Wie wordt Mooi Mens 2010?

Mooi Mens Verkiezing 2010De inzendingen voor de Mooi Mens Verkiezing 2010 zijn weer gestart. Voor de vierde keer op rij organiseren we de verkiezing voor de mooiste mensen die werkzaam zijn in de zorg. Collega’s, vrienden en bekenden kunnen deze speciale mensen opgeven via www.izz.nl/mooimens.

Als zorgverzekeraar voor de zorg organiseren we ieder jaar de Mooi Mens Verkiezing, om zo de bijzondere mensen die werkzaam zijn in de zorg extra in het zonnetje te zetten. Deze mensen kennen veelal ongekende betrokkenheid, zijn een belangrijke inspiratiebron voor collega’s en verdienen het volgens IZZ daarom deze speciale waardering te krijgen. Tot 13 augustus kan iedereen op www.izz.nl/mooimens zijn of haar Mooi Mens opgeven. Na deskundig beraad van de jury wordt vervolgens een selectie gemaakt van 25 genomineerden, waar heel Nederland een stem op kan uitbrengen. Tijdens de finaleavond in november maakt een speciale ambassadeur bekend wie de titel Mooi Mens 2010 een jaar lang mag dragen.

Mooie mensen in het zonnetje
Bianca van der Linden, Mooi Mens 2009, merkte vorig jaar hoe speciaal het is om op deze manier in de spotlights te staan. “Voor mij en mijn collega’s uit de zorg is het geweldig om zoveel erkenning en waardering uit het hele land te ontvangen. Ik haalde altijd al veel waardering uit mijn werk, maar nu besef ik nog meer dat heel Nederland achter de mensen in de zorg staat.”

Deskundige jury
Net als voorgaande jaren besluit een deskundige jury over de lijst van inzendingen. Zij maakt een selectie van 25 genomineerden en staat onder leiding van Lizelotte Smits, bestuurder collectief CNV Publieke Zaak. Ook Bianca van der Linden (Mooi Mens 2009) maakt deel uit van de jury.

Kent u ook een bijzonder iemand uit de zorg? Geef hem of haar op voor de Mooi Mens Verkiezing 2010!

Leidse onderzoekers ontdekken nieuw virus

Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Jeroen Bosch Ziekenhuis hebben een nieuw humaan polyomavirus ontdekt. Dat maakten ze gisteren bekend in het online tijdschrift PLoS Pathogens. Het virus is zeer waarschijnlijk de veroorzaker van de zeldzame ziekte trichodysplasia spinulosa.

De huidaandoening Trichodysplasia spinulosa (TS) komt wereldwijd slechts bij enkele tientallen patiënten voor. De ziekte treft hen vooral in het gezicht: uit de huidcellen groeien gelige harde stekeltjes, de huid verdikt en wenkbrauwen en wimpers vallen uit. Alleen patiënten die afweerremmende medicijnen slikken, bijvoorbeeld om afstoting van een nieuw orgaan te voorkomen, krijgen deze ziekte soms.

De Leidse onderzoekers spoorden het virus op bij een 16-jarige jongen die TS ontwikkelde na een harttransplantatie. Virologen dr. Mariet Feltkamp en Els van der Meijden vermoedden al direct dat het om een polyomavirus ging. De huidcellen van TS-patiënten bleken vol te zitten met virussen van zo’n veertig nanometer in doorsnede. Dat is ook de grootte van de polyomaviridae, een klasse van kleine DNA-virussen die regelmatig problemen geeft bij mensen met afweerstoornissen zoals AIDS- en niertransplantatiepatiënten.

Andere onderzoekers hadden al vergeefs geprobeerd het virus te identificeren met behulp van klassieke identificatiemethoden zoals kweek en de zogenoemde PCR-techniek. De Leidse virologen boekten wel succes met een andere techniek: de Rolling-Circle Amplification. Het bleek inderdaad om een polyomavirus te gaan, en wel een nieuw soort. De onderzoekers hebben het virus voorlopig trichodysplasia spinulosa-geassocieerd polyomavirus (TSV) genoemd. TSV is verwant aan een ander humaan polyomavirus dat huidkanker veroorzaakt, het zogenaamde Merkel-cel polyomavirus (MCV).

Hoewel met deze identificatie nog niet bewezen is dat het TSV ook de oorzaak is van de zeldzame ziekte TS, is dat wel waarschijnlijk. De virusremmer cidofovir – die als crème op de huid wordt aangebracht – laat de stekeltjes in het gezicht van de patiënt grotendeels verdwijnen en dringt het aantal TSV-deeltjes in de cellen terug.

