Archief September 2009

Nieuwe behandelmogelijkheden baarmoederhalskanker

30 September 2009

baarmoederhalskankerOverlevers van baarmoederhalskanker hebben een licht verhoogd risico op een hartinfarct. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van John Maduro. Ook komen bij deze patiënten meer cardiovasculaire risicofactoren voor.

Door de introductie van chemoradiatie – het gelijktijdig toedienen van chemotherapie en radiotherapie – is veel vooruitgang geboekt bij de behandeling van baarmoederhalskanker. Toch is er nog steeds veel ruimte voor verdere verbetering van de behandeling, stelt de promovendus. In zijn zoektocht naar een effectiever behandelmethode concentreerde Maduro zich op beïnvloeding van de TNF related apoptosis inducing ligand (TRAIL) route. In laboratoriumonderzoek werd de effectiviteit onderzocht van proteasoomremmer en radiotherapie in combinatie met het aangrijpen op de TRAIL death receptor (DR)4 en/of DR5. Ook de precieze werking van deze therapie werd nader in kaart gebracht.

Het onderzoek biedt geen revolutionaire nieuwe doorbraken, maar laat wel zien dat er nog veel onbewandelde paden zijn in het onderzoek, en dat er geen reden is om te stoppen met zoeken naar mogelijkheden om de behandeling verder te verbeteren.

John Maduro (Curacao, 1969) studeerde geneeskunde te Leiden. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling radiotherapie en medische oncologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), waar hij werkt als radiotherapeut, en binnen onderzoeksschool GUIDE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door het KWF.

Promotie J.H. Maduro
TRAILs towards improved cervical cancer treatment
30 september 2009, 14.45 uur
Promotor(s): prof.dr. E.G.E. de Vries, prof.dr. A.G.J. van der Zee
Rijksuniversiteit Groningen, Medische Wetenschappen

Positief advies voor pandemische vaccins

30 September 2009

Mexicaanse griepDe H1N1-griepvaccins Pandemrix en Focetria hebben een positief advies gekregen van de CHMP, het wetenschappelijke Comité voor geneesmiddelen voor humaan gebruik van het Europese Geneesmiddelenagentschap EMEA, waarin het CBG is vertegenwoordigd.

De CHMP was van oordeel dat de voordelen van de vaccins opwegen tegen de mogelijke risico’s ervan. Als de Europese Commissie besluit het advies van de CHMP over te nemen wordt op korte termijn een Europese handelsvergunning voor deze pandemische griepvaccins afgegeven. Hierdoor kunnen de vaccins ook in Nederland worden toegepast.
[CBG-MED]

65-jarige mannen hebben nog 11 gezonde levensjaren voor de boeg

30 September 2009

ZorgMannen en vrouwen worden steeds ouder. Maar lang niet iedereen brengt die extra levensjaren ook in een goede gezondheid door.

Mannen die in 1990 65 jaar waren, hadden toen gemiddeld nog 14,7 levensjaren tegoed, waarvan 9,7 jaren in goede gezondheid. In 2007 is de levensverwachting toegenomen tot 17,4 jaren. Daarvan brengen zij nog 11,2 jaren door in een goede gezondheid. De levensverwachting is dus meer toegenomen dan de gezonde levensverwachting. Bij vrouwen van 65 jaar veranderde de gezonde levensverwachting zelfs helemaal niet, ondanks de toename van de levensverwachting met gemiddeld 1,5 jaar.

Het aantal jaren dat een 65-jarige nog in goede gezondheid doorbrengt, verschilt naar opleidingsniveau. Mannen met hoger onderwijs hebben een levensverwachting die gemiddeld 3,6 jaar hoger is dan van mannen met lager onderwijs, de gezonde levensverwachting ligt liefst 5,6 jaar hoger. Bij vrouwen is het beeld vergelijkbaar en komen de verschillen in levensverwachting en gezonde levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden uit op 3,2 respectievelijk 6,3 jaren.
[cbs]

Leukemie wordt niet veroorzaakt door het Epstein-Barr virus virale eiwit BILF1

30 September 2009

Het is uitgesloten dat leukemie wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr virus virale eiwit BILF1. Dit is een van de conclusies uit het promotieonderzoek van David Maussang-Detaille aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Virussen vormen dagelijks een bedreiging voor onze gezondheid. Het overgrote deel van de mensheid is geïnfecteerd met humane herpesvirussen, zoals het humane cytomegalovirus (HCMV) en het Epstein-Barr virus (EBV). De aanwezigheid van deze latente, ofwel slapende virussen, heeft over het algemeen geen nadelige gevolgen. Bij mensen met een verlaagd immuunsysteem kunnen serieuze ziektebeelden zich echter wel ontwikkelen. HCMV- en EBV-virussen zijn in het bijzonder gevaarlijk voor foetussen, AIDS-patiënten en patiënten die een transplantatie hebben ondergaan. EBV kan leukemie en lymfomen veroorzaken en HCMV-infectie kan uiteindelijk leiden tot dikke darmkanker of hersentumoren. Na het infecteren van een mens zijn verscheidene eiwitten die worden aangemaakt door virussen in de geïnfecteerde cellen te detecteren. Voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen virussen is het van belang te weten hoe bepaalde virale eiwitten bijdragen aan ziektebeelden.

