Betere sperma door dagelijkse seks

SpermaSperma heeft een betere kwaliteit als je dagelijks seks hebt. Tot nu toe werd vaak gedacht dat het beter was om één keer per twee (of drie) dagen seks te hebben om de kwaliteit van het sperma te verhogen. Nu blijkt uit een Australisch wetenschappelijk onderzoek dat door de dagelijkse zaadlozingen de kwaliteit van het sperma bij de meeste mannen verbetert.

Het onderzoek is gehouden onder 118 mannen met slecht sperma. De mannen moesten zeven dagen achter elkaar moesten ejaculeren, waarna het sperma van de mannen werd beoordeeld. De kwantiteit van het sperma per ejaculatie nam af, maar de vruchtbaarheid nam toe bij 80 procent van de mannen. Kortom, stellen met een kinderwens maken een hogere kans op bevruchting als de man in de week voor de beoogde conceptie elke dag seks heeft.

Actieve reuma tijdens zwangerschap leidt tot lichtere baby

ReumaMoeders met de veelvoorkomende reumavorm reumatoïde artritis krijgen vaak lichtere baby’s dan gezonde vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek waarop Yaël de Man van het Erasmus MC woensdag 1 juli promoveert. De promovenda pleit voor een betere begeleiding van zwangere reumapatiënten.

Het geboortegewicht is lager naarmate de moeders tijdens de zwangerschap meer last hebben van de ziekte. De mate waarin het geboortegewicht daalt is vergelijkbaar met dat van roken van sigaretten tijdens de zwangerschap.

Roken
Het onderzoek toont voor het eerst aan dat actieve reuma bij de moeder een negatieve invloed heeft op het geboortegewicht van het kind. Hoe heviger de ziekte tijdens de zwangerschap, hoe groter de kans is op een lager geboortegewicht. Toch valt het geboortegewicht nog wel binnen de normale grenzen. De Man: ‘De mate waarin het geboortegewicht verlaagt is te vergelijken met de daling in gewicht door roken tijdens de zwangerschap. Wat dat betekent voor de kinderen op lange termijn is onbekend. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.’ Ook vrouwen die vanwege reuma prednison gebruiken kregen lichtere kinderen. Dat komt doordat het medicijn de zwangerschap verkort. Bijna één op de 100 Nederlanders heeft reumatoïde artritis, vaak ook al op jonge leeftijd. Patiënten hebben last van chronische gewrichtsontstekingen in met name handen en voeten.

Klachten
De promovenda pleit voor een betere begeleiding van zwangere reumapatiënten. ‘Nu we weten dat de ziekte invloed heeft op het kind, is het belangrijk dat artsen hun patiënten in de gaten houden.’ Nu ontbreekt begeleiding vaak omdat vrouwen tijdens de zwangerschap juist minder vaak door hun arts worden gezien omdat de ziekte gaat liggen. De Man ontdekte dat maar de helft van de vrouwen echt verbetert tijdens de zwangerschap, terwijl veel artsen denken dat dat bij meer dan drie kwart van de vrouwen gebeurt. Het contact met de arts wordt meestal pas gezocht na de bevalling als patiënten weer klachten krijgen. De ziekte keert vrijwel bij iedereen binnen drie maanden na de bevalling terug.

Autostoeltje
Er is nog een belangrijke reden om de begeleiding te verbeteren. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de ziekte één op de drie moeders hindert bij het uitvoeren van de zorgtaken zoals het tillen, wassen, aankleden en in het autostoeltje zetten van de baby. ‘Artsen kunnen de problemen verzachten door moeders meer informatie te geven over hoe ze hun gewrichten het minst belasten. Het helpt ook om bedjes en commodes op de juiste hoogte te zetten.’

