Maagklachten, suikerziekte en huidaandoeningen bij ernstig psychiatrische patiënten

De behandeling van lichamelijke aandoeningen bij Ernstig Psychiatrisch Zieke patiënten (EPZ) is een uitermate belangrijk aspect van de algehele medische behandeling. Door het verschil in ziektepatronen bij EPZ zijn algemene behandelrichtlijnen voor lichamelijke ziektes mogelijk niet geschikt bij EPZ, concludeert Evert Jan Mookhoek uit zijn promotieonderzoek.

Hij bracht de hiaten in de epidemiologische kennis van lichamelijke complicaties bij deze patiënten in kaart en leverde tevens ontbrekende kennis aan over het vóórkomen van maagklachten, suikerziekte en huidaandoeningen.

Meer dan 50% van de EPZ blijkt matige tot ernstige maagklachten te hebben en 80% van de maagklachten betreft brandend maagzuur. Meer dan eenderde van de EPZ gebruikt hier dagelijks medicatie voor. Mookhoek vond ook een associatie tussen maagklachten en het gebruik van clozapine, laxantia en roken en een medicijnen-interactie tussen de middelen clozapine en omeprazol.

Suikerziekte blijkt in 15% van de EPZ voor te komen en in latente vorm nog eens bij 14%. Er is een directe relatie tussen suikerziekte en overgewicht en een indirecte relatie met psychiatrische medicatie.

Bijna 70% van de EPZ heeft klachten van de huid en 77% heeft huidafwijkingen. Bij 37% van de patiënten worden huidafwijkingen gevonden waar niet over geklaagd werd. EPZ met suikerziekte hebben een tienmaal grotere kans op het hebben van huidinfecties. Er blijkt een relatie te bestaan tussen decubitus en verslaving. Eczeem blijkt gerelateerd aan depressie. De opnameduur blijkt niet van invloed op het vóórkomen van de huidaandoeningen.

Evert Jan Mookhoek (Schiedam, 1957) studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn promotieonderzoek deed hij aan de Rijksuniversiteit Groningen, bij de afdeling Farmacie, basiseenheid Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg en bij het onderzoeksinstituut SHARE van het UMCG. Zijn onderzoek werd gefinancierd door het Delta Psychiatrisch Centrum Poortugaal ende NVASP (NederlandseVereniging Artsen Somatisch werkzaam in Psychiatrie).Tijdens en na zijn promotie is hij werkzaam bij Delta Psychiatrisch Centrum Poortugaal als somatisch arts GGZ/specialist ouderengeneeskunde en hoofd Medisch Centrum.

Promotie dhr. E.J. Mookhoek
Patterns of somatic disease in residential psychiatric patients. Surveys of dyspepsia, diabetes and skin disease
Maagklachten, suikerziekte en huidaandoeningen bij ernstig psychiatrische patiënten
04 februari 2011
Promotor(s) prof.dr. A.J.M. Loonen, prof.dr. J.R.B.J. Brouwers, prof.dr. J.E.J.M. Hovens
Rijksuniversiteit Groningen

Betere opsporing uitzaaiingen bij darmkanker

DarmenHet vinden van uitzaaiingen bij patiënten met darmkanker kan invloed hebben op het behandelplan, zowel om de kans op genezing te vergroten, als om een behandeling op maat te bieden in ongeneeslijke situaties. Tegenwoordig zijn er verschillende nieuwe behandelingen van darmkanker mogelijk die de kans op genezing vergroten, ook bij uitgezaaide ziekte. Chirurg Irene Grossmann onderzocht het scannen van de buik, lever en longen, en een tumormarker om het zoeken naar uitzaaiingen te optimaliseren. Zij deed haar onderzoek in drie ziekenhuizen, namelijk het UMC in Groningen, het Medisch Spectrum Twente in Enschede en het Catharina ziekenhuis in Eindhoven.

