Nominaties Het Beste Zorgidee 2010 bekend

Het Beste ZorgideeONVZ Zorgverzekeraar heeft vandaag de nominaties voor Het Beste Zorgidee van 2010 bekend gemaakt. Uit de ruim 300 inzendingen voor Het Beste Zorgidee van 2010 zijn vijf genomineerden gekozen. Zij maken kans op een cheque ter waarde van 10.000 euro. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ wordt op 26 oktober 2010 in Amsterdam bekendgemaakt.

De genomineerden voor het Beste Zorgidee 2010 zijn:

  • Herman Hellemans uit Vleuten
  • John Blad uit Rotterdam
  • Guus Schoonman uit Den Haag
  • Els Veenstra uit Zeewolde
  • John Rietman uit Venray

Erno Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van Bestuur bij ONVZ Zorgverzekeraar: “We hebben dit jaar erg veel kwalitatief goede inzendingen ontvangen. De politieke discussie rondom de zorg heeft Nederlanders aan het denken gezet over ons zorgstelsel. Men heeft dit jaar echt doorgedacht over het idee, met name het thema efficiëntie kwam vaak terug. Het was moeilijk om een keuze te maken uit de grote hoeveelheid inzendingen. Graag wil ik de mensen die niet genomineerd zijn, vragen om volgend jaar weer mee te doen. Wie weet is uw idee volgend jaar wel het Beste Zorgidee van 2011.”

Genomineerde inzendingen
Herman Hellemans opperde een medisch punt in de regio, waar je zonder (dokters)afspraak langs kunt gaan voor kleine wissewasjes als oren uitspuiten en wratten weghalen. De tweede genomineerde inzending komt van John Blad: een tiener-informatiepakket, wat door de betreffende zorgverzekeraar toegestuurd wordt circa een maand vóór het behalen van de 16-jarige leeftijd. Guus Schoonman dingt mee naar de titel ‘Het Beste Zorgidee’ met een ‘Patiënten Feedback Paal’: De paal staat op een herkenbare plek in de zorginstelling en verzamelt structureel digitale feedback van patiënten (of bezoek), direct na afloop van het consult. Ook Els Veenstra komt in aanmerking voor een nominatie, zij ziet graag dat er een website komt waarop je digitaal je fysiotherapie-oefeningen thuis kunt bekijken en kunt uitvoeren, zodat je niet onnodig vaak naar de fysiotherapeut hoeft. Tenslotte is John Rietman genomineerd met zijn idee om beeldcontact te realiseren tussen speciaal getrainde vrijwilligers en cliënten in de thuiszorg. Zo kunnen cliënten een sociaal praatje maken wanneer gewenst.

Criteria
De inzendingen zijn beoordeeld op een aantal criteria: is het toepasbaar in Nederlandse zorginstellingen en is het praktisch uitvoerbaar. Ook het effect moest meetbaar zijn, zodat bepaald kan worden of het een bijdrage levert aan het Nederlandse zorgstelsel. Vervolgens werd onderzocht tegen welke kosten en op welke termijn het idee kan worden gerealiseerd. De vijf genomineerden mogen hun idee presenteren aan een deskundige jury tijdens de jurydag op 2 september. Hierna mag het publiek meestemmen via de site www.hetbestezorgidee.nl. De jury neemt de stemmen van het publiek mee in haar eindoordeel en dat resulteert in één winnaar. De winnaar wordt bekendgemaakt op 26 oktober 2010.

Over ‘Het Beste Zorgidee’ van ONVZ Zorgverzekeraar
ONVZ Zorgverzekeraar is een middelgrote zorgverzekeraar uit Houten. Om ook de markt te laten spreken startte ONVZ in 2008 de wedstrijd ‘Het Beste Zorgidee’: een wedstrijd om het publiek van Nederland mee te laten denken aan de verbetering van de zorg. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ ontvangt een cheque ter waarde van €10.000, vrij te besteden. ONVZ gaat naar aanleiding van de gestelde criteria bepalen of het winnende idee inzetbaar is en hoe haar contacten kunnen helpen bij de realisatie van het idee. De jury bestaat uit: Prof. dr. N.A.M. Urbanus, oud-voorzitter Raad van Bestuur AMC Amsterdam, dr. P. Hasekamp, directeur Zorgverzekeraars Nederland en mr. E.A. Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van bestuur van ONVZ. Mocht u meer informatie wensen, kijk op www.hetbestezorgidee.nl.

Omgeving heeft invloed op ADHD

ADHDBiologische en gezinsfactoren hebben, ook los van genetische aanleg, invloed op de ontwikkeling van de stoornis ADHD bij kinderen. Een hoog geboortegewicht, een moeder die rookt tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling zijn omstandigheden die samenhangen met ADHD-symptomen bij kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek van Cathelijne Buschgens, dat zij verrichtte bij de afdeling Psychiatrie van het UMC St Radboud. Zij promoveert op 9 september tot doctor in de medische wetenschappen.