Kinderwens
Voor haar onderzoek heeft De Man gebruikgemaakt van gegevens uit de zogenoemde PARA-studie waaraan 350 vrouwen met reuma uit het hele land hebben meegewerkt. De meeste vrouwen zijn thuis gevolgd door het onderzoeksteam van het Erasmus MC vanaf het moment dat zij een kinderwens hadden tot een half jaar na de bevalling. Wereldwijd zijn er nooit eerder zo veel vrouwen met reuma onderzocht voor, tijdens en na de zwangerschap. Dit omvangrijke onderzoek is medegefinancierd door het Reumafonds.
[Erasmus MC]

Ruim 40.000 jongeren deden chlamydiatest

CondoomRuim 40.000 jongeren deden chlamydiatest in eerste screeningsronde

De resultaten van de eerste chlamydia-screeningsronde worden aanstaande maandag gepresenteerd op het ISSTDR, het internationale soa-congres in Londen. In totaal hebben 41.029 jongeren van 16 tot en met 29 jaar in Amsterdam, Rotterdam en de regio Zuid-Limburg een chlamydiatest laten doen. Er zijn 1733 chlamydia-infecties opgespoord. De meeste infecties komen voor onder jongeren onder de 20 jaar: 7,3% versus 3,8% onder de groep jongeren van 20 jaar of ouder. Van de meisjes onder de 20 die deelnemen, heeft zelfs 8% chlamydia. De screening is binnen Europa uniek vanwege het feit dat alle jongeren in de deelnemende regio’s jaarlijks worden uitgenodigd.

Resultaten eerste ronde
In de eerste screeningsronde werden 300.000 jongeren uitgenodigd deel te nemen. Ruim 52.000 jongeren vroegen een testpakket aan. Bijna 80% van deze groep (41.029 jongeren) deed uiteindelijk mee aan de eerste ronde. Bezien over de totale groep van aangeschreven jongeren ontstaat het volgende beeld: 21% van uitgenodigde vrouwen en 10% van alle mannen stuurde een monster in. Autochtone jongeren deden relatief het vaakst mee (20%), gevolgd door Antilliaanse/Arubaanse jongeren (17%). Van alle deelnemers had 4,2% chlamydia. Na 6 maanden kreeg deze groep geïnfecteerden een nieuwe test aangeboden, waarbij 9,2% opnieuw chlamydia had! Vrouwen hebben vaker een positieve uitslag dan mannen: 4,4% versus 3.8%.

Resultaten Rotterdam
Van de ruim 107.000 uitgenodigde jongeren hebben 16.114 Rotterdamse jongeren in de eerste screeningsronde een chlamydiatest gedaan (15%). Er zijn 815 infecties opgespoord (5.1%). Dit percentage is conform de verwachting op basis van eerdere onderzoeken. Het percentage gevonden infecties bij jongeren onder de 20 jaar is iets hoger dan landelijk: 8,6%. Bij de meisjes onder de 20 jaar was dit percentage 9,9%. Ook in Rotterdam deden autochtone jongeren het vaakst mee (19,4%) gevolgd door Antilliaanse/Arubaanse jongeren (16,7%) en Surinaamse jongeren (13,4%).

Belang van de screening
Het is belangrijk om herhaaldelijk op chlamydia te testen omdat de kans om geïnfecteerd te worden binnen de groep 16 tot en met 29 jarigen groot is. Chlamydia is de meest voorkomende, door bacterie veroorzaakte, soa in Nederland. Circa de helft van de mannen en 70% van de vrouwen merkt de chlamydia-infectie niet op. Daardoor kan zo’n infectie bij onbeschermde seks zich snel verspreiden. Chlamydia kan op de langere termijn bij vrouwen leiden tot onvruchtbaarheid en buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Bij mannen kan de infectie een ontsteking aan de prostaat en bijbal veroorzaken. Chlamydia kan gemakkelijk worden behandeld zodat deze complicaties worden voorkomen. Tijdige behandeling voorkomt ook verdere verspreiding.

Hoe werkt het?
Soa Aids Nederland coördineert de screening die wordt uitgevoerd door de GGD Amsterdam, de GGD Rotterdam-Rijnmond en de GGD Zuid Limburg. De screening bestaat uit twee rondes, wat betekent dat in deze regio’s 300.000 jongeren van 16 tot en met 29 jaar twee keer uitgenodigd worden voor een chlamydiatest. De eerste ronde startte in april 2008 en is inmiddels afgerond. De tweede ronde is in maart 2009 van start gegaan. Uitgenodigde jongeren kunnen via www.chlamydiatest.nl het testpakket aanvragen en de uitslag van de test bekijken. In geval van een positieve test kunnen ze een verwijsbrief uitprinten voor behandeling door de huisarts en eventuele ex-partners aanmelden voor een chlamydiatest. Het ministerie van VWS besluit op basis van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek door het RIVM over een eventuele landelijke screening. ZonMw financiert het project.

