Kwart hart- en vaatziekten is te voorkomen

HartEen kwart van de hart- en vaatziekten in Nederland kan worden voorkomen als mensen gezonder eten. Voldoende bewegen leidt tot 15% minder hartkwalen. Verandering van leefstijl is effectief, ook bij hartpatiënten. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM, dat is uitgevoerd in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting. Een integrale aanpak van de risico’s is essentieel in de preventie. Deze boodschap stond vandaag centraal tijdens het congres ‘Lang Leven Hart en Vaten!’.

In Nederland overlijden dagelijks 113 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Daarmee zijn hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer één. “Een deel van de Nederlanders krijgt één vaatziekte: een fatale. Verandering van leefstijl is de enige manier om dit te voorkomen”, aldus Michiel Bots, arts-epidemioloog van het UMC Utrecht. Maar juist ook bij mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en hartpatiënten zijn een uitgebreid leefstijladvies, gevolgd door goede begeleiding van belang.

Preventie en behandeling richt zich op de verschillende risicofactoren zoals een verhoogd cholesterol, hoge bloeddruk, roken, overgewicht en diabetes. Deze factoren komen vaak in combinatie voor. Om verandering van leefstijl te bereiken is intensieve samenwerking nodig tussen de verschillende gezondheidsprofessionals zoals de huisarts, diëtist en verpleegkundige. De betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van de patiënt is hierbij essentieel.

Het congres Lang Leven Hart en Vaten! is georganiseerd door de Nederlandse Hartstichting, met als doel: de aandacht vestigen op het belang van een integrale aanpak bij de preventie van hart- en vaatziekten. Ruim zevenhonderd huisartsen, praktijkondersteuners, diëtisten en verpleegkundigen bezochten het congres.
[Hartstichting]

Nederlanders bang voor verkoudheid

Kinderen zijn volgens 31 procent van de Nederlanders de grootste veroorzakers van verkoudheid. Daarna denken ze vooral te worden aangestoken door collega’s (20 procent) en hun partner (12 procent).

Dat blijkt uit het Vicks Nationaal Verkoudheidsonderzoek 2008, dat TNS NIPO onder ruim 500 respondenten uitvoerde. Op het moment van het onderzoek waren 37 procent van de Nederlanders en 29 procent van de Belgen verkouden.

Geveld
Eenmaal geveld door een verkoudheid, slikken vrouwen meer vitaminen, eten meer fruit en gaan vroeger naar bed. Zieke mannen doen vaker niets. Ook houdt een derde van de mannen geen rekening met de omgeving als ze verkouden zijn.

Ergernissen
Mensen storen zich als ze verkouden zijn het meest aan een loop- of verstopte neus. Verder storen mensen zich aan keelpijn. Ook zieken die hun hand niet voor de mond houden en hun neus ophalen zijn een bron van ergernis.

Virus
Een virus is volgens 65 procent van de Nederlanders en 56 procent van de Belgen de oorzaak van een verkoudheid. Volgens Nederlanders overleeft dit virus 7 uur op de handen, de Belgen denken 8 uur. Maar een verkoudheidsvirus kan in werkelijkheid tot maar liefst 72 uur overleven. En bij het niezen verspreiden zich 40.000 druppels met een snelheid van 150 km/uur binnen een straal van 2-3 meter.

Herfstbaby krijgt vaker kinderastma

Baby - slapenZijn kinderen vier maanden voor de piek van het griep- en verkoudheidsseizoen geboren? Dan hebben ze meer risico op het ontwikkelen van kinderastma. Amerikaanse onderzoekers concluderen dit na het bestuderen van medische rapporten, aldus Gezondheidsnet.

Loopt een baby de luchtwegaandoening bronchiolitis op, dan heeft het later sowieso meer kans op kinderastma. Met name genetische factoren spelen hierbij een rol.

Bij het bestuderen van 95.000 rapporten van kinderen en hun moeders in Tennessee, ontdekten onderzoekers ook een link met het herfstseizoen. Dit valt op het noordelijk halfrond vier maanden voor het griepseizoen.

Volgens de wetenschappers van het centrum voor Astmaonderzoek aan de Vanderbilt University in Tennessee hadden de herfstkindjes 30 procent meer kans op het ontwikkelen van kinderastma. Zij denken dat naast de genetische aanleg ook blootstelling aan winterse virussen astma kan veroorzaken.

