Diabetes Fonds wijst familieleden diabetespatiënten type 2 op risico’s

Diabetescampagne voor familieledenOm familie van mensen met diabetes type 2 bewust te maken van hun verhoogde risico op deze vorm van diabetes, start het Diabetes Fonds een landelijke campagne. In Nederland hebben bijna één miljoen mensen diabetes. Daarvan heeft 90 procent diabetes type 2. Mensen met een ouder, broer of zus met diabetes type 2 maken veel meer kans om deze ziekte zélf ook te krijgen. Uit onderzoek van het Diabetes Fonds blijkt dat tweederde van de familieleden niet op de hoogte is van dit verhoogde risico.

“We hebben het hier over zo’n 2,5 miljoen familieleden die een verhoogde kans hebben om zelf ook diabetes type 2 te ontwikkelen. Het gaat om bloedverwanten van mensen met diabetes. We willen nu die mensen bereiken omdat bewezen is dat je de kans op dit type diabetes wel degelijk kunt verkleinen. Door gezond te eten en voldoende te bewegen kun je de kans halveren, blijkt uit onderzoek.” Zegt directeur Bert Kuipers van het Diabetes Fonds. “Erfelijkheid bij diabetes is eigenlijk een verwarrend woord. Je erft namelijk niet de ziekte zelf, maar alleen de aanleg om het te kunnen krijgen. Of je daadwerkelijk diabetes type 2 krijgt hangt af van meer factoren, zoals je leefstijl.”

Steeds meer jongere mensen
Diabetes type 2 is ook bekend onder de naam suikerziekte of ouderdomssuiker. Dat woord gebruikt het Diabetes Fonds liever niet. Kuipers: “Omdat deze vorm van diabetes steeds vaker voorkomt bij jongere mensen, lijkt ouderdomssuiker soms niet de juiste omschrijving. We zien de diabetes type 2 steeds vaker bij mensen vanaf veertig jaar en soms al bij kinderen”. Bij diabetes heeft het lichaam moeite om de bloedsuiker ‘normaal’ te houden. Als de bloedsuiker jarenlang hoog is, lijdt het lichaam daaronder. Het gevolg is een domino-effect: hartaandoeningen, slechter zien, nierproblemen en allerlei andere aandoeningen.

Online test en advies
Het Diabetes Fonds geeft informatie over de risico’s, de risicofactoren en de maatregelen die mensen kunnen nemen om diabetes type 2 te voorkomen. Maar voordat mensen open staan voor die informatie, moeten ze zich eerst bewust zijn van hun verhoogde risico. Vandaar de landelijke campagne waarmee het Diabetes Fonds offline en online aandacht vraagt. Kern van de campagne – die tot eind mei loopt – is een test op de internetsite van het Diabetes Fonds die bezoekers kunnen doen. De uitslag van de test geeft een indicatie van het risico, gekoppeld aan een advies.

Wetenschappelijk onderzoek
Het Diabetes Fonds besteedt 70 procent van het beschikbare budget aan wetenschappelijk onderzoek naar manieren om diabetes te genezen en te voorkomen, 30 procent van het budget gaat naar voorlichting.

Over het Diabetes Fonds
Het Diabetes Fonds maakt zich sterk om diabetes en complicaties te voorkomen en te genezen. Daarmee wil het zorgen voor een betere kwaliteit van leven voor mensen met diabetes. Om dat te bereiken zamelt het Diabetes Fonds geld in voor wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. Dankzij onderzoek is al veel bereikt. Kijk op www.diabetesfonds.nl voor meer informatie over het Diabetes Fonds en doe de test over erfelijkheid.

Afwijzing hooikoortsmedicijn Fornix blijft

HooikoortsHet College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) blijft bij de afwijzing voor het hooikoortsmedicijn Oralgen van biofarmaceut Fornix BioSciences. De resultaten van een vervolgstudie vormt geen basis voor herziening.

