Voetballers helpen kinderen gezonder te leven

Scoren voor gezondheidProfvoetballers uit de eredivisie hebben kinderen gestimuleerd gezonder te leven. Uit onderzoek van TNO naar de resultaten van het project Scoren voor Gezondheid blijkt dat kinderen meer zijn gaan bewegen en gezonder zijn gaan eten. Het onderzoek is aangeboden aan Staatssecretaris Jet Bussemaker tijdens de Voetballer van het jaar 2009 Gala.
 
Profvoetballers als Stijn Schaars, Ricky van Wolfswinkel, Danny Koevermans en hun collega’s uit de Eredivisie werkten het afgelopen seizoen mee aan het project Scoren voor Gezondheid, waar dit jaar ruim 8000 basisschoolkinderen aan deelnamen. Kinderen volgden twintig weken een programma waarin ze bewust werden gemaakt om gezonder te leven, minder vet en meer fruit te eten, minder suikerdranken en meer te bewegen.

TNO onderzoek
TNO onderzocht ruim 2000 deelnemende kinderen. Uit de resultaten blijkt dat het percentage kinderen dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) is toegenomen, de conditie is toegenomen en het aantal kinderen dat lichamelijk inactief is, is afgenomen. Tevens zijn meer kinderen lid geworden van een sportvereniging en hebben zij vaker de ongezonde tussendoortjes verruild voor minimaal twee stuks fruit per dag.

Meer informatie over het onderzoek staat op de website van TNO.

Zie ook:

Risicogroepen krijgen eerst gewone griepprik

Mexicaanse griepMensen die in de risicogroepen vallen, krijgen in oktober een prik tegen de gewone griep. Daarna volgen twee vaccinaties tegen Nieuwe Influenza A (H1N1).

Het gaat bijvoorbeeld om mensen van 60 jaar of ouder, om mensen met een hart of longziekte, nier- of astmapatiënten. In totaal komen zo’n 4,5 miljoen Nederlanders in aanmerking voor de drie griepprikken.

De eerste griepprik is tegen de reguliere seizoensgriep. Minimaal twee weken later volgt de eerste vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1). Om mensen voldoende te beschermen, krijgen ze na drie weken een tweede vaccinatie.

Top 10 van de Ziekenhuis Top 100 van 2009

dokterAfgelopen maandag maakte het AD de volledige Ziekenhuis Top 100 van 2009 bekend. Voor de ranglijst is gebruik gemaakt van 36 kwaliteitscriteria. De ziekenhuizen hebben de informatie zelf openbaar gemaakt op instructie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het AD heeft aan deze criteria vervolgens punten toegekend. De criteria en scores zijn opgesteld in overleg met medische en brancheorganisaties: omdat de criteria een indicatie zijn voor de bredere kwaliteit van een ziekenhuis, omdat ze onderscheidend zijn tussen ziekenhuizen of omdat er duidelijke kwaliteitsnormen voor zijn opgesteld door de Inspectie of medisch specialisten.

De ranglijst meet geen medische fouten of individuele gevallen. De beste arts kan in het slechtste ziekenhuis werken en andersom.

Aangezien het AD geen historie bewaart van vorige jaren, voor de zekerheid even de Top 10 en de hekkensluiters.

De top 10 van de Ziekenhuis Top 100 van 2009:

01. Atrium Medisch Centrum
02. Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis
03. Wilhelmina Ziekenhuis
04. Slingeland Ziekenhuis
05. Diakonessenhuis
06. Ziekenhuis Rijnstate (Alysis Zorggroep)
07. Franciscus Ziekenhuis
08. Zorgsaam Ziekenhuis
09. Ziekenhuis Zevenaar (Alysis Zorggroep)
10. TweeSteden Ziekenhuis

De hekkensluiters van de Ziekenhuis Top 100 van 2009:

90. Rijnland Ziekenhuis
91. Gemini Ziekenhuis
92. Zaans Medisch Centrum
93. Ziekenhuis Bernhoven
94. St. Jans Gasthuis
95. Elkerliek Ziekenhuis
96. Maasziekenhuis
97. Ziekenhuis De Sionsberg
98. Ziekenhuis Walcheren
99. MC Groep (Ijsselmeerziekenhuizen)

Kijk voor de volledige Ziekenhuis Top 100 van 2009 op de website van het AD.

Elmo geeft informatie over Mexicaanse griep

Elmo SesamstraatIn Amerika worden figuren uit Sesamstraat gebruikt om voorlichting te geven over de Mexicaanse griep. Kindervriend Elmo gaat kinderen de risico’s van de Mexicaanse griep duidelijk te maken. Ook gaat Elmo kinderen leren hoe ze besmetting kunnen voorkomen.

