foodwatch: Eru Kids smeerkaas schoolvoorbeeld misleidende kindermarketing

ERU Smeerkaas KidsEru Kids smeerkaas is ongeschikt voor kinderen vanaf zes maanden. Eru zet een vrolijke muis, spelletjes en commercials, maar ook sponsoring van het Nationale Schoolontbijt in om kinderen te lokken en gebruikt twijfelachtige claims om ouders over de streep trekken. In werkelijkheid is Eru smeerkaas zo zout dat kinderen er niet meer dan twee boterhammen per week van zouden mogen eten. De minder-vetclaim is voor kleine kinderen niet relevant, concludeert foodwatch.

Exploderende budgetten voor kindermarketing
foodwatch-directeur Bart van Opzeeland:“Er zijn helaas voldoende redenen om ons zorgen te maken over de gezondheid van een groot deel van onze kinderen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Eru de nieren van kinderen vanaf zes maanden bestookt met veel te veel zout. Dit is een schoolvoorbeeld van de manier waarop de voedingsindustrie zich met exploderende marketingbudgetten richt op reclame voor kinderen. Dat leidt tot het van jongsaf aan eten van slechte voeding en kan op termijn schadelijk zijn voor de gezondheid. foodwatch wil daar samen met ouders een einde aan maken.”

Veel te zout, te weinig vet, twijfelachtig calcium
Eru smeerkaas bevat meer zout dan normale en zelfs twee maal zoveel als 30+ kaas. Veel te veel voor de nieren van kleine kinderen. Het Voedingscentrum geeft dan ook aan dat kleine kinderen maximaal 2 porties ERU Kids per week mogen eten. De claim dat Eru weinig vet (12%) bevat is leuk voor ouders, maar jonge kinderen hebben juist meer vet nodig dan volwassenen. De aanprijzing dat de smeerkaas calcium bevat is misleidend omdat dit schijnbaar niet meer van nature in de kaas aanwezig was, maar in de vorm van calciumfosfaat is toegevoegd. Gunstig voor de producent omdat de kaas niet klontert en langer houdbaar is. Maar onbekend is hoeveel van dat calcium uiteindelijk in het lichaam wordt opgenomen.

Antibioticum en valse versheid
Vier van de acht ingrediënten van Eru zijn E-nummers. Een daarvan is een natuurlijk antibioticum, dat wordt gebruikt om de smeerkaas langer houdbaar te maken. Toch probeert Eru ouders wijs te maken dat zijn product ‘vers’ is, door het, volkomen onnodig, alleen in de koelvakken van supermarkten aan te bieden. Bovendien is het de vraag of dergelijke antibiotica aan (kinder)voeding moeten worden toegevoegd.

Misleidende kindermarketing
Sterk stijgende marketingbudgetten gericht op kinderen prijzen voor het overgrote deel ongezonde producten aan. Eru KIDS is hier een treurig voorbeeld van. De onderzoeksresultaten weerhouden Eru er niet van zijn smeerkaas aan te prijzen als ‘speciaal geschikt voor kinderen vanaf zes maanden’. De vrolijke muis Jimmy is voor jonge kinderen het lokkertje. Bekend is dat jonge kinderen veel invloed hebben op het koopgedrag van hun ouders. Dat, terwijl kinderen onder de acht jaar het verschil tussen reclame en informatie nog niet kennen. Eru wil daar optimaal gebruik van maken. Het richt zijn marketing op scholen en kinderdagverblijven door de sponsoring van het Nationaal Schoolontbijt. Het gevolg daarvan is dat er in de klas en op de crèche al jarenlang massaal veel te zoute smeerkaas op boterhammen wordt gesmeerd.

Oproep
foodwatch roept ouders en andere consumenten op Eru via een e-mail te vragen voortaan echt gezonde producten voor onze kinderen te verkopen en te stoppen met deze misleidende marketingpraktijken.

Doe mee met de actie van foodwatch!

Meer informatie over de claim van Eru staat op de website van foodwatch.

