Stijging mobiliteit op zorgverzekeringsmarkt door prijs en internet

Mobiliteit prijs en internet gestuurd, Onderzoek naar de dynamiek in de zorgverzekeringsmarkt 2011BS Health Consultancy heeft een onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen in de zorgverzekeringsmarkt in het commerciële seizoen 2010/2011 ten aanzien van onder andere prijs, service, verkoopkanalen, mediabestedingen, collectiviteiten en bedrijfsgezondheidspakketten. Hieronder staat de samenvatting van het rapport. Het volledige rapport “Mobiliteit prijs en internet gestuurd, Onderzoek naar de dynamiek in de zorgverzekeringsmarkt 2011” is te downloaden op de website van BS Health Consultancy.

Verzekerden hadden tot 1 februari 2011 weer de mogelijkheid over te stappen naar een andere zorgverzekeraar. Voor het tweede achtereenvolgende jaar is de mobiliteit toegenomen. Ruim 5% van de verzekerden, ofwel ongeveer 900.000 Nederlanders, koos dit jaar voor een andere zorgverzekeraar. Consumenten switchten met name om de prijs naar een goedkopere internetlabel of naar een zorgverzekering met premiekorting via een zogenoemde gelegenheidscollectiviteit. Daarbij ondersteund door internet als populair medium om informatie op te zoeken, polissen te vergelijken en een nieuwe zorgverzekering af te sluiten.

Nominale jaarpremie gestegen met ruim € 100

De nominale jaarpremie van 2011 is ten opzichte van 2010 met ruim 9% gestegen, ofwel met ruim € 100 per verzekerde per jaar. De nominale jaarpremie is dit jaar precies gelijk aan de nominale rekenpremie van het Ministerie van VWS. Vorig jaar lag de werkelijke premie nog 2% boven de prognose van het Ministerie van VWS. De daling van het aantal aanvullende verzekerden zette dit jaar niet verder door. Het aandeel Nederlanders dat een aanvullende zorgverzekering heeft afgesloten bleef dit jaar met circa 88% ongeveer gelijk aan vorig jaar. Reden hiervoor is dat een aantal vergoedingen per 1 januari 2011 niet meer zijn opgenomen in het basispakket, zoals de pil en andere anticonceptiemiddelen voor vrouwen ouder dan 21 jaar.

Goedkope internetlabels sterke groeiers met gemiddeld 60%
Verschillende zorgverzekeraars danken hun groei voor een groot deel aan de populariteit van hun internetlabels. Deze labels zagen dit jaar het aantal verzekerden met gemiddeld 60% stijgen. Bijna een half miljoen verzekerden zijn anno 2011 verzekerd via een internetpolis. Internet is een belangrijk informatie- en verkoopkanaal. Zo is in de periode oktober 2010 en januari 2011 circa 2,5 miljoen keer via Google gezocht op de term “zorgverzekering”. Het aantal nieuw verzekerden via een vergelijkingssite waarvoor zorgverzekeraars provisie moeten afdragen, zoals Independer, is dit jaar ook sterk gestegen.

Meer dan 100.000 nieuw verzekerden hebben zich via een dergelijke site als nieuw verzekerde aangemeld. Daarnaast nam het aantal aanmeldingen direct bij zorgverzekeraars ook verder toe. Meer dan de helft van de nieuw verzekerden meldde zich dit jaar via het internet direct bij de zorgverzekeraar aan. Het aantal verzekerden via het indirecte kanaal is in 2011 ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar. Ongeveer 30% van de Nederlanders is in 2011 voor de zorgverzekering verzekerd via het indirecte kanaal. Met de komt van het internet als populair informatie- en verkoopkanaal is het voor intermediairs een uitdaging geworden om hun toegevoegde waarde te blijven aantonen.

Vooral door gelegenheidscollectiviteiten is de collectiviteitsgraad verder toegenomen

Voor het vijfde achtereenvolgende jaar is het aantal collectief verzekerden gestegen. Momenteel is 66% van de ziektekostenverzekerden verzekerd via een collectiviteit. In 2010 bedroeg de collectiviteitsgraad nog 64%. Met name het aantal verzekerden via zogenoemde gelegenheidscollectiviteiten nam sterk toe. Ongeveer 75% van de groei van het aantal collectief verzekerden is dit jaar veroorzaakt door toename van gelegenheidscollectiviteiten.

