CVZ: Verzekerde pakket diabeteszorg grotendeels toereikend

Diabetes - Bloedsuiker meten‘Pakketscan diabetes’ vergelijkt gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg
In het verzekerde pakket zit het merendeel van de diabeteszorg die volgens richtlijnen nodig is en waar patiënten om vragen. Alle benodigde huisartsenzorg en medisch-specialistische zorg – en bijna alle bloedglucoseverlagende middelen – worden volledig vergoed. Wel lijkt de verzekerde diabeteszorg voor de ene groep patiënten toegankelijker dan voor de andere. Zo krijgen vrouwen minder zorg dan mannen en krijgen patiënten van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst minder vaak de diabeteszorg die ze nodig hebben. Dit blijkt uit de Pakketscan diabetes – gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg vergeleken, die het College voor zorgverzekeringen (CVZ) eind augustus aan de minister van VWS heeft aangeboden.

Het CVZ constateert dat het verzekerde pakket voor diabeteszorg grotendeels toereikend is. In het pakket zit namelijk het overgrote deel van de diabeteszorg die volgens richtlijnen nodig is en waar patiënten behoefte aan hebben. Sommige zorg wordt niet vergoed, ook al hebben mensen met diabetes daar wel behoefte aan. Aan het verzekerde pakket ontbreken bijvoorbeeld fysiotherapie en therapeutisch bewegen, bepaalde vormen van educatie of voorlichting, voetzorg en hulpmiddelen voor zelfcontrole.

Het verzekerde pakket aan diabeteszorg lijkt echter nog niet voor iedereen toegankelijk genoeg. In de praktijk krijgen mensen met diabetes niet alle zorg die ze nodig hebben en waarvoor ze ook via het basispakket verzekerd zijn. Zo komt het voor dat behandelaars controles overslaan, niet doorverwijzen of bepaalde medicijnen niet voorschrijven. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vrouwen minder diabeteszorg krijgen dan mannen; er is minder aandacht voor hun seksuele problemen en voor de risico’s van hart- en vaatziekten.

Ook mensen van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst lijken niet altijd de diabeteszorg te krijgen die ze gezien hun etnische achtergrond nodig hebben. Ze ontvangen dezelfde zorg als andere patiënten, maar de resultaten daarvan zijn minder goed.

Dit lijkt voor een deel te komen door onvoldoende aandacht voor etnische verschillen en sekse in wetenschappelijk onderzoek, richtlijnen en standaarden. Mensen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst krijgen twee tot vier keer zo vaak diabetes als autochtone Nederlanders, en Hindoestaanse Surinamers nog vaker.

Diabetes
Diabetes is een van de meest voorkomende chronische ziekten in Nederland: bij 700.000 mensen is diabetes gediagnosticeerd, en elk jaar komen daar 70.000 mensen bij. Bovendien zijn er naar schatting ook nog 250.000 mensen die diabetes hebben zonder het te weten. In 2003 werd in Nederland 735 miljoen euro uitgegeven aan diabeteszorg. Daarvan is 45 procent uitgegeven aan genees- en hulpmiddelen, 27 procent aan ziekenhuiszorg en 13 procent aan verpleging en verzorging.

Pakketscan
De Pakketscan diabetes vergelijkt gevraagde, aangeboden en verzekerde diabeteszorg en is het resultaat van een nieuw type onderzoek naar het pakket van verzekerde zorg: doorlichtingsonderzoek. Met dit type onderzoek beantwoordt het CVZ de vraag hoe toereikend en toegankelijk het verzekerde pakket is voor een bepaald indicatiegebied (in dit geval diabetes). Het CVZ doet dat door het pakket van verzekerde zorg, de zorgvraag en het zorgaanbod met elkaar te vergelijken.