 

‘Onschuldig’ virus gelinkt aan diabetes

diabetesHet veelvoorkomende cytomegalovirus (CMV) is een risicofactor voor het ontwikkelen van type 2 diabetes, ontdekten onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Bij ouderen die ooit besmet zijn met het cytomegalovirus, blijkt diabetes 2,4 keer zo vaak voor te komen als bij leeftijdgenoten die het virus misliepen.

Dr. Andrea Maier (Ouderengeneeskunde) en haar collega’s keken naar 549 ouderen die deelnamen aan de Leiden 85-plus Studie. Ouderen die positief scoorden op het cytomegalovirus, kampten met een slechtere bloedsuikerhuishouding en leden significant vaker aan type 2 diabetes. Hoe CMV tot diabetes kan leiden, is nog niet bekend. “Het virus kan zich delen in de bètacellen in de alvleesklier, die insuline produceren”, vertelt Maier. “Mogelijk heeft het virus op die manier rechtstreeks invloed op de suikerhuishouding. Een andere optie is dat het effect indirect is. Een chronische virusinfectie bezorgt het afweersysteem stress, waardoor het mogelijk de eigen bètacellen gaat aanvallen.”

Jongere mensen
De onderzoekers benadrukken dat deze studie is uitgevoerd bij een selecte groep oudste ouderen. “Zij hebben andere, veel belangrijkere risicofactoren – zoals overgewicht en tekort aan beweging – al overleefd, waardoor subtielere factoren als CMV mogelijk duidelijker naar voren komen”, zegt Maier. “Bovendien zijn ouderen gemiddeld langer met CMV besmet geweest, waardoor het virus meer tijd heeft gehad om kwaad aan te richten.” Onderzoek onder jongere mensen moet uitwijzen of ook bij hen een verband bestaat tussen CMV en diabetes.

Sociaal-economische status
CMV wordt overgebracht via lichaamsvocht als urine en speeksel. Van de vijftigjarige Nederlanders is ongeveer 50 procent besmet, en voor elke tien jaar leeftijdsverhoging stijgt dat percentage met 10. Het virus komt vaker voor bij mensen met een lagere sociaal-economische status. “Zij hebben ook om andere redenen meer kans op diabetes”, aldus Maier. “Deze mensen zijn vaker te zwaar en bewegen minder.” De onderzoekers corrigeerden voor deze risicofactoren om uit te sluiten dat ze eigenlijk naar deze achterliggende factoren keken in plaats van naar het virus. “Die correctie bleek nauwelijks effect te hebben op onze bevindingen. Het gaat dus wel degelijk om het cytomegalovirus zelf.”

Vaccinatie
Besmetting met het cytomegalovirus verloopt meestal onopgemerkt; iemand voelt zich hooguit een paar dagen moe en slap. Na besmetting blijft het virus levenslang latent aanwezig. Voor mensen met een verzwakte afweer, bijvoorbeeld na een stamceltransplantatie, en voor ongeboren kinderen kan het virus wél gevaarlijk zijn. Om die reden wordt op dit moment gewerkt aan een CMV-vaccin. “Het zou mooi zijn als daarmee ook de kans op diabetes op oudere leeftijd verkleind wordt”, merkt Maier op.
[LUMC]

Aminozuur biedt beschermende werking tegen ouderdomsziekten

Bij ouderdomsziekten als Alzheimer en Parkinson worden in hersenen opeenhoping en klontering gevonden van verkeerd gevouwen eiwitten. In de zoektocht naar de oorzaken hiervan stuitte UMCG-onderzoeker en genetica prof. dr. Ellen Nollen op het gen dat de afbraak van het essentiële aminozuur tryptofaan reguleert.

Uitschakeling van het gen leidde tot een sterk beschermende werking in wormmodellen voor Alzheimer en Parkinson. De resultaten wijzen erop dat verhoogde hoeveelheden tryptofaan mogelijk belangrijk zijn voor deze beschermende werking. Deze week publiceren de onderzoekers hun bevindingen in het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het gen waar de onderzoekers hun aandacht op richtten, is tryptofaan 2,3-dioxygenase (tdo-2). Dit reguleert het enzym TDO-2 dat het essentiële aminozuur tryptofaan afbreekt. In haar studies heeft Nollen aangetoond dat onderdrukking van het enzym TDO-2 leidt tot blokkade in de afbraak van tryptofaan en verlenging van de levensduur van de worm, ook wel C. elegans genoemd. De toevoeging van extra tryptofaan aan het dieet van de wormen gaf een zelfde beschermende werking. De worm, C. elegans, wordt algemeen erkend als een goed modelorganisme voor het bestuderen van verouderingsziekten zoals Alzheimer en Parkinson.

