De betrouwbaarheid van zelftests moet omhoog

Zelftests leiden tot onterechte ongerustheid of juist onterechte geruststelling. Een bezoek aan de huisarts blijft altijd nodig. Om de betrouwbaarheid van zelftests te verhogen pleit de KNMG voor regelgeving met een mogelijkheid tot verbod van zelftests die niet aan de eisen voldoen.

Zelftests worden regelmatig verkeerd toegepast, maar vele zijn ook bij juiste toepassing niet betrouwbaar. Mensen die zelftests overwegen of doen, moeten altijd voor controle naar de huisarts.

Niet altijd betrouwbaar
Drie jaar geleden onderzocht de Gezondheidsraad twintig van dergelijke zelftests, en daarvan konden er slechts drie door de beugel. Iedereen mag diagnostiektests op de markt brengen. Eisen aan de betrouwbaarheid worden niet vooraf gesteld.

Test alleen onvoldoende
Zelftests leiden door hun onbetrouwbaarheid vaak tot onterechte geruststelling of juist onterechte ongerustheid bij gebruikers, zegt Lode Wigersma, directeur Beleid en Advies van de KNMG. De KNMG benadrukt dat de koper van zo’n test er expliciet op moet worden gewezen dat een zelftest alléén onvoldoende is, en dat altijd een bezoek aan de huisarts nodig is. De overheid zou hier veel actiever op moeten wijzen, zeker met de blijvende toename van het gebruik van zelftests.

Altijd naar de huisarts
De KNMG pleit daarnaast voor betere (Europese) regelgeving, met daarin een mogelijkheid tot verbod van een bepaalde test en handhaving van dat verbod. Wordt dan, bijvoorbeeld via steekproeven, vastgesteld dat een test onbetrouwbaar is, dan kan de test worden verboden totdat is aangetoond dat de test werkt. Maar in elk geval geldt altijd: als je een zelftest doet, ga daarna dan altijd met de uitslag naar de huisarts!

Huisartsen kunnen de Nederlandse bevolking zinnig en zuinig preventief onderzoek en advies bieden, dicht bij huis, in de eerste lijn. De wens is dat het gegeven advies een serieus vervolg krijgt. Het NHG ontwikkelt op dit moment samen met de LHV, NVAB, Hartstichting, Nierstichting en Diabetesfonds een evidence based PreventieConsult.
[KNMG]

Borstkankerscreening met 3D-echo in het Jeroen Bosch Ziekenhuis

borstDe afdeling Radiologie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis beschikt als eerste ziekenhuis in Nederland over een speciaal 3D-echoapparaat van Siemens, waarmee afwijkingen in de borst naar verwachting beter opgespoord kunnen worden. De eerste resultaten van onderzoeken zijn veelbelovend. Verder onderzoek moet uitwijzen wat de diagnostische mogelijkheden van 3D-echografie zijn. Bijvoorbeeld of het geschikt is om toe te voegen aan de borstkankerscreening in Nederland.

“Driedimensionale (3D) echografie is een nieuwe techniek, waarnaar nog veel onderzoek moet plaatsvinden”, aldus radioloog Matthieu Rutten. De afdeling Radiologie is daarom met meerdere klinische onderzoeken gestart. Ook start het Jeroen Bosch Ziekenhuis in samenwerking met de afdeling Radiologie van het UMC St Radboud, die binnenkort over dezelfde 3D-echoscanner beschikken, met gezamenlijk klinisch onderzoek bij vrouwen met verhoogde kans op borstkanker.

Nieuwe toepassingen
Echografiebeoordeling is vaak subjectief en afhankelijk van de persoon die het onderzoek uitvoert (onderzoekerafhankelijkheid). Automated Breast Volume Scanning (ABVS) of 3D-echografie kan daar een eind aan maken en maakt nieuwe toepassingen mogelijk op het gebied van borstdiagnostiek, zoals een andere en snellere manier van beoordelen van de foto’s.

“Normale echografie of 2D-echografie heeft als belangrijk nadeel dat eventuele afwijkingen in de borst over het hoofd kunnen worden gezien”, aldus Rutten. “Dit kan met de komst van 3D-echografie weleens drastisch gaan veranderen.”

Minder subjectief
De verwachting is dat het over het hoofd zien van borstafwijkingen met 3D-echografie vermindert, doordat drie automatische vervaardigde scans elke centimeter van de borst afbeelden. Radiologisch laboranten voeren het onderzoek uit, de scangegevens worden digitaal opgeslagen en een radioloog beoordeelt deze achteraf.

