WebTV – Hersenen – Leven zonder reuk en smaak

Een leven zonder reuk en smaak, het is bijna niet voor te stellen maar toch bestaat het. In Nederland lijden tussen de 250.000 en 300.000 mensen aan deze reuk- en smaakstoornis Anosmie. Anosmie is een aandoening waarbij het reuk- en deels proefvermogen verloren gaan.

Niet meer kunnen ruiken en goed proeven is zowel praktisch als sociaal vervelend. In deze online video aflevering komen twee anosmozen aan het woord. Zij vertellen hoe hun leven plotseling op z’n kop stonden toen zij te horen kregen dat zij nooit meer zouden kunnen ruiken. Het proces van erkenning en gewenning komen aanbod. Hoe ga je hiermee om? Waar kan je als anosmoos informatie inwinnen en lotgenoten ontmoeten? Voor antwoord op deze vragen kijk dan nu naar de online video aflevering ‘Leven zonder reuk en smaak.’

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

Diep in het verslaafde brein – uitzending Labyrint

witte wijnIn Labyrint twee gloednieuwe behandelmethoden die hoop bieden voor verslaafden. De ene is een simpel taakje met behulp van plaatjes en een joystick. De andere methode is aanzienlijk ingrijpender. Daarbij wordt door middel van een hersenoperatie een elektrode diep in het brein gebracht.

Bij zogeheten diepe hersenstimulatie (deep brain stimulation) breng je, tijdens een operatie, diep in de hersenen een elektrode aan. Deze elektrode wordt met een soort ‘hersenpacemaker ‘ verbonden die dan met kleine stroompjes bepaalde zenuwcircuits in de hersenen kan beïnvloeden. Geen eenvoudige ingreep. Toch kregen in het Duitse Magdenburg zes alcoholverslaafden onlangs zo’n elektrode in het brein geplaatst, een wereldprimeur. Deze dramatische ingreep vond plaats bij verslaafden die er lichamelijk zeer slecht aan toe waren.

Psycholoog Reinout Wiers heeft een andere behandelmethode voor alcoholverslaving onderzocht. Een methode die minder invasief is dan een hersenoperatie. Het is zelfs heel erg simpel: met een joystick moet de verslaafde plaatjes van bier en wijn wegduwen. Hiermee worden onbewuste hersenprocessen opnieuw getraind. Wiers paste de methode toe in een Duitse verslavingskliniek, hetgeen resulteerde in 10% minder terugval.

Direct na de uitzending kan je doorpraten met wetenschappers in de wekelijkse Labyrint napraatsessie. Kijk mee op de Labyrint-site en stel je vragen via Twitter.

Overgewicht èn diabetes: meer darmcellen

overgewichtMensen met ernstig overgewicht (obesitas) en suikerziekte (diabetes type 2) hebben meer cellen in hun dunne darm. Deze vondst zou kunnen verklaren waarom mensen met overgewicht en diabetes na het eten een hoger suikergehalte in het bloed krijgen dan mensen met overgewicht maar zonder diabetes.

Arts-onderzoeker Froukje Verdam van de afdeling chirurgie van het Maastricht UMC+ ontdekte de aanwezigheid van extra darmcellen. Verdam onderzoekt nog of mensen met obesitas en diabetes moeilijker afvallen doordat de extra cellen meer suiker opnemen: “Het hogere suikergehalte in het bloed na de maaltijd is karakteristiek voor diabetes. We denken dat mensen met extra darmcellen meer suiker opnemen. Bij dieren met extra darmcellen gebeurt dat namelijk ook. Wellicht verklaart het hebben van meer darmcellen het hogere suikergehalte in het bloed.”

De vraag is waarom de darm van mensen met diabetes meer darmcellen bevat. Verdam kan hier alleen over speculeren: “Het suikergehalte in het bloed van mensen met diabetes is te hoog. Op de plek waar deze suiker nodig is, in de spieren, heerst echter een tekort. Het kan zijn dat de spieren aan de hersenen een signaal geven over dit tekort. De hersenen manen op hun beurt de darm om meer voedsel op te nemen. Mogelijk maakt de dunne darm hierom extra cellen aan.”

