Rekentest geeft aan of oudere met diabetes zelfstandig insuline kan spuiten

insulinepenEen speciale rekentest kan vrij betrouwbaar aangeven of oudere mensen met diabetes zelfstandig insuline kunnen spuiten. Ze moeten dan wel eerst hebben geleerd hoe ze dat moeten doen. Dat hebben Duitse onderzoekers laten zien.

Wat is het probleem en wat is er tot nu toe over bekend?
Het is voor oudere mensen met diabetes vaak moeilijk om zelf insuline te spuiten. Sommigen kunnen de spuit niet meer goed vasthouden, en anderen zijn niet in staat de juiste hoeveelheid insuline te bepalen. Als ze niet zelf hun insuline kunnen spuiten, verliezen ze voor een deel de controle over hun eigen leven.

Er bestaat een rekentest om te achterhalen of mensen hun handen nog goed kunnen bewegen en of ze nog goed kunnen rekenen. Dat zijn twee belangrijke dingen voor mensen die zelfstandig insuline spuiten. De onderzoekers wilden nu weten of ze deze rekentest kunnen gebruiken om te bepalen of oudere mensen met diabetes zelfstandig hun insuline kunnen spuiten.

Hoe en waarmee is het onderzoek gedaan?
Aan het onderzoek deden 73 mensen met diabetes mee. Zij waren gemiddeld zo’n 77 jaar oud en spoten allemaal insuline. Aan het begin van het onderzoek kregen alle deelnemers speciale uitleg over hun diabetesbehandeling, bijvoorbeeld over hoe ze insuline moeten spuiten en hun bloedsuiker moeten meten. Drie maanden later deden ze een test om na te gaan hoe goed ze hun diabetesbehandeling uitvoerden.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

VGZ ZorgHulp helpt bij onthouden doktersconsult

VGZ ZorgHulpEen patiënt onthoudt weinig van wat artsen zeggen tijdens een consult daadwerkelijk, blijkt uit onderzoek. Daarom helpt Zorgverzekeraar VGZ in de communicatie rondom het zorgproces. Via een iPhone applicatie kan een patiënt geheugensteuntjes aanmaken voor of tijdens het consult. De VGZ ZorgHulp biedt de mogelijkheid om het gesprek met de zorgverlener op te nemen, zodat de patiënt dit later nog eens terug kan luisteren. Een klankbordgroep van artsen en patiënten reageerde enthousiast op deze nieuwe ontwikkeling. De VGZ ZorgHulp is gratis te downloaden in de Apple iTunes App Store. VGZ is hiermee de eerste zorgverzekeraar wereldwijd die een dergelijke applicatie in de markt zet.

Onderzoek: meer info, minder onthouden
Uit onderzoek van het NIVEL, de Symfora Groep en de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Sydney blijkt dat patiënten weinig van het eerste gesprek onthouden. Hoe meer de arts praat over de prognose en hoe meer informatie hij geeft, hoe minder de patiënt onthoudt. Daarbij wordt de herinnering sterk beïnvloed door de prognose en de tijd die hier in het gesprek aan wordt besteed. Patiënten die slecht nieuws te horen hebben gekregen, kunnen zich minder van het gehele gesprek herinneren dan patiënten met een betere prognose.

VGZ ZorgHulp
VGZ ZorgHulp is een nieuwe iPhone applicatie die helpt in de communicatie rondom het zorgproces. De applicatie wordt gebruikt voor, tijdens en na een consult met een zorgverlener. Men kan zich voorbereiden op een consult door een checklist aan te maken met vragen die men niet wil vergeten te stellen. Hierin krijgt de gebruiker ook ‘veelgestelde vragen’ aangereikt. Tijdens het gesprek kan de patiënt deze checklist daadwerkelijk afvinken, of nieuwe items toevoegen. Ook bestaat de mogelijkheid het gesprek op te nemen, om later nog eens terug te luisteren. Het is belangrijk dat dit gebeurt na akkoord van de zorgverlener. Overigens wijst de Zorghulp hier bij activering ook op. VGZ heeft het afgelopen jaar gebruikt om VGZ ZorgHulp te testen in een klankbordgroep van artsen en patiënten. Zij reageerden enthousiast op de nieuwe app en hebben met constructieve feedback bijgedragen aan deze versie.