Via reclamespotjes op televisie zegt Elmo kinderen om hun handen goed te wassen, hun elleboog in plaats van hun handen te gebruiken om in te niezen en binnen te blijven wanneer ze zich niet lekker voelen.

Dieetpil Alli veroorzaakt mogelijk leverschade

Alli afslankpilDe dieetpil Alli, de afslankpil die sinds mei vrij te verkrijgen is bij de apotheker, is mogelijk schadelijk voor de lever. De Food and Drug Administratrion (FDA) in de Verenigde Staten kondigde op 24 augustus 2009 aan onderzoek uit te gaan voeren naar meldingen van leverschade bij patiënten die het afslankmiddel orlistat gebruiken. Het middel is in Nederland geregistreerd onder als het vrij verkrijgbare Alli en het receptplichtige Xenical.

De FDA ontving tussen 1999 en 2008 32 meldingen van ernstige leverschade bij gebruik van orlistat. Veel van de gemelde klachten betroffen geelzucht, vermoeidheid of zwakte, donkere urine en maagpijn. De FDA heeft van de fabrikanten aanvullende informatie ontvangen over deze vermoede bijwerking. De FDA gaat deze gegevens analyseren alvorens een conclusie te trekken over een mogelijk verband. Mensen die orlistat gebruiken, kunnen dit dan ook blijven doen.

Het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb ontving tot op heden geen meldingen van leverschade bij gebruik van orlistat.

Producent GlaxoSmithKline (GSK), ontkent de gezondheidsrisico’s. Ze zeggen dat mensen met overgewicht sowieso meer risico lopen op leverstoornissen. Er is nog geen bewijs dat Alli deze schade aanricht.

Voorschrijven van medicijnen in ziekenhuizen kan veiliger

computerComputersystemen die het voorschrijven van geneesmiddelen in ziekenhuizen veiliger moeten maken, werken soms juist fouten in de hand. Dit blijkt uit onderzoek waarop Heleen van der Sijs, ziekenhuisapotheker in het Erasmus MC op 2 september promoveert.

De systemen waarschuwen de voorschrijvende artsen zó vaak voor mogelijk gevaarlijke situaties, dat veel artsen meldingen gaan negeren. Daardoor zien ze ook wèl relevante waarschuwingen over het hoofd, constateerde Van der Sijs.

Waarschuwingen wegklikken
In één op de drie gevallen dat een arts een medicijn voorschrijft, geeft het systeem een waarschuwing. Het zegt bijvoorbeeld dat de dosering te hoog is of dat het geneesmiddel niet goed samengaat met andere geneesmiddelen. Uit het onderzoek blijkt echter dat artsen 91 procent van de waarschuwingen wegklikken, zonder het recept aan te passen. Soms ondernemen ze wel andere acties, zoals het informeren of intensiever controleren van de patiënt. Artsen slaan ook vaak weloverwogen de waarschuwingen over omdat ze niet terecht zijn. Bijvoorbeeld als het risico geldt voor zwangere vrouwen en de arts te maken heeft met een mannelijke patiënt.

Onnodige risico’s
Artsen blijken vooral signalen snel weg te klikken omdat ze te veel meldingen krijgen die niet relevant zijn. Ze worden signaalmoe en zien daardoor ook belangrijke meldingen over het hoofd. Dit kan leiden tot onnodige risico’s voor patiënten. Van der Sijs: ‘Ze krijgen bijvoorbeeld hun geneesmiddelen op een verkeerde manier voorgeschreven, waardoor de werking niet optimaal is.’ Ook negeert 70 procent van de artsen de waarschuwing dat bij het slikken van bepaalde geneesmiddelcombinaties een hartfilmpje moet worden gemaakt omdat de middelen de kans op een hartritmestoornis kunnen vergroten.

Van der Sijs heeft zes verschillende voorschrijfsystemen onderzocht waarmee vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen werken. De gegevens waarop de systemen draaien komen uit een landelijke databank waar alle ziekenhuizen, huisartsen en apotheken gebruik van maken. ‘De landelijke databank is dus een belangrijk startpunt voor de verbeteringen’, zegt de promovenda. Ze pleit ervoor om de computersystemen zo aan te passen dat artsen minder meldingen op hun scherm krijgen die er niet toe doen. Dat kan bijvoorbeeld door voorschrijfsystemen te koppelen aan laboratoria, waardoor de systemen intelligenter worden.