Meer reclamebestedingen door zorgverzekeraars
De totale uitgaven van de zorgverzekeraars aan reclame bedroegen voor het commerciële seizoen 2010/2011 € 40 miljoen. Ten opzichte van de twee voorgaande jaren betekent dit een stijging van ongeveer 5%, ofwel € 2 miljoen. De stijging van de reclamebestedingen is met name veroorzaakt door een toename aan reclame via televisie en radio. De reclamebestedingen via het internet blijven opvallend laag. Slechts 2% van de totale mediauitgaven werd dit jaar besteed aan reclame via internet.

Gemiddeld lage mobiliteit bij zorgverzekeraars met hoge waardering

De algehele waardering van verzekerden voor de dienstverlening van hun zorgverzekeraar is voor alle zorgverzekeraars ruim voldoende. De waardering voor de dienstverlening is in 2010 met gemiddeld een 7,7 ongeveer gelijk aan 2009. De met name kleinere zorgverzekeraars die een relatief hogere waardering van verzekerden kregen in 2010 kenden dit jaar gemiddeld een lagere mobiliteit. Dit bevestigt dat de service van de dienstverlening van invloed is op het behoud van verzekerden.

Goede propositie richting werkgevers nog belangrijker in de toekomst
Het kabinet is voornemens om de 10% kortingsgrens van collectiviteiten los te laten en een verbod op gelegenheidscollectiviteiten in te voeren. Wanneer deze wijzigingen worden doorgevoerd zal dit naar verwachting dynamiek op de zorgverzekeringsmarkt veroorzaken. Op dit moment zijn ruim 4 miljoen mensen verzekerd via een niet-werkgeverscollectiviteit.

Wanneer verzekerden geen korting meer ontvangen via de gelegenheidscollectiviteit waarbij zij zijn afgesloten, zullen zij op zoek gaan naar een alternatief met een goedkope(re) zorgpremie. Dit kan door het afsluiten van een relatief goedkope internetpolis of door deel te nemen aan de collectiviteit van de werkgever. Voor zorgverzekeraars wordt met de voorgenomen wijzigingen een goede propositie richting werkgevers nog belangrijker. Succes wordt behaald door voorafgaand aan het uitbrengen van een propositie afstemming op de behoefte van de werkgever te zoeken. Daarbij is van belang of de werkgever een passieve of actieve houding heeft ten aanzien van de gezondheid van zijn werknemers. Ook een goed samenspel tussen afdeling commercie en zorginkoop is belang-rijk om de gemaakte afspraken met de werkgevers daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Behandeling bij onvervulde kinderwens is niet altijd nodig

babyVan koppels die verminderd vruchtbaar zijn, wordt na verloop van tijd 72 procent zwanger. Bijna de helft van deze zwangerschappen ontstaat spontaan, dus zonder vruchtbaarheidsbehandeling. Dit blijkt uit onderzoek onder bijna 2500 Nederlandse paren, die met een vruchtbaarheidsprobleem naar een ziekenhuis verwezen waren. De studie is uitgevoerd door Monique Brandes, in het kader van haar promotie (UMC St Radboud, 24 februari).

Een systematisch onderzoek naar hoe het paren met een vruchtbaarheidsprobleem vergaat in hun pogingen om een kind te krijgen, is sinds de introductie van IVF in 1978 nog niet verricht. Van een vruchtbaarheidsprobleem is sprake, als een jaar lang onbeschermde geslachtsgemeenschap niet tot een zwangerschap heeft geleid. Gynaecoloog in opleiding Monique Brandes heeft een dergelijke observationele studie nu voor het eerst uitgevoerd.

