Nederland de gezondste jongeren van Europa

groentenRosenmöller: zet gezonde jeugd in lokaleverkiezingsprogramma’s.
Nederlandse jongeren zijn over vijf jaar de gezondste van Europa. Dat is de ambitie van Paul Rosenmöller, aanjager van het nieuwe Convenant Gezond Gewicht. Dit nieuwe convenant is maandag 23 november tijdens de Nationale Balans Top in het Haagse ADO-stadion ondertekend door Minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ruim 20 partijen uit het bedrijfsleven, de grote steden en het maatschappelijk veld. Rosenmöller roept alle gemeenteraden op om deze ambitie speerpunt te maken voor de komende verkiezingen en een prominente plek te geven in het nieuwe gemeentebeleid.

Het thema overgewicht staat na vijf jaar convenant definitief op de agenda van burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. In haar eindrapport stelt het convenant dat het aantal volwassenen met overgewicht zich lijkt te stabiliseren op 52% voor mannen en 41% van vrouwen. ‘Onze grootste zorg gaat uit naar kinderen en jongeren. Daar is nog steeds sprake van een stijgende trend. We moeten alles op alles zetten om een nieuwe generatie van gezonde jongeren te creëren. Met ouders, consultatiebureaus, scholen, voedingsaanbieders, sportverenigingen, etc. Laat dat een speerpunt zijn in de programma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen.’ aldus convenantvoorzitter Paul Rosenmöller.

Onder de naam Jongeren Op Gezond Gewicht, JOGG, ondersteunt het convenantbureau de komende vijf jaar gemeenten die samen met publieke en private partijen bouwen aan een gezonde gemeente. Deze aanpak is gebaseerd op het Franse EPODE (Ensemble, Prévenons l’Obesité Des Enfants), de methode waarmee inmiddels zo’n 165 ‘villes santés’ het overgewicht drastisch hebben teruggebracht. De ambitie van Rosenmöller is om dit succes in Nederland te overtreffen, zodat Nederland over vijf jaar de gezondste jongeren van Europa heeft. ‘Ik roep het kabinet, met name de minister van Jeugd en Gezin, op om deze ambitie krachtig te steunen. Dan zetten we Nederland echt op de Europese kaart.’

75 JOGG-gemeenten
De JOGG-aanpak kenmerkt zich door een sterke trekker die alle lokale partijen (gemeente, scholen, GGD, sportverenigingen, bedrijven) laat samenwerken aan één gemeenschappelijk doel: een gezonde gemeente voor de jeugd. Het convenantbureau wil dat er in 2015 in Nederland minstens 75 van zulke JOGG-gemeenten zijn.  Almere, Amsterdam Zuid Oost, Eindhoven, Utrecht,Veghel, Woudrichem en Zwolle zijn de eersten die belangstelling hebben getoond. In Zwolle is al een begin gemaakt met deze aanpak. Zo is hier gestart met een grote ‘gezondheidscheck’ onder kinderen. Wetenschappelijk onderzoek, sterk commitment van B&W en publiek-private samenwerking vormen de belangrijkste pijlers van de JOGG-aanpak.

Olympisch Plan 2028
Het streven naar de gezondste jongeren van Europa sluit goed aan op de ambitie van het Olympisch Plan 2028 om heel Nederland op ‘Olympisch niveau’ te brengen. Meer sport en bewegen en een gezond voedingspatroon vormen de basis voor een gezonde leefstijl. Dagelijks een uur gym, gezonde (school)kantines, veilige fietsroutes, voedingslessen, buitenspeelveldjes en voorlichting aan ouders zijn enkele van de concrete maatregelen die het nieuwe convenant voorstelt. Naast de ondersteuning van de JOGG-gemeenten, waarin zo’n 5 miljoen mensen worden bereikt, blijft het nieuwe convenant zich ook richten op het bevorderen van de gezonde keuze in brede zin: op school, op het werk, in de winkels en in de vrije tijd.

Het nieuwe Convenant Gezond Gewicht is een vervolg op het Convenant overgewicht dat in 2005 op initiatief van minister Hoogervorst werd gesloten tussen de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs en acht partijen uit het bedrijfsleven en het maatschappelijk veld om de stijgende trend van overgewicht bij volwassenen en kinderen een halt toe te roepen. Onder het voorzitterschap van Paul Rosenmöller hebben de nu 20 convenantpartijen zich de afgelopen vijf jaar ingespannen om de gezonde keuze makkelijk en aantrekkelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn de invoering van het Ik kies bewust logo, de snackwijzer, de gezonde schoolkantine, het Lekker Fit! lespakket voor de basisschool. Deze en nog veel meer goede voorbeelden zijn te zien in de Gezonde Stad van de Toekomst die speciaal voor de Nationale Balans Top is gebouwd.