De onderzoekers ontdekten de extra darmcellen doordat deze stoffen afgeven in het bloed. Eén stof, citrulline, is een maat voor het aantal darmcellen (of enterocyten). De andere stof, I-FABP, geeft weer hoe snel nieuwe darmcellen oudere exemplaren vervangen. Het gehalte van beide stoffen is hoger bij mensen met obesitas en diabetes vergeleken met mensen met obesitas maar zonder diabetes.

Recent blijkt steeds meer hoe belangrijk de rol van de dunne darm is bij diabetes. De nieuwste medicijnen tegen diabetes beïnvloeden bijvoorbeeld darmhormonen. Ook chirurgische ingrepen voor mensen met ernstig overgewicht, zoals een maagband of een omleiding van een deel van de dunne darm, hebben een positief effect op diabetes. Op lange termijn laten beide operaties vergelijkbare positieve effecten op diabetes zien, maar met een omleiding van de dunne darm bereiken patiënten sneller resultaat. De hormonen die de eetlust, de opname en verwerking van suiker beïnvloeden, zijn betrokken bij deze verbetering. Verdam: “Mogelijk komt het snellere effect van de omleiding doordat we in één keer een stuk darm omzeilen en zo een deel van deze extra cellen uitschakelen. De omzeilde cellen kunnen immers geen suiker en voeding meer opnemen.”

De ontdekking van Verdam is onderdeel van haar promotie-onderzoek naar de rol van de darm bij obesitas en diabetes type 2, onder leiding van professor Buurman, professor Greve, dr. Bouvy en dr. Rensen. Het onderzoek kwam tot stand dankzij de medewerking van mensen met ernstig overgewicht die een operatieve ingreep ondergingen, zoals een maagband of een omleiding van een deel van de dunne darm. De Transnationale Universiteit Limburg, een samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum te Hasselt, sponsort dit onderzoek.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO hadden in 2010 wereldwijd meer dan 1,5 miljard volwassenen overgewicht. In 2015 zal dit aantal naar verwachting tot 2,3 miljard stijgen. Van hen hebben meer dan 700 miljoen mensen ernstig overgewicht ofwel obesitas. Momenteel lijden 366 miljoen mensen aan diabetes. Wereldwijd sterft elke zeven seconden een van hen.
[Maastricht UMC+]

Jaarlijkse toename nieuwe hiv-diagnoses zet niet door

aids ribbonDe Stichting Hiv Monitoring meldt in haar rapport dat de jaarlijkse toename van nieuwe hiv-diagnoses in Nederland bij mannen met homoseksuele contacten in 2009 en 2010 niet doorzet. Sinds 1998 nam het aantal nieuwe geregistreerde diagnoses toe tot iets boven de 800. Voor 2009 en 2010 zullen naar schatting 750 nieuwe diagnoses worden geregistreerd.

Nog niet onder controle
In Nederlands wordt het merendeel van de nieuwe hiv-diagnoses wordt gevonden bij mannen die seks hebben met mannen. De Stichting Hiv Monitoring geeft aan dat homoseksuelen zich vaker testen, waardoor men in een vroeg stadium weet dat hij hiv heeft. Frank de Wolf, directeur van Stichting Hiv Monitoring geeft wel aan dat de epidemie nog niet onder controle is. ‘Dit is positief nieuws. Het lijkt erop dat succes wordt geboekt met het testen en behandelen. Maar, hiv is een levenslange infectie en ieder jaar zijn er nieuwe infecties bij een groot aantal mensen. Je kunt nog niet zeggen dat de epidemie onder controle is. Het blijft een fragiele balans. Iets meer risicogedrag of een verslapping in het testgedrag kan deze balans makkelijk verstoren.’

Recente infectie
Bij bijna de helft van de jongere homoseksuelen die positief getest worden, is er sprake van een recente hiv infectie. Dit betekent dat er in een eerder stadium kan worden gestart met behandeling. Dit draagt bij aan het beperken van de verspreiding van hiv. In Nederland zijn er nu ruim 14.000 mensen met hiv die geregistreerd staan en onder controle staan van een arts of specialist. Er lopen naar schatting ongeveer 8.000 tot 10.000 mensen rond die niet weten dat ze hiv hebben.
[Aids Fonds]

Zes ton subsidie voor diabetesonderzoek ouderen

diabetesHoe beïnvloeden erfelijke factoren de reactie op diabetesmedicijnen bij ouderen? Om die vraag te beantwoorden ontvangt onderzoeker Leen ’t Hart van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) een subsidie van 600.000 euro van ZonMw.