– Rapport Pakketscan diabetes (pdf-document)

[CVZ]

Meer overgewicht bij arme kinderen door gestresste moeder

Overgewicht kinderenUit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat arme kinderen een grotere kans hebben om dik te worden voor hun tiende jaar als hun moeder gestresst is. Deze kinderen pikken de stress die hun moeder heeft op en ter compensatie eten ze meer ongezond voedsel, waardoor de kinderen meer overgewicht krijgen.

Het is een soort kettingreactie: aan de stress ligt veelal armoede ten grondslag. De ouder heeft zorgen over geld, werk en ziektekostenverzekeringen. En wie zich ongelukkig voelt, gaat meer eten. Als de moeder in de stress zit, eten de kinderen meer omdat ze die stress aanvoelen.

Het gaat hier met name om kinderen uit arme gezinnen. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat arme kinderen met een gestresste moeder vaker overgewicht hebben dan leeftijdgenoten in andere en betere leefomstandigheden. Ouders zonder geldzorgen schotelen hun kinderen vaker een evenwichtiger maaltijd voor.

Mogelijke therapie voor obesitas ontdekt

DieetHet is mogelijk om mensen een valse herinnering aan te praten die significante lange-termijneffecten heeft op het gedrag. Zo blijken mensen die een valse herinnering krijgen aangepraat over het ziek worden na het eten van eiersalade, tot vier maanden later nog af te zien van een broodje eiersalade. Onderzoekers van de Universiteit Maastricht en collega’s publiceerden hierover onlangs een artikel in Psychological Science. Deze bevindingen kunnen in de toekomst mogelijk toegepast worden in diëten voor mensen met ernstig overgewicht (obesitas).

UM-onderzoeker dr. Elke Geraerts, de eerste auteur en tevens werkzaam aan St. Andrews University in Schotland, verrichtte het onderzoek aan de Universiteit Maastricht. Zij promoveerde hier eerder op baanbrekend onderzoek naar hervonden herinneringen aan seksueel misbruik. Andere onderzoekers toonden eerder al aan dat valse herinneringen invloed kunnen hebben op gedachten. Geraerts en collega’s onderzochten nu in hoeverre ook het gedrag te beïnvloeden is.

Met behulp van eenvoudige suggesties kon een significante groep het idee aangepraat worden dat ze als kind ooit ziek werden na het eten van eiersalade. Direct hierna en vier maanden later bleken ze liever geen eiersalade te eten en was hun waardering voor dit product in vergelijking met andere salades ook significant lager.

“We tonen hiermee voor het eerst aan dat valse herinneringen uit de kindertijd een gedragsverandering in het volwassen leven kunnen bewerkstellingen”, aldus Geraerts. “Met een obesitasepidemie die wereldwijd de pan uit rijst, kan dit een instrument zijn om mensen structureel van bepaalde voedingsmiddelen te ‘vervreemden’. Ik denk dan aan mensen die specifieke diëten moeten volgen of lijden aan obesitas.” De bevindingen zijn volgens de onderzoekers ook een indicatie dat herinneringen aan het verleden een sterker effect hebben op gedrag dan op gedachten, in ieder geval op de korte termijn.
[Universiteit Maastricht]

Kwaliteit zorglocaties op internet

Staatssecretaris Bussemaker van VWS lanceerde gisteren de kwaliteitsgegevens van zo’n 1.200 zorglocaties uit de verpleging, verzorging en thuiszorg op kiesbeter.nl. Voor het eerst staan de kwaliteitsgegevens van zoveel locaties (ongeveer 62%) op internet.

Iedereen kan op kiesbeter.nl zien hoe instellingen presteren. Deze prestaties zijn gebaseerd op ervaringen van cliënten en op metingen van de indicatoren uit het Kwaliteitskader Verantwoorde zorg. Via een sterrensysteem is het mogelijk locaties met elkaar te vergelijken.