Het onderzoek van Maussang-Detaille is gericht op twee van die virale eiwitten, te weten US28 van het HCMV en BILF1 van het EBV. In zijn proefschrift beschrijft hij dat BILF1 niet betrokken is bij cellulaire ontwikkeling (af te leiden uit in vivo studies).  Hierdoor is het uitgesloten dat leukemie wordt veroorzaakt door het EBV virale eiwit BILF1. Met verscheidene in vitro en in vivo studies, vond hij dat het HCMV gecodeerde eiwit US28 ongecontroleerde celgroei, de uitscheiding van eiwitten en andere factoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van verschillende soorten kankers kan bevorderen. Bovendien laat hij zien dat het virale US28 eiwit tumoren in muizen laat groeien. Deze experimenten duiden erop dat US28 belangrijk kan zijn bij het veroorzaken van HCMV-gerelateerde kankers.

Promotie D.A.B. Maussang-Detaille
02-10-2009, 13.45 uur
Onderzoek naar virale eiwitten
Promotor: prof.dr. M.J. Smit
Faculteit der Exacte Wetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam

Eerste hulp bij-griep.nl – actiewebsite over Mexicaanse griep

30 September 2009

Mexicaanse griepKlachten Mexicaanse griep snel te lijf met Samenwerkende Apothekers

Het nieuwe influenza A (H1N1) virus, beter bekend als de Mexicaanse griep, is inmiddels ook in Nederland actief. Hoewel de klachten hetzelfde zijn als bij ‘gewone griep’ is het virus veel besmettelijker. Het kan zomaar gebeuren dat je op een ochtend wakker wordt met koorts, een zere keel en een droge hoest. Om er snel weer bovenop te komen heeft Samenwerkende Apothekers www.bij-griep.nl ontwikkeld. Hier kan het hele gezin terecht voor deskundig advies over de Mexicaanse griep en extra informatie, inclusief een online checklist die kan worden uitgeprint en meegenomen naar de apotheek. Handig, want mocht je zelf onverhoopt snotterend thuis in bed liggen dan weet je tenminste zeker dat alles in huis gehaald wordt om jouw klachten snel te lijf te gaan. De producten van Samenwerkende Apothekers zijn alleen verkrijgbaar bij de apotheek en bestaan uit een uitgebreide lijn van zelfzorggeneesmiddelen voor volwassenen en kinderen.
 
Wat te doen bij griep – check!
Met www.bij-griep.nl informeert Samenwerkende Apothekers wat je kunt doen als jijzelf, je partner of je kinderen te maken krijgen met de Mexicaanse griep. De handige online checklist geeft een helder overzicht wat iedereen zelf kan doen tegen koorts, een snotneus of keelpijn. Per klacht wordt duidelijk aangegeven welke producten specifiek daarvoor gebruikt kunnen worden. Daarnaast geeft de website informatie over veel praktische zaken, zoals:

  • Welke klachten horen bij Mexicaanse griep en hoe wordt het virus overgedragen.
  • Wanneer kun je het beste contact opnemen met de huisarts als bijvoorbeeld je kind griepverschijnselen heeft.
  • Is het wel of niet verstandig om naar het spreekuur van de huisarts te gaan als je denkt dat je zelf de Mexicaanse griep hebt.
  • Heb je behoefte aan een meer persoonlijk deskundig advies, dan staat de apotheek altijd voor je klaar.

Geneesmiddelen voor het hele gezin
Aan de Mexicaanse griep zelf is helaas niets te doen, voldoende rust houden is de remedie. De klachten kunnen echter wel aangepakt worden. Samenwerkende Apothekers heeft voor elke klacht verschillende producten voor jong en oud. Zo is er een verzachtende hoestdrank met tijm voor kinderen vanaf 6 maanden en voor de iets oudere kinderen is er een hoestdrank met een lichte frambozensmaak voor droge prikkelhoest. Daarnaast biedt het assortiment veel andere producten zoals paracetamol als tablet en zetpil om koorts en pijn te onderdrukken, een neusspray voor kinderen en volwassenen en capsules om diarree te stoppen.
 
