Q-koortsbacterie in melk na vaccinatie

melkDe Q-koorts bacterie Coxiella burnetii kan na vaccinatie van dieren wel in de melk terechtkomen. Dat is de voorlopige conclusie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis na onderzoek. De uitkomsten zijn in tegenspraak met wat de overheid stelt, namelijk dat na vaccinatie Coxiella burnetii DNA uit het vaccin niet in de melk kan terechtkomen.

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis  benadrukt dat er aan het „kleinschalige onderzoek geen definitieve conclusies kunnen worden verbonden, maar dat het wel aanleiding kan zijn om een grootschalig onderzoek te laten uitvoeren”. Dat zou dan gedaan moeten worden door een veterinair instituut.

Stap vooruit in bestrijding van kanker en hart- en vaatziekten

hartOnderzoeker ontdekt hoe bloedvaten ontstaan
Onderzoekers van het Erasmus MC hebben onderzocht hoe nieuwe bloedvaten ontstaan en hebben genen ontdekt die daarbij een rol spelen. De ontdekkingen kunnen helpen bij het bestrijden van veelvoorkomende ziekten als kanker en hart- en vaatziekten. Onderzoeker Robert Herpers promoveert woensdag 31 maart op de bevindingen.

Herpers heeft eerst gekeken welke genen actief zijn in de bloedvatwand. Vervolgens heeft hij onderzocht wat die genen precies doen en welke zorgen voor de groei en aanleg van nieuwe bloedvaten. Zo heeft Herpers onder andere in zebravissen kunnen vastleggen hoe aders en slagaders met elkaar fuseren wanneer bepaalde genen niet goed functioneren.

Het onderzoek was vooral bedoeld om meer te weten te komen over het ontstaan van nieuwe bloedvaten. De resultaten kunnen een stap op weg zijn naar een betere behandeling van hart- en vaatziekten. ‘Bij mensen die een hartinfarct hebben gehad stroomt er bijvoorbeeld onvoldoende bloed naar het hart omdat de slagaders beschadigd zijn. Door nieuwe bloedvaten te laten groeien, zijn die problemen mogelijk op te lossen.’

De kennis over bloedvaten helpt bij de bestrijding van bepaalde vormen van kanker. Sommige tumoren scheiden namelijk stoffen uit die ervoor zorgen er bloed- en lymfevaten van en naar de tumor groeien. Daardoor krijgen de gezwellen meer ‘voeding’, groeien ze sneller en is de kans op uitzaaiingen groter. Herpers heeft gevonden dat een bepaald gen (delta-like 4) regelt hoe gevoelig de bloedvaten zijn voor dergelijke stoffen die de tumor uitscheidt. Ook speelt het gen een rol bij de aanmaak van nieuwe lymfevaten. Herpers: ‘Zulke bevindingen suggereren dat specifieke tumoren een verhoogde respons zullen vertonen na behandeling met remmers voor dit gen.’

Het onderzoek van Herpers is onderdeel van het Vidiproject van Eric Duckers, hoofd van de afdeling Moleculaire Cardiologie van het Erasmus MC. Vidi is een subsidie uit de Vernieuwingsimpuls van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, bedoeld voor grensverleggend onderzoek.
[Erasmus MC]

Ziekte van Lyme neemt toe

teekDe beet van een teek kan een bacterie overbrengen die de ziekte van Lyme veroorzaakt.Huisartsen hebben in 2009 bij circa 22.000 mensen in Nederland een rode ringvormige uitslag op de huid vastgesteld, het eerste teken van de ziekte van Lyme. Dat zijn 5.000 mensen meer dan in 2005. Ook het aantal mensen dat de huisarts heeft bezocht vanwege een tekenbeet is toegenomen. Daarmee wordt de stijgende trend voortgezet. Dit blijkt uit een landelijk onderzoek van het RIVM naar het vóórkomen van de ziekte van Lyme in de huisartsenpraktijk. De resultaten worden bekend gemaakt in het kader van de Week van de Teek.

Onderzoek bij huisartsen
In december 2009 zijn ruim 9.000 huisartsen aangeschreven, van wie de helft aan het onderzoek meedeed. Daarmee is informatie verkregen over ongeveer 65 procent van de Nederlanders die bij een huisartsenpraktijk zijn ingeschreven.

