Kwaliteitszorgverzekeraars bundelen krachten zorginkoop

Multizorg en de Vereniging van kwaliteitszorgverzekeraars VRZbeter aanbod en hogere kwaliteit van zorg voor 2 miljoen verzekerden
Multizorg en de Vereniging van kwaliteitszorgverzekeraars VRZ gaan gezamenlijk landelijk ziekenhuiszorg en hulpmiddelen inkopen. De nieuwe zorginkoopcombinatie, die onder de naam Multizorg-VRZ zal gaan werken, verzorgt de inkoop voor 2 miljoen zorgconsumenten. De betrokken zorgverzekeraars (De Friesland Zorgverzekeraar, DSW, Fortis ASR/De Amersfoortse, ONVZ, PNO Ziektekosten, Salland Verzekeringen en Zorg en Zekerheid) bundelen hiermee hun expertise met als doel de kwaliteit van de zorg voor de zorgconsument beter te waarborgen.

“De nieuwe zorginkoopcombinatie combineert het beste van twee werelden,” aldus Erno Kleijnenberg namens Multizorg. “Enerzijds biedt de samenwerking de mogelijkheid de sterke inkooppositie van regionale verzekeraars te verbinden met het voordeel van een centrale inkoopcombinatie. “Anderzijds biedt de samenwerking mogelijkheden tot een verdere professionalisering van de zorginkoop, waardoor ook het inzicht in de kwaliteit van zorg kan worden verhoogd.”

Multizorg-VRZ is een inkoopcombinatie die zorgverzekeraars de gelegenheid biedt de landelijke inkooppositie te versterken. “Het is dus samenwerken waar het kan en concurreren waar het moet”, aldus Hans Feenstra, voorzitter VRZ. Ook voor zorgaanbieders zijn de voordelen evident. Ze kunnen namelijk in één keer een contract afsluiten voor een grote groep patiënten. “Dit bespaart de zorgaanbieder een hoop administratieve rompslomp die men beter aan de zorgconsument kan besteden,” aldus Feenstra.

Momenteel wordt bezien of al in 2009 de gezamenlijke inkoop kan worden uitgebreid. Hierbij wordt met name gesproken over de GGZ en paramedische zorg (onder meer fysiotherapie).

Over Multizorg
Multizorg is een onderneming die voor aangesloten zorgverzekeraars de landelijke zorginkoopfunctie vervult. Multizorg verzorgt op professionele wijze de landelijke inkoop van zorg voor de deelnemende verzekeraars waarbij kwaliteit, prijs en toegankelijkheid van de zorg speerpunten zijn. Multizorg richt zich met name op die zorgdossiers waar er voor verzekeraars op een van deze factoren een meerwaarde behaald kan worden. Deelnemers aan Multizorg zijn Fortis ASR/De Amersfoortse , ONVZ en DSW. Daarnaast is PNO Ziektekosten aangesloten.

Over de VRZ
De VRZ, de vereniging van kwaliteitszorgverzekeraars is in 1998 opgericht en streeft voor haar meer dan 1,3 miljoen verzekerden naar kwaliteitsverbetering, doelmatigheid en toegankelijkheid van de zorg. De leden zijn: De Friesland Zorgverzekeraar, ONVZ, PNO Ziektekosten, Salland Verzekeringen en zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid.

Sterfte door borstkanker neemt verder af

BorstonderzoekIn 2007 is het aantal sterfgevallen door borstkanker verder gedaald. Voor het eerst eiste borstkanker minder slachtoffers onder vrouwen dan longkanker. Onder niet-westers allochtone vrouwen komt borstkanker beduidend minder vaak voor. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

Borstkanker nu op tweede plaats
In 2007 zijn 3 180 vrouwen overleden aan borstkanker. Dat is bijna 5 procent minder dan in 2006. Toen overleden 3 335 vrouwen aan deze ziekte. In de afgelopen tien jaar daalde de kans om aan borstkanker te overlijden met ruim een kwart. Voor het eerst was in 2007 het aantal doden door longkanker onder vrouwen groter dan dat door borstkanker. Onder vrouwen van 30 tot 50 jaar is borstkanker echter nog wel de belangrijkste doodsoorzaak. Bij een op de zes vrouwen die op deze leeftijd overlijden, is borstkanker de oorzaak.