De komende vier jaar gaat dr. ing. Leen ’t Hart van de afdeling Moleculaire Celbiologie en de sectie Moleculaire Epidemiologie van het LUMC kijken naar het medicijngebruik, bijwerkingen en complicaties van meer dan vijfduizend oudere patiënten met diabetes type 2. Samen met onderzoekers van de VUmc, de Universiteit Utrecht en de afdeling Ouderengeneeskunde van het LUMC krijgt hij hiervoor de subsidie van het ZonMw-programma Priority Medicines Ouderen.

Medicijngebruik terugdringen
“We willen meer inzicht krijgen in hoe glucoseverlagende middelen bij ouderen werken en wat de invloed van hun genen daarop is”, vertelt ’t Hart. “Op dit moment is het nog niet mogelijk te voorspellen wie goed reageert op een bepaald glucoseverlagend medicijn. Als we daar wel toe in staat zijn, kunnen we bij deze groep mogelijk het medicijngebruik terugdringen.”

Diabetes type 2
Diabetes type 2 is een van de meest voorkomende ziektes bij ouderen. Wanneer de ziekte niet goed behandeld wordt, kunnen complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nierschade en blindheid optreden. Behandeling van een nieuwe patiënt begint met glucoseverlagende pillen. Deze middelen werken lang niet bij iedereen goed, waardoor de behandeling niet altijd optimaal is en de patiënt vaak meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd moet gebruiken. Daarnaast krijgt een deel van de patiënten last van ongewenste bijwerkingen.
[LUMC]

Preventief aspirine slikken niet nodig

AspirineDagelijks een aspirientje slikken om hart- en vaatziekten te voorkomen heeft voor gezonde vrouwen weinig zin. Dat berekenen onderzoekers van het UMC Utrecht. Ze publiceren hun resultaten in het tijdschrift European Heart Journal.

Aspirine verdunt het bloed en voorkomt het ontstaan van bloedpropjes en beroertes. Maar het dagelijkse gebruik van aspirine kan ook blauwe plekken en bloed in de urine veroorzaken, en zelfs maagbloedingen en hersenbloedingen. Wanneer wegen de voordelen op tegen de nadelen? Bij mensen die al een beroerte meegemaakt hebben heeft aspirine netto een gunstig effect. Maar hoe zit het bij gezonde mensen? Dat is een langlopende discussie onder artsen.

Internist prof.dr. Frank Visseren, arts-onderzoeker Jannick Dorresteijn en collega’s van het UMC Utrecht analyseerden samen met onderzoekers van Harvard Medical School de gegevens uit de Women’s Health Study. Daarin kregen bijna 40.000 vrouwen van 45 jaar en ouder tien jaar lang aspirine of een nepmedicijn. Aspirine verminderde het relatieve risico op hart- en vaatziekten voor de gemiddelde vrouw met negen procent. Maar het effect van aspirine zal niet voor alle vrouwen gelijk zijn.

Rekenmodel
Visseren en collega’s ontwikkelden daarom een rekenmodel waarmee het effect van aspirine voor individuele vrouwen voorspeld kan worden. Daarmee is te berekenen welke vrouwen baat hebben bij aspirine en welke niet. Het positieve effect van aspirine blijkt voor de meeste vrouwen erg laag te zijn. Bij negen van de tien vrouwen neemt het risico op hart- en vaatziekten slechts af met één procent of minder. Alleen bij sommige vrouwen boven de 65 jaar heeft aspirine netto een gunstig effect. Maar om één geval van hart- en vaatziekten te besparen moeten wel 50 vrouwen behandeld worden.

“Voor vrouwen onder de 65 heeft het gebruik van aspirine dus geen positief effect”, concludeert prof. dr. Frank Visseren. “Het is een ondersteuning van het Nederlandse beleid om terughoudend te zijn met aspirine bij gezonde mensen. Maar in de Verenigde Staten geven artsen veel vaker aspirine ter voorkoming van hart- en vaatziekten.”

