Nieuwe iPhone-app over pollen en hooikoorts

hooikoorts iphone-app pollennieuwsHooikoortsseizoen voor grassen van start
In mei beginnen de grassen volop te groeien en te bloeien. Voor de vele mensen die gevoelig zijn voor graspollen breekt hiermee de tijd aan van niezen, tranende en jeukende ogen, vermoeidheid en geïrriteerd zijn. Kortom: de hooikoorts nadert z’n hoogtepunt.

Herken de grassen waarvoor je allergisch bent
Via www.pollennieuws.nl is het komende seizoen te zien welke grassen in welke periode bloeien, en ook hoe ze eruit zien. Van elke grassoort is er een korte video. Op de site is te zien dat niet alle grassoorten tegelijk bloeien en dat je niet van alle soorten grassen hooikoortsklachten hoeft te krijgen. De ene persoon heeft bijvoorbeeld in het bijzonder last van de Grote vossenstaart die nu begint te bloeien, de ander juist van Timotee, die pas in juni bloeit.

Nieuwe iPhone-app over pollen en hooikoorts
Vanaf 22 april is de vernieuwde iPhone applicatie van pollennieuws te koop in de iTunes-store. Hiermee kun je dagelijks op de hoogte worden gehouden met nieuws en achtergrondinformatie over pollen en hooikoorts. Deze nieuwe applicatie is ook geschikt voor iPod Touch.
Nieuw in de versie 2.0 is de toevoeging van een actueel pollenjournaal en zogenaamde “push notificaties”, die je een signaal geeft zodra er een nieuw pollenjournaal beschikbaar is. Deze informatie is toegevoegd aan de dagelijkse kaartjes met pollenverwachting en de wekelijkse videoberichten met in het komend seizoen extra aandacht voor grassen.

De Pollennieuws-applicatie versie 2.0 is in de iTune-store te vinden.

 

Blauwdruk voor langdurige bescherming tegen malaria

malariamugVier van de zes personen zijn na tweeënhalf jaar nog altijd immuun
Een effectief vaccin tegen malaria laat al decennia op zich wachten. Onlangs publiceerde onderzoekers van het UMC St Radboud een nieuwe methode, die een goede bescherming tegen de malariaparasiet biedt. In een online artikel in The Lancet beschrijven ze nu, dat die bescherming bij vier van de zes vrijwilligers ook na tweeënhalf jaar nog werkt. Hoogleraar Medische Parasitologie Robert Sauerwein: “Het algemeen geaccepteerde idee dat een opgebouwde bescherming tegen malaria ook weer relatief snel verdwijnt, kan door dit onderzoek in de prullenbak.”

Jaarlijks krijgen ruim tweehonderd miljoen mensen malaria. Bijna een miljoen mensen sterft aan die infectie en in meer dan tachtig procent gaat het om kinderen onder de vijf jaar. Een werkbaar vaccin – waar al tientallen jaren naar wordt gezocht – laat nog op zich wachten.

Efficiënte blokkade
In 2009 publiceerde de onderzoeksgroep van Robert Sauerwein, hoogleraar Medische Parasitologie in het UMC St Radboud, een artikel over een nieuwe, veelbelovende experimentele immunisatiemethode tegen malaria. Sauerwein: “Tien gezonde vrijwilligers die nooit malaria hadden gehad, gebruikten enkele maanden het malariamedicijn chloroquine en werden in diezelfde periode enkele keren aan de beet van meerdere besmette malariamuggen blootgesteld. Op deze manier wekten de parasieten een goede afweerreactie op, zonder dat de vrijwilligers ziekteverschijnselen kregen. De opgebouwde afweerreactie was zo goed dat de vrijwilligers daarna volledig beschermd bleken tegen een nieuwe beet van besmette muggen zonder dat ze chloroquine kregen.”

Het onderzoek was belangrijk omdat voor het eerst werd aangetoond dat je op een efficiënte manier volledige bescherming tegen malaria kunt opwekken. Het was een hoopvol uitgangspunt voor een toekomstig effectief malariavaccin, waaraan in de nationale en internationale media veel aandacht werd besteed.