Samenwerkende Apothekers
Samenwerkende Apothekers heeft het breedste assortiment zelfzorggeneesmiddelen en het grootste assortiment voor kinderen. De producten zijn zonder recept bij alle apotheken in Nederland verkrijgbaar. De verpakkingen bevatten duidelijke informatie over waarvoor en voor wie het product bestemd is. De apotheek kan een deskundig en persoonlijk advies geven welke producten bij welke klachten gebruikt kunnen worden.
 
Grieptips

  • Kijk op www.bij-griep.nl voor informatie en een handige checklist wat je zelf kunt doen om de klachten aan te pakken.
  • Wanneer je vermoedt dat je de griep hebt, neem dan telefonisch contact op met de huisarts. Stap niet buiten de deur om verdere besmetting van het griepvirus te voorkomen.
  • Als je de griep hebt, geef de persoonlijke checklist van www.bij-griep.nl dan mee aan je partner, vriend(in), familie of buren. Zij helpen je graag.
  • Zorg voor een goede nachtrust en doe het rustig aan gedurende de dag.
  • Drink voldoende ter voorkoming van uitdroging en om je keel te ‘smeren’ bij pijn.

[Persbericht Samenwerkende Apothekers]

Nieuwe oorzaak ontrafeld voor hart- en herseninfarct

30 September 2009

hartEen tekort aan proteïne S en proteïne C in het bloed kan het risico op beroertes en hartinfarcten vijf maal vergroten. Jonge patiënten met een onverklaard hersen- of hartinfarct met aanwijzingen op trombose in de familie moeten daarom getest worden op tekorten van deze proteïnes. Dat blijkt uit onderzoek van stollingsarts en cardioloog in opleiding Jan-Leendert Brouwer van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Brouwer promoveert op 7 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wanneer in een ader of een slagader een bloedprop (trombose) ontstaat, kan het gebeuren dat achterliggende organen of spieren geen bloed meer krijgen, of de afvoer van bloed belemmerd wordt. Dan kan het orgaan of de spier in kwestie zijn werk niet meer doen, en kunnen zich levensgevaarlijke situaties voordoen. Trombose kan ontstaan door schade aan de vaatwand en afwijkingen aan bloedplaatjes. Maar ook een verstoring van het stollingssysteem – het systeem dat zorgt voor een ‘korstje’ op een wond en bloedverlies beperkt – is een belangrijke risicofactor.

Brouwer verrichtte promotieonderzoek naar de risico’s door verstoring van het stollingssysteem. Delen van zijn onderzoeksresultaten werden gepubliceerd in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften, zoals Circulation en Blood. Zij bieden een mogelijke verklaring voor trombose op jonge leeftijd, aanknopingspunten voor behandeling en nieuw inzicht in de fundamentele werking van het stollingssysteem.

Verstoord stollingssysteem
Het stollingssysteem is een complex systeem, gebaseerd op een gevoelig evenwicht tussen onder meer stollingsfactoren en remmende stollingsfactoren. Zijn er te weinig stollingsfactoren, dan kan er een bloeding optreden. Zijn er te weinig remmende stollingsfactoren, dan kan een bloedprop ontstaan. Een zeldzame genetische aandoening kan zorgen voor een structureel tekort aan remmende stollingsfactoren. Brouwer onderzocht 172 families waarin een dergelijke erfelijke afwijking voorkomt en volgde deze families gedurende 9 jaar.

Dat een gebrek aan proteïne C of proteïne S het risico op herseninfarcten en beroertes vergroot, werd al langere tijd vermoed, maar kon niet worden aangetoond. Uit het onderzoek van Brouwer blijkt nu dat een tekort aan deze proteïnes het risico op beroertes en hartinfarcten vijf maal kan vergroten. Bijkomende interne risicofactoren, zoals factor V Leiden en hoog factor VIII, en externe risicofactoren, zoals operatieve ingrepen, gebruik van de anticonceptiepil en zwangerschap, kunnen het gevaar voor deze patiënten op trombose tot zelfs honderd keer vergroten.

Preventieve medicatie, screening

Door preventieve toediening van antistollingsmedicijnen kan de kans op trombose verminderd worden. Dit brengt ook het risico op ernstige bloedingen met zich mee. Uit het onderzoek van Brouwer blijkt echter dat het verstandig is langdurig antistollingsmedicijnen voor te schrijven aan patiënten met een gebrek aan proteïne S, proteïne C of antitrombine die al een trombose hebben doorgemaakt. Het risico op een levensbedreigende bloeding is in deze patiëntengroep veel lager dan het risico op een terugkerende trombose wanneer geen behandeling (meer) plaatsvindt. Bovendien lijkt deze stollingsafwijking te beschermen tegen bloedingen indien deze patiënten worden behandeld.