Partners van het Convenant Gezond Gewicht zijn: Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Christelijk Nationaal Vakverbond, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie, Federatie Nederlandse Vakvereniging, G4 (A’dam, Den Haag, U’trecht, R’dam), GGD Nederland, GroentenFruit Bureau, Jeugd en Gezin, Koninklijke Horeca Nederland, Koninklijke Vereniging MKB Nederland, Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding, MBO-Raad, Ministerie van OC&W, Ministerie van VWS, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, Nederlandse Hartstichting, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, NOC*NSF, PO-Raad, Productschap Tuinbouw, Vakcentrale MHP, Vereniging Inzake Distributie en Diensten door Automaten en Apparaten, Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties, Vereniging VNO-NCW, Vereniging voor Waterbedrijven in Nederland, VO-Raad, Zorgverzekeraars Nederland.

Meer dan 2000-2500 kcal per dag is geen probleem

overgewichtBritse voedingsdeskundigen hebben toegegeven dat mannen en vrouwen zonder nadelige gevolgen 400 kcal méér per dag tot zich kunnen nemen dan tot dusver werd geadviseerd.

Jarenlang werd de tegen overgewicht strijdende mens voorgehouden dat een dagelijkse inname van zo’n 2000 kcal (voor vrouwen) tot 2500 kcal (voor mannen) wel het maximum zou moeten zijn, nieuw onderzoek wijst uit dat daar best nog wel een cheesburgertje of twee zakjes chips bij moet kunnen, zonder dat dat een extra vetrol tot gevolg heeft.

De aanpassing in dit advies volgt op een onderzoek naar hoe vet wordt verbrand door te bewegen. Daaruit volgde een veel nauwkeuriger schatting naar de hoeveelheid kcal die een mens tot zich zou moeten kunnen nemen, zo meldt de Daily Mail .

Hoewel de nieuwe boodschap voor opluchting zou kunnen zorgen bij de lijnende medemens, zijn gezondheidsadviseurs minder happy met het bericht. Zij vrezen dat er nu verwarrende signalen worden gegeven aan mensen die het al moeilijk genoeg hebben met het vaststellen en vasthouden van een gezond eetpatroon.

Mexicaanse griep: 7826 doden wereldwijd

Mexicaanse griepIn totaal zijn er al minstens 7826 mensen aan de Mexicaanse griep overleden. Dat maakte de Wereldgezondheidsorganisatie vrijdag bekend.

De Mexicaanse griep verloopt in de meeste gevallen mild, en is vergelijkbaar met de seizoensgriep. Iemand met Nieuwe Influenza A is gemiddeld een week ziek. Ook zonder medicijnen te gebruiken worden mensen met deze griep meestal weer snel beter. Voor bepaalde groepen mensen kan de griep echter ernstiger verlopen.

Actuele en betrouwbare informatie over de Mexicaanse griep staat op Grieppandemie.nl

Klink eens met huisartsen over landelijke invoering EPD

DokterMinister Klink is verheugd dat de huisartsenvereniging LHV de gemeenschappelijk opgestelde uitgangspunten voor de invoering van het landelijk EPD naar haar leden heeft gestuurd. De uitgangspunten zijn opgesteld in nauwe samenwerking met het ministerie van VWS en de koepelorganisaties van zorgverleners (LHV, KNMG, KNMP, NHG, KNGF, V&VN, NMT en LSV).

Klink beschouwt de notitie als een belangrijke stap bij de invoering van het EPD. De invoering van het EPD is afgelopen zomer gestart. Via het Landelijk Schakelpunt (LSP) kunnen gegevens van patiënten worden uitgewisseld. Het gaat daarbij dus om zowel de gegevens die landelijk opvraagbaar zullen zijn (de huisartswaarneemgegevens en het medicatie dossier) als de aanvullende regionale gegevens. Momenteel zijn 450 zorgaanbieders aangesloten op het LSP en zijn er ruim 1 miljoen dossiers opvraagbaar via het landelijk EPD systeem.

Regionaal perspectief
De verdere ontwikkeling van het EPD, c.q. het aansluiten van huisartsen, huisartsenposten, apothekers en ziekenhuizen, zal zoveel mogelijk plaatsvinden vanuit een regionaal perspectief. Hiermee wordt de kans op snelle toename van zinvol gebruik van het epd vergroot. Tevens zal bezien worden hoe overige regionale gegevensuitwisseling gebruik kan gaan maken van de landelijke infrastructuur. Hiermee zal regionale gegevensuitwisseling van dezelfde veilige infrastructuur met de bijbehorende privacy-eisen gebruik kunnen gaan maken als de landelijke gegevensuitwisseling. .