Parasiet in het geheugen
In een online artikel in The Lancet laat Sauerwein nu zien dat die immuniteit ook veel langer blijft bestaan dan gedacht. Sauerwein: “Als mensen in malariagebieden na meerdere infecties en na enige jaren uiteindelijk bescherming of immuniteit tegen malaria hebben opgebouwd, dan wordt algemeen aangenomen dat die bescherming ook weer snel is verdwenen. Het geheugen van het afweersysteem voor een doorgemaakte malaria-infectie blijft daar maar enkele maanden intact. In het Lancetartikel laten wij nu zien dat onze experimentele aanpak tot jarenlange bescherming kan leiden. Zes van de oorspronkelijke tien vrijwilligers hebben we na tweeënhalf jaar opnieuw blootgesteld aan muggen met dezelfde malariaparasieten waarmee de vrijwilligers oorspronkelijk werden geïnfecteerd. Vier van de zes lieten een volledige bescherming zien en een bloedinfectie werd door hun afweerreactie voorkomen. Ook de twee andere vrijwilligers vertoonden een afweerreactie, maar die was niet meer sterk genoeg om het optreden van een bloedinfectie met malaria tegen te houden.”

In The Lancet schrijven Sauerwein en zijn Nijmeegse collega’s dat ze dit eenvoudige experimentele immunisatiemethode beschouwen als blauwdruk voor het opwekken van een langdurige bescherming tegen malaria. Kan deze methode nu al worden toegepast in de praktijk? “Nee,” zegt Sauerwein, “daarvoor moeten we eerst nog een aantal andere belangrijke vragen beantwoorden. Onze vrijwilligers zijn na tweeënhalf jaar geïnfecteerd met dezelfde malariastam die werd gebruikt voor de eerste, oorspronkelijke infectie. In de praktijk worden mensen geïnfecteerd door diverse malariastammen. Biedt deze vorm van vaccinatie ook bescherming tegen al die andere stammen? Dat zijn we nu aan het uitzoeken.”
[UMC St Radboud]

Zorgprogramma zorgt niet voor minder diabetescomplicaties

diabetes insulineEen zorgprogramma (‘diseasemanagement’) voor diabetes beperkt het aantal complicaties niet. Tot die conclusie komen onderzoekers van het Wissenschaftliches Institut der Techniker Krankenkasse für Nutzen und Effizienz im Gesundheitswezen in Hamburg.

Volgens het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) vergeleken de onderzoekers 84.410 patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2) die in een Duits diseasemanagementprogramma waren opgenomen met een gematchte controlegroep (n = 23.180). De uitgangsmetingen waren in 2006 en de onderzoeksperiode liep van 2007-2008. De onderzoekers hadden de controlegroep niet alleen met interventiegroep vergeleken op leeftijd en geslacht maar ook zorggebruik, geneesmiddelengebruik en comorbiditeit bij de start van het programma. Doel was om na te gaan of er minder harde eindpunten (hart- en vaatziekten, maar ook polyneuropathieën) waren.

Lees verder op MedNet

6 mei 2011: Internationale Anti Dieet Dag

dieetOp 6 mei is het weer de Internationale Anti Dieet Dag. De internationale Anti Dieet Dag is in 1992 ingesteld als reactie op de zelfmoord van een 15-jarig meisje, omdat ze er niet meer tegen kon dat ze zo dik was. Vanaf 1999 heeft de obesitasvereniging jaarlijks stilgestaan bij de gevaren van diëten en de slachtoffers van het slankheidideaal.

Overgewicht is in Nederland een ware epidemie aan het worden. Wat moet er gebeuren om deze tendens te keren? Wat werkt wel en wat niet? Steeds komen er nieuwe dieetmethoden bij, maar toch worden mensen steeds zwaarder. Wat doen we tegen deze enorme toename van overgewicht? Over deze stelling gaan oa. Dr. Frank (internist en bekend van het Dr. Frank Dieet) en Dr. Jaap Seidell (dieet- en gewichtwetenschapper) tijdens de Internationale Anti Dieet Dag met elkaar in debat. Tevens zullen Dr. Frans Kok (Hoogleraar Voeding & gezondheid), Angèle Bakker (Nooitmeeropdieet), Laurent de Vries (directeur GGD NL) en Chantal Gernette (obesitasvereniging) deelnemen aan dit debat.

Anti Dieet Dag
Op de Anti Dieet Dag gaat het over; lekker in je vel, fit en gezond zijn en een goed gewicht.
En dan hebben we het NIET over diëten, poeders, pillen of operatie maar ontdekken hoe jouw eetpatroon in elkaar zit. Wat zijn jouw valkuilen? Hoe doorbreek je patronen en gewoontes. Deze dag is voor iedereen die geïnteresseerd is in persoonlijke ontwikkeling, lekker in je vel, gezondheid en genieten.