Bij jonge patiënten met een onverklaard hersen- of hartinfarct moet onderzocht worden of er sprake is van een tekort aan proteïne C of proteïne S. Wanneer inderdaad een tekort aan deze proteïnes wordt aangetroffen, is het verstandig ook eerstegraads familieleden te screenen, aldus Brouwer. Zo kan vastgesteld worden of het verstandig is om preventief antistollingsmedicijnen voor te schrijven en kan de kans op een hart- of herseninfarct of trombose verminderd worden. Wel moet hierbij rekening worden gehouden met o.m. de psychische belasting, het bloedingsrisico en de kosten van deze screening en behandeling. Naar dit laatste moet nog nader onderzoek worden verricht.

Curriculum vitae
Jan-Leendert P. Brouwer (Delfzijl, 1973) studeerde Geneeskunde te Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Interne geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool Trombose, rheologie en hemofilie. Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Nederlandse Hartstichting. Brouwer promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij prof.dr. J.C. Kluin-Nelemans en prof.dr. J. van der Meer (postuum). Hij werkt thans als cardioloog in opleiding in het UMCN St. Radboud te Nijmegen en is medisch directeur van de Nationale Trombosedienst in Ede. De titel van zijn proefschrift luidt: “Clinical implications of deficiencies of protein S, protein C or antithrombin”.
[UMCG]

Medicijnen kopen via internet risicovol

29 September 2009

medicijnenConsumenten die zonder recept van een arts via internet medicijnen kopen, lopen grote gezondheidsrisico’s en bovendien zijn er financiële gevaren. Dat blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond, in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid en het RIVM.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de dosering van de werkzame stof in veel gevallen niet klopt en soms zijn de geneesmiddelen vervuild met stoffen die er niet in thuis horen.

Het is eenvoudig om zonder recept aan zware medicijnen te komen. De Consumentenbond zocht via Google naar geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze vaak via internet worden gekocht, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen, Viagra, antidepressiva, spierversterkers en vermageringsmiddelen. Dat leidde tot 82 bestellingen bij diverse buitenlandse websites, waarvan er 35 (43%) nooit zijn geleverd.

Veel van de via internet bestelde medicijnen zijn vervalst. Soms bleek dat al doorat de pillen of de verpakking anders waren. Daarnaast bleek uit laboratoriumonderzoek dat bij eenderde van de ontvangen bestellingen de hoeveelheid werkzame stof meer dan 10% afweek van de hoeveelheid die erin hoort te zitten. En in zes gevallen (13%) bevatte het medicijn ook werkzame stoffen die er niet in thuis horen. Mensen weten dus niet wat ze precies slikken en dat kan levensgevaarlijk zijn, aldus de Consumentenbond.
[Consumentenbond]

Heeft je kind ADHD? Volg een oudertraining!

29 September 2009

ADHDKinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen. Ze worden minder ongehoorzaam, vertonen minder opstandig gedrag en hebben minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara van den Hoofdakker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Van den Hoofdakker promoveert op 7 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder) is een veel voorkomende stoornis bij kinderen, die zich uit in o.m. verminderde concentratie, hyperactiviteit en impulsiviteit. De aandoening leidt vaak tot problemen op school, in het gezin en in relaties met leeftijdgenoten. Op de langere termijn lopen kinderen met ADHD een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld delinquent gedrag en verslaving. Goede behandeling is daarmee van groot persoonlijk én maatschappelijk belang.

Positief gedrag stimuleren
Van den Hoofdakker verrichtte onderzoek onder 94 kinderen met ADHD en gedragsproblemen tussen vier en twaalf jaar. De ouders van de helft van deze kinderen kregen reguliere zorg, de ouders van de andere helft van de kinderen kregen daar bovenop een speciale oudertraining. Deze bestond uit 12 groepssessies van elk twee uur, waarin de ouders onder meer leerden hoe ze het dagelijkse leven van hun kind kunnen structureren, hoe ze hun kinderen kunnen instrueren en hoe ze gewenst gedrag kunnen prijzen en belonen. Van den Hoofdakker: “Ouders van kinderen met ADHD zijn vaak geneigd negatief gedrag te bestraffen. Dat wordt in de oudertraining doorbroken. Ouders leren hoe ze het best op ongewenst gedrag kunnen reageren, maar vooral ook hoe ze positief gedrag van hun kind kunnen stimuleren.”