De minister neemt afstand van berichten in de media die melden dat 500.000 zorgverleners toegang tot alle patientengegevens via het EPD krijgen. Dat is geenszins het geval. Op dit moment kunnen alleen huisartsen, apothekers en medisch specialisten (of door henzelf daartoe gemandateerde medewerkers) bepaalde relevante gegevens uit het epd direct raadplegen. Voor elke beroepsgroep geldt daarbij een autorisatieprofiel. Dit garandeert dat de beroepsbeoefenaar alleen die specifieke informatie kan raadplegen die nodig is voor de behandeling. Zo kan een apotheker geen professionele samenvatting van de huisarts inzien en krijgt de fysiotherapeut helemaal geen inzage in het EPD. Een uitbreiding van deze beroepsgroepen kan in de toekomst plaats hebben als dat noodzakelijk is voor de verlening van verantwoorde zorg.

UZI-pas
Toegang tot de gegevens in het EPD is uitsluitend mogelijk met gebruikmaking van een UZI-pas van zorgaanbieders in combinatie met een pincode vanuit een gekwalificeerd en dus veilig zorginformatiesysteem. De UZI-pas bevat de beroepstitel en eventueel specialisme van een zorgverlener en aan de hand daarvan wordt bepaald welke informatie kan worden ingezien.

Het raadplegen van gegevens in het landelijk EPD mag bovendien alleen als er sprake is van een behandelrelatie met een patient en als het nodig is voor de behandeling. De behandelrelatie moet als zodanig zijn vastgelegd in het systeem van de zorgaanbieder. Bij raadpleging van gegevens moet de patiënt expliciet toestemming verlenen. Elke raadpleging wordt gelogd en is altijd te herleiden tot de zorgverlener.

Als desondanks artsen of hun mederwerkers oneigenlijk gebruik maken van gegevens uit het EPD zullen zware sancties volgen. Het kan zo zijn dat een overtreder van de regels niet langer zijn beroep mag uitoefenen.

Minister Klink hecht er aan te benadrukken dat invoering van het EPD de kwaliteit en veiligheid van de zorg zal verhogen. Nu komen er jaarlijks 19.000 mensen (300 per dag) in het ziekenhuis vanwege medicatiefouten met alle, soms zeer ernstige, gevolgen van dien. Het EPD kan dit soort fouten voorkomen en patiënten veel leed besparen.

Vrijwillig
Deelname is en blijft vrijwillig. Iedereen kan altijd ja of nee zeggen, dus al dan niet meedoen. Maar om ja of nee te kunnen zeggen moet het EPD wel aangeboden worden aan elke patiënt. Daarom is het winst dat overheid en koepelorganisaties nu verder samen optrekken bij het vormgeven van het landelijke zowel als het regionale EPD en alle systemen aan bovengestelde veiligheidseisen kunnen gaan voldoen.

Blijvende motorische achterstand na vroeggeboorte

zwangere vrouwKinderen die na minder dan 32 weken zwangerschap of met een geboortegewicht lager dan 1500 gram geboren worden, blijken tot in de adolescentie grote achterstanden in hun motorische ontwikkeling te hebben ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Het gaat hier om de ontwikkeling van motorische vaardigheden als balans, handvaardigheid en motoriek. Dit blijkt uit onderzoek van de afdeling Klinische Neuropsychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. De resultaten van dit onderzoek zijn deze week gepubliceerd in Journal of the American Medical Association, een van de meest vooraanstaande medisch tijdschriften in de wereld.

De onderzoekers vergeleken de motorische vaardigheden van 9653 te vroeg geboren kinderen van verschillende leeftijden met hun leeftijdsgenootjes. Daarbij bleek dat de gemiddeld opgelopen motorische achterstand ook consistent aanwezig blijft tot ver in de adolescentie. Hoe korter de zwangerschap duurde, of hoe lager het geboortegewicht was, hoe groter de aanwezige motorische achterstanden in de eerste vijf jaar van de ontwikkeling blijken te zijn.

De aanwezigheid van achterstanden in de motorische vaardigheden speelt een belangrijke, faciliterende rol bij het ontstaan van ontwikkelingsproblemen, omdat deze erg belangrijk zijn bij alle dagelijkse bezigheden zoals lopen, fietsen, sporten, typen, schrijven, en het functioneren op school. De bevindingen sluiten daarmee aan bij ander onderzoek waaruit blijkt dat zeer vroeggeboren kinderen ook op andere gebieden minder voorspoedig ontwikkelen dan kinderen die na een voldragen zwangerschap worden geboren.

Overtollige vaccins Mexicaanse griep verkopen

vaccinatie naaldDe ministerraad heeft besloten om overtollige vaccins tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) te verkopen aan andere landen die een ernstig tekort hebben aan vaccins. Het gaat om ongeveer 2 miljoen doses vaccin die niet nodig zijn voor de lopende vaccinatiecampagne bij huisartsen, GGD’en en zorginstellingen.

