Cichorei werkt goed bij behandeling en preventie van overgewicht

overgewichtEen recente publicatie in het British Journal of Nutrition toont aan dat oligofructose (een voedingsvezel op basis van koolhydraten, gewonnen uit cichorei) significante invloed heeft op de voedselinname en energieopname bij mensen. Dit blijkt uit een studie bij 31 gezonde proefpersonen met een BMI van ongeveer 25. De resultaten van deze studie bieden aanknopingspunten voor het gebruik van oligofructose als suiker- en vetvervanger bij de preventie en behandeling van overgewicht.

Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit Maastricht (Klaas Westerterp en Sanne Verhoef) en gefinancierd door Sensus, producent van voedingsingrediënten. De proefpersonen kregen gedurende 13 dagen een placebo of oligofructose (in twee verschillende doseringen: 2 x daags 5 gram of 2 x daags 8 gram) toegediend. Aan het begin en einde van deze periode werd hun voedselinname gemeten. Bij de hogere dosering was na 13 dagen de energieconsumptie met 10% gedaald. Bovendien werden verhoogde concentraties van de verzadigingshormonen PYY en GLP-I in het bloed gemeten, bij een gelijkblijvend honger- en verzadigingsgevoel.

Oligofructose wordt op industriële schaal gewonnen uit de cichoreiwortel. Omdat het niet verteerbaar is voor spijsverteringsenzymen heeft het in de darmen hetzelfde effect als een voedingsvezel. Vanwege de lage calorische waarde is het geschikt voor toepassing als vet- èn suikervervanger in voedingsproducten.
[Maastricht Universiteit]

Eén op de drie jongeren blowt (bijna) dagelijks

wietHet cannabisgebruik onder jongeren en scholieren daalt, maar de hulpvraag bij de verslavingszorg blijft stijgen. Dit blijkt uit het Jaarbericht 2010 van de Nationale Drug Monitor.

De toename van de hulpvraag en het aantal incidenten met GHB wijzen op een groeiende populariteit van dit middel. In de algemene bevolking had 0,4 procent het afgelopen jaar GHB gebruikt. Daarmee is GHB net zo populair als amfetamine, maar minder dan ecstasy, dat drie keer zoveel gebruikt wordt en waarvan het gebruik in Nederland hoger is dan het Europese gemiddelde. Verder blijkt uit het Jaarbericht dat bij politie en justitie het aandeel geregistreerde harddrugsdelicten daalt en dat softdrugsdelic-ten relatief vaker voorkomen.

Cannabis: daling onder scholieren, toename hulpvraag
De daling in het percentage actuele cannabisgebruikers onder scholieren van het reguliere voortgezet onderwijs tussen 1996 en 2007, zette zich in 2009 voort. In dit jaar was vijf procent van de 12-16 jarige scholieren een cannabisgebruiker, ongeacht het schoolniveau.
In de algemene bevolking heeft een op de vier Nederlanders ervaring met blowen. Een op de vijfentwintig gebruikt cannabis; van deze groep blowt 30 procent (bijna) dagelijks. Omgerekend naar de bevolking zijn dat 141 duizend mensen tussen 15 en 64 jaar.
Het aantal cannabiscliënten in de verslavingszorg blijft toenemen: van 3 534 in 2000 naar 8 863 in 2009. In algemene ziekenhuizen zijn in 2009 ruim 500 opnames geregistreerd waarbij cannabisgebruik een rol speelde; in een op de vijf gevallen waren psychosen de aanleiding voor opname.

GHB: toename gezondheidsincidenten
In 2009 had 1,3 procent van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar ervaring met GHB en 0,4 procent heeft het middel het afgelopen jaar gebruikt. Het aantal actuele GHB-gebruikers is naar schatting 22 000, evenveel als het aantal gebruikers van amfetamine.
Omdat GHB lastig te doseren is, is het risico op een overdosering groot, vaak met bewustzijnsverlies tot gevolg. Volgens de Monitor Drugs Incidenten speelde GHB in 2010 bij een op de vijf geregistreerde drugsincidenten een rol, al dan niet samen met alcohol of andere drugs. In bijna de helft van de gevallen was opname in een ziekenhuis nodig.

Ecstasy: percentage gebruikers in hoogste regionen van EU
In 2009 had 1,4 procent van de Nederlanders van 15 tot en met 64 jaar in het afgelopen jaar ecstasy gebruikt. Het percentage recente gebruikers ligt daarmee boven het Europese gemiddelde van 0,8 procent. Hogere percentages gebruikers worden gevonden onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen, voor wie ecstasy na cannabis de meest populaire illegale drug blijft. Desondanks blijft de hulpvraag bij de verslavingszorg beperkt; minder dan één procent van alle drugscliënten heeft een primair ecstasyprobleem. De lage prijs van ecstasypillen en toename van de gemiddelde concentratie actieve stof (MDMA) in 2010 wijzen op een ruime beschikbaarheid van grondstoffen voor de ecstasyproductie, na een dip in 2009.