Het event biedt je:

  • Een scala van inspirerende en vernieuwende workshops en lezingen die zich richten op de lekkere en gezonde aspecten van eten en bewegen
  • Opening met onder andere debat met bijzondere sprekers
  • Inspiratie voor positief over jezelf zijn en lekker in je lijf zitten
  • De kans om veel gelijkgestemden te ontmoeten!

Wanneer? 6 mei, 18.00- 23.00 uur
Waar? Seats2meet.com in Maarssen
Voor wie? Iedereen die graag gezond, fit en lekker in zijn/haar vel wil zitten.
Kosten? € 20,00 incl. drankjes en hapjes

Meer informatie

Onderzoek naar nieuwe bloedtest voor vroege opsporing dikke darmkanker

DarmenBacteriële klokkenluider voor dikke darmkanker
In de voering van een gezonde dikke darm komt de bacterie Streptococcus gallolyticus niet of nauwelijks voor. Dat verandert wanneer in de darmen (een voorstadium van) kanker ontstaat. Op die locaties vestigt de bacterie zich juist heel graag. Wetenschappers van het UMC St Radboud beschrijven deze maand in The Journal of Infectious Diseases hoe die kennis is te gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuwe test om darmkanker in een vroeg stadium op te sporen.

Een infectie met de bacterie Streptococcus gallolyticus (S. gallolyticus) kan bij de mens een ernstige ontsteking van de hartklep (endocarditis) veroorzaken. Al meer dan vijftig jaar is bekend dat veel van deze hartpatiënten dikke darmkanker hebben. Dat komt zelfs zo vaak voor, dat ze tegenwoordig standaard worden onderzocht op dikkedarmkanker.

Kankerkolonist
Annemarie Boleij en Harold Tjalsma, moleculair biologen in het UMC St Radboud, hebben het verband tussen S. gallolyticus, hartklepontsteking en dikke darmkanker verder onderzocht. Samen met collega’s publiceren ze hun opmerkelijke resultaten deze maand in The Journal of Infectious Diseases. Tjalsma: “Op de binnenkant van onze darmen leven enorm veel verschillende soorten bacteriën. Met genetisch onderzoek zijn die bacteriële darmbewoners recentelijk in kaart gebracht. Hoewel de samenstelling van de darmflora per persoon sterk kan verschillen, blijft die samenstelling tijdens het leven vrij stabiel. Maar op plaatsen waar darmkanker ontstaat, wijzigt de darmflora ingrijpend. Dat hebben we aangetoond door de darmflora van gezond weefsel en tumorweefsel van dezelfde patiënt met elkaar te vergelijken.”

“Uit studies valt op dat S. gallolyticus niet of nauwelijks voorkomt in een gezonde dikke darm,” zegt Annemarie Boleij, “maar we vinden hem wel vaak bij patiënten met darmtumoren of een voorstadium daarvan. We denken dat dit komt doordat tumorweefsel heel anders is dan gezond darmweefsel. De hele structuur van het darmweefsel verandert, het weefsel raakt nóg sterker doorbloed en het is ook makkelijker te passeren door bacteriën. Doordat ook de stofwisseling sterk verandert, gaan zich andere bacteriën vestigen op het tumorweefsel. De Streptococcus gallolyticus is daar een duidelijk voorbeeld van; hij is een onmiskenbare kankerkolonist.”

Collageenklevertje
Tjalsma en Boleij onderzochten hoe deze bacterie dat precies doet. Waarom nestelt hij zich niet makkelijk in gezond weefsel, maar foerageert hij wel graag op darmtumoren? Hoe reist hij van de darm naar de hartklep om daar ook nog een ontsteking te veroorzaken? Tjalsma: “We hebben aanwijzingen dat collageen – een soort bindweefsel – in dat hele proces een belangrijke rol speelt. De bacterie heeft dat collageen nodig om zich vast te klampen aan de darmwand.

In een gezonde darm is collageen niet bereikbaar voor de bacterie omdat het goed wordt afgeschermd door de darmwand. Maar zodra in dat darmweefsel een poliep ontstaat – het voorstadium van darmkanker – komt het onderliggende collageen tevoorschijn. Dan kan de bacterie wél aanhaken.”
S. gallolyticus is niet alleen een collageenklevertje. Tjalsma en Boleij zagen dat de bacterie ook makkelijk tussen darmcellen doorglipt en zo stilletjes de bloedbaan kan binnensluipen. “Dat doet hij erg geraffineerd”, zegt Boleij, “want met enkele moleculaire trucjes voorkomt hij dat het afweersysteem groot alarm slaat. Zo komt S. gallolyticus tamelijk ‘geruisloos’ in de bloedbaan. Via die bloedbaan kan hij zich vervolgens vestigen op andere collageenrijke plaatsen, zoals op de hartklep. De bacterie kan zich bovendien ook nog hullen in een beschermende biofilm, waardoor hij nog beter en langer buiten het gezichtsveld van het afweersysteem blijft.