Evolutie
Het gen tdo-2 is evolutionair sterk geconserveerd. Dit houdt in dat er veel overeenkomst is tussen het enzym TDO-2, en zijn rol in het tryptofaan metabolisme, in de worm en in de mens. De onderzoekers zijn van mening dat het zeer interessant is om te bestuderen op welke manier het tryptofaan metabolisme bij de mens verband houdt met de ontwikkeling van verouderingsziekten zoals Alzheimer en Parkinson. Mogelijk kan dit leiden tot nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.
[UMCG]

Mannen mogen veel sport kijken op tv, maar sporten zelf weinig

panoramaDe grote stroom aan sportprogramma’s op tv heeft deze zomer in de Nederlandse huiskamers weinig ruzie opgeleverd. Driekwart van de mannen heeft nooit onenigheid met hun partner over hun sportieve kijkgedrag. Dat blijkt uit het onderzoek Man & Sport van Panorama deze week.

Van de Nederlandse mannen kijkt 16% tussen de 4 en 10 uur per week naar sport op tv, 6% kijkt meer dan 10 uur per week en 2 procent kijkt naar alle sport die wordt uitgezonden. En, opzienbarend, 74% van de mannen heeft er nooit ruzie over met de partner, 23% soms en – toch nog – 3% heeft er dagelijks ruzie over. 27% van de mannen lost die ruzies echter buitengewoon beschaafd op: ze gaan boven tv kijken.

Kijken, niet dóen…
Slecht nieuws voor de volksgezondheid: 30 procent van de mannen doet zelf helemaal niets aan sport. Nog slechter nieuws: van de partners van de mannen die meededen aan het onderzoek doet 42 procent niet aan sport. Deze en nog veel meer onderzoeksresultaten worden deze week gepubliceerd in Panorama 35.

Minder psychische bijwerkingen bij medicatie tegen overgewicht

overgewichtElk jaar overlijden er wereldwijd 2,8 miljoen mensen door overgewicht. Ooit was er een veelbelovend medicijn: rimonabant. Maar dat is enkele jaren geleden van de markt gehaald, omdat aanwezigheid van dit middel in de hersenen psychische bijwerkingen, zoals depressie, kan veroorzaken. Als je kunt voorkomen dat deze stof in de hersenen komt, zou je een nieuw medicijn tegen overgewicht kunnen maken, maar dan zonder psychische bijwerkingen. Onderzoek van Hanneke Wittgen toont aan dat je de firewall van de hersenen (de bloed-hersenbarriere) kunt gebruiken om de aanwezigheid van dit soort medicijnen te verlagen.

De bloed-hersenbarriere bevat transporteiwitten die bepaalde geneesmiddel uit de hersenen pompen. Wittgen presenteert enkele methoden waarmee ze laat zien dat deze transporters daadwerkelijk dit soort medicijnen uit de hersenen kunnen pompen. Deze informatie is vervolgens te gebruiken als selectiecriterium voor nieuwe medicijnen tegen overgewicht.

Biografie
Hanneke Wittgen (Venray, 1984) voltooide cum laude de studie Medische Biologie in Nijmegen. In 2008 won ze de Unilever Research Prijs voor haar onderzoek tijdens de master van deze opleiding. Ze verrichtte bovenstaand promotieonderzoek op de afdeling Farmacologie-Toxicologie van het UMC St Radboud, binnen het onderzoeksinstituut Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences. Vanaf juni 2012 is ze werkzaam als adviseur voor het organisatieadviesbureau KPMG Plexus.

Promotie mevrouw drs. H.G.M. Wittgen
The role of brain and intestinal efflux transporters in disposition of central nervous system drugs
woensdag 29 augustus 2012
Promotors prof. dr. F.G.M. Russel
Copromotors dr. ir. J.B. Koenderink
[UMC St Radboud]

App helpt bij stellen diagnose MS

apple iphone 4Voor veel neurologen en andere medici is het lastig om met zekerheid de diagnose multiple sclerose (MS) in een vroege fase te stellen. Terwijl het zo vroeg mogelijk stellen van de diagnose juist zo belangrijk is, omdat dan op tijd met een behandeling kan worden gestart.