Onderlinge samenhang
De laatste jaren is er bij onderzoekers en anderen veel belangstelling voor de genetische achtergrond van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), een stoornis die gekenmerkt wordt door aandachtproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Dat ook ‘de omgeving’ invloed heeft op ADHD, is weliswaar altijd verondersteld, maar gedegen onderzoek naar het belang van specifieke omgevingsfactoren, waarbij gelijkertijd rekening wordt gehouden met genetische aanleg, is nog weinig gedaan. ‘Dat is jammer’, vindt orthopedagoog Cathelijne Buschgens (UMC St Radboud), ‘vooral omdat omgevingsfactoren handvatten kunnen bieden voor preventie en behandeling.’

Buschgens analyseerde onder andere enquêtegegevens die verzameld zijn in een Nederlandse studie onder enkele duizenden kinderen en hun ouders en leerkrachten. Zij zocht naar een eventuele onderlinge samenhang tussen omstandigheden tijdens zwangerschap en geboorte enerzijds en symptomen van ADHD anderzijds. Binnen dit onderzoek is ook het familierisico in beschouwing genomen; dat is een benadering van de erfelijke kwetsbaarheid voor ADHD binnen het gezin.

Extra alert
Buschgens ontdekte dat een hoog geboortegewicht van het kind (negen pond of hoger), een moeder die rookt tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling een voorspellende waarde hebben voor ADHD-gedrag van het kind. Dit verband blijft overeind, ook als rekening wordt gehouden met het familierisico. Het verband is sterker, als er ook een familierisico bestaat.

Buschgens noemt het opvallend, dat een hoog geboortegewicht gevonden is als risicofactor voor ADHD. ‘Van een laag geboortegewicht is bekend dat het schadelijk kan zijn voor de gezondheid van een kind. Maar van een hoog geboortegewicht zijn veel minder lange termijn risico’s bekend.’ De gezondheidszorg zou extra alert moeten zijn, als rondom een geboorte een combinatie van deze risicofactoren aanwezig is.

Het hele gezin
Ze onderzocht ook de relatie tussen ADHD en diverse gezinsfactoren. Een weinig warme, overbeschermende en afwijzende opvoeding hangt samen met meer ADHD-kenmerken bij het kind. Daarnaast heeft ADHD bij ouder(s) ook effect op de ouder-kind relatie, en wordt de verhouding tussen broertjes en zusjes onderling beïnvloed door ADHD-gedrag van één van de kinderen.
Een belangrijke aanbeveling van het proefschrift is dan ook om bij de behandeling van ADHD van een kind, of van een ouder, alle gezinsleden te betrekken.
[UMC St Radboud]

Meer kinderen mogelijkheid tot sporten door Jeugdsportfonds

kinderen sportenDeelnemen aan lichamelijke activiteiten en sport vergroot niet alleen de gezondheid van kinderen, maar kan ook zorgen voor maatschappelijke binding. Echter niet alle kinderen kunnen aan sport doen. Uit onderzoek komen indicaties naar voren dat armoede leidt tot sociale uitsluiting van kinderen, in die zin dat zij bijvoorbeeld om financiële redenen minder vaak deelnemen aan sportactiviteiten. Kinderen tot 18 jaar die in gezinnen leven met weinig geld kunnen via het Jeugdsportfonds een sportkans krijgen.

Het Mulier instituut heeft in opdracht van het Jeugdsportfonds de aanvraagcijfers van de eerste helft van 2010 onderzocht en op een rij gezet. Het Jeugdsportfonds heeft in de eerste helft van 2010 8.659 aanvragen gehonoreerd. Dat is een stijging van meer dan 20% ten opzichte van 2009. In het hele jaar 2009 werden 13.510 kinderen een sportkans geboden. Zwemmen (28%) en voetbal (26%) waren wederom de sporten waarvoor het vaakst werd aangevraagd, gevolgd door de vecht- en verdedigingssporten.
[Mulier Instituut]

Rem op emotioneel geheugen ontdekt

hersenenNeurowetenschappers van het UMC Utrecht hebben ontdekt hoe de hersenen voorkomen dat ze overspoeld raken met emotionele herinneringen. Dit mechanisme is wellicht verstoord bij patiënten met posttraumatische stress-stoornis. Ze beschreven hun vinding in het tijdschrift PNAS van begin augustus.