Bij darmkanker bestaat 50% kans op uitzaaiingen in de lever, buikholte of longen. Het routinematig zoeken naar uitzaaiingen met een CT scan voorafgaand aan de behandeling van darmkanker blijkt van belang, met name ook in spoedsituaties. Sinds 2008 is dit beleid opgenomen in de richtlijnen. De gevoeligheid van de CT scan voor het vinden van uitzaaiingen in de lever is heel goed, maar voor het vinden van uitzaaiingen in de buikholte onvoldoende. De CT scan van de long geeft veel onzekere informatie en draagt daarom nog weinig bij aan de besluitvorming. Het onderzoek naar de tumormarker CEA in het bloed liet veelbelovende resultaten zien voor het vroeg opsporen van terugkerende darmkanker. Op basis van dit onderzoek is subsidie verkregen voor een grote, landelijke vervolgstudie die vanuit het UMCG wordt gecoördineerd.

Irene Grossmann (Duitsland, 1973) heeft geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Zij deed haar promotieonderzoek tijdens haar opleiding tot chirurg. Grossmann is op dit moment werkzaam als chirurg in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven in de vervolgopleiding tot gastrointestinaal/oncologisch chirurg.

Promotie mw. I. Grossmann
Searching for metastases in colorectal cancer
02 februari 2011
Promotors prof.dr. T. Wiggers, prof.dr. G.H. de Bock
Rijksuniversiteit Groningen

Novo Nordisk steunt Stichting Diabetes Onderzoek Nederland

diabetes insulineNovo Nordisk steunt Stichting Diabetes Onderzoek Nederland komende vijf jaar met financiële bijdrage
Novo Nordisk doneert van 2010 tot en met 2014 jaarlijks 20.000 euro aan de Stichting Diabetes Onderzoek Nederland (Stichting DON). Vanuit de Changing Diabetes filosofie hecht Novo Nordisk grote waarde aan het ondersteunen van nationaal en internationaal onderzoek ter verbetering van diabetesbehandeling en -zorg. De bijdrage van Novo Nordisk wordt in eerste instantie gebruikt voor basaal wetenschappelijk onderzoek naar mogelijkheden om mensen met diabetes in de toekomst te behandelen door middel van celtherapie, waardoor zij weer zelf insuline kunnen aanmaken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het Hubrecht Instituut en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Stichting DON heeft als doel om financiers te werven zodat basaal wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling van diabetes mogelijk wordt gemaakt. De stichting financiert het onderzoek van het LUMC met een totaalbedrag van 750.000 euro. Het onderzoeksproject aan het LUMC staat onder leiding van internist dr. Eelco de Koning en prof. Ton Rabelink. “Deze donatie is ontzettend belangrijk voor ons want basaal onderzoek is erg kostbaar en diabetesonderzoek is van groot belang om nieuwe therapieën, zoals celtherapie, te ontwikkelen. Wij hopen dat meer farmaceutische bedrijven, net als Novo Nordisk, de stap nemen om fundamenteel diabetesonderzoek te ondersteunen en zo een belangrijke bijdrage te leveren aan het verbeteren van het leven van mensen met diabetes”, aldus dr. Eelco de Koning.

Celtherapie
Een van de belangrijkste onderzoekthema’s in het LUMC is beta-celtherapie, oftewel het vervangen van insulineproducerende cellen. Deze insulineproducerende cellen maken deel uit van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Nu al kunnen eilandjes van Langerhans na isolatie uit een donor alvleesklier getransplanteerd worden bij mensen met diabetes type 1 waardoor zij weer zelf insuline aanmaken. Door een tekort aan orgaandonoren kan deze transplantatie echter slechts bij een beperkt aantal mensen worden uitgevoerd. Het onderzoek richt zich op alternatieve celbronnen om beta-cellen te maken. Door het onderzoek te steunen hoopt Novo Nordisk een bijdrage te leveren aan het veranderen van de toekomst van diabetes.

Over Stichting Diabetes Onderzoek Nederland
Stichting Diabetes Onderzoek Nederland (DON) is in 2006 opgericht door Maarten de Gruyter (35) die zelf diabetes heeft. Gedreven door de ambitie om diabetes de wereld uit te helpen houdt stichting DON zich intensief bezig met fondsenwerving. Het doel van Stichting DON is het ondersteunen van fundamenteel wetenschappelijk diabetesonderzoek alsmede het faciliteren van specifiek wetenschappelijk onderzoek naar en goede initiatieven op het gebied van diabetes. De stichting zet zich daarbij ook actief in voor het creëren van een breder draagvlak voor het opzetten en ondersteunen van diabetesonderzoeken. Meer informatie op: www.sdon.nl.