Veiliger en gebruiksvriendelijker
De promovenda benadrukt dat de elektronische voorschrijfsystemen nu niet onveilig zijn en dat ze niet terug wil naar de tijd dat artsen recepten uitschrijven met de hand. ‘De systemen voorkomen immers dat artsen onleesbare en onvolledige recepten voorschrijven. Een recept kan namelijk alleen worden uitgeprint als alle benodigde gegevens zijn ingevuld.  Wèl laat mijn onderzoek zien dat de systemen nog veiliger en gebruiksvriendelijker kunnen worden.’
[Erasmus MC]

Risico RSI stijgt met 10 procent

Overheid laat RSI-patiënten in de kou staan
De risico`s om last te krijgen van de spieraandoening RSI stijgt sterk. Uit onderzoek van de RSI Vereniging blijkt dat het aantal uren dat men achter een beeldscherm werkt, sterk stijgt.

Bijna de helft van de werktijd wordt nu achter een beeldscherm doorgebracht: 3,7 uur per dag. Beeldschermwerk blijkt een van de belangrijkste oorzaken van de spieraandoening RSI. Ruim 1,8 miljoen mensen, een kwart van de beroepsbevolking, heeft RSI-klachten. Dit aantal neemt toe. De maatschappelijke schade als gevolg van RSI bedraagt circa 2 miljard euro. In Europa is RSI de belangrijkste oorzaak voor verzuim en blijvende arbeidsongeschiktheid.

De RSI Vereniging constateert in het Jaarverslag 2008 dat de overheid minder belangstelling toont voor RSI en de gevolgen ervan. Voorzitter Willem Hollander: “Het lijkt er op dat de overheid RSI accepteert als een gegeven en minder bereid is te investeren in onderzoek naar de oorzaken en methoden om de gevolgen ervan te bestrijden. De overheid laat 400 duizend mensen die ernstige klachten hebben, in de kou staan.”

RSI is een verzamelnaam voor klachten, symptomen en syndromen die voorkomen in bovenrug, nek- en schoudergebied, armen, ellebogen, polsen, handen en vingers.

De klachten worden doorgaans veroorzaakt door repeterende bewegingen, een langdurige statische houding of een combinatie van beiden. Verder kunnen persoonsgebonden en werkgebonden factoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan, verergeren of het instandhouden van RSI. RSI komt in veel beroepsgroepen voor.

De RSI-vereniging is een onafhankelijke vrijwilligersorganisatie die zich op allerlei fronten inzet voor mensen met RSI. De vereniging geeft voorlichting en informatie over RSI, brengt `lotgenoten` met elkaar in contact en bevordert onderzoek. Verder voert de vereniging overleg met personen en organisaties die veel met RSI te maken (kunnen) hebben, zoals werkgevers, scholen, universiteiten, onderzoekers en de overheid. Daarnaast wisselt de vereniging informatie uit met onderzoekers, artsen, ergonomen en fysiotherapeuten. De RSI-vereniging is in 1995 opgericht en heeft 1800 leden.
[RSI Vereniging]

PET-scan spoort uitgezaaide prostaatkanker op

Met een choline PET-scan kan de plaats van opnieuw ontstane prostaatkanker zichtbaar gemaakt worden. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Anton Breeuwsma. Deze opsporingsmethode is echter alleen effectief bij patiënten die bestraald zijn. Bij patiënten bij wie de prostaat operatief is verwijderd, heeft de opsporingsmethode geen meerwaarde bij de keuze van de vervolgbehandeling boven de gebruikelijke methode.

Botmarkers
Verder kunnen botmarkers in het bloed helpen bij het voorspellen van de kans op uitzaaiingen in de botten.

Natrium fluoride PET-scan
Een natrium fluoride PET-scan bleek niet nauwkeuriger voor het vaststellen van uitzaaiingen in de botten ten opzichte van de gebruikelijke skeletscan. Overigens lijkt de MRI van het skelet iets nauwkeuriger ten opzicht van de beide nucleaire botscans.

Meest voorkomende kanker
In Nederland is prostaatkanker de meest voorkomende kwaadaardige kanker bij de man. Van de patiënten bij wie voor het eerst prostaatkanker wordt vastgesteld, heeft twintig procent uitzaaiingen. Wanneer er geen uitzaaiingen zijn, wordt de ziekte behandeld door operatie (het verwijderen van de prostaat) of door bestralen. Hiermee wordt momenteel zeventig procent van de patiënten genezen.

Terugkerende ziekte
Bij dertig procent keert de ziekte toch binnen tien jaar terug. De eerste aanwijzing hiervoor levert een signaalstof in het bloed (de zogenoemde PSA-waarde). Op basis hiervan kan echter moeilijk vastgesteld worden waar de kanker zich in het lichaam bevindt.
[RUG]