Fornix is teleurgesteld over deze beslissing, die naar haar mening niet in overeenstemming is met de resultaten van de studie. Het reeds in 2007 ingestelde beroep bij de Rechtbank te Zwolle tegen de afwijzing zal worden doorgezet. Hangende het beroep blijft de voorlopige toelating van Oralgen® Graspollen gehandhaafd. Niettemin zou deze berichtgeving van het CBG uiteindelijk van negatieve invloed kunnen zijn op de vergoedingsstatus van het product.

Bewegen op maat voor diabetici in Zuidoost-Brabant

DumbellsIn Zuidoost-Brabant staan 200 mensen met diabetes op het punt te starten met een speciaal maatwerkprogramma om meer te bewegen. Initiatiefnemers zijn CZ, huisartsen en fysiotherapeuten aangesloten bij POZOB (Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant) en Fyzob (Fysiotherapie Zuidoost-Brabant). Het beweegprogramma (genaamd DiaFyzob-programma) is onderdeel van de ketenzorg voor diabetici en richt zich op mensen die te weinig bewegen maar wel te motiveren zijn daar iets aan te doen. In totaal kunnen aan de proef 400 mensen deelnemen. In het najaar van 2010 wordt bekeken wat de resultaten van de begeleiding zijn.

Het is bekend dat mensen met diabetes over het algemeen weinig bewegen terwijl dit juist heel belangrijk is voor een beter bloedsuikergehalte, lager gewicht, vermindering van complicaties en een goede algehele conditie. DiaFyzob gaat aan de slag om meer bewegen in de praktijk daadwerkelijk mogelijk te maken. In het programma is speciale aandacht voor het feit dat het bewegen ook na de begeleiding door de deelnemers wordt volgehouden.

Intensief adviestraject
Volgens Arnold Romeijnders, huisarts en directeur van Pozob, gaat het bij diabetes vaak om mensen met meer dan één aandoening. In een intensief adviestraject leren ze welke soort beweging het best bij ze past. “De groep die zichzelf moeizaam tot bewegen kan zetten, wordt intensief en vakkundig begeleid door de fysiotherapeuten van Fyzob,” aldus Romeijnders. Volgens Hans van Hoof, fysiotherapeut en voorzitter Fyzob, is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen uitgangspunt: “Patiënten die onder de norm zitten, en dus te weinig bewegen, komen ervoor in aanmerking.

Einddoel is het halen van de norm en het creëren van blijvend bewegen met plezier. Sommigen mensen kunnen voldoende uit de voeten met een beweegadvies, maar velen zullen maanden persoonlijk begeleid en gestimuleerd moeten worden om goed te leren bewegen. Na onze begeleiding moeten deelnemers klaar zijn om zelfstandig, zonder onze steun, te blijven bewegen en sporten in bijvoorbeeld een sportschool.”

Ontdekking biedt mogelijkheden behandeling Alzheimer

ziekte van AlzheimerUit onderzoek van het VUMC blijkt dat oudere Alzheimerpatiënten meer witte stofafwijkingen hebben dan niet dementerenden. Deze ontdekking biedt een ingang voor behandeling van de ziekte van Alzheimer.

Het beeld van een schuifelende, voorovergebogen en soms incontinente oudere is geen onbekende. Deze klachten kunnen veroorzaakt worden door schade aan de kleine vaten in de hersenen, op MRI te zien als zogenaamde witte stofafwijkingen.

MRI
Alida Gouw toont in haar promotieonderzoek aan dat via MRI de ernst van de witte stofafwijkingen te meten is, waarmee de ernst van de klachten voorspeld kan worden. Uit haar onderzoek blijkt ook dat oudere Alzheimerpatiënten meer witte stofafwijkingen hebben dan niet dementerenden. Deze ontdekking biedt een ingang voor behandeling van de ziekte van Alzheimer. Gouw promoveert op 20 maart aan VU medisch centrum.

