zout ze leveren. Er is nu een nieuwe uitgebreidere versie beschikbaar.

De Eettabel is een ideaal hulpmiddel bij het kiezen van gezonde producten. Het is ook geschikt voor mensen die op extra op moeten letten bij het eten. Het kan bijvoorbeeld hulp bieden bij het afvallen. Verder is het handig voor mensen met diabetes, hart- en vaatziekten, verhoogde bloeddruk of darmklachten.

Wat is er nieuw?
In de nieuwe Eettabel zijn categorieën toegevoegd. Deze geven aan of een product een voorkeur-, middenweg- of uitzonderingproduct is. In één oogopslag is te zien of je een gezonde keuze maakt. Zo is het meteen is het duidelijk dat gekookte aardappel de voorkeur heeft en dat gebakken aardappel een uitzonderingproduct is. Of dat kipfilet prima kan, maar dat een kippenpoot minder vaak gegeten zou moeten worden.

Hoe kun je de Eettabel bestellen?
In de webshop van het Voedingscentrum kan je de nieuwe Eettabel voor 7,95 euro bestellen.

Meer dan 800.000 mensen met diabetes in Nederland

diabetes insulineRuim 800.000 mensen in Nederland zijn met diabetes bekend bij de huisarts. Dat blijkt uit een peiling van het RIVM op 1 januari 2011. Daarnaast laat het onderzoek zien dat er in het jaar 2011 87.000 nieuwe mensen met diabetes bij komen. Het aantal mensen met diabetes neemt sinds 2000 fors toe. Bij mannen is het aantal verdubbeld, bij vrouwen is er een toename van 65 procent.

De cijfers worden vandaag op de RIVM website Nationaal Kompas Volksgezondheid gepubliceerd. Op 1 januari 2011 waren er 801.000 mensen met diabetes bekend bij de huisarts. Dat was 48 per 1.000 Nederlanders (ongeveer gelijk voor mannen en vrouwen). In de leeftijdsgroep van mensen tussen 40 tot 75 jaar komt diabetes meer bij mannen voor dan bij vrouwen. Bij mensen boven 75 jaar komt diabetes meer bij vrouwen voor. Diabetes komt het meeste voor bij mannen en vrouwen tussen de 70 en 80 jaar. Ongeveer 90% van de diabetespatiënten heeft type 2 diabetes, alle overige diabetespatiënten hebben type 1 diabetes. Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal patiënten dat bekend is bij de huisarts in een landelijk representatieve huisartsenregistratie. Het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) is een netwerk van 84 geautomatiseerde huisartspraktijken en wordt uitgevoerd door het NIVEL.

Deel mensen met diabetes niet bij huisarts bekend
Het RIVM-onderzoek geeft verder aan dat het aantal mensen met diabetes in werkelijkheid een kwart hoger ligt dan de gediagnostiseerde 801.000. Dit komt omdat lang niet iedereen met diabetes bekend is bij de huisarts. Daarnaast hebben nog ongeveer 750.000 mensen tussen de 30-70 jaar een verstoorde glucosetolerantie. Een verstoorde glucosetolerantie komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Deze zogenoemde prediabeten hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes. De ervaring leert dat ongeveer een op de drie prediabeten binnen zes jaar diabetes ontwikkelt, hoewel dit cijfer sterk varieert tussen verschillende onderzoeken en landen. Het is mogelijk om die verhoogde kans op diabetes met preventieve maatregelen, zoals leefstijlinterventies, te verlagen en zo het ontstaan op diabetes uit te stellen of te voorkomen.