Beter in hun vel
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen met ADHD minder ongehoorzaam zijn, minder opstandig gedrag vertonen en minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten hebben wanneer hun ouders oudertraining hebben gevolgd. Ook de hoeveelheid stress bij de ouders neemt af, maar op dit punt biedt oudertraining geen meerwaarde boven de reguliere zorg, want ook in de groep die alleen reguliere zorg kreeg, nam de stress bij de ouders af. Wanneer het kind veel bijkomende stoornissen heeft (zoals een gedragsstoornis, of een angst- of stemmingsstoornis), biedt de oudertraining geen duidelijke meerwaarde.

“Het lukt toch niet…”
Opmerkelijk is dat oudertraining minder zinvol is bij moeders die een negatief beeld hebben van zichzelf als opvoeder. Van den Hoofdakker: “Naar de oorzaken daarvan hebben we geen onderzoek gedaan. Maar we vermoeden dat deze vrouwen de aanwijzingen uit de oudertraining minder snel opvolgen. Ze denken misschien dat het ze tóch niet lukt het gedrag van hun kind te veranderen.” Kinderen van vaders die bij zichzelf symptomen van ADHD waarnemen, blijken juist beter te reageren wanneer hun ouders een oudertraining volgen. Van den Hoofdakker: “Op de oudertraining wordt veel aandacht besteed aan rustig blijven, aan niet-impulsief gedrag. Vaders die uit zichzelf impulsief handelen, hebben daar misschien meer baat bij dan vaders die uit zichzelf weldoordacht reageren. En dus knappen hun kinderen er meer van op als ze de training volgen.”

Houvast in de praktijk
Oudertraining wordt in Nederland al enige jaren aangeboden, maar de effectiviteit ervan was in ons land nog nooit onderzocht. Van den Hoofdakker: “Al het bestaande onderzoek op dit terrein komt uit de Verenigde Staten. Uit ons onderzoek blijkt nu dat de training ook effectief is in de Nederlandse situatie. Bovendien hebben aan het onderzoek gezinnen meegedaan waar meestal al langer problemen zijn, en waarbij de ouders vaak al bij meerdere hulpverleners hebben aangeklopt.” Daarmee bieden de resultaten van haar onderzoek een belangrijk houvast voor hulpverleners in de kinder- en jeugdpsychiatrie en GGZ in Nederland, meent de onderzoeker. “We hebben aangetoond dat de interventie écht werkt en ook in welke gevallen zij meer en minder effectief is.”

Curriculum vitae
Barbara van den Hoofdakker (Utrecht, 1961) studeerde Orthopedagogiek te Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Groningen (Accare, UCKJP), waar ze werkt als klinisch psycholoog/gedragstherapeut, manager en onderzoeker, en binnen onderzoeksschool BCN. Ze promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij Prof.dr. R.B. Minderaa en prof.dr. P.M.G. Emmelkamp. De titel van haar proefschrift luidt: “Behavioral parent training for children with ADHD. Effectiveness in clinical practice and moderators of treatment response”.
[UMCG]

Zorg voor diabetes en wat is er nodig

29 September 2009

diabetesOnder de titel Nooit meer chocola? begint het NIVEL een onderzoek onder mensen met een verstandelijke beperking en diabetes. Hoe loopt de zorg voor diabetes bij hen en wat is er nodig?

In Nederland bestaat de diabeteszorg voor het grootste deel uit zelfmanagement. Patiënten meten thuis hun bloedsuiker, houden zelf hun voedingspatroon in de gaten, spuiten zelf insuline, enzovoort. Hoe doen mensen met een verstandelijke beperking dit? Diabetes type 1 en type 2 komt regelmatig voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoe leren zij hiermee omgaan? Hoe ervaren zij het leven met diabetes? Er zijn nog nauwelijks antwoorden op deze vragen.

Met subsidie van het Diabetesfonds gaat het NIVEL de komende anderhalf jaar de stand van zaken van de diabeteszorg onderzoeken bij mensen met een verstandelijke beperking. Bijzonder aan dit onderzoek is dat de ervaringen van mensen zelf centraal staan. Verder worden ook hun naasten en hun eventuele diabeteszorgverleners bevraagd.

Het NIVEL heeft in 2005 het Panel Samen Leven opgezet. Dit bestaat uit ongeveer 700 mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking van 15 jaar en ouder. Voor Nooit meer chocola? benadert het NIVEL de panelleden met diabetes. Het onderzoek sluit zowel aan bij de onderzoeken van het NIVEL naar diabetes als bij die naar mensen met een verstandelijke beperking. Met de opgedane inzichten kan meer gericht worden gewerkt aan voorlichting en ondersteuning over het leven met diabetes.

