Zorg voor diabetes en wat is er nodig

diabetesOnder de titel Nooit meer chocola? begint het NIVEL een onderzoek onder mensen met een verstandelijke beperking en diabetes. Hoe loopt de zorg voor diabetes bij hen en wat is er nodig?

In Nederland bestaat de diabeteszorg voor het grootste deel uit zelfmanagement. Patiënten meten thuis hun bloedsuiker, houden zelf hun voedingspatroon in de gaten, spuiten zelf insuline, enzovoort. Hoe doen mensen met een verstandelijke beperking dit? Diabetes type 1 en type 2 komt regelmatig voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoe leren zij hiermee omgaan? Hoe ervaren zij het leven met diabetes? Er zijn nog nauwelijks antwoorden op deze vragen.

Met subsidie van het Diabetesfonds gaat het NIVEL de komende anderhalf jaar de stand van zaken van de diabeteszorg onderzoeken bij mensen met een verstandelijke beperking. Bijzonder aan dit onderzoek is dat de ervaringen van mensen zelf centraal staan. Verder worden ook hun naasten en hun eventuele diabeteszorgverleners bevraagd.

Het NIVEL heeft in 2005 het Panel Samen Leven opgezet. Dit bestaat uit ongeveer 700 mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking van 15 jaar en ouder. Voor Nooit meer chocola? benadert het NIVEL de panelleden met diabetes. Het onderzoek sluit zowel aan bij de onderzoeken van het NIVEL naar diabetes als bij die naar mensen met een verstandelijke beperking. Met de opgedane inzichten kan meer gericht worden gewerkt aan voorlichting en ondersteuning over het leven met diabetes.

Toekomstige behandeling reuma op individueel niveau?

ReumaDe resultaten uit het proefschrift van Lisa van Baarsen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een test voor vroege diagnose, met als uiteindelijk doel preventieve medicatie op maat voor patiënten met reuma. Zij maakte hierbij gebruik van DNA microchips. Eén chip meet in één experiment de activiteit van ongeveer 20.000 genen, de boodschappers van onze lichaamsfunctie.

Patiënten met reumatoïde artritis (RA) hebben ontstekingsreuma die gekenmerkt wordt door pijnlijke en gezwollen gewrichten. Omdat niet iedere patiënt dezelfde symptomen en klachten vertoont is het ziekteverloop onvoorspelbaar en kunnen verschillende behandelingsstrategieën nodig zijn. Dit heterogene karakter van de ziekte verlaagt de kans op succes bij het testen van nieuwe medicijnen voor behandeling.

Van Baarsen onderzocht het hergroeperen van patiënten in meer homogene patiëntengroepen. Hiervoor maakte ze gebruik van een van de nieuwste technologische ontwikkeling op het moleculaire gebied, de zogenaamde DNA microchips. Eén chip meet in één experiment de activiteit van ongeveer 20.000 genen, de boodschappers van onze lichaamsfunctie. Deze informatie kan per patiënt worden omgezet in een soort streepjescode waarna de meest op elkaar lijkende codes bij elkaar gezocht worden en in één groep geplaatst. Per patiëntengroep kan men vervolgens de informatiecode proberen te kraken om zo het onderliggende ziekteproces te ontrafelen en nieuwe therapieën, die het meest geschikt zijn voor een specifieke patiëntengroep, te ontwikkelen.

De resultaten uit dit onderzoek kunnen een bijdrage leveren om uiteindelijk te voorspellen welke behandeling het meest geschikt is voor welke patiënt. Ook paste Van Baarsen deze techniek toe in een groep van personen met een verhoogd risico op het krijgen van RA en het bleek dat sommige personen al een code hebben die vergelijkbaar is met die van RA-patiënten.

Promotie E.G.M. van Baarsen
01-10-2009, 13.45 uur
Toekomstige behandeling op individueel niveau?
Promotor: prof.dr. C.L. Verweij
VU medisch centrum

Bevolkingsonderzoek darmkanker bespaart veel geld

Door te investeren in een bevolkingsonderzoek naar darmkanker kunnen regeringen en zorgverzekeraars in de toekomst veel geld besparen. Dit schrijven onderzoekers van het Erasmus MC in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Journal of the National Cancer Institute.

Doordat bij een bevolkingsonderzoek de ziekte vaak vroegtijdig wordt ontdekt, kunnen patiënten goedkopere behandelingen krijgen. Daardoor kan in de nabije toekomst al de helft op de behandelkosten worden bespaard. De kosten van het bevolkingsonderzoek worden dan ruimschoots terugverdiend.

Explosief
De komende jaren zullen de behandelkosten voor darmkanker explosief toenemen, mede door de ontwikkeling van nieuwe dure chemotherapieën. ‘Het is daarom belangrijk te voorkomen dat patiënten deze zorg nodig hebben,’ zegt onderzoeker  Iris Lansdorp-Vogelaar van het Erasmus MC. Een bevolkingsonderzoek is een goede methode omdat darmkanker dan kan worden opgespoord bij mensen die al wel aan de ziekte lijden, maar dat nog niet weten, bijvoorbeeld omdat ze nog geen klachten hebben. In de nabije toekomst kan met een bevolkingsonderzoek al de helft worden bespaard op de kosten van de behandelingen.