Het is volgens de onderzoekers nog iets te vroeg om de geboorte van je baby te gaan plannen. Elk jaar valt het griepseizoen in een andere periode. En de onderzoekers willen eerst meer bewijs vinden voor deze herfsttheorie.

Patiënt met kanker onthoudt weinig uit eerste gesprek met arts

Patiënten met kanker onthouden lang niet alles uit een eerste gesprek met de oncoloog of radioloog. Dat ligt niet alleen aan de leeftijd. Hoe meer de arts praat over de prognose en hoe meer informatie hij geeft, hoe minder de patiënten onthouden, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL, de Symfora Groep en de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Sydney in het Journal of Clinical Oncology.

Consultduur
Hoeveel informatie patiënten met kanker onthouden uit een eerste gesprek met de radioloog of oncoloog neemt af naarmate patiënten ouder worden. En als de consulten langer duren en er meer informatie wordt gegeven, hebben patiënten meer moeite met het onthouden van informatie. Daarbij wordt de herinnering sterk beïnvloed door de prognose en de tijd die hier in het gesprek aan wordt besteed.

Goede of slechte prognose
Patiënten met een slechtere prognose kunnen zich minder van het gehele gesprek herinneren dan patiënten met een betere prognose. Opvallender is nog, dat hoe meer er gesproken wordt over de prognose, ongeacht of deze goed of slecht is, hoe minder patiënten zich kunnen herinneren van de rest van het gesprek. Dit geldt zowel voor jongere als voor oudere patiënten.

Apart gesprek
NIVEL-onderzoeker Jesse Jansen: “Dit betekent dat artsen en verpleegkundigen zich bewust moeten zijn van de impact van het praten over de prognose voor de patiënt, zelfs als de prognose goed is. En dat ze in de gaten moeten houden of andere belangrijke informatie nog wel overkomt. Belangrijke beslissingen, bijvoorbeeld over de behandeling, kunnen beter worden besproken in een apart gesprek, dan in het gesprek waarin de vooruitzichten van de patiënt en de prognose uitgebreid worden besproken.”

Consult op tape
Bij het onderzoek waren 260 Australische patiënten met verschillende vormen van kanker betrokken. De onderzoekers legden hen vragenlijsten voor over hun behoefte aan informatie. Bovendien werd de patiënten in gestructureerde telefonische interviews gevraagd naar details die de specialist had gegeven over diagnose, prognose en behandeling. Wat de patiënten zich uit de consulten herinnerden werd vergeleken met wat er op audio-opnamen van de consulten te horen was.
[NIVEL]

Patiënten werken mee aan behandeling overgewicht

OvergewichtVier nieuwe partners sluiten zich op 27 november 2008 aan bij het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON). Ze vertegenwoordigen patiënten, apothekers, verpleegkundigen en praktijkondersteuners bij het PON. Met hen kan het PON een zorgstandaard voor overgewicht en obesitas ontwikkelen, waarin aandacht is voor de visie van zowel zorgverleners als patiënten. De nieuwe partners zijn de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, de Nederlandse Obesitas Vereniging, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Het totale aantal partners van het PON komt hiermee op zeventien.

Hoezo een zorgstandaard?
Een zorgstandaard beschrijft waaruit goede zorg, in dit geval voor overgewicht en obesitas, bestaat. Ook is zo’n standaard een eerste stap op weg naar toereikende financiering voor de beschreven zorg. Voor de zorgstandaard overgewicht en obesitas, die het PON in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ontwikkelt, is de uitbreiding met nieuwe partners essentieel. Zorgstandaarden worden namelijk ontwikkeld door zorgverleners en patiënten gezamenlijk. Binnen het PON bespreken zij de noodzakelijke onderdelen van de zorg op basis van wetenschappelijk onderzoek, inzichten uit de praktijk van zorgverleners en het patiëntenperspectief. Eind 2010 wordt de zorgstandaard voor overgewicht en obesitas opgeleverd.