“Zorg draait om de patiënt”
Klanten van Zorgverzekeraar VGZ geven aan dat ze belangrijke informatie tijdens het consult met hun zorgverlener niet onthouden. Het effect is dat patiënten twijfelen aan de diagnose en de behandeling. Vervolgens staan zij met allerlei vragen buiten en weten niet waar zij de vraag moeten stellen. “VGZ ZorgHulp kan de communicatie in de zorg verbeteren”, aldus Jeanette Horlings-Koetje, Directeur Zorginkoop van Univé-VGZ-IZA-Trias. “Zorg draait immers om de patiënt en deze heeft recht op oprechte aandacht. Het betekent dat de arts tijd voor de patiënt neemt en hem zo goed mogelijk informeert. Daar leveren wij graag een bijdrage aan.”

Applicatie gratis te downloaden
De VGZ ZorgHulp is vanaf donderdag 23 December voor iedereen (ook als je geen klant van Zorgverzekeraar VGZ bent) gratis te downloaden vanuit de Apple iTunes App Store. Kijk voor meer informatie en de directe download link op www.vgz.nl/mobiel. VGZ ZorgHulp is binnenkort ook beschikbaar voor Android telefoons. VGZ is de eerste zorgverzekeraar wereldwijd die een dergelijke applicatie in de markt zet.

WebTV – Obesitas – Maagband

overgewicht manWanneer je ernstig overgewicht hebt en dit je gezondheid in geding brengt is er sprake van obesitas. Overgewicht is een sterk groeiend maatschappelijk probleem in Nederland. Ruim 800.000 mensen in Nederland zijn obese of zelfs morbide obese. Obesitas wordt gemeten met de Body Mass Index. Een normaal gewicht zit tussen de 20 en 25.

Wanneer je gewicht je gezondheid in het geding brengt zijn er verschillende oplossingen waar je naar kan kijken. De maagband operatie is er hier een van. De maagband zorgt er onder andere voor dat je eetlust minder wordt. Hierdoor eet je minder en val je af. Leven met een maagband is niet niks. Je moet je leven hier helemaal op inrichten wil je succesvol zijn met je nieuwe levensstijl. Kijk mee naar de eerste aflevering voor al je antwoorden over obesitas en de maagband.

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

WebTV – Lucht & longen – Stoppen met roken

Stoppen met rokenVanaf 2011 wordt de hulp bij stoppen met roken vergoed door de zorgverzekeraar. Reden genoeg om te stoppen dus!

Volgens specialist Ferdie Marquenie zijn er eigenlijk twee factoren die mee spelen bij een rookverslaving. Nicotine speelt hierin een grote rol, maar ook de sociale momenten zoals als bij de consumptie van alcohol, na het eten of tijdens je werkpauze. Dit zijn de moeilijke momenten waar je juist goede begeleiding bij nodig hebt.

Gelukkig zijn er genoeg mensen of instellingen waar je terecht kan als je wilt stoppen met roken. Een telefonische stop coach kan je altijd bellen als je even een moeilijk moment hebt. Groep therapie of gewoon je eigen huisarts zijn alternatieven oplossingen voor je stopprobleem.

Kijk mee naar de tweede aflevering uit de serie ‘Lucht & longen’ waar wij jou gaan helpen met stoppen met roken!

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

Sportdeelname vooral toegenomen bij 45-plussers

wandelen

  • De helft van de Nederlanders van 6 jaar en ouder doet minstens 40 weken per jaar aan sport.
  • De 45-65-jarigen van nu doen veel meer aan sport (49%) dan hun leeftijdsgenoten in 1991 (31%). In andere leeftijdscohorten is die groei niet zo sterk.
  • De verenigingssport weet volwassenen en ouderen nog niet goed vast te houden.
  • Vergrijzing en bevolkingskrimp kan in de toekomst leiden tot een overschot aan sportaccommodaties in het oosten van het land, terwijl in het westen juist een tekort zal ontstaan.