Toekomstige behandeling reuma op individueel niveau?

29 September 2009

ReumaDe resultaten uit het proefschrift van Lisa van Baarsen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een test voor vroege diagnose, met als uiteindelijk doel preventieve medicatie op maat voor patiënten met reuma. Zij maakte hierbij gebruik van DNA microchips. Eén chip meet in één experiment de activiteit van ongeveer 20.000 genen, de boodschappers van onze lichaamsfunctie.

Patiënten met reumatoïde artritis (RA) hebben ontstekingsreuma die gekenmerkt wordt door pijnlijke en gezwollen gewrichten. Omdat niet iedere patiënt dezelfde symptomen en klachten vertoont is het ziekteverloop onvoorspelbaar en kunnen verschillende behandelingsstrategieën nodig zijn. Dit heterogene karakter van de ziekte verlaagt de kans op succes bij het testen van nieuwe medicijnen voor behandeling.

Van Baarsen onderzocht het hergroeperen van patiënten in meer homogene patiëntengroepen. Hiervoor maakte ze gebruik van een van de nieuwste technologische ontwikkeling op het moleculaire gebied, de zogenaamde DNA microchips. Eén chip meet in één experiment de activiteit van ongeveer 20.000 genen, de boodschappers van onze lichaamsfunctie. Deze informatie kan per patiënt worden omgezet in een soort streepjescode waarna de meest op elkaar lijkende codes bij elkaar gezocht worden en in één groep geplaatst. Per patiëntengroep kan men vervolgens de informatiecode proberen te kraken om zo het onderliggende ziekteproces te ontrafelen en nieuwe therapieën, die het meest geschikt zijn voor een specifieke patiëntengroep, te ontwikkelen.

De resultaten uit dit onderzoek kunnen een bijdrage leveren om uiteindelijk te voorspellen welke behandeling het meest geschikt is voor welke patiënt. Ook paste Van Baarsen deze techniek toe in een groep van personen met een verhoogd risico op het krijgen van RA en het bleek dat sommige personen al een code hebben die vergelijkbaar is met die van RA-patiënten.

Promotie E.G.M. van Baarsen
01-10-2009, 13.45 uur
Toekomstige behandeling op individueel niveau?
Promotor: prof.dr. C.L. Verweij
VU medisch centrum

Bevolkingsonderzoek darmkanker bespaart veel geld

29 September 2009

Door te investeren in een bevolkingsonderzoek naar darmkanker kunnen regeringen en zorgverzekeraars in de toekomst veel geld besparen. Dit schrijven onderzoekers van het Erasmus MC in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Journal of the National Cancer Institute.

Doordat bij een bevolkingsonderzoek de ziekte vaak vroegtijdig wordt ontdekt, kunnen patiënten goedkopere behandelingen krijgen. Daardoor kan in de nabije toekomst al de helft op de behandelkosten worden bespaard. De kosten van het bevolkingsonderzoek worden dan ruimschoots terugverdiend.

Explosief
De komende jaren zullen de behandelkosten voor darmkanker explosief toenemen, mede door de ontwikkeling van nieuwe dure chemotherapieën. ‘Het is daarom belangrijk te voorkomen dat patiënten deze zorg nodig hebben,’ zegt onderzoeker  Iris Lansdorp-Vogelaar van het Erasmus MC. Een bevolkingsonderzoek is een goede methode omdat darmkanker dan kan worden opgespoord bij mensen die al wel aan de ziekte lijden, maar dat nog niet weten, bijvoorbeeld omdat ze nog geen klachten hebben. In de nabije toekomst kan met een bevolkingsonderzoek al de helft worden bespaard op de kosten van de behandelingen.

Bloedsporen
Er zijn verschillende manieren om darmkanker op te sporen. Het kan simpelweg door mensen te vragen een klein monster ontlasting af te geven. In het laboratorium kunnen onderzoekers dan kijken of er bloedsporen in zitten. Een andere manier is om de dikke darm en de endeldarm met een endoscoop te onderzoeken. Vooral de eerste methode kan winstgevend zijn.

Effecten
Lansdorp-Vogelaar promoveerde eerder dit jaar op een onderzoek naar de effecten van darmkanker-screening op de volksgezondheid. In dat onderzoek berekende ze hoeveel levens een bevolkingsonderzoek kan redden. Nu overlijdt nog bijna de helft van de patiënten. Door een bevolkingsonderzoek kan het sterftepercentage met 11 tot 33 procent worden teruggedrongen. Wereldwijd krijgen jaarlijks meer dan een miljoen mensen te horen dat ze darmkanker hebben. In Nederland zijn dat er 11.000.