Alert op tekenbeten
Omdat het tekenseizoen weer begint, is het belangrijk om alert te zijn op een tekenbeet. Dat kan door je kleding en lichaam te controleren op teken nadat je bijvoorbeeld in het bos, een tuin of een park bent geweest. Als je een teek op je huid ontdekt, moet deze zo snel mogelijk verwijderd worden met een puntig pincet of een tekentang. Als de teek binnen 24 uur wordt verwijderd, is de kans op besmetting met de bacterie zeer klein. Als er rond de plaats van een tekenbeet een rode cirkel ontstaat, die binnen een paar dagen groter wordt, moet je direct contact opnemen met je huisarts.

Om aandacht voor te vragen voor teken en de ziekte van Lyme, start op 29 maart de Week van de Teek. Bij de GGD is dan een folder verkrijgbaar over de ziekte van Lyme en de preventie. Zie ook www.weekvandeteek.nl.

Ziekte van Lyme
De bacterie Borrelia burgdorferi veroorzaakt de ziekte van Lyme. Deze bacterie kan worden overgedragen via een beet van een besmette teek. Als de bacterie wordt overgedragen, veroorzaakt de infectie binnen een week of drie in de meeste gevallen een erythema migrans rond de plek van de beet: een rode, ringvormige huiduitslag die binnen een paar dagen groter wordt, en soms ook griepachtige verschijnselen geeft. Een onbehandelde infectie kan chronisch worden, waarbij men last kan krijgen van het zenuwstelsel, gewrichten, huidaandoeningen of hartritmestoornissen.

De ziekte wordt behandeld met een kuur van antibiotica. Hoe eerder dit gebeurt, hoe beter en sneller het resultaat. Mensen kunnen elkaar niet besmetten. Ook huisdieren kunnen ziek worden na een tekenbeet, maar de ziekte wordt niet overgedragen van (huis)dier op mens.

Uit eerdere gegevens was al gebleken dat jaarlijks naar schatting ruim een miljoen Nederlanders een tekenbeet oploopt.

Kunstmatige alvleesklier voor diabetespatiënten

diabetesOnder wetenschappelijke leiding van het AMC gaat een Europees consortium een kunstmatige alvleesklier ontwikkelen voor mensen met diabetes type 1. Het apparaat volgt via een sensor de glucosewaarden in het bloed en dient, als dat nodig is, insuline toe. Voor de patiënt betekent dat een minder hevig schommelende bloedsuikerspiegel, en daardoor minder gezondheidsproblemen en complicaties. De Europese Commissie financiert het project met 10,5 miljoen euro.

Bij mensen met diabetes type 1 werken de insuline-producerende cellen in de alvleesklier niet meer. Om normaal te functioneren, moeten zij daarom enkele keren per dag in hun vinger prikken om hun bloedsuikerspiegel te controleren. Vervolgens spuiten ze de gewenste hoeveelheid insuline in. Bij een aanzienlijk deel van hen is het echter moeilijk om de glucosewaarden onder controle te houden. Zij zouden baat hebben bij een kunstmatige alvleesklier: een insulinepomp, gekoppeld aan een katheter die met een naald onder de huid wordt bevestigd. Aan het uiteinde van de katheter zit een sensor die continu de bloedsuikerspiegel in de gaten houdt.

Een van de uitdagingen is om het apparaat op het juiste moment de juiste hoeveelheid insuline te laten afgeven. Het volstaat niet om afhankelijk van de suikerspiegel meer of minder insuline toe te dienen. ’Er zijn veel factoren die de glucosewaarde beïnvloeden, zoals het eetpatroon, de aanmaak van glucose door het lichaam zelf, stress, de menstruele cyclus en lichamelijke inspanning’, zegt internist Hans de Vries in het AMC Magazine van april.

Het consortium gaat daarom software met wiskundige algoritmes ontwikkelen die rekening houdt met al deze factoren. Ook wordt een apparaat ontworpen dat zowel insuline toedient als metingen verricht. Uiteindelijk zal het effect van de kunstmatige alvleesklier in een multinationale, gecontroleerde studie vergeleken worden met dat van de standaard insuline-inspuitingen die diabetici zichzelf toedienen. Het is de bedoeling om de kwaliteit van leven van mensen met diabetes type 1 te verbeteren en op de lange duur ook de kosten voor de gezondheidszorg te verlagen.
Daaraan gaat het consortium AP@home – bestaande uit zeven academische instellingen en vijf industriële partners – de komende vier jaar werken. Zij kregen hiervoor subsidie van de Europese Commissie in het kader van het Framework Programme 7.

