Archief September 2009

Kinkhoest is tienerziekte geworden

28 September 2009

kinkhoestHet aantal gevallen van kinkhoest is de laatste jaren weer afgenomen. Opvallend is wel dat de piekleeftijd met de meeste gevallen van kinkhoest tegenwoordig tussen de 10 en 14 jaar ligt, terwijl die een paar jaar geleden nog tussen de 1 en 4 jaar lag.

Kinkhoest is voor ouderen geen gevaarlijke ziekte, maar zuigelingen kunnen eraan sterven. Daarom zit het vaccin sinds de jaren vijftig in de DKTP-prik. In 2001 en 2002 waren er ondanks de vaccinatie epidemieën van kinkhoest. De bacterie Bordetella pertussis die kinkhoest veroorzaakt bleek sinds de jaren vijftig veranderd, maar de vaccins niet. Ze beschermden daardoor niet meer voldoende tegen de ziekte. Sinds juli 2001 zijn de vaccinaties op 4-jarige leeftijd en sinds 2005 álle vaccinaties voor kinkhoest vervangen door een vernieuwd vaccin. Dat blijkt effectief, kinkhoest komt nu minder vaak voor.

Jongerenziekte
Kinkhoest is een tienerziekte geworden. De ziekte komt nu vooral voor in de leeftijdsgroep van 10 tot 14 jaar, zo blijkt uit onderzoek binnen de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations van het NIVEL, en niet in de leeftijdsgroep van 1 tot 4 jaar, tot voor kort de leeftijdsgroep waarin kinkhoest het meest voorkwam. NIVEL-onderzoeker, huisarts en epidemioloog Gé Donker: “Dat de piekleeftijd nu bij jonge tieners ligt, is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat zij niet zijn gevaccineerd met het nieuwe vaccin. Zij zijn beschermd tegen de ‘oude’ bacterie, maar niet tegen de kinkhoest van nu. De ziekte gaat vanzelf over, maar het hoesten kan maanden aanhouden. Belangrijk is dat het nieuwe vaccin effectief blijkt voor de kinderen die daarmee gevaccineerd zijn.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations vormen een representatieve groep van 61 Nederlandse huisartsen in 45 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is representatief naar regio en naar verdeling over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks (waardoor trends zeer snel zichtbaar worden) of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.
[nivel]

Symposium Sportgeneeskunde in het UMCG

28 September 2009

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

Na een openingswoord van chef de mission van de Olympische ploeg van Vancouver 2010 Henk Gemser staan een aantal inhoudelijke lezingen op het programma. De behandeling van de veelvoorkomende voorstekruisbandletsels en de revalidatie na deze langdurige blessure, staan centraal in een lezing van hoogleraar sportgeneeskunde Ron Diercks en sportfysiotherapeut Jan Hamelink. Sportarts Bram Bessem van het UMCG spreekt over het nut van de sportkeuring. Onderzoeker Ida Buist en sportarts Steef Bredeweg gaan nader in op de risicofactoren van hardloopblessures. Anne Benjaminse belicht de rol van preventie bij sportblessures, bewegingswetenschapper Michel Brink geeft een toelichting over het herkennen en voorkómen van overtraindheid. Ten slotte gaat sportarts Hans Zwerver in op peesklachten en de beste manier om die te behandelen.

Het symposium is georganiseerd door het Universitair Centrum voor Sport, Beweging en Gezondheid van het UMCG, het Hanze Instituut voor Sportstudies en het Topsport Steunpunt Noord Nederland. Het symposium begint op 7 oktober om 17.00 uur.
Inschrijving voor het symposium is nog mogelijk. Meer informatie over het symposium vindt u op de webpagina onder aan deze pagina. Aanmelden is nog mogelijk via c.p.van.wilgen@sport.umcg.nl
[UMCG]

Promotie: COBRA-therapie voor reumatoïde artritis

28 September 2009

ReumaCOBRA-therapie, een combinatie van drie goedkope antireumatische geneesmiddelen waaronder prednisolon, is effectief, veilig en goed te gebruiken als eerste therapie voor patiënten met reumatoïde artritis. Dat blijkt uit het proefschrift van Lilian van Tuyl.