Over Changing Diabetes
Novo Nordisk beschouwt het als haar missie om de toekomst van diabetes te veranderen. Om dit vorm te geven, heeft de organisatie het ‘Changing Diabetes’-programma ontwikkeld. Dit programma omvat diverse nationale en internationale initiatieven, die zich richten op communicatie met en voorlichting aan mensen met diabetes, familie, vrienden, docenten, politici, artsen, zorgverzekeraars, overheid en andere betrokkenen. Met Changing Diabetes wil Novo Nordisk bereiken dat de behandeling van de ziekte, de diabeteszorg, de wijze waarop de maatschappij met de ziekte omgaat en de toekomst van diabetes veranderen en verbeteren. Meer informatie op: www.changingdiabetes.nl.

Over Novo Nordisk
Novo Nordisk is een wereldwijd farmaceutisch bedrijf met bijna 90 jaar ervaring op het gebied van diabeteszorg. Het bedrijf heeft een groot aanbod van innovatieve geneesmiddelen, geavanceerde toedieningssystemen en diensten om de zorg en behandeling van mensen met diabetes te optimaliseren. Bovendien is Novo Nordisk toonaangevend op het gebied van stollingsstoornissen, groeihormoontherapie en hormonale substitutietherapie. Meer informatie op www.novonordisk.nl

Schoolkantine Award 2011

broodtrommelMiddelbare scholen en MBO-scholen kunnen zich vanaf nu inschrijven voor de Schoolkantine Award 2011. Zij maken daarmee kans op een Make-Over van de kantine ter waarde van 15.000 euro! Daarnaast is er een tweede en derde prijs ter waarde van 10.000 en 5.000 euro. De Schoolkantine Award van het Voedingscentrum helpt scholen om stappen te zetten richting 2015, het jaar waarin alle schoolkantines gezond moeten zijn.

De Schoolkantine Award is de opvolger van de Stimuleringsprijs De Gezonde Schoolkantine. De jury zal dit keer met name letten op het verbeteren van het aanbod in de kantine. Ook speelt het enthousiasme binnen de school en van de werkgroep De Gezonde Schoolkantine een belangrijke rol bij het uiteindelijke oordeel.

Middelbare scholen kunnen nog tot 29 april een plan indienen voor een gezondere schoolkantine. Zij kunnen direct beginnen. Voor de herfstvakantie leveren ze een voortgangsrapportage in en in december maakt tv-personality Angela Groothuizen de winnaars bekend.

Schoolkantine Brigade
Scholen kunnen gebruikmaken van de ‘vliegende’ brigade van het Voedingscentrum. Deze Brigade kan helpen bij het maken van een stappenplan, de uitvoering ervan en het doorlichten van het assortiment. Ook de GGD kan ondersteunen.

Scholen, GGD’en, kantinebeheerders, ouders en leerlingen kunnen voor meer informatie en aanmelding terecht op de vernieuwde website www.degezondeschoolkantine.nl. Daar vinden ze tips, recepten, een Kantinescan, een praktisch stappenplan en een Leerlingencheck.

De Schoolkantine Award wordt mede mogelijk gemaakt door de ministeries van VWS, EL&I en OCW.
[Voedingscentrum]

Samenwerking Diaconessenhuis Leiden en LUMC

zorgverlenerHet Diaconessenhuis Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hebben gisteren een overeenkomst getekend, waarin is afgesproken dat beide partijen vaker en op meerdere gebieden gaan samenwerken. Dit geldt zowel voor de patiëntenzorg als voor onderzoek en onderwijs. Voor patiënten zal er in eerste instantie weinig veranderen. `Achter de schermen’ wisselen beide ziekenhuizen steeds meer kennis en ervaring van dokters en verpleegkundigen uit en wordt waar mogelijk het gebruik van de infrastructuur geoptimaliseerd.