Feltkamp en Van der Meijden vermoeden dat TSV latent aanwezig is onder de bevolking en alleen bij een zeer slechte afweer tot uiting komt. De Leidse wetenschappers zullen vanwege de verwantschap met het kankerverwekkende virus MCV nagaan of TSV zelf ook iets met kanker te maken heeft. Daarnaast willen zij uitzoeken hoe algemeen het virus voorkomt, hoe het wordt overgedragen en of het nog andere gevolgen kan hebben.

Stand van zaken ziektemeldingen Q-koorts – 29 juli 2010

q-koortsIn 2010 zijn 318 mensen ziek geworden van de Q-koorts. Dit blijkt uit de nieuwste cijfers van het RIVM.

In totaal zijn dit jaar 432 meldingen van Q-koorts gedaan door de GGD’en bij het RIVM. Hiervan hadden dus 318 mensen hun eerste ziektedag in 2010. Daarnaast is van 95 patiënten bekend is dat zij in 2009 ziek zijn geworden, 6 patiënten maakten hun eerste ziektedag in de jaren daarvoor door. Van de overige 13 meldingen is nog geen eerste ziektedag bekend.

Uitleg cijfers
Als in het laboratorium een Q-koorts besmetting is vastgesteld, wordt dit doorgegeven aan de GGD. De GGD vraagt bij de huisarts of bij de patiënt zelf na wanneer de eerste ziektedag was. Met laboratoriumonderzoek is het namelijk niet altijd mogelijk om te bepalen wanneer de infectie heeft plaatsgevonden. Dat kan vorige maand zijn, maar ook enkele maanden, tot zelfs jaren geleden. Hierdoor kan een patiënt dus ten onrechte gemeld worden als een recente Q-koortspatiënt.

Sterfgevallen
In 2010 zijn 5 sterfgevallen gerelateerd aan Q-koorts gemeld bij het RIVM. Bij deze patiënten was sprake van chronische Q-koorts waarbij de infectie in voorgaande jaren was opgelopen. Bij de patiënten was tevens sprake van onderliggende medische problematiek.

Insuline-injecties voor jonge suikerpatiënten op termijn mogelijk overbodig

diabetes insulineInsulineproducerende cellen bij de mens blijken hernieuwbaar en kunnen door ontstekingscellen aangezet worden om te delen. Dat zeggen onderzoekers van het Diabetes Research Centrum (VUB). Als de moleculen die de deling stimuleren gekend zijn, kan dat er op termijn mogelijk voor zorgen dat jonge diabetespatiënten geen injecties of transplantaties meer nodig hebben.

In de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier zitten cellen die insuline aanmaken. Bij type 1-diabetespatiënten worden die cellen op veelal jonge leeftijd door het eigen immuunsysteem stuk gemaakt, waardoor het nodig wordt om het insulinegehalte in het lichaam met injecties of een transplantatie op peil te houden.

Verrassend resultaat
“Tot voor kort nam de wetenschap aan dat elke volwassen persoon een min of meer vast aantal insulineproducerende cellen bezat die een levenslang zouden moeten meegaan”, zegt wetenschappelijk onderzoeker Peter In’t Veld. “Wanneer die cellen beschadigd raken of dood gaan, zoals bij type1-diabetici, dan zou dat verlies onherroepelijk zijn.”

Bestudering van honderden gedoneerde alvleesklieren leverde echter een verrassend resultaat op. “Zoals verwacht was die delingsactiviteit zeer laag bij de meeste patiënten. Onverwacht werd bij een klein deel een heel hoge celdelingswaarde gevonden. Ontstekingscellen lijken die reparatie en celdeling in gang te zetten.”

Verder onderzoek moet de stoffen analyseren die de insulineproducerende cellen aanzetten tot deling. Eenmaal die gekend zijn, staat de deur mogelijk open voor de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel of therapie.

Het Diabetes Research Centrum (VUB) is één van de grootste in Europa.

Q-koortsbesmetting in Baarle-Nassau

Q-koortsIn Baarle-Nassau is een melkgeitenbedrijf besmet verklaard met Q-koorts. Dit is het 92ste bedrijf dat besmet verklaard is met de Q-koortsbacterie.

De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit plaatst een waarschuwingsbord bij het bedrijf in Baarle-Nassau. Het adres en de locatie van het bedrijf worden ook bekendgemaakt op de website van de nVWA.

Maatregelen
In december 2009 hebben de ministers van LNV en VWS besloten dat alle drachtige dieren op besmette bedrijven moesten worden geruimd. Met deze eenmalige noodmaatregel is voorkomen dat er tijdens het lammerseizoen (februari tot en met mei) miljarden Q-koortsbacteriën in het milieu kwamen. Omdat het lammerseizoen inmiddels voorbij is, staan er op het bedrijf in Baarle-Nassau nu geen drachtige dieren meer. Van het ruimen van dieren is dus geen sprake meer.