Meer inzicht in hersenenschade bij diabetespatiënten

HersenenType 2-diabetes leidt tot langzaam progressieve schade in de hersenen, zich uitend in structurele veranderingen op MRI, beperkingen van het geheugen en een verhoogd risico op dementie. De oorzaak van deze hersenschade is nog niet helemaal opgehelderd. Het is onduidelijk welke factoren het risico op hersenschade verhogen en of deze al van invloed zijn voordat de diagnose diabetes gesteld is, dus in een prediabetisch stadium, zoals het metabool syndroom.

Audrey Tiehuis concludeert in haar proefschrift dat bij patiënten met zowel vaatlijden als diabetes, er op MRI behalve meer vasculaire schade een toegenomen atrofie van het brein zichtbaar is. Deze atrofie hangt samen met een verhoogd bloedglucose-gehalte, en is mede verantwoordelijk is voor de cognitieve dysfunctie van patiënten met diabetes. Deze hersenschade treedt bovendien al in mindere mate op in een pre-diabetisch stadium.

Tiehuis onderzocht met MRI, MR-angiografie en MR-spectroscopie van de hersenen structurele veranderingen van de hersenen, maar ook functionele veranderingen van het cerebrale vaatbed en cerebrale metabolisme in patiënten met diabetes of metabool syndroom. Met de bevindingen uit dit onderzoek kunnen patiënten met diabetes geïdentificeerd worden die een verhoogd risico op cognitief dysfunctioneren hebben. Dit helpt om effectieve preventieve strategieën te ontwikkelen en te beslissen op welk moment met deze interventies gestart moeten worden. 07-07-2009, 12:45 uur , Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht. Audrey Tiehuis, Geneeskunde Proefschrift: Brain MRI in type 2 Diabetes: interaction between imaging, clinical features and cognitive functioning Promotor 1: prof.dr. W.P.T.M. Mali

Eerste resultaten medicijn tegen erfelijke borstkanker en eierstokkanker hoopgevend

BorstonderzoekPatiënten met een erfelijke borstkanker en eierstokkanker waarvoor geen standaardbehandeling meer mogelijk is, blijken baat te hebben bij behandeling met een zogenaamde Peierstokkanker Eerste resultaten medicijn tegen erfelijke borstkanker en eierstokkanker hoopgevend eierstokkanker photoARP remmer. Dit is het resultaat van een studie waar onderzoekers van de afdeling Klinische Farmacologie van het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam nauw hebben samengewerkt met onderzoekers van het Engelse Institute of Cancer Research, het Royal Marsden ziekenhuis in Londen en het farmaceutisch bedrijf AstraZeneca. De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift The New England Journal of Medicine op 24 juni.

Patiënten met erfelijke vormen van borst-, en eierstokkanker, veroorzaakt door veranderingen in de BRCA1 en BRCA2 genen, werden behandeld met het nieuwe middel Olaparib, een zogenaamde PARP-remmer. Ondanks dat de patiënten eerder waren behandeld met diverse standaardtherapieën reageerde de meerderheid van de patiënten positief op het nieuwe middel. De kanker werd kleiner of bleef gelijk en de patiënten waren tenminste vier maanden stabiel in hun ziektebeeld.

Kankercellen zijn sterk afhankelijk van mechanismen om schade aan hun DNA te repareren. Een van deze reparatiemechanismen werkt via de BRCA1 en BRCA 2 eiwitten. Patiënten met erfelijke vormen van borst- en eierstokkanker zonder functioneel BRCA zijn afhankelijk van alternatieve manieren om hun DNA te repareren. Een van die alternatieven werkt via het enzym PARP. Wanneer PARP geremd wordt, bijvoorbeeld door het middel Olaparib, dan kunnen de kankercellen van deze patiënten hun DNA niet meer goed repareren en gaan de cellen uiteindelijk dood. De omringende normale lichaamscellen hebben een functioneel BRCA, en zijn dus minder afhankelijk van PARP. Dit resulteert in een ander groot voordeel dat door patiënten werd ervaren; het middel heeft nagenoeg geen bijwerkingen zoals die bekend zijn van andere kankerbehandelingen.