Alcohol: opnieuw toename ziekenhuisopnames onder jongeren
In 2009 stonden 34 646 mensen met een primair alcoholprobleem ingeschreven bij de verslavingszorg, evenveel als in 2007 en 2008, maar 40 procent hoger dan in 2002. De toename was relatief het grootst onder 55-plussers. In 2009 viel bijna een kwart van de alcoholcliënten in deze leeftijdsgroep.
Algemene ziekenhuizen registreerden in dit jaar 5 908 opnames vanwege alcoholproblematiek als hoofddiagnose en 12 459 als nevendiagnose. Dit is minder dan in 2009. Onder jongeren van 16 jaar of jonger bleef het aantal alcoholgerelateerde opnames (hoofd- en nevendiagnoses) onverminderd stijgen: 887 opnames in 2009. Dat is een toename van 25 procent vergeleken met 2008.

Georganiseerde criminaliteit gedomineerd door drugs
De Nationale Drug Monitor biedt ook jaarlijks een overzicht van delicten tegen de Opiumwet (drugssmokkel, productie, handel en bezit) die bij politie en justitie zijn binnengekomen en afgehandeld.
In 2009 had, evenals in voorgaande jaren, de meerderheid van de onderzoeken naar meer ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit te maken met drugs. Bij de harddrugs gaat het vooral om cocaïne, gevolgd door synthetische drugs en heroïne.

Steeds meer softdrugsdelicten
Binnen de Opiumwetdelicten die bij politie, Openbaar Ministerie en rechter worden geregistreerd daalt het aantal harddrugsdelicten en stijgt het aantal softdrugsdelicten.
Van de gevangenispopulatie bestaat 22 procent uit Opiumwetdelicten. Dit is nagenoeg gelijk aan het aandeel in de jaren ervoor. Alleen het aantal geweldsdelicten is hoger.
[Trimbos Instituut]

WebTV – BBQ – Aziatisch barbecueën

Wanneer je gaat barbecueën kom je al snel terecht bij hamburgers, worstjes en stokbrood met cocktailsaus. Maar er zijn ook talloze andere mogelijkheden om dit jaar eens een keer wat nieuws te proberen op de BBQ. Je kan je bijvoorbeeld laten inspireren door de Aziatische keuken, denk hierbij aan heerlijke Aziatische marinades, sauzen en specerijen. En serveer een keertje kroepoek in plaats van stokbrood. In deze Web TV aflevering laat BBQ kampioen van Nederland, Ralph de Kok samen met Aziatisch kookgek Han zien hoe je op een simpele manier kan barbecueën met een Aziatische twist. Eet smakelijk!

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

Diabetes beïnvloedt hart en leverstofwisseling

diabetes insulinePatiënten met diabetes type 2 hebben een veranderde stofwisseling van hart en lever. Ook de pompfunctie van het hart is anders. Aldus internist in opleiding Luuk-jon Rijzewijk die onderzoek deed bij deze patiënten. Hij vond ook dat de aanwezigheid van veel levervet een ongunstige hartstofwisseling tot gevolg heeft bij deze patiënten. Luuk-jon Rijzewijk promoveert 4 juli bij VU medisch centrum.

Rijzewijk keek tevens naar het effect van twee veel gebruikte bloedglucose verlagende medicijnen. Pioglitazon verbetert de hartfunctie, verhoogt de glucoseopname van hart en lever, maar heeft geen effect op de energiebalans van het hart en het percentage levervet.

Veel patiënten met type 2 diabetes mellitus ontwikkelen cardiovasculaire ziekten, zoals hartfalen, wat een grotere kans geeft op voortijdig overlijden. Er is ook een groep patiënten met type 2 diabetes die hartfalen ontwikkelen zonder vaatproblemen of hoge bloeddruk. Dit heeft te maken met een veranderde stofwisseling van het hart en daaraan gerelateerde verstoringen in de hartcellen. Deze veranderingen treden ook op in de lever.