Alle dieren op het bedrijf in Baarle-Nassau zijn tijdig en volledig gevaccineerd. Vaccinatie verkleint de kans dat dieren besmet raken. Als een dier toch besmet is, zorgt vaccinatie ervoor dat dieren minder Q-koortsbacteriën uitscheiden. Omdat alle dieren tijdig en volledig zijn gevaccineerd is het niet nodig de dieren op het besmette bedrijf een levenslang fokverbod te geven.

Op het besmette bedrijf worden wel andere maatregelen genomen. Het besmette bedrijf mag geen bezoekers ontvangen in de stal. Alleen mensen die vanwege hun beroep op het bedrijf langskomen, mogen in stallen van besmette bedrijven komen.

Blijf alert op verschijnselen Q-koorts
De Q-koortsbacterie zal nooit helemaal uit Nederland verdwijnen en de bacterie kan lang in het milieu overleven. Daarom kunnen er nog steeds mensen ziek worden. Mensen die wonen, werken of verblijven in een gebied waar Q-koorts voorkomt, wordt daarom geadviseerd om naar de huisarts te gaan als zij ziekteverschijnselen van Q-koorts, zoals koorts met hoofdpijn of hoesten, hebben. Dit geldt vooral voor hartpatiënten, mensen met een afweerstoornis en zwangere vrouwen.

Nieuwe techniek verlaagt hoge bloeddruk

bloeddrukOp 28 juli 2010 wordt in het UMC Utrecht voor het eerst in Nederland een nieuwe kathetertechniek toegepast bij een patiënt met een extreem hoge bloeddruk. De techniek is ontwikkeld en onderzocht in het buitenland en biedt volgens de betrokken specialisten een goed perspectief voor mensen met een hoge bloeddruk waarbij medicijnen onvoldoende effect hebben.

Van alle volwassenen in Nederland heeft ongeveer één op de vijf een verhoogde bloeddruk. In Nederland betekent dit dat er meer dan 1 miljoen mensen hypertensie hebben; dat is een bloeddruk van meer dan 140/90 mmHg. Patiënten met een te hoge bloeddruk gebruiken medicijnen om hun bloeddruk onder controle te krijgen. Een deel van hen heeft resistentie tegen bestaande medicijnen (+/-15-20%), wat betekent dat de medicatie onvoldoende werkt. Dit vergroot het risico op een hartinfarct, beroerte of het verlies van nierfunctie. De nieuwe kathetertechniek wordt toegepast bij patiënten die een bovendruk hebben van meer dan 160 mmHg ondanks het gebruik van tenminste drie soorten medicijnen.

Het idee dat de nieren (mede)verantwoordelijk zijn voor het ontstaan en onderhouden van de hoge bloeddruk, bestaat al heel lang. De zenuwbanen die de nieren en de hersenen met elkaar verbinden spelen hierin een grote rol. In de vorige eeuw is al gebleken dat het doorsnijden van deze zenuwen een belangrijk bloeddrukverlagend effect heeft. De operatie was echter ingewikkeld en werd daarom niet of nauwelijks uitgevoerd. Door een technische innovatie kan het blokkeren van de functie van deze nierzenuwen nu verkregen worden op een niet al te ingewikkelde manier. De eerste ervaringen met de nieuwe techniek in het buitenland zijn heel gunstig.

De arts opereert via de zogenoemde kathetertechniek. Dit houdt in dat in de lies na plaatselijke verdoving met behulp van een aanpriknaald de linker of rechter dijbeenslagader (arteria femoralis) wordt aangeprikt. Via deze naald wordt een slangetje ingebracht waarlangs geen bloed kan ontsnappen, maar wel een katheter naar de nierarterie kan worden ingebracht. Via deze katheter wordt een kleinere katheter opgevoerd, die radiofrequente energie afgeeft. Op deze manier schakelt de arts de werking van het zenuwweefsel rondom de nierarterie uit.

De afdelingen cardiologie, nefrologie en radiologie van het UMC Utrecht passen deze techniek nu toe. De betrokken artsen zijn dr. M. Voskuil, dr. P.J. Blankestijn en dr. E.P.A. Vonken. In eerste instantie komen patiënten met een moeilijk behandelbare hoge bloeddruk in aanmerking voor deze ingreep. Soms hebben dergelijke patiënten al een gestoorde nierfunctie. In het kader van een project gefinancierd door een Innovatie Beurs van de Nierstichting, zal worden onderzocht waarom de techniek zo goed lijkt te werken.

Patiënten met een hoge bloeddruk die willen weten of zij eventueel voor deze techniek in aanmerking komen kunnen terecht bij hun huisarts of specialist.

Met diabetes op reis

vrouwen strandDiabetes en reizen gaan prima samen. Het hebben van diabetes mellitus hoeft geen probleem te zijn als u op vakantie gaat. Er zijn alleen wel een paar dingen waar u op moet letten.