Opmerkelijke resultaten
Ze verzamelde gegevens van bijna 2500 paren, die in de jaren 2002 tot en met 2006 vanwege een vruchtbaarheidsprobleem verwezen waren naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis (Den Bosch), het Sint Elizabethziekenhuis (Tilburg) of het UMC St Radboud (Nijmegen). Het onderzoek leverde enkele opmerkelijke resultaten op.

Zo blijkt uit de ziekenhuisdata èn uit navraag bij betrokkenen, dat maar liefst 72 procent van deze 2500 stellen zwanger was geworden. Van de zwangerschappen was ruim de helft het gevolg van een vruchtbaarheidsbehandeling, waaronder IVF en ICSI; de overige zwangerschappen ontstonden spontaan. Artsen houden hier al rekening mee door vooral jonge mensen met een onbegrepen vruchtbaarheidsprobleem te adviseren een vruchtbaarheidsbehandeling nog even uit te stellen.

De IVF/ICSI behandeling leidde bij zestig procent van de behandelde paren tot een zwangerschap. Vooral paren, bij wie sprake was van verminderde vruchtbaarheid als gevolg van eileiderproblematiek, endometriose of slecht zaad hebben baat bij IVF/ICSI. Bij een ovulatiestoornis of bij een onbekende vruchtbaarheidsstoornis voegt IVF weinig toe; deze stellen hebben, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw, ook zonder IVF een goede prognose.

Emotionele belasting
De helft van alle koppels die stoppen met een vruchtbaarheidsbehandeling doet dit nog voor de behandeling daadwerkelijk begonnen is. Dat wil zeggen: zij stoppen zodra onderzoek heeft uitgewezen wat de oorzaak van hun onvruchtbaarheid is. Het merendeel van de paren die niet zwanger zijn geworden, is vroegtijdig op eigen initiatief met de behandeling gestopt.

De belangrijkste redenen om te stoppen zijn de emotionele belasting die de behandeling met zich meebrengt en een slechte prognose van het stel in kwestie. Een reden kan ook zijn dat een stel gewoon geen behandeling wil.
[UMC St Radboud]

Tandarts en mondhygiënist steeds vaker in één praktijk

tandenborstelTandartsen en mondhygiënisten die in één praktijk werken, verwijzen vaker patiënten naar elkaar door. De mondhygiënist neemt de tandarts werk uit handen en kan vroeg problemen signaleren waardoor de tandarts er sneller bij kan zijn.

Tandartsen en mondhygiënisten vormen samen het merendeel van de zogenoemde eerstelijns mondzorg in Nederland. Dat doen ze samen onder één dak of ieder in hun eigen praktijk. Het merendeel (74%) van de ruim 8.800 tandartsen heeft een eigen tandartspraktijk, maar er lijkt een lichte verschuiving op treden. Jongere tandartsen werken wat vaker op omzetbasis bij een praktijkhouder of tandheelkundig centrum en daarbinnen werken zij gemiddeld meer samen met mondhygiënisten.

Ouder en zelfstandig
Onder de ruim 2.400 mondhygiënisten in Nederland zien we eenzelfde ontwikkeling. De oudere mondhygiënisten – die voor het merendeel de tweejarige opleiding volgden – werken voor het grootste gedeelte in een eigen praktijk, terwijl de jongeren – die voor het merendeel de drie- of vierjarige opleiding hebben gevolgd – vaker in loondienst werken bij een tandartspraktijk. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat in 2010 is uitgevoerd met subsidie van het Capaciteitsorgaan.

Verwijzen
“Een volgend onderzoek moet uitwijzen of de trend tot meer vestiging onder één dak binnen de eerstelijns mondzorg doorzet”, stelt NIVEL-programmaleider Ronald Batenburg. “Uit de enquêtes blijkt dat mondhygiënisten die in loondienst zijn bij een tandarts, gemiddeld twee keer zoveel cliënten krijgen doorverwezen als mondhygiënisten met een eigen praktijk. Omgekeerd verwijzen mondhygiënisten in loondienst twee keer zo veel cliënten naar de tandartsen als hun collega’s met een eigen praktijk. Mondhygiënisten kunnen de tandarts een deel van het werk uit handen nemen en zij kunnen voor problemen makkelijker de tandarts inschakelen.”