Sterkste afname bij zeventigers
Vorig jaar overleden 370 vrouwen jonger dan 50 jaar aan borstkanker. Tien jaar eerder waren dat er nog 513. Ook onder vrouwen van 50 jaar en ouder zijn de aantallen gedaald. De kans om aan borstkanker te overlijden is naar verhouding het sterkst afgenomen in de leeftijdsgroep van 70 tot 80 jaar. De afname hangt samen met de invoering van het landelijk bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

Weinig Turkse en Marokkaanse vrouwen
Borstkanker komt onder niet-westers allochtone vrouwen veel minder vaak voor dan onder autochtone vrouwen. Turkse en Marokkaanse vrouwen lopen naar verhouding het laagste risico. Dit geldt vooral voor de eerste, in het buitenland geboren generatie. Het overlijdensrisico van de (in Nederland geboren) tweede generatie lijkt sterker op dat van autochtone vrouwen.

Nederlands cijfer nog relatief hoog
Ondanks de afname van borstkanker in het afgelopen decennium behoort ons land nog steeds tot de Europese landen met de hoogste sterftecijfers. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder een hoge leeftijd bij geboorte van het eerste kind en een relatief laag percentage vrouwen dat borstvoeding geeft.

Dertig procent jonge kinderen krijgt astmamedicijnen

Inhalator - astmaRuim een op de drie kinderen krijgt voor het achtste jaar minstens één keer astmamedicijnen, maar zij hebben lang niet allemaal astma. Kinderen die op hun achtste jaar werkelijk astma hebben, blijken in de voorgaande jaren wel langer en intensiever behandeld te zijn. Dit blijkt uit onderzoek waarop NIVEL-onderzoeker en apotheker Mira Zuidgeest 8 oktober promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Moeilijke diagnose
Astma is bij jonge kinderen heel moeilijk vast te stellen doordat daarvoor nog steeds geen goede diagnostische test bestaat. Voor huisartsen is hierdoor moeilijk te bepalen welke kinderen astmamedicijnen nodig hebben en welke niet, terwijl ze erg veel kinderen met een piepende ademhaling op het spreekuur krijgen. Mira Zuidgeest onderzocht daarom hoe artsen voorschrijven in de praktijk. “Je ziet dat veel – ruim een derde (36%) – van de kinderen voor hun achtste jaar astmamedicijnen krijgen. Uit een ander onderzoek blijkt dat nog niet de helft (49%) van de kinderen die astmamedicijnen krijgen de diagnose astma heeft. Dit wijst op ‘overgebruik’.”

Piepen
Toch is het gebruik van astmamedicijnen niet zo willekeurig als het lijkt, ontdekte de promovenda. Vaak kijken artsen hoe kinderen reageren op de medicijnen om de diagnose zekerder te stellen. Als het kind er goed op reageert, is de kans op astma groter. Zuidgeest: “Veel van deze kinderen krijgen de middelen dan ook maar eenmalig voorgeschreven en meestal gaat het dan alleen om een ‘luchtwegverwijder’. Zo’n proefbehandeling is conform de richtlijnen voor ‘astma bij kinderen’, maar dit wordt alleen bij jonge kinderen gedaan, bij gebrek aan diagnostische alternatieven.”

Trial and error
Opmerkelijk is dat huisartsen onderling sterk verschillen in de mate waarin ze deze geneesmiddelen voorschrijven bij jonge kinderen. Voor kinderen onder de zes jaar loopt dit uiteen van 4 tot 25%. Dat betekent dat als je met je kind naar de huisarts gaat, je bij de ene medicijnen krijgt en bij de ander niet. Dat verschil is waarschijnlijk zo groot door de onzekerheid in de diagnose. De ene arts gaat hierdoor meer voorschrijven, de ander juist minder. Zuidgeest: “Zolang een goede diagnostiek nog toekomstmuziek is, blijft het toch voor een deel trial and error. Wij proberen artsen en apothekers inzicht te geven in wat er in de praktijk gebeurt en ze zo handvatten te geven om bij te sturen. Ze moeten de effecten van astmamedicatie bij hun jonge patiënten in ieder geval continu blijven evalueren om ‘overgebruik’ van deze middelen te voorkomen.”

Nationale Studie
Zuidgeest gebruikte voor haar onderzoek onder meer data van 109 huisartsen uit de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk en data van kinderen uit de PIAMA-studie (Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie). Het promotieonderzoek is gefinancierd door het RIVM.
[Persbericht NIVEL]