Overgewicht en obesitas: een groot probleem
Ongeveer de helft van alle Nederlandse volwassenen heeft overgewicht of obesitas. Van de kinderen kampt één op de zeven met een te hoog gewicht. Hoe hoger het gewicht, hoe groter het gezondheidsrisico voor zowel volwassenen als kinderen. Het betreft een verhoogd risico op tal van aandoeningen, zoals type 2 diabetes, hart- en vaatziekten en psychosociale problemen. Ook leidt het tot verhoging van de kosten van de gezondheidszorg en tot verminderde arbeidsproductiviteit. Het voorkómen en tegengaan van overgewicht en obesitas levert een grote bijdrage aan het beperken van de belangrijkste volksgezondheidsproblemen in Nederland.

CBO-richtlijn
Onderdeel van de zorgstandaard is een praktische uitwerking van de CBO-richtlijn “Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen”. Deze multidisciplinaire richtlijn is in 2007 in concept verschenen. Het eerste gedrukte exemplaar van de definitieve geautoriseerde versie wordt op 27 november aangeboden aan de voorzitter van de Nederlandse Obesitas Vereniging. Daarna is de richtlijn online vrij beschikbaar via www.cbo.nl. De richtlijn stelt dat gecombineerde leefstijlinterventies altijd de basis zijn van de behandeling van obesitas omdat deze, naast een gunstig effect op het lichaamsgewicht, ook het risicoprofiel verbeteren voor hart- en vaatziekten, type 2-diabetes mellitus en verschillende vormen van kanker. Leefstijlinterventies dragen ook bij aan het verlichten van klachten en aandoeningen van de luchtwegen (bijvoorbeeld astma, slaapapneu en kortademigheid bij inspanning), het bewegingsapparaat (bijvoorbeeld artrose en chronische lage rugpijn) en hormonale stoornissen, zoals verminderde vruchtbaarheid.
De komst van deze CBO-richtlijn is een grote stap voorwaarts in de verbetering van de zorg voor mensen met overgewicht en obesitas. De richtlijn is een richtsnoer voor de dagelijkse praktijk van diagnostiek en behandeling van obesitas en is er om de gezondheidstoestand en de kwaliteit van leven van patiënten met obesitas te verbeteren.

De zeventien partners van het PON zijn:

  • ActiZ, organisatie van zorgondernemers
  • Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN)
  • GGD Nederland
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)
  • Nederlandsche Internisten Vereeniging (NIV)
  • Nederlandse Obesitas Vereniging (NOV)
  • Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)
  • Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN;)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

    Meer informatie
    Meer informatie over het Partnerschap Overgewicht Nederland en haar partners vindt u op de website: www.partnerschapovergewicht.nl. Daar vindt u ook de deze week door het PON uitgebrachte publicatie “Partnerschap Overgewicht Nederland: Ketenzorg voor overgewicht en obesitas. Uitgangspunten en positionering ten opzichte van andere ontwikkelingen in de publieke en curatieve zorg”.

  • Verkeerde leefstijl zorgt voor slechte prognose van depressieve hartpatiënten

    HartPatiënten met hartziekte en daarnaast een depressie, roken vaker, bewegen minder en nemen hun medicijnen voor de hartziekte minder vaak dan hartpatiënten zonder depressie. Het resultaat is een verhoogde kans op hersenbloedingen, hartinfarcten, hartfalen en overlijden. Dit zijn de belangrijkste bevindingen van een grootschalige Amerikaanse studie onder patiënten met hartziekte die vijf jaar zijn gevolgd, de ‘Heart and Soul study’. De onderzoekers – waaronder Peter de Jonge, hoogleraar psychiatrische epidemiologie van het UMCG – publiceren hierover deze week in de ‘Journal of the American Medical Association’.

    Het is a langer bekend dat patiënten met hartziekte die ook depressief zijn, een slechtere prognose hebben dan patiënten zonder depressie. De behandeling van deze mensen met antidepressiva of met psychotherapie heeft echter geen verbetering van de prognose opgeleverd, zoals recent ook De Jonge en anderen rapporteerden.

