Nieuwe anticonceptiepil Qlaira met natuurlijk hormoon

QlairaMedicijnfabrikant Bayer brengt deze week een nieuwe anticonceptiepil Qlaira op de markt met een natuurlijk vrouwelijk hormoon. Het is de eerste pil in haar soort in Nederland. Volgens Bayer geeft de pil minder bijwerkingen.

Qlaira is een laaggedoseerde pil met het lichaamseigen estradiol. Anticonceptiepillen (combinatiepillen) bevatten een oestrogeen en een progestageen. Sinds de komst van de combinatiepil in de jaren zestig, zijn verschillende progestagenen ontwikkeld en is de dosering progestageen steeds verder verlaagd. Het oestrogeen was in alle anticonceptiepillen echter altijd dezelfde– ethinylestradiol. Met de komst van Qlaira kunnen vrouwen voor het eerst kiezen voor een pil die een lichaamseigen oestrogeen afgeeft.

Qlaira bevat een combinatie van estradiolvaleraat en het progestageen dienogest. Estradiolvaleraat wordt in het lichaam omgezet in estradiol, hetzelfde hormoon als het oestrogeen dat in de eierstokken wordt ontwikkeld. Qlaira heeft bovendien een dynamisch doseringsschema. Het doseringsschema is zo ontwikkeld dat de pil gedurende de gehele cyclus exact de juiste hoeveelheid hormonen op het juiste moment afgeeft. Een strip bevat 26 hormoonbevattende pillen en 2 pillen zonder werkzame stof. Daardoor is de kans dat vrouwen de pil vergeten in te nemen zeer klein. De betrouwbaarheid van Qlaira is hierdoor hoog.

Al langer proberen farmacologen estradiol als oestrogeencomponent in de anticonceptiepil te gebruiken. Tot op heden gaf estradiol echter vaak aanleiding tot tussentijds bloedverlies. Het dynamische doseringsschema van Qlaira zorgt voor een optimaal bloedingspatroon. Bij gebruik van Qlaira wordt de ontrekkingsbloeding in de meeste gevallen korter en lichter.

Naar verwachting zal Qlaira, behalve als anticonceptivum, in de toekomst ook als eerste anticonceptiepil worden geregistreerd voor de indicatie ‘hevige of langdurige menstruatie’.

Niertransplantatieresultaten gelijk met of zonder diabetes

NierenDiabetes beïnvloedt de overlevingskansen van niergetransplanteerde patiënten niet, is de uitkomst van een onderzoek in een Zuid-Koreaans ziekenhuis. Ook de kans op afstoting is vergelijkbaar. De resultaten werden gepresenteerd tijdens het wereldwijde nefrologiecongres dat afgelopen week plaatsvond in Milaan.

Dr. Young Ki Son van het Bong Seng Memorial ziekenhuis in de Zuid-Koreaanse stad Pusan vergeleek het percentage getransplanteerde nierpatiënten met en zonder diabetes, dat tien jaar na de transplantatie nog in leven was. Hij keek ook naar de overleving van de getransplanteerde nieren. In totaal ging het om 425 patiënten, van wie er 70 diabetes hadden.

Vijf jaar na de transplantatie in het Koreaanse ziekenhuis waren alle diabetici nog in leven en functioneerden hun nieuwe nieren nog. Van de patiënten zonder diabetes was op dat moment een enkeling overleden en nog een klein aantal had de nier verloren, maar de verschillen waren niet significant. Tien jaar na de transplantatie leefde negen op de tien patiënten nog, ongeacht of ze diabetes hadden. Ook het percentage nog functionerende nieren was vergelijkbaar: iets minder dan 80 procent in beide groepen.