De samenwerking komt op een moment dat er veel discussie is over de zorg, zoals over samenwerking tussen ziekenhuizen en vereisten voor de kwaliteit van de zorg.
Een goede samenwerking in de regio wordt steeds belangrijker gevonden. Het Diaconessenhuis Leiden richt zich van oudsher op algemene patiëntenzorg, terwijl de focus van het LUMC op specifieke complexe zorg ligt. Beide ziekenhuizen vullen elkaar daarom goed aan in de zorgketen. De overeenkomst beschrijft nu de intentie om de samenwerking voor de verschillende vakgebieden verder uit te bouwen. De kwaliteit van de zorg is daarbij leidend. “Juist doordat de ambitie van de ziekenhuizen zo complementair is geloven wij dat samen optrekken goed is voor de kwaliteit van zorg”, aldus Ferry Breedveld, voorzitter van de Raad van Bestuur van het LUMC. Marja Weijers, lid van de Raad van Bestuur van het Diaconessenhuis Leiden: “Nu al worden patiënten over en weer verwezen, afhankelijk van de zorgvraag die zij hebben. Ik zie veel kansen in een optimale aansluiting tussen de tweede en de derdelijnszorg”.

Mogelijk leidt de samenwerking in de toekomst tot concentratie van bepaalde zorg op één locatie, uiteraard binnen de regels van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. De samenwerking is overigens niet exclusief. Dat betekent dat beide ziekenhuizen blijven samenwerken met andere regiopartners.

Heel concreet is al sprake van zeer nauwe samenwerking op de Intensive Care. Ook op het gebied van de zorgondersteunende afdelingen, zoals de apotheek en de laboratoria is een intensieve samenwerking beoogd.

Onderzoek en onderwijs
De samenwerking biedt ook mogelijkheden voor het versterken van het wetenschappelijk onderzoek. Dit kan bijvoorbeeld door wederzijds gebruik van patiëntengegevens, uiteraard met in acht neming van de daarvoor geldende regelgeving. Samenwerking op het gebied van onderwijs biedt mogelijkheden voor onderwijscapaciteit en -kwaliteit, bijvoorbeeld bij het opleiden van medisch specialisten.

Nederland twaalfde op kankerranglijst

Nederland staat twaalfde op de internationale ranglijst van landen waar kanker het meest voorkomt. Dat heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds maandag bekendgemaakt. Denemarken is koploper.

Jaarlijks krijgen 286,8 op de honderdduizend Nederlanders kanker, zo blijkt uit de meest recente cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het hoge aantal komt deels door de goede diagnose en registratie van de ziekte. Het heeft echter ook te maken met het hoge percentage rokers, de hoge alcoholconsumptie en het toenemend aantal mensen met overgewicht.

Nederlanders vaker naar tandarts, huisarts en fysiotherapeut

zorgverlenerZorggebruik laatste 30 jaar toegenomen
De afgelopen 30 jaar is het gebruik van een aantal gezondheidszorgvoorzieningen duidelijk toegenomen. Zo steeg het aandeel mensen dat de huisarts, tandarts of fysiotherapeut consulteerde en nam het medicijngebruik toe. Dit heeft slechts ten dele te maken met het ouder worden van de bevolking.

Drie kwart van de bevolking naar de huisarts
Het aandeel mensen dat minstens één maal per jaar naar de huisarts gaat, nam toe van bijna 70 procent in 1981 tot 74 procent in 2009. Deze toename heeft deels te maken met de vergrijzing van de bevolking. Als hiermee rekening wordt gehouden, bezocht in 2009 ruim 72 procent de huisarts. Nog steeds meer dan in 1981. Ook de medisch specialist werd meer geraadpleegd.

Sterke toename bezoek aan tandarts en fysiotherapeut
Het tandartsbezoek nam fors toe, vooral tussen 1981 en 2000. Het aandeel mensen dat naar de tandarts ging, steeg van 62 naar 78 procent in die periode. Sinds 2000 is dit aandeel nagenoeg niet veranderd. Als het aandeel ouderen in de afgelopen 30 jaar niet zou zijn toegenomen, dan zou het cijfer van 2009 zelfs op 81 procent uitkomen.

In 1981 zag de fysiotherapeut per jaar ruim 6 procent van de bevolking. In 2009 is dit opgelopen naar 20 procent. Nederlanders consulteerden ook meer de alternatieve genezer, het aandeel nam toe van 4 procent tot 7 procent. De veroudering van de bevolking had bij deze twee zorgvormen slechts een geringe invloed.