In het consortium zitten de volgende partijen: de universiteiten van Cambridge, Padova en Pavia, de umc’s van Amsterdam en Montpellier, de Medische Universiteit Graz, EPF Lausanne, het Profil Institut für Stoffwechselforschung GmbH, Triteq Ltd, Sensile Medical AG, STMicroelectronics en 4a engineering GmbH.

Diëtisten: Dr. Frank dieet, Sonja Bakker en Atkins onverantwoord

dieetUit een onderzoek onder 1100 diëtisten en gewichtsconsulenten blijkt dat minder dan tien procent de dieetmethoden zoals Dr. Frank dieet, Atkins, Montignac en de Afslankacademie een verantwoorde manier van afvallen vinden. Slechts 10% van de diëtisten geeft aan ook South Beach, Sonja Bakker of BEP verantwoorde diëten te vinden.

Diëtisten zijn vooral positief over het dieet van het Voedingscentrum (alles over afvallen) en het boek Eet je slank, De diëtistenmethode. Andere dieetmethoden vindt men over het algemeen niet verantwoord om mee af te vallen. Gewichtsconsulenten zijn niet minder negatief over de diverse afslankmethoden. Alleen de Diëtistenmethode, BEP en het dieet van het Voedingscentrum worden door 25% of meer verantwoord gevonden. Slechts een enkeling vindt de methoden Atkins, Montignac, Sonja Bakker of Dr. Frank verantwoord.
[Nieuws voor diëtisten]

Hogere premie zorgverzekering bij ongezonde leefstijl is geen optie

ZorgpremieSpecialisten van het UMC Utrecht zien niks in een hogere premie van de zorgverzekering voor ongezond levende mensen. Ze reageren op voorstellen van die strekking in de discussie over betaalbaarheid van de zorg. De specialisten doen hun uitspraken in het aprilnummer van Uniek, het magazine van het UMC Utrecht.

Ruim een derde van de totale ziektelast in Nederland is ‘rechtstreeks’ terug te voeren op een ongezonde levensstijl. Maar hoewel de invloed van levensstijlfactoren op onze gezondheid steeds duidelijker wordt, is er nooit sprake van een een-op-eenrelatie. Zo is overgewicht absoluut niet de enige oorzaak van hart- en vaatziekten. En het verband tussen longkanker en roken is erg sterk, maar het is zeker geen honderd procent. Epidemioloog Petra Peeters legt dat uit: “Van de rokende longkankerpatiënten zou tien tot vijftien procent ook longkanker hebben gekregen als ze niet gerookt hadden. Maar we weten niet welke patiënten dat zijn.”

Als de gevolgen van ongezond gedrag niet voor iedereen hetzelfde zijn, is het moeilijk mensen daar financieel aansprakelijk voor te stellen. Het roept bovendien de vraag op wat te doen met andere vormen van risicovol gedrag. Ook de behandeling van sportblessures belast ziekenhuizen. Peeters: “Sporters nemen bewust een risico, moeten die dan ook zelf betalen? En mensen die niet deelnemen aan vaccinatie- of preventieprogramma’s, moeten die dan ook meebetalen als ze tóch de Mexicaanse griep of baarmoederhalskanker krijgen?”

Lees het hele artikel op de website van UMC Utrecht

Subsidie voor samenwerking bevolkingsonderzoeken chronische ziekten

zorgDe Europese Unie stelt 12 miljoen euro subsidie beschikbaar aan het Universitair Medisch Centrum Groningen voor het combineren van gegevens uit meerdere grootschalige Europese bevolkingsonderzoeken. Hierdoor krijgt het onderzoek naar chronische ouderdomsziekten een nieuwe impuls. In de toekomst zijn door deze studies meer op het individu toegespitste acties uit te voeren voor preventie en behandeling.