Witte stofafwijkingen
Witte stofafwijkingen kunnen leiden tot geheugenproblemen, loopstoornissen, incontinentie, depressie en dementie. Gouw volgde met collega’s in elf centra in Europa drie jaar lang in totaal 639 patiënten. De patiënten ondergingen aan het begin en aan het eind van die drie jaar een MRI-scan van de hersenen.

Uitingen van schade
Gouw onderzocht de verschillende uitingen van schade aan de kleine hersenvaten die zichtbaar waren op de MRI en hoe deze veranderden in de tijd en samenhingen met de klachten. Gouw toonde aan dat hart- en vaatziekten een risico vormen voor het ontwikkelen van witte stofafwijkingen. Met de nieuwste technieken kon zij ook MRI bevindingen vergelijken met daadwerkelijke microscopische weefselschade, waarmee nieuwe inzichten werden verkregen omtrent het ontstaan van de afwijkingen in de witte stof en de relatie met Alzheimer.

De witte stof bevindt zich binnenin de hersenen. Aan de buitenkant van de hersenen zit de grijze stof, ofwel de hersencellen. Witte stof zijn de uitlopers van de hersencellen, waardoor de verschillende delen van de hersenen onderling verbonden zijn. Bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van schade in de grijze stof, maar het wordt steeds duidelijker dat ook schade aan de witte stof, die vaak het gevolg is van vaatschade, een belangrijke rol speelt.

Matige alcoholconsumptie en het risico op kanker bij vrouwen

WijnVolgens een groot epidemiologisch onderzoek onder Engelse vrouwen van middelbare leeftijd stijgt bij matige maar frequente consumptie van alcoholhoudende drank het risico op kanker in de mond- en keelholte en slokdarm, maar alleen bij vrouwen die ook roken. Een kleinere risicotoename werd gevonden voor kanker in rectum en borst. Het risico op kanker in schildklier, niercelkanker en non Hodgekin lymfkanker nam echter af bij matige alcoholconsumptie. Op basis van de resultaten schatten de onderzoekers in dat zich per 1000 vrouwen tot 75 jaar per 10 g alcohol(= 1 glas)/dag 15 extra kankers ontwikkelen, bovenop de 118 kankers die het uitgangsrisico voor deze kankertypen vormen. Het soort drank is daarbij niet van invloed. Door andere wetenschappers zijn echter kritische kanttekeningen geplaatst bij de gehanteerde analysemethode en de daarop gebaseerde uitkomsten.

Met uitzondering van borstkanker is er nog weinig bekend over de effecten van matige alcoholconsumptie op het risico op het ontstaan van kanker bij vrouwen. Uit een Brits onderzoek onder bijna 1,3 miljoen vrouwen lijkt af te leiden dat bij lichte tot matige alcoholconsumptie niet alleen het risico op borstkanker toeneemt maar ook het risico op kanker in de mond- en keelholte en slokdarm (alleen bij drinkers die óók roken), de lever en het rectum. Welk type alcoholhoudende drank wordt gedronken (wijn, bier of gedistilleerd) blijkt hierbij niet uit te maken. Het risico op schildklierkanker, nierkanker en non-Hodgekin kanker bleek echter juist kleiner te zijn bij de vrouwen die alcohol drinken.

Uit de zelfrapportage die de onderzoekspersonen bij aanvang van de studie hebben ingevuld over o.a. hun drinkgedrag, blijkt dat 24% van de totale onderzoeksgroep geen alcohol dronk. 29% gaf aan 1 of 2 glazen per week te drinken, 23% dronk 3-6 glazen per week, 19% dronk 7–14 glazen per week en 5% dronk 15 glazen per week of meer. Van de totale groep van 1.280.269 vrouwen, ontwikkelde tijdens de 7,2 jaar dat zij werden gevolgd in dit onderzoek 68.775 vrouwen een vorm van kanker. De onderzoekers gingen na of zij een verband konden vinden tussen alcoholconsumptie en de locatie waar zich kanker manifesteert. Daarbij is gekeken naar 21 verschillende kankerlocaties.

Lees verder bij Alchohol en Gezondheid