Het aantal mensen met diabetes blijft toenemen
De laatste publicatie van diabetescijfers in 2007, met een schatting van 668.000 mensen met diabetes op 1 januari 2007, was gebaseerd op deels andere huisartsregistraties. Dit maakt een directe vergelijking met de huidige schatting lastig. Twee longitudinale studies, waarin het aantal diabetespatiënten over een lange periode is geregistreerd, laten echter zien dat het aantal mensen met diabetes sterk is gestegen. De stijging was het grootst vanaf ongeveer 2000. De prevalentie van diabetes is in de periode 2001-2011 voor mannen ruim verdubbeld en voor vrouwen met ruim 60% toegenomen. Een deel van de stijging is te verklaren door demografische ontwikkelingen (groei en vergrijzing van de bevolking). Verder heeft de toename te maken met het stijgend aantal mensen met overgewicht en/of een verminderde lichamelijke activiteit en met de actievere opsporing van diabetespatiënten door de huisartsen.

Vanwege de groei en de vergrijzing van de bevolking, en de verwachte verdere toename van mensen met overgewicht in de toekomst, verwacht het RIVM een verdere toename van het aantal mensen met diabetes. Alleen al op basis van demografische ontwikkelingen zal het aantal diabeten in de komende 20 jaar met ongeveer 30% stijgen.
[RIVM]

Zeldzaam mooie mensen

1 op de 2000 mensen krijgt te maken met een zeldzame ziekte. Geef aandacht aan zeldzame ziekten. Deel de video en steun deze zeldzaam mooie mensen. Meer informatie op www.zeldzaammooiemensen.nl

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Suikerhoudende frisdranken in de ban

FrisdrankEr zijn steeds meer frisdranken met minder suiker verkrijgbaar. Ook in reclames zie je vaker frisdrank met weinig calorieën. Dat is een goede ontwikkeling, want door het drinken van suikerhoudende frisdranken krijg je al snel te veel energie binnen. Aldus het Voedingscentrum.

Uit eerder onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam blijkt dat suiker in reguliere frisdranken kinderen zwaarder maakt. Kinderen tussen de 7 en 18 jaar krijgen per dag gemiddeld bijna 130 calorieën binnen uit frisdranken, vruchtensappen en vruchtendranken.

40 suikerklontjes verschil
Kinderen die water gaan drinken in plaats van suikerhoudende frisdrank of vruchtendrank, krijgen elke week bijna 40 klontjes suiker minder binnen. Gemiddeld scheelt dat 90 calorieën per dag, die ze kunnen gebruiken om energie uit producten met meer goede voedingsstoffen te halen.

Focus op minder suiker
Het is een trend dat producenten steeds minder suiker in frisdranken stoppen. Deze nieuwe generatie frisdranken bevatten vaak minder calorieën, doordat er geen suiker maar bijvoorbeeld de zoetstof Stevia aan is toegevoegd. Het is daarom gezonder dan de reguliere suikerhoudende frisdrank. Los daarvan blijft water de gezondste keuze.

Ook frisdrankgigant Coca Cola zet een stap door te onderkennen dat er een verband is tussen suikerhoudende frisdranken en overgewicht. Daarnaast gaan ze zich meer richten op de verkoop van frisdranken met weinig of geen calorieën.

Volgende stappen
Het Voedingscentrum moedigt het gebruik van minder suiker in frisdranken aan. “Het is een goede stap om overgewicht tegen te gaan”, aldus Felix Cohen, directeur van het Voedingscentrum.

“Maar niet alleen de samenstelling van frisdranken kan beter. We verwachten daarnaast dat Coca Cola geen reclame meer zal maken rondom suikerhoudende frisdranken. Belangrijk is dan ook dat ze het aanbod van de suikerhoudende frisdranken in winkels verminderen. Dat kan extra gezondheidswinst betekenen; niet alleen voor kinderen, maar voor iedereen.”
[Voedingscentrum]

Deel burn-outpatiënten houdt last van aandachtsproblemen

De meeste burn-outpatiënten herstellen goed na behandeling en kunnen weer aan het werk. Maar een kwart blijft last houden van aandachts- en concentratieproblemen en werkt na twee jaar nog steeds niet, blijkt uit onderzoek waarop klinisch psycholoog Arno van Dam op 18 april promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Van Dam: ‘We zien dat driekwart van de patiënten herstelt van burn-out, maar we zien ook dat dat langzaam gaat en dat er na twee jaar nog steeds restklachten kunnen zijn. Het is belangrijk voor werkgevers dit te weten en daarmee rekening te houden bij re-integratie. Een deel van de voormalige burn-outpatiënten komt namelijk ook niet meer terug in hun oorspronkelijke functie. Ze kunnen moeite blijven houden met taken die een groot beroep doen op hun werkgeheugen‘