Dit zijn enkele bevindingen uit Sport: een leven lang. Rapportage sport 2010 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het W.J.H. Mulier Instituut. In dit rapport gaan onderzoekers van beide instituten, tezamen met onderzoekers van TNO Kwaliteit van Leven, Universiteit Utrecht, Universiteit van Tilburg en NOC*NSF in op de vraag hoe de betrokkenheid bij sport gedurende verschillende levensfases verandert.

Het rapport is op dinsdag 14 december aangeboden aan de minister van VWS, Edith Schippers. Deze Rapportage sport vormt sinds 2003 de vierde in een reeks en wordt uitgevoerd in opdracht van de Directie Sport van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Investeren in sportcultuur
Het Olympisch Plan 2028 wil een grotere deelname van Nederlanders aan sport bereiken. In de afgelopen decennia is de sportdeelname al sterk toegenomen. In 2007 deed 50% van de Nederlanders minstens 40 weken per jaar aan sport, in 1991 was dit 40%. Om een echt sportland te zijn, moet dit nog omhoog. Om de Olympische Planambitie te realiseren is het van belang dat overheid, sportsector en bedrijfsleven er samen voor zorgen dat de huidige, als sterk te kwalificeren sportcultuur overeind blijft.

Jongeren sporten veel, maar bewegen nog onvoldoende
Veel jongeren doen aan sport (77% van de 6-11-jarigen en 67% van de 12-17-jarigen sport minstens 40 weken per jaar). Na het twaalfde levensjaar, het begin van de puberteit, daalt de sportdeelname sterk.
Opvallend is dat in het voortgezet onderwijs 7% van de scholieren niet meedoet aan de lessen bewegingsonderwijs. Van de vmbo-(praktijk)leerlingen doet zelfs 13% niet mee aan de gymlessen. Ondanks de naar verhouding hoge sportdeelname, beweegt slechts 55% van de 6-11-jarigen en 44% van de 12-17-jarigen minstens een uur per dag of bewegen ze minstens drie dagen per week intensief gedurende 20 minuten (de zogeheten combinorm).

Sportdeelname volwassenen sterk gestegen, ouders met jonge kinderen blijven achter
De sportdeelname van volwassenen tussen 18 en 64 jaar is de afgelopen jaren gestegen van 39% in 1991 naar 47% in 2007. Daarbij zijn vooral de 45-64-jarigen meer gaan sporten. Tussen de 18 en 64 jaar is de sportdeelname op verschillende leeftijden vrij constant. Ouders met kinderen jonger dan 6 jaar daarentegen doen minder vaak aan sport (38%). Het spitsuur van het leven (met de combinatie van werk en zorg) belemmert de sportdeelname. Als de kinderen groter worden, sporten de ouders ook weer meer.

Daarnaast is rond de 70% van de volwassenen minstens vijf dagen per week een half uur in beweging of zorgen ze minstens drie dagen per week 20 minuten voor een activiteit die intensieve inspanning vereist. Daarmee voldoen ze aan de combinorm.

Zelfstandig wonenen ouderen sporten meer, maar kans op afhaken is groot
Meer 65-plussers zijn minstens 40 weken per jaar gaan sporten (17% in 1991, 30% in 2007), ze voldoen vaker aan de combinorm (44% in 2000, 58% in 2009) en zijn minder vaak inactief (19% in 2000, 12% in 2009). Levensgebeurtenissen als een chronische ziekte, functionele beperkingen, cognitieve achteruitgang, het verliezen van de partner en een ziekenhuisopname hebben negatieve gevolgen voor het sport- en beweeggedrag.
Ouderen die in een verpleeg- of verzorgingstehuis wonen, bewegen door hun fysieke beperkingen en hoge leeftijd (gemiddeld 85 jaar) nauwelijks. 78% beweegt geen enkele dag van de week 30 minuten of meer.