De effectiviteit van COBRA-therapie bleek al twaalf jaar geleden uit de COBRA-trial waarin bij patiënten die COBRA gebruikten de ziekte sneller onderdrukt werd en de schade aan de gewrichten op de lange termijn beperkt bleef in vergelijking met patiënten die monotherapie gebruikten. Follow up van de patiënten zoals beschreven in Van Tuyls proefschrift laat zien dat de eerste klap inderdaad een daalder waard is: patiënten die elf jaar geleden met COBRA-therapie startten hebben nog steeds minder gewrichtsschade dan patiënten die met monotherapie startten.

Toch is de COBRA therapie geen populaire therapie bij reumatologen om in het begin van de ziekte voor te schrijven: uit interviews en focus groep discussies blijkt dat reumatologen de COBRA-therapie ingewikkeld vinden en denken dat patiënten het niet willen gebruiken. Patiënten geven daarentegen aan open te staan voor een agressieve start van de therapie, inclusief prednisolon, indien dit de ziekte direct onderdrukt, de prognose verbetert en van tijdelijke aard is.

Na een inventarisatie van voor- en nadelen vanuit het perspectief van zowel de reumatoloog als de reumapatiënt is een implementatiepakket samengesteld en uitgetest dat het gemakkelijker maakt voor arts, patiënt en verpleegkundige om de therapie in de praktijk voor te schrijven en te gebruiken. Kijk voor meer informatie op de website: www.cobratherapie.nl

Promotie H.D. van Tuyl
01-10-2009, 10.45 uur
COBRA-therapie voor reumatoïde artritisCOBRA Combination Therapy in Rheumatoid Arthritis. Implementation and Beyond
Promotors: prof.dr. B.A.C. Dijkmans, prof.dr. M. Boers
VU medisch centrum

Nederland heeft beste gezondheidszorg

28 September 2009

ZorgNederland is, net als vorig jaar, weer nummer één in de Europe Health Consumer Index (EHCI). Nederland heeft dus wederom de meest cliëntvriendelijke gezondheidszorg in Europa. De EHCI is een ranglijst van 32 Europese landen, opgesteld aan de hand van zes criteria die belangrijk zijn voor de consument, zoals rechten en voorlichting voor de patiënt, wachttijd voor de behandeling en aanbod van de diensten voor de gezondsheidszorg.

Nederland, dat op de lijst wordt gevolgd door Denemarken, IJsland en Oostenrijk, eindigde in 2005 ook als eerste, en in de twee daarop volgende jaren als tweede.

Doorbraak in behandeling zestigplussers met leukemie

27 September 2009

Artsen kunnen levens redden door oudere patiënten met acute myeloide leukemie een veel hogere dosis chemotherapie toe te dienen dan ze nu doen. Dat heeft een team van internationale onderzoekers, van onder andere het Erasmus MC ontdekt.

Bij een deel van de patiënten stijgt de kans op totale genezing aanzienlijk. Bij wie de bloedkanker niet verdwijnt, kan de hogere dosering de leukemie wèl flink verminderen. De wetenschappers hebben hun doorbraak gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Daalder
De ontdekking betekent een flinke stap vooruit in de behandeling van oudere patiënten met acute myeloide leukemie, de meest voorkomende vorm van acute leukemie. De meeste mensen met deze ziekte zijn ouder dan 60 jaar en door de vergrijzing dreigt het aantal patiënten verder toe te nemen. Ouderen hebben een kleinere kans op genezing omdat ze minder goed reageren op de chemotherapie. Bij de behandeling van acute leukemie is de eerste klap een daalder waard. Het gaat er in de eerste instantie om de leukemie bij zoveel mogelijk patiënten terug te dringen, want dan verdwijnen vaak ook klachten als infecties en bloedingen. In tweede instantie willen artsen zorgen dat de leukemie daarna weg blijft en dus genezing voor meer mensen binnen bereik komt.

Verdubbelen
De behandeling bestaat uit het toedienen van twee soorten cytostatica, middelen die de deling van cellen kunnen stoppen. Al 20 jaar worden deze middelen wereldwijd in een bepaalde dosering gebruikt. De onderzoekers hebben echter in een proef met 800 patiënten tussen de 60 en 83 jaar de gebruikelijke dosis van één van de cytostatica (daunorubicin), verdubbeld. Het blijkt dat daardoor bij meer patiënten de behandeling aanslaat. De leukemie wordt veel krachtiger teruggedrongen en dat gebeurt al meteen na de eerste kuur. Het succes is het grootst bij de jongste groep (60-65 jaar). Bij bijna driekwart van hen werd de leukemie met succes teruggedrongen, terwijl dit bij de oude dosis bij slechts de helft van de patiënten gebeurde. Hoewel soms de leukemie daarna terugkeerde, bleek bovendien de kans op blijvende genezing toe te nemen van 23% naar 38% ‘Het bijzondere is dat het verdubbelen van de dosis niet leidt tot meer bijwerkingen bij de patiënt. Ze betalen dus geen hogere prijs’, zegt Bob Löwenberg, hoogleraar Hematologie bij het Erasmus MC en coördinator van de studie.