Chronische ziekten als slagaderverkalking, suikerziekte en depressie nemen in onze vergrijzende samenleving een steeds belangrijker plaats in. Kennis over de oorzaken van deze ziekten is belangrijk voor betere preventie en behandeling. De afgelopen decennia zijn veel factoren gevonden die deze aandoeningen veroorzaken. Dit betreft zowel genetische factoren, als persoonlijke factoren zoals hoge bloeddruk, roken, opleiding, stress of juist combinaties hiervan. Als deze combinaties van oorzaken zijn ontrafeld, is individueel te bepalen welk risico iemand loopt en welke preventieve maatregel of behandeling het meeste effect heeft.

Onderzoek naar combinaties van risicofactoren vereist grote aantallen deelnemers die langere tijd gevolgd worden. Daarom zijn in verschillende Europese landen grootschalige populatieonderzoeken opgezet. In Nederland is dit ondermeer het LifeLines-project, een onderzoek onder uiteindelijk 165.000 inwoners van Noord-Nederland. Onderzoekers willen de gegevens uit verschillende onderzoeken samenvoegen, omdat dit meer en sneller wetenschappelijke resultaten oplevert.

De gegevens uit de verschillende Europese projecten zijn niet zonder meer samen te voegen. De metingen en procedures in de verschillende landen zijn niet gelijk. Daarnaast zijn er verschillen tussen de deelnemers waar in de berekeningen van de oorzaken van ziekte rekening mee gehouden moet worden. Tot slot zijn er verschillen in Europa rond ethiek en regelgeving die het samenvoegen van onderzoeksgegevens belemmeren.

Het UMCG coördineert het nu gefinancierde BioSHaRE-EU project (Biobank Standardisation and Harmonisation for Research Excellence in the European Union). Het doel hiervan is om gezamenlijk onderzoek naar chronische ziekten in Europa mogelijk te maken. Dit gebeurt door methoden en technieken te ontwikkelen voor het harmoniseren en standaardiseren van de bestaande populatieonderzoeken. Er wordt afzonderlijk gewerkt aan genetische-, medische-, laboratorium- en sociale gegevens. Ook is er aandacht voor de ethische en juridische aspecten.

Het UMCG maakt in eerste instantie gebruik van vijf grote populatieonderzoeken: LifeLines (Nederland), Hunt (Noorwegen), Lifegene (Zweden), KORA (Duitsland), UK Biobank (Engeland). Bij elkaar hebben deze projecten bijna 1,5 miljoen deelnemers. De gevonden methoden zullen daarna toegepast worden bij andere populatieonderzoeken. BioSHaRE wordt uitgevoerd binnen het Europese verband van populatieonderzoeken BBMRI (Biobanking and Bio-molecular Resources Research Infrastructure, www.bbmri.eu), in nauwe samenwerking met het wereldwijde consortium op dit terrein P3G (Public Population Project in Genomics, www.p3g.org).

Onderzoek naar chronische en multifactoriële ziekten is een belangrijk onderdeel is van het MCG-speerpunt “Healthy Ageing”. Immers, het voorkómen van chronische ziekten draagt bij aan gezond ouder worden. Er zijn verschillende afdelingen van het UMCG betrokken bij BioSHaRE, met name de afdelingen Epidemiologie en Genetica.

Complicaties bij suikerziekte: de rol van eiwitten en bloedstolsels

diabetesDiabetes mellitus (suikerziekte) is wereldwijd een van de belangrijkste doodsoorzaken. De ziekte gaat gepaard met ernstige complicaties, waaronder hart- en vaatziekten en wondgenezingsproblemen. Een verstoorde balans tussen het vormen en het oplossen van bloedstolsels is een risicofactor voor deze complicaties. Chantal Verkleij bestudeerde de rol van Thrombin-activatable fibrinolysis inhibitor – een eiwit dat bloedstolsels beschermt tegen een vroegtijdige afbraak – bij het ontstaan van hart- en vaatziekten, en tijdens de wondgenezing. Zij bracht het mechanisme van de bloedstolling, het oplossen van een bloedstolsel in patiënten met type 2 diabetes en de bijbehorende complicaties beter in kaart.

Promotie Mw. C.J.N. Verkleij
The role of Thrombin-Activatable Fibrinolysis Inhibitor in Diabetes Mellitus
donderdag 1 april 2010, 14:00 uur
Promotor: dhr. prof. dr. J.C.M. Meijers
Universiteit van Amsterdam