Volwassenen en ouderen nog niet goed bediend door georganiseerde sport
In verschillende levensfases zijn verschillende sportaanbieders populair. Sportverenigingen kennen vooral jongeren als lid. Zwembaden zijn populair in alle leeftijdsgroepen, inclusief de groeiende groep ouderen. Fitnesscentra en sportevenementen trekken vooral volwassenen.

Met de nadere vergrijzing vormen ouderen voor sportaanbieders een interessante, in toenemende mate zelfbewuste doelgroep. Uit onderzoek blijkt dat ouderen hechten aan een kwalitatief goed aanbod (vriendelijk personeel, advies, netheid). Verder zijn ze kostenbewust en hechten ze meer waarde aan de sociale veiligheid in en om de sportaccommodatie.

Het alleen sporten en sporten in informele groepen is ook bij veel volwassenen en ouderen populair. Lage kosten, niet hoeven presteren en sporten waar en wanneer het je zelf uitkomt zijn belangrijke voordelen. Sportaanbieders springen hier nog onvoldoende op in.

Meer sporters, dus meer accommodaties nodig?
Bij gelijkblijvende sportparticipatie is tot 2028 een groei van een half miljoen sporters te verwachten. Dit heeft gevolgen voor het aantal benodigde sportaccommodaties. Door de vergrijzing en demografische krimp dreigt ten oosten van de lijn Rotterdam-Groningen op termijn wel onderbezetting van accommodaties (mogelijk met uitzondering van de grotere steden).

Ten westen van de lijn Rotterdam-Groningen dreigt eerder een tekort aan accommodaties, zeker in de steden. Daarnaast is in het afgelopen decennium het bodemgebruik voor sport in de steden gedaald. Tekort aan sportvoorzieningen en wachtlijsten bij sportverenigingen kunnen de geambieerde groei van de sportdeelname belemmeren.

Andere factoren zouden echter wel eens van veel groter belang kunnen zijn voor toekomstig sportgedrag en de behoefte aan ruimte en accommodaties voor sport dan demografische ontwikkelingen alleen. Te denken valt dan aan welvaartsstijging, veranderingen in leefstijl en gezondheidsbewustzijn, veranderende sportvoorkeuren, multifunctioneel gebruik van en technologische ontwikkelingen voor accommodaties.

WebTV – Kind & Welzijn – Groenten uit een potje

Kinderen hebben energie voor tien. Deze energie moet ook weer aangevuld worden. Daarom is het heel belangrijk dat ze gezond eten. Het lijkt steeds meer een uitdaging om een gezonde en voedzame maaltijd op tafel te zetten. Gelukkig zijn hier genoeg oplossingen voor. In de derde aflevering uit de Web TV serie ‘Kind & Welzijn’ wordt de fabel uit de wereld geholpen dat diepvries groeten en groenten uit een potje minder gezond zijn of zelfs ongezond zouden zijn. Kijk mee naar de aflevering ‘Groenten uit een potje.’

Deze WebTV aflevering is helaas niet meer beschikbaar

Bekijk het overzicht van alle WebTV afleveringen

Half miljoen voor onderzoek naar leven met diabetes

diabetesVijf nieuwe onderzoeken naar leven met diabetes kunnen van start gaan met financiering door het Diabetes Fonds. Een investering van bijna een half miljoen euro. Binnen drie jaar zullen de projecten eraan bijdragen dat mensen met diabetes beter kunnen omgaan met hun aandoening. Mentaal, lichamelijk en met zelfmanagement.

Mensen met diabetes zijn elke dag bezig om hun diabetes in het gareel te houden. De meeste patiënten moeten hun leven lang een paar keer per dag hun bloedsuikerspiegel meten, medicijnen nemen, of insuline spuiten. Dat heeft een behoorlijke weerslag op het dagelijks leven van patiënten. Met als gevolg bijvoorbeeld depressie en een mindere kwaliteit van leven. Bovendien leidt diabetes vaak tot ernstige complicaties, zoals hart- en vaatziekten, slechtziendheid en nierschade. Ook dat vooruitzicht is voor veel mensen zwaar.