Averechts
De studie laat zien dat artsen in het verleden waarschijnlijk te voorzichtig zijn omgegaan met de dosering. Deze neiging hebben artsen altijd enigszins bij het behandelen van oudere patiënten met kanker. Löwenberg: ‘Maar dit kan dus averechts uitpakken voor ouderen.’ Aan de studie hebben veertien Nederlandse ziekenhuizen meegewerkt naast enkele centra in België, Duitsland Zwitserland en Engeland. Het onderzoek is uitgevoerd binnen het samenwerkingsverband van de Stichting Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland (Hovon). Dit samenwerkingsverband van hematologische centra houdt zich bezig met het verbeteren van de behandeling van onder andere leukemie en lymfklierkanker.

Liegebeest verkiezing: stem op het meest misleidende product of reclame

27 September 2009

Liegebeest verkiezingWakker Dier startte eind augustus de Liegebeest verkiezing: de verkiezing van het meest misleidende product of reclame als het gaat om dierenwelzijn. Vaak doen verpakkingen geloven dat dieren een goed leven hebben gehad, terwijl de waarheid heel anders is. Wakker Dier vindt dit liegen. Denk aan plaatjes van koeien in de wei op een pak melk waarvan niet gegarandeerd is dat de koeien in de wei liepen. Of van een varken buiten op goedkope worst die is gemaakt van varkens die nooit buiten kwamen.

Consumenten stuurden afgelopen periode tientallen producten in. Wakker Dier maakte een selectie waaruit iedereen zijn eigen Top 3 kan kiezen op de website. Het product met de meeste stemmen ontvangt de Liegebeest Trofee. Onder de producten bevinden zich grote merken als Albert Heijn, Unox en Hertog IJs.

Wakker Dier organiseert deze verkiezing, omdat zij vindt dat de consument recht heeft om te weten wat ze eet. Op verpakkingen staat over het algemeen niets vermeld over het welzijn van de dieren. Supermarkten en reclamemakers houden de werkelijkheid liefst ver van de consument vandaan. Vage woorden als ‘vers-  en herkomstgarantie’, en bijvoorbeeld het keurmerk IKB dat veel zegt over hygiëne maar niks over dierenwelzijn, moeten de consument geruststellen. “Als op een worst eerlijk vermeld werd wat voor een leven het varken had, liefst met plaatjes erbij, at iedereen allang biologisch’, aldus de woordvoerder van Wakker Dier. “De harde werkelijkheid zullen we met deze campagne niet op de verpakking krijgen. Maar wat we wel kunnen bereiken is dat er geen sprookjes meer op de verpakkingen staan.”

Wakker Dier ontvangt veel reacties van donateurs, over irritante of misleidende reclames. De reclames van ‘Kip, ’t meest veelzijdige stukje vlees’ en ‘Kalfsvlees, daar word ik vrolijk van’ die allebei mede betaald worden door belastinggeld, zijn typische voorbeelden van reclames waar Wakker Dier veel klachten over krijgt. Maar ook over scharreleieren. Die term wekt bij de meeste consumenten de suggestie dat de kippen buiten scharrelen. Zeker als er op de doos ook nog zonnebloemvelden en korenvelden staan afgebeeld. Ook dat vinden donateurs van Wakker Dier misleidend, want in werkelijkheid zitten de kippen binnen, in donkere stoffige schuren, met z’n negenen op een vierkante meter.

- Website Liegebeest verkiezing

Mexicaanse griep: 3917 doden wereldwijd

27 September 2009

Mexicaanse griepIn totaal zijn er al minstens 3917 mensen aan de Mexicaanse griep overleden. Dat maakte de Wereldgezondheidsorganisatie vrijdag bekend.

De Mexicaanse griep verloopt in de meeste gevallen mild, en is vergelijkbaar met de seizoensgriep. Iemand met Nieuwe Influenza A is gemiddeld een week ziek. Ook zonder medicijnen te gebruiken worden mensen met deze griep meestal weer snel beter. Voor bepaalde groepen mensen kan deze griep echter ernstiger verlopen.