Bloedsporen
Er zijn verschillende manieren om darmkanker op te sporen. Het kan simpelweg door mensen te vragen een klein monster ontlasting af te geven. In het laboratorium kunnen onderzoekers dan kijken of er bloedsporen in zitten. Een andere manier is om de dikke darm en de endeldarm met een endoscoop te onderzoeken. Vooral de eerste methode kan winstgevend zijn.

Effecten
Lansdorp-Vogelaar promoveerde eerder dit jaar op een onderzoek naar de effecten van darmkanker-screening op de volksgezondheid. In dat onderzoek berekende ze hoeveel levens een bevolkingsonderzoek kan redden. Nu overlijdt nog bijna de helft van de patiënten. Door een bevolkingsonderzoek kan het sterftepercentage met 11 tot 33 procent worden teruggedrongen. Wereldwijd krijgen jaarlijks meer dan een miljoen mensen te horen dat ze darmkanker hebben. In Nederland zijn dat er 11.000.

Lonend
Verschillende landen bekijken momenteel of het invoeren van een bevolkingsonderzoek lonend is. Ook in Nederland buigt de politiek zich over dit onderwerp. Het Erasmus MC voert daartoe samen met het Integraal Kankercentrum Rotterdam en de Stichting Bevolkingsonderzoek ZWN verschillende proefonderzoeken uit in de regio Rijnmond. Ons land kent nu nog alleen nationale bevolkingsonderzoeken voor baarmoederhalskanker en borstkanker.
[Erasmus MC]

Helft Vlamingen beweegt te weinig

loopschoenenMeer dan de helft van de Vlamingen beweegt te weinig om gezond te blijven. Vlaamse ministers willen met het project ‘10.000 stappen Vlaanderen’ Vlamingen en Brusselaars ertoe aanzetten dagelijks op een eenvoudige manier meer te bewegen.

Half uur extra
Volgens professor Cardon (UGent) moeten volwassenen dagelijks een half uur extra stappen om de internationale norm van 10.000 stappen te halen. Meer dan de helft van de Vlamingen haalt die volgens haar niet. “Met deze campagne willen we mensen in de eerste plaats motiveren om matig intens te bewegen. De drempel naar de sportclub is dikwijls te hoog en dus focussen we op een geleidelijke opbouw”, aldus Cardon. Samen met de zesduizend stappen die mensen gemiddeld al zetten per dag, leveren de vierduizend passen van een extra halfuurtje wandelen zo dagelijks de gezondheidsnorm van tienduizend passen op.

Campagne
Via de campagne worden zo’n 350.000 folders en 60.000 affiches verspreid. “Bij de gemeenten zullen mensen ook pakketen met stappentellers kunnen uitlenen zodat ze met een betrouwbare meter hun stappen kunnen tellen”, aldus projectcoördinator Pieter Metsu. Een degelijke stappenteller kost in de winkel al gauw zowat twintig euro. Een vernieuwde website moet Brusselaars en Vlamingen nog meer over de streep trekken.
[DeMorgen.be]

Kinkhoest is tienerziekte geworden

kinkhoestHet aantal gevallen van kinkhoest is de laatste jaren weer afgenomen. Opvallend is wel dat de piekleeftijd met de meeste gevallen van kinkhoest tegenwoordig tussen de 10 en 14 jaar ligt, terwijl die een paar jaar geleden nog tussen de 1 en 4 jaar lag.

Kinkhoest is voor ouderen geen gevaarlijke ziekte, maar zuigelingen kunnen eraan sterven. Daarom zit het vaccin sinds de jaren vijftig in de DKTP-prik. In 2001 en 2002 waren er ondanks de vaccinatie epidemieën van kinkhoest. De bacterie Bordetella pertussis die kinkhoest veroorzaakt bleek sinds de jaren vijftig veranderd, maar de vaccins niet. Ze beschermden daardoor niet meer voldoende tegen de ziekte. Sinds juli 2001 zijn de vaccinaties op 4-jarige leeftijd en sinds 2005 álle vaccinaties voor kinkhoest vervangen door een vernieuwd vaccin. Dat blijkt effectief, kinkhoest komt nu minder vaak voor.