Lonend
Verschillende landen bekijken momenteel of het invoeren van een bevolkingsonderzoek lonend is. Ook in Nederland buigt de politiek zich over dit onderwerp. Het Erasmus MC voert daartoe samen met het Integraal Kankercentrum Rotterdam en de Stichting Bevolkingsonderzoek ZWN verschillende proefonderzoeken uit in de regio Rijnmond. Ons land kent nu nog alleen nationale bevolkingsonderzoeken voor baarmoederhalskanker en borstkanker.
[Erasmus MC]

Helft Vlamingen beweegt te weinig

28 September 2009

loopschoenenMeer dan de helft van de Vlamingen beweegt te weinig om gezond te blijven. Vlaamse ministers willen met het project ‘10.000 stappen Vlaanderen’ Vlamingen en Brusselaars ertoe aanzetten dagelijks op een eenvoudige manier meer te bewegen.

Half uur extra
Volgens professor Cardon (UGent) moeten volwassenen dagelijks een half uur extra stappen om de internationale norm van 10.000 stappen te halen. Meer dan de helft van de Vlamingen haalt die volgens haar niet. “Met deze campagne willen we mensen in de eerste plaats motiveren om matig intens te bewegen. De drempel naar de sportclub is dikwijls te hoog en dus focussen we op een geleidelijke opbouw”, aldus Cardon. Samen met de zesduizend stappen die mensen gemiddeld al zetten per dag, leveren de vierduizend passen van een extra halfuurtje wandelen zo dagelijks de gezondheidsnorm van tienduizend passen op.

Campagne
Via de campagne worden zo’n 350.000 folders en 60.000 affiches verspreid. “Bij de gemeenten zullen mensen ook pakketen met stappentellers kunnen uitlenen zodat ze met een betrouwbare meter hun stappen kunnen tellen”, aldus projectcoördinator Pieter Metsu. Een degelijke stappenteller kost in de winkel al gauw zowat twintig euro. Een vernieuwde website moet Brusselaars en Vlamingen nog meer over de streep trekken.
[DeMorgen.be]

Kinkhoest is tienerziekte geworden

28 September 2009

kinkhoestHet aantal gevallen van kinkhoest is de laatste jaren weer afgenomen. Opvallend is wel dat de piekleeftijd met de meeste gevallen van kinkhoest tegenwoordig tussen de 10 en 14 jaar ligt, terwijl die een paar jaar geleden nog tussen de 1 en 4 jaar lag.

Kinkhoest is voor ouderen geen gevaarlijke ziekte, maar zuigelingen kunnen eraan sterven. Daarom zit het vaccin sinds de jaren vijftig in de DKTP-prik. In 2001 en 2002 waren er ondanks de vaccinatie epidemieën van kinkhoest. De bacterie Bordetella pertussis die kinkhoest veroorzaakt bleek sinds de jaren vijftig veranderd, maar de vaccins niet. Ze beschermden daardoor niet meer voldoende tegen de ziekte. Sinds juli 2001 zijn de vaccinaties op 4-jarige leeftijd en sinds 2005 álle vaccinaties voor kinkhoest vervangen door een vernieuwd vaccin. Dat blijkt effectief, kinkhoest komt nu minder vaak voor.

Jongerenziekte
Kinkhoest is een tienerziekte geworden. De ziekte komt nu vooral voor in de leeftijdsgroep van 10 tot 14 jaar, zo blijkt uit onderzoek binnen de Continue Morbiditeits Registratie Peilstations van het NIVEL, en niet in de leeftijdsgroep van 1 tot 4 jaar, tot voor kort de leeftijdsgroep waarin kinkhoest het meest voorkwam. NIVEL-onderzoeker, huisarts en epidemioloog Gé Donker: “Dat de piekleeftijd nu bij jonge tieners ligt, is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat zij niet zijn gevaccineerd met het nieuwe vaccin. Zij zijn beschermd tegen de ‘oude’ bacterie, maar niet tegen de kinkhoest van nu. De ziekte gaat vanzelf over, maar het hoesten kan maanden aanhouden. Belangrijk is dat het nieuwe vaccin effectief blijkt voor de kinderen die daarmee gevaccineerd zijn.”