Luuk-jon Rijzewijk onderzocht de stofwisseling van hart en lever bij patiënten met diabetes type 2. Daarnaast keek hij naar het effect van behandeling met twee veelgebruikte bloedglucoseverlagende medicijnen: pioglitazon versus de standaard therapie metformine. Zijn belangrijkste conclusies zijn dat de stofwisseling van hart en lever bij deze patiënten is veranderd. Hij vond ook dat type 2 diabetes patiënten met veel levervet een ongunstigere hartstofwisseling hebben in vergelijking met patiënten met weinig levervet. Tevens concludeert hij dat het gebruik van pioglitazon in vergelijking met metformine de werking van het hart verbetert, en de hart- en lever stofwisseling gunstig beïnvloed, echter zonder een effect op de energiebalans en de hoeveelheid vet in het hart.

Promotie L.J. Rijzewijk
Metabolic imaging in gluco-lipotoxic heart and liver disease in type 2 diabetes
Promotoren: prof.dr. M. Diamant, prof.dr. A.A. Lammertsma
[VUmc]

WebTV – Vrouw en gezondheid – Sterilisatie

Verschillende aspecten van je lichaam spelen gedurende je leven een rol. Wanneer je een bepaalde leeftijd hebt bereikt en je bent ervan overtuigd dat je geen kinderen meer wilt hebben, maar je hebt genoeg van de anticonceptie middelen die bestaan, is het misschien een idee om steriliseren te overwegen. Helaas bestaat er nog veel onduidelijkheid over het steriliseren van een vrouw en rust daar deels een taboe op.

Ben je benieuwd naar wat steriliseren voor de vrouw precies inhoudt en wat daar allemaal bij komt kijken? Bekijk dan nu naar de Web TV aflevering “Sterilisatie”.

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

Aanleg voor eetstoornissen genetisch bepaald

overgewichtMensen met een bepaalde genetische variatie hebben meer kans op eetstoornissen. Dat ontdekte promovenda Rita Slof-Op ’t Landt tijdens haar onderzoek waarop zij op 28 juni aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) promoveerde.

Tweelingstudies wijzen erop dat erfelijke factoren een rol spelen bij eetstoornissen, zoals anorexia nervosa en boulimia nervosa. Promovenda Rita Slof-Op ’t Landt onderzocht welke genen de kans beïnvloeden om anorexia en eetstoornissen die gepaard gaan met zelfopgewekt braken te ontwikkelen. Ongeveer 0,3 procent van de vrouwen tussen 15 en 29 jaar lijdt aan anorexia nervosa (stoornis gekenmerkt door ondergewicht en extreme angst om in gewicht aan te komen of dik te worden) en 1 procent aan boulimia nervosa (eetbuien gecombineerd met braken of gebruik van laxeermiddelen).

Impulsiviteit
De onderzoekster vergeleek vier mogelijk bij eetstoornissen betrokken genen van patiënten met die van gezonde mensen. Ze ontdekte dat één ervan, het gen voor tryptofaanhydroxylase 2 (TPH2) gekoppeld is aan de kans op de ontwikkeling van eetstoornissen. Bepaalde varianten van dit gen blijken de kans hierop te verhogen. Daarnaast bleek genetische variatie binnen dit gen ook betrokken bij impulsiviteit.

TPH2 speelt een belangrijke rol binnen het serotoninesysteem. Dat systeem is betrokken bij verschillende biologische, fysiologische en gedragsfuncties die een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van een eetstoornis. Zo is serotonine van invloed op de regulatie van lichaamsgewicht, eetgedrag, maar ook op psychische kenmerken zoals perfectionisme, impulsiviteit en obsessief gedrag”, aldus de promovenda. “Genetische variatie in TPH2 lijkt dus invloed te hebben op impulsiviteit, wat de kwetsbaarheid op het ontstaan van anorexia nervosa of eetstoornissen gekenmerkt door zelfopgewekt braken kan beïnvloeden.”
[LUMC]

“Whistler” bepaalt risico op astma

whistler astma (foto WeLL Design)Het UMC Utrecht heeft een apparaatje ontwikkeld dat in een paar ademteugen de kans op longziekten bepaalt. Ook bij zuigelingen en peuters. Kinderlongarts prof. dr. Kors van der Ent vertelt over de ‘Whistler’ in het julinummer van Uniek, het magazine van het UMC Utrecht.

Veel mensen hebben baat bij de nieuwe vinding: ouders, hun kinderen, huisartsen zelf en de kinderlongarts in het ziekenhuis: die ziet straks alleen kinderen die hoogstwaarschijnlijk écht astma of COPD hebben. ‘Nu gooien huisartsen vaak als het ware een muntje op: deze jongen of dit meisje geef ik wel medicijnen, deze niet’, vertelt Van der Ent. ‘Door ter plekke de longfunctie te meten en waardes te bepalen, weten ouders sneller waar ze aan toe zijn. Verder onderzoek is vaak niet meer nodig, en je voorkomt onnodige medicatie.’ Van der Ent verwacht dat het apparaatje tot de standaarduitzet van huisartsen gaat behoren.