Neurowetenschapper dr. Henk Karst van het UMC Utrecht bestudeerde zenuwcellen in de amygdala van muizen, een hersengebied dat betrokken is bij het opslaan van emoties. Het toedienen van het stresshormoon cortisol aan deze zenuwcellen bootst het meemaken van een angstige of stressvolle situatie na. De zenuwcellen worden actiever na blootstelling aan het stresshormoon, dat legt een stressvolle herinnering vast in het geheugen. Maar, ontdekte Karst, als dezelfde zenuwcellen een paar uur later weer in aanraking komen met het stresshormoon, daalt hun activiteit juist. Een nieuwe stressvolle ervaring wordt daardoor niet opgeslagen in het geheugen.

“Dit mechanisme beschermt het geheugen tegen een overload aan stressvolle herinneringen”, zegt Karst. “Het betekent ook dat je het stresshormoon juist nodig hebt om ervoor te zorgen dat je niet overspoeld raakt met traumatische herinneringen. Patiënten met het posttraumatische stress-syndroom maken minder cortisol. Onze resultaten zouden kunnen verklaren waarom deze mensen last hebben van hun herinneringen.”

Het verkeerd verwerken van stressvolle situaties door de hersenen speelt waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van angststoornissen zoals posttraumatische stress-stoornis. Oorlogs–veteranen met posttraumatische stress-stoornis kampen met herbelevingen van traumatische herinneringen. Zij hebben vaak ook slaapstoornissen, concentratieproblemen en geheugenproblemen.
[UMC Utrecht]

Vervolgstudies naar HPV-thuistest op baarmoederhalskanker

baarmoederhalskankerIn het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) bracht de Commissie WBO van de raad op 31 augustus 2010 een positief advies uit aan de minister van VWS over een vergunningaanvraag van een samenwerkingsverband tussen het VU medisch centrum te Amsterdam, het Universitair Medisch Centrum Nijmegen, de Stichting Bevolkingsonderzoek Oost, de Stichting Bevolkingsonderzoek Midden-West en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het advies betreft twee gerandomiseerde trials naar HPV-thuistests.

Voor deze studies worden in totaal 79 000 vrouwen benaderd die in 2007 of 2008 niet hebben gereageerd op een uitnodiging (en ook niet op een herinnering) voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De twee onderzoeksvragen betreffen: een nieuwe afname/transportmethode en een nieuw, korter vervolgtraject voor vrouwen met een positieve HPV-test.
[Gezondheidsraad]

Onderzoek naar relatie suiker in frisdrank en lichaamsgewicht bij kinderen hervat

FrisdrankIn september maakt de grootste limonadefabriek van Nederland limonade die niet te koop is. De limonade is alleen bestemd voor kinderen van acht basisscholen uit de regio Zaandam, Haarlem en Purmerend. Zij doen namelijk mee aan de DRINKstudie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor dit onderzoek drinken ze anderhalf jaar dagelijks een blikje perzik-, citroen-, mango- of frambozenlimonade. De studie ging in december 2009 van start. Afgelopen maandag is de studie weer begonnen na een zomerstop van zes weken.

De DRINKstudie onderzoekt wat er gebeurt met kinderen als je de suiker uit hun frisdrank of limonade weglaat. Worden ze daar slanker van of nemen ze gewoon een koekje of boterham extra? Er doen 600 kinderen aan mee. 300 kinderen drinken dagelijks limonade met suiker en 300 limonade zonder suiker. Aan de blikjes is niet te zien wat er in zit dus niemand weet wie wat drinkt. De deelnemers zijn gemiddeld acht jaar oud en even zwaar als andere Nederlandse kinderen van hun leeftijd.

De kinderen drinken nog limonade tot de zomervakantie 2011. Vanaf september krijgen ze wekelijks een zegeltje bij hun blikjes. Hiermee sparen ze voor mooie prijzen. Ook gaan de kinderen treklipjes van de blikjes verzamelen voor het VU ziekenhuis. Daar maken zieke kinderen er armbanden van.

De resultaten van de DRINKstudie worden in 2012 verwacht.

Meer inzicht in hersenschade baby’s door nieuwe scantechniek

BabyHersenschade bij pasgeborenen komt relatief vaak voor
Met een relatief nieuwe MRI-hersenscan techniek kunnen hersenen van baby’s beter in beeld worden gebracht en onderzocht dan tot nu toe mogelijk was. Deze zogenoemde DTI-techniek kan bijdragen aan een betere behandeling van baby’s met hersenschade. Dit staat in onderzoek van kinderarts-neonatoloog Jeroen Dudink van het Erasmus MC. Hij promoveert woensdag op de toepassingen van DTI (diffusie tensor imaging). Ter ere van deze bijzondere promotie neemt een delegatie van Europese hersenexperts deel aan een mini-symposium in Rotterdam.

Hersenschade komt relatief vaak voor bij pasgeborenen. Er is een verschil tussen hersenschade bij te vroeg geboren kinderen en op tijd geboren kinderen. In Nederland worden er per jaar ongeveer 14.000 baby’s te vroeg geboren. Meer dan 2000 hiervan is ‘extreem’ te vroeg geboren en heeft een zwangerschapsduur van onder de 32 weken. Er lijkt de laatste jaren een trend van toename van het aantal vroeggeboorten in Nederland en in andere Westerse landen.