Rutten: “Achteraf kun je de echografische beelden van de borst in iedere gewenste richting bekijken. Automatisering ontdoet echografie van zijn onderzoekerafhankelijkheid. Een ander voordeel van automatisering is dat het echo-onderzoek niet meer door een radioloog hoeft te worden uitgevoerd. Hierdoor kunnen meer patiënten worden onderzocht en kan de radioloog meer tijd besteden aan de beoordeling van de onderzoeken. Het blijkt dat wanneer mammografie en echografie worden gecombineerd veel meer borsttumoren worden ontdekt.”

Toch wordt dit in Nederland bij het borstscreeningsonderzoek van vrouwen tussen 50 en 70 jaar om meerdere redenen niet toegepast. “Dit heeft onder andere te maken met de al eerder genoemde onderzoekerafhankelijkheid, maar ook omdat er niet genoeg gekwalificeerde echografisten beschikbaar zouden zijn. Door deze nieuwe ontwikkeling kan dit in de toekomst veranderen.”

Beoordeling van beelden
Mogelijk kan de toepassing van 3D-echografie ook op het gebied van de beoordeling van de beelden de onderzoekerafhankelijkheid terugdringen, doordat het nu mogelijk wordt de verkregen scangegevens ook door een computer te laten beoordelen. Dit zogenaamde computer-aided detection (CAD) system wordt ook al toegepast bij digitaal verkregen röntgenopnamen van de borst.

Unieke weergave
Een ander voordeel van 3D-echografie is de unieke weergave van de anatomie van de borst. Deze kan namelijk nu in ieder gewenst vlak worden weergegeven, waarbij de beoordeling van ‘plaatje voor plaatje’ van een vooraanzicht van de borst uniek is en uiterst bruikbaar blijkt te zijn. De beelden kunnen digitaal worden bewaard en opgeroepen voor vergelijking bij een volgende patiëntcontrole. Van eventuele afwijkingen wordt de exacte locatie in de borst als ook de afstand tot de huid en tepel automatisch aangegeven. Dit is voor eventuele chirurgische planning van belang.
[Jeroen Bosch Ziekenhuis]

Deel van de hartpatiënten heeft baat bij omega-3-vetzuren

hartEen voedingspatroon verrijkt met omega-3-vetzuren kan herhaling van ernstige gevallen van hart- en vaatziekten bij hartpatiënten niet voorkomen. Vrouwelijke hartpatiënten en hartpatiënten met diabetes hebben wel baat bij deze vetzuren. Dat blijkt uit een tienjarig onderzoek onder bijna vijfduizend hartpatiënten in Nederland. Deze Alpha Omega Trial van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, met verrijkte margarines is wereldwijd het eerste dubbelblinde voedingsonderzoek naar de effecten van omega-3 vetzuren op hart- vaatziekten. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek zien de onderzoekers geen aanleiding tot wijziging van voedingsadviezen.

De resultaten van de Alpha Omega Trial zijn zondag 29 augustus op het congres van de European Society of Cardiology in Stockholm gepresenteerd door de Wageningse hoogleraar prof. Daan Kromhout en tegelijk online gepubliceerd in het gezaghebbende The New England Journal of Medicine. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de cardiologieafdelingen van 32 Nederlandse ziekenhuizen. Het onderzoek werd gefinancierd door de Nederlandse Hartstichting, de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) en Unilever R&D, Vlaardingen.

Uit het onderzoek blijkt dat weliswaar in de totale onderzoeksgroep geen gunstige gezondheidseffecten van de als ‘gezond’ te boek staande omega-3-vetzuren zijn geconstateerd. Echter, bij hartpatiënten met diabetes bleek de extra inname van visvetzuren het risico op dodelijke hartinfarcten met 50% te verminderen. Deze patiënten hadden ook minder last van ernstige hartritmestoornissen.

Bij vrouwelijke hartpatiënten die extra van het plantaardige vetzuur alfa-linoleenzuur kregen, was de kans op ernstige hart- en vaatziekten met een kwart verlaagd. Alfa-linoleenzuur reduceerde ook het risico op ernstige hartritmestoornissen bij de hartpatiënten met diabetes.

Voor het onderzoek kregen 4837 hartpatiënten van 60-80 jaar, die circa vier jaar eerder een hartinfarct hadden gehad, gedurende 40 maanden één van de vier speciaal voor deze trial geproduceerde margarines die ze dagelijks op hun brood smeerden. Eén groep hartpatiënten gebruikte een met visvetzuren verrijkte margarine die 400 milligram eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) bevatte. Een tweede groep ontving 2 gram van het uit o.a. sojaolie en walnoten afkomstige vetzuur alfa-linoleenzuur (ALA). Een derde groep kreeg de combinaties van de verschillende omega-3 vetzuren en een vierde groep een margarine zonder omega-3 vetzuren, de zgn. placebo. De patiënten, noch de onderzoekers wisten wie welke margarinevariant kreeg. De margarines waren niet van elkaar te onderscheiden in kleur, geur of smaak. Tijdens het onderzoek werden verschillende hart- en vaatziektes geregistreerd zoals hartinfarcten en beroertes, maar ook medische ingrepen, zoals dotterbehandelingen en bypassoperaties.