Met de Whistler kunnen artsen ook bij hele jonge kinderen de longfunctie meten en zo het risico op astma bepalen. In de Whistler zit een luchtstroomsnelheidsmetertje dat de luchtweerstand en longelasticiteit van de longen meet. Dit werkt bij zuigelingen en peuters door tijdens de rustige ademhaling heel even hun luchtpijp af te sluiten. Via het volume en de snelheid van de ‘leegloopstroom’ rekent de Whistler daarna de longelasticiteit en de weerstand uit.

Het apparaatje kan longziekten voorspellen dankzij de gegevens uit het Whistler-project (Wheezing Illnesses Study Leidsche Rijn). Dat is een een langdurig en grootschalig onderzoek van het UMC Utrecht naar voorspellers van luchtwegaandoeningen bij kinderen. Inmiddels zijn van ruim 2500 kinderen de gegevens over longfunctie en luchtwegaandoeningen verzameld. Het apparaat is ontwikkeld door het UMC Utrecht en Pontes Medical, dat innovatie stimuleert vanuit UMC’s.
[UMC Utrecht]

Slanke mannen lopen ook risico op diabetes en hartaandoeningen

hartMagere mannen kunnen toch overgewichtziektes krijgen – ‘Slank gen’ verhoogt kans op hartaandoeningen en suikerziekte
Slank zijn betekent niet altijd dat je minder risico hebt op het ontstaan van hartaandoeningen en suikerziekte. Een internationale groep onderzoekers, waaronder wetenschappers van Erasmus MC, ontdekte een gen dat ervoor zorgt dat sommige mensen, en vooral mannen, slanker zijn en minder lichaamsvet hebben. Datzelfde gen blijkt echter ook te leiden tot een grotere kans op hartaandoeningen en suikerziekte. Deze vondst is van belang voor toekomstige vormen van behandeling of preventie. De wetenschappers publiceren hun bevindingen vandaag in Nature Genetics.

Tot nu toe werd gedacht dat vooral mensen met overgewicht groter risico hebben op het ontstaan van hart- en vaatziektes of suikerziekte. De internationale groep onderzoekers kwam nu echter tot de verrassende conclusie dat ook slanke mensen dat risico kunnen hebben. Mensen met een bepaalde variant van het zogenoemde IRS1-gen blijken slanker te zijn maar desondanks ongezond hogere niveaus cholesterol en suiker in hun bloed te hebben.

Carola Zillikens, internist bij Erasmus MC en één van de onderzoekers: “In onze zoektocht om te begrijpen waarom een gen dat ervoor zorgt dat je slank blijft ook schadelijk kan zijn, vonden we dat deze genvariant alleen de hoeveelheid vet onder de huid vermindert maar niet de hoeveelheid vet rond de inwendige organen. We gaan er daarom van uit dat personen met deze genvariant minder in staat zijn om een teveel aan vet op een veilige plaats onder de huid op te slaan. In plaats daarvan zal vet zich opstapelen in de buurt van de organen, zoals de lever en het hart. Daar kan het de normale functie van organen aantasten. Zo kunnen hartaandoeningen en suikerziekte ontstaan.”

De bevindingen waren sterker aanwezig bij mannen dan bij vrouwen. Dit zou te maken kunnen hebben met de verschillen in lichaamsbouw tussen mannen en vrouwen en daarmee de verschillen in de verdeling van vet over het lichaam. Zillikens: “Mannen slaan minder vet op dan vrouwen en hebben relatief minder onderhuids vet en meer buikvet. Daarom zijn zij mogelijk gevoeliger voor een verandering in deze vetverdeling. Dit betekent dat mannen die er op het oog slank uitzien, toch teveel schadelijk buikvet kunnen hebben.”

De internationale groep onderzoekers verrichte zijn werkzaamheden gezamenlijk onder leiding van de zogenaamde Medical Research Council groep (MRC) in Cambridge. In totaal maakten wetenschappers van 72 instituten verspreid over tien landen gezamenlijk gebruik van gegevens uit 26 verschillende studies. De twee Nederlandse studies die hierin waren betrokken zijn het Rotterdamse ERGO onderzoek (Erasmus Gezond Ouder Worden) en de ERF (Erasmus Rucphen Familie) studie. Voor dit onderzoek werden gegevens van 75.000 onderzoekspersonen bestudeerd.
[Erasmus MC]