Vernieuwingsprijs voor borstkanker-opsporing

26 September 2009

borstkankerEen instrument om veiliger en makkelijker borstkanker op te sporen bij vrouwen, de TISENO, heeft vandaag de Sociale Innovatie-prijs gewonnen. Deze prijs is onderdeel van het traject Sociale Innovatie van het ministerie van VWS.

Meest vernieuwend
De jury beoordeelde de TISENO als ‘het meest innovatieve initiatief in de sector van medische producten om via externe contacten vernieuwing te bevorderen’. Het instrument is ontwikkeld door Kleeven Medical en wordt nu al in Duitsland gebruikt. Kleeven is bezig dit ook voor Nederland te realiseren.

Gemeenten moeten meer aan welzijn doen

26 September 2009

Op het Wmo-congres 2009 ‘Welzijn Nieuwe Stijl’ in Amsterdam heeft staatssecretaris Bussemaker gemeenten en welzijnsorganisaties gevraagd beter samen te werken. In haar speech ging ze in op twee problemen waarmee het welzijnswerk te kampen heeft, ondanks de vele goede initiatieven die van de grond komen.

Onacceptabel
Ten eerste stelde zij vast dat de relatie tussen wethouders en welzijnsorganisaties vaak slecht is. Ze riep de partijen daarom op om elkaars positie opnieuw en duidelijker te formuleren. Dat er van de 127 miljoen die beschikbaar is gesteld voor compensatie van de maatregelen in de AWBZ, een deel opgaat aan andere kosten van de gemeente, vindt zij onacceptabel.

Samenwerking
Ten tweede moet volgens Bussemaker de kwaliteit van het welzijnwerk hoger. De sector moet meer gericht zijn op resultaat en samenwerking. Daarnaast moet het welzijnwerk verder professionaliseren. Dat gaat niet alleen om opleiding, maar ook om praktische zaken: betrokkenheid en ‘streetwise’ zijn.

Bussemaker riep ten slotte op om samen aan ‘Welzijn Nieuwe Stijl’ te werken en dat ook gezamenlijk te financieren. Ze beloofde te investeren als lokale partijen dat ook doen.
[VWS]

Wijkverpleegkundige maakt het verschil tussen consultatiebureaus

26 September 2009

De meeste ouders zijn te spreken over het consultatiebureau en de schoolarts. De kwaliteit van de dienstverlening blijkt bij de consultatiebureaus sterk afhankelijk van de wijkverpleegkundige. Opmerkelijk minpunt is dat de doorverwijzing niet altijd soepel verloopt.

Nederlandse baby’s en peuters krijgen regelmatig een oproep van het consultatiebureau voor een preventief gezondheidsonderzoek. Zitten ze eenmaal op school dan gaan kinderen hiervoor naar de schoolarts. Deze komt langs in groep twee en groep zeven van de basisschool en in de tweede klas van de middelbare school. Met subsidie van VWS en ZonMw ontwikkelde het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) vier CQ-index vragenlijsten voor de jeugdgezondheidszorg. Eén vragenlijst gericht op consultatiebureaus en drie voor de verschillende preventieve onderzoeken door de schoolarts. Voor de vragenlijst voor middelbare scholieren zijn alleen dertien- en veertienjarigen geïnterviewd en in de lijst voor groep zeven is ook een aantal vragen voor kinderen opgenomen, verder zijn alle vragen gericht aan de ouders. Van alle vier de vragenlijsten zijn allereerst de psychometrische eigenschappen getoetst: is de vragenlijst bruikbaar en vraagt deze wel wat we willen weten?

Onderscheid
Van de vragenlijst voor consultatiebureaus is ook het discriminerend vermogen beoordeeld. Dat wil zeggen: is met de vragenlijst een onderscheid te maken tussen goede en minder goede consultatiebureaus? De lijst blijkt vooral gevoelig op vragen die te maken hebben met de wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundige maakt het verschil. Niet zozeer de arts en de assistenten of de accommodatie. Het totaaloordeel over de consultatiebureaus en de bezoeken aan de schoolarts is positief. Een minpunt dat eruit springt blijkt de doorverwijzing en samenwerking met andere zorgverleners. Ouders hebben daar minder goede ervaringen mee.