Vroege opsporing
In een begeleidend commentaar spreekt Mary E. Hensler van de University of California San Diego van ‘exciting’ onderzoek, omdat Boleij en Tjalsma de relatie van de bacterie met darmkanker en hartklepontstekingen veel begrijpelijker en inzichtelijker hebben gemaakt. Bovendien is deze kennis misschien bruikbaar om darmkanker in een vroeg stadium op te sporen. Tjalsma: “Zit S. gallolyticus in het bloed, dan is de kans erg groot dat hij via een poliep of tumor is binnengekomen. Door gerichte screening op antistoffen tegen kenmerkende stukjes van de bacterie kun je dan in principe de voorstadia van darmkanker opsporen. Dat zou prachtig zijn, want juist daar hebben we op dit moment nog geen goede, eenvoudige methoden voor. In ander onderzoek konden we met zo’n test elf van de twaalf darmkankerpatiënten opsporen, dus zo’n test op antistoffen biedt perspectief.”

De Streptococcus gallolyticus is een bacterie, die meestal verschijnt als gevolg van (een voorstadium van) darmkanker. Boleij en Tjalsma hebben inmiddels ook een andere bacterie op de korrel, die misschien een bijdrage levert aan een verhoogde kans op darmkanker. Tjalsma: “We kijken naar Salmonella, als vlaggenschip van de grote groep van enterobacteriën. Die bacteriën maken toxines, giftige stoffen die schadelijke ontstekingsprocessen in gang kunnen zetten. Het lijkt erop dat je bij darmkankerpatiënten iets vaker infectiemarkers voor Salmonella-infecties ziet. Mogelijk verhoogt een chronische maar lichte infectie met Salmonella de kans om op de lange termijn darmkanker te ontwikkelen, maar dat is echt nog een hypothese die getoetst moet worden.”

Bloedtest
Het verband tussen bacteriën en kanker is niet nieuw. Eind vorige eeuw toonden de Australiërs Barry J. Marshall en J. Robin Warren aan dat de bacterie Helicobacter pylori een maagzweer, maar ook maagkanker kan veroorzaken. In 2005 ontvingen ze voor die ontdekking de Nobelprijs voor de geneeskunde. Tjalsma: “Studies laten zien dat er geen darmkanker ontstaat bij steriel gekweekte muizen, die geen bacteriën in hun darmen hebben. En mensen met een chronische darmontsteking, zoals colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn, hebben juist een verhoogde kans op darmkanker. Dergelijke voorbeelden vormen geen direct bewijs, maar maken verder onderzoek naar de relatie tussen bacteriën en darmkanker wel heel interessant.”
Met subsidie van de Maag Lever Darm Stichting gaat de groep van Tjalsma de komende jaren verder onderzoek doen naar een bloedtest waarin bacteriën een signaalfunctie vervullen voor darmkanker.
[UMC St Radboud]

Ziekte van Alzheimer zichtbaar op MRI-scans

hersenenDe ziekte van Alzheimer verspreidt zich volgens een vast patroon door het brein. Het begint met verlies van hersencellen in de temporaalkwab. Dat zag radioloog i.o. Jasper Sluimer op de MRI-scans die gedurende drie jaar van de hersenen van bijna 150 gezonde en zieke personen zijn gemaakt. Op 28 april promoveert Sluimer.

De onderzoeker bestudeerde honderden MRI-scans van de hersenen van gezonde proefpersonen en van mensen met geheugenklachten en de ziekte van Alzheimer. Met een tussenpoos van twee jaar hadden deze mensen een hersenscan ondergaan. Op de scans was bij mensen met geheugenklachten en met de ziekte van Alzheimer een duidelijk patroon te herkennen: verlies van hersencellen begint in de temporaalkwab. Bovendien brachten de MRI-scans aan het licht dat er een agressievere variant van de ziekte van Alzheimer is, die met name bij jongere patiënten – onder de 65 jaar – voorkomt.