Minister Klink gaat er vanuit dat het niet nodig zal zijn om nog andere groepen in Nederland vaccin aan te bieden dan de groepen die inmiddels op advies van de Gezondheidsraad en het RIVM zijn opgeroepen, gezien het verloop van de griepepidemie.

Tegen die achtergrond vindt het kabinet dat Nederland andere landen moet helpen die tot nu toe niet in staat zijn om hun risicogroepen een vaccinatie aan te bieden. Voor de zekerheid zal een beperkte voorraad vaccins als buffer worden aangehouden met het oog op mogelijke onverwachte ontwikkelingen. Het gaat om ongeveer 2,2 miljoen doses vaccin.

Naast de ongeveer 2 miljoen doses die in december verkocht kunnen worden, volgen in de eerste maanden van 2010 nog ruim 17 miljoen doses vaccins die voor verkoop in aanmerking komen.

Overigens is het aantal mensen dat de huisarts bezoekt wegens griepachtige klachten afgenomen. Op basis hiervan kan nog steeds worden gesproken van een milde griepepidemie in Nederland.

Het aantal gerapporteerde ziekenhuisopnamen en IC opnames is licht gedaald ten opzichte van vorige week. Er zijn in de afgelopen week 8 mensen overleden ten gevolge van de Nieuwe Influenza A (H1N1), alle 8 met onderliggende medische problematiek.

Koorts na griepvaccinatie

Mexicaanse griepRuim een derde (35 procent) van de meldingen over bijwerkingen van de Mexicaanse griepprik bij kinderen betreft koorts. Koorts is een bekende bijwerking. Lareb, het centrum dat de bijwerkingen in Nederland bijhoudt, meldt dat vier kinderen kort moesten worden opgenomen in het ziekenhuis wegens behoorlijk hoge koorts.

Lareb ontving deze week 718 meldingen van bijwerkingen van het vaccin Pandemrix bij kinderen. Het is niet duidelijk of alle meldingen met de vaccinatie hadden te maken. De GGD vaccineert sinds maandag vele duizenden kinderen tegen de griep. Ongeveer 70 procent van alle mensen die de GGD had opgeroepen om een prik te halen, kwam opdagen. De gezondheidsorganisatie krijgt volgende week de definitieve cijfers.

In december volgt een nieuwe vaccinatieronde. Bij de risicogroepen die door huisartsen zijn ingeënt, werden 1652 bijwerkingen gemeld. In zestig gevallen ging het om ernstige klachten, maar vaak bleek er geen relatie te zijn met het vaccin. De meeste mensen hebben een pijnlijke plek op hun arm, hoofd- of spierpijn.

Verkeersveiligheid belangrijker voor beweging kinderen dan speelplekken

speeltoestelEen veilige verkeerssituatie is belangrijker om kinderen voldoende te laten bewegen dan veel speelplekken en veel groen in een wijk. Dit concludeert Sanne de Vries in haar proefschrift over beweegvriendelijke wijken voor kinderen.

Zij onderzocht in tien stadswijken, onder andere in Rotterdam, Amersfoort en Hengelo, hoe het beweeggedrag van kinderen samenhangt met de inrichting van een wijk. Het aanleggen van meer speelplekken is volgens haar niet voldoende om kinderen te stimuleren meer te bewegen. De Vries, werkzaam bij TNO, promoveert 26 november aan VU medisch centrum in Amsterdam.

Kinderen moeten elke dag minstens 60 minuten bewegen om gezond en fit te blijven. Met behulp van beweegdagboekjes en geavanceerde stappentellers bij 350 peuters en 500 leerlingen van de basisschool kon De Vries concluderen dat ruim 80 procent van de stadskinderen onvoldoende beweegt.

Niet alleen buiten spelen, maar juist ook lopen of fietsen draagt bij aan de dagelijkse beweging van kinderen. Daarom is een veilige verkeersinfrastructuur in de woonwijk zo belangrijk. Kinderen uit wijken met veel oversteekplaatsen blijken drie tot vijf keer vaker naar school te lopen of te fietsen dan kinderen uit wijken met minder oversteekplaatsen. Ook de aanwezigheid van fietspaden, trottoirs, parkeerplaatsen en rotondes bevorderen het beweeggedrag van stadskinderen. Opvallend is dat ook parkeerstroken parallel aan het trottoir positief samenhangen met het beweeggedrag van kinderen. Zo’n parkeerstrook werkt waarschijnlijk als een soort buffer tussen het trottoir en de weg en geeft daardoor een veilig gevoel. Hoe veiliger de wijk, hoe meer kinderen spelen en lopen op straat.

Vijf van de tien onderzochte wijken zijn inmiddels deels opnieuw ingericht. De Vries onderzoekt bij TNO door middel van herhaalde metingen of kinderen meer zijn gaan bewegen door de wijkaanpassingen. De resultaten hiervan zijn in juli 2010 bekend.
[VUmc]