Anders leven
Tijdens uw vakantie leeft u vaak anders dan normaal: uitslapen, later naar bed, luieren op het strand of juist een actieve vakantie. Daarnaast krijgt u waarschijnlijk te maken met andere etenstijden, onbekende gerechten, een heel ander klimaat of een tijdsverschil. Al deze factoren kunnen uw bloedglucosegehalte beïnvloeden. Daarom is het verstandig om, zeker wanneer u met een tijdsverschil te maken zult krijgen, tijdig met uw arts of diabetesverpleegkundige te overleggen hoe u daarmee het beste om kan gaan.

Voeding
Eigenlijk moet u zich op vakantie aan dezelfde voedingsvoorschriften houden als thuis. Kies voor gezonde voeding, wees matig met vet, zout en suiker en eet regelmatig. Probeer te voorkomen dat u in uw vakantie veel minder of meer eet dan anders. Zorg dat u altijd een belegde boterham, koekjes of druivensuiker bij u heeft. Drink steeds voldoende water, zeker tijdens vliegreizen en in warme landen. U heeft elke dag minstens 2 liter drinkvocht nodig. In landen met dubieus kraanwater is het beter om alleen (mineraal)water uit flessen te gebruiken.

Insuline bewaren
Insuline en spuitbenodigdheden moeten in het vliegtuig met de handbagage worden meegenomen. Insuline mag namelijk niet bevriezen. Op reis kan de insuline het best worden bewaard in een koeltas (niet tegen de koelelementen aanleggen) of in een thermosfles omdat de insuline haar werking verliest als het lange tijd warm bewaard wordt.
Het is aan te raden de insuline over 2 verschillende tassen te verdelen, voor het geval er één zoek raakt of gestolen wordt. Ook de teststrips kunt u het best over 2 tassen verdelen. Neem alles in ruime hoeveelheid mee.
Aanpassing van het insulineschema tijdens de vlucht is nodig als er een tijdsverschil van meer dan 2 tijdszones bestaat. U kunt dit het best bespreken met uw behandelend arts of met de diabetesverpleegkundige.

Douane
U hoeft bij de douane niet aan te geven dat u medicatie of andere spullen bij u heeft in verband met uw diabetes. Dit is namelijk voor persoonlijk gebruik. Wel is het verstandig dat u een medische verklaring bij u hebt over uw aandoening en geneesmiddelengebruik in de taal van het land waar u naar toe gaat. Daarmee voorkomt u moeilijkheden bij de douane als u in het bezit bent van injectiemateriaal, insuline of tabletten. Zo’n verklaring kunt u verkrijgen bij uw apotheek of uw diabetesverpleegkundige.

Wat te doen bij ziekte
Soms kan men tijdens de vakantie last krijgen van diarree, verstopping of koorts. Zorg bij klachten altijd dat u voldoende drinkt en controleer uiteraard regelmatig uw bloedglucose. Houden de klachten enkele dagen aan, ga dan naar een arts. Als u diabetes type 1 heeft en u moet overgeven, neem dan onmiddellijk contact op met een arts op uw vakantieadres of uw eigen arts in Nederland. Braken betekent Bellen!

Voor meer informatie kijkt u op de website van Diabetesvereniging Nederland: www.dvn.nl
[BovenIJ Ziekenhuis]

UMCG waarschuwt voor gevaren nep-piercing

tongpiercingHet Universitair Medisch Centrum Groningen waarschuwt voor het gebruik van potentieel gevaarlijke magnetische balletjes die als sieraad worden verkocht. Jongeren gebruiken de balletjes als alternatief voor een tong- of lippiercing. Hierbij bestaat het risico dat de balletjes worden ingeslikt en grote schade veroorzaken in de darmen. Onlangs werd in het UMCG een patiënte behandeld als gevolg van per ongeluk ingeslikte balletjes.

De magnetische balletjes kunnen bij het eten of drinken loslaten en ingeslikt worden. Door de sterke magnetische kracht zoeken de balletjes elkaar in de buik op. Wanneer een balletje zich in een deel van de darm bevindt en een ander balletje in een ander deel van de darm, trekken de balletjes naar elkaar toe. Hierdoor wordt het weefsel samengedrukt en ontstaat er een gat in de beide darmen naar elkaar toe. Ook is er kans op darmperforatie naar de buikholte.

“Jongeren realiseren zich niet wat de gevolgen van de magnetische balletjes kunnen zijn. Als ze de balletjes inslikken, denken ze dat deze het lichaam vanzelf weer verlaten. Bij het inslikken van één balletje zal dat ook wel gebeuren, maar wanneer voor die tijd een tweede balletje wordt ingeslikt, trekken de balletjes naar elkaar toe en is de kans op darmschade groot”, aldus kinderchirurg Paul Broens.