MRI-scans blijken uiterst geschikt om de ziekte van Alzheimer vroegtijdig te herkennen en een prognose te geven. Door de MRI-scans eens in de zoveel tijd te herhalen, is de snelheid van achteruitgang bij patiënten betrouwbaar te volgen. Mocht er in de toekomst een geneesmiddel tegen de ziekte van Alzheimer komen, dan is het effect hiervan ook goed te monitoren via MRI-scans. Het is nu nog niet standaard dat elke persoon waarvan vermoed wordt dat hij of zij de ziekte heeft een MRI-hersenscan krijgt.

Voor patiënten, familie en zorgprofessionals is het van groot belang in een zo vroeg mogelijk stadium te weten of er sprake is van de ziekte van Alzheimer. Komt er een geneesmiddel, dan maakt vroegdiagnostiek bovendien mogelijk dat onmiddellijk met de behandeling gestart kan worden. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In Nederland hebben nu al 250.000 mensen dementie en naar verwachting zal dit in 2040 opgelopen zijn tot een half miljoen.
[VUmc]

NPCF-meldactie: wat is de invloed van uw zorgverzekeraar?

zorgverzekeringVorig jaar besloot zorgverzekeraar CZ om met een aantal ziekenhuizen geen contract meer af te sluiten voor borstkankerzorg. Er zouden per jaar te weinig operaties worden uitgevoerd om goede kwaliteit te kunnen leveren.

Wat vindt u van deze selectie van zorg? Wat weet u van de invloed van zorgverzekeraars op de prijs en de kwaliteit van zorg? Vandaag start de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) een meldactie over de rol van de zorgverzekeraar.

Met de meldactie hoopt de NPCF te weten komen of mensen vinden dat een zorgverzekeraar invloed mag hebben op hun keuze voor een ziekenhuis of arts.

NPCF-directeur Wilna Wind: ‘Wat vinden mensen ervan dat de zorgverzekeraar afspraken maakt met de huisarts, een specialist of een fysiotherapeut over kwaliteit en prijs van de zorg? En hebben mensen er vertrouwen in dat de zorgverzekeraar de kwaliteit van zorg voorop stelt? De meldactie levert denk ik relevante informatie over wat verzekerden weten, vinden en verwachten van hun zorgverzekeraar.’

Verzekerden kunnen hun ervaringen melden door de vragenlijst in te vullen op ConsumentendeZorg.nl. Op werkdagen kan er tussen 10.00 en 16.00 uur telefonisch contact worden opgenomen met het Meldpunt via 030 29 16 777. De meldactie eindigt op 8 mei.

Veel jonge kinderen vinden zichzelf onterecht te dik

overgewicht kind obesitasOpmerkelijk veel jonge kinderen met een normaal lichaamsgewicht hebben een verstoord lichaamsbeeld. Dat blijkt uit een onderzoek van Clothilde Bun van GGD Midden-Nederland in samenwerking met Remy HiraSing, hoogleraar jeugdgezondheidszorg van VUmc. Omdat deze kinderen nog in de groei zijn, lopen ze door onnodig te lijnen het risico op een voedingsdeficiency. Bovendien kan dit lijngedrag leiden tot een eetstoornis. Bij de preventie hiervan kan de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol spelen.

Voor het onderzoek werden 11.000 Utrechtse leerlingen ondervraagd over hun lichaamsbeeld en lijngedrag. Hieruit bleek dat 2,9% van de jongens en 6,9% van de meisjes in groep zes van de basisschool – 9 en 10 jaar – zichzelf onterecht te zwaar vindt. Op de middelbare school liggen deze percentages nog hoger. Daar vindt 8,6% van de jongens en 27,5% van de meisjes in de tweede klas (13 en 14 jaar) zichzelf onnodig te dik. En van deze kinderen is meer dan de helft aan de lijn. Prof. Remy HiraSing noemt deze cijfers alarmerend.

Om af te vallen gebruiken de kinderen verschillende manieren, zoals minder eten en meer bewegen, maar ook het volgen van een dieet of soms zelfs het gebruik van laxeermiddelen. Dit gedrag kan ertoe leiden dat kinderen te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen of een eetstoornis ontwikkelen.

De jeugdgezondheidszorg kan een belangrijke rol spelen bij de signalering van onnodig lijngedrag, stellen Bun en HiraSing. De jeugdgezondheidszorg roept nagenoeg alle kinderen op vaste leeftijden op voor een gezondheidsonderzoek. Daarin besteden zij ook aandacht aan de preventie van overgewicht en obesitas. Het onderzoek van Bun en HiraSing laat zien dat het ook belangrijk is aan kinderen met een normaal gewicht te vragen wat zij van hun lichaam en gewicht vinden en of zij lijnen.
Het onderzoek is online gepubliceerd in The European Journal of Public Health .