Keuze
De toenemende gezamenlijke vestiging bevestigt wat al eerder bleek uit een NIVEL-onderzoek onder consumenten, verklaart Batenburg. “Nederlanders zien vaker de mondhygiënist als die bij een tandarts werkt en ze blijven dan ook bij hem of haar onder controle en behandeling. Beginnende mondhygiënisten kunnen hier rekening mee houden bij de keuze voor zelfstandige vestiging of voor werken in een tandartspraktijk.”

Enquête
Het NIVEL zette in samenwerking met het Capaciteitsorgaan – voor het eerst – landelijke enquêtes uit onder tandartsen en mondhygiënisten. Behalve basiscijfers over de omvang, werkzaamheid en in- en uitstroom bij beide beroepsgroepen, leverden de enquêtes ook nieuwe inzichten op over hun praktijk en werkkring.
[NIVEL]

Isala brengt alle diabeteszorg onder één dak: Diabetescentrum Isala

isala kliniekenZorg voor zowel jong als oud, een multidisciplinaire aanpak, een soepeler overgang van jongeren naar zorg voor volwassen en de mogelijkheid om gezamenlijk op te trekken bij onderzoek en innovaties. Genoeg redenen voor het Kinderdiabetescentrum Isala en de Diabetespoli voor volwassenen om voortaan verder te gaan onder één dak: het Diabetescentrum Isala.

Multidisciplinair
Alle bij de diabeteszorg betrokken specialismen en zorgverleners zoals kinderartsen, internisten, (kinder)diabetesverpleegkundigen, diëtisten, podotherapeuten en medisch psychologen werken mee in het nieuwe Diabetescentrum Isala. Bij de betrokken specialismen bestond de wens voor één centrum voor jong en oud al enige tijd. Alle zorg onder één dak betekent namelijk dat de patiënt één aanspreekpunt heeft. Daarnaast leiden kortere lijnen tot optimalisatie en continuïteit van zorg voor alle leeftijden. De overgang van kind naar volwassene verloopt soepeler. Ook wordt het eenvoudiger initiatieven te ondernemen op het gebied van onderzoek en innovatie.

Nieuwe discipline: podotherapeuten
In het Diabetescentrum werken vier podotherapeuten waarvan er twee eind 2010 als eerste in Nederland afgestudeerd zijn op de specialisatie diabeteszorg in dit vakgebied. Diabetespatiënten kunnen problemen krijgen met de functie van zenuwen, bloedvaten en gewrichten. Hierdoor kunnen voetklachten ontstaan, zoals open wonden. Door regelmatige controle bij de diabetespodotherapeut kan amputatie van voet of onderbeen voorkomen worden. De podotherapeuten behandelen niet alleen de voetklachten, maar kijken ook naar de oorzaak ervan om te voorkomen dat de klachten opnieuw terugkomen. Hierbij kunnen ze een beroep doen op verschillende andere medisch specialismen in het ziekenhuis zoals chirurgie en dermatologie, maar ze geven ook advies over het juiste schoeisel.

Diabeteszorg in Nederland
Momenteel zijn er circa 850.000 diabetespatiënten in Nederland. Rekening houdend met onder meer de groei en vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de te verwachten verdere toename van overgewicht, is de prognose dat er in 2025 ruim 1,3 miljoen mensen met diabetes zijn.
[Isala]

Vitamine C werkt wel, Consumentenbond uit de bocht

vitamineDe NPN heeft gereageerd op de actie van de Consumentenbond tegen vitaminepillen.
Vitamines zijn noodzakelijk voor de gezondheid. Voor grote groepen mensen is aanvulling op de voeding met supplementen zeker nuttig. De Consumentenbond stuurt verwarrende informatie. De EFSA, het wetenschappelijk comité van de Europese Commissie, geeft juist aan dat het effect van vitamine C op de weerstand zeer goed onderbouwd is. Daarnaast geven zij aan dat sporters baat hebben bij grote hoeveelheden vitamine C, daarvoor moeten ze wel 250% van de normale dagelijkse hoeveelheid binnenkrijgen.