Ruim 900.000 werknemers met burn-outklachten
In Nederland waren er in 2011 ruim 900.000 werknemers (ofwel ruim een op de acht) met burn-outklachten. Naar schatting heeft een derde van hen ook een klinisch gediagnostiseerde burn-out en gaat daarvoor in behandeling. Burn-outklachten komen relatief veel voor bij werknemers met een hoge werkdruk en werknemers die weinig sociale steun van collega’s en leidinggevenden ervaren. Patiënten hebben last van uitputting, een afstandelijke houding ten opzichte van het werk en het gevoel er minder goed te functioneren. Velen klagen daarbij ook over aandachts- en concentratieproblemen. Over dergelijke verminderde cognitieve prestaties van burn-outpatiënten was nog weinig bekend.

Routine of complexe taken
Uit een aantal experimenten van Van Dam bleek dat burn-outpatiënten routinematige taken redelijk goed uitvoerden, maar dat ze moeite hadden met complexere aandachtstaken en het schakelen tussen taken. Ze presteerden op deze testen slechter dan gezonde proefpersonen. Van Dam zocht uit of die lagere score te maken had met de manier waarop de burn-outpatiënten hun vermoeidheid beleefden (‘inspanning is minder goed’, of: ‘inspanning levert in mijn situatie toch weinig op’), maar dat bleek niet van invloed op de verminderde cognitieve prestaties.

Lees verder op de website van de Radboud Universiteit.

Merendeel van diabetespatiënten wordt in huisartsenpraktijk overbehandeld

zorgverlenerDe huidige, intensieve manier van zorg verlenen aan diabetespatiënten in de huisartsenpraktijk heeft uitsluitend effect voor een kleine groep mensen met slechte gecontroleerde suikers. Dit impliceert dat het merendeel van de patiënten op dit moment wordt ‘overbehandeld’ en er ruimte is voor aanzienlijke kostenbesparingen als er meer maatwerk wordt geboden in de diabeteszorg. Dit is een van de conclusies uit het proefschrift Voorbij het ‘grote gemiddelde’: verbetering van de wetenschap en het bewijs omtrent de behandeling van chronisch zieken van Arianne Elissen waarop ze 25 april aanstaande promoveert aan de Universiteit Maastricht.

Haar onderzoek laat zien dat de behandeling van diabetespatiënten in Nederland en veel andere Europese landen tot op heden verre van patiëntgericht is. Richtlijnen en protocollen wegen zwaarder bij het opstellen van behandelplannen, dan de persoonlijke behoeften, wensen en mogelijkheden van patiënten. Bovendien blijkt uit het onderzoek, waarin gegevens werden gebruikt van meer dan 105,000 diabetespatiënten (ruim 10% van alle diabeten in Nederland) uit 18 zorggroepen in Nederland, dat slechts een kleine groep patiënten, namelijk degenen met onvoldoende glycemische controle, profijt heeft van de zorg, zoals die op dit moment in de huisartsenpraktijk wordt aangeboden. Voor patiënten in betere gezondheid is minder regie door de huisarts en meer aandacht voor zelfmanagement een betere en goedkopere manier om hun diabetes onder controle te houden. Om dergelijke ‘geïntegreerde zorg op maat’ in de praktijk te realiseren, beveelt het onderzoek verbeteringen aan in onder meer zelfmanagement ondersteuning en informatietechnologie alsook in de financiering van chronische zorg.

Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd binnen het door de Europese Commissie gefinancierde DISMEVAL (‘Developing and Validating Disease Management Evaluation Methods for European Health Care Systems’)-project, waarin onderzoekers uit dertien Europese landen participeerden.
[Maastricht University]