Polypil
De resultaten kunnen ook van belang zijn voor de zogenaamde ‘polypil’ tegen hart- en vaatziekten. Dat is het idee om mensen preventief een dagelijkse pil te geven met cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers en aspirine. Maar een polypil voor gezonde mensen zou geen aspirine hoeven bevatten, vinden Visseren en collega’s.

Het artikel is op 16 november online verschenen in het European Heart Journal. Arts-onderzoeker Jannick Dorresteijn van het UMC Utrecht is eerste auteur van het stuk.
[UMC Utrecht]

Klinische studie naar griep bij ouderen

griepKlinische studie naar griep bij ouderen van start
Het RIVM start in november een klinische studie om de ziekteverwekkers van griepachtige verschijnselen bij ouderen in kaart te brengen. Het onderzoek kan belangrijke informatie opleveren voor de bestrijding van griep en andere luchtweginfecties onder de bevolking.

De seizoensgriepvaccinatie helpt om griep te voorkomen die veroorzaakt wordt door het griepvirus, maar werkt niet tegen griepachtige verschijnselen die door andere virussen of bacteriën worden veroorzaakt. Het nieuwe onderzoek, onder 2100 ouderen uit de omgeving van Hoofddorp, brengt in kaart hoe vaak griepachtige verschijnselen werkelijk door het griepvirus worden veroorzaakt. Indien griepachtige klachten niet door het griepvirus veroorzaakt zouden worden, wordt onderzocht welke andere ziekteverwekkers deze klachten veroorzaken. Eind 2012 worden de eerste resultaten verwacht.

Griep komt jaarlijks vooral in het winterseizoen voor in Nederland. Het is een infectie aan de luchtwegen en wordt veroorzaakt door een virus: het influenzavirus. Mensen met een griepinfectie hebben verschijnselen als koorts of verhoging, en vaak ook hoofdpijn, spierpijn, zich niet lekker voelen (algehele malaise), hoesten, een pijnlijke keel en een verstopte neus. Ook andere virussen en bacteriën kunnen vergelijkbare griepachtige ziekteverschijnselen veroorzaken.

Het nieuwe onderzoek gebeurt in samenwerking met het Linnaeus Instituut van het Spaarne Ziekenhuis.
[RIVM]

Online cursus helpt ouders van tieners met diabetes

diabetes insulineEen puber met diabetes: dat betekent extra zorgen en ruzies in het gezin. En extra gezondheidsrisico voor de jongere zelf, ook in de jaren daarna. Reden voor VUmc om een online cursus voor ouders te ontwikkelen: www.mijntienerheeftdiabetes.nl. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door het Diabetes Fonds.

De nieuwe online cursus voor ouders van diabetestieners vult een groot gat in de markt. Want tieners vergeten liever even dat ze diabetes hebben en nemen de behandeling vaak niet bepaald serieus. Tot wanhoop van de ouders, die echt niet meer weten wat ze met hun tiener aan moeten.

Ontkenning van diabetes
Ouders weten maar al te goed hoe hoge bloedsuikers een grote kans geven op schade aan ogen, nieren en het zenuwstelsel. In de puberteit moet je als ouders leren om je kind los te laten. Maar hoe doe je wanneer je puber in de diabetesontkenning schiet en zich niet druk maakt om zijn bloedsuiker? Hoe geef je een jongere toch de vrijheid om volwassen te worden?

Aandacht voor ouders
Maartje de Wit, wetenschappelijk onderzoeker van VUmc, kreeg van het Diabetes Fonds geld voor het ontwikkelen van de cursus www.mijntienerheeftdiabetes.nl. De Wit: “Tot nu toe is er altijd veel aandacht voor de tieners zelf. Maar heel weinig voor hun ouders. We hopen dat deze cursus hen steunt bij de problemen waar ze tegenaan lopen”. Via de cursus krijgen de ouders informatie over verschillende manieren om met pubers om te gaan, inzicht in hun eigen manier van opvoeden, en concrete adviezen om hun situatie te verbeteren.
[Diabetes Fonds]