De onderzoekers constateerden dat in de onderzoeksperiode de patiënten bijzonder goed werden behandeld, bijvoorbeeld met geneesmiddelen tegen trombose (98%), hoge bloeddruk (90%) en verhoogd cholesterolgehalte (85%). Mede daardoor was het sterftecijfer als gevolg van hart- en vaatziekten ongeveer de helft van het verwachte aantal. De goede behandeling van de hartpatiënten verlaagde het risico op hart- en vaatziekten zo sterk dat daardoor een effect van omega-3-vetzuren wellicht moeilijk was aan te tonen.

In 1985 liet Kromhout in de Zutphen Studie zien dat bij gezonde mannen van middelbare leeftijd die een of twee keer per week vis aten, het risico op sterfte aan een hartinfarct sterk was verlaagd ten opzichte van mannen die geen vis aten. Later bleek uit interventiestudies dat dagelijks gebruik van capsules met 1-2 gram van de visvetzuren EPA en DHA het risico op sterfte aan hartziekten met 20% vermindert. Voor ALA waren er minder aanwijzingen voor een gunstig effect. De Alpha Omega Trial was er op gericht om na te gaan of een extra inname van omega-3-vetzuren, vergelijkbaar met de aanbevolen hoeveelheid voor de verschillende vetzuren, het risico op hart- en vaatziekten zou verlagen.

De onderzoekers benadrukken dat de uitkomsten van de Alpha Omega Trial geen aanleiding geven om voedingsadviezen, zoals de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad, te wijzigen.
[Wageningen University]

Mogelijke link tussen diabetes en Alzheimer

diabetes insulineMensen met een hoog risico op diabetes lopen eveneens meer risico op het ontwikkelen van hersenafwijkingen die tot de ziekte van Alzheimer kunnen leiden. Dit blijkt uit recent Japans onderzoek.

De onderzoekers ontdekten dat mannen en vrouwen van 60 tot 70 jaar met kenmerken van diabetes – een hoge bloedsuiker of insulinegehalte in hun bloed- zo’n drie tot zes keer meer kans hadden op plaques in de hersenen.

Dit zijn samenklonteringen van eiwitten die vaak aanwezig zijn bij Alzheimer. Deze plaques hoeven geen Alzheimer te veroorzaken, maar ze zijn relatief wel vaak aanwezig bij mensen die lijden aan deze hersenziekte.

Voor dit onderzoek werden de hersenen van 135 Japanners bekeken die overleden zijn tussen 1998 en 2003. Allen werden bijna 80 jaar. Van hen waren ook gegevens bekend van toen zij nog leefden, zoals het bloedsuikergehalte, cholesterol, bmi en bloeddruk.

Lees verder op Gezondheidsnet.nl

Kort- en langslapers vaker hartpatiënt

slapenMensen die per nacht vijf uur of korter slapen, hebben ruim twee keer zo veel kans op hart- en vaatziekten als mensen met een normale nachtrust van zeven uur. Mensen die nachten maken van negen uur of meer, lopen meer dan anderhalf keer zo veel risico.

Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek waarover het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) woensdag berichtte op zijn website. De gevonden samenhang tussen slaapduur en hart- en vaatziekten is onafhankelijk van vertekenende factoren als leeftijd, geslacht, afkomst, roken en drinken, lichaamsgewicht, diabetes en depressie.

Wetenschappers van de West Virginia School of Medicine bestudeerden voor hun onderzoek de gegevens van ruim 31.000 volwassenen. Hoe de slaapduur de kans op hart- en vaatziekten precies beïnvloedt, is niet duidelijk.

Zonlicht nodig voor genoeg vitamine D

vrouwen strandDeze week is het rapport ‘De relatie tussen kanker, zonnestraling en vitamine D’ van de Signaleringscommissie Kanker (SCK) van KWF Kankerbestrijding verschenen. De SCK-werkgroep concludeert dat zonlicht positief gerelateerd is aan een lagere kans op borstkanker, dikkedarm- en prostaatkanker. Dit kan komen doordat vitamine D via zonlicht in de huid wordt aangemaakt. Ook blijken mensen met hoge vitamine D-spiegels in het bloed een lager risico te hebben op dikkedarmkanker.