Bijna een miljoen mensen met diabetes
In Nederland hebben bijna een miljoen mensen diabetes. Dat aantal neemt de komende jaren toe. Door onderzoek te financieren zet het Diabetes Fonds zich in om hun leven te verbeteren. De volgende onderzoeken kunnen nu van start gaan:

De Universiteit Maastricht gaat bekijken of ondersteuning op sociaal en emotioneel gebied in de huisartsenpraktijk de kwaliteit van leven van patiënten verbetert. Op dit moment is die ondersteuning eigenlijk alleen gericht op medicijnen en leefstijl.

Het UMC Utrecht zal onderzoeken hoe een speciaal patiëntenportaal op internet helpt om patiënten te betrekken bij hun eigen behandeling. Op het portaal kunnen patiënten onder andere bloedsuikerwaardes digitaal naar hun behandelaar sturen.

Onderzoekers van het VU medisch centrum Amsterdam willen de psychische zorg verbeteren voor patiënten met ernstige complicaties. Deze patiënten hebben vaker psychische klachten. De onderzoekers gaan kijken waar deze patiënten behoefte aan hebben.

Het Academisch Ziekenhuis Maastricht gaat kijken hoe ze mensen met diabetes en chronische zenuwpijn er weer bovenop kunnen helpen met een speciaal programma. De bedoeling is dat ze daardoor beter kunnen bewegen, waardoor ze hun leven weer op kunnen pakken.

Onderzoekers van de Isala Klinieken in Zwolle gaan uitzoeken wat de ervaringen, meningen en verwachtingen zijn van patiënten die insuline spuiten. Met die kennis willen ze behandeling en begeleiding voor elke patiënt op maat maken, zodat de bloedsuikerspiegel en uiteindelijk de kwaliteit van leven verbetert.

De vijf onderzoeksaanvragen werden na een vakkundige selectie gehonoreerd. Ze gaan binnenkort van start en zullen één à twee jaar duren. Meer informatie over de projecten: www.diabetesfonds.nl/onderzoek.

Over het Diabetes Fonds
Het Diabetes Fonds maakt zich sterk om diabetes en complicaties te voorkomen en te genezen. Om dat te bereiken zamelt het Diabetes Fonds geld in voor wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. Het is hiermee de grootste financier van wetenschappelijk diabetesonderzoek in Nederland. Dankzij het Diabetes Fonds heeft het diabetesonderzoek in Nederland de afgelopen decennia een sterke impuls gekregen, waardoor nieuwe behandelmethoden snel binnen bereik van patiënten kunnen worden gebracht.
De inzet van de duizenden vrijwilligers en steun van particulieren en bedrijven is daarvoor onmisbaar.

Sperma stamcellen verbeteren insuline productie bij diabetespatient

spermaWetenschappers in de Verenigde staten gebruikten stamcellen uit sperma om zo de productie van insuline bij diabetespatiënten terug op gang te helpen.

Diabetes komt voor door schade aan de cellen in de pancreas die insuline produceren, hierdoor verliest het lichaam de mogelijkheid om het niveau van glucose in het bloed te controleren. Professor Ian G Gallicanp slaagden erin de voorloper van menselijk sperma, gekend als spermatogoniale stamcellen, te veranderen in beta isletcellen. Deze hebben de mogelijkheid om insuline te produceren, wat in de pancreas gebeurt. Deze cellen ontwikkelen zich in weefsel na drie weken in het lichaam. Uit elke gram van menselijk weefsel van mannelijke testikels produceren de wetenschapper en zijn team een miljoen stamcellen.

Genetisch gemanipuleerde muizen zonder immuunsysteem werden voor het onderzoek geïnjecteerd met deze cellen. De muizen waren binnen de week in staat zelf insuline te produceren om hun glucoseniveau in hun bloed te controleren. De onderzoeker zet zijn onderzoek bij mannen, waarbij hij hun eigen weefsel gebruikt, met diabetes type 1 voort.