CMR
De Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations vormen een representatieve groep van 61 Nederlandse huisartsen in 45 praktijken. Hun patiëntenpopulatie bestrijkt ongeveer 0,8% van de Nederlandse bevolking en is representatief naar regio en naar verdeling over stad en platteland. De peilstation-huisartsen rapporteren wekelijks (waardoor trends zeer snel zichtbaar worden) of op jaarbasis over het vóórkomen van een aantal ziekten, gebeurtenissen en verrichtingen die in routine-registraties ontbreken en daarin niet gemakkelijk zijn op te nemen. De CMR-peilstations bestaan sinds 1970.
[nivel]

Symposium Sportgeneeskunde in het UMCG

28 September 2009

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

In het Universitair Medisch Centrum Groningen vindt op woensdag 7 oktober het symposium plaats ‘Van sportveld tot kliniek’, over actualiteiten in de sportgeneeskunde. Het doel van het symposium is om de huidige stand van de wetenschap op het gebied van de sportgeneeskunde door te geven aan de sportpraktijk. Vanuit een wetenschappelijk perspectief worden verschillende blessures nader belicht; zowel behandeling als preventie van blessures. Het symposium is vooral bedoeld voor sportmasseurs, sportverzorgers, coaches en andere direct betrokkenen bij de verzorging en behandeling van top- en breedtesporters.

Na een openingswoord van chef de mission van de Olympische ploeg van Vancouver 2010 Henk Gemser staan een aantal inhoudelijke lezingen op het programma. De behandeling van de veelvoorkomende voorstekruisbandletsels en de revalidatie na deze langdurige blessure, staan centraal in een lezing van hoogleraar sportgeneeskunde Ron Diercks en sportfysiotherapeut Jan Hamelink. Sportarts Bram Bessem van het UMCG spreekt over het nut van de sportkeuring. Onderzoeker Ida Buist en sportarts Steef Bredeweg gaan nader in op de risicofactoren van hardloopblessures. Anne Benjaminse belicht de rol van preventie bij sportblessures, bewegingswetenschapper Michel Brink geeft een toelichting over het herkennen en voorkómen van overtraindheid. Ten slotte gaat sportarts Hans Zwerver in op peesklachten en de beste manier om die te behandelen.

Het symposium is georganiseerd door het Universitair Centrum voor Sport, Beweging en Gezondheid van het UMCG, het Hanze Instituut voor Sportstudies en het Topsport Steunpunt Noord Nederland. Het symposium begint op 7 oktober om 17.00 uur.
Inschrijving voor het symposium is nog mogelijk. Meer informatie over het symposium vindt u op de webpagina onder aan deze pagina. Aanmelden is nog mogelijk via c.p.van.wilgen@sport.umcg.nl
[UMCG]

Promotie: COBRA-therapie voor reumatoïde artritis

28 September 2009

ReumaCOBRA-therapie, een combinatie van drie goedkope antireumatische geneesmiddelen waaronder prednisolon, is effectief, veilig en goed te gebruiken als eerste therapie voor patiënten met reumatoïde artritis. Dat blijkt uit het proefschrift van Lilian van Tuyl.

De effectiviteit van COBRA-therapie bleek al twaalf jaar geleden uit de COBRA-trial waarin bij patiënten die COBRA gebruikten de ziekte sneller onderdrukt werd en de schade aan de gewrichten op de lange termijn beperkt bleef in vergelijking met patiënten die monotherapie gebruikten. Follow up van de patiënten zoals beschreven in Van Tuyls proefschrift laat zien dat de eerste klap inderdaad een daalder waard is: patiënten die elf jaar geleden met COBRA-therapie startten hebben nog steeds minder gewrichtsschade dan patiënten die met monotherapie startten.

Toch is de COBRA therapie geen populaire therapie bij reumatologen om in het begin van de ziekte voor te schrijven: uit interviews en focus groep discussies blijkt dat reumatologen de COBRA-therapie ingewikkeld vinden en denken dat patiënten het niet willen gebruiken. Patiënten geven daarentegen aan open te staan voor een agressieve start van de therapie, inclusief prednisolon, indien dit de ziekte direct onderdrukt, de prognose verbetert en van tijdelijke aard is.

Na een inventarisatie van voor- en nadelen vanuit het perspectief van zowel de reumatoloog als de reumapatiënt is een implementatiepakket samengesteld en uitgetest dat het gemakkelijker maakt voor arts, patiënt en verpleegkundige om de therapie in de praktijk voor te schrijven en te gebruiken. Kijk voor meer informatie op de website: www.cobratherapie.nl

Promotie H.D. van Tuyl
01-10-2009, 10.45 uur
COBRA-therapie voor reumatoïde artritisCOBRA Combination Therapy in Rheumatoid Arthritis. Implementation and Beyond
Promotors: prof.dr. B.A.C. Dijkmans, prof.dr. M. Boers
VU medisch centrum