Daarom ontwikkelde Bernard Uitdehaag, neuroloog en epidemioloog van VUmc MS Centrum Amsterdam een App die helpt bij het stellen van de diagnose MS. De App gaat uit van de McDonald-richtlijnen, dé standaard voor het stellen van de diagnose MS.

Door het beantwoorden van een aantal vragen wordt op een makkelijke manier zekerheid gekregen of de diagnose MS gesteld kan worden. De App biedt medici daarnaast ook informatie over MS en MRI-scans van hersenen en ruggenmerg met daarop voorbeelden van MS-laesies.

De McD MS App is gratis beschikbaar voor Apple (iOS, via App store) en Android (via Google PlayStore) onder de naam ‘MS diagnosis’.
[VU Medisch Centrum]

Onvoldoende aandacht voor huid in zonnebankstudio’s

zonnebankIn zonnestudio’s horen medewerkers volgens Europese regelgeving de huid van een nieuwe klant te analyseren en het juiste advies te geven. Bij bezoek van de roodharige, bleke mysteryshopper van de Consumentenbond gebeurde dat echter in slechts 2 van de 22 bezochte studio’s. De branchevereniging Samenwerking Verantwoord Zonnen (SVZ) zegt in een reactie op het onderzoek dat ze intern stappen ondernemen.

Bij een intakegesprek in een zonnestudio hoort het personeel vragen te stellen over huidtype en medicijngebruik. Bepaalde medicijnen veroorzaken namelijk heftige huidreacties in combinatie met zonlicht. Van de 20 studio’s waar de mysteryshopper op basis van huidtype niet tegen werd gehouden, werd er slechts in 2 naar medicijngebruik gevraagd. Het personeel zei echter niets toen hij aangaf het antibioticum doxycycline te slikken, terwijl zonlicht mijden bij dit medicijn het enig juiste advies is. Volgens de regels van de zonnebankbranche worden personen onder de 18 jaar geweigerd en moeten medewerkers van de studio’s ook altijd brilletjes aanbieden. Een kwart van de studio’s deed dit niet.

Huidkanker
Van de 22 bezochte studio’s hebben 10 geen lidmaatschap van een branchevereniging en zijn er 12 aangesloten bij de SVZ. Volgens de Europese brancheregels mogen consumenten met huidtype 1 niet onder de zonnebank. Die huid verbrandt snel en dat verhoogt de kans op huidkanker. In Nederland krijgen 42.000 mensen per jaar deze ziekte. Het volledige onderzoek naar zonnestudio’s staat in de Consumentengids van september 2012.
[Consumentenbond]

Subsidie voor hamstringonderzoek

Hoogleraar Sportgeneeskunde Frank Backx en zijn onderzoeksgroep hebben een ZonMW-subsidie van 50.000 euro ontvangen voor hun onderzoek naar hamstringblessures. 

Sportartsen van het UMC Utrecht, Medisch Centrum Haaglanden en de KNVB zijn een wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe behandelmethode voor acute hamstringblessures gestart. Onderzocht wordt of deze behandelmethode acute hamstringblessures sneller en beter kan genezen. 

Een hamstringblessure is een veelvoorkomende blessure bij sporters. De hamstringspieren bevinden zich aan de achterkant van het bovenbeen. Ze worden zwaar belast bij hardlopen en sprinten. Tijdens deze activiteiten kan er acuut een blessure van de hamstring ontstaan. Vaak is er dan sprake van een scheurtje in de hamstring. 

Sporters die een hamstringblessure hebben, kunnen een tijd lang niet sporten. Dit kan een week tot enkele maanden duren. Doorgaans wordt een hamstringblessure behandeld met fysiotherapie. Door oefeningen wordt de hamstringspier weer sterker en weerbaarder gemaakt. 

Meer informatie vindt u op de website van het onderzoek: www.hamstringonderzoek.nl 
[UMC Utrecht]