Jaardocumenten
De kwaliteitsgegevens komen uit de Jaardocumenten Maatschappelijke Verantwoording. Zorginstellingen hebben die dit jaar voor het eerst aangeleverd. De systematiek is ontwikkeld door de Stuurgroep Kwaliteitskader Verantwoorde zorg. Daarin zijn alle koepelorganisaties uit de verpleging, verzorging en thuiszorg vertegenwoordigd.

Op jaarverslagenzorg.nl zijn later deze week alle Jaardocumenten Maatschappelijke Verantwoording in te zien. De kwaliteitsparagraaf in het Jaardocument is gebaseerd op het Kwaliteitskader Verantwoorde zorg. Het Kwaliteitskader bevat meetbare indicatoren die laten zien in hoeverre een zorginstelling verantwoorde zorg levert. Met deze indicatoren voor verantwoorde zorg willen verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen zich laten toetsen.
Uitkomsten

De uitkomsten van het Jaardocument worden voor verschillende zaken gebruikt:

  • Kiesbeter.nl heeft de gegevens bewerkt tot keuze-informatie voor de zorgconsument.
  • Zorginstellingen gebruiken de informatie om inzicht te krijgen in hun eigen functioneren en van elkaar te leren. Zo heeft brancheorganisatie ActiZ de gegevens gebruikt voor een vergelijkingsonderzoek (‘benchmark’) en zal Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) de gegevens gebruiken om organisaties te ondersteunen bij verbeter- en leertrajecten.
  • De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) gebruikt de gegevens voor haar toezicht. Bijvoorbeeld om te bepalen welke instellingen komend jaar bezocht gaan worden.
  • Zorgverzekeraars en zorgkantoren gebruiken de kwaliteitsgegevens bij de zorginkoop.

Bekijk de kwaliteitskaarten van verpleging en verzorging
Bekijk de kwaliteitskaarten van thuiszorg

Scholieren eten gezonder bij gezonder aanbod

Rode AppelsHet aanbieden van gezonde producten met weinig calorieën in de snoep- en frisdrankautomaten stimuleert scholieren te kiezen voor een gezond tussendoortje. Calorie-arme snacks en light frisdrank goedkoper maken of labelen als gezond product voegt daar weinig aan toe. Dit blijkt uit onderzoek van TNO, NIGZ en het Voedingscentrum op bijna dertig middelbare scholen.

Aan het begin van het nieuwe schooljaar presenteerden de onderzoekers de resultaten tijdens het symposium ‘Automatisch Gezonder?’. Deze bijeenkomst werd georganiseerd in samenwerking met het Convenant overgewicht in het Aloysius College in Den Haag. Centraal stond de vraag: Hoe kunnen kantinebeheerders, scholen, automatenfirma’s, de voedingsmiddelenindustrie en de overheid gezamenlijk de gezonde keuze op school makkelijk maken?

Onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek blijkt dat bijna één op de vijf jongeren tussen de 12 en 15 jaar te dik is. Dit aantal neemt toe. TNO onderzocht samen met NIGZ en het Voedingscentrum op dertien middelbare scholen wat er nodig is om scholieren te laten kiezen voor een gezond tussendoortje. Op deze scholen is het assortiment van de snoep- en frisdrankautomaten uitgebreid met suiker- en vetarme producten. In een volgende fase zijn de snacks en frisdranken voorzien van labels met informatie over calorieën en als laatste zijn de gezonde snacks en drank goedkoper gemaakt. Bij de overige zestien scholen veranderde niets.

Gezonder aanbod verdubbelt consumptie ervan
Het uitbreiden van het assortiment met gezonde producten heeft het meeste effect. Op de scholen waar niets is veranderd aan de inhoud van de automaat is van alle verkochte producten één op vijf (20%) een snack of frisdrank met minder calorieën. Op de scholen met een uitgebreider gezond assortiment is dit verdubbeld naar twee op de vijf (44%). Het labelen van de gezondere producten en het verlagen van de prijs hebben nauwelijks extra effect, het percentage verkochte gezonde producten stijgt dan nog met drie procent. TNO, NIGZ en het Voedingscentrum roepen de voedingsmiddelenindustrie op door te gaan met de verdere ontwikkeling van nieuwe laag-caloriehoudende producten en het aanpassen van de portiegrootten.