    “Deze nieuwe bevindingen geven aanknopingspunten voor hoe deze mensen in de toekomst moeten worden behandeld, namelijk door ze beter voor zichzelf te laten zorgen – te stoppen met roken, meer te bewegen en zich beter aan de behandeladviezen te houden. Wellicht kunnen we op deze manier wel bewerkstelligen wat met antidepressiva en psychotherapie niet is gelukt – een betere prognose van depressieve hartpatiënten”, aldus De Jonge.
    [UMCG]

    Depressie en eenzaamheid bij internetverslaafden

    ComputerUit onderzoek van het wetenschappelijk bureau IVO onder ruim 4.500 jongeren blijkt dat internetverslaafden eenzamer zijn, meer depressieve klachten hebben en minder zelfvertrouwen hebben. Tevens blijkt dat ruim dertienduizend Nederlandse jongeren van 13 tot 14 jaar verslaafd zijn aan het internet. Het totale percentage internetverslaafde jongeren blijft wel dalen. In 2006 ging 4,2 procent van de jongeren dwangmatig om met het internet, nu is dat nog maar 3,2 procent.

    Gemiddeld zijn jongeren van 13 of 14 jaar zo’n veertien uur per week online. Ze gebruiken het internet vooral als communicatiemiddel. Vooral e-mailprogramma’s, MSN en netwerksites zijn populair. Nagenoeg alle ondervraagde jongeren hebben thuis toegang tot het internet en maken er dagelijks gebruik van.

    Hoewel dwangmatig internetgebruik betrekking kan hebben op verschillende toepassingen van het internet, blijkt een duidelijke relatie met het spelen van online games. 5,4 procent van de jonge spelers zou dwangmatig gamen. Zij besteden bijna veertig uur per week aan een online game.

    Ook blijkt dat online gamen voor veruit de meeste spelers geen negatieve psychologische gevolgen heeft. Met jongeren die dagelijks gamen, maar dat niet dwangmatig doen, gaat het psychosociaal beter dan hun leeftijdsgenoten.

    FC Utrecht en Agis werken samen aan een gezond Utrecht

    Agis ZorgverzekeringenFC Utrecht heeft in Agis Zorgverzekeringen een nieuwe maatschappelijk partner gevonden. Op 23 november is een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen beide partijen. Als dé voetbalclub in de Utrechtse regio en de grootste zorgverzekeraar zijn Agis en FC Utrecht zich bewust van hun maatschappelijke functie en verantwoordelijkheid en willen zij waar mogelijk gaan samenwerken op dit gebied. Concreet moet de samenwerking een actieve en gezonde levenstijl bevorderen onder de Utrechtse bevolking.

    Voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen Vitesse ondertekenden FC Utrecht voorzitter Jan Willem van Dop samen met commercieel directeur van Agis, Dieneke Mandema, de samenwerkingsovereenkomst. “Agis en FC Utrecht zijn zich bewust van de maatschappelijke functie en verantwoordelijkheid en willen waar mogelijk samenwerken op dit gebied” zei Jan Willem van Dop na de ondertekening. “FC Utrecht geeft graag gehoor aan sociaal-maatschappelijke projecten en zeker in samenwerking met een partner als Agis.”

    “Agis besteedt als zorgverzekeraar veel aandacht aan preventie- en gezondheidsprogramma’s in de Utrechtse wijken”, aldus Dieneke Mandema van Agis. “Vanuit de samenwerking met FC Utrecht komt er nu ook een eigen collectieve Agis verzekering voor FC Utrechtsupporters.”

    Begin oktober jl. sloten de gemeente Utrecht en Agis al een samenwerkingsovereenkomst ‘Utrecht Gezond’ met als doel een belangrijke bijdrage te leveren aan de gezondheid van de Utrechtse bevolking. Preventie en zelfredzaamheid staan hierbij centraal. Het stimuleren van een actieve en gezonde levensstijl is een terrein waarop FC Utrecht en Agis elkaar graag willen versterken. Er starten in 2009 talloze wijkgerichte gezondheidsprogramma’s in Utrecht waarbij jongeren een belangrijke doelgroep vormen. De aantrekkingskracht van professioneel voetbal biedt een prachtige kans om ook zoveel mogelijk jongeren te verleiden om bewuster met hun lichaam om te gaan.

    De collectieve verzekering voor FC Utrecht supporters biedt aanzienlijke korting voor deelnemers op de basis- en aanvullende verzekeringen van Agis. Daarnaast organiseren Agis en FC Utrecht onder meer een voetbalclinic. Hier voetballen deelnemers aan de zorgverzekering samen met voetballers uit de selectie van FC Utrecht.
    [Agis Zorgverzekeringen]