Steeds meer baby’s overleven een extreme vroeggeboorte. ‘Helaas hebben ze een significante kans op hersenschade, wat enorme consequenties heeft voor de kinderen, hun ouders en de samenleving’, zegt Dudink. Om de oorzaak van de schade op te sporen is het belangrijk om zo vroeg mogelijk goede en duidelijke hersenscans te maken. ‘Door vroeg hersenschade aan te tonen, kunnen ouders beter worden begeleid en kunnen behandelaars meer te weten komen over de oorzaken van schade. Ook is het effect van behandelingen eerder te zien.’

Onderzoekers hebben de speciale MRI scans gemaakt bij de extreem te vroeg geboren baby’s al in de eerste week na de geboorte. Zo hebben ze de hersenontwikkeling al vroeg kunnen vastleggen. De vroege scans zijn gelukt met behulp van een speciale couveuse. De baby en de couveuse kunnen samen in de MRI scanner. De jongste baby in het onderzoek was geboren na een zwangerschapsduur van 24 weken. Op DTI- scans is onder andere de ontwikkeling van de ‘witte stof banen’, de ‘elektriciteitskabels van de hersenen’ goed te zien.

De Rotterdamse groep heeft ook hersenschade bij op tijd geboren bestudeerd. Elk jaar lopen bijna 100 kinderen hersenschade op door een herseninfarct, een aandoening die steeds vaker wordt herkend. De onderzoekers hebben als eerste laten zien dat er direct na het infarct sprake lijkt van schade op afstand van het infarct, zogenoemde netwerkschade. Dudink: ‘Netwerkschade zou een deel van de ontbrekende puzzel kunnen zijn voor het voorspellen van de toekomst van baby’s met herseninfarcten en kan grote implicaties hebben voor de bestudering van herseninfarcten bij baby’s en volwassenen.’

Het onderzoek is een deel van het wereldwijde werk dat gaande is op het gebied van de geavanceerde beeldvorming van de hersenen van baby’s na (en voor) de geboorte. Het is een veld waarin de afgelopen jaren enorme vooruitgang is geboekt. ‘Het zal dan ook niet lang meer duren voordat medici reeds zeer vroeg de neuro-psychologische ontwikkeling van kinderen kunnen gaan voorspellen aan de hand van vroege MRI scans. Iets wat ons de kans geeft vroeg bij te sturen door middel van ontwikkelingsgerichte interventies.’
[Erasmus MC]

Reactie Hartstichting op onderzoekresultaten omega-3 vetzuren

visAan voeding toegevoegde omega-3 vetzuren hebben geen positief effect bij mensen die een hartinfarct hebben doorgemaakt. Zij voorkomen geen volgende hart- of vaataandoening bij hen. Dit is de conclusie van een uniek langdurig onderzoek van Wageningen University onder bijna 5.000 hartinfarctpatiënten, dat gesteund is door de Hartstichting. De onderzochte vetzuren – afkomstig uit planten en uit vis – hebben mogelijk wel een positief effect bij vrouwelijke hartpatiënten en hartpatiënten met diabetes.

Reactie Hartstichting
Voedingsdeskundige Ineke van Dis van de Nederlandse Hartstichting zegt:” Het is nu onomstotelijk aangetoond dat extra omega-3 vetzuren in voeding geen nieuwe infarcten bij hartpatiënten voorkomen.

Tijdens de Alpha Omega Trial is niet onderzocht wat het effect is van toegevoegde omega-3 vetzuren bij gezonde personen. Het is dus onzeker of de algemene bevolking baat heeft bij het innemen van extra omega-3 vetzuren. De Hartstichting blijft adviseren om 2 keer per week vis te eten, conform de richtlijnen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum. Vis bevat immers meer voedingsstoffen dan visvetzuren alleen.”

Over het Alpha Omega Onderzoek
Voor het onderzoek smeerden bijna 5.000 hartpatiënten van 60-80 jaar, die eerder een hartinfarct hadden doorgemaakt, ruim 3 jaar lang speciaal voor dit onderzoek gemaakte margarines op hun brood. De margarines waren verrijkt met omega-3 vetzuren.

  • een groep hartpatiënten gebruikte een met visvetzuren verrijkte margarine die 400 milligram eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) bevatte.
  • een tweede groep ontving 2 gram van het uit o.a. sojaolie en walnoten afkomstige vetzuur alfa-linoleenzuur (ALA).
  • een derde groep kreeg de combinaties van de verschillende omega-3 vetzuren.
  • de controlegroep gebruikte een margarine zonder omega-3 vetzuren.