Samen aan de slag
“De schoolleiding is primair verantwoordelijk voor een gezonder aanbod in de schoolkantines. Dit betekent niet dat andere partijen achterover kunnen leunen. Kantinebeheerders, de voedingsmiddelenindustrie, ouders en de overheid moeten ieder hun bijdrage leveren.” Aldus Paul Rosenmöller, voorzitter van het Convenant overgewicht en gespreksleider tijdens Automatisch Gezonder?. Marianne Langkamp, Tweede Kamerlid SP, concludeerde uit de discussie dat de tijd nog niet rijp is voor rigoureuze overheidsmaatregelen. Maar er moet wel meer gedaan worden dan nu het geval is.

Uit het symposium zijn de volgende actiepunten naar voren gekomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met een gezond aanbod op scholen:

  • De overheid geeft de schoolleiding extra ondersteuning, zowel beleidsmatig als financieel;
  • Scholen en ouders sluiten met elkaar een “gezonde school” contract af: scholen zorgen voor een gezond kantineaanbod en ouders geven gezonde producten mee aan hun kinderen;
  • Scholen geven regelmatig voedingslessen gekoppeld aan keuze in de gezonde schoolkantine;
  • Kantinebeheerders bieden gezondere producten aan en zorgen voor een aantrekkelijke presentatie;
  • De voedingsmiddelenindustrie gaat door met productontwikkeling, verkleinen van porties en stimuleert daarnaast de verkoop van gezondere varianten.

Zorgverzekeraars moeten beter informeren

StethoscoopZorgverzekeraars moeten hun klanten duidelijker gaan vertellen wat zij van hun zorgverzekering kunnen verwachten.

Zo moeten verzekeraars op hun website een overzicht opnemen van de zorgaanbieders waarmee zij een contract hebben afgesloten en voor welke periode dat contract geldt. Ook moet een verzekerde kunnen nagaan hoeveel hij vergoed krijgt als hij naar een zorgaanbieder gaat die geen contract met zijn verzekeraar heeft afgesloten.

Aangescherpt
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de voorschriften voor informatievoorziening aangescherpt, omdat 11 zorgverzekeraars zich er vorig jaar op belangrijke punten niet aan hadden gehouden.

Zekur-polis
De Tweede Kamer had ook bij de minister aangedrongen op betere informatievoorziening. De Kamer maakte zich zorgen over de introductie van de Zekur-polis door Univé, die zich kenmerkt door selectief gecontracteerde zorg.
[MinVWS]

Opname baarmoederhalskanker-vaccin in rijksvaccinatieprogramma komt te vroeg

BaarmoederhalsLandelijke invoering van een vaccin tegen baarmoederhalskanker in het rijksvaccinatieprogramma per 1 september 2009 voor alle meisjes van 12 jaar is te vroeg. Dit schrijven epidemioloog Inge de Kok en collega’s in het NTvG dat op 13 september 2008 verschijnt. Zij publiceren hun argumenten donderdag 28 augustus op de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Ze zijn verbaasd over de snelheid waarmee het vaccin in het rijksvaccinatieprogramma is opgenomen. Opmerkelijk daarbij is dat het vaccin nog niet goed is getest bij 12-jarige meisjes, de groep die men juist wil vaccineren. Wellicht reageren zij anders op het vaccin dan de 15-26 jarige vrouwen waar het vaccin oorspronkelijk bij gestest is. Onderzoeken die met het vaccin zijn gedaan lopen nu 6 jaar. Dit is volgens de auteurs te kort om betrouwbare conclusies te kunnen trekken over de effectiviteit van het vaccin, omdat de ontwikkeling van baarmoederhalskanker 10 tot 15 jaar duurt.