Young Ki Son heeft niet gekeken naar andere gegevens, zoals bijkomende aandoeningen. Ook zijn er geen patiënten die zowel een nier als een pancreas getransplanteerd hadden gekregen, in het onderzoek meegenomen.
[NierNieuws]

Wat is Q-koorts

Q-koortsDe bacterie Coxiella burnetii veroorzaakt Q-koorts. Deze bacterie kan zeer goed buiten zijn gastheer overleven. Coxiella burnetii kan bij vrijwel alle diersoorten voorkomen. De twee grootste kringlopen waarbinnen de bacterie circuleert, zijn enerzijds wilde knaagdieren en anderzijds huisdieren, zoals rund, schaap en geit. Tussen wilde knaagdieren brengen teken de besmetting over van dier naar dier. Tussen de landbouwhuisdieren kan sporadisch ook een teek optreden als overbrenger van de ziekte, maar veel belangrijker is besmetting door het inademen van stofdeeltjes met daarin bacteriën. Het inademen van besmette stofdeeltjes is ook de voornaamste oorzaak van besmetting bij de mens, waarbij de besmetting afkomstig is van de landbouwhuisdieren.

De bacterie is erg ongevoelig voor milieu-invloeden en kan met het stof over grote afstanden getransporteerd worden. De bacterie komt in de omgeving terecht doordat geïnfecteerde dieren, die zelf geen ziekteverschijnselen hoeven te vertonen, bacteriën uitscheiden met de lichaamsvochten (traanvocht, urine, slijm, speeksel, melk, vruchtwater). Dieren kunnen vooral tijdens het kalven of lammeren grote hoeveelheden bacteriën uitscheiden.

Mensen kunnen besmet stof inademen dat afkomstig is van stallen, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding etc. Daarnaast is besmetting mogelijk door consumptie van besmette rauwe melk(-producten) of onvoldoende verhit vlees, maar dit komt slechts sporadisch voor. Er zijn tevens gevallen beschreven waarbij moeders pasgeboren kinderen infecteerden via de placenta en/of de moedermelk.

Ziekteverschijnselen bij de mens
Meestal vertoont men na infectie geen symptomen of een voorbijgaand griepachtig beeld. Omdat een infectie met deze bacterie zich door het hele lichaam spreidt, zijn veel verschillende symptomen mogelijk. Gemiddeld beginnen de verschijnselen 2 tot 3 weken na besmetting, dit kan echter oplopen tot 6 weken. Duidelijke verschijnselen zijn een heftige hoofdpijn (in het acute begin) en een wisselend koortsverloop. Andere mogelijke symptomen zijn koude rillingen, spierpijn, zweten, verminderde eetlust, misselijkheid, braken, diarree en een relatief lage hartslag. Ook kan een droge hoest en pijn op de borst voorkomen in geval van een longontsteking. Redelijk vaak komt er bij Q-koorts een leverontsteking voor zonder symptomen. Bij een chronische infectie kunnen deze symptomen tot tien jaar na de eerste oorzakelijke infectie optreden.

Ziekteverschijnselen bij dieren
Meestal verloopt de infectie bij dieren symptoomloos. Soms wordt (een uitbraak van) abortus gezien. In geval van abortus maar ook bij symptoomloze dragers scheiden de dieren grote hoeveelheden bacteriën uit tijdens het lammeren of kalven van de dieren.

Verspreiding en frequentie
Q-koorts komt over de hele wereld voor. In Nederland zijn in de periode 1998-2004 jaarlijks tussen de 11 en de 41 humane gevallen gemeld van Q-koorts. Waarschijnlijk is het ware aantal gevallen hoger, enerzijds doordat een deel van de infecties symptoomloos verloopt en anderzijds doordat er door de vage klachten vaak niet aan Q-koorts gedacht wordt.

In 2007 was er een uitbraak van Q-koorts in de provincie Brabant, waarbij ongeveer 140 mensen ziek geweest zijn. Het lijkt erop dat het uitzonderlijk droge en warme weer voor verspreiding door de lucht van de bacterie gezorgd heeft van geitenbedrijven met abortusproblemen. In 2008 zijn, in meerdere regio’s, ook al relatief veel gevallen van Q-koorts gemeld.

Preventie
Consumeer geen rauwe melk(producten). Daarnaast moeten mensen uit bepaalde risicogroepen, zoals dierenartsen, veehouders, laboranten en slachthuispersoneel goed op de hoogte zijn van het risico op Q-koorts, zodat bij klachten adequaat behandeld kan worden. Het is vooral de periode rondom lammeren/kalven waarop veel bacteriën in het milieu terecht kunnen komen, maximale hygiëne is dan van groot belang.
[RIVM]