Het nieuwe SCK-rapport is opgesteld door de werkgroep ‘Relatie kanker, zonlicht en vitamine D’  onder voorzitterschap van dr. F.R. de Gruijl. Op basis van haar conclusies en aanbevelingen adviseert KWF Kankerbestrijding mensen om hun hoofd, handen en onderarmen dagelijks 15 tot 30 minuten aan zonlicht bloot te stellen. Tegelijkertijd blijft het advies van kracht dat te veel zonblootstelling schadelijk is vanwege het risico op huidkanker. Wat te veel of te weinig is voor je gezondheid, hangt onder meer af van je huidtype, leeftijd en hoeveel je buitenkomt.

Risicogroepen vitamine D-tekort
Volgens het rapport zijn er diverse groepen mensen die gebaat zouden zijn bij iets langere blootstelling aan zon dan de 15 tot 30 minuten die in het algemeen wordt aanbevolen.  Het gaat onder meer om mensen met een donkere huid, ouderen en mensen die weinig buiten komen. Deze groepen lopen risico op een te laag vitamine D-niveau in het bloed. Welk vitamine D-peil minimaal nodig is voor een gunstig effect op het kankerrisico is nog onbekend.

Het rapport ‘De relatie tussen kanker, zonnestraling en vitamine D’ bevestigt wat KWF Kankerbestrijding al jaren in zoncampagnes verkondigt: dat verbranding van de huid te allen tijde vermeden dient te worden. Voor een gezonde dosis vitamine D is een kwartiertje buiten komen doorgaans al genoeg.

[KWF Kankerbestrijding]

Nieuw geval van Q-koorts in Andijk

q-koortsIn een melkschaapbedrijf in het Noord-Hollandse Andijk is Q-koorts aangetroffen, meldt het ministerie van LNV. De 430 schapen in dit bedrijf zijn al gevaccineerd, er zijn geen lammeren en er hoeft niet geruimd te worden. Het is de 93e besmetting met Q-koorts in ons land.

Wat is Q-koorts
De bacterie Coxiella burnetii veroorzaakt Q-koorts. Deze bacterie kan zeer goed buiten zijn gastheer overleven. Coxiella burnetii kan bij vrijwel alle diersoorten voorkomen. De twee grootste kringlopen waarbinnen de bacterie circuleert, zijn enerzijds wilde knaagdieren en anderzijds huisdieren, zoals rund, schaap en geit. Tussen wilde knaagdieren brengen teken de besmetting over van dier naar dier.

Tussen de landbouwhuisdieren kan sporadisch ook een teek optreden als overbrenger van de ziekte, maar veel belangrijker is besmetting door het inademen van stofdeeltjes met daarin bacteriën. Het inademen van besmette stofdeeltjes is ook de voornaamste oorzaak van besmetting bij de mens, waarbij de besmetting afkomstig is van de landbouwhuisdieren.

NZa tevreden over zorgverzekeraars

zorgverzekeringDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft het samenvattend rapport rechtmatigheid uitvoering Zorgverzekeringswet 2009 gepubliceerd. Hierin staat of de zorgverzekeraars zich in 2009 aan hun wettelijke verplichtingen vanuit de Zorgverzekeringswet hebben gehouden. Centraal staan de acceptatieplicht, het verbod op premiedifferentiatie en de zorgplicht.

De zorgverzekeraars hebben zich in 2009 aan het verbod op premiedifferentiatie gehouden. Ook maken zij steeds meer werk van hun zorgplicht. Zo is het gebruik van kwaliteitsindicatoren bij inkoopafspraken toegenomen. Verder lijken verzekerden voldoende toegang te hebben tot zorg en controleren de zorgverzekeraars nagenoeg allemaal of zorgaanbieders de afspraken nakomen over onder meer de omvang en tijdigheid van de zorg.

Of de zorgverzekeraars zich aan de acceptatieplicht houden, onderzoekt de NZa nog. Bij een aantal verzekeraars geldt namelijk een afwijkende inschrijfprocedure voor verzekerden met een betalingsachterstand bij hun huidige verzekeraar. De NZa heeft in 2009 geen gebruik hoeven maken van haar formele handhavingsinstrumenten, zoals bijvoorbeeld het opleggen van verplichtingen en boetes. Wel heeft zij zorgverzekeraars een aantal keer verzocht om zich conform de normen te gedragen. Naar aanleiding van haar bevindingen gaat de NZa in 2010 onder meer onderzoek doen naar mondelinge informatieverstrekking door verzekeraars, het recht op vergoeding van zorg en zorgbemiddeling. Hierover wordt in 2011 gerapporteerd.

Samenvattend rapport rechtmatigheid uitvoering Zorgverzekeringswet 2009 (pdf)