De Europese Commissie heeft een wet opgesteld voor gezondheidsreclame. Zij heeft daarbij de EFSA om adviezen gevraagd. De Europese Commissie en de lidstaten geven een uiteindelijke beoordeling waarin ze ook andere adviezen en overwegingen meenemen. Dit is een complex proces dat Brussel zorgvuldig uitvoert. De roep van de Consumentenbond om opinies van de EFSA al in de marktpraktijk door te voeren is prematuur. Ook de consument is gebaat bij zorgvuldigheid en eenduidige informatie, als het gaat over haar gezondheid. Fabrikanten zullen aanpassingen in verpakkingen doorvoeren zodra hierover overeenstemming is.

Op dit moment moeten supplementen voldoen aan de Warenwet, die zegt dat claims niet mogen misleiden. Producenten moeten hun claim onderbouwen en de branche voert hierop zelfregulering uit.
[Persbericht Natuur- & gezondheidsProducten Nederland (NPN)]

Minder astma bij boerderijkinderen verder verklaard

astmaDat kinderen die opgroeien op boerderijen minder vaak astmatische aandoeningen onwikkelen dan hun leeftijdgenoten elders, was al langer bekend. Een internationaal onderzoeksteam verklaart dit nu uit de grotere verscheidenheid aan micro-organismen waaraan de boerenkinderen ook binnenshuis worden blootgesteld. Een belangrijke rol in het onderzoek was weggelegd voor prof. dr. ir. Dick Heederik, milieu-epidemioloog aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Over heel Europa is het aantal astmapatiënten onder kleine kinderen de afgelopen jaren toegenomen. Wetenschappers zoeken behalve naar betere behandelingsmethoden, ook naar mogelijkheden de ziekte te voorkomen. Daarbij viel de laatste jaren al op dat vooral bij boerenkinderen significant minder vaak astma optreedt. De ontraadseling van dat fenomeen zou kunnen helpen bij de preventie van astma onder andere bevolkingsgroepen.

Schimmels en bacteriën in huisstof
In Beieren werden kinderen uit boerengezinnen vergeleken met kinderen uit een andere omgeving. Net zoals uit eerdere studies bleek, komt astma in de eerste groep minder vaak voor. Wat in deze studie echter specifiek werd onderzocht was de aanwezigheid van schimmels en bacteriën in huisstof. Ook binnenshuis blijken boerenkinderen veel meer te worden blootgesteld aan deze organismen dan hun leeftijdsgenoten die niet op boerderijen opgroeien, in veel gevallen door de aanwezigheid van grote aantallen dieren op de boerderij. Hoe meer schimmels en bacteriën, hoe kleiner het risico op astma, ontdekten de onderzoekers.

Preventie van astma
Tussen de onderzochte organismen bevonden zich enkele die voor de preventie van astma wel eens een rol zouden kunnen spelen. De precieze werking van de bewuste schimmels en bacteriën blijft nog ongewis, maar een aantal kandidaten voor de ontwikkeling van vaccinstoffen zijn wel geïdentificeerd. Overigens is het niet zo dat een grote verscheidenheid aan microben alleen voldoet om astma tegen te gaan – veeleer is er waarschijnlijk sprake van een combinatie van factoren.

Utrechts Institute for Risk Assessment Sciences
De bijdrage van Dick Heederik was gelegen in de opzet de studie. Bij het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) vond de ontwikkeling plaats van de EDCs (electrostatic dust cloths). Met deze doekjes kon tegen zeer lage kosten worden gemeten wat de blootstelling is via de lucht aan micro-organismen in een grote populatie. Verder is vanuit het IRAS stevig bijgedragen aan de statistische analyse van de gegevens. Ook vinden nog verdere laboratoriumanalyses van de EDCs plaats bij het IRAS. De EDC wordt inmiddels in meerdere grootschalige epidemiologische studies in de hele wereld toegepast.
[Universiteit Utrecht]

Premie zorgverzekering 2012 gaat omhoog

ZorgpremieIn 2011 hadden we al te maken met een behoorlijke stijging van de premie van de basisverzekering, maar volgens het Centraal Planbureau (CPB) gaan Nederlanders de komende jaren fors meer betalen voor hun zorgpremie. Voor volgend jaar 2012 verwacht het CPB een stijging van tenminste 60 euro van de premie van de basisverzekering.