Jongerenziekte
Kinkhoest is een tienerziekte geworden. De ziekte komt nu vooral voor in de leeftijdsgroep van 10 tot 14 jaar, zo blijkt uit onderzoek binnen de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations van het NIVEL, en niet in de leeftijdsgroep van 1 tot 4 jaar, tot voor kort de leeftijdsgroep waarin kinkhoest het meest voorkwam. NIVEL-onderzoeker, huisarts en epidemioloog Gé Donker: “Dat de piekleeftijd nu bij jonge tieners ligt, is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat zij niet zijn gevaccineerd met het nieuwe vaccin. Zij zijn beschermd tegen de ‘oude’ bacterie, maar niet tegen de kinkhoest van nu. De ziekte gaat vanzelf over, maar het hoesten kan maanden aanhouden. Belangrijk is dat het nieuwe vaccin effectief blijkt voor de kinderen die daarmee gevaccineerd zijn.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations vormen een representatieve groep van 61 Nederlandse huisartsen in 45 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is representatief naar regio en naar verdeling over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks (waardoor trends zeer snel zichtbaar worden) of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.
[nivel]

Symposium Sportgeneeskunde in het UMCG

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

Na een openingswoord van chef de mission van de Olympische ploeg van Vancouver 2010 Henk Gemser staan een aantal inhoudelijke lezingen op het programma. De behandeling van de veelvoorkomende voorstekruisbandletsels en de revalidatie na deze langdurige blessure, staan centraal in een lezing van hoogleraar sportgeneeskunde Ron Diercks en sportfysiotherapeut Jan Hamelink. Sportarts Bram Bessem van het UMCG spreekt over het nut van de sportkeuring. Onderzoeker Ida Buist en sportarts Steef Bredeweg gaan nader in op de risicofactoren van hardloopblessures. Anne Benjaminse belicht de rol van preventie bij sportblessures, bewegingswetenschapper Michel Brink geeft een toelichting over het herkennen en voorkómen van overtraindheid. Ten slotte gaat sportarts Hans Zwerver in op peesklachten en de beste manier om die te behandelen.

Het symposium is georganiseerd door het Universitair Centrum voor Sport, Beweging en Gezondheid van het UMCG, het Hanze Instituut voor Sportstudies en het Topsport Steunpunt Noord Nederland. Het symposium begint op 7 oktober om 17.00 uur.
Inschrijving voor het symposium is nog mogelijk. Meer informatie over het symposium vindt u op de webpagina onder aan deze pagina. Aanmelden is nog mogelijk via c.p.van.wilgen@sport.umcg.nl
[UMCG]

Promotie: COBRA-therapie voor reumatoïde artritis

ReumaCOBRA-therapie, een combinatie van drie goedkope antireumatische geneesmiddelen waaronder prednisolon, is effectief, veilig en goed te gebruiken als eerste therapie voor patiënten met reumatoïde artritis. Dat blijkt uit het proefschrift van Lilian van Tuyl.

De effectiviteit van COBRA-therapie bleek al twaalf jaar geleden uit de COBRA-trial waarin bij patiënten die COBRA gebruikten de ziekte sneller onderdrukt werd en de schade aan de gewrichten op de lange termijn beperkt bleef in vergelijking met patiënten die monotherapie gebruikten. Follow up van de patiënten zoals beschreven in Van Tuyls proefschrift laat zien dat de eerste klap inderdaad een daalder waard is: patiënten die elf jaar geleden met COBRA-therapie startten hebben nog steeds minder gewrichtsschade dan patiënten die met monotherapie startten.

Toch is de COBRA therapie geen populaire therapie bij reumatologen om in het begin van de ziekte voor te schrijven: uit interviews en focus groep discussies blijkt dat reumatologen de COBRA-therapie ingewikkeld vinden en denken dat patiënten het niet willen gebruiken. Patiënten geven daarentegen aan open te staan voor een agressieve start van de therapie, inclusief prednisolon, indien dit de ziekte direct onderdrukt, de prognose verbetert en van tijdelijke aard is.

Na een inventarisatie van voor- en nadelen vanuit het perspectief van zowel de reumatoloog als de reumapatiënt is een implementatiepakket samengesteld en uitgetest dat het gemakkelijker maakt voor arts, patiënt en verpleegkundige om de therapie in de praktijk voor te schrijven en te gebruiken. Kijk voor meer informatie op de website: www.cobratherapie.nl

Promotie H.D. van Tuyl
01-10-2009, 10.45 uur
COBRA-therapie voor reumatoïde artritisCOBRA Combination Therapy in Rheumatoid Arthritis. Implementation and Beyond
Promotors: prof.dr. B.A.C. Dijkmans, prof.dr. M. Boers
VU medisch centrum

Nederland heeft beste gezondheidszorg

ZorgNederland is, net als vorig jaar, weer nummer één in de Europe Health Consumer Index (EHCI). Nederland heeft dus wederom de meest cliëntvriendelijke gezondheidszorg in Europa. De EHCI is een ranglijst van 32 Europese landen, opgesteld aan de hand van zes criteria die belangrijk zijn voor de consument, zoals rechten en voorlichting voor de patiënt, wachttijd voor de behandeling en aanbod van de diensten voor de gezondsheidszorg.

Nederland, dat op de lijst wordt gevolgd door Denemarken, IJsland en Oostenrijk, eindigde in 2005 ook als eerste, en in de twee daarop volgende jaren als tweede.