Medicijngebruik fors toegenomen
Begin jaren tachtig gebruikte bijna 28 procent van de bevolking voorgeschreven medicijnen in de 2 weken voorafgaand aan de enquête. In 2009 was dit opgelopen naar 40 procent (ongeveer 35 procent bij gelijkblijvende bevolking). Ook het gebruik van vrij verkrijgbare geneesmiddelen, zoals pijnstillers, hoestdrankjes, en dergelijke steeg. Van ruim 16 procent in begin jaren tachtig naar bijna 40 procent in 2003. Daarna veranderde dit aandeel nagenoeg niet meer. De vergrijzing had op deze ontwikkeling weinig invloed.
[CBS]

Aantasting van zenuwbanen in de hersenen veroorzaakt loopproblemen

hersenenSlecht functionerende haarvaten veroorzaken in de hersenen nauwelijks waarneembare schade aan de zenuwbanen. Neurologen in het UMC St Radboud tonen in een artikel in Brain aan dat deze microschade een duidelijke rol speelt bij de loopproblemen van ouderen met dergelijke vaatproblemen.

Veel oudere mensen met licht beschadigde haarvaten in de hersenen hebben een TIA of beroerte gehad. De licht beschadigde haarvaten tasten vaak ook de witte stof aan in de hersenen. Hersenen bestaan uit grijze stof – de hersencellen – en witte stof – de zenuwbanen die in een vettige substantie zijn verpakt. Vandaar de witte kleur.

Microbeschadigingen
Karlijn de Laat en Frank-Erik de Leeuw, neurologen in het UMC St Radboud, toonden vorig jaar in het wetenschapsblad Stroke al aan, dat zichtbare beschadiging van die witte stof vaak leidt tot loopproblemen. Nu publiceren ze in Brain een vervolgonderzoek dat nog een stapje verder gaat. Wat blijkt? Ook microbeschadigingen van de witte stof, die op de gebruikelijke scans niet zichtbaar zijn, veroorzaken loopproblemen.

Voor het nu gepubliceerde onderzoek werden ruim 400 mensen tussen de 50 en 85 jaar met licht beschadigde haarvaten onderzocht, vastgesteld na een TIA of beroerte. Niemand van hen had dementie of de ziekte van Parkinson. De Laat: “Bij deze mensen hebben we scans van hun hersenen gemaakt en hun looppatronen in kaart gebracht. Opnieuw zagen we een verband tussen de zichtbare beschadigingen in de witte stof – dus beschadigde zenuwbanen – en loopproblemen. Deze mensen lopen langzamer, zetten kleinere stappen en hebben ook een wat bredere loopgang.”

Van haarvat naar loopprobleem
Ditmaal wilden de onderzoekers ook weten of nauwelijks zichtbare microafwijkingen in de witte stof, die je alleen met bepaalde technieken in beeld kunt brengen, óók meespelen bij de loopproblemen. De Leeuw: “Na combinatie van die technieken – diffusie gewogen MRI en voxel-based morphometry analyse – zagen we dat bij deze patiënten de ogenschijnlijk normale witte stof op veel meer plaatsen dan gedacht toch heel licht is aangetast. Die wijd verspreide aantasting is geen gevolg van normale verouderingsprocessen, maar echt een effect van die slecht functionerende haarvaten in de hersenen.”

Vervolgens konden de Nijmeegse onderzoekers ook een duidelijk verband aantonen tussen deze microbeschadigingen en de loopproblemen. De Leeuw: “Diverse gebieden in de hersenen spelen daarbij een duidelijke rol. Maar in de hersenbalk, die de beide hersenhelften met elkaar verbindt, is het effect het grootst. Dat klinkt ook logisch, want juist daar lopen ook veel zenuwbanen die bij het lopen geactiveerd moeten worden.”

Interessante vraag
Sinds een jaar of vijf is bekend dat slecht functionerende haarvaten in de hersenen te behandelen zijn. De Leeuw: “Dat leidt tot de interessante vraag of beter functionerende haarvaten misschien ook kunnen leiden tot een herstel van die minimaal beschadigde zenuwbanen. Dat is nu nog pure speculatie, maar het geeft wel de richting aan voor verder onderzoek.”
[UMC St Radboud]