Voordat het middel als standaardbehandeling aan patiënten met erfelijke borst- en eierstokkanker kan worden aangeboden zullen de positieve resultaten bevestigd moeten worden in vervolgonderzoeken. Die onderzoeken zijn inmiddels gestart.

Medewerkers positief over kleine projecten dementiezorg

HersenenDe dementiezorg kan beter. Kleinschalige innovatieve projecten zijn een goede eerste stap om de zorg aan ouderen met dementie te verbeteren. Zo blijkt uit de evaluatie van 17 dementieprojecten in zorginstellingen.

De ouderenzorg staat al lange tijd onder druk, en door de vergrijzing en een groeiend aantal ouderen met dementie zal die druk alleen maar toenemen. Nederland telt nu ongeveer 324 verpleeghuizen, 960 verzorgingshuizen en 210 gecombineerde instellingen waar in totaal ongeveer 160.000 ouderen worden verzorgd en verpleegd. In 2050 hebben naar verwachting 412.000 mensen dementie. Een derde van hen zal worden opgenomen in een zorginstelling. Er is nu al een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt. De werkdruk zal dus alleen nog maar verder toenemen.

Moeilijke omstandigheden
Medewerkers op afdelingen voor bewoners met dementie werken meestal onder moeilijke omstandigheden. Communicatie met bewoners is vaak maar beperkt mogelijk en de kwaliteit van de zorgverlening is niet af te lezen aan een verbetering van de gezondheidstoestand van de bewoners. Met subsidie van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars evalueerde het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) 17 kleinschalige dementieprojecten in zorginstellingen. Een nieuwe werkwijze in de zorg voor ouderen met dementie lijkt met een klein budget haalbaar. Projectleiders en verzorgend personeel zijn positief over de projecten en de behaalde resultaten.

Beleving
De projecten variëren van belevingsgerichte zorg en kleinschalig wonen tot natuuractiviteiten. Kern van alle projecten is meer persoonlijke aandacht voor ouderen met dementie. NIVEL-onderzoeker Sandra van Beek: “Uit de evaluatie blijkt dat de medewerkers meer tevreden zijn met hun werk aan het einde van het project. Dit is belangrijk, omdat tevreden medewerkers betere zorg verlenen. Ondanks dat de medewerkers meer tevreden zijn, is hun werkdruk echter niet afgenomen. Ook zien we nu nog geen veranderingen in het sociaal welbevinden van bewoners. Wellicht hebben de projecten een langere tijd nodig om door te werken in de ervaren werkdruk van medewerkers en het welzijn van bewoners.”

Perspectief op de lange termijn
Vrijwel alle organisaties zetten het project voort. Dit duidt erop dat met de kleinschalige projecten ook meer langdurige veranderingen in de zorg worden bereikt. De projectleiders geven allemaal aan dat hun project kan worden overgenomen door andere organisaties. “De projecten zijn een goede eerste stap om de zorg aan ouderen met dementie te verbeteren”, vindt van Beek. “De uitkomsten van deze evaluatie geven echter wel duidelijk aan dat de omstandigheden waarin een project wordt uitgevoerd, bepalend zijn voor het succes. Succesvolle interventies in de ene instelling zijn niet zonder meer toe passen binnen andere organisaties. Projectleiders zelf noemen met name voldoende steun van het management als belangrijke voorwaarde voor het slagen van een project.”

Onderzoek
De evaluatie bestond uit een meting in het voorjaar van 2008 bij aanvang van de projecten en een meting in de winter van 2008/2009. Voor het onderzoek zijn gegevens verzameld bij 17 projectleiders, 338 medewerkers, 239 bewoners en 184 familieleden.