Tegenstrijdig
NIVEL-afdelingshoofd Jany Rademakers: “De jeugdgezondheidszorg heeft vooral een preventieve functie. Zolang het goed gaat en het kind gezond is, ben je er prima op je plek. Maar als er echt iets aan de hand is, worden kinderen niet altijd goed doorverwezen. Dan blijken adviezen nog al eens tegenstrijdig of loopt de samenwerking tussen consultatiebureau en andere zorgverleners niet soepel. Bij het consultatiebureau werd één op de vier kinderen doorverwezen. Een derde (31,8%) van de ouders van die kinderen was ontevreden over de verwijzing. Mensen vinden een goede doorverwijzing en samenwerking belangrijk, maar hebben er ook slechte ervaringen mee. Hier valt kwaliteitswinst te behalen.”

CQ-index
Met een CQ-index is de kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van patiënten of cliënten op een gestandaardiseerde manier in kaart te brengen. Op allerlei terreinen binnen de gezondheidszorg worden momenteel CQ-index vragenlijsten ontwikkeld. Want kwaliteit van zorg betekent niet alleen dat de zorg voldoet aan regels en richtlijnen van de overheid of de beroepsgroepen, maar ook dat rekening wordt gehouden met de wensen en verwachtingen van patiënten, cliënten of hun vertegenwoordigers. Het gaat bij dit CQI-onderzoek niet zozeer om het meten van de tevredenheid, maar om wat cliënten belangrijk vinden en wat hun ervaringen zijn met de zorg. De systematiek van de CQ-index is ontwikkeld door het NIVEL, in samenwerking met de afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC, met subsidie van Agis, de Stichting Miletus (een samenwerkingsverband van verzekeraars) en ZonMw.
[NIVEL]

Sonja Bakker stopt met het schrijven van dieetboeken

25 September 2009

Sonja BakkerGewichtsconsulente Sonja Bakker stopt met het schrijven van dieetboeken. Daarnaast zal ze voorlopig ook geen tv-programma’s meer doen en ook uit haar eigen tijdschrift Sonja wordt de stekker getrokken.

Het nieuws dat dieetgoeroe Sonja Bakker stopt met het schrijven van de afslankboeken komt vanuit het niets. Volgens de Telegraaf neemt Sonja Bakker een time-out omdat het haar allemaal te veel wordt. Ze stopt omdat ze aan haar kinderen en gezondheid moet denken.

Sonja Bakker heeft vanochtend haar personeel, grotendeels bestaande uit freelancers, ingelicht. De jaarcontracten van de drie gewichtsconsulentes worden wél gewoon uitgediend tot 1 januari. Het kantoor wordt gesloten. Zaterdag vertelt zij exclusief in De Telegraaf haar hele emotionele verhaal.

Nederlanders zijn dikker geworden

25 September 2009

obesitasNederlanders hebben zich flink laten gaan afgelopen zomer. Dit blijkt uit een enquête onder 1470 mensen van GezondheidsNet.nl en Valtaf.nl. Bijna de helft van de ondervraagden is een aantal kilo’s aangekomen. De voornaamste oorzaak hiervan is dat ze tijdens hun vakantie gewoon willen genieten.

De combinatie van vaker uit eten, meer alcoholische drankjes, meer hapjes en snacks, uitgebreidere hoofdmaaltijden, vaker ijsjes en minder regelmaat heeft bij de ondervraagden gezorgd voor 1 tot 5 kilo extra gewicht.

Aan de hoeveelheid beweging lag het niet, 45 procent bewoog evenveel als voor de zomer en een derde bewoog zelfs meer. 97 procent van de ondervraagden is vast besloten om na de zomer iets aan de extra kilo’s te doen. Voor driekwart van de ondervraagden is het aanleren van een gezonde levensstijl de manier om van de overtollige kilo’s af te komen. Specifieke dieetmethodes staan met 12 procent op de tweede plaats.

Dubbele
Opvallend is dat van alle ondervraagden maar liefst 72 procent ook voor de zomer al wat kilo’s kwijt wilde. Bij 39 procent is dit gedeeltelijk gelukt, maar de meerderheid hiervan had graag nog een aantal kilo meer willen verliezen. Maar door de zomer is een groot gedeelte weer een aantal kilo aangekomen, waardoor ze nu het dubbele moeten verliezen.

Slechts een klein deel van de ondervraagden, is niet van plan om iets aan de extra kilo’s te doen. Geld gebrek, geen motivatie, blessures en privé-omstandigheden worden hiervoor als reden genoemd. Ook het feit dat ze eigenlijk wel tevreden zijn met hun lichaam is een belangrijke reden om niets aan de extra kilo’s te doen.