Reden; de kosten voor de zorg beginnen met name door de vergrijzing de pan uit te vliegen. Dit jaar geven de Nederlanders in totaal € 63 miljard uit aan de zorg en dat staat gelijk met tien procent van het totale bruto binnenlands product. Economen hebben berekend dat dit de komende jaren zal oplopen naar dertien tot vijftien procent.
Deskundigen menen dat ons huidige zorgstelsel met zorgverzekeringen onbetaalbaar wordt. Om te voorkomen dat het systeem omvalt zou de overheid meer moeten inzetten op preventie en zou ook de consument mede-verantwoordelijk moeten worden gemaakt voor de eigen zorg.

Mechanismen achter huidvernieuwing blootgelegd

Dermatologen van de Vrije Universiteit Brussel hebben ontdekt welke elementen en mechanismen een rol spelen in de vorming van de huidbarrière. Daarvoor maakten ze gebruik van barrièrebeschadiging: door een aantal hoorncellen of corneocyten te verwijderen, wordt de ‘gewone’ huidvernieuwing versneld. Op die manier konden ze bestuderen welke elementen bij dit herstel betrokken zijn en welke processen plaatsvinden tijdens de gewone fysiologische vernieuwing van de hoornlaag.

De buitenste laag van het de opperhuid of epidermis speelt een essentiële rol in de vorming van de huidbarrière. De huidbarrière beschermt het lichaam tegen mechanische beschadiging, chemicaliën, UV-licht, pathogene micro-organismen en vochtverlies.

De hoorncellen van de buitenste laag van de opperhuid worden gevormd vanuit de onderste laag van diezelfde opperhuid, waarin stamcellen gaan delen tot epidermcellen, die op hun beurt differentiëren en verhoornen tot platte hoorncellen, die uiteindelijk afschilferen.

Na barrièrebeschadiging van de hoornlaag scheiden de cellen uit de onderliggende stratum granulosumlaag alle lamellaire lichaampjes uit en vormen zich om tot hoorncellen. De onderzoekers ontdekten dat dit komt doordat na barrièrebeschadiging de protease-activated receptor-2 geactiveerd wordt door serineproteasen, en dat deze receptor verantwoordelijk is voor veranderingen in het actinecytoskelet die op hun beurt de uitscheiding van lamellaire lichaampjes mogelijk maken en leiden tot de afplatting van de stratum granulosumcel.

Tijdens de secretie van lamellaire lichaampjes wordt caveoline-1 meegevoerd in deze organellen en geïncorporeerd in het celmembraan, waar het een rol uitoefent zowel in het stopzetten van de secretie alsook in de omvorming van de stratum granulosumcel tot corneocyt.

Deze bevindingen zijn vooral belangrijk voor het verder ontrafelen van de fysiologische mechanismen die betrokken zijn bij de vorming van de huidbarrière onder normale condities. Maar ook bij heel wat huidaandoeningen speelt een verstoorde huidbarrière een belangrijke rol, zoals bij ichthyosis, eczeem en het Netherton-syndroom. De huidbarrière is ook uiterst belangrijk in atopisch eczeem, een aandoening die zowat 1 op 5 West-Europese kinderen treft.

Een herstel van de huidbarrière door de huid dagelijks te hydrateren is dan ook de eerste stap in de behandeling van deze aandoeningen. De onderzoeksresultaten leiden tot nieuwe therapeutische mogelijkheden in deze aandoeningen. Zo zou bijvoorbeeld het aanbrengen van topische serineprotease-inhibitoren bij eczeem de verhoogde serineproteaseactiviteit kunnen tegengaan, wat zorgt voor een verminderde activatie van de protease-activated receptor-2 en dus minder inflammatie.
[Universiteit Brussel]